overzicht |

5750

HAPTONOMIE-HAPTOTHERAPIE


Aan deze pagina wordt o.m. gewerkt door Carine ALDERWEIRELD, in het kader van haar eindverhandeling



INLEIDING

Naast mijn opleiding tot psychologisch consulent volgde ik een opleiding massagetechnieken. Zowel als gever als ontvanger van een massage ervoer ik dat een goede massage de mens in zijn gemoed raakt. In mijn zoektocht naar een integratie van beide opleidingen ontdekte ik dat deze al bestond onder de vorm van haptonomie /haptotherapie.

Aanraken en aangeraakt worden zijn van levensbelang, zowel in je kindertijd als in je verdere leven.(cf. de behoefte aan vachtcontact-hoofdstuk behoeften en verlangens 4550). Denk maar aan het deugdoende effect van een stevige knuffel of het ontspannen gevoel van een zalige massage. Haptonomie gaat nog een stapje verder. Deze leer gaat ervan uit dat je door je gevoel en tastzin te ontwikkelen en je open te stellen voor het contact met anderen, beter kunt leren omgaan met spanningen, pijn, stress en verdriet. Met andere woorden aanraken en aangeraakt worden helpt psychische en fysieke klachten voorkomen en helen.

WAT IS HAPTONOMIE-HAPTOTHERAPIE?

De haptonomie houdt zich bezig met de relatie tussen de tast (het voelen) en het gevoelsleven en daarmee, in ruimere zin, met de gevoelsmatige wisselwerking tussen mensen.

Het woord ‘haptonomie’ is afgeleid van de Griekse woorden Hapsis en Nomos.

Hapsis = tasten, aanraken, gevoel.

Nomos = wet, regel

Haptonomie = de leer van het menselijke gevoel en gevoelsleven. De leer van de aanraking

‘Hapto’ van het Griekse werkwoord ‘haptein’ betekent: ik raak aan, ik verenig, ik vestig een relatie, ik hecht mij aan...

In overdrachtelijke zin: ik maak tactiel contact om gezond te maken, te helen, te bevestigen. Dit tactiele contact karakteriseert de haptonomische benadering: helend (=’heel’makend, heel de mens omvattend) ontmoetend aanraken om de ander in zijn wezen te bevestigen.

Haptonomie gaat ervan uit dat het menselijke lichaam - en vooral de beleving van dat lichaam -van fundamentele betekenis is binnen alle menselijke communicatievormen. Het lichaam wordt gezien als drager van gevoelens en heeft bij wijze van spreken een geheugen voor gevoelservaringen. Deze ervaringen zijn in het lichaam terug te vinden. Bijvoorbeeld door blokkades in bewegingspatronen, remmingen in gevoelsbewegingen, voorkeurshoudingen en voorkeursbewegingen en het vermogen tot het aangaan en beleven van contact. Het lichaam doet al deze ervaringen op via het tasten en voelen.

Haptotherapie is er de therapeutische toepassing van.

In de haptonomie wordt er groot belang gehecht aan het tegemoetreden van pijn en leed in plaats van het ontkennen en negeren (vluchten) ervan. Het jezelf toestaan pijn te voelen, toe te eigenen en te doorleven.

Frans Veldman is de grondlegger van de haptonomie in Nederland.

ONTSTAAN VAN HAPTONOMIE

Mensen zijn geen solitaire wezens, maar leven in een sociale context. De verbinding met de ander komt tot stand door wat je zegt, maar vooral door wat je laat zien, wat je uitdrukt met je lichaam en je bewegingen. Het lichamelijk communiceren, het non-verbale gedrag, is zo oud als de mensheid. De talige communicatie is pas later ontstaan.

Haptonomie, als geheel aan inzichten in de gevoelde, affectieve menselijke communicatie, elkaar (aan)raken en ontmoeten, kortom het gevoelsmatig met elkaar omgaan, werd in de jaren 1950 door Frans Veldman vastgelegd. Hij baseerde zijn gedachtengoed op 2 drijfveren nl.:

1.De mensonwaardige aspecten van de technologische vooruitgang en de verzakelijking in de menselijke omgang

Hij constateerde dat de magie uit het leven verdwenen was doordat de wetenschap steeds meer vorderde. De mens zag zichzelf door de technologische vooruitgang als vervreemde waarnemer van zijn eigen leefwereld. Een individu weet steeds meer over kleinere onderdelen van de werkelijkheid, waardoor ieders bijdrage een klein rader in het grote geheel werd, zonder zich daarmee nog verbonden te voelen. Zo is dus een groter afstand tot het geheel ontstaan, men voelt zich geen deelgenoot meer. De vervreemding van onszelf werd sinds WOII nog sterker door het streven naar effectiviteit, efficiëntie en nuttigheid. De omgang met andere mensen leek steeds meer in het teken te staan van deze criteria. Het contact tussen mensen verschraalde. Vaak verloopt het huidige contact tussen mensen elektronisch, efficciënt en snel maar zonder gevoel of emotie. Deze constatering vormden deels de drijfveren voor Veldman om te komen tot zijn wetenschap van de affectiviteit: de haptonomie.

2. Zijn persoonlijke ervaring als fysiotherapeut.

Hij behandelde onder meer mensen met pijnklachten. De aanraking van Veldman in zijn massages, maar ook in het uitvoeren van oefeningen, had geen mechanisch karakter, maar een aanraking van de mens in “heel zijn wezen”, geen ‘ding-lichaam’. Bij een goede aanraking ontspant het lichaam zich en ontstaan er optimale mogelijkheden tot genezing. De natuurlijke neiging van het lichaam tot herstel wordt daarmee aangesproken. In goed contact is er sprake van wederkerigheid. Wanneer je jezelf aan de ander laat zien en voelen, zal de ander zich voor dat contact openstellen en daarin zichzelf ervaren en zich vanuit dat contact openstellen. In therapiesituaties zal de patiënt zich ook meer laten zien en voelen aan de therapeut als er sprake is van oprechte betrokkenheid. De patiënt wordt aangesproken op zijn eigen (sluimerende) mogelijkheden. Dit geldt niet alleen in therapie, maar ook in het dagelijkse leven.

Bob Boot ( haptotherapeut ) is echter van mening (en ik deel hierbij zijn mening) dat de genoemde technologische ontwikkelingen niet alleen negatieve gevolgen voor de mens en zijn cultuur hebben gehad, maar ook positieve, namelijk dat er ook meer individuele vrijheid is ontstaan. De huidige mens is echter op zoek naar een nieuw evenwicht. Een balans tussen individuele vrijheid enerzijds en verbondenheid en veiligheid anderzijds. De vrijheid die is ontstaan door individualisering en het ontwikkelen van een eigen leven kan het persoonlijke leven instabiel maken. Er zijn sinds de jaren 1950 minder vaste patronen en veel meer keuzemogelijkheden voor de manier waarop je je leven wilt leven. Wat veel mensen onzeker maakt, hen weinig houvast heeft. Dagelijks moeten we uit duizenden producten kiezen, informatie komt langs alle kanten op ons af. We worden er als het ware door overspoeld. Individuele vrijheid is het hoogste goed, maar daarin wordt vaak niet veel rekening gehouden met anderen. Grotere vrijheid heeft als schaduwkant een veel geringer gevoel van veiligheid. De zoektocht naar evenwicht tussen je persoonlijke ontwikkeling en zelfontplooiing enerzijds en verbondenheid met anderen anderzijds is niet gemakkelijk en vraagt inzicht in wat je voelt, beweegt en verlangt. Haptonomie doet een appèl op deze verwezenlijkingen in verbondenheid met de medemens.

BALANS TUSSEN VOELEN EN REDE.

In onze huidige samenleving zijn we het ‘voelen’ verleerd. We zijn vervreemd van onze lichamelijkheid, hoewel de koesterende aanraking onze allereerste taal was. Onze focus is vooral naar buiten gericht en hierdoor verliezen we het contact met ons innerlijk. We zijn als voelers geboren en tot denkers gemaakt. Het doel van haptonomie is de denkers weer tot voelers te maken, waarbij het streven niet alleen is ons gevoel achterna te lopen. Mensen zijn redelijke wezens in die zin dat we onze rede, ons verstand bezitten. Verantwoordelijk zijn voor jezelf betekent voortdurend zoeken naar een balans tussen rede en gevoel, waarbij deze twee elkaar onderling beïnvloeden. Het betekent ook zoeken naar je eigen oorspronkelijke beweging, los van verwachtingen en conventies. Veldman spreekt van een “gevoel doorstraalde rede”. Van uit je gevoel naar de rede. Op basis daarvan kan ieder individu zijn eigen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf .

Taboe op ‘aanraken’.

Lichamelijk contact zonder er iets voor terug te verwachten lijkt bijna onmogelijk. Het wordt al snel in verband gebracht met erotiek of seksualiteit. Aanraken verliest daardoor in onze cultuur haar onschuld. Schuldgevoel en schaamte gaan onderhuids een rol spelen. Aanraken krijgt mede hierdoor een mechanisch karakter. Alleen als het praktische nut (bvb. kinesitherapie bij een blessure) heeft dan kan het. We zijn zelfs zover dat ouders zich bij het aanraken van hun kinderen gaan afvragen of dat wel mag en hoort. Het verstand gaat bepalen wat mag en niet mag. De eigen gemoedsbeweging wordt daarmee onder controle gebracht van de ratio.

Als voelers geboren, tot denkers gemaakt.

Al vrij snel na de bevruchting is het zich ontwikkelende kind in staat te voelen. Het lijfje van een baby verwijdert zich intuïtief van bedreigingen en wendt zich tot iets wat goed voelt. Een afwerende reactie, een verkramping of verstijving van de baby is voelbaar als de aanraking op een of andere manier niet klopt, als die te hard of te wild is, niet afgestemd op het kind. Een kind dient in een mum van tijd zich aan te passen aan de behoeften van zijn ouders, de regels van de kinderopvang en de maatschappij, terwijl hij alleen gekend wil worden in zijn behoeftes. Het dagelijkse leven is gericht op presteren en prestige. Hoewel de laatste jaren de aandacht beetje bij beetje lijkt te verschuiven naar gevoel, emotionaliteit en verbondenheid. Toch lopen veel mensen vast, meer en meer mensen met psychische problemen: burnout, depressie, overspannen, medisch onverklaarbare fysische klachten. Kennelijk kunnen ze het leven niet leven. De druk is te groot. De onderlinge contacten zijn schraal en oppervlakkig. Het leven wordt als onveilig ervaren en steun van gezin, familie of vrienden ontbreekt veelal. Gezinnen worden steeds kleiner. Het is ieder voor zich. De kwaliteit van het leven lijdt onder de algemene druk van de economische groei, ondanks alle welzijn, vooral in materiële zin, die deze ontwikkelingen ons ook gebracht hebben. En ondanks de verworven persoonlijke vrijheid. Het is opvallend dat we professionele hulp nodig hebben als zich vervelende gebeurtenissen voordoen. De grond onder onze voeten lijkt direct te gaan wegzakken zodra er iets gebeurt, er is geen tijd om stil te staan bij de pijn of het verdriet. Mensen uit de omgeving hebben het namelijk ook druk en zijn veelal erg met hun eigen streven naar succes en ambitie bezig. Ook heeft men meer en meer behoefte aan controle en maakbaarheid, het komt tot uiting in de wens om geboorte, leven, ziekte en dood te beheersen. Nemen we de tijd om te rouwen, het verdriet te voelen of gaan we snel over tot de orde van de dag en gebruiken we de verkregen tijd om de geslagen gaten in ons gevoel snel te dichten met zakelijke successen en het bevredigen van materiële behoeften? Het gevolg daarvan kan zijn dat we onszelf langzamerhand uit het oog verliezen en we steeds verder verwijderd staan van ons gevoel. We vervreemden van onszelf. We belanden in een onverklaarbare depressie of vluchten in drank, drugs, medicijnen of krijgen psychosomatische klachten. Met andere woorden verdriet die geen kans krijgt om gevoeld te worden, er niet mag zijn, zoekt een andere uitweg.

Het belang van onze zintuigen.

De zintuigen zijn van levensbelang, zonder waarneming, herkenning en interpretatie van invloeden van buitenaf en binnen in ons lijf is er geen kans op overleven. Het tasten is de basis van alle zintuigen. Het tastzintuig bevindt zich in de huid, het grootste menselijke orgaan, op de grens van de binnen- en buitenwereld. Via dit grensvlak vindt communicatie met de buitenwereld plaats. Bij de ontwikkeling van eicel tot embryo is de tast het eerste zintuig dat zich ontwikkeld. Maar ook vlak na de geboorte is de baby vooral voelend aanwezig in de wereld en gaat het kind pas later beter zien en horen. De oren, mond, neus en ogen zijn in feite allemaal gespecialiseerde tastorganen, gevormd uit de oorspronkelijke celwand. Prikkels, die via de tast en ook via de andere zintuigen binnenkomen worden opgeslagen in ons geheugen. Deze prikkels vormen o.a. de basis voor onze ontwikkeling (motorisch, verstandelijk, emotioneel). De prikkels die we krijgen, worden geïnterpreteerd door ons lichaam(onbewust) en onze hersenen(bewust). Interpreteren gebeurt op basis van onze voorgeschiedenis van de mens in evolutie, het genetische materiaal van de ouders, maar ook op basis van onze eigen levenservaring, dat ligt opgeslagen in het lichaam.

Het voelen dient gevoed te worden.

Pasgeborenen verkennen de wereld uitsluitend via hun gevoel. Ze maken onderscheidt tussen gevoelens van behagen en onbehagen van lust en onlust, en reageren daar heel primair op. Voelen hoeven ze niet te leren, dat kunnen ze al. Het uiten van deze emoties of gevoelens is een impliciete intentie tot contact, maar wanneer deze gevoelens vaak niet worden beantwoord kan het voelen snel beschadigd raken. Het kind zal zijn gevoelens niet meer uiten, omdat ze niet meer worden gezien of gehoord, en raakt zodoende in een isolement. De intentie om door de ander in zijn gevoel erkend te worden kan verdwijnen, omdat er geen vertrouwen meer is dat het uiten van emoties zal worden beantwoord. Het voelen dient gevoed te worden. Een kind heeft behoefte aan affectieve bevestiging, de behoefte wordt bevredigd door onvoorwaardelijke liefde in eerste instantie van de ouders ( Rogers ). Bij een goede aanraking zal het kind reageren met toenadering en een glimlach, een onjuiste met huilen en verstijven van het lichaam, deze uiting van onbehagen is ook een uiting van de wens tot goed contact. Door het juiste aanbod van aanraking zal het kind leren vertrouwen op zijn eigen gevoelens en emoties. Op deze manier wordt het voelen gevoed en zal het kind zich in emotioneel en psychisch opzicht op een gezonde manier ontwikkelen.

Toen mijn oudste dochter ‘Oona’ werd geboren, nu 19 jaar geleden, kreeg ik van veel mensen de waarschuwing dat ik haar aan het verwennen was, dat daar niks goeds kon uit voortkomen. Ik droeg haar veel bij mij, stak haar regelmatig in een draagzak, knuffelde haar veel en gaf haar veel aandacht. Ik kreeg van Kind en Gezin een schema met de uren van de flesvoeding, de hoeveelheid en het aantal, dat er dienden gegeven te worden. Het werd sterk aangeraden om het schema te volgen. Borstvoeding werd toen helemaal niet gepromoot en werd enkel door een zonderling nog gegeven. Ik had er helemaal geen goed gevoel bij. Terwijl mijn gevoel zei dat het goed was haar dicht bij mijn lichaam te voelen, veel contact met mijn kind te hebben, haar te voeden enkel wanneer Oona dat aangaf, begon ik toch te twijfelen aan mijn gevoel en begon ik meer en meer de verwachtingen van anderen in te volgen. Gelukkig weet men ondertussen beter en worden jonge moeders aangemoedigd hun gevoel te volgen. Kinderen jonger dan 3 maanden kun je niet slecht opvoeden door veel aandacht te schenken, in tegendeel enkel in contact met anderen kan het groeien en zich erkend voelen.

Voelen is bewegen.

Om te voelen of iets hard of zacht is moeten we onze vingertoppen bewegen. Voelen en bewegen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je beweegt naar iets toe of van iets af. Het kan een beweging zijn in verplaatsen, maar ook een beweging in ons lijf, een gemoedsbeweging. Het woord emotie is afgeleid van het woord e-movere. De term heeft zich in het Engels ontwikkeld tot ‘to move’, wat ‘bewegen’ betekent. De toevoeging ‘e’ geeft aan dat het een naar buiten gerichte beweging is, anders zou er ‘in’ voor staan. Emotie is dus een expressie van ons gemoed naar buiten, naar een ander toe. Het is een middel om de ander te bereiken. Bij de verschillende emoties laten we verschillende bewegingen zien. Als een kind boos is gaat hij stampvoeten, is hij bang dan kruipt hij in elkaar. Het kind toont zijn emoties in fysieke bewegingen. Volwassenen hebben dat vaak afgeleerd, zij hebben zich leren beheersen en tonen een gelijkmatiger expressie die minder authentiek is, minder van onszelf, meer van wat er van ons verwacht wordt. Het lichaam slaat deze emoties op, maar deze hebben behoefte om naar buiten te komen. In haptonomisch contact wordt je op affectieve wijze aangesproken op wat je bent en wat er in je lijf verborgen ligt, achter de opgebouwde spierspanning. Het kan voelbaar voor je worden dat je emoties hebt ingeslikt en verdrongen, maar ook dat er weer beweging kan komen in je verstarde lijf als je de moed hebt spanning los te laten en zo gevoelens weer kunt laten stromen.

Opnieuw leren voelen “als gevoel de vrijheid krijgt, verandert leegte in ruimte”

Bewust worden van de signalen die je lichaam aangeeft

Zolang je je niet bewust bent van de signalen die je lichaam geeft, kan je er ook niets mee doen. Zo kun je ook niet de grenzen van je lichaam respecteren. Datzelfde geldt ook voor gevoelens van angst, boosheid of verdriet. Zolang je ze niet opmerk, kan je er ook niet over nadenken en ernaar handelen. In noodsituaties handel je puur vanuit je reflexen en dat heeft ook zijn nut. Nadien kan je erover nadenken, hoe er verder mee om te gaan. Bewust waarnemen van je eigen emoties voorkomt dat ze ongemerkt opgeslagen worden in je lichaam. Waargenomen en benoemde emoties en gevoelens kunnen dus als kompas dienen voor ons handelen. Het al dan niet handelen naar je gevoelens is ieders eigen verantwoordelijkheid.

Leer je buikboodschap herkennen en serieus nemen.

Als er iets van je verlangd wordt krijg je zowel een “buikboodschap” als een “hoofdboodschap”. Bijvoorbeeld: een vriendin belt je op met de vraag kun je op mijn kindjes passen na school? Je buikboodschap kan zeggen “hier heb ik geen zin in, ik wil eens een rustige avond zonder jengelende kinderen”, terwijl je “hoofdboodschap” je zegt,” ik kan moeilijk nee zeggen, want anders zal ze me niet meer willen als vriendin of een vriendin hoort in te staan om een helpende hand te bieden”. Het gevaar hierin bestaat dat we enkel alleen met onze hoofdboodschap nog beslissen en zo onszelf stelselmatig te kort doen.

Wat wil je lichaam je vertellen?

Een verstandig besluit is een besluit genomen op basis van je verstand. Dit is niet een goed of een fout besluit, het is een besluit dat niet genomen is vanuit je gevoel. Wanneer er veel tegenstellingen bestaan tussen verstand en gevoel gaat het wringen. Dat roept spanning op in ons lijf. We moeten dan iets doen met die spanning om die tegenstellingen met elkaar in balans te krijgen. Enerzijds kunnen we de gevoelens van spanning enigszins negeren. We verdringen ze dan en doen of er niets aan de hand is, dit kun je even volhouden, maar uiteindelijk breekt deze houding je op. Het lichaam gaat vroeg of laat signalen geven die niet meer zijn te negeren. Als je voortdurend maagklachten, rugklachten, hoofdpijn hebt, terwijl je daarvoor nooit last had, dan kun je je afvragen of je lichaam je misschien iets wil vertellen. Ook als de oorzaak lichamelijk is, kun je afvragen waarom ze juist nu optreden en juist in die organen.( vb griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus, maar als je immuunsysteem is aangetast door stress, grote vermoeidheid, dan kan je lichaam de strijd tegen het virus moeilijk winnen). Anderzijds kunnen we de gevoelens serieus nemen en ze gebruiken als richtingaangever voor ons handelen. Op deze manier liggen verstand en gevoel in dezelfde lijn. Er is geen sprake van interne inconsistentie. Verstand en gevoel zijn in balans. Een relatie niet verbreken omdat je anders financieel in de problemen komt, kan vanuit een zakelijk oogpunt nuttig zijn. De relatie wordt dan ook zakelijk van karakter, “een verstandshuwelijk”. Maar als je gevoel iets anders aangeeft, is het resultaat dat je niet gelukkig wordt, want het voelt niet goed. Je kunt dan de spanning, onrust of vermoeidheid voelen. Inconsistente gevoelens kosten energie. Ze zorgen voor spanning in je lichaam en als het te lang duurt, zorgen ze voor ziekte of gevoelens van onbehagen, moeheid, somberheid en depressiviteit. Het bewust worden van gevoelens dient niet alleen om richting te geven aan ons handelen, maar heeft het ook een voorspellende waarde. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen na afloop van een situatie, dat ze het eigenlijk al lang aanvoelden. Je lichaam heeft je dus signalen, je kunt ze negeren, maar weet dat je lichaam nooit liegt. Je verstand kan je soms op je verkeerde been zetten. Je moet leren de signalen opmerken en op waarde leren schatten, wat niet altijd gemakkelijk is, omdat we niet meer gewend zijn ons zo bewust op ons lichaam en gevoel te richten. Keuzes maken betekent verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en dat kan soms moeilijk zijn, omdat het lastige situaties of conflicten kan opleveren. Wat heel duidelijk moet zijn is dat er niet gezegd wordt dat je altijd alleen je gevoel moet volgen. Het verstand is ook een kwaliteit. (wanneer je angstig bent voor een examen, is dat goed en normaal, dat wil niet zeggen dat je dat examen niet moet afleggen, het is een zekere weerstand die je moet overwinnen). Het gevaar bij niet waarnemen van je voelen is dat je vaak je grenzen overschrijdt omdat je ze niet voelt.

Welke lichaamstaal spreek je?Het is belangrijk je eigen lichaamstaal te leren interpreteren. Kijk eens goed naar wat je lichaam doet in bepaalde situaties. Hoe voelt je maag aan als je gespannen bent? Wat gebeurt er met je ademhaling als je je slecht voelt? Hoe reageert je lichaam bij pijn, angst, verdriet, boosheid en blijheid?

Sta eens stil bij wat je lichaam je wilt vertellen over hoe je je voelt bij bepaalde personen?wordt je nerveus? wil je weg? voel je je op je gemak? en sta eens stil bij het feit waarom je lichaam dat aangeeft? doet deze persoon je denken aan bepaalde personen uit je verleden of huidige kennisenkring?

Wat geeft je energie, waar wordt je moe van?Wat je energie geeft is goed voor je. Bij activiteiten die heel veel van je vergen, is het goed om stil te staan of het wel iets voor jou is.

Geef je zintuigen een verwenbeurtschakel het zintuig zien uit door je bijvoorbeeld te blinddoeken, zo komen je andere zintuigen op de voorgrond. Voelen, ruiken en horen worden intenser.

Dans zonder na te denkenconcentreer je op de muziek en op jezelf, zonder rekening te houden met wie of wat dan ook. Voel hoe je lichaam reageert op de muziek. Voel wat er in je omgaat voor, tijdens en na het dansen.

Progressieve ontspanningstechnieken (zie hoofdstuk relaxatietechnieken AIP), zo wordt je bewust van je spanningen in je lichaam

Bodymindtraininglichaamsdeel per lichaamsdeel wordt overlopen, je aandacht wordt op een bepaald lichaamsdeel gericht: hoe voelt het momenteel aan? stijf, hard, zacht, moe, koud, warm enz. Wat is het eerste woord dat bij je op komt? Waar staat het lichaamsdeel voor? Is er pijn of stijfheid aanwezig? zoja, aan welke situatie is deze pijn gelinkt? Is die pijn al lang aanwezig? Wordt de pijn erger? Gaat de pijn soms over en zoja in welke toestanden? Hoe voelt het als iemand zijn hand legt op dat lichaamsdeel? Welke spreuken komen bij je op bij dat lichaamsdeel (vb je been stijf houden, de bibber in je knieën)

Ga eens je erfelijke belasting na van je lichaam.Hoe mensen zich voelen wordt voor een groot deel bepaald door de boodschappen die ze vroeger hebben meegekregen. Wat hebben andere mensen gezegd over je lichaam? Je seksualiteit? Hoe hebben familie, vrienden of mensen op school je die boodschap gebracht? Wat doet het nu met je eigen emotionele beleving? Met de beleving van je lichaam? Welke van die dingen vind je prettig? Waar wil je van af? Wat was wel en niet veroorloofd als kind -bijvoorbeeld op het gebied van lucht geven aan woede, uiting geven aan creativiteit, vreugde, droefheid, seksualiteit, angst of andere emoties? Om welk soort gevoelens veroordeel je jezelf in je huidige leven? Wat hebben we moeten doen en wat doen we nog steeds om liefde en aandacht te krijgen?

• Wie de neiging heeft om meteen de analyse in te duiken in plaats van te voelen, kan eens proberen om de dingen anders te benaderen. bvb als iemand je beledigt denk dan niet meteen: die zal wel gelijk hebben, want ik heb inderdaad iets verkeerd gedaan. Maar leg eens je hand op je buik en vraag je af hoe het voelt: boosheid? angst? verdriet?

Erken kinderen en volwassen in hun gevoelens en erken je eigen gevoelenskom er voor uit en eis dat ze er mogen zijn. Niemand heeft toestemming nodig om te voelen, want emoties zijn er gewoon. Hoe eerder we ze herkennen en erkennen, hoe beter we af zijn. Om de negatieve gevolgen die emoties op ons lichaam hebben in de hand te houden is het belangrijk ze te herkennen. ‘Laat me voelen wat ik voel’Een kind dat weent omdat op zijn verjaardagfeestje zijn ballon is stuk gesprongen, help je niet door te zeggen “het is niet erg, je moet daar toch niet om wenen”. Op dat moment deel je aan het kind mee dat het verkeerd is deze emotie van verdriet te uiten en geef je het kind de volgende boodschap:

1. het is niet veilig mijn gevoelens uit te drukken

2. ik kan mijn gevoelens niet vertrouwen, het is beter om op een ander zijn gevoelens af te gaan

3. mijn gevoelens tellen niet

4. gevoelens zijn eng, lastig en ongewenst

HET BASIS-BODEMGEVOEL.

Het bekkengebied

Het bekkengebied en vooral de bekkenbodem zijn het fundament van ons lichaam. In anatomische-mechanische zin vormt het bekken het fundament voor onze romp, ons hoofd en onze armen. Het lichaam rust als het ware op het bekken. Maar ook in emotionele zin ligt ons fundament in het onderlijf en bekken. Onze (seksuele) identiteit, eigenheid, ons vertrouwen, evenwicht en onze veerkracht vinden hun oorsprong in het buik- en bekkengebied. Het is onze basis, het dragende midden (cf. een duikelaartje). Iemand die angstig is heeft het contact met zijn basis verloren. De nadruk komt te liggen op het bovenste deel van ons lichaam, hoog en oppervlakkig ademen, ons hart klopt in onze keel, de spierspanning van de schouders en nek neemt toe en we horen, zien en ruiken beter, we staan op scherp. We verliezen het contact met de grond. We raken uit evenwicht. Bij schrik en eenmalige heftige reactie op een onverwachte gebeurtenis, is dat een normale reactie, ons orthosympatisch systeem zorgt ervoor dat ons lichaam in staat is te vluchten of te vechten.(hart klopt sneller, adrenalineopstoot, …) Ons lichaam is klaar voor de handeling die nodig is om het gevaar voor ons leven te ontlopen. Maar bij mensen die voortdurend onder stress staan is hun lichaam voortdurend in staat van paraatheid, zonder dat ze iets doen met die opgestapelde energie. Ze staan voortdurend onder spanning die niet afneemt. Vanuit een basaal gevoel van angst, vrees en wantrouwen is het onmogelijk het leven met vertrouwen toe te treden. Als je handelt vanuit onzekerheid en vrees (een omgekeerde duikelaar)zul je ter compensatie grote behoefte aan controle hebben: voortdurend loop je alles na, alles probeer je tot in de puntjes te regelen en niets wordt aan het toeval overgelaten. Mensen die meer vanuit een basaal gevoel van vertrouwen leven, kunnen de controle meer loslaten en reageren vanuit hun gevoel van het actuele moment. Zij hoeven niet krampachtig alles vooraf in de hand te hebben, zij hebben een veerkrachtig fundament. Controle door loslaten. Het bekkenbodem is de spiegel van ons gevoel. Het bekkenbodem, wanneer je in staat bent het waar te nemen, is heel gevoelig voor goed en kwaad. In de seksualiteit is dat het meest duidelijk. Als iemand gedwongen wordt tot seks of als op seksueel vlak de grenzen niet worden gerespecteerd, zal de bekkenbodem verharden en zich afsluiten. Bij intieme en liefdevolle seks verzacht de bekkenbodem en ontspant het lichaam. Iemand die zich goed voelt over zichzelf en zijn eigen seksualiteit volledig heeft geaccepteerd, zal ook een goed contact met zijn basis, de bekenbodem hebben. Dit geeft draagkracht, veerkracht en evenwichtigheid en maakt je bestand tegen pijn en leed, zonder dat het fundament gaat wankelen. Daarbij is draagkracht het vermogen dat we hebben om het ‘gewone’ leven en alles wat zich daarin voordoet te dragen. Wanneer we draagkracht ontberen wordt het leven een kwestie van verdragen, volhouden.

Een goed fundament-hechten

hechting,het meest stevige fundament ( een gevoel van bodem) vindt zijn oorsprong in de affectieve bevestiging in de vroege jeugd en het liefdevol gesteund weten door je ouders of opvoeders. Dan kan je veel aan en beschik je over natuurlijke veerkracht en draagkracht. Niet ieder mens kreeg dit voldoende mee, niet iedere ouder is daartoe in staat.

Hechtingsproblemen.

De sociale ontwikkeling begint met de eerste menselijke band, een band waarvan wel gezegd wordt dat deze de basis vormt voor alle latere relaties met anderen: ‘de hechting” van de baby aan degene die hem verzorgt. De baby is het liefst bij zijn verzorger, als hij overstuur is, kalmeert hij als hij zijn verzorger ziet, hoort en voelt door dicht bij zijn verzorger aan te kruipen m.a.w. hij zoekt contacttroost.

Test met rhesusaapjes door Harlow. Hij liet rhesusaapjes opgroeien zonder moeder. Elk aapje leefde in afzondering met 2 namaakmodellen van moeders: de ene moeder bestond uit ijzer maar gaf wel de voeding aan het aapje, de andere moeder bestond uit een zachte vacht. De aapjes brachten veel meer tijd door bij het aapje met zachte vacht en zochten er ook telkens contacttroost als ze bang waren. In een vervolgonderzoek door Harlow en Suomi probeerden ze vast te stellen wat er gebeurde wanneer pasgeboren aapjes zonder enig contact opgroeiden. Men observeerde de aapjes in verschillende situatie. Een isolement van 3 maanden had weinig gevolgen. Langere periodes hadden echter dramatische gevolgen. De aapjes zaten in elkaar gedoken in een hoek van de kooi, hielden de armen stijf om hun hoofd gedrukt en wiegden langzaam heen en weer. Toen ze bij leeftijdsgenoten werden geplaatst vertoonden ze duidelijk afwijkend gedrag. Ze stoeiden niet zoals normaal opgroeiende aapjes. Wanneer ze benaderd werden, trokken ze zich terug, doken ze in elkaar, wiegden heen en weer en beten ze zichzelf. Op volwassen leeftijd waren ze niet in staat tot passend seksueel en ouderlijk gedrag. Via kunstmatige insiminatie werden de aapjes zwanger, na hun bevalling toonden zij geen spoor van liefde voor hun jongen, in sommige gevallen werd het jong afschuwelijk mishandeld. De vroege sociale deprivatie had kennelijk een verwoestende uitwerking op de latere sociale en emotionele ontwikkeling van de dieren.

Opgroeien in instellingen: kunnen we van apejongen generaliseren naar kinderen van de mens? Verschillende onderzoekingen in instellingen toonden aan dat er enige gelijkenissen waren, zelfs in instellingen van hoge kwaliteit met roulerende verzorgsters (waar het kind dus geen sterke hechting kon ontwikkelen met een individuele verzorgster). Kinderen die op tweejarige leeftijd in een pleeggezin werden geplaatst of geadopteerd werden ontdekte men dat ze op achtjarige leeftijd problemen hadden op sociaal gebied, ze vroegen extreem veel aandacht en ontwikkelden geen normale relatie met leeftijdgenootjes. Sommigen ontwikkelden zich in tegengestelde richting en werden apathisch en zochten bijna nooit toenadering om aangehaald te worden, ze waren tevens apathisch in hun reactie op anderen.

Zijn de gevolgen van vroege sociale deprivatie ongedaan te maken? uit verder onderzoek waarbij aapjes werden heropgevoed, na zes maanden van isolatie, bleek het te kunnen. Men plaatste een therapeut (zorgvuldig uitgekozen soortgenoten die onder gewone omstandigheden waren opgegroeid en jonger waren dan de patiënten). De therapeut was vasthoudend in het toenadering zoeken en was tevens te jong om met agressie te reageren, na zes maanden leken de patiënten te zijn hersteld. Wel leken ze later vatbaarder te zijn voor stress.

Ainsworth ontwikkelde de ‘vreemde-situatietest’ een test waarbij men kan constateren of een kind al dan niet ‘veilig gehecht’ is. Een moeder laat haar kind achter bij een vreemde persoon, in een vreemde omgeving en komt na een tijd terug.

Drie mogelijke resultaten.

a. het kind is veilig gehecht: de moeder gaat weg, het kind is verdrietig, laat zich na enige tijd troosten door de vreemde persoon en toont bij terugkomst van de moeder dat het heel blij is haar te zien

b. angstig ambivalent gehecht: kind is heel verdrietig, wil niet getroost worden door de vreemde, bij terugkomst van de moeder zoekt het kind nabijheid van moeder rond haar nek of been en trapt of slaat haar waar het kan. Een soort aantrekken en afstoten(idem gedrag van een puber)

bij je willen zijn en om je heen hangen+het je leven zuur maken.

Vaak ben je voor zo een kind geweldig zolang je levert wat het kind nodig heeft, zoniet wordt je voor rotte vis uitgemaakt als je geen tijd of aandacht voor hen hebt

→eerste contact meestal heel charmant(aangeleerd kunstje), maken enorm snel contact, allemansvriendje, komen in het eerste contact veel te kort bij (vb ze zitten direct op de schoot van een vreemde) een normaal ontwikkelende kleuter houdt in eerste instantie een zekere afstand

→op latere leeftijd blijven ze op peuterniveau stagneren, willen enkel hun lusten bevredigen, schrokken, alles willen hebben, puur impulsief gedrag, alle verantwoordelijkheid buiten zichzelf leggen, spelen met een ander kind gaat moeilijk, moet altijd zijn zin hebben.

c. het angstig vermijdend gehecht kind: moeder verlaat ruimte, kind reageert nauwelijks uitwendig, zoekt geen contact met begeleider, reageert ook niet wanneer moeder terug de kamer binnenkomt

→kind vertoont wel alle mogelijke fysiologische reacties van angst maar toont ze niet naar de buitenkant

→het zijn kinderen die volledig ondersneeuwen in de groep, ze zijn rustig en zonderen zich af

→nauwelijks emoties tonen en geen initiatief tot contact nemen

→lijken op afstandsbediening te functioneren

→op latere leeftijd hebben ze een onverzorgd uiterlijk, hun kamer toont geen enkel spoor van persoonlijkheid, geen sfeer, eigenlijk is het of ze niet bestaan

Het herstellen van een basaal gevoel van vertrouwen.

Hechtingsproblemen bij de mens ontstaan doordat de omgeving van het kind in de eerste levensjaren niet adequaat reageert op de behoefte van het kind. Dit wil echter niet zeggen dat je een basaal gevoel van vertrouwen niet zou kunnen ontwikkelen. Bij voldoende en juiste mate verkregen bevestiging in de loop van het leven kan een dergelijk vermogen langzaam tot stand komen. Het verwerken van oude pijn, verdriet en boosheid en het in toenemende mate ervaren van je eigenheid kunnen steen voor steen bijdragen aan het ontwikkelen van een stevige basis

artikel in de Humo: ‘hoe moeders van hun verstoten kind weer leren houden- een kind kan ook doodgaan van te weinig liefde’ de reporter Jan Antonissen bracht verslag uit van zijn bezoek aan de afdeling maternologie in een ziekenhuis te Brussel. Een plek waar moeder en kind het meest vanzelfsprekende wordt aangeleerd: van elkaar houden. Muriële, een jonge moeder, verklaart dat het niet gemakkelijk is een goede moeder te zijn als je er zelf geen hebt gehad. Op videobeelden wordt vastgelegd hoe de jonge moeders met hun kind omgaan, later worden ze met de beelden geconfronteerd. Men stelt vast dat er geen contact is tussen moeder en kind, ook niet bij het voeden. Er is geen oogcontact en het kind wordt ook nooit gewiegd of vertederd aangesproken. Er is een dringende noodzaak om vrouwen die “niet kunnen geven” bij te staan, anders gebeuren er ongelukken of de geschiedenis wordt herhaald. De dokter in het interview noemt het ‘de lokroep van de leegte’: ze veruitwendigen hoe ze zich vanbinnen voelen “leeg”. Psychologe Donatienne Morelle is haptonome en werkt er op de afdeling. Ze benadrukt het feit dat baby’s enorm ontvankelijk zijn voor de gevoelens van de moeder. Als de moeder lijdt, dan de baby ook. Ze heeft baby’s gekend die niet huilden, niet vroegen om eten, alleen maar omdat ze hun mama wilden ontzien. Als mama er weer bovenop komt vergaat het het kleintje ook beter. Sommige baby’s ondergaan in die drie maanden tijd een metamorfose: van stijve wezentjes met uitdrukkingloze blik veranderen ze in een gezonde, nieuwsgierige baby. Ze vindt het enorm belangrijk zowel moeder als baby aan te spreken en te behandelen.

Noodzakelijke voorwaarden om goed te hechten.

Lichamelijke en geestelijke gezondheid van de baby of kleuter vb huilbaby’s, eerste levensjaren in ziekenhuis doorgebracht, zwakke gezondheid

Temperament van het kind: is soms van groot belang, het ene kind wordt survivaler bij zware levenstrauma, het andere kind gaat eraan kapot

- temperamentvolle kinderen: het hebben van superouders die sensitief en responsief reageren is dan een must

- stille, rustige kinderen: worden nogal eens over het hoofd gezien (vooral bij een druk huishouden) en niet gestimuleerd

Fysieke toegankelijkheid van de opvoeder: er zijn als het kind je nodig heeft

- weeshuizen in China en Roemenië: door een groot personeelstekort en veel te weinig middelen worden weeskindjes nooit uit hun bedje gehaald of aangeraakt, wat tot rampzalige gevolgen leidt. Bij adoptie op latere leeftijd is er heel wat schade berokkent bij deze kinderen

- een gerenommeerde psycholoog had een jong meisje als pleegkind in zijn gezin opgenomen, ze wou kleuterleidster worden. Ze had schitterende resultaten in haar eerste jaar voor haar theoretische vakken, toch werd ze niet toegelaten tot het volgende jaar, ze bleek in de onmogelijkheid om liefde en warmte te geven aan de kleuters, als kleuter had ze geen de liefde en warmte gekend

psychologisch toegankelijkheid van de opvoeder vb depressieve ouder

stabiel opvoedingsarrangement vb niet te veel en niet te kortdurende relaties

veilige gehechtheid van de opvoeder

Onderzoek Nagy: eigen emotionele en relationele jeugdherinneringen van de centrale ouder is van groot belang voor de mate van sensitief responsief reageren naar hun kinderen

a.ouders met ambivalente hechtingsherinneringen: bij het in kaart brengen van hun kind vallen ze steeds terug op hun eigen kind zijn. Hun verhaal over jeugdherinneringen valt niet eenduidig samen te vatten, aan de ene kant idealisering van de ouder, aan de andere kant pijn, verdriet en boosheid tegenover de ouder (dubbele emotie), een patroon van afstoten en aantrekken; de ouder blijft in de kinderrol zitten; probeert het later beter te doen dan de eigen ouder( ze willen de mishandelingen die hun ouders hen aandeden, voorkomen bij hun kind→bij straf voelen ze dezelfde pijn als toen ze zelf kind waren, met als gevolg het kind stelt grensoverschrijdend gedrag→kind wordt niet gestraft, toedekken met de mantel der liefde→kind stelt meer en meer grensoverschrijdend gedrag, wil geen nee aanvaarden→plots door het lint gaan van de ouder doordat de maat vol is→ouder voelt zich opnieuw schuldig en troost het kind=>vicieuze cirkel), het is voor het kind volkomen onvoorspelbaar gedrag, het weet niet hoe het zich moet gedragen; zowel emotioneel als relationeel sterk wisselend

b. ouders met gereserveerde hechtingsproblemen: de ontwikkeling van hun kind wordt exact in kaart gebracht, prestatie lijkt erg belangrijk, weinig vertellen over relaties en emoties, een beleefde kilte in de ruimte, geen warmte of gezelligheid. Kinderen met vermijdende hechtingsproblemen hebben kilte ervaren en nauwelijks warmte, ze zetten dit patroon voort door alle relaties te vermijden, blijft louter functioneel (het kind leerde dat mensen enkel functioneel gaven, geen onvoorwaardelijke liefde), ze benadrukken hun eigen onafhankelijkheid, zelfstandigheid en hebben zogenaamd geen slechte ervaringen met hun ouders, idealiseren “mijn ouders hebben me gestimuleerd tot studeren”. Het gaat om “scoren”, “zelfstandigheid” en behalen van “mijlpalen”→principes van operant conditioneren. Ainsworth: een kind dat behandeld wordt alsof het er niet is, alsof het geen gevoelens heeft, alsof het niet getroost hoeft te worden, ontwikkelt voor zichzelf het beeld van onbelangrijk, slecht, hulpeloos en onmachtig zijn. Copingmechanismen van “cognitie”, “prestatie” en “zichzelf overschreeuwen” zijn manieren om deze pijn te onderdrukken.

Noot: Hierbij dient er te worden opgemerkt dat “schuld” door de ouders misplaatst is, geen enkele ouder is bewust te weinig sensitief responsief. Het onvoldoende sensitief responsief zijn kan heel verschillende oorzaken en meervoudige oorzaken hebben. vb verminderde draagkracht van de ouder door verschillende factoren

Illustratie “hoe een kind met hechtingsproblemen zich voelt”

Wim Schouten illustreert op volgende manier hoe een kind met hechtingsproblemen zich voelt: Je wordt geblinddoekt en gevraagd je handen uit te steken op zoek naar contact.

→ iemand die veilig gehecht is zal warme handen voelen die omhelzen

→ iemand die vermijdend gehecht is zal blijven zoeken naar handen om vast te nemen, maar zal ze nooit ervaren

→ iemand die ambivalent gehecht is zal eventjes handen ervaren met direct erna een tik op de handen.

BELANGRIJKE BEGRIPPEN IN DE HAPTONOMIE

Tasten, voelen en aanraken.

Ze lijken het zelfde maar zijn wezenlijk verschillend. Alle drie de begrippen hebben betrekking op het aangaan van het contact met de binnenwereld van het individu en met de wereld buiten hem. Het verschil in betekenis tussen de drie is vooral de diepte van het contact, de emotionele laag die daarbij wordt geraakt en de intentie te ontmoeten

Tasten is een afstandelijke beweging die vooral gericht is op het object. Voelen is het gewaarworden van je eigen lichamelijke reacties, die zijn te onderscheiden in lust of- onlustgevoelens of gevoelens van onbehagen of behagen. Aanraken is voelen met de intentie om te weten hoe het met de ander gaat. Als ik de ander wil ontmoeten. Dan raak ik de ander in een diepere laag, ik wil weten wat er onder de huid zit, de hele persoon voelen via de aanraking van de huid. Een goede respectvolle aanraking toont betrokkenheid in de ander. Een goede aanraking wordt gekenmerkt door een afstemming op de ander persoon. Door een ongevoelige of niet afgestemde aanraking krimp je ineen, je wordt beperkt in je ruimte en vrijheid en dat heeft veelal een afwerende reactie. Een goede aanraking nodigt uit tot contact en toenadering. Het is altijd een vertrouwenswekkende aanraking. Het zelfde geldt voor een aanraking op afstand. Het is gepast, in de maat van wat op dat moment voelbaar is in die ruimte of bij die persoon.(weinig respectvol kan bvb lachen op een begrafenis zijn).Wanneer je bij vrienden op een ongelegen moment binnenvalt, kun je dat direct in de ruimte aanvoelen .

Ontmoeten en contact, openen en afsluiten

Bij een ontmoeting voel ik de ander, maar ik voel ook iets bij mezelf. De ander brengt iets teweeg bij mij en raakt mij. De wijze waarop ik me presenteer heeft effect op de ander, deze wederkerigheid in de ontmoeting, noemen we con-tact, wat letterlijk betekent ‘met-gevoel’, waarin doorklinkt dat beide gevoel hebben voor elkaar en voor zichzelf. Maar zelfs als ik me niet laat zien of voelen heeft dat een effect op de ander. Ik laat daarmee voelen geen contact te willen. We kunnen kennelijk zelf bepalen of we ons openen voor gevoelens of er ons voor afsluiten. Een haptonomisch contact is altijd een ontmoeting tussen 2 of meerdere personen. Een vluchtig contact is nog geen ontmoeting er is geen sprake van gevoelsmatige wisselwerking, echtheid in het contact. Het is een keuze om de ander te willen ontmoeten en de relatie te verdiepen? En anders kun je besluiten dat de ander niet belangrijk genoeg voor je is om er een gesprek of een conflict mee aan te gaan. We moeten niets, we hoeven niets te verbergen, we mogen zijn wie we zijn. Haptonomisch contact is gebaseerd op oprechte betrokkenheid. Door de manier waarop de therapeut zijn cliënt aanraakt laat hij voelen dat die er voor hem toe doet, dat hij hem aanvaardt zoals hij is. De therapeut raakt geen machine aan, maar een persoon als geheel met al zijn talenten, kwaliteiten, tekortkomingen en kwetsbaarheden, en hij zal laten voelen dat hij het vertrouwen niet zal beschamen of beschadigen.

Affectiviteit

Niet kijken maar zien, niet horen maar luisteren, niet tasten maar voelen. Affectief contact is een vorm van contact waarbij iemand wordt geraakt in zijn gemoed of gevoel. De bekende ‘gevoelige snaar’ wordt geraakt in positieve of negatieve zin. Een ander weet zich gezien als je niet objectiverend kijkt (als naar een mens-ding) maar subjectiverend (oprecht benieuwd zijn naar de ander en respect voor hem of haar hebben). Naar iemand luisteren is een actieve houding. Deze houding betekent dat je moet openstaan, het is van belang de ander serieus te nemen, luisteren naar de onderliggende boodschap, luister naar de behoeften die worden uitgedrukt. Iemand kan zeggen dat het goed met hem gaat, maar heel zijn lichaam toont iets anders. Tegenover een affectieve aanraking (bvb. een moeder die haar zieke kind verzorgt) staat een effectieve aanraking (hierbij kan je denken aan een dokter die zijn zoveelste patiënt onderzoekt).

Taal

Voelen doen we allemaal een hele dag door. Het heeft niet veel zin alles te verwoorden, noch voor jezelf noch voor een ander. Toch blijkt vaak dat verwoorden van je gevoel verschillende positieve effecten kan hebben:

1. je krijgt inzicht in je gevoelens als je ze probeert te verwoorden

2. je brengt een ordening aan: gevoel is vaak niet eenduidig, het is soms een kluwen die dient te worden ontrafeld

3. je maakt contact met de buitenwereld, je laat jezelf zien en in dat contact kun je de ander gebruiken als spiegel of klankbord

4. het niet delen en verwoorden van je gevoelens of gedachten met iemand kan leiden tot hersenspinsels of oneindig gepieker. Een gevoel van gejaagdheid, onrust of elk ander gevoel kan je dagen of zelfs langer parten spelen en je handelen bepalen, als je het kunt verwoorden en delen met iemand ondek je veelal dat de onrust te maken heeft met opgekropte irritaties dan met een fysiek probleem.

Een hartwerkende man, vader van drie jonge kinderen ging met lichamelijke klachten (hartkloppingen, bevingen en nervositeit)naar de dokter. De huisdokter kon niets vaststellen en raadde hem aan om eens een gesprek met een psychotherapeut te voeren of om een yogacursus te volgen. In eerste instantie was hij heel boos met de opmerking van zijn huisarts, toch ging hij op het advies van de dokter in en ging in psychotherapie. Hij bevond zich in een situatie die hij helemaal niet had gewild: hij wou slechts één kind, maar kreeg er drie kort op elkaar volgend, hij had een hekel aan zijn baan, maar doordat hij kostwinner was kon hij er onmogelijk de brui aan geven. Hij had als kind geleerd niet te klagen, als volwassen man deed hij het ook niet, hij “slikte alles in”. Hij was innerlijk ontzettend kwaad en verdrietig geweest wanneer zijn vrouw hem meedeelde dat ze opnieuw zwanger bleek te zijn. Innerlijk had hij zich ontzettend kwaad en verdrietig gevoeld, in plaats van zijn boosheid en ontgoocheling te tonen, veinsde hij dat hij blij was. Na zijn kortdurende therapie, voelde hij zich veel lichter, zijn lichamelijke klachten waren verdwenen, ze bleken voort te komen uit “opgekropte woede”. Delen is helen: als je je zorgen aan anderen kwijt kunt, ben je er al grotendeels van verlost. Hij vroeg geen advies of raad, gewoon iemand die luisterde, iemand die hem toeliet te voelen wat hij voelde zonder te veroordelen.

In therapeutische zin is iets kunnen verwoorden van groot belang om oude en nieuwe gevoelens in te kaderen. Je kunt beschadigingen of trauma’s alleen verwerken als deze worden doorleefd, maar niet zonder ze een plek te geven in de geschiedenis en herinneringen. Alleen voelen van de emoties is niet helend en maakt niet beter er moeten ook woorden aan worden gegeven aan die gevoelens. Het gaat niet om woorden op zichzelf maar om de intonatie, de ‘kleur’, de context. Het gaat om een communiceren op betrekkingsniveau, vanuit het gemoed, het gevoel. Communiceren enkel op inhoudsniveau is een cognitief proces, is zakelijk. Soms is het veiliger veel te praten, want dan hoef je je gevoel niet te laten zien en niemand echt te ontmoeten vb social talk.

TOEPASSINGSGEBIEDEN.

haptonomsich contact in de hulpverlening:

In de zorgrelatie zijn hulpvrager en hulpverlener steeds in contact met elkaar. Een gevolg van dat contact is dat het doen en laten van iemand altijd waargenomen wordt, bewust of in de marge. Beide verkrijgen informatie via de zintuigen over elkaar en deze informatie heeft dus invloed op het gevoelsleven van de mens.

Informatie langs verschillende kanalen:

1. prikkels voelen via de aanraking: tussen aanraking en gevoel/emotie ligt een directe verbinding. Denk maar aan het verschil tussen een “slappe handdruk” en een “stevige handdruk”

2. prikkels voelen via voorwerpen: een verpleegkundige zal via de injectienaald heen haar tast verleggen tot het weefsel onder het punt van de naald

3. prikkels via de ruimte: de ruimte en de mensen kunnen een bepaald gevoel geven. Alle zintuigen geven informatie over de ruimte waarin men zich bevindt. In het contact tussen mensen spelen afstanden een belangrijke rol.

Hall onderscheidt 4 zones nl.:

-de maatschappelijke zone(afstand meer dan 3 à 4 meter): er is geen gesprek, men neemt geen notie van elkaar, bekenden begroeten elkaar(zwaaien)

-de sociale zone (120cm tot 4m): het gesprek heeft een vertrouwelijk karakter, sociale contacten, de ander wordt aanvaard in die ruimte

- de individuele zone (45cm tot 120 cm): vertrouwelijke gesprekken, voorwaarde is wederzijds vertrouwen

- de nabijheidszone (45cm): uitwisseling van emoties, intieme zone

Gezondheidswerkers en hulpvrager verkeren altijd in de sociale, individuele en de nabijheidszone. Dit betekent dat er dus altijd contact is, tenzij de ander zich daarvoor afsluit. Haptonomisch contact is een ontmoeting op basis van wederkerige gelijkwaardigheid. Daarom is het van belang dat er tactvol gehandeld wordt tijdens dit contact. Takt komt van het Latijn tactus en betekent ‘tastgevoel’. We spreken van een haptonomisch contact. Kenmerken van haptonomisch contact zijn prudentie(naderen met behoud van afstand), transparantie(jezelf helder, doorzichtig opstellen) presentie(er op het juiste moment 100%voor de ander zijn)

haptonomische zwangerschapsbegeleiding

De zwangerschap is steeds een periode waarin heel wat gebeurt, niet alleen op het zuiver fysiek vlak, maar ook op emotioneel en relationeel vlak.4840 Via deze begeleiding worden moeder, vader en het kind met elkaar voelend in contact gebracht. Via een gedoseerde pijnbelasting krijgt de vrouw inzicht hoe zij omgaat en reageert op pijn. Geleerd wordt de pijn niet te ontwijken, maar om er naar toe te voelen, zodat de pijn zachter wordt ervaren waardoor de vrouw meer zelfvertrouwen krijgt en niet weerloos de pijn van de bevalling tegemoet hoeft te treden. Zwangerschap en geboorte gaan met heel wat gevoelens gepaard: blijdschap, verwarring, angst... Niet zelden zal de eigen geboorte, kindertijd of opvoeding of verdriet uit het verleden ter sprake komen. Alle gevoelens dienen herkend en erkend te worden, ook en vooral de zogenaamde ongepaste gevoelens die bij een geboorte horen. Zwangerschap en geboorte worden heel vaak rooskleurig afgeschilderd, terwijl het in realiteit nogal eens anders ervaren wordt. Gevoelens van droefheid, angst of twijfel die niet naar voren durven geschoven worden, worden verdrongen met alle gevolgen van dien.

haptonomische stervensbegeleiding

Het bijstaan van iemand die sterft vereist dat je volledig aanwezig (niet alleen fysisch) bent. Het contact met de stervende moet oprecht, open en eerlijk zijn. Ook je eigen twijfels, boosheid, verdriet en onzekerheden kun je laten voelen. Het is niet aan jou om te bepalen of de stervende het aankan. Een achterhouden van informatie, gevoelens en emoties levert eerder een verwijdering of een verschraling van contact op. Terwijl dat affectieve contact nu juist zo heilzaam en belangrijk is en de ander kan helpen in zijn proces van sterven. Open en affectief contact geeft de stervende het gevoel er niet alleen voor te staan. Een gevoelsmatig afwezig zijn voedt het gevoel van eenzaamheid. Dat is beangstigend en geeft geen rust om een weg te vinden in het aanvaarden van de naderende dood. Tegelijkertijd zorgt de oprechtheid voor een verdieping van de relatie, vaak zelfs dieper dan het leven dat eraan voorafging. Want daarin zijn er meestal niet veel momenten waar men stilstaat bij het leven, uitmaakt wat belangrijk is, wanneer tijdens het stervensproces zaken als carrière, najagen van succes, materiële voorspoed en andere schijnbaar belangrijke dingen wegvallen, komt men terug tot de essentie. Het kan een constructieve, positieve en creatieve levensfase zijn, waarin zich als het ware de laatste kans aandient om te komen tot zelfverwezenlijking en persoonlijke groei. Door oprechtheid en waarachtigheid in het contact met je dierbaren en jezelf, waardoor je je masker kunt afgooien en pantser kunt uitdoen. Het aanwezig kunnen zijn bij een geleidelijk stervensproces tot aan de werkelijke aanvaarding van de naderende dood van een dierbare maken mensen meestal wijzer, rijper en milder. Ze zijn als mens gegroeid en beter in staat het leven te leven.

haptonomie in rust- en verzorgingsinstellingen

Bezoek aan Sint-Bernardus te De Panne, de verpleegsters krijgen een cursus haptonomie in hun opleiding “comfortzorg”. Bewoners worden er respectvol behandeld, ze krijgen medezeggenschap in hun leefgemeenschap. Er is een snoezelruimte waar bewoners een aromatisch bad kunnen nemen, een hand en voetmassage kunnen krijgen.

haptonomisch contact in een instelling voor mentaal en fysisch gehandicapten:

massage wordt gezien als een nieuwe mogelijkheid in de begeleiding van geestelijke gehandicapten met ernstige gedragsproblemen Interview met Magda: Magda werkt als opvoedster in leefgroep “lenteweelde”, Magda geeft regelmatig een relaxerende massage aan ernstig mentaal gehandicapten, ze behaalde heel mooie resultaten vooral bij een autistisch meisje “Patsy”. Patsy negeerde elk contact en wou niet aangeraakt worden, bij een aanraking werd ze hysterisch, ze zocht zelf ook nooit contact met haar ouders, begeleiders, medebewoonsters van de leefgroep. Patsy was wel enorm geboeid door geurtjes, Magda greep aroma’s aan als aanknopingspunt en ging zo geleidelijk aan contact opbouwen, eerst liet ze haar ruiken aan verschillende aroma’s, dan ging ze langzaam over tot een voet en handmassage, na enkele maanden van geleidelijke opbouwende massage kwam ze tot een volledig relaxerende massage, zo kreeg Magda eindelijk contact met het diep mentaal gehandicapt meisje. De verwachtingen overtroffen haar stoutste verwachtingen. Patsy komt af en toe spontaan bij haar zitten en tegen haar aanleunen. Ook voor haar ouders en leefgroep werd ze toegankelijker in omgang.

haptonomie bij visueel gehandicapten

artikel:”aanraken is ook een taal of hoe Kees contact kreeg door massage” uit het magazine “klik”, Kees is blind en doof dan heb je alleen de huid nog over om te communiceren. Kees was een heel opstandige, agressieve jongeman, weinig opvoeders hadden nog geduld met hem, tot een stagair prachtige resultaten haalde met veel geduld en vooral lichamelijk contact door het geven van massages. Kees werd veel rustiger en werd opener tegenover andere opvoeders.

HAPTOTHERAPIE.

Waarom therapie en waarom haptotherapie?

Het is een therapie met het lichaam als aangrijpingspunt. Haptotherapie helpt je om opnieuw te leren voelen, om te leren loslaten, om meer jezelf te worden, om te leren omgaan met pijn en verdriet, om meer voor jezelf op te komen, je grenzen aan te geven, opener worden in het contact met anderen, om te groeien.

Afgesloten zijn voor je gevoel, een overlevingsmechanisme.

Het is een overlevingsmechanisme dat optreedt wanneer we in situaties komen die zo heftig zijn dat het voelen automatisch wordt uitgeschakeld. Als je in de eerste instantie moet overleven., letterlijk, dan moet je alleen maar handelen.(bvb vormen van dreiging, seksueel en fysiek geweld, tijden van oorlog, bij ongeval enz.). Wanneer dergelijke traumatische ervaringen niet op de juiste wijze worden doorleefd, kan het afsluiten een overlevingsmechanisme worden, dat uiteindelijk een deel van jezelf wordt. Je leeft dan op je verstand, want voelen is te pijnlijk. Je wordt als het ware toeschouwer van je eigen leefwereld, in plaats van deelnemer aan de wereld. Als je in je gevoel gekwetst bent, bescherm je jezelf voor een volgende kwetsing, door een soort verdedigingsmuur op te trekken om maar niet te hoeven voelen. Achter die muur zitten echter wel nog steeds die gekwetstheid en de pijn. Deze woekeren door en kunnen aanleiding geven voor gevoelens van onvrede en leiden tot depressiviteit. Daarnaast kost het heel veel kracht en energie om de muur voortdurend in stand te houden. Vroeg of laat stort de muur in. In lichamelijke zin kunnen zich allerlei klachten voordoen (rugklachten, nekklachten, migraine, hoge bloeddruk, ernstige vermoeidheid, slapeloosheid). Kortom je aanpassingsmechanismen zijn niet meer in staat je op de been te houden. Het afsluiten van het voelende deel van jezelf heeft er voor gezorgd dat je de last niet meer kunt dragen. Je zou kunnen zeggen wanneer je niet (meer) zelf in staat bent om je verhaal te vertellen, je lichaam dat op een gegeven moment van je overneemt. Wanneer je je grenzen stelselmatig overschrijdt en nooit naar je lichaam luistert, want je gaat nog een tijdje door op wilskracht, krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. Je kunt je voorstellen dat beschadigingen die iemand in zijn kindertijd opdoet, kunnen leiden tot veel diepgaander en langdurende vormen van overlevingsmechanismen, die veel kracht kosten en waarbij bovenal een deel van het wezen van de mens niet aan bod komt, namelijk het gevoelsleven. Behoefte aan contact is van nature aanwezig. De ontmoetingsbereidheid kan door verschillende ervaringen in het leven zijn afgenomen of zijn gefrustreerd, maar kan door een goede affectieve aanraking weer tot leven komen. Van dit gegeven maakt de haptotherapie gebruik. Men tast het lichaam af naar spanningen en bij een spanning staat men stil en probeert men bewust te worden van wat men voelt, men probeert het gevoel aan een situatie te linken. Het geblokkeerde gevoel opnieuw te laten stromen. Vertrouwen is een absolute must, want men probeert te komen tot een aanraking waarbij het lichaam zich volledig ontspant en als aangenaam wordt ervaren. Blokkades worden weggewerkt, men leert opnieuw grenzen aangeven (wat wil je? Wat absoluut niet?)

tegenindicaties

Bij psychiatrische patiënten dient de behandeling te gebeuren na advies en samen met een behandelende psychiater. Het gaan voelen van emoties via lichamelijk contact kan negatieve gevolgen hebben. De mogelijkheid bestaat dat er een psychose optreedt als de gevoelens niet meer zijn te controleren.

Verschillende stadia in het helingsproces van emotioneel-psychische problemen.

De fasen zijn niet zo strikt en in de praktijk lopen ze door elkaar, maar voor het overzicht en duidelijkheid zijn ze uit elkaar gehaald.

- Fase 1: vertrouwen en veiligheid creëren.

Helen in (hapto)therapeutische zin is een proces waarbij de mens van binnenuit en op eigen kracht, maar niet alleen, werkt aan herstel. Herstel is alleen mogelijk binnen de context van relaties, dat wil zeggen in verbinding met anderen en kan niet in een isolement plaatsvinden. Dit houdt in dat elk herstel van contact begint met het creëren van veiligheid en onderling vertrouwen. Zonder vertrouwen kan de begeleiding (coaching) niet verder gezet worden. Het is van belang hier zoveel tijd voor te nemen als nodig.

-Fase 2: het onder ogen zien van de waarheid, het echte verhaal of het onbewuste geheim(begin van herstel)

Het lichaam de gelegenheid geven om aan de oppervlakte te brengen wat het allemaal meedraagt. De vicieuze cirkel van de verdringing: het ware verhaal die door het lichaam onderdrukt is, produceert symptomen om eindelijk erkend en serieus genomen te worden. Het bewustzijn weigert echter, net als in de kindertijd, daarop in te gaan omdat het in die tijd geleerd heeft dat verdringing zijn leven heeft gered en omdat niemand hem vertelt dat de volwassen mens niet zou hoeven te sterven aan de kennis van de geschiedenis. Dat kennis van de waarheid integendeel ervoor zorgt dat hij gezond wordt’ (Alice Miller in Drama van het begaafde kind). Vaak blijft het geheim bestaan, omdat het voelen ervan te pijnlijk is. Maar ons lichaam heeft blijkbaar alle gevoelens en ervaringen opgeslagen, waardoor het verhaal niet in verbale vorm naar buiten komt, maar in de vorm van symptomen, klachten of gevoelens van onbehagen waar we geen raad mee weten. Dat verhaal is niet altijd een krenking in de vroege jeugd, maar kan ook een geheim zijn die zich de laatste jaren, maanden of weken heeft afgespeeld. Van welke orde het geheim ook is, een gemeenschappelijk kenmerk is dat er sprake is van leed en pijn. We zijn geneigd het te verstoppen of ons ertegen te verzetten, zodat we het niet hoeven te voelen. We plaatsen pijnlijke gevoelens ofwel buiten onszelf of kapselen ze in, alsof ze niet bij ons horen. Dit innerlijk verzet lijdt uiteindelijk tot onvrede met onszelf en onze omgeving. Pas als we accepteren dat het leven naast geluk en liefde ook pijn en verdriet kent en we deze gevoelens de ruimte geven door er niet bang voor te zijn, kunnen de verstarring, verkramping en de spanning uit ons lijf verdwijnen. Gevoelens die we wel hadden, maar er niet mochten zijn, kunnen opnieuw worden herkend, geuit en daardoor worden erkend, om zodoende een plaats te krijgen in het leven van nu.

-Fase 3: helen is doorvoelen en rouwen.

De gevoelens die bij het verhaal horen voelbaar maken voor jezelf en ze doorleven, zodat verwerking daarvan kan plaatsvinden. Het rouwen om datgene dat niet gevoeld kon worden, ofwel het rouwen om de vervreemding van jezelf is van wezenlijk belang in de weg naar volledig herstel. Rouwen begint met het accepteren van de gevoelens die zich voordoen bij het verhaal dat zich aandient. Dat is moeilijk want het gaat gepaard met pijn en je hebt ze niet voor niets weggedrukt uit het bewustzijn. Het betekent dat je onder ogen moet zien wat je niet wil weten. In plaats van te vluchten voor de innerlijke pijn kun je deze tegemoet treden, gaan verkennen en doorvoelen zodat heling kan plaatsvinden. Het is niet voldoende alleen een analyse van het verhaal te maken, het is belangrijk de bijbehorende gevoelens en emoties ook te doorleven. Herinnering zonder gevoelslading heeft bijna nooit enige uitwerking (Freud)

-Fase 4: helen is integreren.

Langzamerhand ontstaat er een hernieuwde verbinding met jezelf en van daaruit met je omgeving. Er ontstaat een nieuw evenwicht, meer zelfvertrouwen en vertrouwen op wat je voelt waardoor je je vanuit dat gevoel beter kunt presenteren aan je omgeving. Nu kun je de verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en ben je in staat verantwoorde keuzes te maken. Het verschil met het verleden is dat er nu een verbondenheid is met een ander, iets wat toen juist ontbrak. Het in alle opzichten aanwezig zijn van de therapeut, vanuit zijn eigen echtheid en oprechtheid (Rogers), is voor de cliënt een aanmoediging om gevoelens te (her)beleven en deze te integreren in zijn huidige leven. Pas op het moment dat een verhaal geen heftige reacties meer oproept, begint het een deel te worden van de ervaring en het leven van de persoon. Het verdriet en de pijn verliezen hun scherpe kanten en de ervaring raakt op een natuurlijke manier geïntegreerd in het leven van nu. Er is om gehuild, de wond is schoongepoeld en er kan rust in het lijf komen. Het leed is niet meer buitengesloten maar toegeëigend, zodat het mogelijk wordt opnieuw de positie te bepalen ten opzichte van de wereld om ons heen. Her-stellen is opnieuw positie in nemen. Opnieuw de verbinding met de buitenwereld aangaan.

CASUS

Casus uit ‘haptonomie: een kwestie van gevoel’ door Bob Boot

Titia is een vrouw van vierendertig en heeft als probleem dat ze geen langdurige diepgaande relaties kan aangaan. Ze heeft geen vrienden en heeft slechts enkele heel kortdurende relaties gehad. De contacten die ze heeft zijn heel oppervlakkig en spelen zich af op haar werk. Ze voelt zich vaak heel eenzaam. Titia is enig kind en ziet nog geregeld haar ouders, maar het contact is niet erg goed en dat is eigenlijk nooit anders geweest. De sfeer waarin ze werd opgevoed was koel en afstandelijk, de nadruk werd gelegd op intellectuele prestaties. Emoties werden bij haar thuis nooit getoond, lichamelijk contact heeft er, zolang ze zich kan herinneren, niet geweest en over seksualiteit werd er niet gesproken.

Eerst werden er enkele oefeningen gedaan om Titia te leren haar eigen gevoelens en behoeftes waar te nemen. Het bleek dat ze die vooral bepaalde door haar verstand. Bij een oefening waar de therapeut naar haar toeliep en zij de grens moest bepalen tot waar hij mocht komen, gaf ze enkel op dertig centimeter aan dat hij moest stoppen, terwijl ze al op 3 meter afstand spanning voelde op komen. Na verloop van tijd ging zij steeds nauwkeuriger voelen wat goed voor haar was en wat niet. De signalen die ze van haar lijf waarnam begon ze serieus te nemen en aan te geven. Ze werd steeds duidelijker in haar communicatie. Op een bepaald moment kwam de therapeut toe aan het maken van lichamelijk contact via aanraking. Hij begon met het aanraken van haar benen, waarna haar rug en armen volgden. Aanvankelijk sloot zij zich af voor het contact. Ze vond het eng en was bang voor de nabijheid van de aanraking. Maar na verloop van tijd durfde ze zich voor de aanraking open te stellen. Ze voelde dat ze zich kon ontspannen en er rustig van werd. Dit in tegenstelling tot de angst die ze voorheen voelde bij nabijheid en lichamelijk contact. Een tijd lang is het voor haar verwarrend geweest dat het lichamelijke contact ook goed kon voelen en dat ze zich op die manier met een ander kon verbinden zonder angst dat ze zichzelf zou verliezen. Na enige tijd merkt Titia dat ze zich in contacten met mensen niet meer altijd afsluit. Haar zelfbeeld begint te veranderen, ze vindt zichzelf opnieuw de moeite waard en heeft aanzienlijk meer zelfvertrouwen gekregen. Dat heeft er toe geleid dat ze zichzelf steeds meer durft te laten zien. Ze durft zich kwetsbaar op te stellen en bij anderen aan te geven wat haar goed doet en wat ze graag wil. Maar ook het aangeven van grenzen en zeggen wat haar niet bevalt, gaat haar steeds beter af. Langzamerhand begonnen zich vriendschappen te ontwikkelen. Ze had geleerd genegenheid te geven en ook te ontvangen. Bij het afscheid had ze aangegeven dat ze eindelijk was beginnen leven, sinds het toelaten van mensen in haar leven.

GERAADPLEEGDE BRONNEN.

Boot Bob. Haptonomie een kwestie van gevoel.

Miller Alice. Het drama van het begaafde kind.

Veldman Frans. Haptonomie, wetenschap van de affectiviteit.

Vansant Bob. Dagboek van een psychotherapeut.

Lundberg Gary en Saunders Joy. Problemen laten bij wie ze horen.

Vaessen Giel. Als hechten moeilijk is.

Diekstra Pieternel. Omgaan met hechtingsproblemen.

Trobe Thomas en Demant Gitte. Vertrouwen is goed...zelfvertrouwen is beter.

Gawain Shakti. Intuïtie.

Gladwell Malcolm. Intuïtie. De kracht van denken zonder er bij na te denken.

Rebel Günther. De juiste lichaamstaal.

Cursus “sociale psychologie” en “ontwikkelingspsychologie” open universiteit Nederland

Cursus “comfortzorg- PDL, een kwaliteit van zorg voor de passieve mens” door Liesbet Blomme

Thesis “Massage, een kans tot ontmoeting tussen de mentaal gehandicapte mens en zijn begeleider” door Magda Danis

Workshop “bodymindtraining” door Dirk Lannoo (kinesist, osteopaat en emotioneel lichaamswerker)

Interview Heid Rau: gestalttherapeut en haptonomische zwangerschapsbegeleidster

Interview Magda Danis. Begeleidster van de leefgroep “Lenteweelde” Instituut Maria Ter Engelen in Klerken

Interview en rondleiding Fabienne Florizoone. Verpleegster RVT Sint-Bernardus te De panne.

Internetsite: http://haptonomie.nl

Tijdschriften:

Libelle artikel “niet te close graag” een artikel over bindingangst, verlatingsangst

Humo artikel “bye bye baby blues: hoe moeders weer van hun verstoten kind leren houden” Jan Antonissen

Massagecursussen:

-intuïtieve massage door Nele Vandezande(kinesi-, relaxatie- en danstherapeute) en Magda Cremers (aromatherapeute)

- basiscursus shiatsu door Maartje Huibers

- aromatische massage door Veerle Waterschoots

- massagetechnieken - syntra west