Een korte beschrijving van

de integratieve psychotherapie

 

Waarin verschilt de integratieve psychotherapie van de andere psychotherapievormen? Zowel in haar achtergrond als in haar methode.


De achtergrond


Aan de grondslag liggen enkele meer hedendaagse visies op het geestelijk functioneren van de mens. Niets van de vroegere inzichten sinds Freud wordt verworpen, alleen komen er vele dingen bij die later en door andere richtingen zijn ontdekt.


Vooreerst is er het groeimodel. De arts en neuroloog Freud ging ervan uit dat, zoals in de lichamelijke geneeskunde, de mens spontaan normaal en goed functioneert. Is dat niet het geval, dan veronderstelde hij dat er ergens in het verleden iets zeer storends voor deze spontane ontwikkeling is gebeurd, wat hij aanduidde met de naam psycho-trauma. Dit trauma moest dan, soms in het onderbewuste, opgezocht en blootgelegd worden (psycho-analyse), en verwerkt met de hulp van een genezer (psycho-therapeut). Eens die genezingsarbeid, die jarenlang kan duren, achter de rug, zal de betrokkene weer spontaan normaal functioneren. Dit noemt men het ziekte-model.


Sinds Rogers, Maslow en de andere groten van de "humanistische" psychologie, zit de mens in een levenslang groeiproces. Sommigen hebben hierbij veel achterstand: zij vertonen een pathologie, waarvan de frekwentste vormen zijn: depressie, neurosen en schizofrenie. Aan de andere kant heb je hen die "optimaal" functioneren: zij hebben hun sluimerende mogelijkheden maximaal ontwikkeld, en vallen objectief en subjectief op door "geluk". Daartussenin zit eigenlijk de grootste groep, die nog vol onderontwikkelde mogelijkheden zitten, maar niet in die mate dat zij abnormale stemmingen, denk- of gedragswijzen vertonen: zij zijn de "normalen", eerder niet-ongelukkig dan echt diep gelukkig. Dus geen twee soorten zoals in het ziektemodel, maar drie. Deze humanistische benadering sluit geen aangeboren of traumatische psychische elementen uit, maar beschouwt die eerder als factoren die de groeiachterstand bevorderd hebben. Zelfs al slaagt men erin die storende factoren te neutraliseren, de persoon kan meestal nog heel veel groeien als mens.


Naast van psychotrauma wordt er evenveel of zelfs meer gesproken van psychisch gemis, onvervulde behoeften, en in plaats van over blokkades heeft men het over sluimerende mogelijkheden, onderontwikkelde vaardigheden.


De helpende professioneel is dus veeleer iemand die het opwaarts groeien bevordert (psycho-anagoog) dan iemand die de ziekte bestrijdt (psycho-therapeut). En het is de bedoeling dat het groeiproces ver voorbij het niveau van het "normale", het banale, het modale uitstijgt. De ervaring heeft intussen aangetoond dat die groeimethodes ook werkzaam zijn bij pathologieën, en dus niet alleen bij normalen die zich willen optimaliseren. Vandaar onze naam "psycho-anagogie" (groeibevordering) ipv psycho-therapie (ziekte-genezing).


Een tweede groot verschil is dat een integratief therapeut geen eenzijdige methode hanteert zoals bv. psychoanalyse, gedragstherapie, gezinstherapie, Gestalttherapie, medicatie, meditatie, training enz., allemaal methodes die overigens in bepaalde gevallen ontegensprekelijk vruchten afwerpen. Hij is ook geen eclectisch therapeut, die meerdere methodes aangeleerd heeft, en die al naargelang de problematiek kiest voor een bepaalde benadering. Een integratief therapeut voegt geen therapieën tezamen, maar werkzame elementen uit die therapievormen. Hij beoefent niet zozeer verschillende benaderingswijzen die hij in diverse "scholen" geleerd heeft, maar slechts één methode: de integratieve.


Het is ook niet zo, zoals men vroeger dacht, dat al die verschillende psychotherapiescholen eigenlijk andere benaderingen zijn van hetzelfde doel. In feite werken ze elk op een ander niveau van de van het menselijk functioneren: het gedrag, de rol in de groep, de persoonlijkheid, het groeivermogen. Het samen gebruiken van beïnvloedingsmethodes op diverse niveaus kan dus vaak nuttig zijn.


De methode


Bij een integratieve behandeling (of groeibegeleiding) wordt niet, zoals in de klassieke geneeskunde, eerst de diagnose gesteld en daarna de behandeling gegeven. Er is behandeling vanin het begin (al was het maar door het empathisch contact), en er is bijsturing van de diagnose (groeioriëntatie) tot op het laatste moment van de begeleiding. Het gaar immers niet om "genezen" van een welomschreven probleem, maar om een bewust groeiproces waarbij men voortdurend nieuwe remmingen oplost en creatief verkennend opportuniteiten ontdekt.


Een tweede kenmerk is dat, waar mogelijk, zowel gebruik gemaakt wordt van de twee grote invalshoeken: de psychische, die direct op gevoelens, gedrag en inzicht werkt, en vaak (niet altijd) via verbale interactie gaat, zowel bewust (gesprekstherapie) als onderbewust (hypnose, relaxatie, trance), en de cerebrale, die op de biochemische en elektrische processen van de hersenen werkt, en zo de psychische processen ondersteunt en versterkt. We denken hierbij aan medicatie (vooral sommige antidepressiva), meditatie, neurotherapie (zoals neurofeedback, rTMS, EMDR, ECT). Steeds weer wordt aangetoond dat de combinatie van beide elementen sterker werkt dan de optelsom van de twee benaderingen apart, vooral qua effect op langere termijn en preventie


Een derde belangrijk kenmerk van de integratieve psychoanagogie is dat het de persoon tracht te doen groeien van "lagere" denk- en gedragspatronen (zoals depressie, angstaanvallen, zich laten leven, obsessies, agressie, negatieve assertiviteit en controleobsessies) naar "hogere" zoals positieve assertiviteit (met bv zelfbewust initiatief, leiding nemen, zijn eigen levensgang bepalen), creativiteit en harmonische relaties. Met "lager" en "hoger" wordt niets moreels bedoeld, maar alleen de mate waarin conflicten opgelost worden tussen de eigen behoeften en tussen de persoon zelf en de omgeving (zoals bv. de partner), in een integratie (conflictvrij samengaan), constructief en creatief, in echte zelfrealisatie dus. In de integratieve psychologie gaat men er, geïnspireerd op Freuds visies, vanuit dat de mens in zijn groei vijf stadia kan doorlopen. De psycho-anagogie faciliteert dus de groei van de cliënt doorheen deze vijf stadia.


Een vierde hoofdkenmerk is dat de cliënt, bij het optimaliseren van zijn voelen, denken en doen, evolueert van "oppervlakkig" (concreet gedrag) naar diepere mechanismen. Met "dieper" wordt bedoeld da de cliënt die steeds zelfstandiger van binnenuit zijn functioneren kan regelen. Door het herbelevend bestuderen van de processen op een bepaald niveau tracht men af te dalen naar een grotere zelfsturing. Uiteraard vermindert dikwijls de motivatie van de cliënt van zodra zijn oorspronkelijke klachten verdwenen zijn, en vele personen doorlopen niet alle groeistadia die mogelijk zouden zijn.


Een vijfde hoofdkenmerk is dat men de cliënt zodra mogelijk de waarde van het fenomeen integratie probeert bij te brengen, en hem deze vaardigheid tracht aan te leren. Integreren is immers niet alleen een theoretisch werktuig om uiteenlopende theorieën en denkscholen te verenigen, maar voroal een methode om in het dagelijks leven als individu conflictvrijer te functioneren. Daartoe zoekt men integraties tussen zijn verschillende behoeften, eerder dan pijnlijke keuzes te maken. En ook in relatie en samenwerking leert men integreren: communicatie is tenslotte niets anders dan samen naar een integratie zoeken van de uiteenlopende standpunten.


Er wordt gewerkt op de verschillende niveaus:


(1) het eerste, buitenste niveau van het menselijk functioneren, het observeerbaar gedrag, is psychisch beïnvloedbaar door gedragstherapeutische leerprocessen die dit gedrag af- of aanleren, zoals met desensitisatie voor angstreacties, assertiviteitstraining voor subassertief gedrag, gedachtenstop voor obsessies, memorisatietechnieken voor concentratiestoornissen, enz. Cerebraal beschikken we over kalmeermiddelen bij gejaagd en overangstig, manisch, hyperemotioneel of onrealistisch gedrag (diazepines, incisieve neuroleptica), relaxatieoefeningen.


(2) voor het tweede niveau, de rolgebonden acties en reacties in groep, kan men psychisch proberen de groepsverhoudingen te veranderen door groepstherapie (herbelevingen) waarbij negatieve patronen worden blootgelegd. Daardoor worden deze door alle betrokkenen anders beleefd en dus veranderd. Heel belangrijk is het aanleren van communicatievaardigheden in de relatie. Men kan ook de groepsleden individueel begeleiden, bv. elke partner apart in een relatietherapie. Men ook door bv. ziekteverlof of het gebruik maken van (medisch) gezag de groepsrol van iemand veranderen. Cerebraal zijn er niet meteen middelen voorhanden.


(3) voor het derde niveau, dat van het functioneren van de persoonlijkheid, zijn er vele middelen voorhanden. De psychische omvatten inzichtstimulerende gesprekken, die uiteraard geen theoretische beschouwingen zijn. maar emotiegeladen lessen trekken uit vroegere significante ervaringen. Dit leidt tot aangrijpende herbelevingen, waarbij men in de verbeelding, of door projectie (bv op de therapeut of nabije werk- of familieleden, bv de ouders), of door rollenspel, de vroegere situatie weer evokeert, verwerkt maar er ook nieuw gedrag en inzichten uit leert. De tijdelijke diepe (hoewel eenzijdige) relatie met de therapeut is uiteraard ook een bron van zelfvertrouwen, inzicht en emotionele ontlading, en niet zelden herkent men daarin gedrag dat men onbewust ook elders stelt. Maar ook de cerebrale middelen zijn rijk voorhanden op dit niveau: vooral de antidepressiva die op geen enkele manier te vergelijken zijn met kalmeermiddelen, maar die, ondanks de lage dosis waarmee wij ze toepassen, de inwendige natuurlijke genezingsprocessen, bv. bij depressie, bevorderen. Antidepressiva werken bv ook bij hersenproblemen waarbij veel inwendige frustratie en missen van bevrediging de concentratie en het sociaal contact ondermijnen (ADHD, ADD, ASS, Asperger, enz.). Ook de meditatietechnieken bezorgen ons equivalenten van de genezende dromen, zodat ook hierdoor het emotioneel evenwicht wordt hersteld. Dan is er nog de neurotherapie, waarbij, meestal door bewust veranderen van de hersengolven door neurofeedback, de hersenfunctie direct bevorderd wordt. Bij depressie bv. is het belangrijk om de "negatieve" rechter frontale hesendelen te verzwakken in hun actie, terwijl de linker, "positieve" hersendelen duidelijk in golffunctie moeten gestimuleerd worden. Bij concentratieproblemen zal men, weeral frontaal, de tragere hersengolven beperken ten voordele van de snellere. Een andere neurotherapievorm die ingang begint te vinden is de transcraniële magnetische stimulatie, waarbij sterke magnetische golven worden opgewekt vlakbij de schedel, links stimulerend, rechts temperend. En dan zijn er nog de aloude acupunctuurmethode waarbij men tracht door discrete zenuwprikkeling inwendige neurovegetatieve "evenwichten" te herstellen, en verder cranioscrale therapie, EMDR en EFT. Een combinatie tenslotte van cerebraal en psychisch is het brengen van de persoon in een diepe, randhypnotische trance, door mindfulness, neurotherapie, verbale inductie, tantrische massage en hem vervolgens elementen aan te bieden van constructief denken (bv. fundamenteel zelfvertrouwen, herbeleven en verwerken van verdrongen traumata, stimulerende toekomstvisies in de zin van Assagioli's psychosynthese). 


(4) het vierde niveau tenslotte is het beheersen van zelfsturingsmechanismen, en de kunst tot het bewust integreren van voorheen onverzoenbaar lijkende conflicten tussen de eigen behoeften, of de eigen strevingen en die van de omgeving. De kroon op een waarachtig psycho-anagogisch groeiproces is daarom niet zelden een training tot "optimaal functioneren als mens", waarbij de modernste vaardigheden tot zelfinzicht en sturen van de eigen stemming en initiatieven wordt bijgebracht. De cliënt is dan als het ware zijn eigen psychoanagoog geworden...