Integratie
Printversie - Ontwikkeling - Laatst gewijzigd door jan op 01 May 2007 om 19:38 - Bewerk - Overzicht - Alfabetisch - Home
Definitie
De tot nog toe best lijkende manier om Denkproblemen Op te lossen. Deze tegenstellingen kunnen zich zowel tussen acties van Systemen afspelen, als tussen onverzoenbaar lijkende ideeën en theorieën.
Zoals in elke Westerse taal kan deze term zowel op het proces wijzen, als op het (eind-)resultaat van dat proces.
Opmerking
De integratieve denk- en schrijfstijl, en meer in het bijzonder deze Noöpedia-website, bieden ons gevoel de best mogelijke openheid voor kritiek, die wij beschouwen als suggesties om tot een nog betere integratie te komen.
- Zij die vinden dat de integratieve werkstijl niet de best mogelijke stijl is van denken, problemen en conflicten oplossen, worden uitgenodigd dit hier te vermelden,en een betere stijl aan te prijzen. Wanneer sommigen enerzijds kritiek formuleren over deze stijl, maar geen betere suggereren of niet minstens hun bezwaren hier formuleren, dan is hun zogenaamde kritiek wellicht maar een Rationalisatie en een Uitvlucht om niet te moeten deelnemen aan deze inderdaad veeleisende en niet vrijblijvende integratiestijl.
Voorbeelden
Communicatie, Wetenschappelijk denken.
Er treedt vaak een Onbewuste integratie op bij het ontwikkelen van Monotheorieen, zelfs al loochenen of negeren deze theoretici het proces der integratie: bv het ontwikkelen van de Cognitieve Gedragstherapie uit de Gedragstherapie en de Cognitieve Psychotherapie. In feite kan men zeggen dat elke nieuwe theorie een integratie is van de vorige versie van die theorie met elementen uit andere theorieën.
- ''Vele denkers gebruiken de integartieve stijl als p[alusibiliteitsfactor voor hun (vaak integratieve) theorieën, zodner expliciet naar de integratieve Methodologie te verwijzen, zoals Whitrehead, Fritjof Capra, Pierre Teilhard de Chardin en Leo Apostel
Synoniemen
Elk hiervan heeft uiteraard zijn eigen nuances: Synthese, Consensus, Eclectische benadering, Win_win_Situatie, Syncretisme, Convergentie, Holisme, Postmoderne denken.
Monotheorieën
- Georg Wilhelm Friedrich Hegel - In zijn methodologie, die ook vaak als Dialectiek wordt betiteld, beschrijft hij duidelijk drie fasen in het proces van denken en tevens het proces van historisch evolueren:
- Thesis hier wordt iets ge[oneerd vanuit een zeker aantal Evidenties (zie Plausibiliteit)
- Antithese hierbij wordt een tegenstelling aangetroffen die ook evident lijkt maar door haar Incongruentie met de thesis wijst op een beperktheid bvan deze thesis
- Synthese hierbij wordt een nieuwe versie van de orospronkelijke thesis vorogesteld, thans verrijkt met de inbreng van de antithese.
- Alfred North Whitehead
When we come to Whitehead's methodology, we may sum up his procedure by noting that it is both rational and empirical. Or perhaps the order of words should be reversed. It is empirical, in that it begins from the most careful study of some given, perhaps quite restricted, area. This may be science in any of its branches; it may be religious experience or moral awareness or the realm of the 'aesthetic'. But it is also rational, for from these careful studies of particular areas, generalizations are made. And the tests for such generalizations are the coherence, logical implication, and necessity of what is being affirmed. Furthermore, every generalization must be tested constantly by a reference back to the empirical evidence as this has been observed or studied or experienced in the several different fields or areas of interest. How is the study or observation to be carried out? At this point, Whitehead dwells on the importance of intuition, which for him is a profound awareness, deeply felt, of the particular datum under consideration. But intuition is of various sorts; it may be 'sensuous' or 'non-sensuous', and it may be directed towards the type of awareness which is more 'mathematical' in quality. And intuition may operate in different realms. The moral sense of the rightness of things is one example, another is the artist's empathetic awareness, and still another the religious perception that through and in our stream of experience and the changing world there is a persisting goodness or love, not static in nature but more than mere successiveness. With this methodology of empirical investigation and rationally ordered generalization, Whitehead proceeds to look at the world. As we have seen, he is not content with one area of experience ; to concentrate entirely on any one field of interest would be to impoverish one's grasp of the totality of things 'as they go on', while it would also diminish the validity of the generalization which is to be made. One must seek to include as much of experience, and as many varieties of experience, as one can manage to grasp. It is this which leads him to what we have already called his organic (or societal) vision of the cosmic process. There is a 'wholeness' about his vision which has often been lacking in philosophical systems which restricted their attention to fewer fields or which were content to make great generalizations from the special enquiries which happened to be attractive to their authors. This insistence on what we have styled 'wholeness' also explains Whitehead's interest -- one might even say, delight -- in such inter-disciplinary research as (for example) bio-chemistry and other types of study in which more than one line of inquiry is seen as relevant to understanding entities of a 'molecular' sort. He wanted scientists and artists, saints and scholars, thinkers of every type, to pool their resources and to share their researches. Only in this way could men ever hope to see more deeply into the meaning of the various dynamic processes and into the abiding structures in terms of which those processes may be more or less adequately described. (Bron)
- Sigmund Freud
Another classic example of theoretical generalisation arising out of the detailed observation and in-depth interviewing of a small sample are Freud's individual case studies ( Freud, 1977 ). Freud's work may not be as rigorous as qualitative researchers today would expect (see Reflexivity), but he nevertheless developed the ‘science of psychodynamics’, using an iterative process with constant feedback between theory and observation, meticulously recorded ( Kvale, 1999 ). (Bron)
- Pierre Teilhard de Chardin
- Carl Jung
- Abraham Maslow
- [http://noosphere.cc/huxleymenu.html | Julian Huxley]]
- Fritjof Capra
- Ken Wilber
- Leo Apostel.
Situering
Integratie is de belangrijkste procedure binnen het Inductieve denken. Dit denken, waarvan het Paradigma nog niet gekend is, staat tegenover het Deductieve denken, de Logica.
Integratie is een Oplossingsmethode voor Tegenstellingen, die zich situeert naast Keuze en Compromis. Het verschil is
- dat men bij integratie met alles tracht rekening te houden, d.w.z. met alle aanwezige behoeften en doelstellingen, zodat er een volledig harmonische oplossing voor de tegenstelling uitgewerkt wordt
- bij de twee andere oplossingsmethodes negeert, verdringt of bestrijdt men bepaalde aspecten van de tegenstelling, zodat een gemakkelijker maar illusoire oplossing kan bereikt worden, zoals een Keuze of een Compromis.
Proces / Historiek
In het ontstaan van de integratieve denkwijze kan men enkele fasen doorlopen:
- Eclectisch: een manier van denken waarin men toegeeft dat andere richtingen ook iets waardevols te bieden hebben. Men is dus bereid de verschillende denkrichtingen en de daarop samenhangende toepassingen naast elkaar te stellen
- Comparatief:irbij neemt het respect, het aanvoelen dat er misschien iets waardevols zit in andere, schijnbaar onverzoenbare theorieën, toe, en gaat men ze soms naast elkaar bestuderen. Men kan er zelfs in slagen om gelijkaardige begrippen met verschilelnde namen naast elkaar te leggen, en aan te geven oe de ene richting soms aspecten vermeldt die een andere richting over het hoofd gezien heeft. Men komt echter niet tot één coherente theorie.
- Integratief: Hierbij zijn de verschillende Monotheorieen zodanig geherformuleerd, zodat ze kunnen gecombineerd worden tot een integratieve theorie, waar meestal nog nieuwe elementen zullen in zitten die in geen enkele monotheorie voorkomen.
Proces / Verloop
Uitgangspunten
- Vermits er maar één coherente Werkelijkheid bestaat, gaat men ervan uit dat er slechts één coherente Theorie (een reeks Hypothesen) over die werkelijkheid kan bestaan. Alle Tegenstellingen zijn dus schijntegenstellingen en kunnen, als men ze goed aanpakt, overbrugd en weggewerkt worden.
- De schijnbare Tegenstellingen worden veroorzaakt door men in het formuleren van een Hypothese onnauwkeurig is tewerk gegaan. Deze onnauwkeurigheid berust meestal niet op redeneringsfouten of foutieve waarnemingen, maar op het feit dat slechts een beperkt aantal toepassingen observeerbaar waren.
Darwin heeft niet verkeerd geredeneerd, maar vertrok helaas slechts van relatief traag bewegende, relatief grote voorwerpen. Zijn formules waren juist zolang men binnen dat toepassingsgebied bleef. Einstein beschikte echter over veel meer waarnemingen, o.m. over de bewegingen van snel bewegende en uiterst kleine partikels.
Door deze onnauwkeurige hypothetisering ontstond er een Eductie, d.w.z. een overdreven abstractie van het bestudeerde fenomeen.
Directe procedures
Vermits er nog steeds geen Inductieve Logica is ontwikkeld is het integratieproces moeilijk in detail te beschrijven, zeker niet voordat het heeft plaatsgegrepen. Desondanks kunnen we reeds stellen dat een integratie volgende fasen omvat:
- een Retroductie van de verschillende homonieme Monotheorieen, zodat hun overdreven Eductie weggewerkt kan worden. De inspiratie over de delen van een monotheorie die stroend werken wordt gegeven door andere theorieën, en berusten ook op analogieuen vanuit het Corpus.
- een Herformulering van de verschillende bijdragen zodat de Essentie bewaard blijft
- een Combinatie van de verschillende geherformuleerde Monotheorieen, en hierin zit de eigenlijke integratie.
- Het bewijs voor de Plausibiliteit van de integratie kan gegeven worden door aan te toneen dat de vercshillende Monotheorieen door Reductie uit de integratieve theorie kunnen afgeleid worden
Indirecte procedures
Het is niet omdat de procedure niet direct kan uitegveord worden, dat ze niet indirect kan bevorderd worden.
Toepassingen / Soorten
Men kan onderscheid maken tussen
- feitelijke integratie, d.w.z. een oplossing voor tegenstellingen tussen actieve systemen, zoals individuen en groepen van mensen, maar ook moleculen, dieren, ecosystemen. Er ontstaat hierbij langzamerhand (in een proces dat minuten tot eeuwen en millennia kan duren) een structurele harmonie, meestal via trial and error, dus zonder dat de betrokkenen een bewust beeld hebben van de situatie, bewust een oplossing bedenken of deze bewust trachten te realiseren.
- inzichtelijke integratie, waarbij uiteenlopende inzichten, standpunten en theorieën zodanig worden geherformuleerd, dat een conflictloze combinatie kan worden gerealiseerd.
- Communicatie is een integratieproces dat zich tussen twee of meer personen afspeelt
- Wetenschapsbeoefening verloopt afwel op exact-experimentele wijze, als het fenomenen betreft die kunnen gemeten worden en waarmee kan geëxperimenteerd worden, ofwel op plausibele wijze, voor de andere fenomenen. Integratie is hierbij de manier waarop deze hoge plausibiliteit wordt bereikt.
Volgens het handboek " Essential Therapies " kent de psychotherapie integratie 4 hoofrichtingen:
1/ Het technisch ecclectisme
Voorbeelden: de multimodale therapie van Lazarus ( 1992 ) met als integratief systeem: "BASIC ID" : behaviour, affect, sensatation, cognition, imagery, drugs and biology en de prescriptieve therapie van Beutler ( 2002 ).
2/ Het integreren van gemeenschappelijke factoren
Voorbeelden: Rozenzweig (1936) , J. Frank ( 1961), Messer and Wampold (2002), Garfield (2000) common-factors integrative therapy.
3/ De theoretische integratie
Synthese van aspecten uit persoonlijkheidstheorie, motivationele, cognitieve, emotionele, affectieve en omgevingsfactoren
Voorbeeld: Wachtel ( 1997 ) : de cyclische psychodynamische integratieve therapie
4/ Assimilatieve integratie
Voorbeelden: Messer ( 1992) , Stricker and Gold (2001) : psychodynamische integratieve therapie, Mc Cullough and Andrews (2001) : short term psychodynamic assimilative therapy
zie artikels in " Journal of Psychotherapy Integration "
http://www.apa.org/journals/int/
en " Leerboek integratieve psychotherapie "
http://www.ccgt.nl/pagin15_nov03.htm
http://www.amazon.com/Essential-Psychotherapies-Second-Theory-Practice/dp/1593852207
HANDBOEK INTEGRATIEVE PSYCHOLOGIE
Psychotherapie is niet zo coherent als het van een afstandje lijkt. Sinds jaar en dag zijn een viertal hoofdstromingen in de psychotherapie te onderkennen: de cliëntgerichte, de gedrags-, de psychodynamische en de systemische therapie. Het is tegelijkertijd heel duidelijk dat de vier hoofdstromingen elkaar sterk beïnvloeden en steeds meer op elkaar gaan lijken. Veel psychotherapeuten werken al eclectisch met technieken uit de verschillende oriëntaties. Maar het afgelopen decennium is ook discussie gevoerd en research gedaan op metaniveau met als doel te komen tot een integratieve psychotherapie. En dat lijkt te lukken. Zo nadert bijvoorbeeld een losbladig Handboek integratieve psychotherapie zijn voltooiing na 1500 pagina's pionierswerk. Mede hierdoor kon nadien een compact leerboek over psychotherapie worden geschreven vanuit een schooloverstijgend standpunt, kwalitatief het beste dat anno 2002 te maken is. Het leerboek is geschikt voor nascholing van gevestigde psychotherapeuten maar zeker ook voor postdoctorale opleidingen gezondheidspsychologie, klinische psychologie, psychotherapie en psychiatrie. Grote namen uit de klassieke oriëntaties, zowel uit Nederland als uit Vlaanderen, leveren in dit boek hun bijdrage aan de verdere integratie van al langer verwante benaderingen.
LEERBOEK INTEGRATIEVE PSYCHOLOGIE
http://www.tijdstroom.nl/index.php3?forcedoc=%2Fshow.php3%3Fbid%3D97
= verkorte, beknopte versie van het HANDBOEK INTEGRATIEVE PSYCHOLOGIE
Boekbespreking, Psychotherapie Tijdschrift voor Psychiatrie 45 (2003) 12
Leerboek integratieve psychotherapie Colijn, S., Snijders, J.A., & Trijsburg, R.W. (Red.)
De Tijdstroom, Utrecht 2003 359 pagina's, isbn 90 5898 033 2, € 39,-
De geschiedenis van de psychotherapie is onlosmakelijk verbonden met schoolvorming. Hoofdstromen of 'referentiekaders' hebben zich vertakt in een krioelende delta van zijstroompjes, vaak van fraaie namen voorzien. Sommige kennen organisaties met statuten en opleidingscurricula. In Nederland is een federatie van zulke verenigingen ontstaan, waardoor een aantal daarvan min of meer officieel is erkend. Dat is tot uiting gekomen in regelgeving met betrekking tot de opleidingen voor het (inmiddels gesloten) register van psychotherapeuten, maar ook voor het beroep van psychiater. Vier vaste referentiekaders komen daarin telkens naar voren als uitgangspunten voor verplicht onderricht. Aan de ene kant heeft die ordening bijgedragen tot indamming van psychotherapeutische wildgroei, aan de andere kant is er een conserverend effect van uitgegaan.
Nieuwe ontwikkelingen waren niet altijd makkelijk in dit keurslijf te passen. Cognitieve therapie heeft wortels in zowel de psychoanalyse als de gedragstherapie en ook de indeling van interpersoonlijke therapie (ipt) is niet eenvoudig. Vernieuwing richt zich dan ook op ofwel toenemende specificiteit, ofwel meer integratie. Specificiteit impliceert een beperktere doelstelling, een transparant en overdraagbaar protocol en empirische toetsing. Sommigen zien daarin een afname van nuance. Zij pleiten juist voor het verenigen van wat in de verschillende stromingen het belangrijkste is. Dat maakt 'integratieve psychotherapie' een aantrekkelijk begrip. Moeilijker is het zich voor te stellen hoe zo'n psychotherapie exact beoefend moet worden. De komst van een Leerboek integratieve psychotherapie is dan ook in principe zeer welkom.
Wat leren wij nu uit dit boek? Het bevat elf hoofdstukken door verschillende auteurs geschreven. Een lezer die snel antwoord zoekt op vragen als 'Wat is integratieve psychotherapie?' en 'Hoe doe ik dat?', vindt daarin niet gemakkelijk zijn weg. Hoofdstuk 1 bijvoorbeeld heet weliswaar 'Wat is integratieve psychotherapie?', maar geeft op die vraag geen concreet citeerbaar antwoord. Wel wordt gemeld dat integratieve psychotherapie gericht is op de hulpvraag van de patiënt, dat ze zowel evidence-based als consensus-based is, referentiekaders overstijgt, gebaseerd is op meerdere gezichtspunten, toetsbaar is in een schooloverstijgend kritisch forum en benaderbaar vanuit een historisch perspectief.
Dat zet de toon van het hele boek: erg basaal en erg breed. De hoofdstukken doorlopend komt men dan ook onderwerpen tegen als de geschiedenis van de psychoanalyse, principes van therapeutisch werk met emoties, grondvoorwaarden voor contact, de voorgeschiedenis van het begrip werkalliantie, overlegstrategie, de cliëntgerichteexperiëntiële visie, op empirisch onderzoek gebaseerde interventies, modellen voor angst en andere stoornissen, belangrijke anderen, en klinischtheoretische bevindingen bij het thema 'de therapeut'.
Met andere woorden, eigenlijk hebben we hier te maken met een 'Inleiding tot de psychotherapie'. In die hoedanigheid verdient het boek voor beginnende studenten of cursisten een plaats op de plank in bibliotheken van opleidingsinstellingen. De titel Leerboek integratieve psychotherapie komt mij echter als nogal misleidend voor. Gezien de hierboven beschreven behoefte is dat een gemiste kans.
G.F. Koerselman
WAT IS INTEGRATIEVE PSYCHOLOGIE?
Een integratieve visie houdt in dat psychotherapie zowel specifieke als non-specifieke interventies omvat.
Het al dan niet in combinatie, op een verantwoorde en verantwoorbare wijze kunnen toepassen van verschillende methoden van behandeling.
( Abraham 2001 )
Kernvraag is: welke behandeling, door wie, is het meest effectief voor dit individu met dat probleem, en onder welke omstandigheden.
( Paul 1967 )
Culinaire metafoor:
De eclecticus stelt uit vele bekende gerechten een maaltijd samen, de integrationist schept nieuwe gerechten door verschillende ingrediënten te combineren
( Prochaska en Di Clemente )
" Hoe meer de therapeut de angst van het niet-weten kan verdragen, hoe minder behoefte hij heeft om een orthodoxe school te omarmen. De creatieve aanhangers van welke orthodoxe school dan ook ontgroeien deze uiteindelijk altijd "
( Yalom 1989 )
" De psychotherpie integratie kan maar bestaan dankzij de monistische en specifieke modellen."
( Karasu 1986 )
Het eerste hoofdstuk uit dit boek online
http://www.ccgt.nl/pagin15_apr06.htm
Het model van Karasu 1986: ( blz. 213 )
Dit alomvattende model is bij uitstek een integratief model van psychotherapie.
Samenvattend vormen zowel de dimensie monisme - eclectisme als de dimensie specificiteit - universaliteit tegenstellingen die aanleiding kunnen zijn tot eenzijdigheid.
Echter, ieder voor zich zijn monisme en specificiteit, noch eclectisme en universaliteit in staat de hele klinische werkelijkheid te omvatten. Ook de non-specifieke factoren en algemene placebo factoren dienen hun plaats te krijgen.
Interventies uit de monistische en de universalistische modellen vullen elkaar aan.
Specifieke interventies hebben een toegevoegde waarde die het effect van de aanwezige algemene therapiefactoren bepalen.
Andersom versterken de algemene therapiefactoren de werking van specifieke interventies.
Toevoeging van specifieke interventies aan een monomethodische benadering kan het effect daarvan versteken, terwijl andersom een monomethodische benadering noodzakelijk is voor de ontwikkeling en toepassing van interventies in een eclectisch kader.
De psychotherapie integratie kan maar bestaan dankzij de monistische en specifieke modellen.
Andere Inspiratiebronnen:
Commentaar / nog te integreren ideeën
Ook in de ontwikkelingspsychologie kan het begrip integratie als verklarend model gebruikt worden. Van in zijn kind zijn tot de oudere volwassenheid functioneert men telkens op een hoger niveau door de integratie van verschillende lagere elementen. (wordt nog verder uitgewerkt)