De strijkende beweging van een vinger of kwast activeert een speciaal type aanrakingsgevoelige neuronen in de huid van de muizen. Het signaal dat die zenuwen afgeven komt regelrecht in het beloningscentrum in de hersenen terecht. Het systeem biedt – ook bij mensen – de weldadige ervaring van een liefkozing en het onderdrukt angst- en agressiegevoelens. De innerlijke gelukzaligheid die het oproept wordt misschien nog het best geïllustreerd door het tevreden geknor van een spinnende kat.

De Zweedse neurofysioloog Yngve Zotterman vond al in 1939 deze soort ‘aaineuronen' bij katten. Maar sindsdien is het wezen ervan heel lang ongrijpbaar geweest. Dat kan nu snel veranderen omdat Amerikaanse onderzoekers onder leiding van David Anderson van Caltech in Pasadena Californië de eerste genetische merker voor dit type zenuwcellen hebben gevonden.

Ze vonden bij muizen dat alleen de zenuwvezels die de zogeheten MRGPRB4-receptor bezitten, reageren op aaien met een zacht kwastje. Neuronen die de variant MRGPRD hadden, reageerden alleen op prikken met een pincet en juist niet op aaien. Het team van Anderson heeft zijn resultaten gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschriftNature . Met de receptor is een vlaggetje gevonden waarmee dit soort moeilijk te detecteren zenuwcellen voortaan makkelijker op te sporen zijn.

Streelsnelheid

Lang is gedacht dat mensen zulke ‘aaineuronen' niet hebben, totdat de eveneens Zweedse neurofysioloog Magnus Nordin er in 1990 in slaagde hun elektrische activiteit te meten in de menselijke gezichtshuid. Sindsdien is duidelijk geworden dat zulk soort neuronen ook elders in de menselijke huid voorkomt, in ieder geval in armen en benen.

Aaineuronen worden al geprikkeld bij een heel lichte aanraking, maar bij steviger aanraking houden ze zich juist stil. Ze reageren dus heel anders dan andere zenuwuiteinden in de huid. Aaineuronen blijken heel gevoelig voor strijkende bewegingen over de huid, maar alleen als het sneller gaat dan 0,3 centimeter per seconde en langzamer dan 30 centimeter per seconde. De aaineuronen stoppen met vuren als het strijken te langzaam of te snel gaat.

Het optimale gebied voor stimulatie ligt – bij mensen – op een aaisnelheid van 1 tot 10 centimeter per seconde, stelden onderzoekers vast. Maar katten houden duidelijk van een snellere streek. Het optimum van hun aaineuronstimulatie ligt lager, met een piek bij 0,1 centimeter per seconde. Voor muizen is de optimale snelheid nog niet vastgesteld.

De activatie raakt in ieder geval bij mensen snel uitgewerkt; na 4 seconden aaien stoppen de neuronen met vuren. Blijven dooraaien resulteert na 12 seconden weer in nieuwe elektrische pulsen, maar dan in een vaak onderbroken en onregelmatig patroon. Na 30 seconden gaat dat over in een regelmatig vuren. De vreemde beginactiviteit van de zenuwuiteinden valt de geaaide niet op, die blijft al die tijd een plezierige aanraking ervaren.

De aaineuronen brengen hun informatie via het ruggenmerg naar de zogeheten basale ventrale hersenkern in de hersenen, vanwaar het signaal verder gaat naar de hersenschors. Afhankelijk van de plaats waar over het lichaam wordt gestreken lichten naburige hersengebiedjes op. Dezelfde activatie van de hersenschors treedt op bij iemand die als toeschouwer ziet dat iemand anders geaaid wordt. Maar wáárom hersenen deze activiteit associëren met welbevinden, is nog een open vraag. Misschien is het een evolutionaire aanpassing om onderling zacht contact te stimuleren bij zoogdieren die sterk van elkaar afhankelijk zijn.

De Amerikanen onder leiding van Anderson hebben nu een sleutel in handen om het enigma van aaien en massage verder te ontrafelen. De vraag is nu of ook de aaineuronen van bijvoorbeeld mensen en katten óók die de kenmerkende MRGPRB4-receptor hebben net als muizen. En of er nog andere typen aaineuronen bestaan, zonder MRGPRB4.

(06.02.13)