3000-3999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

3105 Neurotransmitters


Synaptische transmissie


De opening tussen enerzijds de uiteinden van een axon van een neuron, en anderzijds de dendrieten, het cellichaam of het axon van een ander neuron wordt de synaps genoemd. Maar als er een opening is tussen twee neuronen, hoe kan het signaal dan overgebracht worden? Door de chemische component van de neurale transmissie. De aankomst van een prikkel aan het uiteinde van een axon zorgt ervoor dat de cel een kleine hoeveelheid van een chemische stof in de synaps loslaat. Deze stof noemen we een neurotransmitter. Deze stof geeft het signaal door van het ene neuron naar het ander. Dit proces van communicatie aan de hand van neurotransmitters, wordt neurotransmissie genoemd. De neurotransmitter verspreidt zich door de synaps naar het ontvangend membraan waarop hij zich tijdelijk vasthecht. De afstand die moet overbrugd worden is slechts 0,02 tot 0,05 micrometer. Een micrometer is een miljoenste van een meter. Hiervoor heeft de neurotransmitter minder dan 10 microseconden nodig.

Het ontvangende neuron bevat gespecialiseerde receptoren die interageren met de aankomende neurotransmitters en een reactie uitlokken in de ontvangende cel. Het oppervlak van de ontvangende cel bevat verschillende soorten receptoren, zodat de cel kan reageren op een groot aantal verschillende neurotransmitters. De neurotransmitter werkt in op de geëigende receptorplaatsen en verandert de doorlaatbaarheid van het membraan. Afhankelijk van de neurotransmitter en het type receptor, zal de verandering in membraandoorlaatbaarheid een actiepotentiaal exciteren (+) of inhiberen (-) in de ontvangende cel. Een neuron in de hersenen kan synapsen hebben met duizenden andere neuronen. Een neuron kan excitatorische signalen krijgen van sommige neuronen terwijl het tegelijkertijd inhibitorische signalen krijgt van andere neuronen. De sterkte van de stimulatie hangt of van het aantal neurotransmittermoleculen. Of een ontvangend neuron zal reageren hangt af van het feit of de som van de stimulerende signalen groter dan de som van de inhiberende signalen.

Nadat de neurotransmitter in de synaps verspreid werd, zal hij ofwel gedesactiveerd worden door het ontvangend neuron ofwel gereabsorbeerd door het verzendend neuron. Indien de neurotransmitter in de synaps bleef zou de communicatie tussen de cellen verstoord worden.

Verschillende medicamenten grijpen in op deze processen. Amfetamine blokkeert bvb. de reabsorptie van vooral twee neurotransmitters nl. noradrenaline en dopamine en blokkeert ook een enzym dat deze twee neurotransmitters deactiveert.


Neurotransmitters


Er bestaan meer dan 50 verschillende neurotransmitters, elk met een specifiek effect in bepaalde delen van de hersenen. Eenzelfde neurotransmitter kan zelfs een verschillend effect hebben naargelang de plaats in de hersenen. Zowel drugs als talrijke psychofarmaca spelen in op neurotransmitteractiviteit: antidepressiva, neuroleptica ("antipsychotica"), calmantia (benzodiazepines, "benzo's")


Antidepressiva werden bij toeval ontdekt. Artsen die tuberculose behandelden met het geneesmiddel iproniazid stelden bij hun patiënten een sterke verbetering van hun humeur vast, doch schreven dit aanvankelijk tope aan de verbetering van de TBC... Het geneesmiddel bleek de beschikbaarheid van vooral drie neurotransmitters te verhogen: noradrenaline, dopamine en serotonine. Verschillende bevindingen suggereerden dat een vermindering aan dopamine, noradrenaline en serotonine depressieve aanvallen voorafgaat. Op basis hiervan heeft men de laatste jaren efficiëntere antidepressiva ontwikkeld.


De psychologisch belangrijkste zijn:


Dopamine. De ziekte van Parkinson wordt veroorzaakt door het afsterven van neuronen die de neurotransmitter dopamine bevatten. Anderzijds gaat een overdosis aan dopamine in bepaalde delen van de hersenen gepaard met schizofrenie, gekenmerkt door emotionele problemen, hallucinaties en waanvoorstellingen. Toch is er geen verband tussen deze twee ziektebeelden, verschillende groepen neuronen zijn namelijk verantwoordelijk voor de twee ziekten, hoewel recent onderzoek aangaf dat bepaalde types schizofrenie vaak voorlopers zijn van Parkinson.


Zo worden geneesmiddelen die de dopamine-activiteit belemmeren met succes gebruikt bij schizofreniepatiënten en geneesmiddelen die de dopamine-activiteit stimuleren bij Parkinson-patiënten. Antipsychotica kunnen verschijnselen van de ziekte van Parkinson veroorzaken en een teveel aan medicijnen tegen de ziekte van Parkinson kan psychotische verschijnselen veroorzaken. Vaak wordt ook een anti-parkinsonmiddel toegevoegd aan een antipsychoticum om deze bijwerkingen tegen te gaan. Op termijn kan dit combineren echter leiden tot onherstelbare hersenbeschadiging (tardieve dyskinesie, met "snuitentrekken").


Noradrenaline.


Serotonine


Endorfines. Endorfines zijn neurotransmitters die dezelfde receptoren stimuleren als morfine en andere opiaten. Endorfines zijn de morfine van binnenin. Ze hebben pijnreducerende effecten en het vrijgeven van endorfine is een reactie van het lichaam op pijn. Ze zijn waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor de roes die sommige joggers ervaren bij heel grote inspanningen. De pijn van het harde lopen veroorzaakt een secretie van endorfines die de pijn reduceren.


Oxytocine. Van dit hormoon dacht men vroeger dat het enkele op de baarmoeder, de vagina en de melkklieren werkte, en door de hypothalamus (nabij het gelukscentrum) geproduceerd werd. Het heette oorspronkelijk ocyto-cine (= "snelle geboorte"), en dit is nog zo in Franssprekende gebieden. Spraakverwarring in andere gebieden deed de naam veranderen in oxytocine. Rond 1970 werd echter ontdekt dat het ook een neurotransmitter is die vooral bij seksualiteit maar ook bij geluksgevoel zeer belangrijk is. Bij het vrouwelijk orgasme wordt het in sterke mate geproduceerd, maar het sperma bevat het ook, hetgeen de vrijende vrouw (zonder condoom) ten goede komt. 


De psychologische effecten zijn: 

- toenemen van de moederlijke angst en bezorgdheid om hun baby's, en in het algemeen de emotionele binding met baby en partner (hechtingshormoonknuffelhormoon)

- intenser geluksgevoel en gevoel van seksuele bevrediging, bij vrouw door versterken van orgastische contracties in vagina en baarmoeder (ook voor spermatransport)

- vermindering van eetlust (bv bij verliefdheid)

- antidepressief effect

- merkwaardig is dat de serotonine-antidepressiva (SSRI's) het oxytocine tegenwerken, en dus de libido verminderen (en ook de creativiteit en het initiatief in het algemeen; sertonine is immers een neurotransmitter die voorzichtigheid doet toenemen), één der redenen om dit soort antidepressiva niet te snel te nemen (zie aldaar). Men tracht dit soms tegen te werken door samen met de SSRI's oxytocine toe te dienen (maar daar dit ingespoten moet worden is dit niet zeer praktisch...)

- herhaalde toediening langs het neusslijmvlies maakt de persoonlijkheid milder en vrijgeviger

- bij kinderen verhoogt de oxytocine als knuffelhormoon het emotioneel evenwicht. Emotionele verwaarlozing leidt in sterke mate tot autistiform gedrag


Andere:


Acethylcholine. Deze neurotransmitter is vooral actief bij motorneuronen en zorgt ervoor dat de skeletspieren samentrekken. Over het algemeen is acethylcholine een stimulerende neurotransmitter die de ontvangende cel doet reageren. Botulisme, een vergiftiging die kan voorkomen na het eten van bedorven voedsel, verhindert de vrijlating van acethylcholine, wat kan leiden tot verlamming en de dood. In lichte dosissen wordt botuline ("boptox")gebruikt om langdurig de spieren te verlammen die rimpels veroorzaken.


Acethylcholine is ook betrokken bij de geheugenwerking. Kan ook een rol spelen bij de ziekte van Alzheimer