1000-1999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

1017 Evolutie

DE EVOLUTIE VAN SYSTEMEN


BEPALING


Vroeger reeds werd evolutie beschreven als een constante verandering van een systeem, zodat het mettertijd beter aan zijn bestaansdoel ging beantwoorden. Er zijn uiteraard nog vele andere plotse en constante veranderingen bij systemen mogelijk, maar deze is op lange termijn voor de systemen zelf uiteraard de interessantste.


We zullen hier de kenmerken van deze evolutie bespreken, met vooral aandacht voor de evolutie der natuurlijke systemen.


KENMERKEN


HET BEGRIP "BETER"


In de algemene systeemtheorie is iets "beter", als de kans dat het aan zijn bestaansdoel beantwoordt, groter is.


Hierbij moet men uiteraard een onderscheid maken tussen "objectief", (d.w.z. van buitenaf gezien) en "subjectief" (d.w.z. van binnenuit bekeken) doel. Een vloeistofmolecule is objectief beter, als ze haar "bestaansdoel", d.w.z. een "vlot" oplos- en vervoermiddel te zijn, beter vervult. In die zin is water bijna volmaakt te noemen. Ook subjectief is water trouwens "tevreden", want de moleculenstructuur van een zuurstof en twee waterstoffen beantwoordt zo goed als volledig aan de "behoeften" van de buitenste schil van zijn atomen, nl. de octetstructuur bereiken. Vandaar dat water ook zo stabiel is.


Er is vroeger al medegedeeld dat de meest wenselijke situatie is, waar een complementariteit bestaat de objectieve en de subjectieve situatie.


In praktijk betekent "beter" dan, dat het systeem beter gewapend is tegen alle mogelijke obstakels, die het zal ontmoeten tijdens zijn functie, en zijn doel met een minimum aan energieverbruik en tijdverlies bereikt.

In praktijk zal het erop neerkomen dat "betere" systemen alle complexer zijn dan minder goede, en meer "aanpassingsmogelijkheden" hebben.


Het "doeltreffende" mag nooit te eng bekeken worden. Het nut van iets moet in zijn globale context bekeken worden, en alle criteria moeten hun plaats krijgen. Soms is een minder goed toestel, dat echter ons werk gemakkelijker maakt, te verkiezen boven een "op zichzelf" beter (bv. een scherp keukenmesje om groenten te versnijden, i.p.v. een ingewikkeld, dat telkens moet gemonteerd, gedemonteerd en gewassen worden).


Deze situatie kan vaak veranderen in de loop der tijden, zodat een ideale oplossing op een ogenblik minder ideaal wordt op een ander. Daarenboven zijn de moeite (en de prijs) om zich nieuwe toestellen aan te schaffen, de moeite er te leren mee omgaan ook bepalende argumenten. Het feit dat voor de ene persoon het zich aanpassen gemakkelijker is dan voor de andere, speelt ook nog een rol.


Systemen worden beter, door complexere structuren te hebben, waardoor hun mogelijkheden vergroten, en ook een "stuursysteem", waardoor die complexiteit kan "bestuurd" worden.