2000-2999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

2200 Inzichtsverwerving


INLEIDING

Het denkproces bestaat uit 3 stappen: (1) het verzamelen van gegevens en partiële inzichten, (2) het opbouwen van inzichten uit die gegevens (inductie), en (3) het opmaken van een concreet actieplan (deductie).

BEPALING

Inzichtverwerving rond een bepaald fenomeen, is een bruikbaar zicht krijgen op

(1) alle factoren die het bestudeerde proces (kunnen) beïnvloeden

(2) alle situaties waarop het bestudeerde een invloed (kan) hebben, dus ook situaties waarop dit totnogtoe niet gebeurd is. Dit is de eigenlijke creativiteit.

OPMERKINGEN

1. Het is duidelijk dat inzicht, aldus gedefinieerd, heel wat anders is dan kennis.

2. Anderzijds is het zo, dat "natuurtalenten", die, hoewel ze duidelijk succes hebben in een bepaald toepassingsgebied, echter niet in staat zijn hun succes te verklaren op een "overdraagbare" manier, niet echt inzicht hebben. En met "overdraagbaar" wordt bedoeld, dat ze in staat zijn het toe te gaan passen op andere levensterreinen (bv een geslaagd zakenman, die tevens een geslaagd gezin heeft), en door te geven aan andere mensen (bv zijn kinderen).

3. Goed inzicht is duidelijk dus ervaringsgericht inzicht, d.w.z. het is niet alleen een theoretische kennis, maar ook een praktisch, empirisch inzicht. Men kan het dus zeggen en doen. Een uitsluitend theoretisch inzicht verdient die naam niet: het is alleen maar kennis. En het zal zeer vaak gebeuren dat een persoon, in een situatie waar hij van zijn theoretische kennis gebruik zou moeten maken, daar niet spontaan in slaagt, bij gebrek aan ervaring.

4. Het is ook duidelijk, dat inzicht nooit volledig is. Men doorziet iets beter en beter. En als men dacht alles doorzien te hebben, kan het gebeuren dat men nog nieuwe dimensies aan het fenomeen ontdekt.

5. Inzicht kan men in feite nooit verkrijgen zonder concrete, eigen ervaring. Bv iemand die beweert dat hij van kinderen houdt, en ze goed kent, omdat hij bv uit een talrijk gezin komt, in het onderwijs staat, of vaak voor zijn neefjes zorgt, weet eigenlijk maar wat het betekent kinderen te hebben de dag dat hij er zelf heeft.

TOEPASSINGEN

1. Ons onderwijs is helaas erg theoretisch. Daarom zijn na het behalen van het diploma nog jaren van ervaring nodig, alvorens men echt van inzicht kan spreken.

Daarenboven kan iemand zonder "opleiding" maar met praktijkervaring vaak zeer snel een peil bereiken dat dat der "gediplomeerden" evenaart.

2. Bovenstaand fenomeen is nog meer het geval voor de psychologische opleiding. De huidige, academische opleiding psychologie gelijkt op een opleiding tot sportleraar, waar de kandidaat nooit het klaslokaal zou verlaten hebben voor het sportterrein, en alleen de geschiedenis van de sport en enige vage principes van de ballistiek zou bestudeerd hebben. Het is dan ook niet te verbazen dat studenten psychologie tijdens hun studies even weinig in hun persoonlijkheid evolueren als studenten van eender welke andere richting, dat zij op de examens geen betere resultaten halen ondanks hun uitvoerige studies over het geheugen, en dat zij in hun persoonlijke en professionele menselijke relaties niet beter slagen dan andere beroepen. Hun studies zijn dus blijkbaar een louter theoretische aangelegenheid.

3. Mensen belast met het doorgeven van theoretisch inzicht zouden zeker parttime in de praktijk moeten blijven staan, om de relatieve betekenis en toepasselijkheid van de doorgegeven kennis te kunnen blijven evalueren.

4. Een psychotherapie, die streeft naar inzicht in zichzelf, is dus gans iets anders dan een theoretische uiteenzetting over dieptepsychologie.

5. Iemand die in een bepaalde situatie een kritische opmerking te maken heeft, en die geen poging doet tot het meteen formuleren van een suggestie om het beter te doen, toont dat hij niet echt inzicht heeft in de zaak, hoe "juist" zijn opmerking overigens ook was.

INDELING

We kunnen het inzichtproces indelen in twee fasen:

1. het formuleren van hypothesen: het verwerven van partieel inzicht.

2. het integreren van hypothesen (partiële inzichten)

Uiteraard zijn er vele situaties, waar we ons kunnen beperken tot de tweede fase, vermits we, bv bij communicatie, reeds partiele inzichten meegedeeld krijgen.

Ook is er niet echt een grens tussen beide. De grens wordt eigenlijk alleen bemerkt, als men met tegenstrijdig lijkende verklaringen of beschrijvingen te doen heeft, want dan moet men de integratietechnieken gaan gebruiken.