1000-1999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

1016 Actieve Systemen


4. ACTIEVE SYSTEMEN

BEPALING

Actieve systemen zijn systemen, die een activiteit vertonen, d.w.z. een reeks al dan niet cyclische veranderingen, die een effect hebben op de omgevende systemen.

SOORTEN

Vermits de activiteit bepaald wordt door twee elementen, nl de energie en de micro-impulsen die deze energie richten, kunnen we de actieve systemen naar deze twee criteria indelen.

Doch belangrijker nog wellicht is na te gaan waarnaar in praktijk de activiteit der actieve systemen gericht is: hiertoe wordt het begrip behoefte gebruikt.

A. INDELING NAAR ENERGIEBRON


In ons heelal bestaan 4 vormen van energie. Doch slechts twee ervan zijn beschikbaar voor systemen van moleculair niveau en hoger: elektromagnetische energie (met inbegrip van scheikundige, elektrische, motorische en warmte-energie), en zwaartekracht.

De elektromagnetische energie is de meest gebruikte. De zwaartekracht is meestal slechts een bewaarvorm van elektromagnetische energie (bv een uurwerk met gewichten moet eerst opgewonden worden door onze spieren, die met chemische, dus elektromagnetische energie werken. Hydraulische centrales werken met neerstromend water, dus zwaartekracht, dat echter eerst verdampte vanuit de zee met warmtestralen, dus elektromagnetische energie).

Laten we het daarom vooral hebben over de elektromagnetische energiebronnen.

Hierbij kunnen we onderscheid maken tussen systemen die de energie uit zichzelf halen (auto-erge systemen), en deze die de energie uit de buitenwereld halen (hetero-erge).

Tot de auto-erge systemen behoren alleen de sterren en atoombommen: ze zetten een deel van hun eigen materie om tot energie, die ze uitstralen.

Het merendeel der systemen is echter hetero-erg: hun energie dient geleverd te worden door de omgeving, en is in de praktijk via talrijke tussenschakels steeds afkomstig van de zon of van kerncentrales.

B. INDELING NAAR REGELSYSTEEM

De actieve systemen kunnen ingedeeld worden in heteronome, die hun activiteit alleen kunnen vertonen als gevolg van invloeden van buiten, en autonome, die actief zijn ook zonder invloed van buiten.


Soorten:


a. BLINDE Er is geen controle op het effect. Bv uurwerk, tijdbom.


b. CONTROLERENDE Hierbij wordt het effect gecontroleerd door vergelijking met een streefwaarde. Aan de verschillend wordt de activiteit dan aangepast. Dit is een cybernetisch systeem. Soms verloopt de controle via de bouw zelf van het systeem (cybernetisch), soms door aparte systemen (informatorisch).


c. GROEISYSTEMEN deze zijn in staat hun eigen programma te veranderen (verbeteren) op basis van de opgedane ervaringen (zie logica) om aldus hun doel beter te bereiken met methodes, die in het begin nog niet aanwezig zijn in het programma van het systeem.

C. BEHOEFTE/STREVING

Een actief systeem ontwikkelt een zekere activiteit, en dit volgens zijn programma (structureel, of ingebouwd in het stuursysteem). Deze activiteit neigt ernaar een bepaalde toestand te bereiken, in het systeem en/of de omgeving. Deze toestand definiëren we als STREVING/STREEFDOEL of BEHOEFTE. In het deel over de evolutie der natuurlijke systemen, en uiteraard in de psychologie wordt verder op het begrip behoefte ingegaan.


(Gecreëerd 1985 - Laatst bijgewerkt 27.01.13)