Empathie (actief luisteren) is een basisvaardigheid in de gewone menselijke communicatie en tevens bij psychotherapie en andere vormen van groei-inductie, omdat zij het proces van de verbale communicatie sterk bevordert, vooral in situaties waar die moeilijk verloopt. Empathie is niet zomaar één mogelijke communicatievorm naast vele andere, het is de optimale vorm van communiceren.
Deze techniek ontstond tijdens Rogers' eerst spontane en later bewuste pogingen om een doeltreffender vorm van psychotherapie te ontwikkelen, die sneller ging en minder weerstanden opriep bij de cliënt. Oorspronkelijk reflecteerde hij gewoon wat hij meende te begrijpen in de boodschap van de cliënt. Later ontdekte hij de redenen waarom dit louter reflecteren zo doeltreffend werkte als therapie. Hij besefte gaandeweg ook de waarde ervan voor andere vormen van menselijke communicatie, bv. de partnerrelatie, de opvoeding, en zelfs commerciële contacten.
Deze fundamentele vaardigheid van menselijke communicatie wordt met vele synoniemen aangeduid: inleven, client-centered, reflecteren, actief luisteren, invoelen, non-directief, "Rogeriaans".
Empathie is een manier van luisteren
waarbij de grootst mogelijke kans bestaat dat de boodschap overkomt zoals
zij bedoeld is geweest. Daarenboven heeft empathie twee andere voordelen:
(1) inzichtelijk: de spreker krijgt
maximale kansen tot verbalisatie, waardoor de kans groot wordt dat hij
al pratend zaken beseft die hij nog niet bewust was vóór
hij erover sprak;
(2) emotioneel: door het empathisch
luisteren komen enkele belangrijke emotionele boodschappen over bij de
spreker, zoals: hier voel ik mij veilig, de luisteraar vindt mij belangrijk
en waardevol, de ideeën die ik bedenk en formuleer zijn wellicht juist
of bevatten zeker een belangrijke kern van waarheid.
Om empathie goed te kunnen situeren, moeten we eerst een duidelijker beeld krijgen van de verschillende manieren waarop inzichten tussen mensen circuleren. De menselijke verbale interactie kan ingedeeld worden in vier vormen: informatie, afreageren, manipulatie en communicatie.
Informatie (en de daarmee samengaande vraag naar informatie) is het neutraal overbrengen van (en vragen naar) allerlei concrete gegevens (hoe laat vertrekt de trein? Geef mij de suiker eens door, a.u.b.).
Soms kan informatie erg emotioneel geladen zijn, bv. als men een levendig verslag brengt van een meegemaakte ervaring, vertelt hoe het is op het werk, enz. De vertellende persoon geeft dan toe aan zijn behoefte om iets af te reageren, of om bijval te oogsten. De luisteraar fungeert dan als een soort publiek, een fanclub, een supportergroep. Ook hier wordt de luisteraar verondersteld empathisch te reageren, m.a.w. de "Vesuviusfunctie" (eventjes stoom aflaten) niet te verwarren met een vraagfunctie, dus niet reageren door goede raad te gaan geven of allerlei andere ongevraagde beschouwingen ten beste te geven.
Manipulatie is een poging om de ander te overtuigen van het eigen standpunt, of minstens van het gedrag dat bij deze overtuiging hoort: men wil de ander uiteindelijk iets doen doen, maar is niet (volledig) open betreffende de eigen motivaties om de ander tot dat gedrag te brengen.
De meeste vormen van intermenselijk contact zijn vormen van manipulatie: van opvoeding tot psychotherapie, van het hiërarchisch geven van instructies tot het afkondigen van wetten, van reclame tot het voeren van politieke campagnes, van verleiding tot het formuleren van vriendelijke uitnodigingen. Het woord manipulatie heeft weliswaar een negatieve bijklank, maar is op zichzelf niet negatief. Zelfs het verkondigen van de stelling dat manipulatie negatief is, is een vorm van manipulatie: het is immers het meedelen van een conclusie, zonder dat de luisteraar de vrijheid krijgt om vanuit de argumenten zelf de conclusie te formuleren. Manipulatie is slechts verkeerd, als de luisteraar misleid wordt, dus tot gedrag wordt aangezet dat hem niet leidt tot het verhoopte doel, of zelfs tot voor hem schadelijke gevolgen. Manipulatie is goed, als de luisteraar erdoor eigen voordeel opdoet, of de kans krijgt nuttige inzichten te verwerven. Manipulatie is overigens onvermijdelijk telkens de luisteraar niet over de ervaring en de inzichten beschikt van de spreker. Hij kan dan niet anders dan gemanipuleerd worden, vermits hij de conclusies niet zelf kan formuleren, of inschatten in hun volle draagwijdte. Overigens is de mens als manipulator geboren: reeds enkele ogenblikken na de geboorte zet hij zijn keel open om door gekrijs de omgeving doeltreffend te manipuleren.
Het meeste menselijke gedrag is te beschouwen als de resultante van wederzijdse manipulatieprocessen.
Bij communicatie [van het Latijn com-munis; munis = verdedigingsmuur; d.w.z. binnen de omheiningsmuur, dus gemeenschappelijk] is er eigenlijk geen spreker en geen luisteraar, m.a.w. geen persoon die een bepaalde opvatting heeft en die tracht over te brengen op de ander. Communicatie is het samenbrengen van twee of meer opvattingen, die in een zekere mate van elkaar verschillen, maar die na een zeker aantal onderlinge interacties bij beide gesprekspartners uitgegroeid zijn tot een gemeenschappelijke overtuiging, waar beiden sterk achter staan. Bij communicatie weten de gesprekspartners in principe vóór het gesprek niet tot welke conclusie het gesprek zal leiden. Ze weten dus niet welke hun mening zal zijn na het communicatieproces.
Communicatie kan dus beschouwd worden als een integratieproces in groep. Het communicatieproces: verloopt in 3 fasen: (1) luisteren naar elkaars inbreng, (2) samen uitbouwen van een (vaak slechts voorlopige) integratie, (3) aanvoelen of de integratie al dan niet klopt met de aangevoelde elementen, en het proces vervolgens enkele malen herbeginnen
Empathie is die manier van luisteren waardoor echte communicatie mogelijk wordt. Empathie is dus de eerste fase van communicatie.
- Niemand kan spontaan goed communiceren, vermits het grotendeels een tegennatuurlijk proces is: van nature uit zullen wij manipuleren. Communiceren moet aangeleerd worden. Het kan mettertijd weliswaar een tweede natuur worden.
- Velen hebben de neiging om de term communicatie te gebruiken voor elke vorm van interactie, elke vorm van met elkaar praten (of omgaan, bv. non-verbaal), ook ruzie, "non-verbale communicatie" en manipulatie. Vaak ook heeft men de indruk van tot een gemeenschappelijke conclusie gekomen te zijn en dit communicatie te noemen, terwijl men in feite niet méér gedaan heeft dan te constateren dat men dezelfde mening had.
- In deze cursus wordt de term communicatie dan ook bewust beperkt tot een vorm van menselijke interactie, waarbij gesprekspartners beginnen met een verschillend standpunt waar ze elk sterk aan gehecht zijn, en eindigen met een gemeenschappelijk standpunt waar ze beiden sterk achter staan, dus niet iets waarvan ze het gevoel hebben dat ze het moeten aanvaarden hebben om psychologische redenen.
Men gaat er meestal van uit dat het spontane gesprek tussen twee of meer mensen de enige, en in elk geval de beste vorm van communicatie is. Niets is echter minder waar. Zeker bij het bespreken van problemen, d.w.z. bij het samenbrengen van standpunten die niet door beiden gedeeld worden, is het spontane gesprek een heel slechte communicatievorm. Inderdaad, bij het spontane gesprek gaat men (meestal onbewust) uit van een reeks veronderstellingen, die alle onjuist blijken te zijn. Welke zijn die veronderstellingen?
(1) De spreker is in staat zijn
mening volledig en duidelijk te vertolken.
(2) De luisteraar begrijpt de boodschap
zoals die bedoeld is.
(3) Als de argumenten van de spreker
juist zijn, dan zal de luisteraar hierdoor overtuigd worden.
(4) Het overtuigd geraken door
juiste argumenten is een ogenblikkelijk proces dat zich als het ware automatisch
voltrekt.
Elk van deze stellingen is gedeeltelijk of volledig onjuist.
Dit is meestal niet juist, zowel om inzichtelijke als psychologische redenen.
Inzichtelijk: niets is zo moeilijk als iets volledig uitleggen, anderen volledig uitleggen waarom men een bepaalde mening heeft. Immers, vele aspecten van iets kunnen (nog) niet onder woorden gebracht worden, omdat de termen soms nog niet bestaan, of nog niet door ons begrepen zijn. Het is precies door te proberen ze onder woorden te brengen dat we de kans krijgen ze beter te gaan begrijpen. Dit is de techniek van de verbalisatie: het is door iets te proberen uitleggen dat we vaak inzicht verwerven in wat voorheen vage gevoelens en onderbewuste indrukken waren. Er bestaan uiteraard zaken die we goed begrijpen en kunnen uiteggen. Meestal zullen deze echter niet het onderwerp van onze communicatie zijn. We zijn eerder geneigd om te communiceren over onderwerpen die moeilijk zijn voor ons of voor de relatie of groep waarin we ons bevinden.
Psychologisch: soms is het emotioneel erg delicaat om over dergelijke problemen te spreken. Daarenboven is het in onze cultuur een teken van zwakte en minderwaardigheid als we ons gedrag en ons gevoel niet voldoende kunnen bespreken en motiveren. Iets niet goed kunnen uitleggen maakt ons kwetsbaar. Anderzijds is het precies de kwetsbaarheid, het verband met behoeften als seksualiteit of waardering dat maakt dat we dergelijke onderwerpen juist moeilijk bespreken.
Dit is in de meeste gevallen niet zo. De kans dat men de andere begrijpt zoals hij dat bedoeld heeft neemt zelfs af naarmate het problematischer of psychologisch gevoeliger onderwerpen zijn, en het zijn juist deze die in communicatiepogingen aan bod komen.
De verklaring voor dit fenomeen is dat een boodschap steeds een signaal is dat moet geïnterpreteerd worden in een bepaald begripskader. Bij communicatie wordt enkel het signaal overgebracht, niet het begripskader. De kans dat dit bij beiden hetzelfde is, is in praktijk klein, vermits dit interpretatiekader grotendeels bepaald wordt door de eigen belangen en door de eigen ervaringswereld. Voor bijna niemand zijn deze beide aspecten gelijk. De communicatiepoging zal er daarom heel vaak toe leiden om zijn interpretatiekader bij te sturen, zodat het signaal voor beiden dezelfde betekenis krijgt.
Niets is minder waar. Door de vroegere schoollessen wis- en natuurkunde zijn wij meestal gaan geloven dat juiste argumenten overtuigen. Doch in psychologische aangelegenheden, die nu eenmaal complexer zijn dan materiële fenomenen, is dit een moeilijk proces.
Dat logica niet overtuigt weet men in de publiciteitswereld al lang. Het irrationele, emotionele onbewuste neemt de beslissingen, het logische bewuste tracht vervolgens argumenten te vinden om de onbewust reeds gemaakte beslissing goed te praten, vermits wij in een cultuur grootgebracht zijn waar men zijn gedrag moet kunnen verantwoorden. Daarom roept de reclame eerder sfeer op dan te verwijzen naar statistieken, of tracht ze te refereren naar modetrends of de mening van gezagsfiguren. De mens denkt psychologisch, niet logisch.
Ook psychologisch zijn er problemen die het begrijpen, d.w.z. het overstappen van de ene mening naar de andere bemoeilijken. De begripsverandering is emotioneel een kwetsbaar moment, waarbij men de superioriteit van de ander op een bepaald punt moet aanvaarden. De nieuwe overtuiging betekent ook dat de vroegere onjuist was, hetgeen de eigen kwetsbaarheid doet toenemen, zowel terwille van die overtuiging zelf als terwille van de daarop gesteunde toepassingen, uitspraken en engagementen.
Dit spruit voort uit het vorige. Door de moeilijkheid, zowel logisch (inzichtelijk) als psychologisch (emotioneel) om zijn vroeger idee te laten varen en te vervangen door een ander, zal het tijd kosten om van inzicht te veranderen. Inzichtelijk moet men leren refereren naar andere ervaring en interpretaties, en emotioneel moet men argumenten weten te bedenken waardoor het nieuwe standpunt subjectief en emotioneel aantrekkelijker wordt dan het oude.
Dit proces vraagt in elk geval tijd, meer tij dan tijdens een gesprek beschikbaar is. Het vuur van het gesprek, en het defensieve karakter ervan (bewijzen waarom men meent dat men gelijk heeft) maken het juist moeilijk om tijdens het gesprek van inzicht te veranderen. Meestal gebeurt dit nà het gesprek, dus tussen twee gesprekken door, vaak zelfs op onverwachte momenten.
Om al deze redenen meent men in de psychologie dan ook dat het spontane gesprek wellicht de slechtst mogelijke vorm van communicatie is.
Het empathische gesprek probeert bovengenoemde nadelen van het spontane gesprek te omzeilen, en een manier van communicatie te ontwikkelen waarbij de kans op waarachtige integratie het grootst is.
Er zijn zowel logische (inzichtelijke)
als psychologische (emotionele) aspecten aan de techniek. De luisteraar
doet in feite twee zaken:
(1) hij spant zich maximaal in
om de mededeling te begrijpen zoals die bedoeld is.
(2) hij geeft voortdurend de boodschap
dat hij de bijdrage(n) van de spreker, en dus de spreker zelf, goed begrepen
heeft en daarenboven positief vindt, d.w.z fundamenteel waardevol, wat
de spreker ook zegt.
Hier gaat het niet alleen om de uitgesproken bedoeling. Want dank zij het fenomeen van de verbalisatie is de kans groot dat de spreker, door zijn mening te verwoorden, beseft dat er nog bepaalde aspecten aan ontbreken, zodat hij een nieuwe, betere poging kan doen.
Men zou dus kunnen zeggen dat empathisch luisteren erop neerkomt om aan de spreker de maximale kans te bieden om, al verbaliserend, zelf beter te begrijpen wat hij bedoelt, en de oplossing voor bepaalde van zijn problemen zelf al tastend uit te bouwen en te formuleren.
Daardoor voelt de spreker zich veilig genoeg om de moeizame taak van het verbaliseren vol te houden, en krijgt hij op termijn meer fundamenteel zelfvertrouwen, waardoor andere problemen opgelost kunnen worden.
Empathisch luisteren bevat drie ingrediënten: de luisterhouding, het reflecteren, en de positieve boodschap.
Je luistert naar wat de ander zegt, gedurende enkele zinnen. In principe bepaalt de spreker volledig autonoom hoe lang hij spreekt, niet de luisteraar.
Zowel uit je non-verbale houding vol aandacht en positieve gerichtheid als, de afwezigheid van je commentaar blijkt dat je toegewijd luistert. Ook uit de reflecterende feedback die je geeft (ingrediënt 2) blijkt dat je aandachtig geluisterd hebt.
Je herhaalt zo goed mogelijk wat de andere zonet gezegd heeft (reflecteren), liefst in je eigen woorden doch zonder de minste interpretatie of repliek.
Het reflecteren moet zoveel mogelijk trachten de onderliggende gevoelens en bedoelingen te benadrukken, en minder de concrete vorm waarin de uitspraak is gegoten.
S: Ik voel mij vandaag verschrikkelijk.
Ik zou mijn vent kunnen vermoorden.
L: Ik heb het gevoel dat uw man
u vandaag erg gestoord heeft.
Het is niet steeds gemakkelijk dit onderscheid te maken zonder interpretatief te zijn, of onuitgesproken zaken te reflecteren. Dit onderscheid is nochtans essentieel in de empathie, want de bedoeling is de spreker de boodschap te geven dat men uiteindelijk positief ingesteld staat tegenover zijn rechtmatige behoeften, zijn constructieve intenties en zijn sluimerende mogelijkheden tot groeien.
Het reflecteren is voor de spreker ook een kans om zijn inzichten te nuanceren of nieuwe inzichten te verwerven. Want door het aanhoren van wat de luisteraar begrepen heeft kan hij zelf eventueel beseffen in welke mate zijn uitspraak niet geheel weergeeft wat hij bedoelt, of welke van zijn onderbewuste intuïties nog onvoldoende verwoord zijn.
Bij een empathisch tweegesprek, dus niet bij een therapie, is het reflecteren nuttig voor de luisteraar om zeker te zijn dat hij de spreker goed begrepen heeft vóór hij een repliek formuleert. Voor de spreker betekent het dat de afwijkende repliek van de luisteraar niet betekent dat deze hem niet begrepen zou hebben.
Het reflecteren mag soms afwezig zijn, vooral als het inzichtelijke werk minder centraal staat, en het de spreker meer te doen is om het herbeleven en afreageren van gevoelens. Maar meestal gaat er een belangrijke ingrediënt verloren als men niet reflecteert.
Praten met een empathische luisteraar is dus een goede manier van inzichtsverwerving, beter dan bv. iets uitschrijven, omdat men bij het schrijven zowel de feedback als de stimulatie (en de uitdaging) mist.
Deze kan zowel oppervlakkig als
diep zijn:
- Oppervlakkig betekent: dat men
instemt met de concrete uitspraken, althans met de onderliggende bedoelingen
en behoeften.
- Diep betekent dat men de persoonlijkheid
als dusdanig waardevol en capabel vindt.
De positieve boodschap kan zowel
onrechtstreeks als rechtstreeks gegeven worden:
- Onrechtstreeks betekent dat
het blijkt uit het geheel van uitspraken van de luisteraar. Zowel de luisterhouding
als het reflecteren zelf geven trouwens ook al gedeeltelijk deze boodschap.
- Rechtstreeks betekent dat men
de positieve uitspraken letterlijk formuleert: complimentjes en aanmoedigingen,
en algemene leuzen als "als de anderen het kunnen kan jij het ook".
In de beginjaren van de empathische benadering hadden de aanhangers sterk het gevoel dat zij, in tegenstelling tot de psychoanalysten en de gedragstherapeuten, de patiënt geen directieve antwoorden gaven, maar non-directieve, d.w.z. dat de patiënt uiteindelijk zelf bepaalde waarheen hij zijn gedachtengang wilde laten evolueren, en dat de therapeut daarbij trouw en eerbiedig volgde.
Sindsdien heeft onderzoek duidelijk aangetoond dat de therapeut eigenlijk discreet een selectie maakt tussen de vele mogelijke antwoorden die hij zou kunnen geven. Hij geeft dus, zij het meestal onbewust, een zekere richting aan de gedachtengang van zijn cliënt.
Dat zijn methode toch zo sterk de autonomie van de cliënt bevordert ligt dus niet aan de "non-directiviteit", maar aan de sterke bevordering van het zelfwaardegevoel van de cliënt.
1. Deze methode is zo krachtig dat een bepaalde vorm van psychotherapie (Rogers' non-directieve psychotherapie) uit niets anders bestaat. De betrokkene gaat spontaan "groeien" en genezen van zijn problemen. Empathisch reflecteren blijkt één van de krachtigste methodes van groei-inductie te zijn.
Ook andere therapievormen zijn uiteraard nuttig. Maar elke therapie moet berusten op een empathische basis. Telkens de therapeut echter niet goed weet wat doen, moet hij terugschakelen naar zuivere empathie. In het begin van een psychotherapie is empathie in elk geval de enige goede houding. Bij sommige psychiatrische aandoeningen (zoals een neurotische depressie en een psychotische of prepsychotische toestand) is empathie zelfs de enige goede therapeutische houding.
Hoewel empathie soms kan volstaan als therapievorm, is zij niet altijd de beste. Op voorwaarde dat de empathische basisattitude aanwezig is, zijn meer interpreterende en aanlerende groei-inductievormen vaak veel doeltreffender. Een therapeut zei eens: "I was non-directive until I knew what else to do".
2. De empathische methode kan zeer goed gebruikt worden in allerlei intieme gesprekken in een relatie, zoals de Gestructureerde Partnergesprekken.
3. Empathie is ook de basisattitude in sommige gestructureerde gesprekken, bv. tijdens een maaltijd of een vriendensamenkomst om de beurt een intieme vraag stellen aan iemand, en die persoon mag dan ongestoord zijn antwoord vertellen.
Vooreerst moeten we zeggen dat de uitdrukking empathische communicatie een pleonasme is. Als er geen empathie aanwezig is, dan kan men eigenlijk niet spreken van communicatie, tenminste niet als we communicatie definiëren in enge zin, zoals in het begin van dit hoofdstuk is aangegeven.
1. Goede communicatie helpt om problemen op te lossen. Vermits goede communicatie het samen uitwerken van een integratie is, is het een ideale probleemoplossingsmethode.
Doch eigenlijk is dit niet het enige, en zelfs niet het belangrijkste voordeel van communicatie. Er zijn er nog. Communicatie is dus veel meer dan het uitwisselen van ideeën!
2. Echte communicatie voorkómt het ontstaan van problemen. Immers, lang voordat meningsverschillen tot gespannen tegenstellingen kunnen uitgroeien zullen er integraties gegroeid zijn. Ook roddels en verkeerde interpretaties van elkaars gedrag en bedoelingen worden voorkomen, omdat de diepe kennis van elkaar dergelijke simplistische interpretaties weinig waarschijnlijk maakt, en ook geen frustraties biedt waardoor men nood krijgt aan neurotische projecties.
3. De betrokkenen voelen zich maximaal gewaardeerd, en krijgen progressief een groter fundamenteel zelfvertrouwen, door de aanhoudende boodschap van elkaar positief te interpreteren, welke moeizame en delicate uitspraken men ook doet, welke penibele problemen en stommiteiten men ook bekent. Er wordt een diepe zekerheid onderhouden dat problemen van de eigen persoonlijkheid en problemen tussen elkaar nooit zullen leiden tot een breuk of een verlies van diepe, onvoorwaardelijke waardering.
4. De betrokkenen krijgen een maximale kans tot groeien. Door het feit dat men over zijn eigen situatie kritisch in een veilige sfeer kan verbaliseren, en een waarachtig inzicht krijgt in de belevingswereld van de andere, krijgt men maximale inspiratie en stimulatie om creatief over het eigen functioneren te gaan denken.
Dit verklaart de paradox waarom, in een relatie, de partner eerder zal blokkeren als men tracht hem te veranderen, en hij spontaan zal gaan groeien als men hem aanvaardt zoals hij is. Dit komt omdat de aanvaarding de basis is van de empathische houding, waardoor er een gevoel van veiligheid ontstaat, terwijl dit gevoel precies verdwijnt als men de partner tracht te veranderen, dus de boodschap geeft dat men hem niet aanvaardt zoals hij is.
5. De positieve gevoelens tot elkaar die door dergelijke communicatie tot uiting komen, versterken de verliefdheid als die bestaat, of beschut deze tegen banalisering. Daarom wordt vaak gezien in relatietherapie dat empathische, gestructureerde partnergesprekken een zeer krachtig afrodisiacum zijn.
6. Empathische gesprekken zijn goede leerscholen en onderhouders van de constructieve houding jegens de anderen, dus van de mentaliteit waarop goede communicatie en optimale relaties steunen.
7. Empathie is, zoals vele fundamentele psychologische attitudes, een virtueuze cirkel, d.w.z. empathie lokt empathie uit, dus deze houding wordt bij beiden versterkt.
Hiermee wordt het geheel der psychologische voorwaarden bedoeld, die nodig zijn opdat communicatie en empathie duurzaam zouden kunnen slagen. Men kan dit begrip ook aanduiden met andere termen, zoals de volwassen communicatiehouding, een positieve instelling ten opzichte van de medemens, respect, trouw, discretie en veiligheid uitstralen, enz. Deze voorwaarden zijn:
1. De overtuiging dat de ander het (=alles) goed bedoelt, ook al zegt hij dingen die pijnlijk overkomen. Als men pijn voelt, trachten te zoeken wat de ander er goed mee bedoelt.
2. De overtuiging dat de andere zinvolle dingen zegt, ook al begrijpt men hem niet zo gemakkelijk. Hoe moeilijker het te begrijpen, hoe waardevoller en nuttiger zijn boodschap wellicht zal zijn. Dus wat de andere ook zegt, hoe vreemd zijn uitspraak ook lijkt, ze berust op zinvolle behoeften, zinvolle observaties en zinvolle inspiratie. Afwijkende uitspraken worden nooit beschouwd als tegenstellingen, maar als complementaire ideeën. Schijnbaar tegenstrijdige uitspraken moeten dus leiden tot een integratie, niet naar een gevecht om uit te maken welke van de beide stellingen de juiste of de best is.
3. De ander de waarborg bieden dat datgene, wat hij u toevertrouwt, door u niet zal misbruikt worden, noch in gesprekken met hem (bv. latere smalende zinspelingen), noch naar derden toe. Dit respect en discretie ook kunnen waarborgen als de eigen stemming slechter wordt, of na het beëindigen van de relatie. Geen enkel geldig argument, ook niet "de andere zijn eigen goed", aanwenden om zichzelf te ontslaan van die discretieplicht.
Het is belangrijk te beseffen dat in een niet-neurotische sfeer, bv. een goed gezin, deze discretie niet hoeft te bestaan. Ze is veeleer een bescherming tegen een samenleving die grotendeels neurotisch is, d.w.z. waar men iemands onvolkomenheden zal aanwenden als illustraties om hem belachelijk te maken of te degraderen.
Hoe doeltreffend deze methode ook is, het roept weerstanden op om ze te leren en te gaan gebruiken. Immers, enerzijds worden wij als manipulator geboren, en niet als communicator. De verleiding is telkens groot om te denken dat wij verbaal de ander gemakkelijk tot een andere en betere overtuiging kunnen brengen. Anderzijds bevat deze methode enige risico's van blootgeven van zichzelf en kenbaar maken van zijn zwakheden, zodat velen er zullen voor terugdeinzen.
Onze weerstand tegen empathie berust o.m. op volgende overtuigingen:
1. We zijn teveel met onszelf bezig en staan niet open voor anderen. We zijn reeds aan het denken wat we zelf zullen vertellen.
2. We willen onszelf beschermen, en veranderen daarom van onderwerp. We willen onze onzekerheid verbergen en anderzijds een goede indruk nalaten.
3. We voelen ons soms te verantwoordelijk en menen steeds het gesprek in de hand te moeten houden. Leidinggevende figuren denken steeds dat ze moeten overtuigen en oplossingen geven. Ze willen het gesprek domineren en beschouwen luisteren vaak als een teken van zwakte.
4. We zijn narcistisch en denken alles beter te weten. Met deze methode kunnen we ons echter niet meer veroorloven gewoon voort te bouwen op onze vooroordelen.
5. Het is zo verleidelijk de bekomen informatie te gebruiken voor onze neurotische behoefte om goede raad te geven.
Deze weerstand wordt ondersteund door een reeks mythes.
Dit is een valse indruk: je denkt dat je traag vooruit gaat omdat het veel langer duurt vóór je een repliek mag geven. Doch door de grote kwaliteit van de communicatie zijn er alles tezamen veel minder nodeloze stappen, zodat de effectieve snelheid om een constructief resultaat van de communicatie te bereiken tientallen malen sneller is. Een slechte communicatie kan jaren-, ja levenslang duren.
Het is integendeel één der moeilijkste psychologische vaardigheden, zeker als er gevraagd wordt te herhalen in eigen woorden. Voortdurend en meestal onbewust wenden we onze eigen interpretaties en motieven aan om de ontvangen boodschap te vervormen.
Wie zo denkt moet maar eens enkele malen proberen empathisch te reflecteren in gesprekken met mensen met wie hij een persoonlijk contact heeft, over onderwerpen die hem psychologisch aanbelangen.
Enkel als het simplistisch wordt toegepast komt het kunstmatig over. Het is zeer goed mogelijk een vloeiende gespreksstijl te ontwikkelen, waarbij actief luisteren de basis is, en het reflecteren op zeer genuanceerde wijze gebeurt.
Dit kan het beste al doende. In
den beginne kan dit nogal kunstmatig en stroef overkomen. Veel gemaakte
fouten zijn:
- Te lange stukken nemen alvorens
men reflecteert, waardoor het moeilijk wordt dit goed te doen. Bij te lange
stukken heeft de spreker daarenboven gauw het gevoel dat hij afgeremd wordt,
en wordt het reflecteren zodanig lang en complex dat het meer een vermoeiend
punt van discussie dan een stimulans wordt.
- Te korte stukken, waardoor men
in een dwaze, karikaturale situatie terechtkomt. Bij te korte stukken krijgt
de spreker overigens niet echt de kans om nieuwe inzichten te formuleren.
- Men moet ook niet bang zijn voor
stiltes. Laat de spreker gerust zijn woorden zoeken. Soms is de stilte
een emotioneel proces.
- Vragen stellen in plaats van
te reflecteren: een verraderlijke verleiding, vooral omdat de spreker daar
meestal niet echt bezwaar tegen heeft.
- Eigen ervaringen gaan vertellen,
die deze der spreker illustreren (of overtreffen!). Dit is eigenlijk een
ernstige fout, zowel inhoudelijk als psychologisch.
- Het reflecteren te beperken tot
non-verbale instemming, knikken, "ja"-zeggen, e.d. Het bewijst wel dat men
geluisterd heeft, maar ontneemt de spreker een kans om kritisch in te gaan
op wat hij zelf zegde, doordat hij zichzelf als het ware objectief hoort
praten.
- Datgene waar de spreker moeite
mee heeft om te verwoorden zelf gaan raden, of zelf in te vullen, ook al
toont de spreker zich hier dankbaar over. Het zelf verbaliseren is erg
belangrijk, zowel psychologisch als inzichtelijk.
- Uiteindelijk mag men niet vergeten
dat psychotherapie niet noodzakelijk gespreks-therapie is! Het is een naïeve
mythe, zeer verspreid bij leken maar helaas ook bij psychotherapeuten,
dat men moet praten om iets te verwerken. Onderzoek wees zelfs uit dat
mensen die men na een trauma doet praten, hun trauma vaak slechter verwerken
dan mensen die men gerustgelaten heeft, of die het trauma op een andere
manier hebben verwerkt (bv. door te gaan spelen, door ermee te spotten,
door te vrijen, door het snel te verdringen). Het was Freud, de uitvinder
van de psychotherapie, oorspronkelijk helemaal niet te doen om het spreken,
maar om het emotioneel herbeleven van bv. dromen.
©Kris Roose, 1978-2004 - Laatste wijziging: 28 september 2004