overzicht |  
5936

Over de metafoor en het verhaal als middel om groei te induceren

Brigitte Crombez

 

  

“De moraal van het verhaal moet u letterlijk nemen: verhalen zijn van invloed op de manier waarop we interpreteren, betekenis en zin geven aan ons leven, op wat we voor waar en onwaar slikken. Verhalen hebben te maken met de wetten op grond waarvan we oordelen over de wereld, over de anderen en over onszelf en op grond waarvan we handelen, kortom, met onze moraal. Hoe meer verschillende verhalen je kent, over hoe de wereld in elkaar steekt of je eigen geschiedenis, hoe meer versies je naast elkaar kunt leggen, des te vrijer ben je in die noodzakelijke taak om keuzes te maken en des te beter verdraag je het om iets niet helemaal zeker te weten.” 

Connie Palmen, Echt contact is niet de bedoeling, p 23 

  

1         Wat wordt verstaan onder metafoor?

Metafoor komt van de Griekse woorden ‘meta’ en ‘pherein’, wat respectievelijk ‘over’ en ‘dragen’ betekent. 

Een metafoor is een syntactische en poëtische poging om een groep uiteenlopende gegevens te verhelderen door middel van een figuurlijke uitdrukking die op een vergelijking berust.  

Metaforen zijn een vorm van symboliek. En symboliek is als het ware de taal van het on(der)bewuste.

 

2          Wat is dan een verhaal? 

Het woord verhaal heeft verschillende betekenissen:

In een therapeutische context zijn diverse verhalen bruikbaar, zoals een geconstrueerde vertelling door anderen (bestaande verhalen), door onszelf (therapeutenverhalen) of door de cliënt (cliëntverhalen)   

Een goed uitgewerkte metafoor is een verhaal.

  

3         Wat doen verhalen met de mens en wat doet de mens met verhalen?

De mens is van oudsher een verhaalverteller. In onze Westerse cultuur is deze kunst teloorgegaan. 

Verhalen wortelen ons in onze traditie en scheppen verbinding in een groep. Kan je je nog voorstellen hoe het moet voelen om samen rond het kampvuur te zitten en te genieten van een verhaal? Zo verloren we oude helden en wijsheden, een diepe verbondenheid met onze voorouders en eeuwenoude richtinggevende mythen.    

Verhalen bedenken en vertellen stimuleert de verbeelding en de creativiteit. Ze kunnen helpen met het verleggen van grenzen, met het doorbreken van starre denkpatronen, met het verruimen van het referentiekader. Het kan helpen om te evolueren van convergerend denken naar divergerend denken. Convergerend denken is vanuit een aantal verhalen of ideeën te komen tot één opvatting. Divergerend denken laat verschillende oplossing toe die naast elkaar staan. Zoals de takken aan de boom ontspringen vanuit één stam. Enkele oefeningen om te leren divergerend denken zijn: bedenk 7 manieren om geen koffie te morsen als je in een auto rijdt. Of je neemt een roman en je begint met het laatste hoofdstuk en probeert dan het vorige te fantaseren. Probeer diverse scenario’s en lees dan het voorgaande hoofdstuk en herhaal dit recept iedere keer. Zo leer je kansen zien in situaties die aanvankelijk tegenslagen lijken en komt er ruimte om diverse hypothesen naast elkaar te verdragen. Zie ook contrastmethode.

Verhalen blijven hangen in ons geheugen. Ze gebruiken immers de meest efficiënte toegangspoort. Zie ook bij het onbewuste: Hevibaon. Herhaling: ze worden verteld en herverteld. Visueel: verhalen scheppen beelden. Basisgevoel: een goed verhaalverteller sleept je mee, je geniet. Ontspanning: soms heeft het verhaal een verrassende wending, ontlokt het je een glimlach en soms schater je het uit.  Het verhaal is dus een uitermate geschikt middel om constructieve boodschappen in het onbewuste te brengen.     

Een verhaal kan je voelen tot in je lijf. Mag ik je even meenemen in een visualisatie?  

Ga gemakkelijk zitten en sluit je ogen. Stel je voor dat je op straat staat voor een torenhoge wolkenkrabber. Je stapt door de draaideur het gebouw binnen. Je neemt de lift en gaat naar de 43ste verdieping. Als de lift daar aankomt, gaan de deuren open, jij neemt de gang naar rechts. Je ziet een metalen deur die uitgeeft op een balkon. Duw deze deur open en ga buiten. Jammer genoeg zijn er net werken bezig, de balustrade is weg. Ga voorzichtig naar de rand en kijk even naar beneden naar het voorbijrazende verkeer, 43 verdiepingen lager. Wankel niet, want anders… 

Heb je de angst gevoeld? En toch zit je nog steeds veilig op je stoel. Het werkt even sterk met verhalen die vol zijn van positieve, heilzame beelden. En die dus de endorfine in de hersenen verhogen.    

De mens is van oudsher een verhalenverteller. Wat doe je als je thuiskomt van je werk? Of als je een vriendin terugziet na enkele weken? Of tijdens de les aan de academie? Of bij een therapeut? 

Verhalen vertellen. Van onze kleine dagdagelijkse beslommeringen tot verhalen die een nieuw hoofdstuk vormen in het boek van ons leven. Belangrijke verhalen worden verteld en herverteld. Terwijl we daarmee bezig zijn, stellen we onszelf bloot aan wat was. Het is een vorm van exposure. De wil om te herinneren, zou wel eens de eerste en belangrijkste stap op het heilzame pad kunnen zijn.  Terwijl we vertellen en hervertellen, zijn we bezig met structureren, doorwerken, aanpassen aan nieuwe ervaringen. Het verhaal evolueert met ons mee. We ontdekken nieuwe nuances en verbanden die ons de vorige keer waren ontgaan. Wat wij ervaring noemen, is in wezen een geïnterpreteerde en geen waargenomen belevenis. Hoe we het geziene verkiezen te interpreteren, zal bepalen welk verhaal wij vertellen en welk leven wij leiden. En net omdat het een interpretatie is, kan het verleden ieder moment weer anders worden uitgelegd. Als er al zoiets bestaat als vrijheid, dan ligt het misschien hierin. Zo hoeven we niet langer een slachtoffer te zijn van onze verhalen over het verleden en emotioneel en lichamelijk niet eeuwig te lijden aan de verontrustende gebeurtenissen uit onze jeugd. We kunnen dan zowel een personage in, als de schrijver van ons toneelstuk zijn. 

Ons levensverhaal neemt de vorm aan van hoofdstukken in een boek, ieder hoofdstuk op de juiste plaats, in een bepaalde volgorde, waardoor duidelijk wordt waarom de dingen waren zoals ze waren, waardoor onze besluiten logisch worden. Zo wordt zin gegeven aan wat anders een verzameling losstaande gebeurtenissen zou geweest zijn. Zonder verhalen wordt het leven een boekomslag zonder inhoud, mooi om te zien, maar het schaft weinig voldoening.   

Wanneer iets gebeurt, leiden we hier een betekenis en relevantie uit af, gebaseerd op wat we nu weten, begrijpen en voelen. We interpreteren alles in termen van succes of mislukking, als goed of slecht, als aangenaam of pijnlijk. Als we deze conclusies niet af en toe opnieuw bekijken, is niet alleen ons verleden bevroren in de tijd – een verhaal zonder bewegingsruimte – maar worden wellicht ook ons heden en onze toekomst verlengstukken van deze kille realiteit. We worden dan statisch, levenloos, doods en voor altijd gevangen in een oneindige herhaling van oude en veelal pijnlijke verhaallijnen. Een ‘onverhaald’ leven, ongeacht hoe lang het ook is, betekent onvermijdelijk groeistilstand.  

Aan het eind van ons leven, als we zijn overleden, is het enige wat van ons achterblijft ons verhaal. Zolang de volgende generaties ons verhaal vertellen, zijn we onsterfelijk.     

Het vertellen van persoonlijke verhalen is ook een erflating, een zeer betekenisvolle en intieme nalatenschap. Schoonmama vertelde me dikwijls hoe ze zwoegde met de was in die aartskoude winter en alles in de waston vastvroor. Triviaal denk je, maar telkens opnieuw, bij het vertellen, sprongen de tranen in haar ogen. En aangezien ik jullie nu dit verhaal kan vertellen, zit het in mijn geheugen gegrift. Ze is al 15 jaar niet meer.    

In heel dit betoog ontbreekt nog een aspect. Dat is de luisteraar. Zonder luisteren is er geen verhaal. En dat ook luisteren een hele kunst is, hoef ik jullie niet te vertellen. 

4         Wat is narratieve therapie?

  4.1          Ontstaan

Gedurende de jaren 80 keek men naar het gezin als een systeem dat beantwoordde aan de wetten van de cybernetica. De cybernetica bestudeert circulaire processen van communicatie, informatie en feedback. De feedback laat het systeem toe doelen te bereiken, homeostase te bewaren en functies te vervullen. Onder invloed van deze theorie zag men het gezin als een zelfregulerend systeem dat door middel van feedbackprocessen (vb een symptoom) een homeostatisch evenwicht in stand houdt. Deze visie hield echter geen rekening met macht, geweld, ongelijkheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Eind de jaren tachtig kwam dan ook kritiek op deze denkwijze. Vanuit het postmodernisme ontstonden taalmetaforen zoals ‘verhaal’, ‘conversatie’ en ‘dialoog’ en die stonden dan centraal in het denken en praten over gezinnen. Men stelt dat de kennis van mensen opgeslagen wordt in verhaalvorm. Zo schrijft iedereen een ‘self-narrative’ of een eigen levensverhaal, met eigen ‘plots’ en thema’s, waarbij de pen mee wordt vastgehouden door onze omgeving (familie, vrienden, collega’s) maar ook door maatschappelijke en culturele betekenissen en overtuigingen (de grote verhalen die proberen antwoord te formuleren op de grote vragen: Waar kom ik vandaan? Wie ben ik? Waar ga ik heen?) Deze drie niveaus van narratieve activiteit (intrapersoonlijk, interpersoonlijk, cultureel) zorgen samen voor de constructie van onze identiteit en dragen bij tot de ontwikkeling van ons autobiografisch Zelf. Dit vertoont coherentie, stabiliteit, organiseert en assimileert de dagelijkse microverhaaltjes en zorgt voor continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. Het narratieve paradigma was geboren. Dit gaf aanleiding tot het ontstaan van nieuwe stromingen in de psychotherapie zoals de narratieve therapie (Michael White, David Epston), de collaboratieve taalsysteemtherapie (Harlene Anderson, Harold Goolishian, Tom Andersen) en de oplossingsgerichte kortdurende therapie (Steve de Shazier, Insoo Kim Berg). Dit zijn alle drie collaboratieve therapieën, omdat ze allemaal een therapeutische relatie van samenwerking nastreven.

4.2         Uitgangspunten

“een narratief is een verhalende tekst en kan diverse vormen aannemen: een verhaal, een gedicht, een roman, een tekst van een lied, een sprookje en een krantenartikel. Een narratief behoeft niet alleen een taaltekts te zijn: het kan zich ook bedienen van een niet-talig systeem, van klank en beeld, zoals film, muziek, theater, een tekening, een stripverhaal”

De narratieve therapie, of de narratieve analyse, gaat ervan uit dat de mens een verhaal is, dat alles een verhaal is. Alles is ooit ontstaan en ‘droomt’ van een vervolg en kent dus een verhaalstructuur. Verhalen verbinden oorzaak en gevolg. Bepalend is echter de bril die men opzet: er zijn vele oorzaken en nog meer mogelijke gevolgen denkbaar. Deze bril bepaalt mee hoe je je in de toekomst zal gedragen. Een ander verhaal reikt soms een verrassend perspectief aan dat tot nieuw handelen kan aanzetten. De verhalen die cliënten vertellen, gaan over hun leven, maar kunnen onmogelijk hun hele leven omvatten. Het zijn selecties van wat zich in hun leven afspeelt. Ze vertellen sommige dingen wel en ander niet. In de eerste plaats selecteren cliënten op grond van het probleem: het verhaal waarmee cliënten de therapie beginnen, is van het probleem doordrongen. White spreekt over een ‘probleemgesatureerd verhaal’. Daarmee bedoelt hij dat de cliënt zijn verhaal vertelt vanuit het perspectief van het probleem, het krijgt een heel centrale plaats in het verhaal. Vooral de aspecten van zijn leven die passen in het probleemverhaal worden belicht. De aspecten die niet passen, worden niet verteld of niet opgemerkt. En de keuze die gemaakt wordt in het vertellen is gebaseerd op waarden in plaats van op waarheid. Therapie is dus ruimte maken voor zoveel mogelijk verschillende verhalen, zelfs voor tegenstrijdige verhalen. Ruimte maken voor het nog onvertelde verhaal (not-yed-said). Dit bevat diverse aspecten. De cliënt vertelt dingen niet omdat hij er zich (nog) niet bewust van is, omdat hij zich niet voldoende veilig voelt of omdat dit deel van het verhaal taboe is voor de cliënt of het gezin of de samenleving.

4.3         Doel

De narratieve therapie(=NT) streeft naar een therapeutische relatie van samenwerking. Michael White spreekt over de therapeut en de gezinsleden als co-authors. Daarmee bedoelt hij dat de gezinsleden en de therapeut in de therapie samen een nieuw verhaal maken, een verhaal dat een betere toekomst mogelijk maakt. De traditionele expertpositie van de therapeut wordt verworpen en de cliënt wordt gezien als expert. De nadruk ligt op de voorkeuren van de cliënt en het verhaal van de cliënt staat centraal. De therapeut wil vooral begrijpen wat het verhaal van de cliënt voor hemzelf betekent. De rol van de therapeut is die van participant-facilitator, wat kan omschreven worden als deelnemen aan het gesprek en faciliteren van het vertellen van verhalen. Belangrijk is dat de therapeut vertrekt vanuit een positie van niet-weten (not-knowing) of vanuit een authentieke nieuwsgierigheid naar het verhaal van de gezinsleden, niet ingeperkt door onze kennis en hetgeen we verwachten te horen. De therapeut zal de cliënt echter nooit helemaal begrijpen, want het verhaal is nooit af. Er blijven steeds andere perspectieven mogelijk op de werkelijkheid, er blijven steeds dingen niet gezegd. De therapeut en de cliënt gaan samen een dialoog aan, er ontstaat een cirkel van betekenissen, waar beiden een aandeel in hebben.

4.4         Kenmerken

Wat houdt coauteurschap in?

o        luisteren naar de bezorgdheid van de cliënten en aansluiten bij hun doelstelling en samen doelen bepalen.

o         aandacht voor de competentie van de cliënt. De therapeut luistert niet alleen naar de problemen, maar heeft ook oog voor wat wel goed gaat. Hij luistert dus naar het hele verhaal, dat van pijn en de kracht, het verdriet en het verlangen, de wanhoop en de hoop, het vallen en het opstaan.

o         veranderingsgericht kijken, dus niet enkel naar de relatiepatronen, maar ook naar de uitzonderingen hierop. Wat en wanneer gaat het beter? Welke vooruitgang is geboekt? Welke nieuwe dingen treden op de voorgrond? Door open te staan voor het nieuwe wordt het erkend en kan het onderdeel worden van een nieuw verhaal van de cliënt en zo ontstaat meer keuze. Er groeit een verhaal waarin oud en nieuw een plaats krijgen.

o         verandering in de toekomst ondersteunen door de verandering te verbinden met de inzet van de cliënt of met zijn competentie. Dit geeft de cliënt, misschien voor het eerst, meesterschap over zijn zorgen, hij ervaart zijn eigen invloed en maakt weer contact met zijn capaciteiten en zo groeit geloof en meer kans op verandering in de toekomst.

o         aandacht voor uitzonderingen, door vragen als :”gebeurt het ook dat je anders reageert?” “Zijn er naast deze moeilijke ervaringen ook positieve momenten geweest de laatste tijd?” Als je ruimte schept voor uitzonderingen ontstaat er ruimte voor de rijkdom van het verhaal van de cliënt.

o         gebruik maken van de competentie in de natuurlijke omgeving van de cliënt, hulpbronnen inschakelen.

o         openstaan voor feedback van de cliënten, zij zijn immers expert van hun leven, ze weten dus best zelf wat ze nodig hebben. Feedback wordt rechtstreeks bevraagd door vragen als: “Hoe loopt dit gesprek voor jou?”, “Gaan we door over dit onderwerp of is er iets anders dat je nu meer bezighoudt?”, Ik vraag me af of je denkt dat ik dieper zou moeten ingaan op…?”

4.5          Werkwijze

4.5.1            Externaliserend spreken

White gebruikt niet bij alle cliënten externaliserend spreken. Hij gebruikt het als toegangspoort naar re-authoring of herverhalen als de cliënt geen afstand neemt van het probleem, als er veel moedeloosheid is, weinig geloof in eigen vat op de dingen, zwak fundamenteel zelfvertrouwen, weinig geloof in mogelijkheid tot verandering.

Om duidelijk te maken wat externaliserend spreken is, gebruik ik het voorbeeld van piekeren.

 

Internaliserend spreken

Externaliserend spreken

Hoelang ben jij al zo’n piekeraar?

Wat probeert piekeren je te doen geloven over jezelf?

Hoe ben je zo’n piekeraar geworden?

Welke trucjes gebruikt piekeren?

Waarom ben jij zo’n piekeraar geworden?

In welke situaties duikt piekeren op?

Zijn er nog piekeraars in je familie?

Wat wil piekeren je vertellen over anderen?

Wie weet nog dat jij piekert?

Wat gebeurt er dat jij kwetsbaar bent voor piekeren?

Welke problemen brengt piekeren mee?

Wat is het effect van piekeren op je dagelijks leven?

Hoe voel je erbij om een piekeraar te zijn?

Hoe laat piekeren je voelen?

  

Heeft piekeren invloed op je energie?

Vervang even piekeren door alcoholisme of depressie en voel even het verschil tussen internaliserend spreken en externaliserend spreken. Door internaliserend te spreken gaat de cliënt samenvallen met het probleem terwijl externaliserend spreken de cliënt helpt afstand te maken tussen zijn Zelf en het probleem. “The person is not the problem, the problem is the problem”. Deze afstand schept ruimte om te zoeken naar oplossingen.

Internaliserend spreken laat de cliënt samenvallen met het probleem.

 

 

  

 

 

 Externaliserend spreken ziet er dan zo uit:

  

 

 

  

 Nemen we nu even depressie als voorbeeld. Als je aan de cliënt vraagt: “Wat denkt je over jezelf?” en we weten dat iemand met een depressie zich waardeloos voelt, dan komt de cliënt nu in contact met deze emotie, je kunt dit dus ook luidop piekeren noemen. Dit versterkt nog de moedeloosheid. Als je vraagt: “Heeft Depressie invloed op je denken? of “Wat laat Depressie je denken?” of “Doet Depressie je dingen denken over hoe je jezelf ziet als vader?” of “ Heeft Depressie invloed op je hoop?” of “Heeft Depressie invloed op je lichaam?” dan kan je spreken over het probleem zonder het ontmoedigend effect ervan. Om deze afstand te benadrukken krijgt het probleem een hoofdletter.

NT stelt dat er 4 onderzoekscategoriën zijn van een externaliserend gesprek.

Stap 1 onderhandelt over een omschrijving die ervaringsnabij is en in de eigen taal van de cliënt. vb. Dame met dwang, zij noemt die: een zoektocht naar orde en structuur. Een andere cliënt met dwang noemt die: verspreidingangst ( kiemen verspreiden), nog een andere cliënt noemt de dwang een bewegingstoornis (het verhindert hem in beweging te komen, hij moet eerst een ritueel doen). vb. kind met encopresis noemt dit zelf meneer kattenkwaad. White laat kinderen het probleem tekenen of gebruikt metaforen. vb. Kind is kwaad. “Hoe kwaad ben jij, zoals een leeuw, een wolf of een tijger?” Zolang de naam nog niet vastligt, wordt het probleem aangesproken met "Het".

Stap 2 het in kaart brengen van het effect van het probleem op de mens in die domeinen van zijn functioneren waar hij het meest nadeel ondervindt. Dus het effect van het probleem op je werk, je relaties met anderen, je gezondheid, je stemming en emoties, je dagdagelijkse leven, je hobby’s, je identiteit, je toekomstige mogelijkheden, je waarden, je verlangens, je dromen. vb. depressie Wat voor effect heeft depressie op de omgang met je zoon? Wat doet depressie met je gedachten? Wat doet depressie met je energie? Wat doet depressie met je sociaal leven? Wat voor effect heeft depressie op je ideeën over andere mensen, de wereld? Waar probeert depressie je van te overtuigen? Wat zijn de leugens van depressie? Als het om relatietherapie of gezinstherapie gaat, komen alle aanwezigen aan bod bij het exploreren van dit effect. Dan kunnen ook de verschillen en de gelijkenissen tussen de diverse ervaringen aanleiding zijn voor verdere exploratie. Belangrijk is ook aandacht te besteden aan de strategie, de technieken, de leugens, de dromen, de stem, de manier van werken van het probleem. Misschien heeft het probleem ook bondgenoten. Depressie kan zowel met Weinig Zelfvertrouwen als met Zelfkritiek samenspannen. Ook de geschiedenis komt aan bod. Daarbij kan je ook het relatieve effect van het probleem inschalen.

Stap 3 bevraagt wat de cliënt denkt over dit effect, het is een evaluatie van dit effect.vb. depressie. Wat vind je ervan dat depressie ervoor zorgt dat je niet meer kan genieten van samen dingen doen met je zoon? Wat vindt je ervan dat depressie je hoop voor de toekomst afneemt? Deze vragen worden best ingeleid door een samenvatting van de belangrijke effecten van het probleem, omdat het voor mensen een heel nieuwe ervaring is zo over een probleem te worden geconsulteerd.

Stap 4 is het bevragen van de verantwoording van de evaluatie van het effect. De cliënt heeft verwoord dat hij dit effect niet oké vindt, want dit druist in tegen een verlangen, een waarde, een intentie, een hoop, een doel, een ethische voorkeur. vb. de papa wil ondanks zijn depressie nog steeds een goede papa zijn. Waarom vragen worden klassiek vermeden omdat ze zouden schuld induceren en leiden tot rationalisaties, maar hier kan dit wel omdat je externaliserend bezig bent en omdat je wil komen tot de waarden die onderliggend zijn. Een belangrijke opdracht voor de therapeut bij externaliserend spreken is in het oog houden dat het zwartwit denken niet gestimuleerd wordt. Niets is uitsluitend slecht of goed. Stuur tot het opmerken van de complexiteit en de ambivalentie van situaties.

Schematisch voorgesteld krijgen we nu dit:

 

 

 

Je kan externaliserend spreken ook benutten voor: 

o         gevoelens:  de Angst, de Ongerustheid, de Vrees, het Schuldgevoel, de Somberheid 

o         relationele moeilijkheden: de Jaloezie, de Kritiek, de Ruzie, de Ontmoediging, het Wantrouwen 

o         sociale of culturele patronen: het Racisme, de Heteroseksualiteit, het Kapitalisme, het Seksisme. 

o         beelden: de Blok, De Droom, de Golven van de wanhoop, De Muur van Haat. 

 Nog een aandachtspunt bij externaliserend spreken is dat je oog moet hebben voor de context. Het probleem kan een symptoom zijn van iets onderliggend of iets wat niet onmiddellijk ter sprake gebracht wordt. Denk aan Boosheid en Driftbuien als signaal van Relationele problemen tussen de ouders of als uiting van Rouw bij een kind. Of Nachtmerries en Angst als signaal van Misbruik.

Samenvattend in een schema:

Internaliserend spreken

Externaliserend spreken

De persoon wordt gezien als het probleem.

Het probleem is het probleem.

Lokaliseert problemen in de persoon.

Het probleem wordt aangesproken alsof het buiten de persoon valt, zo kan de relatie tussen mens en probleem belicht worden.

Bekijkt wat er verkeerd of abnormaal is aan het individu.

Plaatst het probleem in een context buiten de persoon en zijn identiteit.

Gedrag wordt gezien als wat waarneembaar is en uiting van de kern van de persoon.

Gedrag wordt gezien als gebeurtenissen in een bepaalde volgorde, in een bepaalde tijdspanne en leidend naar een bepaald plot.

Zoekt de mening van anderen om gedrag en problemen te verklaren.

Nodigt mensen uit hun eigen mening te vormen en op hun manier dingen te verklaren.

Beschrijving pint je vast op een bepaalde identiteit, zoals een Alcoholist bijvoorbeeld.

Geeft ruimte aan meerder mogelijke identiteitsbeschrijvingen.

Bekijkt niet de sociale gebruiken die het probleem veroorzaken, in stand houden en voeden.

Legt de sociale gebruiken bloot die het probleem veroorzaken, in stand houden en voeden.

Leidt naar schrale beschrijvingen van het zelf, het leven en relaties.

Leidt naar rijke beschrijvingen van identiteit, het leven en relaties.

Onderzoekt de interne invloeden op het leven van de cliënt.

Onderzoekt de sociale, culturele en politieke invloeden op het leven van de cliënt.

Leidt naar etiketten van abnormaal en daaruit voortvloeiende discriminatie.

Viert verscheidenheid en daagt de definiëring van normaal uit, legt discriminatie bloot.

Stimuleert tot leren leven met etiketten zoals Autisme, ADHD, etc…

Daagt uit tot het opbouwen van nieuwe relaties met het probleem.

De therapeut wordt gezien als de expert om het probleem aan te pakken.

Cliënten houden zelf de expertise over hun leven en relaties.

De verandering ontstaat door de invloed van de expert die het probleem ‘oplost’.

De verandering ontstaat door samen op zoek te gaan naar vaardigheden en kennis die al aanwezig is in de gemeenschap.

taalgebruik: Ik ben….

taalgebruik: Het is….

Er wordt veel aandacht besteedt aan het probleem.

Zoekt alternatieve verhalen die losstaan van het probleem.


4.5.2           Unique outcomes of unieke ervaringen

 

Geen enkel probleem is 24/24 uur aanwezig of is continu even sterk aanwezig. De gedragstherapie staat stil bij het probleem en wanneer is het duidelijkst aanwezig. NT staat stil bij unique outcomes. Dat zijn dingen of gebeurtenissen die niet helemaal passen in het dominante verhaal dat de cliënt vertelt. Ze kunnen zowel in het verleden, het heden of de toekomst liggen. De gebeurtenissen die nog vers in het geheugen liggen, zijn meest geschikt. Het kan gaan om alles wat het probleem niet zo graag heeft: een plan, een actie, een gevoel, een uitspraak, een kwaliteit, een verlangen, een droom, een gedachte, een overtuiging, een vermogen tot engagement:

o         een plan: Anja heeft het plan om een kopje koffie te gaan drinken, terwijl Anorexia haar probeert te overtuigen dat ze er dik van wordt en ze dat niet moet doen.

o         een actie: Peter belt een vriend op terwijl de stem van Depressie hem probeert te isoleren van zijn vrienden.

o         een gevoel: Melanie voelt zich blij met haar resultaten van haar examen terwijl Perfectionisme haar ervan probeert te overtuigen dat ze niet goed genoeg zijn.

o         een uitspraak: Paula geeft haar menig op een vergadering terwijl Zelftwijfel haar probeert te doen zwijgen.

o         een kwaliteit: Ineke is zorgzaam voor anderen ondanks Misbruik op de werkplek.

o         een verlangen/droom: Dave hoopt samen met zijn gezin op vakantie te gaan wanneer Alcohol en Drugs geen controle meer heeft over zijn leven.

o         een gedachte: Linda denkt:”Het is mijn schuld niet” ondanks het feit dat haar moeder haar probeert schuld aan te praten over het Seksueel misbruik.

o         een overtuiging: Lisa zegt: “Ik geloof dat ik hier over geraak” wanneer Depressie haar probeert te overtuigen dat dit niet kan.

o         een vermogen: Peter en Tina hanteren humor om te relativeren, waar voorheen Onrealistische verwachtingen tussen hen instonden.

o         een engagement: Roberto en Laura engageren zich voor geweldloze opvoeding hoewel ze zelf Mishandeld werden.

o         een hoop: vragen als hoe heeft iemand hoop kunnen behouden? Welke mensen of ervaringen hebben bijgedragen tot het in leven blijven van hoop?

Deze uitzonderingen worden dan met dezelfde vier stappen als in het externaliserend spreken geëxploreerd. 

Stap 1 onderhandelt over een omschrijving die ervaringsnabij is en in de eigen taal van de cliënt. Hier mag je gerust wat talmen, wat slenteren en voldoende bijkomende vragen stellen als therapeut tot je een rijke, betekenisvolle beschrijving hebt van wat deze uitzondering voor de cliënt betekent. 

Stap 2 het in kaart brengen van het effect van de uitzondering op de mens in die domeinen van zijn functioneren waar hij het meeste baat ondervindt of zou kunnen ondervinden in de toekomst als de uitzondering zich meer zou voordoen. Ook het effect op de relatie met belangrijke anderen. Exploratie van het verleden, het heden en de toekomst van de uitzondering, schept een subverhaal, dat tegengif vormt tegen het geloof dat de uitzondering zich voordeed als een toevalstreffer, een gelukkige meevaller of te danken is aan de inzet van anderen.  

Stap 3 bevraagt wat de cliënt denkt over dit effect of de mogelijke effecten van de uitzondering, het is de evaluatie van dit effect. Vragen zoals: “Zijn deze ontwikkelingen goed voor je?” “Wat denk je over wat zich hier nu afspeelt?” “Hoe voel je je over deze ontwikkeling?” “Is dit positief of negatief voor jou, of iets tussenin of allebei?” Dezelfde opmerking komt ook hier terug, dit is vaak ongewoon voor mensen zo te denken en samenvatting van de effecten als hulp van de therapeut is vaak noodzakelijk. Vergeet ook niet ruimte te geven aan ambivalentie, dingen zijn meestal complex en zowel deugdzaam als lastig. 

Stap 4 is het bevragen van de verantwoording  van de evaluatie van het effect. Vragen als: “Waarom is dit goed voor je?” “Waarom voel je je zo over deze ontwikkeling?” “Wat zou vroeger kunnen gebeurd zijn dat je zo laat denken over deze evolutie?”. Regelmatig duikt hier: “ik weet het niet” als antwoord op. Dan kan de therapeut steunen door het effect van de uitzondering te resumeren, door een mogelijk gelijkaardig verhaal te vertellen en te bevragen of ze iets herkennen of net helemaal niets, door een ander aanwezige eerst te bevragen en dan terug te keren naar de cliënt. Met jonge kinderen kan je een gokspelletje doen. Je stelt zelf een aantal suggesties voor en het kind mag aangeven of je er compleet naast zit of er iets in de buurt komt. 

 

Wat kan je doen als er geen uitzonderingen blijken te zijn? Exploreren met vragen als: "Hoe ben je erin geslaagd om te voorkomen dat Probleem nog erger werd?", "Zijn er momenten dat Probleem niet zo sterk op de voorgrond staat?",  "Zijn er momenten waarop Probleem niet zo dominant of bazig is?", "Kan je me een verhaal vertellen over iets wat je deed om het effect van Probleem te verkleinen?". Ook inschalen kan helpen om momenten op te sporen waarop het beter gaat.

 

4.5.3           Re-authoring conversations of herverhalen.  

Wanneer mensen al lange tijd worstelen met iets en alle geleverde inspanningen hebben niets bijgedragen tot verbetering van de situatie, dan is de frustratie groot. Vaak is de conclusie er dan één van eigen onvermogen, onbekwaamheid en een kwalijk nemen van het eigen onvermogen. Onze Westerse cultuur draagt daaraan nog bij door diverse fenomenen. Het fenomeen van de “normaalheid” en daarom ook abnormaal, afwijkend, ziek, ongezond, gestoord als je het niet zo eenvoudig hebt om succesvol en gelukkig te zijn. Daarbij wordt de invloed van de context op je ontwikkeling en functioneren uit het oog verloren. Verder is er een sterk geloof dat we zijn zoals we zijn, dit is nu éénmaal ons “karakter” dat we meekregen van moeder natuur. Velen onder ons gaan gebukt onder de kwalijke gevolgen van “traditionele machtsrelaties”. Verder zijn er nog “moderne machtsrelaties”. Het actuele denken behelst een overtuiging van autonoom en onafhankelijk persoonlijk functioneren. Je moet “echt” jezelf zijn, je moet “authentiek” zijn. Je bent in staat tot zelfbeheersing, zelfontwikkeling, zelfmotivatie, zelfvertrouwen. Als gevolg daarvan krijg je een zeer grote eigen verantwoordelijkheid en een groot persoonlijk falen als het minder goed loopt, in onze eigen ogen en in de ogen van anderen. NT probeert voortdurend een alternatieve manier van kijken op persoonlijke verantwoordelijkheid en hiermee samenhangend persoonlijk falen aan te bieden. NT stelt dat problemen in stand worden gehouden door gedachten, ideeën en principes die als vanzelfsprekend, algemeen geldend worden aangenomen en zouden duiden op gezond verstand. NT legt deze bloot en daagt ze uit. Denk bijvoorbeeld aan Geweld tussen partners dat gevoed wordt door de gedachte dat vrouwen minderwaardig zijn. Of Anorexie dat alleen kan bestaan in een cultuur waar slank zijn een must is en een bewijs van zelfbeheersing, succes, gelukkig zijn, bekwaam zijn.

  

Herverhalen is de voornaamste steunpilaar van NT. De narratieve metafoor stelt dat ieder verhaal zich afspeelt op twee terreinen, het terrein van actie en het terrein van identiteit. Het terrein van actie gaat over het materiaal van het verhaal, de opeenvolging van gebeurtenissen die leiden naar de plot en het onderliggend thema. Het terrein van identiteit is samengesteld uit wat deze actie bevat aan gedachten, gevoelens, weten of wat er net niet is aan denken, weten of voelen. Het terrein van identiteit van de verteller bepaalt hoe het verhaal klinkt. De toehoorder vult de gaten in het terrein van actie aan en in met gegevens uit zijn terrein van identiteit en vormt zich zo conclusies over het karakter, de dromen, intenties van de held of de anti-held. Zo ontstaat betekenisgeving, persoonlijke levensverhalen en een geconstrueerde sociale identiteit. En dit maakt het verhaal boeiend. NT richt zich op de gaten in het verhaal en daagt cliënten uit om door middel van grensverleggend denken, verbeelding en levendige ervaringen het verhaal aan te rijken. Zo wordt een schraal, éénzijdig, rigide verhaal aangespekt met nieuwe elementen en wordt het voller. Terrein van actie vragen gaan als volgt: "Waar was je toen dat gebeurde?", "Was je alleen of samen met anderen?", "Wanneer deed dit zich voor?", "Hoe lang heeft het aangehouden?", "Wat gebeurde er net voor of net na?", "Hoe heb je jezelf voorbereid?", "Hoe reageerde je vriend toen je dit zei?", "Heb je dat nog gedaan of was het de eerste keer?", "Nam je deze beslissing alleen of samen met iemand?". Terrein van identiteit vragen zijn bijvoorbeeld: "Wat vertelt deze gebeurtenis over wat voor jou belangrijk is in het leven?", "Wat denk je dat dit betekent voor de hoop op een betere relatie met je dochter?", "Door welke persoonlijke waarde is deze daad mogelijk geworden?", "Welke talenten heb je gebruikt om dit te doen?", "Toen je deze beslissing nam, wat wilde je op dat moment realiseren in je leven?", "Wanneer dat gebeurde, wat zou dat toen betekent kunnen hebben voor je relatie met...?", "Wat zegt deze situatie over jouw sterke kanten?".

De klemtoon in NT ligt niet zo zeer op de interne identiteitscategoiriën met vaste identiteitconclusies die daarmee gepaard gaan zoals ik ben moedig, ik ben lui, ik ben sterk, ik ben onhandig. Deze interne identiteitscategoriën, hebben de neiging mensen vast te pinnen op een onveranderbaar zelf door de natuur gegeven. Dit werkt isolerend aangezien het eigenschappen zijn van een eigen kern en beperkt verscheidenheid, want deze vaste identiteitconclusies bepalen een zelf dat je moet ontwikkelen, dat op zichzelf staand is, dat je moet sturen, vertrouwen en waarmaken. NT legt daarentegen de nadruk op intentionele identiteitscategoriën. Aspiraties, hoop, verlangen, intenties, dromen verbonden met belangrijke anderen komen volop in de schijnwerper.

Herverhalen gebeurt concreet  door een hoop, verlangen, intentie, unique outcome die opduikt in het gesprek te gaan bevragen. Hoelang is deze intentie, hoop, verlangen al aanwezig, waar is ze ontstaan, wie heeft als ‘model’ daarvoor gediend. Welke gebeurtenissen in het recente verleden, het verdere verleden en het zeer verre verleden houden ermee verband? Iedere van deze gebeurtenissen wordt bevraagd door een zigzag beweging vanuit het terrein van actie naar het terrein van identiteit. Wat zegt deze hoop, verlangen, intentie over de toekomst, welke doelstellingen kunnen eruit gedistilleerd worden, waar hoopt de cliënt op, wat heeft de cliënt nodig om dit te kunnen realiseren, wie of wat kan hem daarbij ondersteunen. Ook exploreren als deze hoop, intentie, waarde zich zou manifesteren in de toekomst hoe die er dan zou gaan uitzien. Een zigzag beweging door de tijd met als doel een centraal thema bloot te leggen en te verankeren in de geschiedenis en het bewustzijn van de cliënt. Zo creëert de therapeut een tijdslijn en een subverhaal. Door ook interactioneel te bevragen, ontstaat ook verbondenheid met belangrijke anderen die dezelfde thema’s een warm hart toedragen.  Er is alternatief verhaal gegroeid, een verhaal met geschiedenis en toekomst, een ‘interwoven’ verhaal of een verhaal verbonden met anderen. De therapeut stimuleert ook de verbondenheid met de eigen waarden en zo het probleemoplossend vermogen van de cliënt. Dat helpt mensen om zich hier meer mee te identificeren in plaats van met de problemen en de negatieve identiteitconclusies die ermee samenhangen zoals zwak, gek, gestoord, ongezond, slecht, aangetast. Goede doelen hebben enkele kenmerken:

o         liever concreet dan vaag

o         positief geformuleerd dus niet ik wil niet meer drinken, beter is ik wil nuchter blijven

o         in interactionele termen = verbonden met anderen mensen, vb ik wil dat depressie minder wordt, zodat ik kan genieten van een etentje met mijn vrouw. De therapeut probeert door vragen te stellen over het effect van het probleem op gezinsleden van de cliënt, de cliënt te laten kijken door de bril van die anderen naar zichzelf.

o         realistisch=bereikbaar

o         in kleine stapjes splitsbaar

o         doel is belangrijk voor de cliënt zelf

  

Schematisch voorgesteld krijgen we nu dit:

  

 

 

 

 

 

 

  

   

  

Een voorbeeld zal het duidelijker maken. t Wat vind je ervan dat depressie ervoor zorgt dat je er niet aan toekomt iets samen te doen met je zoon? c Ellendig is dat. t Waarom vind je dat ellendig? c Omdat ik dat niet wil. t Wat vind je belangrijk in de band met je zoon? c Ik wil wel met hem kunnen spelen en samen dingen doen. t Het is dus voor jouw belangrijk samen te kunnen spelen met je zoon? c Ja, en ik wil echt contact. t Hoelang is het al dat je dat belangrijk vindt? c Altijd al, zelfs al van voor ik kinderen had. t Dus al van voor je kinderen had, is het belangrijk voor je. Hoe is dat in je leven gekomen, dat verlangen? Heb jij dat thuis gezien? c Thuis niet, mijn vader hield zich niet met mij bezig. t Zo, je vader was dus nogal afwezig. Wat doe jij anders dan je vader als depressie er niet is? c Ik speel wel met mijn kind. t Hoe heb jij ontdekt dat het anders kon dan wat je vader je voortoonde? c Bij vriendjes misschien? t Denk je aan iemand….

 

 Zo ontstaat een rijk verhaal met gemeenschappelijke thema’s, verbondenheid, meer meesterschap over het eigen leven, emotionele heropleving van verwaarloosde aspecten, speculatie over hoe het leven zou kunnen zijn, over hoe je zelf zou kunnen verschijnen bij anderen, veronderstellingen over toekomstige acties die mogelijk zouden kunnen zijn en die passen bij het eigen thema, uitdrukking van persoonlijk engagement. Zo groeit het bewustzijn van een sociaal geconstrueerde identiteit en is er een stuk ontslag van alleen maar persoonlijke verantwoordelijkheid voor de problemen. Dit is de voedingsbodem voor blijvende verandering. 

4.5.4           NT en PTSS of trauma en waarden.

Bij PTSS is het bewezen dat het opnieuw praten over het trauma schadelijk is of re-traumatiserend, hier staat praten gelijk aan het opnieuw ondergaan van het trauma.

White stelt dat de intensiteit van het lijden van de cliënt ten gevolge van een traumatische ervaring iets zegt over hoe belangrijk de waarde is (die tengevolge van het trauma geschonden is). Klassiek kijkt men naar de intensiteit van het lijden als een bewijs van de beschadiging. White kijkt naar de intensiteit van het lijden als bewijs van de belangrijkheid van de waarde, als een getuigenis. Je kan dus exploreren wat geraakt is en wat zo belangrijk is voor de cliënt. Een voorbeeld brengt wellicht duidelijkheid. Een jonge vrouw, caissière, overval, geen gewonden. De vrouw heeft sedertdien veel klachten. Exploratie van de waarden leidt naar de relatie met haar moeder en vriend, ik was er bijna niet meer en dan zou mijn moeder mij kwijt zijn en zij is al weduwe. Mijn vriend zou alleen achterblijven. Dit is het werkelijke lijden van de dame. Dit brengt opening om te exploreren wat de band met haar moeder en haar vriend voor haar betekent en brengt ook hoop voor de toekomst voor alle drie de betrokkenen binnen in het verhaal.

White nodigt therapeuten uit oog te hebben voor de reacties op trauma en met name wat deze reacties reflecteren in termen van:

o         wat mensen waarderen, wat hen dierbaar is, ook overtuigingen, principes, hoop, dromen, ethiek, integriteit, enz.

o         wat mensen van plan zijn met hun leven, doelen, aspiraties, intenties, ambities, wensen, zoektochten, strevingen.

o         alle kennis en vaardigheden die in deze reacties aanwezig is, zoals levensbehoud in bedreigende omstandigheden, steun vinden in een vijandige omgeving, veiligheid scheppen in een onveilige plek, verbondenheid met anderen, voorkomen van trauma’s voor anderen, helen van de gevolgen van het trauma, acceptatie van het gebeurde, verder leven met het trauma, etc…

o         de sociale, relationele en culturele component van de reacties op het trauma.

4.5.5           Re-membering conversations.

Deze gesprekken bouwen voort op het bewustzijn dat wij ook worden wie we zijn door onze context. Het Engelse woord 'to remember' betekent 'herinneren'. Tegelijkertijd zit er het woordje 'member' in en dit betekent 'lid'. Deze gesprekken hebben dan ook beide doelen, de herinnering aan betekenisvolle figuren weer levendig maken en de bijdrage van deze mensen,  op wie de client geworden is, in de schijnwerper plaatsen. Net als de bijdrage die de client leverde aan de identiteit van deze persoon. Er wordt uitgezocht wat de members bijgedragen hebben aan de vaardigheden, alternatieve verhalen, belangrijke doelen, krachten die leiden tot unique outcomes. Het hoeven zelfs niet altijd mensen van vlees en bloed te zijn, het kunnen ook modellen zijn uit boeken, films, speelgoed, knuffels. Door vragen als: "Ik vraag me af wie ook nog zou weten dat jij zo moedig bent?", "Wie zou niet verbaasd zijn dat je dit hier vertelt?", "Zou er nog iemand kunnen getuigen dat jij een zorgzame ouder bent?", kom je als therapeut op het spoor van betekenisvolle relaties voor de cliënt. Het is geen passief laten vertellen van wat de cliënt zich herinnert, maar het actief op zoek gaan naar onderliggende waarden en betekenis en dit in twee richtingen. Vanuit de significante andere naar de cliënt maar ook wat de cliënt bijgedragen heeft aan het leven van die significante andere.

Concreet begint het met het laten vertellen wat die belangrijke figuur bijgedragen heeft aan de cliënt. Dan laat de therapeut de cliënt kijken door de ogen van de belangrijke ander naar zichzelf. Ook hier weer proberen een rijke beschrijving te bekomen van hoe de band was en hoe de persoon de cliënt zag. De rijke beschrijving wordt weerom bekomen door te zigzaggen tussen verscheidene gebeurtenissen doorheen de tijd en tussen de terreinen van actie en identiteit. Dan worden de rollen omgekeerd en gaat de therapeut op zoek naar hoe de cliënt bijdroeg aan het leven van de ander. Ook hier mag je dralen tot je een rijke beschrijving van de verbinding en de bijdrage aan de identiteit en de doelstellingen van de ander verkrijgt.

Als de cliënt ervan uitgaat dat hij is wie hij is door het lot, genetische voorbeschikking, de natuur dan kan je met re-membering conversations nog niet aan de slag. Dan moet je voorbereidend werk doen door het bewustzijn te prikkelen dat wij ook meebepaald worden door onze geschiedenis, ons nest waar we geboren zijn, onze cultuur. Als je cliënt bijvoorbeeld denkt dat hoop iets is wat al dan niet natuurlijk aanwezig is, kan je niet gaan exploreren wie belangrijk was in het ontstaan, in stand houden, aanwakkeren, verminderen van deze hoop. Banden met mensen die bijgedragen hebben aan het ontstaan van de problemen kunnen ook onderwerp zijn van deze gesprekken, hier dan met het doel de invloed ervan af te zwakken. Verder wordt deze techniek ook gehanteerd bij stervenden en in rouwprocessen.

4.5.6           Definitial ceremonies, ceremonies die helpen sociale identiteit te bepalen.

Getuigen (outsider witnesses) kunnen aanwezig zijn bij de consultatie. Dit kunnen mensen zijn die vroeger cliënt waren, die worstelden met een gelijkaardig probleem. Of het gaat om een vriend. Ook een sociaal werker of een andere therapeut kan deze rol op zich nemen. Of andere gezinsleden als het gaat om relatie of gezinstherapie. De ceremonie bestaat uit drie delen. De cliënt vertelt een belangrijk verhaal dat te maken heeft met zijn identiteit en verbonden is met belangrijke figuren. De outsider witness luistert aandachtig. De rollen worden omgedraaid en de cliënt wordt nu toehoorder. De getuige geeft weer welk beeld, welke zin er bij hem opkwam toen hij het verhaal hoorde. Wat trok de aandacht, wat sprong eruit, wat raakte hem. En welke gelijkenis is er met zijn eigen leven. De getuige wordt ook gevraagd welke verschuiving hij opmerkt gedurende de sessie. Wat in het verhaal van de cliënt draagt bij aan de toekomst van de getuige of anders geformuleerd, wat heeft de getuige geleerd uit het verhaal. De cliënt hoort wat de getuige weergeeft. De rollen worden nu nog eens omgekeerd en de cliënt komt nu op dezelfde manier aan het woord als de outsider witness, wat raakt, wat springt eruit, wat valt op, wat kan de cliënt meenemen uit het betoog van de outsider witness.  Dit blijkt vaak heel leerrijk, heel krachtig te zijn. Peter Rober gebruikt dit ook in relatietherapie. Hij laat een koppel hun relatie tekenen tegen de tweede sessie. Ze mogen de tekening niet aan elkaar tonen. De volgende sessie past hij de outsider witness techniek toe en bevraagt wat er te zien is op de tekening aan de tekenaar en daarna aan de getuige. En dan draait hij de rollen om. De tekening wordt letterlijk geëxploreerd, het is niet de bedoeling te interpreteren, wel te laten opvallen wat er aanwezig is of net wat ontbreekt en wat verrast bij de ander.

De therapeut heeft een belangrijke sturende rol bij een definitial ceremonie. De cliënt moet vooraf een duidelijk zicht hebben over hoe zo’n ritueel verloopt. De cliënt krijgt het recht aan te geven wat niet kan besproken worden gedurende de ceremonie. De outsider witness heeft een duidelijke uitleg nodig over wat van hem verwacht wordt. Hij dient voorbereid te zijn op de sessie. Alle verantwoordelijkheid voor het verloop ligt bij de therapeut. De therapeut deelt dit ook vooraf mee aan de getuige, dit geeft mensen de nodige veiligheid om vrijuit te spreken. De therapeut geeft ook aan dat hij met vragen zal sturen en eventueel zal onderbreken als de antwoorden niet stroken met de rol. Outsider witness zijn is niet het verhaal resumeren noch het verhaal parafraseren. Het mag ook niet ontsporen in het geven van advies, beoordeling, veroordeling, complimenten, formuleren van hypothesen of morele adviezen, aandraven met oplossingen, interpreteren, preken, culturele waarden aanbrengen, focussen op sterkte en hulpbronnen, feliciteren, herkaderen, zorgen meedelen, helpen, eigen verhalen vertellen. Het gaat ook niet om empathie of sympathie. De essentie van de rol van outsider witness is die van resonantie, klankbord. Het gaat om het aangeven van wat de aandacht trok in het verhaal, wat een gevoelige snaar raakte, wat verraste, wat de interesse prikkelde, mentale beelden die opgeroepen werden. raakpunten met eigen ervaringen. Ook hier zijn vier categorieën van onderzoek. White gebruikt de term “inquiry” omdat hij duidelijk wil stellen dat niet om het even wat kan verteld worden, dat het een door de therapeut gestuurde hervertelling is. Het doel is ook hier evolueren van een dun naar een rijk verhaal.

Deel I de cliënt brengt zijn verhaal

Deel II de outsider witness komt aan het woord, als leidraad deze 4 stappen

Stap 1 benadrukt de expressie. Vragen als: “Wat trok je aandacht?” “Wat voelde je?” “Waaraan hecht deze persoon veel waarde?” “Welke woorden sprongen eruit?” “Welk gevoel merkte je in het verhaal?” Alle informatie van de getuige wordt geëxploreerd tot het heel persoonlijk en onderscheiden is.

Stap 2 belicht het beeld. Deze beelden kunnen verschijnen als metaforen over het leven of als mentale beelden over de identiteit of de relaties. Of het gaat om een gevoel. Verdieping gaat hier om wat zou dit beeld, deze metafoor, dit gevoel kunnen vertellen over de doelen, waarden, geloof, aspiraties, dromen, engagementen van de cliënt. Wat hoort of ziet de getuige over wie deze cliënt is en waarheen hij wil met zijn leven?

Stap 3 gaat over persoonlijke resonantie. Vragen als: “Waarom treft dit woord jou? Wat heeft dat te maken met jouw leven en wie jij bent?” “Waarom raakt net dit bij jou een gevoelige snaar?” “Waarom duikt dit beeld op in je gedachten?” “Welke zaken uit je eigen verleden kwamen weer naar boven door dit verhaal?”

Stap 4 gaat over beweging. “Waardoor werd je geraakt?” “Wat zal anders zijn in je leven door deze ervaring?” “Welke denkbeelden zijn veranderd door dit gesprek?” “Wat neem je uit dit gesprek mee naar de toekomst?” “Welke invloed zal dit gesprek hebben op jou leven, op jouw verwachtingen, dromen, toekomstbeeld?” “Heeft dit invloed op jouw relaties met anderen?””Heb je inspiratie opgedaan die je helpt om eigen problemen anders te bekijken of aan te pakken?”

Deel III de cliënt komt opnieuw aan het woord, de ondervraging gebeurt met dezelfde 4 stappen.

Definitial ceremonies stimuleren catharsis bij de cliënt, hier niet in de betekenis van emotionele heling gebruikt, wel in de zin van beweging. Beweging in de richting van:

o         verwerven van een nieuw perspectief op het leven en eigen identiteit

o         vernieuwde belangstelling voor verwaarloosde aspecten van de eigen geschiedenis

o         herverbinden met onthulde waarden en doelen voor het eigen leven

o         verbanden en betekenissen blootleggen die voordien onbegrepen waren

o         ervaren van levenswijsheid en capaciteiten die nauwelijks bewust waren

o         oproepen van plannen die voorheen nooit bedacht werden

o         denken over de grenzen van het gewone, vertrouwde heen

  

Tijdens de definitial ceremonies is een stevige sturing van de therapeut nodig. Als de outsider witness een ervaringdeskundige is, kan dit de therapeut intimideren. De outsider witness lijkt veel meer af te weten van de situatie en hoe die aanvoelt. White stelt dat je vakkennis niet mag gelijkschakelen aan ervaringdeskundigeheid.

 

        4.5.7           Therapeutische documenten

Vaardigheden, kwaliteiten, engagementen, nieuwe ontwikkelingen worden gedocumenteerd zodat ze toegankelijk blijven voor de cliënt. Vaak ook voor anderen die met gelijkaardige problemen worstelen. Het doorgeven van ervaringsdeskundigheid naar anderen kan voor de cliënt zeer betekenisvol zijn. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Wat voorbeelden om jullie te inspireren:

 

        4.5.8          Therapeutische brieven

NTbenut brieven op velerlei manieren. Dit altijd in samensprak met de cliënt(en). Staan ze open om een brief te ontvangen? Wat mag er niet in? Zijn ze van plan deze brief één keer te lezen of wat gaan ze ermee aanvangen? Ook brieven worden geschreven in de taal die de cliënt eigen is.  Ze zijn een verlengstuk van de sessie(s). Vele cliënten ervaren het waardevol een dergelijke brief te ontvangen. Het geschreven woord, de herhaling van wat de therapeut de kern van de sessie(s) vond, kan het pas gegroeide alternatieve verhaal steviger wortelen in de gedachten en het leven van de cliënt. Doel van de brief kan zijn:

 

            4.5.9            Rituelen en vieringen

Ook rituelen en vieringen komen aan bod in de NT. Ze worden gebruikt om stappen in de richting van een beter leven in de schijnwerper te plaatsen. Ook afscheids- en rouwrituelen kunnen nuttig zijn.

De concrete invulling is steeds in samenspraak met de cliënt. Wie aanwezig mag zijn, wordt zorgvuldig uitgezocht. Het doel van het ritueel is, net als bij de andere methodieken die NT gebruikt, telkens het aan kracht laten winnen van het alternatieve verhaal. Als inspiratiebron kan ik je dit boek aanbevelen: Natuurrituelen, Carla Rosseels, Houtekiet, 2004.

4.5.10           Stellingen bouwen

Wanneer mensen beslissen in therapie te gaan, hebben ze hun problemen en zorgen al zelf proberen aan te pakken op manier die hen vertrouwd en eigen zijn. Ze hebben gekozen voor manieren van doen die past bij hun denkbeelden, gewoonten, gewoontepatronen in hun relaties. De zone van potentiële ontwikkeling ligt tussen wat mensen eigen en vertrouwd is en wat ze zouden kunnen denken en doen.  Deze zone overbruggen, lukt slechts als de nieuwe ervaring in haalbare stapjes aangebracht wordt. NT is zo gestructureerd dat de ervaring in de therapie door de manier van bevraging, beantwoordt aan een nieuwe, grensverleggende manieren van denken en spreken. Deze nieuwe ervaring wordt stapsgewijze aangebracht. White onderscheidt hierbij verschillende gradaties in het leerproces:

o         niet ver verwijderd van het vertrouwde. Het gaat hier om feitelijke vragen die dicht aansluiten bij wat de cliënt gewoon is, die gaan over niet zo gekende onderwerpen of om onuitgesproken delen

o         gemiddeld ver verwijderd van het vertrouwde. Hier laat je de cliënt nadenken over verbanden tussen verschillende situaties.  Hoe kan de cliënt deze gebeurtenissen categoriseren, wat is de gemeenschappelijke terugkomende factor, waar zit het verschil, waar zit de gelijkenis

o         redelijk ver verwijderd van het vertrouwde. Nu komen vragen om te reflecteren over de effecten, na te denken over de betekenis van deze verbanden, wat kan de cliënt ervan leren, wat kan bijdragen aan verbetering

o         ver verwijderd van het vertrouwde. Deze taak omvat het vormen van denkbeelden over hun identiteit en hun levensdoelen gebaseerd op de conclusies van de vorige stap.

o         zeer ver verwijderd van het vertrouwde. Hier gaat het om het formuleren van voorstellen voor de toekomst die passend zijn bij de nieuwe denkbeelden rond hun eigen identiteit en levensdoelen. Het speculeren over mogelijke gevolgen van deze veranderingen of voorgenomen acties. Ook de werkelijke planning van de actie of het aanvatten van een initiatief.

Als we nu even terugkeren naar het externaliserend spreken en spreken over uitzonderingen dan zien we:

Stap 1 = niet ver verwijderd van het vertrouwde. Het is het onderhandelen over een ervaringsnabije en in eigen woorden van de cliënt weergegeven definitie.

Stap 2 = gemiddeld ver verwijderd van het vertrouwde, want dit gaat over het effect van het probleem of de uitzondering.

Stap 3 = redelijk ver verwijderd van het vertrouwde, want dit gaat over de evaluatie van en de reflectie over het probleem of de uitzondering

Stap 4 = ver verwijderd van het vertrouwde, want gaat over de legitimering van deze evaluatie

           = zeer ver verwijderd van het vertrouwde als het gaat over speculatie over de toekomst

Zo wordt de cliënt getraind in het voorzien van de consequenties van zijn gedrag, na denken over evoluties in zijn leven, het ontwikkelen van denkbeelden over het leven en de eigen identiteit die verbonden zijn en medeontwikkeld worden door sociale interactie en contact.

4.5.11           Bedenking

Voor dit betoog zijn externaliserend spreken, uitzonderingen, herverhalend spreken, re-membering gesprekken uit elkaar gehaald. In de praktijk zijn die niet zo strikt gescheiden als hier voorgesteld. Gedurende één sessie kunnen diverse van deze technieken gehanteerd worden.

4.6         Sterke punten

Externaliserend spreken laat toe over problemen te spreken zonder dat de cliënt samenvalt met het probleem. Zo gaat de cliënt nadenken over het probleem, de effecten van het probleem en de trucjes van het probleem. Het probleem wordt de loebas en met een loebas kan je wat aanvangen. Het probleem krijgt een ontstaansgeschiedenis die ruimer is dan de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt, een ontstaansgeschiedenis verbonden met geslacht, klasse, ras, gezin, cultuur, samenleving. Daardoor kan de schaamte, de veroordeling, de zelfbeschuldiging van de cliënt afnemen. En dat lucht op! Door het probleem te verwoorden in de eigen taal van de cliënt wordt het hanteerbaarder en minder horend bij de professioneel. Denk even terug aan het kind met ‘encopresis’. Dit is het etiket van een professioneel, dus heb je de vaardigheden van een professioneel nodig om het aan te kunnen. Meneer kattenkwaad kan het kind wellicht veel beter zelf hanteren. Stilstaan bij hetgeen verrast, maakt vaak ruimte voor een nieuwe vertelling van het verhaal of wat White re-tellings noemt. Zo wordt het oude, negatieve verhaal complexer en rijker gemaakt en aangevuld met nieuwe, vaak hoopvollere perspectieven die het mensen mogelijk maakt om te gaan met dilemma’s en obstakels die ze in het leven tegenkomen. Stilstaan bij waarden, doelen, unique outcomes is meteen aandacht geven aan wat goed gaat. Hoe scherper, concreter we onze doelen kennen, hoe groter de kans dat we daar ook iets voor gaan doen. Hoe meer we bewust worden van wat we nu al efficiënt doen, hoe meer we er gebruik van kunnen maken. Door het bekrachtigen van de sterke kanten van de cliënt, krijgt hij meer moed en meer geloof in zijn mogelijkheden. De cliënt voelt zich in de relatie met de therapeut gezien in zijn mogelijkheden, hetgeen de relatie meer potentieel geeft.

Een kritiek op de oplossinggerichte therapie van Steve de Shazier is dat het weinig ruimte laat aan de pijn in het verhaal, deze kritiek is niet geldend voor NT. NT biedt ook ruimte aan de pijn. White toont zelf geregeld zijn eigen emoties en ontroering. Hij noemt die een ‘testimony’ van zijn verwondering of medeleven.

4.7         Beperkingen

Het non-verbale krijgt geen aandacht in de narratieve psychotherapie, het is enkel talk, talk, talk. Externaliserend spreken vergt oefening! Het is meer dan een therapeutische techniek, het is een manier van denken. Dit veronderstelt eigen proceswerk voor de therapeut. In het begin dat je zo werkt, kan je wat last hebben met het volgende: als je het probleem externaliseert, wordt het de loebas waartegen de cliënt kan vechten. En dat leidt tot woordgebruik zoals: gevecht, oorlog voeren tegen, verslaan, uitroeien, overwinnen. Dit woordgebruik kan wat huivering ontlokken bij de therapeut. En kan opzwepend, stresserend werken. En soms ontmoedigend, want vechten vergt kracht. Je kan je ook afvragen: als mensen letterlijk aan het vechten zijn om te overleven, zijn oorlogstermen dan niet passend bij wat ze ervaren? Als therapeut kan je hiermee omgaan door de oorlogsterminologie niet zelf te introduceren. Maar wel terminologie zoals onderhandelen met het probleem, het probleem ondermijnen, temmen, opvoeden, wapenstilstand sluiten met het probleem, je leven terugeisen van het probleem, in staking gaan tegen het probleem, ontslag nemen van het probleem, etc…

  

      4.8          Bronnen

Morgan, A. (2000) What is Narrative Therapy? A easy-to-read introduction, Dulwich Centre Publications 

Rober, P. (2002) Samen in therapie, Acco

White, M. (2007) Maps of narrative practice, Norton 

Workshop geleid door Johan Van de Putte, Empowerment: ingrediënten uit oplossinggerichte & narratieve therapie, 9 november 2007

Workshop geleid door Johan Van de Putte, gesprekstechnieken uit de narratieve therapie, 9 mei 2008

www.dulwichcentre.com.au  

www.narratievetherapie.be

 

5         Met welke verhalen kan je aan de slag?

5.1         Sprookjes

Ezelsvel

Er was eens een ver koninkrijk. Op een dag wordt de koningin heel erg ziek, de koning raadpleegt de beste artsen, maar niets helpt. De koningin sterft. De koning is heel erg verdrietig. Hij vergeet zijn land te besturen, en zit enkel nog op zijn troon te zuchten. De hofdienaren zoeken een manier om hem te troosten. Misschien een nieuwe vrouw? De koning zegt daarop: “Ik wil maar één vrouw trouwen, diegene die even mooi is als mijn overleden vrouw.” De schrik slaat om de harten van de dienaren, er is immers maar één vrouw even mooi en dat is de koningsdochter. Ze zitten in zak en as. Ook de koningsdochter vindt de gedachte met haar vader te trouwen onvoorstelbaar.  De volgende nacht verschijnt in haar droom een toverfee. Ze geeft haar de raad te ontvluchten, gekleed in een ezelsvel. De dochter volgt de raad van de fee. Om aan de kost te komen, hoedt ze de ganzen. Slechts heel even en als ze alleen is, ontdoet ze zich van haar ezelsvel. Op een dag passeert er net op dat moment een prins. Erg onder de indruk van haar schoonheid, doet de jongeman haar een huwelijksaanzoek. De koningsdochter zegt volmondig ja. Maar wat zal haar vader daarvan vinden. De oude man ziet hoe gelukkig zijn dochter is en verzoent zich met het huwelijk. Ze leefden nog lang en gelukkig.

eigen variant van een bestaand sprookje

Sprookjes zijn uitingen van iets dat in mensen onbewust leeft, zij zijn van alle tijden en plaatsen, zij ontsluiten motieven van menselijk gedrag dat anders niet zo eenvoudig te doorgronden is. 

In de begintijd van de psychoanalyse hebben sprookjes de analytici sterk geboeid. Twee aspecten werden sterk benadrukt, de magische wensvervulling en de symboliek. Ze werden dan ook net als dromen onderwerp van analyse. Verena Kast ging aan de slag met het lievelings- of angstsprookje uit de kindertijd van de analysant.

Ook in de Jungiaanse school worden sprookjes gezien als symbolische beschrijvingen van algemeen menselijke problemen en van mogelijke oplossingen van deze problemen. Het sprookje gaat altijd over iets dat de verdere ontwikkeling van het leven bedreigt, meestal beschreven in de beginsituatie van het sprookje en laat zien op welke manier de sprookjesfiguur van dit probleem wordt weggevoerd en een nieuwe levenssituatie wordt binnengeleid. Deze ontwikkelingsgang kent vele omwegen, gevaren, falen, enz. In overdrachtelijke zin worden wij in onze eigen ontwikkelingsgang door dezelfde gevaren bedreigd als de held in het sprookje. We zien de held als het ware als een ideaalbeeld die door zijn gedrag bestand is tegen probleemsituaties en die de noodzakelijke weg bewandelt om tot een oplossing te komen. Elk personage in het sprookje kan ook gezien worden als een subpersoonlijkheid van de held, dus ook de cliënt. En zodoende veel informatie geven over niet geïntegreerde delen van de persoonlijkheid. De beelden uit het sprookje kunnen onze eigen verstarde innerlijke beelden, onze archetypen, terug in proces brengen .  

Enerzijds volgen de Jungianen bij de interpretatie van verhalen (en symbolen) nauwgezet de ontwikkelingfasen, de wegen die in het sprookje worden afgelegd, de situaties waarin de held zich bevindt of terechtkomt; anderzijds schenken zij ook aandacht aan de symbolen.

De interpretatie van sprookjes is niet de enige en ook niet de belangrijkste manier om je met sprookjes bezig te houden. De Jungiaanse school maakt dan ook gebruik van verschillende methoden rond het werken met verhalen als mythen en sprookjes. Zo wordt de actieve imaginatie toegepast, staat de cliënt stil bij zijn favoriete beelden en wordt de weg van de held vergeleken met de levensweg van de cliënt.

Nog een andere manier om naar sprookjes te kijken is dat ze verhalen over wie men werkelijk is. Ik koos daarom het voor mij, tot ik aan deze thesis begon, ongekende sprookje van het ezelsvel. Dit vel, dat in andere varianten op het sprookje soms ook een muizenvel, een varkenshuid, een mantel van kraaienveren, een mantel van oude luizen, een oude vrouwenhuid, de huid van een oud lijk of een houten kleed is, is een vermomming of een verhulling. De koningsdochter wordt zo ganzenhoedster en uiteindelijk wordt zij opnieuw wie ze echt is, koningsdochter.

Ook in Assepoester zien we een gelijklopend verhaal en thema, een rijke dochter wordt keukensloof en uiteindelijk wie ze echt is, een rijke dochter.

Terugkoppelend naar de realiteit. Kennen we niet allemaal huissloven? Vrouwen die zichzelf wegcijferen? Die hun eigen behoeften aan de kant schuiven om anderen te dienen? Dragen ze dan een ezelsvel? En wie komt tevoorschijn als zij dit ezelsvel afgooien? Of vrouwen die denken onaantrekkelijk te zijn voor mannen? Of die zich door hun houding, kapsel, kleding onaantrekkelijk maken? Zijn ook dit geen vermommingen? En het zich niet durven tonen als vrouw of niet durven echt vrouw zijn? Aangezien ik net dit sprookje koos, mag je aannemen dat het mijn levensverhaal aanraakt. Mijn houten kleed zorgt soms nog dat ik me houterig gedraag. Sprookjes kunnen dus bijdragen aan ego-ontwikkeling, wat wij nastreven als we groei-inducerend werken.

5.2       Dierenverhalen

Dieren spelen vaak de hoofdrol in verhalen en worden dan menselijke eigenschappen en kleine kantjes toegedicht. Ongetwijfeld schieten jullie nu enkele voorbeelden te binnen, zoals de vos en de raaf, de schildpad en de haas.

5.3       Mythen en volksverhalen.

Demeter en Persephone

De godin Demeter, moeder aarde of moeder van het graan, had een dochter Persephone genaamd.

Op een dag, toen Persephone bloemen aan het plukken was in de wei, werd ze ontvoerd door Hades in zijn strijdwagen. Hij nam haar mee naar de onderwereld. Toen Demeter ontdekte dat haar dochter ontvoerd was, riep ze de hulp van Zeus. Hij hoorde haar geroep niet. Demeter ving op zee de klinkende echo van de stem van haar dochter op. Ze zwierf negen dagen over aarde en at noch dronk van verdriet. Alleen Helios bracht enig soelaas, hij vertelde haar dat Zeus Hades de toestemming gegeven had met Persephone te trouwen. Diep bedroefd en razend van woede verliet Demeter de Olympos Als wraak besloot ze de aarde van graan te onthouden. Nu smeekte Zeus haar om het graan weer te laten groeien en de aarde opnieuw vruchtbaar te maken. Demeter weigerde, zolang ze haar dochter niet mocht terugzien. Zeus zag geen uitweg meer en sprak Hermes aan om Persephone terug te halen uit de onderwereld. Hades stemde toe zijn vrouw te laten terugkeren naar haar moeder, maar gaf haar granaatappel te eten, een symbool voor een onverbreekbare huwelijksband. Nogmaals kwam Zeus tussenbeide. Hij besliste dat Persephone drie vierde van het jaar bij haar moeder zou blijven en gedurende de winter terugging naar haar man in de onderwereld. Moeder en dochter vierden samen de terugkeer van Persephone en de aarde werd weer vruchtbaar.

Roy Willis, Mythologie, p142 

Mythen zijn eerder fantasierijke pogingen om de geheimen van het leven op te lossen. Je kan ze dus vergelijken met huidige wetenschappelijk theorieën, maar dan in een eerder stadium van menselijke ontwikkeling.  In de mythe van Demeter en Persephone vind je dus een verklaring van het ontstaan van de seizoenen. Freud baseerde het Oedipus-complex op de mythe. Volgens Carl Gustav Jung ontlenen mythen hun geheimzinnige kracht aan het feit dat de belangrijkste figuren de belichaming zijn van primitieve archetypen die een grote invloed uitoefenen op de menselijke geest.

Volgens Lévi-Straus, een antropoloog, dienen mythen om contradicties in menselijke ervaringen op te lossen.  Deze contradicties kunnen onmiddellijk en zintuiglijk zijn of uiterst abstract. Tegenstellingen zoals jong en oud, droog en nat seizoen, mannelijk en vrouwelijk, cultuur en natuur, leven en dood, honger en verzadiging, het Ene en het Vele zijn terug te vinden. Ze roepen vaak evenveel vragen als antwoorden op. En de ene mythe geeft een antwoord  op vragen die een andere oproept.

5.4       Wakan Tanka en andere scheppingsverhalen

Het scheppingsverhaal van de Lakota

Wakan Tanka (groot mysterie), is het opperwezen en zijn geest woonde in de eerste god, Inyan (rots). Er bestond niets anders dan Han (zwart of duisternis). Inyan wilde zijn krachten tonen, maar er was niets om ze op uit te oefenen, dus schiep hij uit zijn bloed de godin Maka(aarde) en de blauwe wateren. Uit de wateren werd de grote blauwe koepel Skan (hemel) geschapen, waarvan de rand de begrenzing van de aarde vormde. Skan gebruikte zijn energie om aardse duisternis uit Han te scheppen, en schiep vervolgens Wi(zon) uit Inyan, Maka, de wateren en zichzelf. Hij gag Wi de opdracht te schijnen en de wereld werd heet. De vier goden, Skan, Inuan, Maka en Wi kwamen bijeen; Skan, de machtigste, sprak tot de anderen:’ Hoewel wij vier in getal zijn, hebben we maar één bron, Wakan Tanka, die niemand, zelfs de goden zelf, niet kan begrijpen. Hij is de God der Goden.

Roy Willis, Mythologie, p230 

5.5       Eigen verzonnen verhalen

De therapeut kan zijn eigen creativiteit benutten en met het levensverhaal van de cliënt aan de slag gaan om daarmee een verhaal te schrijven met als doel iets in beweging te zetten. Of als een afscheidritueel. Of je kan tijdens de sessie een verhaal bedenken. Meestal zal je als therapeut dan wel ergens vertrekken vanuit een bestaand verhaal dat je aanpast aan de noden van deze specifieke situatie of persoon. Je kan er de eigen woorden van de cliënt in gebruiken, of de beeldspraak van de cliënt uitbouwen tot een verhaal. Zo ontstaat rapport of afstemming. Het “zich begrepen voelen” is een aangrijpende ervaring voor de cliënt en één van de streefdoelen van een goede therapeutische relatie. Een therapeut die tijd en energie investeert door speciaal voor jouw een verhaal te creëren. Lijkt je dat geen toffe manier om aandacht te krijgen? En (onvoorwaardelijke) aandacht is ook een facet van de basishouding van een bekwaam therapeut. Een uitgewerkt voorbeeld hiervan kan je vinden op het internet, Peter Rober schreef een verhaal voor Beau.

5.6       Verhalen uit andere culturen

Soefi verhalen, zenverhalen, chassidische verhalen kunnen rijke bronnen zijn om uit te putten. Dit zijn vaak verhalen met de bedoeling anderen iets te leren.

Grof 

Inayat Khan, de Indiase wijze die soefi naar het Westen bracht, beschouwde het (vertelde) woord als een vorm van muziek. Een keer provoceerde een nuchterling hem met de vraag of hij echt geloofde dat woorden geneeskracht hadden. Inayat Khan, zeer tegen de soefi gewoonte in, antwoordde met een botte wedervraag: ‘Wie bent u om zo’n domme vraag te stellen?’De aangesprokene was nu beledigd, en zei terecht: ‘Hoe kan een soefi zo grof zijn?’ Inayat Khan reageerde met :’Als grove woorden u zo’n pijn kunnen doen, waarom twijfelt u dan aan de andere mogelijkheid dat er ook woorden zijn die genezen?’

Jack Vroemen, De kracht van verhalen, p155

  

6         Wat kan je met verhalen in beweging brengen?

Ik ben vertrokken vanuit de verhalen, aangezien zij het instrument zijn van deze methodiek. Deze methodiek is geschikt tijdens alle stadia van het therapeutische proces. Een verhaal is een geschikt middel om weerstand te omzeilen. Het verhaal gaat niet rechtstreeks over de cliënt, er is immers een personage. Daardoor is de confrontatie milder. Het komt als middel tussen de cliënt en therapeut. De cliënt zegt ja tegen het verhaal. Onbewust zegt hij zo ook ja tegen zichzelf. Endogene inspiratie is nu eenmaal minder bedreigend dan exogene.  Of met woorden van Erickson: een bittere pil kan gemakkelijker worden geslikt als hij in een zoet laagje wordt verpakt. Een rechtstreekse morele preek kan men verwerpen, maar raadgevingen en aanwijzingen worden aanvaardbaar als ze verpakt zijn in een intrigerend, amusant verhaal, dat op een boeiende manier verteld wordt. 

Suzanne Kempeneers formuleerde het als volgt, tijdens de workshop die ik bij haar volgde. Verhalen zijn nuttig op het moment dat je de indruk hebt, nu zou ik moeten gaan preken.

De verhalen in dit werk zijn een persoonlijke selectie. Als je aan de slag wil met verhalen, moet je er een aantal in je geheugen steken hebben. Je moet ze dus lezen en wellicht herlezen. Dat komen ze binnenwippen op het moment dat je ze van doen hebt.

Diegenen die niet vertrouwd zijn met het gedachtegoed van de academie hebben er baat bij de vijf krachten van de constructieve tekst door te nemen, ik gebruikte die namelijk als invalshoek. 

6.1         Geloof Voor iemand 

Een boel rupsen zijn

  bruinig

    harig

      giftig

maar na een tijd

in een cocon

worden ze vlinder

  kleurig

    fleurig

      fladderig

Ik schreef dit vers voor een vrouw, nadat ze me vertelde dat ze jaren tevergeefs gesmacht had naar een onbereikbare geliefde. Ze was uiteindelijk ongehuwd gebleven en ondertussen ongeveer 50. Ik kreeg een boodschap over een eenzaam leven en tegelijk voelde ik een warme, op anderen betrokken vrouw. Het vers had als doel het geloof in haar mooie kanten te prikkelen. Gebrek aan fundamenteel zelfvertrouwen is de oorzaak van zowat alle psychische problemen. Het geloof in eigen kunnen en waarde is een zeer belangrijke motor tot groei en gelukkig zijn.

De weledelzeergeleerde 

Een geleerde man ondernam een lange en gevaarlijke zeereis. Omdat hij de bemanning wilde imponeren met zijn kennis, onderbrak hij eenvoudige matrozen bij hun werk om hen vragen te stellen.Vertel eens, beste man, vroeg hij één van de matrozen, wat weet je over filosofie?De matroos antwoordde: ik ben maar een gewone matroos, ik weet alleen hoe je een schip van de ene naar de andere kust moet laten zeilen. Waarop de geleerde antwoordde: jij arme man, je halve leven verspild.

De volgende dag ondervroeg hij de matroos opnieuw. En heb je dan geometrie gestudeerd? De matroos antwoordde opnieuw: nee, het spijt me, meneer. Ik weet wel hoe je zeilen moet hijsen. De geleerde schudde wanhopig zijn hoofd en zei, jij arme kerel, je doolt in onwetendheid.

De volgende nacht stak een storm op. Het schip leed schipbreuk. De geleerde keek angstig naar de overslaande golven en klampte zich vast aan de mast. De matroos ging naar hem toe en vroeg hem, en beste geleerde, kan je zwemmen? De geleerde man gaf schoorvoetend toe dat hij er geen krak in was.Jammer zei de matroos, jij hebt je hele leven verspild, want het schip vergaat.

eigen creatie, naar een boeddhistisch verhaal

Wij hebben allemaal onze capaciteiten en mindere kantjes. Mensen met weinig fundamenteel zelfvertrouwen en mensen in crisis onderschatten hun eigenheid en waarde. Als je cliënt zich vaak de underdog voelt, zal hij zich hoogstwaarschijnlijk herkennen in de matroos.

Autobiografie in vijf delen 

  

Ik loop door een straat

er is een diep gat in het trottoir

ik val erin

ik ben verloren…. ik ben radeloos

het is mijn schuld niet

het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

  

Ik loop door dezelfde straat

er is een diep gat in het trottoir

ik doe alsof ik het niet zie

ik val er weer in

ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.

het is nog steeds mijn schuld niet

het duurt nog lang voordat ik eruit ben.

  

Ik loop door dezelfde straat

er is een diep gat in het trottoir

ik zie dat het er is

ik val er weer in, het is een gewoonte

mijn ogen zijn open

ik weet waar ik ben

het is mijn schuld

ik kom er direct uit.

  

Ik loop door dezelfde straat

er is een diep gat in het trottoir

ik loop er omheen.

  

Ik loop door een andere straat.

Sogyal Rinpoche, Het Tibetaans boek van leven en sterven, p47

  

Dit verhaal is een goede ingangspoort om het geloof in verandering wakker te maken. Cliënten hebben vaak al wat ontgoochelingen opgelopen en durven niet altijd meer geloven dat het anders kan. Moedeloosheid, niet meer zoeken naar oplossingen is daar het gevolg van. En toch kan het anders…. Misschien kan een verhaal dat sprankeltje hoop aandragen. Zie ook kritische bewustwordingsfasen.


  

De vaas 

Er was eens een professor die zijn studenten iets wilde leren. Hij zette een lege vaas op de tafel in het midden van de klas. Hij nam grote stenen en vulde de vaas tot aan de bovenrand. Hij vroeg de studenten het volgende: ‘Is deze vaas vol?’ De studenten knikten instemmend. De vaas was vol.

De prof nam nu kleinere stenen en liet ze in de gaten tussen de grotere glijden. En weerom stelde hij dezelfde vraag: ‘Is deze vaas nu vol?' De studenten werden wat luidruchtiger, zeker, de vaas was nu echt vol.

De prof nam wat zand en goot dat tussen de stenen. En herhaalde nogmaals zijn vraag: ‘Is de vaas vol?’ Niemand durfde nu nog antwoorden.

De leermeester nam nu een kan water en goot die leeg in de vaas.

eigen creatie, gebaseerd op een bestaand verhaal

Dit verhaal is op meerdere manieren te interpreteren, maar ik denk dat het bruikbaar is om de boodschap mee te geven dat er vaak meer mogelijk is dan we op het eerste zicht denken. Er zijn altijd onontwikkelde potenties.

Haver 

Ik was een hele zomer bezig met het rooien van de struiken op vier hectaren land. Die herfst, ploegde mijn vader de akker om en zaaide er haver op. De haver groeide uitstekend en we hoopten op een goede oogst. Tegen het eind van de zomer gingen we op een donderdagmiddag kijken wanneer we de oogst konden binnenhalen. Mijn vader bekeek de haver en zei:”Jongens, dit wordt een formidabele oogst. Aanstaande maandag zal de haver rijp zijn.” Blij keerden we huiswaarts, al dromend wat zo’n mooie oogst zou opbrengen aan financiële mogelijkheden.

Het begon te regenen en het regende de volgende dagen onophoudend. De volgende maandag was het veld herschapen in een modderpoel, alle haver lag plat.

Mijn vader zie:”Ik hoop dat er genoeg van de haver rijp is, zodat er nog iets ontkiemt. Dan hebben we in de herfst in ieder geval genoeg groenvoer voor de dieren. En volgend jaar is er weer een jaar…..”

dit verhaal staat in mijn groeiboek, omdat het me aansprak. ik weet niet meer waar ik het las.

De vader in dit verhaal is een “model” in het constructief omgaan met tegenslagen. Spieken van mensen die het beter doen is een aanrader.

6.2       Durf

Op de stoel van de cliënt plaatsnemen is niet zo evident.  Wat wordt er van je verwacht? Misschien koos de cliënt zelf bewust om die stap te zetten, misschien zijn er anderen die hem vertelden dat hij dat beter kon doen. Er is meestal heel wat ongemak. Verhalen kunnen een creatieve manier zijn om wat ontspanning te brengen.

 

Twee zaadjes  

Ze liggen naast elkaar op een vruchtbare grond. Zegt het éne zaadje tegen het andere: Ik wil groeien!  Ik wil mijn wortels diep in de grond voelen en door de aardkorst heen naar boven uitbreken ...  Ik wil mijn tere knoppen uitvouwen om de komst van de lente aan te kondigen.  Ik wil de warmte van de zon op mijn gezicht voelen en de zegeningen van de morgendauw op mijn blaadjes!

Het zaadje groeide ...

Het tweede zaadje zei: Ik ben bang.  Als ik mijn wortels naar beneden laat groeien, weet ik niet wat ik in het donker tegen zal komen.  Als ik door de aardkorst heen breek, beschadig ik misschien mijn tere knoppen.  En stel je voor dat ik mijn blaadjes uitrol en ze worden opgegeten door een slak.  En als ik mijn bloesems open, komt er misschien een klein kind dat ze afplukt.  Nee, ik kan maar beter wachten tot de kust veilig is.

Het zaadje wachtte ...

Toen kwam er een scharrelkip de hoek om, op zoek naar voedsel, vond het wachtende zaadje en peuzelde het op.

minervamystica verhalen

Gewoon doen is de beste leerschool. Maar we hebben moed nodig om eraan te beginnen. Vaak laten we ons tegenhouden door een gebrek aan durf. Kan het verhaal van de twee zaadjes een duwtje in de goede richting betekenen?

  

Proberen.

Een goeroe raadde zijn studenten aan om drie keer per dag te mediteren. De meeste van zijn volgelingen keken hem wat bezwaard aan. Hun commentaar was bijna gelijkluidend: "Ik zal het proberen.". 
De goeroe knikte ernstig en terwijl hij terug liep naar zijn zitplaats, viel het boek dat hij onder zijn arm had op de grond. Verstoord draaide hij zich om, bukte voorover, reikte naar het boek, maar greep er tien centimeter naast. Keer op keer greep hij vergeefs naar het boek. 
Zijn studenten keken hem verbijsterd aan. "Probeer jij het ook eens", daagde de goeroe één van hen uit. 
De student liep naar het boek, boog voorover, pakte het boek en reikte het zijn goeroe aan. 
Die sloeg boos het boek uit de handen van de student en zei: "Ik vroeg je niet het boek op te pakken, ik vroeg je alleen maar het te proberen!"

minervamystica verhalen

Een portie humor kan een ontspannend neveneffect zijn van verhalen. Mooi meegenomen als dat ook nog lukt.

Durven naar anderen toe stappen en steun vragen is voor velen niet ingeburgerd. In je verhaal kan je een oude wijze vrouw, een goede fee, een raadgevend dier, een tovenaar, de wind binnenbrengen. Via deze symbolisering kan je de boodschap doorgeven dat raad vragen een slimme manier is om je problemen aan te pakken. En misschien de gene verkleinen. Of het bewustzijn wakker maken dat raad vragen efficiënt is. 

6.3       Doorzettingsvermogen

Drie kikkers

Op een dag vielen drie kikkers in een emmer vol melk.
"De situatie is uitzichtloos", concludeerde de eerste kikker, haalde berustend zijn schouders op en verdronk.
"God zal heus wel ingrijpen; hij laat zijn kikkers niet in de steek", zo zei de tweede kikker, vouwde zijn voorpoten en verdronk.
De derde wist zich geen raad, maar zijn hart vulde zich met een onbedwingbare dadendrang. En daarom bleef hij trappelen ... volkomen zinloos, maar onvermoeibaar - totdat de melk boter werd en hij zonder moeite uit de emmer kon klauteren !!

minervamystica verhalen 

Ons doorzettingsvermogen is onze grootste kracht!

 

De jonge indiaan 

Een jonge indiaan kreeg van de sjamaan de opdracht een boodschap te brengen naar een andere stam. Deze stam woonde verscheidene dagreizen ver. De jongeling was er niet echt gerust in. Hij kende de nabije omgeving wel, maar verderop? En waren er daar geen wolven? Met een klein hartje ging hij op pad. De eerste dag was het nog eenvoudig. Hij kende het terrein. Hij sliep onder een overhangende rots. Toen hij wakker werd, zag hij een berg, die bleek zo ongeveer een dagreis ver. Dat zag hij wel zitten. De volgende dag besloot hij op de berg te klimmen. Wie weet zag hij dan misschien wel het dorp?. Bovenop de berg had hij inderdaad een goed zicht. Niet op het dorp waar hij heen moest, maar er was wel een dorp. Hij kon daar raken met een dagmars. Daar aangekomen kon hij aan deze stam vragen hoe hij verder moest lopen. En met hun aanwijzingen vond hij feilloos de juiste plek.

eigen creatie, gebaseerd op een bestaand verhaal

Mensen hebben vaak de neiging zich onbereikbare doelen te stellen. Falen is dan onvermijdelijk en een zich voortdurend voelen te kort schieten het gevolg ervan. Realistische, haalbare doelen nastreven is een goede strategie tot succes. En als je slaagt, voel je je goed in je vel.

  

6.4       Constructieve zelfkritiek

De olifant en de kijklustigen. 

Een olifant was ‘s avonds naar een donkere ruimte gebracht voor een expositie. De mensen stroomden in drommen toe. Omdat het donker was, konden de bezoekers de olifant niet zien en dus probeerden ze zich een idee te vormen van zijn lichaam door hem te betasten. Omdat de olifant groot was, konden de bezoekers slechts een deel betasten en het alleen maar beschrijven naar aanleiding van wat ze konden aanraken. De één voelde een poot en verklaarde dat de olifant een geweldige pilaar was. De ander betastte een slagtand en dacht dat de olifant een spits scherp voorwerp was. Een derde die het oor van het dier had vastgegrepen, beschreef een waaier en nog iemand die de rug gestreeld had, beweerde dat de olifant zo vlak was als een rustbank.

Peseschkian, De koopman en de papegaai, p85

Vaak denken we dat we de waarheid in pacht hebben. We zijn stellig overtuigd van ons gelijk, zo stellig dat we niet meer openstaan voor wat anderen erover denken. Zo ontstaat menig conflict. Als we kunnen duiden dat we elk onze eigen interpretatie hebben van alles wat rondom ons is  en wat ons overkomt, dan wordt communicatie weer mogelijk.

Echo

Een man en zijn zoon lopen in het bos. Plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt roept hij: “Ahhhhh.” Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen roepen: “Ahhhhh!” Vol nieuwsgierigheid roept hij: “Wie ben jij?”, maar het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: “Wie ben jij?” Hij wordt kwaad en roept: “Jij bent een lafaard!”, waarop de stem antwoordt: “Jij bent een lafaard!”

Daarop kijkt de jongen naar zijn vader en vraagt: “Papa, wat gebeurt hier?” De man antwoordt: “Zoon, let op!”, en roept vervolgens: “Ik bewonder jou!” De stem antwoordt: “Ik bewonder jou!” De vader roept: “Jij bent prachtig!”, en de stem antwoordt: “Jij bent prachtig!”

De jongen is verbaasd, maar begrijpt nog steeds niet wat er aan de hand is. Daarop legt de vader uit: “De mensen noemen dit een ‘ECHO’, maar in feite is dit het ‘LEVEN’! Het leven geeft je altijd terug wat jij erin binnenbrengt. Het leven is een spiegel van jouw handelingen.

minervamystica verhalen

Het (h)erkennen van het eigen aandeel in het probleem is voor velen geen gemakkelijke zaak. Zolang we alles buiten ons situeren zijn we machteloos en verloren. We proberen dus bij de cliënt het bewustzijn te wekken dat er elementen zijn waar hij zelf vat op heeft. Dan verschuift het gevoel van machteloosheid naar oplossinggericht denken.

  

Wat is het lot ? 

“Wat is het Lot?” 
“Een eindeloze opeenvolging van onderling verweven gebeurtenissen die elkaar beïnvloeden.”
“Dat is nauwelijks een bevredigend antwoord. Ik geloof in oorzaak en gevolg.”
“Prima,” zei de leraar, “Zie je dat?” Hij wees naar de processie die op straat langs kwam.
 “Die man wordt meegenomen om gehangen te worden. 

Is dat omdat iemand hem een zilverling gaf en hem daarmee de mogelijkheid gaf een mes te kopen waarmee hij een moord pleegde.... of omdat iemand het hem zag doen..... of omdat niemand hem tegen hield ?

minervamystica verhalen

De werkelijkheid is vaak veel complexer dan we op het eerste zicht zien, er zijn elementen die meespelen die we niet meteen opmerken. Ook dit verhaal kan “herkaderen.”

Twee wolven 

"Een oude Indiaanse grootvader sprak met zijn kleinzoon over hoe hij zich voelde. Hij zei: " Ik heb het gevoel alsof ik twee vechtende wolven in mijn hart heb. De ene wolf is de wraakzuchtige, boze en gewelddadige. De andere is de liefhebbende, meelevende wolf".
De kleinzoon vroeg aan zijn grootvader: " Welke wolf zal het gevecht in uw hart winnen?"
De grootvader antwoordde hem: "Degene die ik voed"

minervamystica verhalen

Het cognitieve model leert ons dat onze gedachten onze emoties voeden. En dat we dat zelf kunnen sturen. Verder zie ik dit verhaal ook functioneren als boodschapper voor het aanvaarden van ambivalentie. Het aanvaarden in onszelf van zowel de zogenaamd positieve emoties zoals vreugde, tevredenheid maar ook de zogenaamd negatieve zoals boosheid, verdriet.

Pech of geluk, wie zal het zeggen? 

Er waren eens een oude man en zijn zoon die een boerderijtje hadden met maar één paard om voor de ploeg te spannen. Op een zekere dag ging het paard ervan door. Wat verschrikkelijk zeiden de buren meelevend. Wat een pech. Pech of geluk, wie zal het zeggen, antwoordde de boer. Een week later kwam het paard terug uit de bergen en bracht vijf wilde merries de stal binnen. Wat een geluk, geweldig, zeiden de buren. Pech of geluk, wie zal het zeggen, herhaalde de oude man. De volgende dag wou de zoon één van de wilde merries temmen en brak zijn been. Wat een malchance! Geluk of pech? Het leger kwam langs alle boerderijen soldaten rekruteren. Aan de zoon van de boer hadden ze nu niet veel. Pech of geluk?

Millman, Wat is wijsheid, p104

De relativiteit van al wat is, wordt hier mooi in de kijker gezet. Vaak zien we tegenslag alleen maar als tegenslag en niet als kans. Als we ook de potentie zien in de situatie wordt de tegenslag een springplank naar groei.

 

Vijftig jaar hoffelijkheid

Een ouder echtpaar vierde na lange huwelijksjaren hun gouden bruiloft. Terwijl ze aan het ontbijt zaten, dacht de vrouw: ‘Al vijftig jaar houd ik rekening met mijn echtgenoot en geef hem het krokantste deel van de broodjes. Vandaag wil ik eindelijk zelf wel eens van deze delicatesse genieten.’ Ze besmeerde de bovenste helft van een broodje voor zichzelf met boter en gaf de andere helft aan haar man. Tegen haar verwachting in was hij zeer verheugd, hij kuste haar hand en zei:’ Mijn schat, je hebt me zojuist een groot plezier gedaan. Al vijftig jaar lang heb ik niet meer de onderste helft van een broodje gegeten, terwijl ik dat het lekkerst vind. Ik vond altijd dat jij dat maar moest nemen, omdat ik zoveel van je hou.’

Peseschkian, De koopman en de papegaai, p 100

Een schitterend verhaal om aan een koppel duidelijk te maken dat ze elkaar wederzijds beïnvloeden, dat er vaak veel inzet is van beide kanten om rekening te houden met elkaar maar dat dit niet altijd zo overkomt bij de ander. Wij hebben de neiging te denken in oorzaak en gevolg, maar communicatie verloopt in cirkeltjes. En weerom stelt het ook vaste patronen in vraag. Het vooruitzicht op misschien verrassende effecten kan de moed prikkelen om eens iets ander te gaan doen.

Wanneer duizend mensen kijken naar de maan, zijn er duizend manen.

Jennifer, overleed toen ze 12 was, bron onbekend

Een heel bondige manier om te vertellen dat we elk onze eigen waarheid hebben.

 

Twee meikevers 

Twee meikevers kwamen op dezelfde veertiende mei boven de grond op zo’n goeie meter van elkaar. De ene was een mooie bruine, de andere een even mooie witte (een molenaar worden die genoemd). De molenaar besloot naar het oosten te gaan. De bruine koos voor het westen. Zo kwamen ze elkaar tegen. Het was een prachtige, zomerse dag en hun borsteltjes trilden van genot in het warme licht. Toen zagen ze elkaar. ‘Wat een mooie bruine kever’ dacht de witte. ‘Kijk eens wat een diepe warme kleur!’ En toen keek hij naar zichzelf en werd zo beschaamd dat hij zijn ogen neersloeg om ze nooit meer op te slaan. ‘Wat een mooie witte’ dacht de bruine. ‘Hoe schoonglanzend dat gebroken wit zonder een vlekje!’ En toen keek hij naar zichzelf en werd zo beschaamd dat hij zijn ogen neersloeg om ze nooit meer op te slaan. Moedeloos en met neergeslagen ogen kropen ze beiden terug vanwaar ze gekomen waren. Ze hebben nooit gevlogen. 


De Roeck, Gras onder mijn voeten, p40 

Vergelijken is een neurotisch trekje. Daarmee leggen we alle kwaliteiten en verantwoordelijkheid weer eens buiten ons. De ander kreeg immers zoveel meer… Nog een verhaal om te herkaderen dus.

De kathedraal

Toen een middeleeuwse kathedraal in aanbouw was en achtereenvolgens aan drie steenhouwers gevraagd werd waar ze mee bezig waren, gaf de eerste op een norse toon als antwoord: “Dat zie je toch, ik houw stenen.” De tweede antwoordde dat hij de kost verdiende voor zijn gezin. En de derde zei trots: “Ik ben een kathedraal aan het bouwen.”

Vleugels, Scherven, p28

Sterk verhaal om te duiden wat het effect is van je eigen interpretatie van een situatie. Wat het doet met je gevoel en met je verwachtingen voor de toekomst… 

 

6.5       Genieten

Wat wordt het, de hemel of de hel ?

Een man kreeg toestemming voor een bezoek aan de hemel en aan de hel, terwijl hij nog in leven was. Eerst ging hij naar de hel en daar zag hij een grote verzameling mensen aan lange tafels zitten die afgeladen waren met heerlijk voedsel. Toch verhongerden deze mensen. Zij huilden. De bezoeker zag daarvan snel de reden: hun lepels en vorken waren langer dan hun armen, zodat ze het voedsel niet naar hun mond konden brengen. 

Daarop ging de man naar de hemel, waar hij dezelfde situatie aantrof: lange tafels, rijkelijk voorzien van alle soorten voedsel. Ook hier hadden de mensen lepels en vorken die langer waren dan hun armen en ze konden evenmin zichzelf voeden. Toch waren ze blij en weldoorvoed. Maar ze probeerden niet zichzelf te voeden. Ze gaven voedsel aan elkaar. 

Piero Ferrucci, Heel je leven.

  

Anderen gelukkig maken is een belangrijke bron van genieten. Dit verhaal lijkt me een geschikt medium om deze boodschap over te brengen.

  

Onthaasten 

Een bankier uit de Verenigde Staten stond bij de aanlegplaats van een Mexicaans kustdorp, toen een kleine vissersboot met één visser aan boord aanmeerde. In de boot lagen verschillende extra grote tonijnen. De bankier feliciteerde de visser met zijn prachtige vangst en vroeg hem hoeveel tijd die vangst hem had gekost. "Nauwelijks een kwartier", antwoordde de Mexicaan.
De bankier vroeg hem waarom hij niet langer op zee was gebleven om meer vis te vangen. De visser zei dat hij genoeg vis had gevangen om in de behoeften van zijn gezin te voorzien.

 Daarop vroeg de bankier: "Maar wat doe je dan met de rest van je tijd?" De visser antwoordde: "Ik sta laat op, vis een beetje, speel met mijn kinderen, houd siësta met mijn vrouw en iedere avond wandel ik naar het dorp om een glas wijn te drinken met mijn vrienden en wat gitaar te spelen. Mijn dagen zijn goed gevuld!"

De bankier gaf hem de raad meer tijd te besteden aan het vissen. Met de opbrengst zou hij een grotere boot kunnen kopen, misschien zelfs meerdere boten. In plaats van zijn vangst te verkopen in een buurtwinkeltje, zou de visser ermee naar de veiling kunnen gaan. Misschien zou hij zelfs een eigen inmaakfabriek kunnen starten. Hij zou zelfs het kleine vissersdorpje kunnen verlaten en uitwijken naar Mexico City, dan naar Los Angeles en zelfs naar New York om daar een grote onderneming uit te bouwen.
"Hoeveel tijd zou ik daarvoor nodig hebben?" vroeg de visser. "Tien tot vijftien jaar"  meende de bankier. "En dan?" vroeg de visser. De bankier lachte. "En dan? Die is goed! Als het moment gunstig is kun je je onderneming op de beurs laten noteren en openbare aandelen uitschrijven. Rijk kun je worden, heel, heel rijk, multimiljonair!"

"En dan?" vroeg de visser weer. "Dan zou je met pensioen kunnen gaan. Je zou kunnen verhuizen naar een klein, rustig vissersdorpje aan de zee, waar je lang zou kunnen slapen, spelen met je kinderen, siësta houden met je vrouw, 's avonds naar het dorp wandelen om er met je vrienden een glas wijn te drinken en gitaar te spelen!" De visser antwoordde: "ik doe het liever NU"

minervamystica verhalen 

  

In deze hectische tijden durven we wel eens vergeten om te genieten. We zetten onze agenda overvol en hollen van hot naar her. En vergeten tijd te nemen voor de essentie, voor psychisch voedsel, om te genieten, in het hier en het nu.

 

Het schilderij van de vrede 

Er was eens een koning die een grote beloning uitloofde voor die kunstenaar die het best in staat was om op een schilderij vrede uit te beelden. Veel kunstenaars stuurden prachtige schilderijen. Uiteindelijk koos de koning twee schilderijen uit, waartussen hij een keus wilde maken. Op het ene schilderij was een rustig meertje te zien. De hoge bergen op de achtergrond werden in het water weerspiegeld en boven de bergen dreef een wolkje.

Op het andere schilderij was een storm afgebeeld. Regen viel omlaag in een kolkende rivier terwijl boosaardige bliksemschichten de hemel verlichtten. Maar de koning zag alleen de vogel die in een struik onder een overhangende rots aan het broeden was.

"Dit", zo sprak de koning. "Dit is het schilderij dat ik zocht. Vrede vind je lang niet altijd in prettige omstandigheden. Vrede is een kalm hart, midden in de storm van het leven."

minervamystica verhalen 

Wij mensenkinderen streven zo vaak naar perfectie dat we ons storen aan de onvolmaaktheid van de dingen en wellicht nog meer van onszelf. Onze verwachtingen liggen zo hoog. Meerekenen dat ook last en ongemak bij het leven horen, maakt het stukken eenvoudiger.

  

7         Verhalen en rouw

Aangezien ik ook rouwbegeleidster ben, wou ik ook eens nadenken over het gebruik van deze methodiek voor rouwenden.

7.1         Wat is rouw?

Rouwen is het antwoord dat iemand geeft op het verlies van een betekenisvolle relatie met iets of iemand.

Als we deze definitie ontleden dan is antwoord een eerste halte. Dat houdt in dat iedereen rouwt op zijn manier, rouwen is net als een vingerafdruk, ieders ervaring is uniek en individueel en toch herkenbaar en universeel. Nog een belangrijk woord is verlies. Verlies is dus veel ruimer dan de dood, ook verlies van gezondheid, je job, je partner door scheiding, je huis door een ramp, etc.. zijn gebeurtenissen die een rouwproces kunnen inzetten. Het derde belangrijke woord is betekenisvol. Rouw is de achterkant van hechting.

7.2       het duale procesmodel van Stroebe.

Gezond rouwen is heen en weer bewegen tussen verlies en herstel.  

Tussen onmacht en kracht. Tussen verleden en toekomst. Tussen confrontatie en vermijding. Tussen aanwezigheid en afwezigheid. 

 

  

7.3       Het integratieve rouwmodel

Het rouwproces omvat acht uitdagingen. Men hanteert drie A’s/ afweer, afscheid en accommodatie. Bij iedere A hoort 1 of meer rouwtaken. Men heeft het niet meer over fasen, maar taken, uitdagingen, opdrachten die volbracht moeten worden. De taken staan in een weloverwogen volgorde. Wat niet betekent dat de afbakening zeer strikt is. En dat je niet op zondag kan door je emoties gaan en de volgende dag bezig zijn met de praktische problemen. En de volgende week opnieuw even de emoties laten stromen.  

  

7.3.1          A afweer, vermijding 

 = psychotisch stadium van het functioneringsmodel 

uitdaging 1  

Erkennen van de onherroepelijke realiteit van het verlies. 

Erkennen dat het leven vergaat in verstand en emotie. 

  

Shock, verdoving, het gebeurde lijkt onwerkelijk, ontkenning zijn normale en beschermende reacties.  

Vb. een jonge collega op mijn werk verloor vrij recent onverwacht haar mama, kort daarna zegt ze: zoiets gebeurd in films, niet in het echt.. 

  

Het kan een hele tijd in beslag nemen eer de volledige impact van het verlies toegelaten wordt. Er is protest, verlangen, missen, scheidingsangst, soms ook zoekgedrag. 

Bij plots overlijden, bij verlies dat we niet zien aankomen, is deze uitdaging vaak lastiger. 

7.3.2         A afscheid confrontatie

= oraal stadium van het functioneringsmodel, verdriet, verslagenheid, machteloosheid, angst, het komt nooit meer goed 

= anaal stadium van het functioneringsmodel met verzet, boos op de omstandigheden, jezelf, de overledene 

Uitdaging 2 

Emotionele pijn doorworstelen, het begrenzen van de pijn, dit wil zeggen de pijn draaglijk houden. 

Positieve emoties kunnen toelaten. Geleidelijk weer aan jezelf kunnen toestaan om te genieten. 

  

Voor veel mensen betekent dit door de pijn gaan, de pijn uiten. Anderen zullen zich eerder focussen op herstel en de toekomst aanpakken; oplossingen zoeken. Mannen en vrouwen hebben vaak een verschillende rouwstijl waarin vrouwen eerder het delen en uiten van gevoelens belangrijk vinden en mannen eerder de problemen die ontstaan door het verlies aanpakken. 

Beide stijlen zijn evenwaardig en een kans om van elkaar te leren als we daarvoor openstaan. Dit vergt echt wel een leerschool en speelt een heel belangrijke rol in huwelijksproblemen. Mannen verwijten dat hun vrouw emotionele steun verwacht en op hen wil leunen en vrouwen nemen hun man kwalijk dat hij vlucht en niet echt luistert. Elkaar toestaan om anders te zijn en respectvol daarmee omgaan is een hele levenskunst. 

  

Wat is pijn? 

Pijn is een soort kramp die ontstaat als iets gebeurt wat je niet wil, niet verwacht, je schrik aanjaagt.  Als je te horen krijgt dat iemand terminaal ziek is, je partner vertelt je dat hij/zij wil scheiden,je kind blijkt gehandicapt, je beste vriendin verhuist naar Australië,etc….  Je lijf reageert met productie van stresshormonen, je lichaam wordt in staat van verhoogde paraatheid gebracht, klaar om te vechten of te vluchten, je hart krampt ineen van de pijn.  De vijand is echter niet buiten je, maar in je, namelijk het verdriet. 

  

Om van die kramp verlost te worden moet iets gebeuren, maar wat? 

Verdoving. 

Door medicatie, alcohol, overmatig eten, overmatig kopen. 

  

Niet toelaten. 

Niet toelaten van enig gevoel, de koude kikker, mensen die vroeger de boodschap gekregen: je moet altijd flink zijn.  

  

Pijn wordt angst

Angst is een krachtige emotie, niet gemakkelijk te bedaren, zet aan tot bouwen van rampscenario’s.  Angst wordt in het leven gehouden door angstvoedende gedachten.  

Vb het komt nooit meer goed.  Vb : hier kom ik nooit overheen 

Je kan mensen helpen door deze gedachten te ontmaskeren en om te buigen tot positievere. 

Vb: het komt nooit meer goed wordt dan nu wordt alles anders 

Vb: hier kom ik nooit overheen wordt dan ik zie nu nog geen einde 

Angst kan een leven behoorlijk ontwrichten, denk maar aan mensen die niet meer buiten durven komen…  Je kan ook nog helpen door ankers te zoeken, iemand in de omgeving die bereikbaar is, veilige plekken maken, structuur aanbrengen. 

  

Pijn wordt boosheid. 

Boosheid op de hulpverleners, het zoeken van een schuldige, boosheid op God omdat hij zoiets toeliet, boosheid op anderen die dit niet hoeven mee te maken, etc…Mensen die vaak en snel boos zijn, zien pijn en verdriet vaak als een teken van zwakte. Ze hebben vaak geleerd altijd sterk te zijn, en zien pijn en verdriet niet als iets wat bij het leven hoort. 

  

Boosheid op jezelf gericht: schuld

Schuld is heel lastig om dragen, heeft de neiging het proces te blokkeren. Schuld wordt heel zelden direct uitgesproken, maar verschuilt zich in het verhaal. Schuld kan je maar op één manier kwijt geraken, door jezelf te vergeven. We zijn nu eenmaal allemaal mensen met goede en vervelende kantjes. Je kan anderen helpen door de schuld niet af te pakken, niet de boodschap geven: je kan er niets aan doen, dan voelt de schuldige zich niet begrepen. Schuld moet je ontrafelen. Vragen stellen, heel concreet bevragen wat juist gebeurde. Vragen als: wat had je kunnen doen om te zorgen dat dit niet gebeurde? Wat had je beter gekund? Wat zou je anders doen als je kon herbeginnen? Zo’n vragen geven ruimte aan de schuldige om na te denken, om zichzelf te vergeven. Ruimte voor zijn/haar verhaal zoals hij of zij het aanvoelt. 

  

Pijn wordt puur verdriet 

Het toelaten van het gemis, in je hart, je hart ontspant, en de tranen stromen…  Huilen doet de stresshormonen afvoeren, de ademhaling verdiept, de spieren ontspannen. Huilen lucht op en mogen uithuilen bij iemand anders nog meer. 

  

Emotionele pijn en pijnlijke emoties? 

Emotionele pijn is de pijn van het zijn. Het is het antwoord van ons gehele wezen op de kwetsuur. Deze pijn voelen we bij verlies van relatie en bij beschadiging van het Zelf, deze schade kan fysiek zijn, emotioneel of seksueel. Denk aan handicap, chronische ziekte, verkrachting, verwaarlozing, vernedering. Verlies van relatie kan ook als een kind geen liefde ervaart van de moeder. 

Emotionele pijn is zeer intens, voel je in je lijf, rond je hart, in je buik of overal, je kan je gebroken voelen of in scherven, er is vaak ook angst dat het niet meer overgaat. 

  

Pijnlijke emoties zijn: schuldig voelen, waardeloos, depressief, down, boos, onzeker, geïrriteerd…het zijn vaak signalen van niet goed functioneren, uit innerlijk evenwicht zijn, op niet goed aangepaste manier reageren. “Ik voel me niet goed” past hierbij.  Deze emoties ontstaan door onderliggende gedachten die deze emoties ook in stand houden.

Deze gedachten zetten aan tot piekeren en niet tot het zoeken van oplossingen. Ze laten je machteloos voelen. Als je zoekt wat je kan aanpakken, voel je je in je kracht. 

  

Uitdaging

Loslaten van de fysieke aanwezigheid van en de oude wereld met de geliefde, een nieuwe, symbolische relatie ontwikkelen. 

  

Vb Jan is zijn vader verloren toen hij tien jaar was, hij verliest hem nog eens op het moment dat hij afstudeert, trouwt, zelf vader wordt… Hij kan wel een innerlijk beeld van zijn vader meenemen, hij kan hem blijvend om raad vragen, hij kan op zoek gaan naar wie zijn vader was door anderen te gaan bevragen, hij kan dingen realiseren voor hem, etc… 

Vb mijn tante stapt langs de verkeerde kant van de auto in, ze zit op de passagierszetel, alhoewel haar man, die altijd reed, al enkele maanden overleden is. Met beschaamde kaken stapt ze terug uit… 

Weet dit zijn normale reacties, rouwenden kunnen dit als ‘ik word gek’ ervaren. Als je dit hoort vertellen, kan je hen schitterend helpen door te zeggen dat het echt waar normaal is. 

  

7.3.3         A accommodatie, aanpassing

uitdaging 4 

Aanpassen aan de veranderde en veranderende omgeving 

  

Vb de was leren doen voor een weduwnaar 

Vb ouders van een enig kind zijn na het overlijden van dat kind geen ouders meer… 

Vb een gescheiden vrouw staat nu haast altijd alleen voor de zorg van de kinderen… alleen in het weekend gaan ze naar hun vader… 

Vb het huis van je ouders leeghalen als ze allebei overleden zijn…  

  

uitdaging 5 

Het in stand houden van je eigen identiteit en opnieuw bepalen wie je nu bent. 

  

Fundamentele vraag is: wie ben ik nu zonder… 

Denk maar aan partners die een zeer hechte relatie hadden, alles samen deden. Dit betekent vaak dat ze geen eigen vriendenkring, hobby’s, sociaal leven hadden zonder die ander. Na het overlijden zijn zij dus heel veel zelf kwijt… 

Ook na echtscheiding ligt hier een belangrijke taak. Het behouden of herstellen van je zelfvertrouwen na een mislukte relatie.  

 

= Als uitdaging 3, 4 en 5 goed volbracht zijn, dan is men in het fallisch stadium belandt van het functioneringsmodel.   

uitdaging 6 

Het inpassen van het verlies in het eigen wereldbeeld of het heropbouwen van die wereld en het wereldbeeld. 

  

We trachten verlies zin en betekenis te geven op existentieel/spiritueel vlak.  

1.Soms gaat dat makkelijk

Vb: mijn grootmoeder overleed op 95 jarige leeftijd. Zij heeft haar leven gehad. 

Vb:Na lange slepende ziekte is er opluchting, het lijden is voorbij. De zieke hoeft niet meer af te zien. Oef. 

Vb: Een moeder één maand na het onverwacht overlijden van haar zoon: ik draag hem nu altijd bij me in mijn hart. 

Vb: Gelovigen leggen zich neer bij de situatie: het is de wil van God. 

Vb: Of de Boeddhist zegt: lijden hoort nu éénmaal bij het leven.  

  

2.Sommigen maken hier een ernstige crisis door omdat voor hen zin vinden in wat gebeurde niet lukt.  

Waarom vragen duiken frequent op. 

Na zwaar verlies stelt men onthutst vast dat:”alles buiten mij hetzelfde blijft en alles in mij veranderd is.” Dit is een diepe confrontatie. 

Het is ook lastig om met deze vragen buiten te komen, we leven in een tijd met een spiritueel taboe. Voor mijn ouders was religie nog een houvast. Maar voor de overgrote meerderheid is dit niet meer zo. We moeten nu alles zelf beslissen, zonder wegwijzers.  

Het leven is een project geworden waarover je moet nadenken. Wat wil ik? 

  

uitdaging 7 

Het in stand houden of ontwikkelen van een ondersteunend sociaal netwerk en het aangaan van nieuwe relaties. 

  

Verlies van partner, ouders, kinderen veroorzaakt secundair verlies aan intimiteit, gezelschap, knuffels, seksualiteit, steun. 

Sociale steun mogen ervaren is één van de belangrijkste stress verminderende factoren. 

  

uitdaging 8 

Investeren in betekenisvol leven 

  

Deze invulling kan weerom zeer persoonlijk zijn: een nieuwe relatie aangaan, de taken van de partner overnemen, werk hervatten, het huishouden draaiende houden. 

Tot compleet nieuwe dingen gaan doen als cursussen gaan volgen, een wereldreis, vrijwilligerswerk, etc… 

 

= Als taak 6,7 en 8 goed afgewerkt zijn, is men in de genitale fase van het functioneringsmodel geraakt

  

Cliënten zetten de stap naar de therapeut omdat ze ‘lijden’. Dit lijden kan zeer diverse vormen aannemen. Veelal gaat het om verlies, hier situeer ik dan verlies zeer ruim. Verlies van gezondheid, van werk, van relaties, van familieleden. Heel veel mensen kunnen de bijhorende rouw alleen aan. Als mensen het niet alleen kunnen, zijn daar redenen voor. Die kunnen we vinden in hun persoonlijkheid. Maar ook het contextuele en de hechting mogen we niet uit het oog verliezen.

Rouw is immers de achterkant van hechting.

  

7.4       Aangrijpingspunten voor het werken met verhalen

7.4.1          Expressie en beheersing van emoties

Als het probleem de cliënt overspoeld, kan een verhaal een hanteerbare afstand scheppen. Een voorbeeld om te verduidelijken. Een cliënt voelt vooral op de schouders en rug overbelasting. Dan kan je afstand maken door: “Als je je voorstelt dat je gebukt gaat onder een zware rugzak vol problemen, laat ons dan eens even kijken wat daar allemaal inzit en stel je voor dat je één voor één die problemen uit je rugzak haalt en even hier neerlegt… en voel ook even hoe het is wanneer je dat specifieke probleem uitlaadt en neerlegt.” 

En als een cliënt de situatie heel erg rationaliseert, kan je niet deblokkeren door inzichtelijk te werken. Het verhaal spreekt een ander niveau aan, waardoor er misschien wel beweging komt. Waardoor je er misschien in slaagt contact te leggen met de beleving. En er een eerste stap kan worden gezet in de richting van de eigen gevoelswereld.

 

Spiegelen.

Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren.
Plotseling zag hij veel honden, en hij werd woedend, liet zijn tanden zien en gromde.
Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun tanden zien en gromden.
De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij eindelijk
in elkaar stortte.
Had hij maar eenmaal met zijn staart gekwispeld, dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke gebaar teruggegeven.

minervamystica verhalen 

Dit verhaal lijkt me bruikbaar om iemand die vooral kwaadheid en verzet hanteert te laten kennismaken met het effect daarvan op anderen en uiteindelijk ook op zichzelf.

  

Verdriet en Hoop 

Er was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam. Ze was wel al wat ouder maar haar loop was licht en haar lachen, had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een inééngekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden . Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen. Ze bukte zich en vroeg: "wie ben jij ?"

Twee bijna levenloze ogen keken moe ophoog. "Ik? Ik ben het Verdriet." Fluisterde een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen. "Och, het Verdriet! ", riep de kleine vrouw blij alsof ze een oude bekende begroette. "Je kent mij?" vroeg het Verdriet wantrouwend. "Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij een stuk weg begeleid". "Ja maar", stotterde het Verdriet, "waarom vlucht je dan niet voor mij?" "Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt. Maar wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit ?" "Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. "Vertel me eens wat jou zo bedrukt."

Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het is zo. Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.".

Het Verdriet slikte hard. "Ze hebben spreekwoorden uitgevonden met welke ze me willen verbannen. Ze zeggen "Ach, het leven is een groot feest". En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen "het valt allemaal wel mee". En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen "Je moet flink en sterk zijn." En ze voelen het getrek in de schouders en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen."

"Och ja", bevestigde de vrouw, "zulke mensen ben ik al vaker tegen gekomen !" Het Verdriet zakte nog verder in elkaar."En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen. Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Het leed breekt weer op als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen." Het Verdriet zweeg.

Haar huilen was eerst zwak, toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld. De kleine vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Huil maar, verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe kracht krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de moedeloosheid niet meer aan de macht is." Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en bekeek haar nieuwe metgezellin verbaasd aan. "Maar .. ...maar.. wie ben jij eigenlijk?" "Ik?", vroeg de kleine vrouw en lachte onbezorgd als een jong meisje, "Ik? Ik ben de Hoop."

minervamystica verhalen 

Dit verhaal lijkt me een uitstekende manier om iemand toestemming te geven om door het verdriet te gaan. Net als het volgende.

Sara en Rebecca 

Sara en Rebecca woonden op kamers boven elkaar. Ze hadden beiden een boel verdriet. Op zekere dag kwamen ze elkaar tegen op de trap. ze begrepen elkaar meteen en …… ze begrepen dat je niet eeuwig je verdriet kunt opkroppen. Sindsdien heeft Rebecca, die één hoger woont, zeventien flesjes op de schoorsteen staan om haar tranen in kwijt te kunnen. Ieder flesje heeft een etiket. Op eentje staat: omdat mijn ouders me niet lieten studeren. Op een ander: omdat mijn man me in de steek liet. Op het derde staat: omdat ik zo alleen ben. En zo gaat dat door, zeventien flesjes lang. Sara, die ééntje lager woont, heeft sindsdien één flesje staan met het etiket: tranen. Na negen maanden komen ze elkaar weer tegen op de trap en ze zetten natuurlijk het gesprek voort. ‘Hoe is het met je verdriet?’ ‘Het was een heleboel’, zegt Sara. ‘Mijn flesje is vol, wat een opluchting.’ ‘Mijn zeventien flesjes staan nog droog’ zegt Rebecca. ‘Als ik tranen voel komen, probeer ik meteen na te gaan waarom ik moet huilen om te weten in welk flesje ik de tranen moet deponeren. Maar zodra ik weet welk flesje het juiste is, is er geen traan meer te bespeuren.’ 

De Roeck, Gras onder mijn voeten, p15 

 

  

De cliënt kan een brief schrijven naar zijn eigen angst of boosheid.

De gedachte aan een tijger is geen tijger

mindfulness

Slechts enkele woorden, maar er zit zo veel in. We maken ons vaak zorgen om dingen die in de toekomst liggen.

  

7.4.2         Verhalen kunnen ontschuldigen

De betekenis die wij geven aan menselijk lijden, wordt sterk bepaald door de verhalen van de tijd en de samenleving waarin we leven en de verhalen die we oppikten in onze jeugd. Afhankelijk daarvan zal een tragedie of een ziekte gezien worden als een levensles, het lot, een straf van God, negatief karma of pech, eigen verantwoordelijkheid. Tegenwoordig zien we een sterke verschuiving in de richting van persoonlijk falen. “We scheppen zelf onze werkelijkheid” heeft als gevolg dat we zelf veroorzaker zijn van ziekte, dood, problemen, handicaps. En meteen kwetsbaar worden voor een berg schuldgevoelens als er ziekte, dood, problemen, handicaps opduiken.

Drie paarden

Er was eens een boer en die had drie mooie paarden. Het waren echte raspaarden. Het waren heel verschillende paarden. Het ene paard was een prachtige schimmel, het tweede  paard was zo zwart als black beauty, en het derde paard was een zuivere arabier. De boer hield van alle drie, hij kon niet zeggen van welk paard het meest. Maar er was een probleem, als de drie paarden samen op de wei stonden, dan vochten ze steeds. Zodanig zelfs dat de schimmel gewond raakte en de dierenarts erbij geroepen werd. Die raadde de boer aan de schimmel even apart te zetten. En tot grote verbazing van de boer stonden de twee andere paarden nu heel vredig in de wei. Ach, dacht de boer, ik heb de ruziestoker gevonden. Maar de boer kon het niet over zijn hart krijgen de schimmel te verkopen.  Hij besloot een test te doen en zette de schimmel en de arabier nu samen. En weerom was er van ruzie geen sprake. En ook toen hij de schimmel en het zwarte paard tegelijk in de wei liet, bleef alles rustig. Nu kon de boer er niet meer aan uit. Welk paard was nu de slechte?

Suzanne Kempeneers, Als woorden spreken, p 80

Suzanne bedacht dit verhaal voor een puber die thuis nogal de boodschap kreeg dat ze de ‘slechte’ was. Later bleek dat haar storend gedrag een symptoom was. Een scheiding van de ouders bleef niet uit.

  

Schuld kan je van je afschrijven door een afscheidsbrief te schrijven aan de overledene. Waarin je kwijt kan waarom je deed wat je deed of waar je denkt dat je tekort geschoten bent. Je kan vergiffenis vragen aan de overledene. En wellicht zo dichter komen tot vergiffenis aan jezelf.

7.4.3         Verhalen kunnen helpen loslaten van wat niet meer is.

Twee boeddhistische monniken liepen langs een rivier. Halverwege hun tocht stond een vrouw te wachten aan de oever. De rivier was breed en er was een krachtige stroming. De vrouw wou aan de overkant geraken. Een van de monniken nam haar op en droeg haar naar de overkant. Beide mannen gingen stilzwijgend verder. Bij het klooster aangekomen zei de andere monnik verontwaardigd: ‘ Je weet toch dat het onkies is voor een monnik om een vrouw aan te raken, hoe kon je die vrouw naar de overkant dragen?’ Waarop de eerste antwoordde:’ Ja, ik droeg haar naar de overkant, jij draagt haar nog altijd.’

mindfulness

Terwijl ik mindfulness volgde, waren er net werken op de autosnelweg die ik nodig had. Tot mijn grote ergernis waren ook de alternatieve secundaire wegen niet bruikbaar wegens… werken. En de cursus was vrij vroeg zodat ik ook nog de avondspits te trotseren had. De eerste les kwam ik dan ook grandioos te laat. De tweede les vertrok ik dan maar supervroeg. En wonderbaarlijk, het reed vlot. Zo arriveerde ik vroeg bij het klooster, te vroeg, want de poort was nog dicht!  Vond ik een zeer frustrerende ervaring. Nog steeds boos, bij aanvang van de les, kon ik het dan ook niet laten, mijn frustratie te luchten. En net tijdens deze sessie vertelde de trainster het verhaal van de twee monniken. Ogenblikkelijk legde ik de link. Mijn brein stond, bij aanvang van de les, nog steeds voor de gesloten poort.

Ondertussen is de training al enkele maanden geleden, zowel de context, het verhaal en de boodschap die ik eruit haalde, zitten nog haarscherp in mijn geheugen. Het blijft dus echt hangen!

  

Volgens het boeddhistische gedachtegoed is één van de drie gewoontes van onze geest vasthouden. De andere twee zijn begoocheling en wegduwen. Wij hanteren ze alledrie maar meestal hebben we voorkeur voor één van de drie.

In wezen is loslaten accepteren van de situatie zoals ze is, hier en nu. En niet vasthouden aan wat niet meer is, of nooit zal zijn. Niet dat dit een eenvoudige opdracht is voor mensenkinderen.

7.4.4      Verhalen kunnen archetypische energie wekken

Archetypes zijn thema’s, patronen, beelden die universeel bij de hele mensheid terug te vinden zijn, collectieve thematieken die overal ter wereld ontroering en beroering brengen en in het leven en lijden van personen en families doorklinken.  Carl Gustac Jung introduceerde de hypothese van archetypen in de psychologie. Ze zitten in ons collectieve onbewuste. Zowel in dromen, mythes, sprookjes, kunst duiken steeds weer dezelfde motieven op, deze motieven zouden dus symbolische uitingen van onze archetypen zijn.  Mia Leijssen verwoordt het zo:“Doordat mythen, sprookjes en legenden gaan over onderwerpen die tot de collectieve erfenis van de mensheid behoren, roepen ze sterke gevoelens van herkenning op bij mensen, activeren ze de verbeelding en geven ze aan de menselijke worsteling een extra dimensie waar bijzondere moed aan ontleend kan worden”   Schokkende ervaringen vragen om meer dan intellectuele verklaringen. Door de verbinding met symbolen, sprookjes, mythen kan er een verbinding tot stand komen tussen verbeelding en realiteit, tussen verstand en gevoel, tussen het persoonlijke en het universele.  Volgens Jung wordt een archetype in de psyche actief wanneer een individu in contact komt met een situatie of een persoon waarvan de kenmerken overeenstemmen met die van het archetype in kwestie. Archetypen zijn dus mogelijkheden, een aanleg om op een bepaalde manier te reageren op de omstandigheden die we in het leven tegenkomen. Er zijn heel wat archetypen: mannelijke zoals de jonge prins, de magiër, de medicijnman, de vader, de tiran. Vrouwelijke zoals de maagd, de moeder, de heilige, de toegewijde of zorgende moeder, de heks. Verder zijn er kindarchetypen en dierarchetypen, zoals de leeuw als symbool van de kracht, de draak als symbool van de hartstochten en emoties. Het ‘verslindende vrouwelijke’ wordt in de archetypische psychologie de donkere kant van de anima genoemd. In sprookjes en mythen verschijnt zij onder meer als de boze heks, de kwade stiefmoeder of de verleidster die mannen de dood injaagt (Lorelei, sirenen). Het ‘verraderlijke mannelijke’ of de duistere kant van de animus, verschijnt in verhalen als een demon, reus of verleider (Satan, Blauwbaard, Hades). Een toren, muur of bunker symboliseert dan weer het psychisch of relationeel gevangen zitten. Archetypische beelden en verhalen zijn al eeuwen bekend als medicijn voor de ziel.  

 

      7.4.5        Verhalen kunnen zin geven

Confrontatie met verlies veroorzaakt een gebroken sprookje. Je verwachtingen vallen aan diggelen, je overtuigingen blijken illusie, je wereldbeeld klopt niet meer, je bent jezelf kwijt, er is onvervuld verlangen…

Alles wat je hebt, kan je kwijtraken, alles waaraan je gehecht bent, kan van je gescheiden worden, alles wat je lief hebt kan je ontnomen worden. Doch, als je niets te verliezen hebt, bezit je ook niets.

Kalish, bron onbekend, staat in mijn groeiboek

Waarom vragen duiken heel frequent op bij mensen als de omstandigheden tegen zitten. Wij weten dat je daar voor iemand anders geen antwoord kan op geven, iedereen moet dit immers voor zichzelf invullen. Een verhaal kan misschien helpen. Zo kunnen we de waarom vraag misschien ombuigen naar de zinvollere waartoe vraag. Waartoe dient dit symptoom? Waartoe dient deze crisis? Welk signaal geeft het?  

Er zijn ogenblikken waarop we beproevingen ondergaan, we kunnen ze niet ontwijken. Maar ze zijn er met een reden. Met welke reden? Dat is een vraag die we niet kunnen beantwoorden voor of tijdens de moeilijkheden. Pas wanneer we ze te boven zijn, begrijpen we waarom ze er waren.

Paulo Coelho, de Vijfde Berg

In religieuze en mythologische verhalen wordt er vaak in tijden van chaos en onvruchtbaarheid een kind geboren. Het land is verwoest, de koning ziek, de bronnen uitgedroogd, de aarde onvruchtbaar. Deze woestenij kunnen we als een metafoor voor een verwond en leeg psychologische landschap beschouwen. Een metafoor voor een leven waarin creativiteit en vruchtbaarheid ontbreken, waarin lust, zin en emotionele inhoud afwezig zijn. En dan, in dikwijls barre en wonderlijke omstandigheden, komt een kind op aarde. Dit kind is een symbool van verlossing en wedergeboorte. Maagdelijke bevruchtingen staan symbool voor een reëel menselijk vermogen verlost te worden en vruchtbaarheid en levenszin te ontvangen. In tijden van destructie en onvruchtbaarheid is het goed om rust en stilte te zoeken (naar de kluizenaar gaan) om verbinding te brengen met een ruimere onzichtbare wereld (goden) en nieuw psychisch en spiritueel leven te baren.  Kluizenaars leven vaak in holen dicht bij de bron. Ze trekken zich tijdelijk terug van wereldse zaken om te bezinnen. Ze laten de zwarte kilte toe en gaan de stilte in. Ze gaan de weg van het vormloze, de leegte, het ongeborene. Het proces van dood en wedergeboorte, het vinden van nieuwe levensenergie na een gebroken sprookje, speelt zich gedeeltelijk ‘ondergronds’ af. We verblijven als het ware een tijd in de grot bij de kluizenaar (of tovenares). We sterven een kleine dood, de dood van ons oude zelf. Er vindt een transformatie plaats. Een nieuw zelf wordt geboren. Denk even terug aan de mythe van Persephone en Demeter. Zie je nu ook deze diepere laag?  

De held(in) gaat op weg en ontmoet vele obstakels (blokkades, weerstand). Veelal is er ergens een helper, een mentor, op weg naar het nieuwe en beangstigende onbekende.  Na een lange en moeilijke zoektocht(transformatie) komt het doel in zicht. De draak is verslagen, de prinses bevrijd, de bron gevonden, het te diepe water bevaren, de loodzware poort geopend, de onmogelijk geachte opdracht vervuld. De held keert veranderd terug, met een boodschap, een schat… 

De vertelling fungeert als kader voor een transformatieproces.  De queeste verbindt verleden, heden en toekomst. 

 

         7.4.6 Unfinished business 

“Wanneer een stukje van onszelf of onze levensgeschiedenis geen ruimte, bestaansrecht en omkadering krijgt, kan het niet bijgeschreven worden in het levensverhaal en kan het niet rusten. Iedere persoon en gemeenschap heeft lastige, verboden en verdrongen verhalen die in de doofpot moeten omdat we ze niet kunnen ver-dragen. Maar dat wreekt zich. Het onverdraaglijke en de verlatenheid gaan een eigen leven leiden. Het krijgt vorm in een symptoom van een persoon of een systeem.” 

Hilde Vleugels, Scherven, p115 

Denk maar aan incest, abortus, overlijden van een minnaar, afgestane kinderen, niet uitgeklaarde geschillen, doodgezwegen overledenen, verborgen zelfmoord, etc… 

Hier kan je beweging brengen met een niet verstuurde brief. Diegene aan wie je de brief richt kan al dan niet nog leven.  De cliënt schrijft een brief waarin hij ventileert wat hem het meest stoort, waar hij nu het meest last van heeft. Deze brief wordt niet verstuurd, omdat hij bij de ander schade zou berokkenen.  De ervaring die de cliënt opdoet terwijl hij deze brief schrijft, levert belangrijke stof voor de volgende sessie. Zo kunnen de emoties en de onderliggende onvervulde verlangens erkenning en bestaansrecht krijgen. En kunnen oude wonden helen. Wanneer pijn en invloed van het verleden verminderd zijn, kan de cliënt een tweede brief schrijven. Deze brief bevat duidelijk de ervaring en het effect ervan op de cliënt, doet recht aan zijn gevoelens, maar schaadt de ander niet. Dit werkstuk moet bijdragen aan de trots van de cliënt. Deze brief kan eventueel wel verstuurd worden.    

 

        7.4.7         Verhalen kunnen spiegels zijn.

Verhalen horen of lezen van mensen die in gelijkaardige dingen doormaken, kan verduidelijken of kan normaliseren. Hier denk ik dus aan herkenningsliteratuur. Enkele titels van boeken die ik hier situeer, wil ik jullie meegeven. Een veel uitgebreidere lijst kan je bij mij bekomen.

Bezonken rood van Jeroen Brouwers mengt twee thema’s dooreen, het verlies van zijn moeder en de gevolgen van trauma’s in de jeugd. Aangrijpend en relativerend.

Om jou mijn lief, om jou van Paul Sloots, verhaalt het vinden en verliezen van zijn zielsverwant.

Scherven van Hilde Vleugels, over de pijn van onvrijwillige kinderloosheid, maar ook anderen met pijn zullen er een boodschap aan hebben.

De erfenis van Connie Palmen, over hoe je op een sterke manier met je lot kan omgaan.

7.4.8         Verhalen als afscheidsritueel

Zowel verhalen als metaforen kunnen geschikt zijn als afscheidsritueel. Een therapie afronden is een kunst. In het leven van de cliënt ben je een belangrijk persoon geworden. De cliënt is aan je gehecht geraakt. Als therapeut kan je een verhaal schrijven over deze cliënt, zijn probleem, de therapie. Je kan het verhalen eindigen met een hoopvolle boodschap voor de toekomst. Zo neemt de cliënt iets heel persoonlijks van je mee, waarnaar hij kan teruggrijpen als hij wil.

  

Verhalen kunnen ook afscheidsritueel zijn na het overlijden van iemand. Of onderdeel van een groter ritueel dat geschapen wordt. Afscheidsrituelen hoeven niet altijd na een overlijden, maar kunnen ook betekenisvolle levensovergangen in de verf zetten.

In het voorjaar ging ik een dag proeven van sjamanisme. Een Lakota nam ons mee in de traditionele ceremonie van zijn stam. Een van de onderdelen van het ritueel was een levenswijsheid bevattend verhaal vertellen. Wie meer wil weten kan terecht bij Agape.

8         Holisme

Voor dit betoog heb ik verhalen die de vijf krachten stimuleren afgezonderd van verhalen die rouwverwerking stimuleren. Mensen zijn holistische wezens, alles is met alles verbonden. Therapie heeft dus nood aan beide.

9         Waar moet je op letten als je aan de slag wil met verhalen en metaforen?

9.1         Afstemming of rapport

Afstemming of rapport is het belangrijkste aandachtspunt. Afstemming met de context, representatiesysteem en ontwikkelingsniveau van diegene die op de andere stoel zit.

9.1.1           Context

Bij de keuze van een metafoor moet je rekening houden met beelden die iets betekenen voor de cliënt. Als je te ver af zit van zijn wereld, is het voor de cliënt te lastig om de boodschap te vatten. Als je er te dicht bij zit, gaat er geen symbolische werking vanuit.

Bij een verhaal ontstaat meer identificatie met een personage en is de context minder doorwegend. We ontmoeten niet direct veel tovenaars en heksen maar toch kunnen we ons daarbij iets voorstellen.

9.1.2          Representatiesysteem

Onze drie belangrijkste representatiesystemen zijn visueel, auditief of kinesthetisch. We hebben echter allemaal voorkeur voor één ervan. Aan de hand van het woordgebruik van de cliënt kan je achterhalen wat zijn voorkeursysteem is. Visueel ingestelde mensen zullen zeggen: ik zie dat niet zitten, het is nog wat mistig voor me, mijn beeld van het leven is etc… Auditief ingestelde mensen hanteren uitspraken als: ik hoor wat je zegt, ik wil dit luid en duidelijk stellen, ik vind hier geen weerklank, er gaat nog geen belletje rinkelen. Kinesthetische mensen drukken zich uit met: ik voel dat ik begrijp wat je zegt, ik wil hier greep op krijgen, ik ben niet zeker dat ik je kan volgen,etc…

Hoe beter de therapeut de cliënt kent, hoe beter hij zich kan afstemmen op het voorkeursrepresentatiesysteem.

Verhalen winnen aan (verbeeldings)kracht als het alle systemen aanspreekt, zowel beelden, geuren, geluiden, gevoelens. Dit maakt het verhaal ‘levendig’ en rijker.

9.1.3          Ontwikkelingsniveau.

Het is een evidentie voor een therapeut om hiermee rekening te houden.

 

9.1.4            Tips om af te stemmen op kinderen. 

Anneke van der Meer gebruikt vaak verhalen in het therapeutisch werk met kinderen. Ze hanteert ze voor diverse problemen, gepest worden, dyslexie, ‘lastig’ gedrag, jaloezie op een jonger kind, bedplassen, etc.. Kinderen denken magisch, in hun verbeelding iets oplossen, is bijna hetzelfde als de oplossing beleven, zo onverbrekelijk zijn werkelijkheid en fantasie nog met elkaar verweven. Jonge kinderen kunnen niet echt ‘praten’ over hun problemen en wat oudere kinderen willen er soms niet over praten. Dan kan een verhaal helend zijn. 

Haar stokpaardjes gaan zo: 

o         Erken de werkelijkheid, het gevoel van het kind zoals het nu is. Met alle pijn en de woede om de pijn. Zonder oordelen. 

o         Benut dieren als hoofdpersonage, als het kan het lievelingsdier van het kind. 

o         Verstop iets of iemand die raad geeft in het verhaal. Hulp vragen is iets waar vaak niet aan gedacht wordt. Geldt trouwens ook voor volwassenen. 

o         Suggesties voor toekomstig gedrag, hou je ‘artfully vague’. vb; Hij zal wel uitkijken volgende keer. Zodat het kind zelf kan invullen.  

o         Verwerk een belangrijke boodschap in een rijmpje en laat het terugkomen, zoals het refrein van een liedje.  

o         Verbindt met een groter geheel, zoals de sterren, de zon, de hemel. Dat geeft troost en de boodschap, je hoort erbij.  

o         Hanteer veel zintuiglijke woorden. Kinderen verkennen de wereld met hun zintuigen. 

o         Geef je hoofdpersonage een naam die klinkt zoals die van het kind. 

o         Voor kinderen tussen 2 en 6 jaar geef je het verhaal mee zodat de ouders het thuis kunnen vertellen. 

o         Voor oudere kinderen kan je het verhaal opnemen op een bandje, zodat ze het kunnen beluisteren zo vaak ze zelf wensen. 

o         Kinderen kan je betrekken door ze te vragen goed te luisteren omdat je leert hoe je goed een verhaal kan vertellen. 

o         Oudere kinderen kan je uitdagen door hen uit te nodigen goed op te letten waar je fouten maakt. 

o         Een ouder kind kan heel goed helpen het verhaal af te maken door een oplossing te zoeken. Start dan met een positieve suggestie. vb Pantertje was zo slim dat hij er wel iets kon op bedenken…Vraag dus niet: Denk je dat pantertje iets kan bedenken? 

o         Verwerk eigen woorden en uitdrukkingen van het kind in het verhaal. 

o         Bedenk een oplossinggericht einde. 

 

9.2       Gelijkenis en verschil.

“Alsof ik een rondzwalpend schip ben op een woeste zee”. Deze metafoor duikt op tijdens een sessie met een cliënt die rond de veertig is, recent gescheiden, niet zo gemakkelijk zijn gevoelens uit. Hij vindt zelf geen woorden, maar wel dit beeld. Als er dieper op het beeld ingegaan wordt, duiken woorden op zoals richtingloos, woelig, op zoek naar een veilige haven. De gelijkenis zit in de problematiek. Johan is net als het schip zwalpend, onzeker, op zoek naar wat hij werkelijk wil en hoe hij daar kan geraken. Het verschil ligt in de wereld van het beeld. In deze metafoor is het een schip en de zee.

9.3       Wijsheid.

Niet alle verhalen zijn geschikt, er dient een ‘eervolle’ oplossing in te zitten. Liefst ook een grote mate van gezond verstand. Verwarring en verrassing zetten aan tot denken. De ‘les’ dient duidelijk te zijn en opening te scheppen. Alhoewel ook een open einde kan stimuleren tot het mijmeren en zoeken naar alternatieven.

10   Wat doe je beter niet?

10.1     Overschatten.

Therapeuten hanteren zo wie zo al veel taal. Voor sommige cliënten zijn andere creatieve werkvormen, die niet verbaal zijn, een betere keuze.

De verhalen blijven ook steeds het voertuig, het middel om iets in beweging te zetten. Het gaat er niet om te demonstreren dat je een goed verhaalverteller bent.

10.2    Gebrek aan bezieling.

Verhalen vertellen kan je niet ‘studeren’. Je leert het door het te assimileren, door naar verhaalvertellers te luisteren, door zelf dingen uit te proberen. Je moet je er goed bij voelen, het verhaal heeft best ook voor jou betekenis. Het moet een ‘levend’ iets worden tussen de cliënt en jij.   

10.3    Technicisme

Verwacht niet dat iets wat werkt bij cliënt A het ook zal doen bij cliënt B. Je brengt het verhaal in de hoop dat het een voertuig is, die een bepaalde boodschap overbrengt. Je kan nooit zeker weten dat die ook zo begrepen wordt. Je biedt aan en dan zie je wel wat de cliënt ermee doet.   

10.4    Manipuleren

Is werken met verhalen en metaforen dan geen manipulatie? Uiteindelijk smokkelen we een boodschap binnen in het onbewuste. Zolang we dit zorgzaam doen en het hoger doel niet uit het oog verliezen is er geen probleem. De verhalen zijn sturend, maar uiteindelijk interpreteert de cliënt op zijn manier. Hij zal eruit halen wat voor hem op dat moment geschikt is. Wat al bijna klaar zat. Een verhaal kan krachtig doorwerken en er dient dus steeds respectvol mee omgegaan te worden.

10.5    Verbloemen

Verhalen en metaforen verpakken het probleem. Toch is het ook net de bedoeling om ermee iets in beweging te zetten. Gebruik ze dus niet om te verbloemen.

10.6    Uitleggen

Vertellen betekent het geheel laten doorwerken. Het verhaal is af. Laat het aan de verbeelding van de cliënt over er zijn eigen interpretatie aan te geven. Als je het gaat ‘uitleggen’ ondermijn je de kracht.

Je hoeft ook het doel niet uit te leggen. Dan activeer je de weerstand en komt de boodschap niet meer over.

Betekenis 

Een leerling klaagde eens:’U vertelt ons verhalen, maar u onthult ons nooit wat ze betekenen.’ De meester antwoordde toen: ‘Hoe zou je het vinden als iemand je een stuk fruit aanbood en het al zou opeten voordat hij het aan jou geeft.’

Kempeneers, Als woorden spreken, p101

11   Kan een verhaal te confronterend zijn?

De vuile nesten 

Een duif wisselde voortdurend van nest. De sterke geur die de nesten in de loop van de tijd ontwikkelden, was duidelijk ondraaglijk voor haar. Ze beklaagde zich hier bitter over bij een oude, wijze en ervaren duif. Deze schudde meermalen haar kop en zei: ‘Door steeds van nest te wisselen, verander je niets. De geur die je niet kan uitstaan, komt niet van je nest, maar van jezelf.

Peseschkian, De koopman en de papegaai, p92

Toen ik dit verhaal las, kwam bij mij onmiddellijk het gevoel, dat kan je toch niet maken, dat is toch te confronterend. En toch heeft Peseschkian dit gebruikt in een therapie. Bij een cliënt die in een zesde relatie weer spaak loopt op dezelfde dingen en alle verantwoordelijkheid bij zijn partners legt. Zeg dus nooit nooit.


   12   Is iedere therapeut een verhaalverteller?

Het is al even aangeraakt bij bezieling. Nee, dus niet iedereen moet persé aan de slag met deze methodiek. Je moet er iets voor ‘voelen’, het moet je aanspreken. Je moet een kiem ervan in je hebben, die kiem kan zich dan gaan ontwikkelen door het te doen.

13   Ben ik een verhaalverteller?

Ik heb altijd graag gelezen, toen ik twaalf was had ik de (niet zo grote) locale bib leeg gelezen. Ik ben dan maar boeken gaan lezen voor volwassenen, al was ik daar soms niet aan toe. Opstellen schrijven was voor mij plezant. Pen en papier zijn voor mij belangrijke instrumenten. Telkens ik creatieve taken krijg in de opleidingen die ik volg, kies ik voor verzen, sprookjes, spreuken.  Als ik zelf met iets emotioneel in de knoei zit, schrijf ik een vers. Spelen met woorden is iets wat me ligt. Tijdens de twee dagen workshop onder leiding van Suzanne Kempeneers heb ik een verhaal verteld. Eigenlijk was dat iets vrij nieuws voor mij. En ik doe het met ‘bezieling’. Het blije kind in mij ontwaakt. En hoewel ik meestal een nogal serieus mens ben, ben ik dan enthousiast. Ik vertel met veel intonatie en ik geniet er zelf van.  Ik durf dus van mezelf te zeggen dat ik het in me heb. Maar ik weet ook dat ik mezelf nu nog geen ervaren verhaalverteller mag noemen.

14   Staat iedere cliënt open voor deze techniek?

Ook dat zou een overschatting zijn. Mijn zoon zit in het autismespectrum. In het eerste leerjaar vertelde de meester verhalen als voorbereiding op de eerste communie. Mijn zoon kwam thuis en zei: ‘Al die vertelseltjes over Jesus, ik geloof er geen snars van.’ Hij las nooit verhaaltjes. Als hij een boek ter hand nam, dan was het iets vormend. Hij zou dus geen boodschap hebben aan een verhaal.

Je mag nu niet veralgemenen en stellen dat mensen die in het autismespectrum zitten uitgesloten zijn voor deze methodiek. Zij interpreteren doorgaans wel letterlijk en verhalen werken nu net figuurlijk.

Wat ik duidelijk wil maken, is dat je je weerom goed moet afstemmen.

  

Tijdens de workshop stelde iemand de vraag of je aan de slag kan met verhalen bij psychotici. Zij hebben tekort aan realiteitsbesef. Stimuleer je hen niet tot nog meer vlucht uit de realiteit door het gebruik van verhalen? Je mag het bij hen gebruiken als ze het onderscheid kunnen maken tussen hier en de verhaalwereld.

15   Hoe vertel je een bestaand verhaal?

Een verhaal vertellen heeft een ander effect dan een verhaal voorlezen. Of je vertelt of voorleest hangt van het verhaal af. Een lang en oud verhaal is soms zo rijk, dat je het beter kan voorlezen dan vertellen.  

15.1     Verteltips 

geef zintuiglijke informatie 

Niet enkel feiten maar ook wat is er te zien, horen, ruiken, proeven, voelen. 

wees concreet en specifiek 

haal er kleinigheden bij en details, dan klinken verhalen overtuigend. Maak ze natuurlijk ook niet ellenlang. 

stuur de innerlijke beelden 

je schildert beelden op het netvlies van de toehoorder, dus kan je in- en uitzoomen, 

van geheel naar detail of andersom 

verhaaltempo 

let op de reacties van je toehoorder, ga je te snel dan wordt het moeilijk volgbaar, ga je te traag dan komt het eerder saai over. 

15.2    Hou contact 

Met jezelf, lichaamshouding, ademhaling, non-verbale communicatie. 

Met het verhaal, vertellen is vertolken, niet afratelen van een gememoriseerde tekst. 

Met je toehoorder(s), dat heb je nodig om te blijven afstemmen, bijvoorbeeld op het verhaaltempo, op wat het doet met de cliënt tout court. 

Wees je bewust van je stem. Intonatie, volume, spreektempo, articulatie… Afwisseling brengt ‘leven’ in het verhaal.  

  

16   Hoe gebruik je eigen metaforen?

Terwijl je aan het luisteren bent, springt een bepaald beeld bij je binnen. Dit beeld is veelal een intuïtief weten dat bij jouw binnenkomt door empathische resonantie. Op het moment zelf weet je vaak de reden niet waarom dit nu precies gebeurt, maar vertrouw erop, er is een reden. Als therapeut probeer je mee te kijken, voelen en horen zoals de cliënt. De cliënt zit in het gebeuren, zelf hou je meer afstand.

Als zo’n beeld bij jouw binnenkomt, kan je kiezen om dat aan de cliënt terug te geven. Daarna bevragen of het voor de cliënt klopt. Observeer de non-verbale reacties. Klopt het voor de cliënt?

Zelfs als het niet klopt, kan het verrijkend zijn, want wellicht corrigeert de cliënt of vult hij aan. Twee elementen bepalen of je met dat beeld wel dan niet iets doet.

Wat is de boodschap die je wil geven? Herkaderen? Alternatieve oplossing? Beweging van een huidige toestand naar een gewenste toestand?

Wat is de geschikte context? Hierbij is het aangewezen dicht bij de leefwereld van de cliënt te blijven. Waar liggen de interessegebieden?

Ik neem nog eens mijn zoon als voorbeeld. Autistische mensen hebben vaak een eng interesseveld. Bij mijn zoon is dat de autowereld.  De enige metaforen die bij hem effect sorteren, die hij trouwens ook zelf hanteert, zijn die, die iets te maken hebben met auto’s.

  

17   Wat is metafoorverkenning?

Als de cliënt zelf een metafoor binnenbrengt, kan je die gaan exploreren. Je kan dat op twee manieren doen, je kan de metafoor analyseren net als een droom en proberen te weten te komen waarom net dit beeld zich aandient.

Je kan het ook op een andere manier aanpakken en niet onder maar in het beeld op stap gaan, samen met de cliënt. Zo laten we het beeld zelf spreken. Je moet wel toestemming vragen vooraleer je het beeld gaat verkennen, zodat de cliënt zich niet betrapt voelt.

Een concreet voorbeeld om te verduidelijken hoe je hiermee aan de slag kan. Ik sta op een paaltje, ik kan niet voor of achteruit.

je gaat van een beeld naar een foto 

Je stelt vragen, je betrekt alle zintuigen. Je kiest open vragen. Waar staat het paaltje? Ruik je iets? Zijn er mensen ? Wat zie je om je heen? Hoe is dat paaltje? Hoor je iets? Wat zie je nog? Wat voel je?

Dan ga je van foto naar film, een foto is statisch, een film is beweging 

vroeger, nu , toekomst Waar ga je heen? Wat gebeurd nu? Hoe lang sta je daar al? Kan je ergens heen? Wat gebeurd nu rondom je?

we gaan van beweging naar een nieuw beeld, dat nieuw beeld gaan we ankeren 

Het blijft dan een beeld om mee te nemen naar huis. Ankeren kan door een hulpbron zoals een voorwerp, een beeld, een zinnetje een plek te geven in je lichaam. Je lichaam heb je immers altijd bij je.

Voorbeeld van dat nieuwe beeld, er is een tweede paal, dus ik kan een hangmat instaleren. De hangmat wordt de hulpbron, iets dat je kan meenemen, een houvast.

Je kan ook samen tot de conclusie komen dat er nog steeds maar één paaltje staat en dat je nog steeds vastzit. Ook dat is ok, dan is de terugkoppeling naar het hier en nu, we zitten nu nog vast, we weten het nog niet… Het beeld op zich is al verduidelijking,

valkuilen 

we hebben snel de neiging uit het beeld weg te lopen. We stellen vragen als herken je dat? Heb je dat al meegemaakt?

We hebben de neiging het op te lossen en te veel in te vullen. Echt open vragen stellen is de boodschap. Als je de vruchtbare leegte aanbiedt, vindt de cliënt zelf een oplossing en stimuleer je het geloof in zijn eigen kracht. Als je zelf met een oplossing komt aandraven, stimuleer je verzet. Voorbeeld van een beeld: paard schraapt met zijn poot Waar staat het paard? antwoord op stal volgende vraag is de deur open op dicht? antwoord dicht Zit er een sleutel op? dit is een invulling betere vraag zou zijn Zie je iets aan die deur?

We gaan ook de emoties niet exploreren, want ook dat haalt ons weg uit het beeld.

Nog iets waar we moeten bij stilstaan is dat bij vragen naar de toekomst, wij graag sturen naar een ‘goede’ toekomst. Soms is het echter nodig te voelen hoe het is om in het donker te zitten.

Na de exploratie kan je nakaarten over de betekenis, maar belangrijker is een band te leggen naar de therapie.

  

Tijdens de workshop gingen wij aan de slag met metafoorverkenning. Ik kon aan de lijve ondervinden dat het wel degelijk iets doet. Het brengt je echt bij je emotie. En het blijft hangen. Ik weet nog precies welk beeld ik geëxploreerd heb en wat het voor mij betekent.

En na het wisselen van de rollen heb ik ondervonden dat je heel gemakkelijk uit het beeld wegloopt. Zoals steeds geldt dus hier ook oefening baart kunst.

Hilde Vleugels pikt soms een metafoor op van de cliënt en brengt zo een verhaal aan waarin hetzelfde thema zit. vb de cliënt zegt: “het was alsof ik de grond onder mijn voeten verloor” of “ ik ging door de hel”. Dit pikt ze op en brengt het verhaal van Persephone binnen. “Alsof je zoals het Griekse godinnetje Persephone de grond onder je voeten verloor en een tijd in de onderwereld verbleef….” 

18   Hoe creëer je zelf een verhaal?

Als je een verhaal gaat bedenken voor je cliënt dan kan je volgende bronnen gebruiken. Doorheen de verschillende sessies krijg je als therapeut heel wat informatie rond het probleem, de persoon in al zijn facetten, de context. Let op specifieke woorden die vaak terugkomen, spreekwoorden, metaforische uitspraken die de cliënt zelf gebruikt. Ook sleutelzinnen zoals stopwoordjes, rationalisaties, herhaalde uitdrukkingen zijn nuttig. Net als kernzinnen, dit zijn inzichtmomenten die zich voordoen.

Verder kan je aan de slag met je innerlijke beelden, je lichaamsensaties en eigen gevoelens, fantasieën of gedachten die de cliënt bij jou teweeg brengt. Uiteindelijk bepalen al deze indrukken het thema. Wanneer meerdere thema’s zich aandienen, kies je dat wat je meest aanspreekt of wat je meest opportuun vindt. Wat wil je bereiken met het verhaal?

Elk verhaal bestaat uit drie onderdelen.

18.1     De inleiding

Hierin wordt een platform uitgetekend. Wie, wat en waar? Een of meerdere personages worden voorgesteld, waar speelt het verhaal zich af? Wat is de situatie waarin de personages zich bevinden?

Verder kies je een wanneer? Speelt het verhaal in het verleden, heden of toekomst? In een reële wereld of een fictieve? En met welk vertelperspectief? Gaat het over ‘ik’ of is er een verteller?

Identificatie is gemakkelijker als je in de tegenwoordige tijd vertelt, en ook vanuit het ‘ik’ perspectief. Soms is het ‘ik’ perspectief echter te bedreigend en is het nodig meer afstand te scheppen. Afhankelijk van wat het beoogde doel is. Intuïtief aanvoelen leidt hier vaak de keuze. Je doet aan sfeerschepping, je schildert met woorden, je brengt details voor alle zintuigen.

18.2    Middenstuk of de actie

De inleiding liet ons kennismaken met wie waar welk probleem heeft. In het middenstuk beslist het hoofdpersonage iets te doen met dat probleem. Er ontstaat een dramatisch conflict, het hoofdpersonage probeert zijn doel te bereiken maar ontmoet hindernissen. Soms daagt hulp op. Denk maar aan de fee. Vaak lijkt de situatie uitzichtloos en denk het personage aan opgeven. Het verhaal evolueert naar een crisis, een plot, een climax of een spanningspunt. Het einde van het middenstuk is de vraag halen we het of niet?

18.3    Ontknoping

In het klassieke verhaal komt nu een happy end of bij het drama gaat de held dood of er is een open-end. Bij het therapeutisch verhaal hebben we verschillende mogelijkheden. Als je doel was een alternatieve oplossing aan te bieden, komt er nu een positieve oplossing. Als je doel was iets te verhelderen, te beschrijven blijft het einde open. Een negatief einde is mogelijk als er geen identificatie was met het hoofdpersonage, om bijvoorbeeld akelige dingen te laten verdwijnen.

  

Dit is een hulp om zelf verhalen te componeren. Maar geen must! Bij genezende verhalen gaat het immers om de heling, niet om het literaire hoogstandje.

  

Mag ik jullie uitdagen? Hier een oefening die we kregen tijdens de workshop. Schrijf een verhaal voor deze cliënt, kies ook een titel.

Casus:

Nicole is een alleenstaande vrouw van 45 jaar. Zij woont samen met haar zoon Dirk van 23 jaar. Zij werkt als bediende in een warenhuis. Dirk heeft zijn middelbaar onderwijs niet afgewerkt en neemt weinig initiatief om zijn eigen leven in handen te nemen. Hij werkt af en toe, maar houdt het niet lang vol. Als hij geld nodig heeft, stapt hij naar zijn moeder. Als ze niet ‘toegeeft’ wordt Dirk kwaad. Nicole heeft dan schrik. Geeft hem geld en sluit zich dan op in haar kamer. Ze neemt een extra temesta en drinkt een porto teveel. Nicole heeft één goede vriendin en ook wel een paar leuke collega’s. Op advies van hen ging ze in therapie. Er was trouwens ook druk van de chef, die zag dat ze niet altijd ‘helder’ op het werk verscheen.

  

Nicole zegt nogal eens:

het is toch mijn zoon

ik ben zo moe

het maakt toch niets uit

anders zit ik toch ook maar alleen

  

thema: het patroon dat Nicole haar grenzen niet duidelijk stelt en kan behouden. Gevoel van machteloosheid.

  

Mijn creatie

De kip

Er was eens een moederkloek. Zij legde één eitje. Ze koesterde het en broedde het geduldig uit. Het schattige kuikentje groeide op en werd een jong haantje. Het werd stilaan tijd dat hij zijn eigen kostje bijéén scharrelde. De kip bleef hem graantjes toe stoppen. Het was toch immers haar kuiken!  Ze nam zich voor daarmee te stoppen. Het jonge haantje zette toen zijn veren recht en durfde al een met zijn sporen uithalen. De moederkloek schoof dan weer wat van haar maïs voor zijn bek. Ergens diep van binnen wist ze wel dat hij zo niet leerde zelf zoeken wat hij nodig had. Ze werd er zo moe van.

Ze trok zich terug in het kippenhok en zat toch wel wat alleen op haar stok.

Op een dag besloot ze dat het zo niet verder kon. Ze sloot de deur van het kippenhok. Ze aarzelde en bleef onzeker binnen. Zou het wel goed gaan?

Ze wachtte vele uren lang. Het wachten woog zwaar. Toen hield ze het niet meer uit. Ze piepte door een kiertje. En… het jonge haantje was nergens meer te bespeuren. Ze stapte buiten, het was een mooie lentedag. Ze hoorde in de verte gekraai. Tot haar verbazing kwam het van haar zoon, ze kon zich niet voorstellen dat hij dat zo goed kon. Een vreemd gevoel welde op vanuit haar buik naar haar hart. Ze moest er even aan wennen. Ze realiseerde zich dat ze zo trost was als een pauw op haar kind. En ook op zichzelf. Ze schudde even met haar kontje!

  

19   Wat kan je nog meer met verhalen?

19.1     Samen een verhaal ineensteken

Je kan samen met de cliënt een verhaal bedenken. Je vraagt best vooraf toestemming om te noteren. Het opschrijven is nuttig om de rode draad niet te verliezen en je kan het verhaal dan achteraf meegeven. Je kan de cliënt bijvoorbeeld uitnodigen met: ‘Als jouw situatie met een sprookje te vergelijken zou zijn, hoe zou dat dan heten? Vertel eens.’ De therapeut kan op dit verhaal antwoorden en zo kan je samen steeds nieuwe stukken of nieuwe varianten scheppen. Je kan elk om beurt één of meer zinnen van het verhaal schrijven. De therapeut is diegene die vragen stelt zoals over wie gaat het? waar woont die persoon? waarbij de therapeut vooral let op het verhaaltechnische en op het therapeutische. Als de cliënt enkel negatieve eigenschappen aanhaalt, breng je er positieve in. Als de cliënt wegblijft van pijn, breng jij die binnen in het verhaal. Zo ontstaat een gezamenlijk werkstuk wat nog lang kan nawerken.

Misschien loop je vast in het verhaal, dat is niet erg, want wellicht het beginpunt van iets anders. Ook hier geldt weer dat en goede inleving en afstemming nodig is. Als de cliënt op een gegeven moment niet verder wil schrijven aan het verhaal, dan blijft het onaf, of wordt het later eventueel heropgenomen.

Het kan ook dat op deze manier iets ontsnapt wat de cliënt niet wou vertellen. Shit, ik wou dit niet zeggen. Dan herstel je best de veiligheid door te zeggen: dat was niet de bedoeling van dit verhaal.

Wanneer is deze methode nuttig? Als je het gevoel hebt in een rondje te lopen, in een impasse te zitten, ter plaatse trappelen. Het is ook nuttig bij mensen die minder verbaal zijn, goede praters hebben dit niet nodig. Of er blijft iets onduidelijk. Misschien is er dan een nog onverteld verhaal? Ook bij kinderen wordt deze techniek gebruikt, onder andere door Gardner met de “mutual storytelling technique”.

19.2    De cliënt een verhaal laten schrijven

Je kan als een huiswerkopdracht de cliënt thuis een verhaal laten schrijven. De volgende sessie kan je dan dieper ingaan op het verhaal, maar ook op het proces van het bedenken ervan en wat het met de cliënt deed. Of je kan stimuleren om een ander einde te schrijven.   

De cliënt kan een dagboek bijhouden gedurende de therapie.

De cliënt kan ook ongestructureerd aan de slag gaan, gewoon al wat in zijn hoofd komt op papier zetten. Concreet doe je dit als volgt: gedurende 20 à 30 minuten alles opschrijven wat in je hoofd komt, als je niets meer weet, dat schrijf je dit op, ik weet niets meer. Je doet dit een 4-tal dagen na elkaar, met iets wat je sterk bezighoudt. Dit noemt met journaling.

Er is ook nog de drie brieven methode. In de eerste brief pen je je positieve herinneringen en gevoelens neer. In de tweede brief uit je je woede, angst, gemiste kansen. De derde brief dient om een integratie neer te schrijven van beide vorige. Dit wekt heel goed bij mensen die graag schrijven.

19.3    Heroppikken van het verhaal

In latere sessies kan een over een eerder gebruikt verhaal nagekaart worden. Wat is er sedertdien veranderd? Welke stukken kloppen nog? Hoe zou je het nu herschrijven?

19.4    Vervolg schrijven aan een verhaal

De verteller vertelt 75% van het verhaal en stopt dan. De cliënt wordt aangemoedigd om het verhaal af te maken. Het aangebreide einde geeft iets weer over hoe de cliënt omgaat met problemen. Zoekt hij oplossingen? Is het een happy end? Vraagt hij raad? Laat hij los? Dan kan je terugkoppelen naar de realiteit. Hoe pak jij dingen aan?

19.5    Verhalen hervertellen

Je kan een verhaal hervertellen vanuit alle elementen die in het verhaal voorkomen. Denk eens even aan Roodkapje en de wolf. Je kan dit verhaal vertellen als Roodkapje, maar ook als wolf en grootmoeder en jager. Maar ook het mandje en het eten in het mandje en het bos zijn elementen van het verhaal.  Ook hier haal je weer informatie uit. Wie of wat koos de cliënt? Wat vertelt dit personage? En hoe wordt het verteld? Of je kan een rolwisseling laten doen. Het verhaal vertellen vanuit de goede en daarna vanuit de slechte. Als je de ander rol inneemt, verplaats je je naar die binnenkant. Zo ontstaat inzicht, komt beweging in emotie.

19.6    Verhalen tekenen

Een verhaal kan je tekenen en daarna de tekening duiden door een verhaal te vertellen. Weer heb je als therapeut aanknopingspunten. Waarom koos je dit stuk?

19.7    Verhaal naspelen

Hier is in individuele therapie de drempel hoog. Je kan eventueel met twee lege stoelen verschillende rollen spelen, op ieder stoel neemt één personage plaats, en als je wisselt van rol, wissel je ook van stoel. Is gemakkelijker met meerdere mensen. De therapeut neemt nooit een rol op zich, hij is altijd procesbewaker.

19.8    Verscheidene verhalen naast elkaar zetten

Twee zussen allebei een verhaal laten schrijven over hun thuis. De twee verhalen kan je nu bevragen, zo kan je vastgelopen communicatie weer vlot trekken. De twee verhalen naast elkaar zetten kan voor beide opening scheppen om zich te verplaatsen in de leefwereld van de ander.

Bij relatietherapie kan zoiets ook nuttig zijn. Vaak is de man eerder rationeel en de vrouw wil emotioneel gehoord worden. Ze zijn vaak beiden overtuigd van hun gelijk. Hoe kan je duiden dat ze allebei gelijk hebben, vanuit hun standpunt en hun kijk. En dat terwijl je niet mag oordelen of veroordelen? Je neemt een foto en laat ze daar allebei een verhaal bij bedenken of schrijven.

voorbeeld een jonge vrouw zit samen met een oude vrouw op een terrasje. De vrouw zegt: kleinkind en een oma zitten buiten en zijn gelukkig. De man zegt daarop meteen, jij kan dat niet weten, of ze gelukkig zijn. Hij zegt dan zelf, oma en kleinkind zitten buiten. Waarop de therapeut inpikt: Hoe weet jij dat het om een oma en een kleinkind gaat? Zo beseffen ze dat ze zelf van alles invullen…  

19.9          Levensboek

Je kan een cliënt stimuleren tot het nadenken over zijn levensboek. Denk maar aan de oefening die wij maakten gedurende het ontbijt van het weekend in het tweede jaar. Daarbij kan je uitgaan van volgende vragen. Als je een boek maakt over je leven, hoe zou het heten? Welke hoofdstukken waren er? Waar zit je nu in je boek? Welke hoofdstukken ga je nog schrijven? Welke titel krijgen de hoofdstukken?

19.10   De droomverhandeling

Tijdens ons eerste jaar kregen wij de opdracht: schrijf een verhaal over hoe een dag uit je leven er zou uitzien over 5 jaar. Denk eens terug aan je droomverhandeling. Wat betekent die voor jou? Ben je bezig met de realisatie ervan? En vond je ze niet stuk voor stuk pareltjes? Ook dit kan je benutten om mensen zich bewuster te maken van hun doelen, behoeften en verlangens.

Je kan de opdracht ook als volgt formuleren. Je zit in de toekomst en je kijkt terug vanuit de positie dat de droom al gerealiseerd is. Je vertelt die droom…Hoe heet je droomverhandeling?

Zo kan je het overtelde verhaal horen, of de onmogelijk geachte verhalen realiseerbaar maken.

20   En tenslotte, nog enkele mooie woorden als besluit van mijn verhaal.

“De verhalen die ons ooit hebben geboeid of nog steeds in hun ban houden, vertellen iets over onszelf, over onze verlangens, onze wensen, over menselijke attitudes waarmee we ons graag zouden willen identificeren en over de figuren die wij zelf graag zouden willen zijn. Bij nadere beschouwing blijken die verhalen iets te zeggen over onze eigen problemen, die, in plaats van in ons, duidelijk naar voor komen in andere personages en al dan niet door hen worden opgelost.”

Verena Kast, Sprookjes als therapie, p7 

21   Bronnen

Boswijk-Hummel R. (2001) Troost vragen, geven, ontvangen, De Toorts 

Bucay,J. (2007) Verhalen om over na te denken, Ambo, 

De Roeck B. (1975) Gras onder mijn voeten, De Toorts   

Erikson,M. (2001) Mijn stem gaat met je mee, Karnak 

Ferruci,P. (2001) Heel je leven, een nieuwe oriëntatie door psychosynthese, De Toorts 

Gaylin,W. (2001) Praten alleen is niet genoeg, Ambo

Groen,J. (1983) Achter spiegels en maskers, psychoanalytische essays, Boom 

Herman,J. (1993) Trauma en herstel,Wereldbibliotheek 

Kast,V. (1986) Sprookjes als therapie, Lemniscaat 

Kempeneers,S. (2005) Als woorden spreken, over het gebruik van verhalen en metaforen in psychotherapie,Acco

Leijssen,M. (2006) Gids voor gesprekstherapie, de Tijdstroom 

Maes,J. (2007) Leven met gemis, handboek over rouw, rouwbegeleiding en rouwtherapie, Zorg-Saam! 

Palmen,C. (2000) Echt contact is niet de bedoeling, Prometheus

Peseschkian,N. (1990) De koopman en de papegaai, Oosterse verhalen als hulpmiddel in de psychotherapie met voorbeelden ter lering en zelfhulp, Ad. Donker

Rober,P. (2003) De naakte therapeut, Acco 

Stevens,A.(1999) Over Jung, Lemniscaat 

Stone,R. (1997) Genezende vertelkunst, het vertellen als hulp bij persoonlijke groei, Bres 

Van der Hart,O. (1981) Afscheidsrituelen in psychotherapie, Ambo 

Van der Meer Anneke (2002) Verbeeldingskracht als heelmeester, Bres 

Vleugels,H. (2004) Scherven, gebroken sprookjes en de zoektocht naar een nieuw verhaal, Acco 

Vroemen,J. (2002) De kracht van verhalen, vertelkunst in de praktijk, Bres 

Watzlawick,P. (1978) Wie weet is het ook anders, over de techniek van de therapeutische communicatie, Van Loghum Slaterus 

Willis,R. (2006) Mythologie, Librero 

Workshop onder leiding van Suzanne Kempeneers : creatief werken met verhalen in individuele en relatietherapie, 5 en 12 februari 2007 

www.beleven.org/verhalen   een verhalen archief

www.keridwen.nl een verhalen archief

Yalom,I.(2001) Therapie als geschenk, Balans