2000-2999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

2420 Numineus

Het numineuze
Marc B., 2006

Inleiding

Het begrip 'numineus' komt van godsdienstwetenschapper Rudolf Otto.

De kern van de visie op Rudolf Otto op de numineuze ervaring is dat ze irrationeel van aard is. Maar Otto heeft over ‘irrationaliteit’ een specifieke opvatting. Hij wil namelijk ‘op geen enkele manier’ de tendens van onze tijd aanmoedigen in de richting van extravagant en grillig ‘irrationalisme’. Hij vond het nodig om in een latere druk van ‘Das Heilige’ een apart hoofdstuk in te lassen met als titel ‘Wat betekent irrationeel?’ Hij voelde zich op dit punt steeds weer verkeerd begrepen. ‘Wij bedoelen met ‘irrationeel’ niet het zwoele, domme, het nog niet aan de ratio onderworpene, het in eigen driften leven.’ Een gebeurtenis is volgens hem ‘irrationeel’ wanneer zij ‘zich door haar diepte’ onttrekt aan een verstandelijke verklaring en we die dus niet op een vertrouwde, heldere manier kunnen definiëren. Neem het luisteren naar muziek als wij de ‘schoonheid van een compositie’ ondergaan. Die schoonheid is irrationeel, dit wil zeggen, zij ‘onttrekt zich aan alle rationele analyse en verklaring’. ‘Omheen het gebied van loutere verstandelijke helderheid bestaat een sfeer van geheimvolle duisternis, die zich niet aan ons gevoel, maar aan onze begrippen onttrekt en in zoverre noemen wij die ‘het irrationele’.

Het numen

Als je in het woordenboek de betekenis van ‘numineus’ opzoekt, staat er wat Otto er mee bedoeld heeft. Het is zijn woord, hij heeft het uitgevonden. Vóór 1917 vind je het nergens. Hij wilde een nieuw woord want bij ‘religieus’ en ‘spiritueel’ klonken volgens hem allerlei interpretatiekaders mee die hij wilde vermijden. Otto grijpt terug op het van oudsher wel bekende woord ‘numen’ en stelt: ‘Wanneer men van omen [= voorteken] omineus [= een voorteken inhoudend] kan maken, dan ook van numen numineus.’ Van Dale omschrijft ‘numen’ als volgt: onpersoonlijke hogere macht, knik, goddelijke openbaring als afkomstig van wat totaal anders is’, en citeert daarbij Gerard Reve: ‘Vandaar dat zij, als een immer wenkend en immer dreigend numen, hem fascineerde en obsedeerde.’ Naast ‘knik’ wordt ook wel het woord ‘golfslag’ gebruikt als het om de oorspronkelijke betekenis van numen gaat. In een voordracht over het numineuze gaat uitgever en auteur Johan Polak in op de duistere afkomst van dat woord, en staat hij stil bij beide associaties. Hij zegt: ‘het woord heeft waarschijnlijk te maken met het begrip Ny dat in het oude Egypte zoveel als ‘golfslag’ betekende. Deze ‘golfslag’ – of van de zee of van de Nijl – werd van oudsher begrepen als een van de levensbeginselen, aangezien de vruchtbaarheid van het oude Egypte afhing van de overstroming van de Nijl (…). Het woord is in de loop der tijd geassocieerd met ‘knik’ en ‘goddelijke wenk’, en vervolgens met ‘goddelijke presentie’ en ‘onbenoembare macht’. Deze macht kon gehecht zijn aan een voorwerp, een welomschreven plek of een door de natuur geschapen omgeving. Eenieder heeft – gelovig of niet – ooit wel eens een ervaring gehad waarin het gevoel voor deze onbenoembare macht overheersend was. Staande op een heuvel bijvoorbeeld, op een schitterende dag, heeft u wellicht ooit een landschap gezien dat u veel meer deed dan het uitzicht alleen. U heeft iets gezien, waardoor u werd bevangen, u werd als het ware opgenomen in het mysterie. Op dat moment bent u in aanraking gekomen met wat men het ‘numen’ zou kunnen noemen.’ (…) Otto karakteriseert de numineuze ervaring als een zintuiglijke ervaring van een geheim dat zowel verbijsterend als fascinerend is, en dat we niet met ons verstand maar met ons gevoel kunnen smaken.

Een zeer sprekend voorbeeld: Omkijken en zien

Ik ben negen jaar en loop alleen in een wei, ver van ons huis. De schemering valt in. Dat ik alleen ben, op dat moment en op die plek, is opvallend. Ik ben een kind dat vrijwel steeds met andere kinderen speelt, die wei ligt buiten mijn speelruimte van alledag en ik had allang thuis moeten zijn voor het avondeten. De wei is laag gelegen, naast een steenfabriek. Om leem te winnen heeft die fabriek dat stuk grond jaren geleden uitgegraven. In de verte, aan de rand van de wei ligt, hoger gelegen, de straatweg. Net of hij op een dijk ligt. Vanonder uit de wei zal ik dus naar boven moeten klimmen, tegen de wal op. Ik loop door de wei naar de weg toe. De hele wei is bedekt met een laaghangende mist die tot aan mijn knieën komt. Ik voel er niets van maar toch heb ik het gevoel dat ik mij er een weg doorheen baan. In de wei ligt een aantal koeien. Ik zie alleen hun ruggen en koppen boven de mist uitsteken. Ik hoor ze duidelijk ademhalen en herkauwen. Die geluiden zijn mij als dorpskind vertrouwd. Ik kom bij de prikkeldraad, kruip er onderdoor, kom omhoog en kijk, voor ik tegen de wal opklim, nog één keer om... naar de wei, de mist en de koeien. De schemering heeft nu alles in zijn greep. Links zie ik nu ook de duistere contouren van de steenfabriek.

Wat ik op dat moment in die paar seconden zag, is het meest fundamentele dat in mijn leven overkomen is. Niet dat ik dat toen bewust besefte. Juist niet. Ik liep snel naar huis, want mijn ouders zouden zeker ongerust zijn. Ik was mij hoegenaamd van niets meer bewust, laat staan dat ik tegen mijn ouders zei: 'Nu heb ik toch wat meegemaakt!' Pas enkele jaren later drong dat besef door. Op mijn twaalfde ging ik naar een kloosterjuvenaat, ver bij mijn geboortedorp vandaan. Toen ik in de kerstvakantie voor het eerst weer thuiskwam en over die dijkweg fietste, drong bij de bewuste plek bij de prikkeldraad ineens het besef door: 'Hier heb ik enkele jaren geleden de ervaring van mijn leven gehad!' En dat besef is niet alleen gebleven, maar steeds sterker geworden. Toen ik dertig, veertig, vijftig werd, en men mij wel eens vroeg wat de meest belangrijke momenten van mijn leven waren, noemde ik natuurlijk klassieke momenten zoals promotie, trouwen, kinderen krijgen, een boek schrijven, maar het belangrijkste moment dat dan bij me opkwam, die blik-over-dat-landschap-in-de-mist, dat moment memoreerde ik nooit. Hoe moet je zoiets ook vertellen. (...) Ik was verbonden met alles en gebonden aan niets!



After Life (film)

Was ik uiteindelijk daartoe op aarde?

[Uit: Tjeu Van Den Berk, Het numineuze, blz. 21-25]

Korte inhoud van de film

Regisseur Hirokazu Koreeda, één van de groten die Japan op dit moment kent, stuurde een aantal medewerkers het land in om honderden straatinterviews af te nemen. Aan jong en oud, rijk en arm, stedelingen en plattelandsmensen werd steeds één vraag gesteld: wat is voor u persoonlijk het meest dierbare moment uit uw leven geweest? Uit de vele antwoorden koos hij twaalf verhalen. Die staan centraal in zijn film After Life uit 1998.

Als de film begint, bevinden we ons in een oud pand, een soort schoolgebouw. Het is maandagochtend, de werkweek begint en we zien een aantal mannen en een vrouw een vertrek opruimen. De directeur komt binnen en zegt dat de vorige week geslaagd is geweest omdat iedereen die aan hun zorgen was toevertrouwd met goed gevolg is afgereisd. Hij wenst ze succes toe met de nieuwe lichting gasten.

We horen een doodsklok luiden en kijken van binnen naar buiten door een deuropening. Uit een ondoorzichtige mist komen mannen en vrouwen, oud en jong, de trap op en betreden het gebouw. Ze melden zich bij de portier, noemen hun naam en worden naar een wachtkamer gestuurd. Even later zien we daar een vijftigtal mannen en vrouwen zitten, in afwachting van de dingen die komen gaan. Koreeda laat ons snel weten wat hier aan de hand is. Al deze mensen zijn in het afgelopen weekend gestorven. Ze hebben de aarde verlaten, maar merken nu dat ze nog niet in de hemel aangekomen zijn. Het gebouw waarin ze opgewacht worden, ligt in de wolken, tussen hemel en aarde in. We bevinden ons zogezegd in het voorportaal van het hiernamaals.

Een voor een worden de gestorvenen nu in kleine spreekkamers binnengelaten en daar vernemen ze wat er van hen verwacht wordt. Hun wordt gevraagd om zich de meest dierbare herinnering uit het voorbije leven voor de geest te halen. Als er twee of drie bij hen opkomen, moeten ze kiezen. Het mag er maar één zijn. Deze ene ervaring mogen ze dan in hun herinnering mee naar de hemel nemen. Wanneer ze afreizen, zullen ze merken dat ze hun hele verdere voorbije leven vergeten zijn. Alleen die ene ervaring blijft in de hemel over. Vinden ze geen enkele dierbare herinnering, dan mogen ze de overtocht niet maken, en zullen ze tussen hemel en aarde in blijven vertoeven. Misschien dat ze later alsnog een ingeving krijgen. Eigenlijk wordt aan hen (en aan ons kijkers) gevraagd: Welke ervaring in uw leven heeft eeuwigheidswaarde, welke ‘aardse’ ervaring had ‘hemelse’ kwaliteiten? En volgens Koreeda is blijkbaar één zo’n ervaring al voldoende om een heel leven te kunnen dragen.

De gasten krijgen twee dagen de tijd om de meest dierbare herinnering op te roepen. Op woensdag moet de keuze gemaakt zijn. De medewerkers in het gebouw helpen iedereen zo goed als ze kunnen om tot een keuze te komen. De ene gestorvene weet het meteen, de andere weet na twee dagen nog niets, de ene wíl niet kiezen, de andere kán niet kiezen, de ene moet zijn keuze steeds bijstellen, de andere juist niet. Een directeur van een staalfabriek, die tijdens zijn zelfonderzoek gaandeweg merkt dat hij een vreselijk middelmatig leven heeft geleid, hoe succesvol het ook leek aan de buitenkant, wordt geholpen met een serie videobanden waarop vele momenten van zijn glanzende carrière staan uitgebeeld. En we zien met hem zijn grijze leven voorbijtrekken. Hij breekt zich het hoofd. Niets is blijkbaar van werkelijk blijvende waarde.

Wanneer op woensdag de meesten er uit zijn, worden ze uitgenodigd om naar een ander gedeelte van het gebouw te komen, ingericht als een filmstudio. In de twee, drie dagen die nog resten, gaan de medewerkers daar proberen om elk van die verhalen vast te leggen in een film. Acteurs en actrices voeren de herinneringen op. De context waarin de herinneringen zich afgespeeld hebben, wordt zo getrouw mogelijk geënsceneerd en men is pas tevreden als de betrokkene zegt: ‘Ja, zo was het precies! Ik heb nu weer datzelfde gevoel!’ Koreeda lijkt te zeggen: nu je de grote overtocht gaat maken, moet je je die herinnering weer geheel eigen maken, je moet hem letterlijk opnieuw her-inneren.

Op zaterdagavond zitten ze dan allemaal in een filmzaaltje te kijken naar hun video’s! Ze zien hun ervaring geprojecteerd. Daarna krijgt ieder zijn of haar video mee onder de arm, en onder begeleiding van een harmoniekapel gaan zij op naar de hemel. Daar aangekomen zullen ze alles vergeten zijn, behalve die ene unieke ervaring.

Enkele voorbeelden...

  • De jonggestorven puber die eerst nog meent dat ze zoiets moet kiezen als een bezoek aan Disneyland, maar als ze er bij stilstaat, kiest voor het moment dat zij als kind haar hoofd in moeders schoot legde, haar dijen voelde en de geur van haar lichaam opsnoof. Ze wordt er verlegen van, nu ze het vertelt.
  • De jongeman die vertelt van een meisje bij hem op school dat een belletje aan haar schooltas had. Als je het belletje hoorde rinkelen, wist je dat ze in de buurt was. Op een avond, als hij in het donker zijn gymschoenen zit vast te maken, ‘hoort’ hij haar aan komen lopen. Ineens valt het belletje, pal achter hem, stil! ‘Daar staat zij!’
  • De oudere man die zich herinnert hoe hij als middelbare scholier op de laatste schooldag in de tram door Tokio rijdt. De bel rinkelt, de bestuurder heeft een witte pet op, het raampje staat open en de zomerwind streelt langs zijn gezicht en door zijn haren. Die tramrit, de vakantie tegemoet rijdend, dat was het helemaal.
  • Het oude vrouwtje, dat een beetje kinds geworden is, maar dat geheel opbloeit als in de filmstudio kersenbloesem vanuit de zoldering over haar heen wordt gestrooid. De medewerker had uit haar manier van kijken naar de kale winterbomen goed gezien dat zij die bloesem vreselijk miste.
  • De man die op maandag al zeker meent te weten dat hij een van zijn vele vrijpartijen met prostituees zal kiezen, kiest, bij nader inzien op woensdag het moment dat zijn dochter hem haar bruidsboeket schenkt.
  • De tachtigjarige vrouw die als meest dierbare herinnering het moment kiest dat zij aan de hand van haar grote broer op vierjarige leeftijd in de danszaal van het dorp haar eerste danspasjes maakt in haar rode jurkje met een zakdoekje in haar rechterhandje. Vooral niet in de linker!
  • De piloot die nooit zal vergeten hoe hij op een bepaald moment de wolken op een onbeschrijflijke manier aan de ramen van zijn Cessna voorbij zal glijden in een peilloze ruimte en stilte.
  • De prostituee die vertelt dat op een dag een man haar op een hotelkamer omarmt en zegt: ‘Ik houd van je!’ en verder niets van haar moet. Dit verhaal blijkt later niet te kloppen. Ze heeft het gefingeerd. Dit verhaal hield haar echter op de been. Het wordt verfilmd en ze gaat met deze dierbare ‘leugen’ de hemel in.
  • De staalmagnaat die op de valreep nog net dat ene moment weet te vinden: vlak na de oorlog zit hij samen met zijn jonge vrouw op een bankje. Ze hebben zonet een afspraak gemaakt voor een film en zitten nu stil naast elkaar. Ze zullen overigens nooit naar die film gaan of nog eens samen op een bankje zitten. Maar die ene keer wel!
  • De oude vrouw die op het moment van de vreselijke aardbeving van 1932 vier jaar was. Haar ouders stuurden haar radeloos het bamboeveld in. Er werd een touw tussen twee stokken opgehangen waarop het kind schommelde. De hele familie bracht verder de nacht door in het bamboeveld en at, zittend in een kring in het maanlicht, rijstballetjes. Een dierbaarder moment had zij daarna nooit meer gekend.

(Marc Bittremieux, 2006)