overzicht |


5430
EMPATHIE



Bepaling

Empathie is een manier van luisteren en reageren, waarbij de (therapeutische) luisteraar onderscheid maakt tussen (1) de onderliggende boodschap, meestal bestaande uit behoeften, emotionele noden en sluimerende mogelijkheden, en (2) de concrete vorm waarin deze gedachten of gedragingen gegoten worden. De luisteraar geeft hierbij weinig of geen aandacht aan (2), maar overbenadrukt (1), en verwoordt soms voor het eerst de onderliggende, meestal onuitgesproken boodschap. Dit leidt tot deculpabilisatie, toegenomen inzicht en fundamenteel zelfvertrouwen bij de spreker, en moedigt hem/haar aan de concrete vorm (2) van zijn/haar behoeften (1) meer aan te passen, te integreren tot iets dat realiseerbaar is.

Etymologie

Van em-, en- (in) en pathos (gevoel, emotie, lijden). Beste vertaling is dus invoelen. Onderscheidt zich van sympathie, van sym-, syn- (samen, mee-) en pathos. Sympathie is dus meevoelen. Sympathie aanvaardt de buitenlaag zoals ze is, empathie verschuift de aandacht naar de binnenste laag, de onderliggende boodschap. Sympathie is de houding van een vriend, die troost en gelijk geeft maar niet doet groeien, empathie de houding van een therapeut, die de boodschap herformuleert en daardoor verdiept, en die dus inzicht bevordert en het FZVT versterkt.

Begripsontwikkeling

Rogers en zijn geestesgenoten kwamen slechts stapsgewijs tot wat vandaag geldt als de definitie van empathie.

1. In het begin (rond 1950) merkte de psychoanalyticus Rogers op dat zijn eigen psychotherapeutische stijl veel sneller effect had dan de traditionele psychoanalytische. Dit lag wellicht aan zijn zachtmoedig karakter, dat heel wat vrolijker en optimischer gestemd was dan de doorsnee Joodse zwaarmoedige psychoanalytici. Hij beschreef zijn stijl eerst als non-directief omdat hij de indruk had dat hij zijn cli
ënt meer involgde dan de klassieke psychoanalyst, die eigenlijk vrij offensief en directief was in zijn vragen stellen en suggesties geven. Hij dacht dat zijn therapeutische snelheid te danken was aan het feit dat hij de cliënt zelf zijn weg liet kiezen, en niet dwong om het op de psychoanalytische theorie gestoelde pad te volgen. Hij was hier zo van overtuigd dat hij zelfs ging spreken van een client-centered benadering. Deze hield in dat de therapeut het standpunt en de emotionele beleving van de cliënt trachtte centraal te stellen.

2. Dit duurde tot de gedragstherapeuten, die zijn opgenomen therapeutische sessies onderzochten, duidelijk maakten dat hij, door tussen talrijke mogelijke antwoorden er maar
één bepaald te kiezen, eigenlijk bijzonder directief was, wellicht onbewust, maar duidelijk ook intuïtief strevend naar iets. In dit stadium leek het erop dat hij het onuitgesprokene verwoordde (empathische repliek, feedback), soms beter dan de cliënt zelf, en hem daardoor inzicht schonk in zichzelf, en hem daarenboven door zijn fundamentele, onvoorwaardelijke aanvaarding een veilig gevoel gaf. Hij merkte daarbij dat cliënt ging groeien, en schreef dit vooral toe aan de fundamentele veiligheid die de therapeutische situatie bood, daar waar de klassieke psychoanalytische situatie en onze cultuur in het algemeen heel bedreigend zijn, zodat de cliënt zich moest verdedigen, waardoor zijn groeiproces onmogelijk werd. Deze groeihypothese (de mens kan en wil groeien, en zal dit spontaan doen zodra de omgevingssituatie daar veilig genoeg voor is) werd, samen het het zelfrealisatie-ideaal, de basisovertuiging van de hele humanistische psychologie, en stak daarbij schril af tegen de psychoanalytische visie die stelde dat de groeiweerstand een volledig intrapsychische blokkade was, waarmee de patiënt moest geconfronteerd worden. Later werd het onderscheid toegevoegd tussen een modale, suboptimale en optimale ontwikkeling in de richting van dit ideaal.

In dit stadium werden (1) empathie, (2) authentiek-eerlijke feedback en (3) onvoorwaardelijke waardering als de basisvoorwaarden voor een goede cliëntgerichte therapie beschouwd.

3. Nog later is men gaan onderzoeken waarin het typische van die empathische repliek nu precies bestond, en het werd duidelijk dat de twee oorspronkelijke ingrediënten van de methode, namelijk reflectie (gewoon herhalen van welgekozen delen van wat de cliënt zegt) en verduidelijking (clarificatie, uitleggen in andere woorden van wat de cliënt onuitgesproken bedoelt, hierbij soms ook ingaand op de lichaamssignalen), er in feite op neerkomen dat in de geest van de cliënt onderscheid gemaakt wordt tussen het goede, aanvaardbare en gerechtigde onderliggende doel, behoefte, nood, en vermogen enerzijds, en de concrete maar blijkbaar onaangepaste concrete vorm waarin dit in het verleden gerealiseerd werd. Deze concrete vorm was blijkbaar onrealistisch, niet-geïntegreerd, en het groeiproces zal erin bestaan deze onaangepaste vorm meer geïntegreerd te maken met de omgevende realiteit en met de andere behoeften van de cliënt. Rogers zelf sprak van de congruentie tussen wat de cliënt (1) denkt te zijn, (2) nastreeft en (3) feitelijk realiseert, en de onderlinge congruentie tussen de verschillende behoeften van de cliënt die in het verleden blijkbaar tot conflicten leidden. Gedragingen en onderliggende denkwijzen die congruent zijn met andere behoeften worden door de therapeut aangemoedigd. Niet-congruente gedragingen en denkwijzen worden ontmoedigd. Rogers blijkt in deze zin dus wel degelijk directief te werken. 

Door het feit dat de therapeut in zijn feedback een onvoorwaardelijk positieve houding aanneemt tegenover de diepere aspecten van de boodschap (uiteraard niet tegenover de oppervlakkige, onaangepaste concrete vormen ervan), zal het fundamenteel zelfvertrouwen van de cliënt sterk toenemen, en zal hij steeds meer verlost worden van zijn schuldgevoelens en negatieve zelfinterpretaties, die ontstaan uit het conflict tussen zijn onderscheiden verlangens en/of de culturele waarden en oordelen. In contrast tot een neurotische cultuur of relatie waar de voordelen op lange termijn worden opgegeven ten bate van voordelen op korte termijn, wordt de groei dus gefaciliteerd en gedeblokkeerd.

 

4. Tegenwoordig oordelen vele therapeuten dat de empathische houding eerder de basishouding moet zijn van elke psychotherapeut zolang die nog tot geen specifieke aanpak heeft beslist of bij weerstand, maar dat reflecteren niet volstaat. Het bewust aanleren (psycho-educatie, cognitieve therapie, integratieve psychotherapie) van betere methodes van functioneren en communiceren versnelt verder enorm dat groeiproces.

Concrete empathische technieken

De concrete technieken die bij psychotherapeutentrainingen worden aangeleerd hangen af van de mate waarin bij de cursusgevers de visie op empathie is geëvolueerd (zie de 4 fasen hierboven beschreven).

 

De meest eenvoudige techniek omvat het reflecteren of spiegelen: dit is hetgeen gezegd werd zodanig repliceren in eigen woorden dat de cliënt het gevoel heeft begrepen te worden en aanvaard zoals hij is. De cliënt voelt zich fundamenteel veilig en kan dus alles vertellen wat elders niet zou kunnen. Dit biedt de cliënt de gelegenheid zichzelf beter te begrijpen en spontaan zelf oplossingen te gaan bedenken. De therapeut hoeft dus geen enkele suggestie te geven. Belangrijk is de authenticiteit van de therapeut ("functionele echtheid") die zodoende aan de cliënt de kans biedt volledig zichzelf te zijn.


Bij het leerproces van de empathische technieken kan men ook in een spiraal gaan:

1. beginnen met eerlijke positieve feedback, zowel verbaal als door de lichaamssignalen van de therapeut
2. vervolgens onderscheid leren maken tussen doel en middel bij de cliënt. Het middel is niet zo optimaal, waardoor hij in moeilijkheden kwam. Het doel is (1) rechtmatig: de cliënt heeft recht op bevrediging van zijn behoeften; het is (2) ook nuttig en noodzakelijk dit te realiseren: zowel de noden -behoefte op constructieve revanche op de vroegere frustraties- als de sluimerende, d.w.z. ongerealiseerde behoeften en mogelijkheden. Dit leidt ertoe om tot een betere zelfrealisatie en zo tot een hogere congruentie te komen.
3. Het diepere doel moet onvoorwaardelijk positief onthaald worden.
4. Bij het reflecteren op de niet-optimale concrete vormen moet met een mengeling van subtiel negeren van wat sub-optimaal is, en bekrachtigen van het groeiproces naar betere concrete vormen, en van de sluimerende mogelijkheden om dit te realiseren. Een empathisch therapeut bevordert dus eerder het onderliggende groeiproces dan het concrete resultaat ervan.

Het verschil tussen de houding van ouders, leraars, trainers, de maatschappelijke omgeving in het algemeen, en therapeuten is minstens dubbel:
1. niet-therapeuten maken geen onderscheid tussen onderliggende doel en concrete vorm, en projecteren simplistisch vanuit de concrete vorm de onderliggende bedoelingen en mogelijkheden. Ze missen dus de kans om de cliënt dit belangrijk onderscheid te leren maken.
2. niet-therapeuten geloven niet in groeien, hoogstens in aan- en afleren. Zelfs al wordt het gewenste gedrag bevorderd en het ongewenste afgeremd, dan nog gebeuren er in het onbewuste onaangepaste reacties (bv lager zelfbeeld, grotere inwendig conflict en lagere congruentie). Ook wordt soms "goed" schijngedrag (bv gehoorzaamheid, conformisme, die in feite soms angst en gebrek aan creativiteit en verantwoordelijkheid is) bevorderd.

Andere toepassingen (van perceptieve empathie)

Als men het therapeutisch begrip empathie reduceert tot "begrijpen wat iemand denkt en voelt zonder dat hij dat zo duidelijk gezegd heeft", dus heel het feedbackaspect weglaat en zich beperkt tot perceptieve empathie, dan zijn er vele andere toepassingen van dat begrip mogelijk

1. Het vermogen om te begrijpen wat er echt in iemand omgaat. Het dus een belangrijk onderdeel van wat men emotionele intelligentie noemt. Dit vermogen ontwikkelt zich bij het kind, en wordt in toenemende mate observeerbaar vanaf de leeftijd van 2 jaar. Anderzijds zullen pathologieën als Autisme-Spectrum-Stoornissen en vooral Aspergersyndroom gekenmerkt zijn door een uiterst zwak empathisch vermogen. Men verwijst hierbij soms vaag naar de Spiegelneuronen,  hoewel sommigen stellen dat deze minder empathische personen wel gevoelig zijn voor vele subtiele zaken, en er zelfs over spreken waar anderen dat niet zouden durven doen, maar blijkbaar minder gevoelig zijn voor het neurotisch taboe dat ligt op het publiek vermelden van sommige zaken in onze hypocriete cultuur. Nog anderen zeggen dat dit gebrek aan empathie slechts schijnbaar is, dat ze, zoals psychotici, eigenlijk zo overgevoelig waren dat ze reeds vroeg geleerd hebben dit pijnlijke invoelen te onderdrukken.


2. Perceptieve empathie wordt ook beschouwd als een hoeksteen voor communicatie. Immers, is communicatie niet vooral het juist
óverkomen van aangevoelde boodschappen, en daar kan empathie op het eerste gezicht alleen maar bij helpen. Nochtans is dit maar ten dele juist. Alles hangt immers af van de definitie van communicatie, waarbij de boodschap tussen gelijkwaardige gesprekspartners open besproken wordt en er naar een integratie wordt gezocht. Empathie, vooral in de therapeutische zin, kan helpen bij moeilijk verwoordbare boodschappen, maar de bedoeling van communicatie is uiteraard dat die moeilijk bespreekbare aspecten open en bewust besproken worden. Gebeurt dit niet, maar houdt één van beiden wel rekening met het niet-uitgesprokene bij de ander, dan heeft men eerder te doen met manipulatie dan met communicatie.

3. Hetzelfde geldt bij toepassingen van commerci
ële aard (aanvoelen wat de klant nodig heeft en zou appreciëren), en alle vormen van agogie (bedrijfsleiding, politiek, vakbondsleiding, revoluties stoken, enz.)

4.
Perceptieve empathie is ook duidelijk de grootste kwaliteit van kunstenaars, zeker van de succesvollen onder hen, met inbegrip van humoristen, conférencegevers, cineasten, journalisten, enz.

5. Sommigen stellen dat deze perceptieve empathie aan de basis ligt van een verruimd, spiritueel, kosmisch bewustzijn, dus meevoelen met het Al. Als men het meevoelen niet naar de hele kosmos richt, maar naar de medemens, dan ligt het begrip dicht bij de westerse naastenliefde (die per definitie meer dan perceptief moet zijn) en de boeddhistische compassie (zuiver perceptief, een vorm van mindfulness).

6. Soms kan perceptieve empathie misbruikt worden om mensen te manipuleren door hen te confronteren met pijnlijke situaties en hen op die manier manipuleerbaarder te maken (bv. bedelen met een ziek kindje, geld of andere voordelen aftroggelen door psychopaten). Analoog met deze techniek is manipuleren door geveinsde sympathie, verleiding. Het is zelfs mogelijk dat men depressief wordt van het leed dat anderen ondergaan, ja, dat de hele wereld ondergaat (Weltschmerz).

7. Perceptieve empathie speelt ook een grote rol in erotiek (onze erotische fantasmen over hoe een ander bepaalde situaties en ons ingrijpen beleeft) hetgeen kan gaan tot sadisme en leedvermaak. Anderen stellen echter dat dit geen empathie is, vermits de beleving van de machtige figuur helemaal niet overeenkomt met de beleving van het slachtoffer. Het is dus veeleer het projecteren van onze fantasmen op bepaalde personen en situaties, waarbij het onbelangrijk is of de ander het inderdaad zo beleeft.

8. Vanuit de wijd verbreide mythe dat vrouwen meer emoties voelen en meer intuïtie hebben dan mannen, wordt ook gesteld dat zij dus over een sterker empathisch vermogen zouden beschikken.

9. Als empathie betekent: voelen wat anderen niet voelen, zit men niet ver meer van telepathie en parapsychologische vermogens in het algemeen. Men spreekt zelfs van het overgangsfenomeen telempathie, d.w.z. meevoelen met mensen waarmee geen natuurlijk contact kan gelegd worden.

Nawoord

Als psychotherapeut vind ik deze degradatie van het rijke begrip empathie tot perceptieve empathie jammer. Want vroeg of laat zullen we genoodzaakt zijn een ander begrip in te voeren, een probleem dat we ook met het begrip communicatie hebben. Ik zou eerder geneigd zijn te spreken van perceptieve empathie, of van intuïtie, desnoods van observatievermogen, aanvoelen, herkennen vanuit ervaring, of het recente modewoord kompassie ("mededogen").

Anderen zullen stellen dat mijn vrees niet terecht is, vermits het begrip empathie enkel zou slaan op het perceptieve aspect, niet op wat men ermee doet. Ook de etymologie (in-voelen) zou daar uitsluitend naar verwijzen. Maar als dit juist is, waarom gaan dan al hun voorbeelden van empathie eerder over het gebruik van de empathisch vergaarde inzichten (zie
wikipedia)?