4000-4999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

4200 ONBEWUSTE

HET ONBEWUSTE


INLEIDING

Enkele voorwaarden voor het groeiproces situeren zich volledig op bewust niveau: goede ideeën krijgen (inspiratie), deze ideeën kunnen samenvoegen en schikken tot een realistisch programma, en dit programma vervolgens succesvol ten uitvoer brengen.

Onder deze laag bewuste factoren liggen enkele factoren die deels bewust, deels onderbewust zijn: constructief denken en bewuste beweeglijkheid.

De onderste laag ligt volledig in het onbewuste: het fundamenteel zelfvertrouwen. Daar rust de hele persoonlijkheid op. Alles staat en valt met de kwaliteit van deze essentiële persoonlijkheidstrek.

We gaan deze verschillende factoren nu één voor één bespreken. We gaan hierbij beginnen met de bewustzijnsniveaus.

BEWUSTZIJNSNIVEAUS

Historische nota

Het was Freud opgevallen hoe sterk bij de mens het verschil soms was tussen wat hij zich in het volle bezit van zijn geestelijke vermogens voornam te doen, en wat hij in praktijk effectief deed. Meer nog, de betrokkene kon vaak niet uitleggen waarom hij afweek van zijn sterke overtuiging en eerlijk gemeend voornemen. Freud kon niet anders dan tot de conclusie komen dat, in tegenstelling tot wat men eeuwenlang had geloofd en onderwezen, de mens niet zo'n redelijk wezen was. Integendeel, hij werd blijkbaar bestuurd door iets dat dieper zat. Ons bewust denkvermogen, hoe eerlijk, overtuigd en consequent het ook lijkt, blijkt meer dan eens de willoze toeschouwer te zijn van krachten in ons die dieper en sterker zijn. Hij noemde die mettertijd het onbewuste, terwijl hij ons bewust denkvermogen kortweg het bewuste noemde. Het overgangsgebied tussen die twee lagen noemde hij later het onderbewuste.


Er doen zich uiteraard situaties voor waarin er een congruentie schijnt te bestaan tussen wat wij ons bewust voornemen en wat wij effectief doen. Wil dat zeggen dat het bewuste op dergelijke ogenblikken slimmer of sterker is dan het onbewuste? Neen, zegt Freud. Als gedrag en bewust voornemen samenvallen dan is dit eigenlijk toeval: het bewuste houdt er op dat ogenblik min of meer dezelfde mening op na als het onbewuste, en enkel daardoor vallen voornemen en gedrag samen!


Sinds Freud en de psychoanalysten zijn de psychologen dan ook de mening toegedaan dat men de persoonlijkheid en haar rendement enkel kan beïnvloeden als men in voldoende mate het onbewuste in dit veranderingsproces betrekt. Iemands persoonlijkheid verandert niet door hem gewoon zijn probleem en de mogelijke oplossing(en) uit te leggen. Er moet iets veranderen in het onbewuste! Wat is het (on)bewuste?

Het bewuste, het onderbewuste en het onbewuste worden soms voorgesteld als lagen waarin bepaalde gedachten en gevoelens zich bevinden, zoals waterlagen in de oceaan: hoe dieper, hoe donkerder, en wat zich heel diep bevindt is geheel onzichtbaar. Iets bewustworden is dan als het ware het opstijgen van deze elementen vanuit de diepste lagen naar meer oppervlakkige.


Als een denkbeeld, dat eerst bewust is, mettertijd onbewust geworden is zonder dat men het eigenlijk vergeten is, dan noemt men dat verdringing. Anderzijds, als men iets van zichzelf duidelijk beseft en bewustwordt, dan spreekt men van inzicht.


Doch eigenlijk is deze beeldspraak niet geheel correct. Er zijn in de hersenen immers geen gebieden te herkennen die overeenkomen met bewust en onbewust, evenmin als verplaatsingen als men iets verdringt of weer bewust wordt. De elementen van de geest blijken overal in de hersenschors verspreid te zitten, bewuste en onbewuste elementen door elkaar. Het bewuste en onbewuste zit veeleer in de oproepbaarheid van gedachten, inzichten, gevoelens, denkbeelden, enz. Hoe meer associaties een gedachte heeft, hoe meer zij oproepbaar is vanuit andere denkbeelden. Nu hebben deze associaties de neiging om mettertijd uitgewist te worden. Dus gedachten waar men niet regelmatig aan terugdenkt worden onbereikbaar, d.w.z. onbewust. De kans dat men er ooit via associatie weer bewust kan van worden wordt steeds kleiner: als men de juiste associatie niet vindt, dan kan men er niet meer op komen.

Opmerkingen

1. Uit bovenstaande beschouwingen kunnen wij afleiden dat iets bewustworden betekent: steeds meer aspecten en associaties van een bepaald idee, inzicht, gevoel enz. leren onder woorden brengen, of beseffen in welke omstandigheden het zich voordoet. Zowel psychotherapie als werken aan zichzelf betekent: de belangrijke zaken voor ons leven zoveel mogelijk onder woorden trachten te brengen en ze te voorzien van zoveel mogelijk associaties.


2. We zullen straks zien dat gevoelens heel belangrijk zijn voor dit alles. Het is immers de emotionele waarde van een ervaring of inzicht die bepaalt of het beeld bewaard wordt of niet en of het lang of kort bewust blijft.


3. Volgens het wetenschapsgebied worden de termen bewust, onderbewust en onbewust niet steeds op dezelfde manier omschreven:

neurologisch: hier bedoelt men met bewust: wakker zijn, en met bewusteloos: onwekbaar of in coma.

neuropsychologisch: men is bewust wanneer de informatie doordringt tot in de cortex. vb. waarnemingen, bevelen, associaties. Wanneer informatie onder het niveau van de cortex blijft (subcorticaal), vb. bij hartslag, ademhaling, dan gebeurt iets onbewust.

Ook een nieuw gedrag dienen we aanvankelijk heel bewust aan te leren tot wanneer het onbewust of automatisch verloopt vb. pianospelen, autorijden enz.

geheugen: hier onderscheiden we drie niveaus. Bewust is datgene waar we nú aan denken. Onderbewust is datgene waar we zouden kunnen aan denken. Dit is dus het actief geheugen. Onbewust omvat datgene waar we niet spontaan meer kunnen op komen, maar wel herkennen als men het ons zegt. Het wordt ook nog passief geheugen genoemd.

psychologisch: hier berust de indeling op de mogelijkheid om iets onder woorden te kunnen brengen. Bewust is datgene wat we onder woorden kunnen brengen. Dit is het kleinste deel. Onderbewust is datgene wat we aanvoelen en bijna onder woorden kunnen brengen. Dit deel is iets groter dan het bewuste. Onbewust is datgene wat we niet onder woorden kunnen brengen. Dit is het grootste deel. Hoe belangrijk is het onbewuste?


De praktijk leert dat het belang van het onbewuste ontzaglijk groot is. Freud gebruikte de vergelijking met een ijsberg: hoewel wij de indruk hebben dat de ijsberg datgene is wat we zien, zodat we vermoeden dat hij bijvoorbeeld de richting zal volgen waarin de wind hem blaast, bevindt het grootste deel van de ijsberg zich onder het wateroppervlak. Daardoor is hij veel gevoeliger voor onzichtbare, ondergrondse stromingen dan wij denken. In feite kan hij zich rustig tegen de wind in bewegen. M.a.w., het onbewuste bepaalt volledig waarheen gevoel, gedrag en denkpatronen zich zullen ontwikkelen, zonodig tegen de opvattingen van het bewuste in.


Willen we komen tot gedrags- of gewoonteverandering, dan moeten we ertoe komen het onbewuste doeltreffend te beïnvloeden. Hoe sterk en eerlijk onze voornemens ook zijn, ze zullen machteloos blijven zolang we geen techniek hebben gebruikt om het onbewuste te beïnvloeden. Hoe beïnvloeden we het onderbewuste?


Verschillende methodes werden ontwikkeld om het onbewuste te beïnvloeden. De belangrijkste zijn deze van Freud en deze van Schultz.

1. Freud ontwikkelde de psychoanalyse. Het principe hierbij is dat de belangrijkste elementen van het onbewuste, dus die het gedrag het meest bepalen of storen, bewust worden gemaakt door een langdurig en moeizaam proces van vrije associatie van gedachten en herinneringen. De bewust geworden herinneringen en psychotrauma's kunnen dan herbeleefd worden. Vele varianten werden van deze techniek uitgewerkt om hem sneller en eenvoudiger te maken. De techniek van Pesso lijkt op dit ogenblik één der doeltreffendste te zijn: men herbeleeft bepaalde jeugdscènes in een soort rollenspel.


2. Schultz ontwikkelde de techniek van de autosuggestie. Het principe is dat men de gewenste geestesinhoud gewoon in het onbewuste binnenbrengt! In principe is dit heel eenvoudig, want de menselijke geest blijkt heel programmeerbaar te zijn! Er moeten echter enkele voorwaarden gerespecteerd te worden bij dit autosuggestieproces. Deze voorwaarden worden nogal eens vaak gedeeltelijk of volledig verwaarloosd, waardoor het gewenste resultaat uitblijft.

Vermits deze techniek zo handig is, zullen mensen die de eigen groei in handen willen krijgen hem vlot leren gebruiken.

We komen er straks op terug.

De inhoud van het onbewuste

De inhoud van het bewuste is ons wel bekend: we zijn er hele dagen mee bezig. De inhoud van het onderbewuste is veranderlijk. Het is een traag overgangsgebied tussen het bewuste en het onbewuste, in beide richtingen: dingen die we aan het verdringen of vergeten zijn, en zaken die we steeds meer beginnen aan te voelen en onder woorden trachten te brengen. 



Het onbewuste bevat onder meer:

1. Ons fundamenteel zelfbeeld (FZB)

Het zelfbeeld is een fundamentele opvatting over onszelf, onze mogelijkheden, onze waarde in de ogen der anderen, onze toekomstverwachtingen, onze grenzen, en alles wat daarmee samenhangt. Dit beeld is in hoge mate irrationeel, d.w.z. dat het meestal niet beantwoordt aan de werkelijkheid, maar grotendeels onbewust en via onnauwkeurige besluitvorming tot stand is gekomen, vooral tijdens de jongste jeugdjaren. Aangrijpende ervaringen uit het latere leven hebben dit beeld verder beïnvloed. Is dit beeld eerder positief, dan spreken we van fundamenteel zelfvertrouwen (FZVT).


Het bepaalt in hoge mate ons denken, ons voelen, en dus ook ons handelen dat het resultaat is van de beide vorige elementen. Ook de manier waarop wij de werkelijkheid beleven wordt erdoor gekleurd, en ook ons groeivermogen.

We mogen gerust stellen dat het ontstaan zowel van psychologische problemen als de mogelijkheid om ze op te lossen praktisch volledig bepaald worden door dit fundamenteel zelfbeeld. Het bepaalt zowel onze diepe energie als onze weerstanden en grenzen. Elke persoon die psychologische problemen ontwikkelt, krijgt die van een negatief fundamenteel zelfbeeld, dat zijn kwetsbaarheid bepaalt, de problemen vaak uitlokt, en de mogelijkheden beperkt om ze op te lossen. De voornaamste taak van elke psychotherapeut is dan ook dit fundamenteel zelfbeeld direct of indirect te verstevigen.


Mia's ouders hadden eigenlijk een zoon verwacht. Daar zij het enige kind was, ontsnapte ze de eerste jaren van haar jeugd niet aan het gevoel dat men haar eigenlijk niet aanvaardde zoals zij was. De zaken die ze spontaan goed beheerste, zoals zorgzaamheid en gevoeligheid, bleek door de ouders onbewust minder geapprecieerd te worden, want deze kwaliteiten pasten niet bij het beeld van een jongen, die vooral sterk en ondernemend, grensverleggend hoorde te zijn. Anderzijds kreeg zij vaak de boodschap dat ze niet voldeed, hoewel ze steeds haar best deed om aan ieders verwachtingen te voldoen. Haar ouders leerden haar in de loop der jaren wel appreciëren zoals ze was. Maar de sporen van die eerste jaren zijn haar verdere leven blijven beïnvloeden: zodra iemand zijn ontgoocheling formuleert voelt zij zich diep schuldig, en heeft ze het gevoel onmogelijk aan de gestelde verwachtingen te kunnen beantwoorden. Op de duur durft ze zelfs geen initiatieven meer nemen, overtuigd als ze is dat het toch wel zal afgekeurd worden.


Wie iets wil doen aan zijn groei moet dus in elk geval over een positief fundamenteel zelfbeeld gaan beschikken. Hoewel dit vaak door de vroege opvoeding werd bepaald, blijft het in ieders vermogen om dit FZB op elk ogenblik positief te maken, als hij de voorwaarden om het onbewuste doeltreffend te beïnvloeden maar respecteert.

2. Ons algemeen werkelijkheidsbeeld

Dit is een reeks onbewuste opvattingen en associaties die ons onbewust op elk ogenblik aangeven wat de betekenis der gebeurtenissen in ons leven wellicht is, en wat de mogelijkheden zijn die wij daarin kunnen bereiken en eventueel veranderen. Dit werkelijkheids- of levensbeeld is uiteraard in sterke mate beïnvloed door het fundamenteel zelfbeeld. Is dit eigenbeeld negatief, dan komt de werkelijkheid subjectief veel beangstigender en bedreigender over dan voor iemand die zijn eigen waarde en mogelijkheden hoger inschat, ook al zijn de moeilijkheden objectief dezelfde. Beide bovenstaande fundamentele beelden hebben daarenboven de neiging zichzelf te versterken: het positieve wordt mettertijd vaak positiever, het negatieve vaak negatiever.


Twee vriendjes, Karel en Pieter, zijn beiden even oud, ongeveer 10 jaar. Karel heeft een veel positiever zelf- en werkelijkheidsbeeld dan Pieter. Op een bepaalde dag zijn ze enige tijd samen alleen in huis. Plots smelt de elektrische zekering, en doven de lichten. Beiden kennen even weinig van elektriciteit. Ze weten beiden dat zekeringen in de buurt van de voordeur staan, en gaan kijken naar het schakelpaneel. Geen van beiden kent de oplossing. Pieter denkt en zegt: Van elektriciteit ken ik niets. Ik weet alleen dat je er best afblijft, want het kan levensgevaarlijk zijn. Vermits hij Karels superioriteit op vele andere gebieden kent, vermoedt hij dat deze het probleem misschien wel zal kunnen oplossen. Karel zegt: Ik ken er ook niets van, maar ik heb mijn vader en broer dit probleem enige keren zien oplossen. Moeilijk kan het niet zijn. In stilte denkt hij erbij, dat wat zijn broer kan, hijzelf ook wel zal kunnen. Hij bekijkt enige tijd het paneel, en merkt dat één schakelaar gans anders staat dan de overige. Hij duwt deze zekering voorzichtig om, en zie, het licht gaat weer aan. Na deze ervaring is Karel versterkt in zijn mening dat je zelfs moeilijke zaken onder controle kan krijgen als je ze maar systematisch aanpakt, en dat hij daar vaak toe in staat is. Pieter denkt: zie je wel dat Karel het beter kan dan ik, dat is in alles zo.

3. Het onbewust verwachtingsbeeld van het ideaal

Ons hele leven door signaleren mensen rondom ons hoe zij verwachten dat ons gedrag en dat der anderen eigenlijk zou moeten zijn. Hoe jonger wij zijn, en hoe meer gezag die mensen rondom ons hebben, hoe sterker zij ons daarbij kunnen beïnvloeden. Zo ontstaat er een soort onbewust referentiekader, dat ons doet aanvoelen hoe de dingen (en wijzelf) horen te zijn. Het geweten is hier een onderdeel van.


Ook vergelijken wij voortdurend de dingen die wij waarnemen met elkaar. Uit die vergelijkingen groeien onbewuste ideaalbeelden, die wij ons vaak niet concreet kunnen voorstellen, maar die later wel onze smaak en waardenschalen beïnvloeden.

4. Verdrongen frustraties

Gefrustreerd worden betekent: een sterk negatief contrast beleven tussen wat wij verwacht hadden en wat wij effectief ervaren. Dit contrast is des te pijnlijker als anderen, en vooral personen die wij subjectief belangrijk vinden voor ons, van die frustratie getuige zijn. Want zonder dit getuigenis kunnen wij onze stommiteiten gemakkelijker verdringen. Verdringen betekent: het zit nog wel in onze geest, maar omdat we er zelden of nooit aan terugdenken, vermits het zulke onaangename herinneringen zijn, worden de associaties langzaam uitgewist, zodat we er op de duur zo goed als nooit aan terugdenken. De herinnering is verdrongen, als het ware overplakt met neutraal behangpapier.


Het is echter bekend dat deze verdrongen beelden een sterke rol spelen als wij toch geconfronteerd worden met analoge situaties. Dan wordt onze emotionele reactie en onze gedragskeuze sterk beïnvloed door die verdrongen frustraties. Er mag gezegd worden dat zowel onze positieve verwachtingen en motivaties, als onze afkeer en afweer in sterke mate bepaald worden door onze vroegere frustraties. Daarenboven zullen wij levenslang niet rusten alvorens wij op de vroegere frustraties de één of andere revanche hebben genomen. Een revanche is niet hetzelfde als een wraak (vengeance). Een wraak zou men een destructieve revanche kunnen noemen. Vaak zijn revanches echter constructief, bijvoorbeeld: het beter proberen doen dan vroeger. Een revanchebehoefte is dus een sterke drang om ooit eens aan te tonen dat ons vroeger onvermogen eigenlijk niet meer bestaat, dat het overwonnen is. Wij doen dit om ons eigenbeeld op die manier te verhogen of te herstellen.

5. Onze behoeften

Sterke verlangens die diep in ons zitten, en doordat zij vaak universeel zijn doen vermoeden dat ze misschien instinctief en aangeboren zijn, noemt men behoeften. We komen er later in detail op terug.


Deze behoeften (zoals geluk, waardering, seksuele bevrediging, honger en dorst, tederheid, koestering) zijn grotendeels onbewust, niet omdat zij verdrongen zouden zijn, maar omdat ze zich nooit als dusdanig manifesteren, maar steeds onder de één of andere concrete vorm (bv. zin naar frieten i.p.v. vage honger, behoefte aan een complimentje van zijn partner i.p.v. waardering in het algemeen).

6. Begraven herinneringen

Vele herinneringen, o.a. jeugdherinneringen, die wij niet meer oproepen omdat het niet meer nodig is (bv. onze vroegere leerstof, een taal die wij niet meer spreken) verhuizen snel naar het onbewuste, d.w.z. het passieve geheugen: we herkennen ze meestal nog wel als wij er opnieuw mee geconfronteerd worden, maar zijn niet direct meer bruikbaar als kennis. Als ze lange tijd nooit worden opgeroepen, worden ze vaak zelfs gewist.


Toegang


De voorwaarden om binnen te geraken in het onbewuste

We hebben eerder al gezegd dat men slechts in of uit het onbewuste geraakt, als eerst aan een paar voorwaarden voldaan is. Tot deze voorwaarden behoren:


1. Een geopend onbewuste


Men kan het bewuste van de mens vergelijken met een kamer met twee deuren. De ene deur geeft uit naar buiten (de buitenwereld), de andere naar binnen (het onbewuste). Als we wakker zijn staat de buitendeur open (we kunnen alles rondom ons waarnemen) maar blijft de binnendeur dicht (we hebben weinig of geen toegang naar verdrongen herinneringen, vroegere dromen, e.d.). Als we echter slapen is de buitendeur dicht (we nemen niets meer waar van de dingen rondom ons, tenzij alarmerende geluiden), maar staat de binnendeur open (we hebben min of meer vrije toegang tot vroegere dromen en herinneringen).


De beweging van deze deuren gebeurt normaal automatisch bij het inslapen en wakkerworden. Het is echter mogelijk om bewust deze binnendeur te openen, zodat boodschappen van het bewuste naar het onbewuste kunnen overgaan. Deze techniek is een onderdeel van alle antieke en moderne, oosterse en westerse meditatie- en trancetechnieken, en ook het begin van hypnose en zelfhypnose. We zullen hem de openingstechniek noemen. Schultz werkte deze techniek uit in zijn autogene training: geïnspireerd op de traditionele methodes, maar ontdaan van alle overbodigheden. We komen er verder op terug.


Opmerking: Men noemt hem soms relaxatie- of ontspanningsoefening. Deze naam is eigenlijk zeer ongelukkig gekozen omdat het helemaal de bedoeling niet is om zich te ontspannen, maar integendeel over te gaan tot een krachtige vorm van concentratie.


2. Een aangenaam begeleidend gevoel


De tweede voorwaarde voor de hersenen om iets de moeite waard te vinden om te registreren, is het feit dat het gebonden moet zijn aan emoties, d.w.z. aan sterk onaangename of aangename associaties. Daarom moeten we autosuggestie letten op twee zaken:

- hoe aangenamer een vooruitzicht is, hoe gemakkelijker wij er ons zullen aan verwachten. Dit wil zeggen dat we zoveel mogelijk moeten zorgen dat onze voornemens voldoen aan onze behoeften, en dat wij ons eigen verstand hiervan overtuigd is. Het moet tevens een emotionele beleving zijn.

- de openingstechniek op zichzelf is tot op grote hoogte in staat een aangenaam gevoel op te wekken tijdens de autosuggestie of zelfprogrammering. Ook al lijkt dat misschien kunstmatig, de praktijk leert dat het nuttig en onontbeerlijk is dit te doen.


3. Liefst visueel


Hoewel dit niet strikt onoverkomelijk is, leert de ervaring dat visuele informatie vele keren gemakkelijker wordt geassimileerd dan andere zoals auditieve. Dat komt omdat het grootste stuk van de hersencortex eigenlijk visueel is.

Willen wij iets via autosuggestie inbrengen in onze geest, dan moeten we zorgen dat het zo visueel mogelijk is, liefst altijd.


4. Herhaaldelijk aanbieden


We zullen later zien dat de hersenen helemaal niet logisch redeneren. Voor onze geest moet een gedachte in de eerste plaats nuttig zijn voor onszelf. Abstracte bespiegelingen interesseren ons in principe niet. Er worden daarom een aantal criteria gebruikt die nagaan of aangeboden informatie subjectief belangrijk is. Het herhaaldelijk aangeboden worden is daarvan een eerste criterium. Iets dat maar eens gebeurt zal wellicht niet zeer belangrijk zijn. Daarom moeten we gegevens voor autosuggestie herhaaldelijk aanbieden, in praktijk enkele tientallen tot honderden keren.


5. Gebruik maken van bestaand materiaal


Er liggen in het onbewuste talloze, wellicht miljoenen associaties klaar waar we zaken kunnen aan koppelen. Als daar handig gebruik van gemaakt wordt, dan kunnen er bv. geheugentechnieken uitgewerkt worden die de geheugencapaciteit vele keren vermenigvuldigen.

Toepassingen

Binnen het kader van deze cursus zullen we drie nuttige praktische toepassingen inoefenen op de werking van het onbewuste:


1. een mnemotechniek


Mnemotechnieken zijn eenvoudige methodes die de geheugencapaciteit spectaculair kunnen vergroten. De techniek der 30 woorden is een eenvoudig voorbeeld hiervan, dat ons toelaat om in enkele minuten te leren hoe we lijsten van tientallen substantieven die we slechts eenmaal horen uren- en dagenlang in de goede volgorde kunnen reproduceren.

Deze geheugentechniek zal zeer nuttig blijken te zijn als we later bespreken hoe we onze eigen efficiëntie willen vergroten. Intussen is hij een overtuigend voorbeeld van de krachten die in ons onbewuste schuilen.


2. het inbrengen van een fundamenteel zelfbeeld


We hebben gezien dat de groei en het goed functioneren van onze persoonlijkheid uiteindelijk berust op enkele fundamentele maar grotendeels onbewuste opvattingen over onszelf en de wereld waarin we leven. Vermits opvattingen niet zozeer ontstaan door logische redeneringen, maar door factoren als herhaling en aangenaam begeleidend gevoel is een goede methode om ons fundamenteel zelf- en werkelijkheidsbeeld positief te maken: het memoriseren van een tekst over constructief denken, die een reeks belangrijke fundamentele opvatting samenvat. Om hem te memoriseren moet men hem tientallen, ja honderden malen herhalen. Op die manier dringt hij onvermijdelijk in tot in de diepste lagen van ons onbewuste, en wordt hij een onverwoestbaar stuk van onszelf.


3. zelfprogrammering


We hebben gezien dat de herschikkende groei één der belangrijkste vormen van groeien is. Welnu, zelfprogrammering is, een beetje zoals autogene training, gedragstherapie en neurolinguïstisch programmeren (NLP) het middel om rustende vermogens in onszelf te activeren. Deze techniek laat ons immers toe om belangrijke maar op een bepaald ogenblik sluimerende delen van onze geest te activeren, zoals stemmingen, emoties, persoonlijkheidstoestanden. We kunnen ons daardoor in gewenste en geschikte actieve toestanden brengen, maar ook in diepe hersteltoestanden zoals transcendente meditatie.

Zelfprogrammering lukt echter slechts nadat we ons onbewuste geopend hebben met de openingstechniek.

SAMENVATTING

De basis van het goede functioneren, en de sleutel van het groeiproces liggen in het onbewuste: ons fundamenteel zelfbeeld, ons fundamenteel werkelijkheidsbeeld. Ook de concrete opdrachten die we aan onszelf willen geven moeten in het onbewuste worden binnengebracht. De voorwaarden voor autosuggestie worden beschreven. De openingstechniek is de voorfase hiervan.