overzicht |


5900

OVERZICHT DER THERAPEUTISCHE SCHOLEN

 


inleiding

Afhankelijk van het therapeutisch niveau, kan er een bepaalde monotherapie gebruikt worden. Naast deze monotherapieën, kan je als psychotherapeut ook proberen om een ‘groter’ doel te bereiken voor je patiënten, door hen te helpen naar een hoger niveau te gaan.

Hiermee bedoelen we dat iemand van symptoomniveau naar een interaktief (het vroegere systeem) niveau kan gaan, van interaktief naar persoonlijkheidsgericht en van persoonlijkheid naar een meer gericht op groeivermogen.

Als je op een bepaald gedrag werkt, werk je logischerwijze ook op de andere niveaus dan datgene waarop je de aandacht richt, maar je doet dit niet op een bewuste manier.

Eénmaal iemand bv met een klacht komt, dat een symptoom is, dan ga je ook al snel proberen zijn interacties te verbeteren met zijn omgeving.


Als therapeut doe je veelal twee dingen:

1/ Je motiveert om dieper te gaan (MOTIVATIE)

2/ Je geeft richting om dieper te gaan (INZICHT)


Psychotherapie is steeds probleemgericht, is gericht op de klacht. Pak je dit niet aan, dan zal die klacht na verloop van tijd terugkeren. Hiertoe analyseer je de processen die hier onderliggend bij aanwezig zijn. Je moet dus trachten te horen welke punten bij de patiënt frustraties uitlokken. Pas als iemand zich vragen stelt, kan je inzicht beginnen bieden. Motiveren doe je door te refereren naar ervaringen. Je ‘evoceert’, je maakt duidelijk hoe ze nu anders kunnen reageren, en wat het nut daarvan voor hen is. Voor de therapeut voelt therapie vaak aan als een gesprek, maar voor de cliënt kan het een sterke experiëntele ervaring zijn waar je kunt naar refereren.

Een goede techniek hierbij is bv om de cliënt de eerste twintig minuten in sessie te laten vertellen over de meest significante ervaringen van de laatste dagen. Het zijn dan deze ervaringen die veelzeggend zijn voor de cliënt, en waarvan je je als therapeut moet afvragen waarom net dit nu naar voor komt.


Motivatie en inzicht per niveau bekeken:

Hoe breng je iemand van symptoom naar interactieniveau?

Inzichtelijk moet je wachten totdat iemand je materiaal aanlevert, of je moet refereren naar zaken die je al weet uit vroegere gesprekken. Belangrijk hierbij is om ook niet onmiddellijk op alles in te gaan, als iemand hier al praat over zelfvertrouwen, dan komt dit nog te vroeg in het proces. Je wacht berichten af waardoor de cliënten door veranderende symptomen aangeeft dat de relatie verandert. Dit bespreekbaar stellen, kan motiveren.


Hoe breng je iemand van interactieniveau naar een doelgericht veranderen in persoonlijkheid?

Op het moment dat de cliënt zich begint af te vragen: ‘waarom ik? Hoe komt het dat het toch altijd zo is?’, kan je nagaan wat deze cliënt in zijn persoonlijkheid heeft dat het altijd zo loopt. Hoe kan hij een andere persoonlijkheidsstijl hanteren? Je moet hier vaak refereren naar vroegere situaties. Iemand die steeds opnieuw relaties start met iemand met alcoholproblemen, kan hier moeten terugkeren naar het gezin van oorsprong. Je moet deze cliënt doen beseffen wat hij zoekt, waarom steeds dit patroon? Hier gaat het veelal om associaties met vroegere relaties (veelal ouders, broer, zus, eerste echtgenoot, ..) Het gaat hier veelal rondom rolfiguren die je nog niet hebt. Mensen waar je naar op kijkt, kunnen symbool staan voor zaken die je in je jeugd niet had/hebt meegekregen.

De persoonlijkheid groeit op deze manier door therapie van buitenaf. Je kunt echter maar op dit niveau afdalen, als de cliënt de gelijkenissen in de relaties ziet. In therapie roep je ervaringen op, en deze kunnen ook als ‘werkzaam’ beschouwd worden, als hier emoties bij los komen.


Hoe breng je iemand van persoonlijkheidsverandering naar streven naar een groter groeivermogen?

Als mensen op het niveau komen dat ze beseffen dat ze wel kunnen veranderen, maar dat groeien moeilijk is, help je hen te streven naar een groter groeivermogen.

Dit doe je door de cliënt:

1/ te helpen bij het vergroten van zijn fundamenteel zelfvertrouwen. (cursus eerste jaar, sloganesk)

2/ methodieken aan te reiken om zichzelf bewust in handen te nemen (stemmingsmanagement/autogene training ).

In deze laatste fase komt de cliënt tot het besef dat hij/zij het zelf moet doen. Als cliënten in deze fase zeggen ‘ik wil mezelf zijn’, dan is deze cliënt er nog niet. In deze fase moet een cliënt nl. net wel willen veranderen.


Algemeen kan je als therapeut cliënten helpen met twee niveaus te veranderen. Soms komen cliënten al op het interactieniveau binnen, soms moet je nog vanuit een symptoom vertrekken. Iemand met bv een depressie vraag cliënt – experiënted gerichte therapie, geen gedragstherapie. Gemiddeld duurt een therapie twee jaar.


Refererend naar de 5 niveaus van therapeutische interventies kunnen we de diverse scholen indelen als volgt:


niveau 1 (eenmalig gedrag)

  5910 Advies, raadgeven


niveau 2 (gewoontes, symptomen)

   5920 Medisch Model

   5925 Gedragstherapie


niveau 3 (rol in systeem)
  5930 Systeemtherapie

niveau 4 (persoonlijkheid)
  Direct
    Probleembesef-versterkend
      5940 Psychoanalyse
      5943 Gestalt
    Oplossingsbesef-versterkend
      5945 Cognitieve GT
  Spontane-groeibevorderend
    5950 Rogeriaans
    5955 Meditatie

niveau 5 (groeivermogen)
  5960 Groeigroepen