3000-3999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

3300 Kleuren

KLEUREN

Het kleurenspectrum

Kleuren, de bestanddelen van het licht, vormen een zichtbaar deel van het spectrum der elektromagnetische golven, namelijk met golflengte van 380 nanometer (violet) tot 750 nm (rood). Infrarood en ultraviolet zijn de twee naburige kleuren, net niet zichtbaar.




Kleur:RoodOranjeGeelGroenBlauwIndigoViolet

ROGGBIV
Golflengte (nm):690610580530470430400

violet
380–450 nm
blauw
450–495 nm
groen
495–570 nm
geel
570–590 nm
oranje
590–620 nm
rood
620–750 nm
De gekleurde lichtstralen die ons ooh bereiken kunnen monochromatisch zijn, d.w.z. bestaande uit één enkele frequentie, of polychromatisch, d.w.z. een mengeling van diverse frequenties. We zullen straks zien dat het oog door zijn werking geen onderscheid kan maken tussen mono- en polychromatische kleuren.

Er zijn ook twee soorten kleuren: gekleurde lichtstralen (direct uit de lichtbron), en weerkaatste lichtstralen. Het samenvoegen van gekleurde lcihtstralen leidt subjectief tot een ander soort kleurencombinatie dan het samenvoegen van bv verven. De lichtstralen, als alle soorten worden samengevoegd, geven wit, omdat er geen lichtsterkte verloren gaat. Het samenvoegen van verven leidt tot kleuren die steeds iets donkerder zijn dan de lichtste, en leidt uitendelijk tot zwart.

Bij kleuren onderscheidt men niet enkel de frequentie (tint), maar ook ook de verzadiging d.w.z. de aanwezigheid van wit d.w.z. de andere kleuren, en tenslotte de aanwezigheid van zwart

Kleurenwaarneming


Zoals vaak gebeurt in het zenuwstelsel, en ook in het waarnemen van visuele vormen, nemen de ogen niet het complete beeld waar, maar analyseren ze het eerst in eenvoudiger bestanddelen, voeren deze naar de hersenen, en pas in de hersenen wordt het beeld gereconstrueerd.


Voor wat de kleuren betreft wordt niet de eigenlijke lichtfrequentie waargenomen, maar beschikken de ogen over een drietal soorten sensoren, die elk voor een andere frequentie gevoelig. Voor één bepaalde frequentie zijn ze zeer gevoelig, en in mindere mate voor frequenties die in de buurt liggen. In de hersenen wordt uit deze drie informatiebronnen dan één kleur geconstrueerd. Subjectief zien we dan bv. groen, en geen mengeling van blauw en  geel. Naast de drie soorten kegeltjes hebben ze ook staafjes, die eerder gevoelig zijn voor lichtsterkte, en bijna niet voor kleuren.





Sommige diersoorten hebben geen drie soorten kegeltjes, maar een ander aantal, meestal twee en soms zelfs maar één. Sommige hebben er vier, en het blijkt dat ook een zeker aantal vrouwen over vier soorten kegeltjes beschikken. Buiten een grotere gevoeligheid voor kleurverschillen in het halfdonker worden zij daar subjectief echter niet veel van gewaar.


Kleurenmenging


1. Weerkaatste kleuren (subtractie)


Men heeft al eeuwenlang intuïtief herkend dat rood, groen en blauw subjectief belangrijker waren dan de andere kleuren. De praktijk van de schilderkunst leerde dat men met rood, blauw en geel (vandaar de primaire kleuren) de belangrijkste kleuren kon samenstellen. Vermits men echter slechts tot blauw ging, bleven kleuren als magenta weinig bekend.


In de kleurinkt nam men andere basiskleuren, om heel het kleurenspectrum te kunnen doorlopen: cyaan, magenta en geel




2. gekleurde lichtbundels (additie)


Ook bij schijnwerpers en computerschermen gebruikt men rood, groen en blauw. De bundel is daarbij rijk aan licht, dus bij combibatie ontstaat wit.