Warning: include(top.php) [function.include]: failed to open stream: No such file or directory in /var/www/vhosts/psy.cc/www/5760.php on line 1

Warning: include() [function.include]: Failed opening 'top.php' for inclusion (include_path='.:/usr/share/php:/usr/share/pear') in /var/www/vhosts/psy.cc/www/5760.php on line 1
De psychosen
Warning: include(header.php) [function.include]: failed to open stream: No such file or directory in /var/www/vhosts/psy.cc/www/5760.php on line 3

Warning: include() [function.include]: Failed opening 'header.php' for inclusion (include_path='.:/usr/share/php:/usr/share/pear') in /var/www/vhosts/psy.cc/www/5760.php on line 3

DE PSYCHOSEN

BEPALING

Een psychose is een gedragspatroon waarbij de persoon kortdurend of langdurig leeft in een denkbeeldige realiteit. Deze realiteit noemt men waan (delier).

Opmerking:

- delier, waan (Fr. délire, Eng. delusion) mag men niet verwarren met delirium = delirium tremens (Fr. en Eng. delirium)

- voor de Amerikanen is psychose en schizofrenie synoniem.

OORZAAK

Bij de acute psychosen is er meestal een scheikundige oorzaak (bv. drugs) of een sterke psychische stress (bv. gijzeling) of stemmingsstoornis (bv. zeer zware depressie). De chronische psychosen, zelfs als ze plots ontstaan, wijzen meestal op een sterke ontwikkelingsstoornis van de persoonlijkheid.

HET PSYCHOSEMECHANISME

Net zoals bij de depressie moeten er twee voorwaarden vervuld zijn opdat een psychose zou kunnen bestaan:

1. een irreële manier van denken, waarbij de associaties niet gecontroleerd en gecorrigeerd worden met andere kennisgegevens.

2. een gestoorde scheikundige toestand in de neurotransmitters: een te sterke concentratie van NA en DA.

Zodra de situatie geïnstalleerd is, zullen beide bovenstaande elementen elkaar versterken, zodat het bij de behandeling geen zin meer heeft zich af te vragen wat de oorspronkelijke oorzaak of stoornis was.

UITLOKKENDE FACTOREN

1. Psychisch. Zoals voorheen uiteengezet, worden wij geboren zonder realiteitszin. Een kind dat "speelt" leeft strikt genomen in een waanwereld. Het is slechts mettertijd dat wij een realiteitsbesef en -controle krijgen. Voorwaarde is echter, dat wij ons in die realiteit vrij goed leren voelen, m.a.w. dat het voor ons aangenamer is realistisch te zijn dan in onze fantasmatische wereld te leven. Overigens is het realiteitskarakter van onze denkwereld nooit 100%. Ook een neuroticus (en dat zijn wij allemaal) is voor een deel irrealistisch, bv. als hij zich inbeeldt dat hij een fantastische indruk maakt, terwijl men hem in feite jaloers of spottend bekijkt.

2. Biochemisch. Het evenwicht in onze hersenen is zeer kwetsbaar. Zelfs een beetje alcohol kan het al verstoren. Het is dan ook begrijpelijk dat wij "doorslaan" bij hoge koorts ("ijlen"), drugs, virale herseninfecties, en dat sommige mensen biochemisch net een te sterke activiteit van bepaalde neurotransmitters hebben.


BEHANDELING

A. MEDICATIE: DE NEUROLEPTICA

Dit zijn medicamenten die de concentratie van sommige neurotransmitters (vnl DA, 5HT en NA) verlagen, waardoor zowel het angstniveau als de hallucinaties verminderen, en waardoor dan een beter contact (bv. psychotherapie) en sociale reïntegratie mogelijk worden.

HISTORISCHE NOTA

Phenergan (promethazine) was reeds rond 1947 bekend om zijn sederende en anti-allergische verschijnselen, wat bij operaties nuttig was. Op zoek naar een betere vorm ervan, ontdekten de Franse chirurg Laborit en Simone Courvoisier van de firma Rhone-Poulenc in 1950 largactil (chlorpromazine), waarvan het antimanisch en psychotisch effect slechts in 1952 ontdekt worden door de Franse psychiaters Deniker en Delay.

De Belgische firma Janssen ontwikkelt in 1958 haldol, vertrekkend van een krachtig krampwerend middel priamide, en op zoek naar een beter. De basisstructuur van de reeks der butyrofenonen gelijkt op morfine (een pijnstillend maar ook licht neuroleptisch product), waarbij men getracht heeft de morfine-effecten te vermijden, om alleen de neuroleptische over te houden. Haldol geldt thans als een der beste neuroleptica ter wereld.

PRODUCTEN

Scheikundig zijn er vier grote groepen: de fenothiazines (bv. largactil), de butyrofenonen (bv. haldol), de thioxanthenen (bv. fluanxol) en sulpiride (bv. dogmatil).

- HALDOL: onderdrukt zeer doeltreffend het angstniveau, de hallucinaties en de waangedachten. Hebben ook invloed op opwinding, agressiviteit, doch ook op braakneigingen en stotteren.

Bijwerkingen: Extrapiramidale tekenen, zoals spierstijfheid, rigiditeit, oogstoornissen, speekselvloed, accomodatiestoornissen. Verminderde libido. Dalen bloeddruk (ortostatische hypotensie). Droge mond. Als laattijdige bijwerking (vooral bij vrouwen): tardieve dyskinesie (ticbewegingen, vnl rond mond).

- HALOANISONE: vooral tegen hallucinaties

- MELLERIL: vooral tegen angst

- DOMINAL: vooral tegen agressiviteit

- NEULEPTIL: vooral tegen prikkelbaarheid, woedebuien, "epileptisch" karakter

- PRAZINE: sterk kalmerend, doch doet bloeddruk erg dalen, en kan bij epileptici aanvallen uitlokken.

- NOZINAN: vooral bij opgewondenheid door pijn

- FRENACTIL: vooral tegen seksuele hyperactiviteit

- ESUCOS: bij slechte eetlust (anorexia nervosa)

- DOGMATIL: doeltreffend bij obsessionele gedachten, psychosomatische ziekten, en bij ontwenningsverschijnselen.

RETARDNEUROLEPTICA

Dit zijn neuroleptica waarbij het effect dagen- of wekenlang duurt. Voordeel is, dat patiënten met weinig ziekte-inzicht (zoals meestal bij psychosen) toch blijvend onder medicatie staan. Ook zijn de bijwerkingen veel minder, omdat de dosis in het bloed veel gelijkmatiger is.

orap: (pil) 1 dag

semap (pil) en imap (inspuiting): een week

fluanxol depot (inspuiting): 2 a 3 weken

haldol decanoaat (inspuiting): 4 weken.

TEGEN DE BIJWERKINGEN der neuroleptica:

- Kemadrin, disipal, tremblex, artane: tegen de extrapiramidale bijwerkingen
- Effortil: tegen ortostatische hypotensie
- Sulfarlem: tegen droge mond.

Bovenstaande namen zijn uiteraard slechts enkele veelgebruikte voorbeelden. Andere: impromen, largactil, terfluzine, sordinol, dipiperon, dehydrobenzperidol, etumine. Retardneuroleptica: anatensol decanoaat, impromen decanoaat.

OVERZICHT DER NEUROLEPTICA

dosis: geeft de gemiddelde dagdosis weer voor matige ernst van aandoening.

effect:
DA, NA, 5HT en Ach: remmend (receptorblokkerend)
H: stimulerend (histaminerg)

Het effect op DA en 5HT is antipsychotisch. Dat op NA kalmerend. De bijwerkingen komen van DA (extrapiramidaal), H (slaperigheid en sedatie) en Ach (perifere stoornissen, ontremming)

merk              naam          dagdosis effecten
anatensol         flufenazine      1      DA 5HT NA H
  of moditen
  of permitil
buronil           sultopride     100
dehydrobenzp.     droperidol       2      DA NA 5HT
dipiperon         pipamperon      60      5HT
dogmatil          sulpiride      100      DA
dominal           prothipendyl   100
esucos            dixyrazine      30
etumine           clothiapine      8
fluanxol          flupenthixol     2      DA NA 5HT H
frenactil         benperidol       1      DA NA 5HT
haldol            haloperidol      1      DA NA 5HT
imap              fluspirileen     4      DA 5HT
impromen          bromperidol      1      DA NA
largactil         chloorpromazine  1      NA H DA 5HT Ach
majeptil          thioproperazine  1
melleril          thioridazine    60      NA DA 5HT H Ach
neuleptil         periciazine     12      NA 5HT DA
nozinan           levomepromazine 60      NA H 5HT DA Ach
orap              pimozide         1      DA 5HT NA
piportil          pipothiazine     2
prazine           promazine      100      NA H DA Ach 5HT
sedalande         fluanisone       6
semap             penfluridol      1      DA 5HT NA
sordinol          clopenthixol    30      DA 5HT NA H
taractan          chlorprothixeen 60      NA 5HT H DA Ach
 of truxal
taxilan           perazine        60
terfluzine        trifluoperazine  3      DA 5HT NA H
tiapridal         tiapridal      300
trilafon          perfenazine      6      DA 5HT NA H
triperidol        trifluperidol    1


B. PSYCHOTHERAPIE

Meer nog dan bij depressie maakt de geestelijke toestand van de patiënt benadering met gesprekstherapie, en zelfs soms gewoon contact, onmogelijk. Bij de acute psychosen beperkt men zich trouwens tot medicatie, tenzij een aanpak van de persoonlijkheid gewenst is (bv. bij verslaving).

Wordt er wel therapie gegeven, dan kan dit slechts na opklaren der waandenkbeelden door medicatie. In principe wordt hetzelfde schema gevolgd als bij neurosen, de behandeling mag niet zo frustrerend zijn, zodat de fasen compensatie en winnen van vertrouwen heel veel tijd in beslag zullen nemen. Een geslaagde psychotherapie bij psychotici is een waar psychisch heropvoedingsproces, neemt jaren in beslag, en is zelden volledig succesvol.


INDELING

Men deelt de psychosen in in acute en chronische. Deze laatste zijn het meest bekend en frequent (vnl schizofrenie).


A. DE ACUTE PSYCHOSEN

1. ACUTE VERWARDHEIDSPSYCHOSE
SYNONIEMEN

Confusionele psychose, acute waanzin.

BEPALING

Een plotse opstoot van verwardheid, waandenkbeelden, hallucinaties, gedragsontremmingen, omdat een, vaak fragiele (=kwetsbare) persoonlijkheid tijdelijk decompenseert door een organische oorzaak. Dit kan uren tot maanden duren.

OORZAAK

Is hier vaak onbekend; soms zijn organische factoren aan te tonen: intoxicatie (bv. LSD), avitaminose, virale infectie, meningitis, hoge koorts ("ijlen"), uremie, encefalitis.

Ook het delirium tremens is hier een vorm van. Wordt besproken bij alcoholisme.

SYMPTOMEN

Hierbij overweegt de verwardheid, doch er zijn ook wanen, hallucinaties, ontremmingen. Ook fysische symptomen, zoals centrale hypertermie, en als complicatie dehydratatie.

BEHANDELING

Neuroleptica, rehydratatie. Soms is elektroshock de enige afdoende therapie. Onbehandeld evolueert het vaak tot de dood.

2. PSYCHOTISCHE DECOMPENSATIE

("bouffée delirante")

OORZAAK

Een (subjectief) enorme of langdurige frustratie. Soms na zware fysische uitputting, bv. vlucht uit concentratiekamp. Soms na zwangerschap ("postpartale" of "puerperale" psychose of "depressie"). Bij debiliteit, orale karakterneurose. Soms is het het eerste teken van een beginnende schizofrenie. Soms gebeurt het in het kader van een manisch-depressieve ziekte: delirante melancholie, minder vaak bij manie.

SYMPTOMEN

Zoals bij verwardheidspsychose, doch vooral wanen en hallucinaties. De verwardheid is minder belangrijk en soms afwezig.

BEHANDELING

neuroleptica, en eventueel antidepressiva.


B. DE CHRONISCHE PSYCHOSEN

Deze duren jaren-, en zonder behandeling meestal levenslang, buiten enkele lichtere gevallen.

INDELING

Al naargelang de leeftijd waarop een chronische psychose begint, heeft zij een ander aspect en een andere naam. Het verschil wordt vooral veroorzaakt door het feit dat patiënten, die pas op latere leeftijd psychotisch worden, al vele jaren "normaal" hebben geleefd, zodat zij beschikken over tal van normale denkpatronen en sociale reflexen, waardoor hun ziekte hen minder stoort in hun contact met de buitenwereld.

Overzicht:

Wordt men psychotisch tussen

0-10  jaar: autisme
10-20 jaar: hebefrenie
20-40 jaar: schizofrenie
na 40 jaar: paranoia


SOORTEN
1. KINDERLIJK AUTISME
BEPALING

Een zeer vroeg optredende chronische psychose.

VOORKOMEN

Ongeveer 4 op 10.000. Dus 4000 in België, meestal jongens.

OORZAAK

Wellicht organisch: aangeboren hersenletsels, in de buurt van de hersenstamzone die de aanacht regelt. Meer jongens, omdat hun hersenen op zeer jonge leeftijd in vergelijking met het meisje over minder herstelmogelijkheden beschikken.

SYMPTOMEN

Bij 1/3 epilepsie. Contactstoornissen: in zichzelf gekeerd, niet spelen met anderen, geen  richtreflex, communicatie door gebaren, geen oogcontact. Weigeren iets te leren, geen besef van gevaren. Hyperactiviteit, stereotype bewegingen, manie om voorwerpen te laten draaien. Weerstand tegen veranderingen, abnormale gehechtheid aan bepaalde voorwerpen. Soms fascinering door bepaalde zintuiglijke prikkels, bv. urenlange handbewegingen.

BEHANDELING

Met enorm veel (jarenlang) geduld trachten het contact te leggen. De ouders hebben hierbij veel steun nodig. Er is een Vereniging voor Ouders met Psychotische Kinderen (VOPK).


2. HEBEFRENIE

Een "arme" vorm van schizofrenie, d.w.z. met weinig of geen wanen en hallucinaties.

Ontstaat tussen 10 en 20 jaar, vaker bij debielen. Men spreekt ook soms van "Propfschizofrenie" (Du. = "geente" schizofrenie).

Vooral regressie tot primitief, ontremd en ongestructureerd gedrag. Inadequate emotionele reacties zoals grimassen, zinloze lachbuien, "onnozel" doen.

Behandeling: zie schizofrenie.


3. SCHIZOFRENIE
BEPALING

Schizofrenie is een psychose waarbij de waan ongestructureerd is en dus voor ons oninvoelbaar.

OPMERKING

De term "schizofrenie" wordt door leken (en journalisten) vaak verkeerd gebruikt: ze hebben de neiging om gewone (neurotische) ambivalenties, incongruenties tussen wat men voelt en denkt, of zelfs inconsequenties tussen sommige principes en bepaalde toepassingen als "schizofreen" te bestempelen.

De echte "splijting van de persoonlijkheid" die met "schizofrenie" bedoeld wordt is echter van gans andere aard: het is niet zozeer het uiteenvallen in twee gelijkaardige elementen, maar een dissociatie tussen het "observerende ik" en het "handelende ik". Het is alsof men z'n eigen observator wordt, dat men het gevoel krijgt dat het niet het "ik" is dat handelt, maar iemand anders in zich.

ONTSTAAN

Het psychotisch worden is een langzaam proces dat in feite reeds begint in de vroegste kinderjaren doch pas op de leeftijd van 20 a 40 jaar duidelijk wordt. Hoe jonger dus de schizofreen, hoe moeilijker het is een diagnosis te stellen.

Door een gebrek aan kansen op slagen, of door een te hoog angstniveau, is de persoon er nooit toe gekomen om technieken te leren waardoor hij succes kan hebben in de realiteit. Dit leidt bij hem tot een groeiend gevoel dat hij niets kan, waardoor hij nog minder zal gaan experimenteren, en aldus terecht komt in een vicieuze cirkel. Door dit gebrek aan contact met de realiteit komt hij weldra tot de overtuiging dat ook de realiteit en hijzelf anders zijn dan de anderen. Hij gaat meer en meer leven in een denkbeeldige wereld die voor ons steeds minder invoelbaar is. Zijn gedrag is alleen te verklaren vanuit zijn waanwereld en voor ons onbegrijpelijk als we de gebruikelijke interpretatienormen aanleggen.

1. Te weinig succes

In vele gevallen is de relatie (communicatie) met de ouders gestoord in die zin dat het kind voortdurend dubbele boodschappen ontvangt: een gedrag dat hij van zichzelf goed zou vinden wordt onmiddellijk door de ouders overladen met sterke schuldgevoelens.

Of de ouders delen aan het kind mee het graag te zien, maar uit hun gedrag blijkt het tegendeel. Bv. de ouders zeggen: "je moet onafhankelijk zijn". Ofwel ouders die nooit antwoorden op de inhoud van de opmerkingen van het kind maar wel op de al dan niet aanwezige bijbedoelingen. Op die manier krijgt de persoon meer en meer de indruk niet echt zichzelf te kunnen zijn, en krijgt mettertijd allerlei eigenaardige gevoelens over zichzelf.

2. Aangeboren factoren

Hoogstwaarschijnlijk een te hoge concentratie van sommige neurotransmitters waardoor:

- het angstniveau te hoog ligt, waardoor schijnbaar onbelangrijk mislukkingen bij het kind een enorme angst kunnen veroorzaken; zo gaat het abnormaal reageren op een in feite normale opvoeding.

- door de te hoge concentratie aan neurotransmitters kan de persoon gemakkelijker gaan hallucineren.

VOORKOMEN

Ongeveer 1-2% van de bevolking is schizofreen. Is een der ouders schizofreen dan heeft het kind 15% kans het te worden. Zijn beide ouders schizofreen dan heeft het kind 50% kans. Dit wijst dus op een zekere erfelijkheid, doch ook op een enorm belang van opvoedingsfactoren.

SYMPTOMEN

1. Wanen

A. Wanen over zichzelf

1) vreemdheidsgevoelens: je ervaart je eigen persoon als opgebouwd uit twee "ikken", je hebt de indruk dat het iemand anders is die voor je praat, je hebt de indruk dat je je eigen observator bent.

Opmerking: dit vreemdheidsgevoel kan ook voorkomen bij normale mensen, bv. bij lichte alcoholinname, of na een infectieziekte.

Deze vreemdheidsgevoelens leiden mettertijd tot depersonalisatie, waarbij men het gevoel heeft niet echt zichzelf te zijn, m.a.w. een gestoord lichaamsschema vertoont. Soms gaat het tot mentaal automatisme: de persoon heeft de indruk dat zijn gedachten, zijn geest in feite onder de invloed staan van iets buiten hemzelf, hij heeft de indruk dat hij werkt zoals een machine, dat hij de machteloze toeschouwer is van wat er zich afspeelt in zijn geest.

2) gedachtenvlucht en gedachtenjacht: de persoon heeft soms de indruk dat zijn gedachten ofwel zeer snel gaan, ofwel steeds maar trager gaan en soms zelfs wel kunnen geblokkeerd zijn (gedachtenversperring).

B. Wanen over de realiteit

De persoon heeft de indruk dat de realiteit zich anders voordoet dan dat men zich eigenlijk voorstelt. Dit kan uiteindelijk leiden tot derealisaties waarbij de persoon de indruk heeft dat de werkelijkheid anders is dan dat hij ze vroeger heeft waargenomen. Hij krijgt dan een gevoel van bv. déjà-vu, waarbij hij de indruk heeft dat een situatie die hij nog nooit eerder heeft meegemaakt, toch vroeger al heeft beleefd; ofwel jamais-vu, waarbij hij een situatie die hij eigenlijk al heeft beleefd, toch nieuw vindt.

2. Hallucinaties (zinsbegoochelingen)

Hierbij neemt de persoon iets waar wat er in feite niet is. Er is een progressieve overgang tussen illusies (valse waarneming die je onmiddellijk corrigeert) en hallucinaties.

Een hallucinatie ontstaat door een te hoge concentratie aan neurotransmitters in de hersenen, en is hetzij aangeboren (bv. bij schizofrenie), hetzij veroorzaakt door gebrek aan vitamine B (alcoholisme).

Men maakt onderscheid tussen visuele, akoestische, haptische (tast) en kinesthetische (eigen lichaam verandert) hallucinaties.

3. Gedragssymptomen

a) verminderd spontaan gedrag

- catatonie: niet meer bewegen, steeds dezelfde houding bewaren
- catalepsie: als een wassen pop bewogen kunnen worden
- mutisme: zwijgen
- stupor: een soort verlamming van angst
- stereotypieën: steeds dezelfde bewegingen herhalen, een soort actieve catatonie
- echolalie: nazeggen
- echopraxie: handelingen nabootsen
- bevelsautomatisme: prompt de bevelen uitvoeren

Al deze vormen van verminderd gedrag zijn in feite uitingen van een enorme angst om initiatief te nemen. Daarenboven is het een delirante manier van communiceren.

b) toegenomen gedrag

- plotse ongemotiveerde handelingen
- plotse activiteit na langdurige zelfbeheersing ("acting out")
- hyperagressief gedrag
- dwaas en eigenaardig gedrag
- misdadig gedrag (lijkt soms psychopathisch).

De betekenis van al deze gedragingen kan alleen begrepen worden vanuit de inhoud der waangedachten.

4. Contactsymptomen

- Praecoxgefühl (Du.): het vreemde gevoel dat wij (als therapeut) hebben bij contact met een schizofreen (schizofrenie = dementia praecox).

- autisme: het feit dat patiënt leeft in een volledig eigen wereld, voor ons oninvoelbaar. De woorden hebben vaak een andere betekenis, en soms gebruikt hij volledig nieuwe woorden (neologismen).

- discordanties: de waanverhoudingen (voor ons) tussen de verschillende stappen van de redenering, of tussen gedrag en spreken.

SOORTEN

Vaak wordt schizofrenie ingedeeld in type 1 en type 2.

TYPE 1: hierin overwegen de "positieve" symptomen, zoals wanen en hallucinaties. Bij dit type zijn opvoedingsfactoren en scheikundige stoornissen wellicht de belangrijkste. Dit type reageert goed op neuroleptica.

TYPE 2: hierin overwegen de "negatieve" symptomen, zoals catatonie en afstomping. Bij dit type zijn anatomische factoren (bepaalde hersenafwijkingen?) wellicht de belangrijkste. Dit type reageert weinig goed op neuroleptica.

EVOLUTIE

1. Voorfase

Tijdens hun kinderjaren geven deze toekomstige schizofrenen vaak een hypernormale, brave indruk: ze zijn in feite te angstig om zich buiten de opgelegde patronen te wagen. Soms zijn er wel uitingen van grote angst (vluchtreacties, zelfvernielingsdromen) of pogingen tot verzet (meestal negatief verzet), zoals autisme, anorexie.

2. Aanzet

De psychotische decompensatie komt vaak na het begin van een nieuwe levensfase (huwelijk, hogere studies, geboorte kind), of de dood van een ouder.

Het begint
- hetzij in opstoten (opwellingen van hallucinaties, wanen, angst)
- progressief (borderline = grensgeval, "schizophrenia incipiens" = beginnende schizofrenie).

Soms is er een geleidelijke overgang tussen een schizoïde karakterneurose en de psychose.

In de beginfase wordt de psychose gekenmerkt door grote angst, verminderde activiteit (blijven liggen, zitten staren; lijkt vaak op depressie), toegenomen inkeer (observatie van zijn denkprocessen en subliminale proprioceptieve gewaarwordingen), dwanghandelingen en -gedachten, een gevoel onherroepelijk iets verschrikkelijks te zullen ondergaan, enz.

Alle bovengenoemde symptomen zijn echter geen bewijs voor psychose, en kunnen ook in neurosen voorkomen. Dit maakt de diagnosis bij het eerste contact zo moeilijk.

3. Het volledig syndroom

Vervolgens wordt het floriede stadium bereikt: duidelijke waandenkbeelden, hallucinaties, delirant gedrag. Dit stadium is door de medicatie thans zeldzaam geworden.

4. Eindfase

Uiteindelijk komt de patiënt in een schizofrene dementie terecht: een volledige affectieve en intellectuele afstomping.

DIFFERENTIAALDIAGNOSE

Schizofrenie lijkt soms sterk op andere syndromen:

1) in de beginfase

- depressie: beide zijn gekenmerkt door een verminderde activiteit. Het contact is echter gans anders: de depressie is invoelbaar. Moeilijker is het onderscheid met een endogene depressie. Het onderscheid is nochtans belangrijk, vermits antidepressiva bij een beginnende schizofrenie de waan enorm vergroten, wat soms kan leiden tot uitbreken der psychose of zelfmoord.

- obsessie: het verschil is niet gemakkelijk, en wordt slechts duidelijk na een dieper contact.

- psychotische decompensatie (dus geen chronische, maar een acute psychose): als een zwakke (bv. orale) persoonlijkheid erg gefrustreerd wordt, of een zwaar psychotrauma ondergaat, dan kan soms een kortdurende decompensatie optreden, die erg gelijkt op schizofrenie. Is het onderscheid moeilijk, dan spreekt men wel eens van hysterische psychose.

- schizoïde karakterneurose: de grens tussen schizoïdie en schizofrenie is soms moeilijk te trekken. Er is wel al een lichte depersonalisatie, en soms derealisatie, doch er zijn nog geen duidelijke wanen. Blijft zo'n overgangssituatie lang duren, dan spreekt men van een borderline (grensgeval).

2) in de floriede fase

- paranoia: deze wanen zijn meestal sterk gekleurd door wantrouwen, hoewel ze meer invoelbaar zijn dan bij schizofrenie. De waandenkbeelden van de schizofreen kunnen echter paranoïde gekleurd zijn = paranoïde schizofrenie.

- parafrenie: bv. grootheidswaanzin. Goed contact, weinig angst.

- psychopathie: het antisociaal gedrag van de schizofreen kan soms erg gelijken op dat van psychopathie. Bv. iemand die zich verdekt opstelt bij een drukke straat, en in de menigte begint te schieten.

- delirante melancholie: een endogene depressie kan zo diep zijn, dat het contact met de realiteit tijdelijk verloren gaat (psychotische decompensatie): de patiënt gaat waandenkbeelden vormen.

3) in het eindstadium

- vormen van dementie, bv. alcoholdementie, seniele dementie, dementia paralytica (syfilis).
Met bepaalde intelligentietests kan men een goed onderscheid maken tussen psychotische en organische dementie. Een voorwaarde is echter een goed contact, en dit is nu precies het probleem bij de schizofreen.

BEHANDELING

1. Neuroleptica: zie elders

2. Psychotherapie

Eerst is er een contactfase: de patiënt moet ervaren dat men hem aanvaarden kan. Goedbedoelde doch simplistische uitspraken leiden vaak tot een verslechtering; zo ook zijn de spontane reacties van een normale omgeving in feite zeer geschikt om de schizofrenie te doen verergeren. Soms is het nodig dit contact te leggen lang non-verbale weg (balspelen, massage, meestoeien). Dit eist doorgaans enorm veel geduld.

Dan moet de persoon komen tot een dieper zelfvertrouwen: hij moet gaan voelen dat het mogelijk is effect te maken op de omgeving, op de medemens, dat het mogelijk is begrepen te worden, dat men bedreigingen kan afweren. Via tal van gesprekken en gewoon dagelijks contact moet de psychoticus zin leren krijgen in de normale gedragspatronen.

Groepstherapie is, na een moeilijk begin, vaak zeer waardevol, vooral als er in de groep een permissieve sfeer heerst, en de patiënt er zijn primitieve frustraties (door de schizofrenogene ouder) kan afreageren.

Men moet er wel op letten dat een gunstig genezingsproces niet afgebroken wordt door een vroegtijdig ontslag, wat vaak kan leiden tot hervallen of zelfmoord.

Het probleem voor de therapeut is voortdurend: de grens te voelen tussen een aanvaardende houding die zelfvertrouwen versterkt, en een beschuttende houding die de afhankelijkheid nog verergert.

3. Shocktherapie

Heeft soms succes als de beginnende schizofrenie lijkt op depressie. Vroeger gaf men ook insulineshock (coma's door hypoglycemie).


SPECIALE VORM VAN SCHIZOFRENIE: HET SCHIZOAFFECTIEF SYNDROOM

Hierbij zijn er unipolaire of bipolaire, of soms gemengde stemmingsstoornissen bij een psychotische patiënt. De psychotische symptomen domineren echter. Soms moeilijk te onderscheiden van een delirante melancholie.


4. PARANOIA
BEPALING

Psychose waarbij de waan gestructureerd is, en gekenmerkt door een hoge graad van achterdocht.

Nota:

- paranoïde = neurotische karaktertrek: overdreven achterdochtig
- paranoïsch = lijdend aan paranoia; delirante achterdocht.

OORZAAK

In vele gevallen niet duidelijk. Soms voorafgegaan door een paranoïde karakterneurose. Soms bevorderd door doofheid, debiliteit, langdurige benadelingssituatie (gevangenschap, affectieve ontgoocheling), eenzaamheid. Soms bevorderd door hersenaftakeling: chronisch ethylisme, seniliteit.

SYMPTOMEN (en verschillen met schizofrenie)

Begint meestal na 40 j. (schizofrenie tussen 20-40j.). De waan is gestructureerd, en grotendeels invoelbaar. Het contact is nochtans vaak erg moeilijk. De waan kan vooral sensitief zijn (alles betrekken op zichzelf) of vooral expansief (zich met alles bemoeien). Doch ook de waan der schizofreen kan paranoïde zijn, doch is veel onsamenhangender.

Hallucinaties zoals waarnemen van toebereidselen op moord op patiënt, dreigende voetstappen, gassen door spleten en kieren, lawaai om geestelijk te ondermijnen...

Verdedigingsactiviteiten: verschansen, schieten op bezoekers, niet meer durven eten uit schrik vergiftigd te worden,...

BEHANDELING

- neuroleptica ter vermindering van angst en hallucinaties

- psychotherapie met als bedoeling de waan "in te kapselen" d.w.z. niet trachten weg te praten, maar zodanig in te dijken dat sociaal contact mogelijk wordt, en vicieuze cirkels doorbroken.


5. PARAFRENIE
BEPALING

Psychose waarbij de waan gestructureerd is, doch niet gekenmerkt door achterdocht. Daardoor is er geen vicieuze cirkel van afzondering, en blijft een voldoende sociaal contact en normale levensactiviteit bewaard.

VOORBEELDEN

Grootheidswaanzin, uitvinderswaan, afstammingswaan, spiritistische waan, enz.

EVOLUTIE

In sommige gevallen gaat de omgeving toch spottend en agressief reageren, zodat er achterdocht ontstaat, en het tot paranoia kan evolueren, bv. de dorpsgek.

BEHANDELING

Neuroleptica als het wat te erg wordt.

NOTA

Door velen (meestal Amerikanen) wordt "parafrenie" als een soort paranoia beschouwd, en ze gebruiken de term parafrenie niet. Voor hen is het kenmerkendste voor paranoia dus niet de achterdocht, maar de gestructureerdheid van de waan.


6. CHRONISCHE HALLUCINATOIRE PSYCHOSE

Een persoon die van tijd tot tijd hallucinaties heeft, zonder dat de gedachtengang echt delirant wordt. Is in feite een psychoticus die op de grens der decompensatie leeft (neurotransmittergehalte lichtjes verhoogd).

Een lichte bescherming met neuroleptica volstaat.


7. OUDERDOMS- OF AFTAKELINGSPSYCHOSE

Bij seniele dementie, arteriosclerose, tertiaire syfilis, kunnen psychotische beelden ontstaan, vooral met wanen, minder met hallucinaties.


©Kris Roose, 1978-2004 - Laatste wijziging: 1 september 2004