4000-4999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

4420 Functioneringswijzen


De Functioneringswijzen

BEPALING


In de hedendaagse, integratieve benadering zullen we volgende definities hanteren:


persoonlijkheid (of karakter): dit is het geheel van typische kenmerken van het gedrag en denkwijzen van de mens ten opzichte van (1) het leven in het algemeen, (2) de andere personen.


Belangrijk bij het begrip persoonlijkheid is echter steeds voor ogen te houden dat de persoonlijkheid sterk variëren kan volgens de persoonlijkheidstoestand waarin ze verkeert. De stemming is één van de persoonlijkheidstoestanden.


Daarenboven moeten we onderscheid maken tussen de dieptes of niveaus van de persoonlijkheid. Het eenvoudigste is deze in de delen in een buitenlaag en een kern. De buitenlaag omvat alle observeerbare, zichtbare manieren van denken en vooral handelen, bv. orde hebben, opgewekt schijnen, proper zijn, stijlvol handelen. In de diepere kern van de persoonlijkheid zitten de niet direct observeerbare persoonlijkheidstrekken, zoals zelfvertrouwen, stemming, sympathieën en antipathieën, minderwaardigheidsgevoelens, enz. De dieptepsychologie houdt zich bezig met het onderzoeken van deze diepere persoonlijkheidskenmerken. Als men, zoals bv. in de gedragstherapie, de analyse van de persoonlijkheid beperkt tot de observeerbare gedragingen, dan mist men eigenlijk het essentieelste.


In de ontwikkeling van de persoonlijkheid ziet men de fundamentele fasen achter elkaar ontstaan. Het is een samenspel van wellicht aangeboren behoeften en leerprocessen.

DE ONTWIKKELINGSFASEN

1. Het reflexstadium

Tijdens de eerste weken van ons bestaan gaan we automatisch schreien als we ons slecht voelen: als we honger hebben, als we nat liggen, als we geschrokken zijn van geluiden, enz. Het gevolg is dat moeder, of de persoon die haar vervangt, naar ons toekomt en de oorzaak van ons onwelzijn wegneemt. Vervolgens slapen we weer in.

2. De bewuste reflexnabootsing

De eerste grote ontdekking in ons leven is dat we bevredigd worden als gevolg van het feit dat we schreien. Na enkele maanden zal een kind van deze ontdekking bewust gebruik gaan maken. Meer en meer gaat een baby schreien, niet zozeer omdat hij zich onwel voelt, maar opdat hij zou bevredigd worden. We merken dit duidelijk, als het schreien afneemt van zodra hij de moeder hoort aankomen, dus nog lang voor hij in feite bevredigd is. Het kind heeft ontdekt dat aandacht de voorwaarde is voor bevrediging. Streven naar aandacht is daarom de eerste grote concrete vorm van ons aangeboren streven naar bevrediging. Dit streven naar aandacht komt zo vroegtijdig, dat het zich ontwikkelt tot een behoefte op zichzelf. Het kind gaat mettertijd naar aandacht streven, ook al heeft het geen honger of ligt het niet nat. Naast het schreien gaat het mettertijd allerlei andere methodes gebruiken om die aandacht te krijgen, zoals klankjes uitbrengen, lawaai maken met allerlei speelgoed, enz. Dit ontwikkelt zich tot de orale fase.

3. Het stadium van de concurrent

Op een bepaald ogenblik krijgt het kind de schok van zijn leven. Hij ontdekt dat er ten opzichte van de moeder of de persoon die haar vervangt, nog andere personen en factoren zijn die haar aandacht trekken; hij ontdekt dus de concurrent. In het begin zal hij er naar streven deze concurrent uit te schakelen of te vernietigen, doch daar dit bijna nooit lukt moet hij noodgedwongen een andere methode gaan gebruiken. Het volstaat nu niet meer te streven naar aandacht, hij moet ervoor zorgen dat hij het meeste aandacht krijgt. Streven naar de meeste aandacht is nu precies datgene wat wij streven naar waardering noemen. Dit is de vroegtijdig aangekweekte behoefte om van de medemens de meeste aandacht te krijgen, d.w.z. superieur te lijken. Aldus is onze behoefte naarwaardering geboren.


Concreet uit zich onze behoefte aan waardering langs vier wegen:


1. We trachten de ander te vernederen, hem te doen mislukken, uit te schakelen, te bespotten. De extreme vorm hiervan is dat we de ander vermoorden. Deze methode is dubbel nadelig, niet alleen omdat we onze behoefte (waardering) niet realiseren, maar daarenboven er een vijand bij scheppen, en ook sociaal afgekeurd worden. Dit ontwikkelt zich tot de anale fase.


2. We gaan onszelf ophemelen (pochen, sterke verhaaltjes vertellen, prestige en statussymbolen hanteren, enz.) Deze methode wordt sociaal veel beter geaccepteerd tenzij ze te direct gaat (taboe). Ze is dus wel minder nadelig dan de eerste methodes maar ons doel, nl. waardering, kunnen we op deze manier nog altijd niet bereiken. Dit ontwikkelt zich tot de fallische fase.


Vermits de twee vorige methodes hun doel duidelijk voorbij schieten kunnen ze alleen maar werken via fantasmen. Het is daarom des te merkwaardiger dat deze beide methodes in praktijk de meest gebruikte zijn. Dit kan alleen verklaard worden door het grote fundamentele gebrek aan realiteitszin dat bij de meeste mensen aanwezig is.


Bij de twee volgende methodes gaan we slimmer te werk. We vertrekken van de gedachte dat, als iedereen werkt naar waardering het probleem onoplosbaar is, vermits niemand bereid zal zijn de waardering aan anderen te schenken. Daarom wordt als het ware een stilzwijgende afspraak gemaakt om waardering uit te wisselen. Lukt deze uitwisseling van waardering goed, dan ontstaat er een stabiele relatie.


3. De ander ophemelen, complimentjes geven, vleien. Deze methode is zeer doeltreffend, tenzij ze te simplistisch wordt gebruikt (taboe).


4. Onszelf vernederen, d.w.z. de ander dienstbaar zijn, onze zwakheden toegeven. Deze methode is veel doeltreffender, doch, meer nog dan de derde, heeft ze het risico dat ze kan misbruikt worden.

 

DE FUNCTIONERINGSWIJZEN 

De dynamiek


Het fundamenteelste conflict dat elke mens vanaf zijn vroegste bestaan ervaart, is dat zijn behoeften/verlangens niet onmiddellijk realiseerbaar zijn binnen de situatie waarin hij bestaat, omdat de omgeving, de natuur, ons lichaam, de ander, bepaalde verwachtingen koesteren over ons en ons bepaalde beperkingen opleggen. Dit fundamenteel conflict kunnen we voorstellen door twee vectoren, die niet helemaal samenvallen.





De I-vector is de verzameling van onze eigen behoeften en verlangens, zowel bewuste als onbewuste.

De A-vector is de verzamelingen van de verwachtingen (met manipulaties) en de beperkingen die toekomen op onszelf, zowel van buitenaf als vanuit ons eigen lichaam en geest (bv. vermoeidheidsgrens). Dus de externe behoeften.


De hoek tussen deze twee vectoren is symbolisch. Het is zeker geen 0 graden, anders vielen de twee vectoren samen, hetgeen zou betekenen dat al onze verwachtingen samenvallen met deze van de omgeving, hetgeen zeker niet zo is. Anderzijds is die hoek evenmin 180 graden, want dat zou betekenen dat er geen enkele mogelijkheid is om iets te realiseren van onze behoeften, vermits het volledig in conflict is met de beperkingen en dwingende verplichtingen. Het zal dus ergens tussen de twee liggen, bv. 90 graden of zoiets.


Deze twee vectoren sluiten een gebied af. Elk menselijk gedrag kunnen we voorstellen door een punt, dat ontbonden kan worden in twee vectoren. Ligt het punt meer rechts dan links, dan betekent dat dat het gedrag meer rekening houdt met de eigen behoeften dan met de externe behoeften. Ligt het punt links, dan is dit andersom. Hoe hoger het punt, hoe meer met beide soorten behoeften rekening gehouden is, dus hoe minder het ene is gerealiseerd ten koste van het andere. Men spreekt dan van volledige zelfrealisatie. Ze is duurzaam, omdat ze niet in conflict treedt met de omgeving (die eventueel eerst aangepast werd). Elke menselijke functioneringswijze kan nu voorgesteld worden door een punt binnen dit vectorieel gebied.


Concrete beschrijving der stijlen


We kunnen dit vectoriële gebied indelen in een vijftal/zestal subgebieden, waarbinnen de kans groot is dat een mens zich bevindt:



Overzicht


1. De niet-aanpassing (psychose)

In deze functioneringswijze primeren de eigen behoeften, die gerealiseerd worden zonder in het minst rekening te houden met de invloeden van buiten. Uiteraard is deze realisatie zuiver ideëel of fantasmatisch, vermits ze buiten de realiteit valt, of leeft de persoon volledig afgezonderd van deze realiteit bv. in een psychiatrisch ziekenhuis.


2. De hyper-aanpassing (orale neurose)

In deze functioneringswijze gaat de persoon volledig op in de verwachtingen die de omgeving van hem/haar koestert, hetzij omdat het niet anders kan, hetzij omdat het als leuk ervaren wordt. De eigen behoeften en mogelijkheden worden grotendeels verwaarloosd.


3. De anti-aanpassing (anale neurose)

In deze functioneringswijze gaat de persoon de eigen behoeften meer ruimte geven, ten koste van of ondanks de verwachtingen vanuit de omgeving. Dit is een verzetsfase.


4. De super-aanpassing (fallische neurose)

In deze functioneringswijze gaat de persoon meer rekening houden met de verwachtingen van de omgeving, en speelt het spel mee, maar blinkt er in uit: hij is superieur ten opzichte van deze beperkingen, ten opzichte van de anderen.


5. De integratie (genitale fase)

In deze functioneringswijze is de persoon er in geslaagd om, in het ideale geval, een integratie te vinden tussen de eigen behoeften enerzijds, en de beperkingen, verwachtingen en sluimerende mogelijkheden van de omgeving anderzijds.


Er zijn enkele overgangsgebieden:


1-2: Borderline of randpsychose

Hier is er een zwakke interactie met de werkelijkheid, maar bij grote frustraties regresseert de persoon naar het psychotische stadium


2-3: Oedipale fase

Dit is een mengeling van zwakheid en verzet, vol primitieve agressie jegens de persoon die als dominant wordt ervaren, vaak de vader, maar ook andere figuren zijn mogelijk bv. de echtgenoot


3-4: Psychopathie

Hierbij slaagt de persoon er gedeeltelijk in een integratie te vinden tussen de eigen behoeften en de behoeften vanuit de realiteit. Dit is een valse integratie, omdat ze maar kan gebeuren dank zij een massieve verdringing van vele eigen behoeften (de schoonheid van liefde, diepmenselijk contact, creativiteit, enz.) en de realiteitsbehoeften (onvatbaar zijn voor de afkeuring en dreigende straffen vanuit de omgeving). Dit is subjectief wel een voordeel, een soort geslaagde neurose, maar objectief zeer onaangenaam en zelfs gevaarlijk voor de anderen.


Opvallend is daarenboven dat de drie universele methodes om problemen op te lossen ook hier aanwezig zijn:

  1. de keuze: met (1) niet- of (2) hyper-aanpassing, d.w.z. het ene ten koste van het andere
  2. het compromis of de gedeeltelijke integratie, waarbij van elk toch veel gerealiseerd wordt, maar voorbij een bepaald punt het ene weer gebeurt ten koste van het andere: (3) anale fase en (4) fallische fase
  3. de integratie.

Fundamentele verschillen in de evolutie der stadia

De verschillende stadia van de persoonlijkheidsontwikkeling  kenmerken zich door

1)    1) progressief meer rekening houden met de gevolgen op langere termijn

2)    2) progressief vervangen van de fantasmatische waarde van gedragingen en gevolgen door de reële gevolgen


Bespreking


We zullen achtereenvolgens deze algemene functioneringswijzen bespreken, met telkens

  1. het functioneringsprincipe
  2. de kinderlijke zijnsvorm
  3. de volwassen of karakteriële zijnsvorm,
  4. de pathologische zijnsvorm.

1. De niet-aanpassing (psychose)


Principe


Hierbij wordt het conflict tussen de vereisten der eigen behoeften en deze van de realiteit opgelost door die lastige realiteit grotendeels of volledig te verdringen. De betrokkene gaat dus als het ware leven in een denkbeeldige wereld, die incongruent is met die realiteit.


De kinderlijke zijnsvorm


Bij een pasgeborene is deze zijnsvorm aanwezig. Het realiteitskarakter van de wereldbeelden van het kind, alsook zijn interactie met deze omgevende realiteit zijn zeer zwak. Het kind leeft in een fusionele fase, waarbij het als het ware geen onderscheid maakt tussen zichzelf met de fantasmatische voorstellingen van zichzelf, en de realiteit. De relatie tussen kind en moeder is symbiotisch.


De volwassen zijnsvorm


De volwassen persoonlijkheden die functioneren volgens dit principe zullen in belangrijke gebieden van hun interactie met de realiteit erg kwetsbaar zijn, omdat ze zichzelf beleven in een soort beschutte realiteitsfantasie. Wordt deze doorbroken, dan voelen ze zich erg bedreigd, en vluchten nog verder in deze denkbeeldige werkelijkheid. Men spreekt van borderline gevallen, omdat ze voortdurend op de grens zitten met de pathologische zijnsvorm der psychose.

 

De pathologische zijnsvorm


De psychose is de zwaarste vorm van geestesziekte. Het is de totale vlucht in hallucinaties en in waandenkbeelden. Het is een poging om gelukkig te worden, waarbij men volledig tracht los te komen van de realiteit, en waarbij men vlucht in een denkbeeldige realiteit: men tracht zijn behoeften op symbolische en irreële manier te verwezenlijken. Deze weg wordt gevolgd door schizofrenen, d.w.z. mensen die van jongs af aan diep frustrerend werden opgevoed, en die daarenboven dikwijls nog om aangeboren, scheikundige redenen moeite hebben om in contact te blijven met de realiteit. Ook kan deze evolutie gestimuleerd worden door druggebruik.


Wie pas op latere leeftijd verzeild geraakt in deze pathologische zijnsvorm, en dus lange tijd vrij goed functioneerde, lijdt aan paranoia, hetgeen letterlijk betekent: een geest naast de andere, een gedachtengang naast de realiteit. Hoewel irreëel zullen de waandenkbeelden toch ergens parallel lopen met die realiteit. De wanen zijn dus ook invoelbaar, waarbij ze zich onderscheiden van de schizofrene, oninvoelbare wanen.


Is de irrealiteit van het denken beperkt tot een sector, en functioneert men voor de rest eigenlijk vrij behoorlijk, dan spreekt men van parafrenie. Een voorbeeld hiervan is een postbode, die zijn job op een bevredigende manier vervult, maar die eigenlijk overtuigd is dat hij van koninklijken bloede is, een soort vergeten bastaard, en die zijn koninklijke familieleden op hun verjaardag een wenskaart stuurt.


2. De hyper-aanpassing (orale neurose)


Principe


Deze methode is de omgekeerde van de vorige. Hierbij wordt getracht om de onverzoenlijkheid tussen de eigen verwachtingen en de verwachtingen vanuit de buitenwereld op te lossen door de eigen storende verwachtingen prijs te geven, en op te offeren.

Het is een overdreven manier van zich te schikken naar wat men van ons verwacht. Het is de methode der mensen die zich braaf afsloven terwille van de omgeving. Ze hebben weinig conflicten, doch geven daarvoor veel prijs van zichzelf. Soms beseffen ze dit niet, en zijn dan gelukkig. Doch wordt hun stress door gebrek aan bevrediging te groot, dan vervallen ze dikwijls in een "onverklaarbare" depressie. Soms trachten ze zich te troosten door masochisme ("ik span me toch hard in voor mijn man en mijn kinderen"), ofwel gaan ze troost zoeken in kalmeermiddelen, slaapmiddelen en alcohol.


Deze zijnswijze wordt gedragen en begeleid door fantasmen met als hoofdthema's: de kwetsbaarheid en machteloosheid van de eigen levenssituatie, het overgeleverd zijn aan krachten buiten zichzelf. De enige eventuele manier om de omgeving te manipuleren is: uiting geven aan de eigen onmacht, aan de eigen gevoelens, opgaan in die gevoelens.


De orale zijnsvormen worden niet alleen onderhouden door een eigen fatasmatisch geestesleven, maar door enkele typische fenomenen vanuit de omgeving. Inderdaad, de omgeving gaat er, soms uit medelijden, soms uit vrees voor erger, soms uit sympathie (bv. t.o.v. vrouwen en kinderen) begrijpend en soms behulpzaam op in, waardoor het gedrag in de toekomst vaker herhaald zal worden.


De kinderlijke zijnsvorm


Dit is een normale doorgangsfase van het zich ontwikkelende kind. Deze fase wordt gekenmerkt door het eerst spontane, later bewustere uiting geven aan de eigen gevoelens van gemis en onbevredigdheid. Het kind doet in die fase niet veel anders dan schreien en eten, twee activiteiten met de mond, reden waarom Freud deze periode de orale heeft genoemd.


De volwassen zijnsvorm


Bij deze persoonlijkheidsstructuur tracht de persoon succes te bekomen en de omgeving te beïnvloeden door gewoon uiting te geven aan zijn behoeften, zijn onvermogen, zijn gevoelens, de tekenen van zijn ziekte, enz., m.a.w. een heleboel dingen waar hij "niets kan aan doen".

Deze karakterstructuur wordt ook hysterisch genoemd, omdat de gevoelens een veel sterkere rol spelen in het bepalen van het gedrag dan de rationelere overwegingen.


Voorbeelden van dit orale gedrag: klagen, huilbuien, gaande tot hysterische crisissen, passiviteit (bv. niets zeggen, of antwoorden, "ik weet het niet"), zijn mislukkingen goedpraten door te zeggen "ik kan dat toch niet" en er eventueel dwaas mee lachen, zich onttrekken aan plichten en taken door het gebruikmaken van ziekten en ongemakken, flauwvallen, zenuwachtig worden, paniekreacties, mislukkende zelfmoordpogingen, enz.


De pathologische zijnsvormen


Deze psychiatrische gedragsvormen hebben dit gemeen, dat aan de grondslag ervan fantasmen liggen van machteloosheid en overgeleverd-zijn aan sterke factoren buiten zich of vanuit de diepere, onbeïnvloedbare lagen van het eigen zielenleven. Het is een sterke verdringing van de eigen noden en verlangens die als onbereikbaar worden geacht.


Hysterie

Het klassiek voorbeeld van de pathologische orale zijnsvorm is de hysterie. Deze soort patiënten wordt gekenmerkt door hun onvermogen om psychische frustraties en zware stress op een adequate, psychische manier te verwerken. Daarnaast worden wij getroffen door hun versterkt vermogen om deze onverwerkte conflicten en emotionele spanningen om te zetten in lichamelijke symptomen. Dit kan gaan van emotionele aanvallen tot volledige verlammingen van ganse ledematen.


Hysterie wordt door enkele typische nevenverschijnselen gekenmerkt. Vooreerst vertoont de patiënt een belle indifférence ten opzichte van zijn symptomen, d.w.z. dat hij blijkbaar niet afziet van de schijnbare ernst van zijn handicap. Vervolgens kloppen de fenomenen vrijwel nooit met de vereisten van de neurologie. Een gebied van verlamming of van gevoelloosheid valt praktisch nooit samen met een anatomisch bezenuwingsgebied, maar meer met functionele, psychologisch herkenbare eenheden, zoals een hand, een arm, e.d.


Hysterie kwam in de negentiende eeuw en in de eerste helft van de twintigste eeuw meer voor. Thans is het praktisch verdwenen, althans in West-Europa. Het komt nog wel veel voor in Noord-Afrika. Er is dus duidelijk een culturele factor in het spel. Het lijkt erop dat hysterie gemakkelijker vóórkomt in culturen waar de wetenschappelijke geneeskunde reeds haar intrede heeft gedaan, maar waar de algemene ontwikkeling van brede lagen van de bevolking nog niet zover gevorderd is dat men hysterie gemakkelijk als een onechte medische kwaal herkent.


Masochisme

Hierbij voelt de persoon zich goed in een rol van ondergeschikte waarmee weinig of geen rekening wordt gehouden. Morele pijn wordt uitstekend verdragen. In probleemsituaties overweegt vaak een houding van zelfopoffering. Enerzijds komt dit gedragspatroon goed overeen met de orale fantasmen, anderzijds zijn er de belonende fantasmen van onthechte liefde, zelfopoffering, onbaatzuchtigheid. Dit karakter treft men vaak aan bij de vrouwelijke partner van een zeer fallische of sadistische man, die ze trouwens onbewust zal opzoeken.


De depressieve neurose

Dit gedragspatroon lijkt op het eerste gezicht goed op een depressie. Zowel de betrokkene als zijn naaste omgeving zullen deze dan ook zo benoemen en aanpakken. Nochtans is het geen echte depressie, geen eigenlijke stemmingsstoornis. Het is veeleer een manier van denken, een persoonlijkheidstype geworden. De betrokkenen heeft als het ware van een nood een deugd gemaakt. Door een langdurige en schijnbaar ongeneeslijke depressie, die hij eerst vruchteloos bestreed, is hij er uiteindelijk toe gekomen sommige voordelen van dit depressief-zijn te gaan appreciëren. Deze voordelen mogen schaars en bedenkelijk lijken voor iemand die niet depressief is, voor de chronisch gedeprimeerde zijn ze echter niet te versmaden: het is een onweerlegbare manier om aandacht te krijgen, en een geldig excuus om zich van tal aan onaangename verplichtingen te onttrekken. Deze depressieve neurosen reageren dan ook weinig tot niet op antidepressiva. Dit zijn medicamenten waarmee een echte stemmingsdepressie doorgaans in 2 à 3 weken opklaart.


De fobieën

Een fobie is een overdreven vrees voor een bepaalde situatie die theoretisch wel enig potentieel gevaar inhoudt, maar waar de meeste mensen weinig tot geen moeite mee hebben. Bekende voorbeelden zijn straatfobie (pleinvrees), sociofobie of de vrees om onder de mensen te komen, claustrofobie, fobie voor bepaalde dieren (honden, spinnen), fobieën voor auto's, boten, vliegtuigen, messen, besmetting, enz.


Net als de depressieve neurose zijn fobische neurosen niet echt wat ze lijken. Ze zijn meestal niet ontstaan door reële beangstigende ervaringen zoals een auto-ongeval, maar ontstaan meer sluipend. Er is een wanverhouding tussen het reële gevaar, de objectieve traumatiserende ervaringen, en de omvang van de vrees. De verklaring moet dan ook veel meer gezocht worden in psychische, fantasmatische processen, die een aannemelijke bescherming zoeken voor bepaalde dieper liggende, psychische angsten, en deze projecteren in bepaalde situaties. Fobieën ontstaan trouwens meestal in de beginfase van een depressie, en zijn in den beginne zeer gevoelig voor het effect van antidepressiva. Later gaan ze een eigen leven leiden, worden ongevoelig voor antidepressiva, maar daarentegen gevoeliger voor gedragstherapie en andere vormen van psychotherapie.


3. De anti-aanpassing (anale neuroses)


Principe


Dit is een krampachtige poging om de eigen behoeften te realiseren, waarbij men eerder streeft naar het bestrijden van de invloed van anderen, dan naar het opbouwen van zijn eigen creatieve realisaties. Op een achterdochtige en kleingeestige manier redeneert men aldus: "als ik mezelf niet kan zijn, dan ligt dit aan de anderen. De eerste voorwaarde om mezelf te zijn is dus de anderen bestrijden". Velen maken zo'n evolutie door tijdens de puberteit, of na een fase van intense (soms zelfs positieve) beïnvloeding, bv. psychotherapie, een overbeschermende vriend. Deze houding, als ze tot in het extreme doorgevoerd wordt, leidt tot ziekelijke achterdocht, het verbreken van allerlei banden en het eindeloos aanklagen van zogenaamde onrechtvaardigheden. Doch deze levensstijl kan ook op een meer vermomde manier verlopen, waarbij men handig die situaties tracht te vermijden waarin men zou beïnvloed kunnen worden. Ze kiezen dan bv. bij voorkeur zwakke partners, of blijven sterke persoonlijkheden opzoeken, aan wie ze discreet laten voelen dat zij machteloos staan ten opzichte van hen.


Het nadeel van deze levenswijze is, dat men meestal niet zijn eigen behoeften realiseert, maar het omgekeerde van de eisen of verlangens die anderen aan ons stellen.


Het materiële succes, en de (gedeeltelijke) waardering van hun oversten werkt bekrachtigend op dit gedragspatroon. De fantasmen en rationalisaties hebben als thema: een gevoel van macht, de afwezigheid van wanorde, die teveel aanpassing zou vergen en daardoor beangstigend overkomen. Verder wordt dit gedragspatroon ondersteund door idealen van degelijkheid, rechtvaardigheid, plichtbewust functioneren.


De kinderlijke zijnsvorm


Deze treedt op tussen leeftijd van 2 à 4 jaar. Het kind vertoonde tot nog toe, althans binnen zekere grenzen, een grote inschikkelijkheid en bereidwilligheid om de instructies van de ouders in te volgen. Er waren in het algemeen weinig tekenen van eigen, afwijkende initiatieven of tegenstand. Vanaf een bepaalde leeftijd echter merkt men steeds vaker tekenen van verzet op, eerst kleine, later steeds duidelijk opstandige. Het kind is het blijkbaar beu om zich altijd te schikken naar de verwachtingen van de omgeving. Het wil eindelijk eens zichzelf zijn, maar vermits men nog niet zeer beslagen is beperkt men zich tot de simpelste en minst veeleisende vorm van anderszijn, namelijk zich verzetten tegen de uitgesproken verwachtingen en bevelen.


Vermits één der eerste conflicten die kunnen gewonnen worden door het kind zich vaak (althans volgens de observaties van Freud) rondom de pot afspelen (moeder: "je moet op de pot je behoeften doen" - het kind: "neen, ik wil niet" - de moeder staat machteloos), spreekt Freud van anale karaktertrekken.


Deze verzetsfase herhaalt zich nog eens tijdens de puberteit, als het kind zich, thans op hoger niveau, tracht los te maken van de beperkingen en moraliserende richtlijnen van de wereld der opvoeders ?de ouders, de leraars en de andere significante volwassenen.


De volwassen zijnsvorm


Bij deze zijnsvorm, die men ook het anale karakter of de anale karakterneurose noemt, valt het op dat de persoon de omgeving tracht te beheersen en te controleren. Hiervoor zal hij zijn macht, desnoods op harde en pijnlijke wijze laten voelen. Ook de zelfcontrole is erg belangrijk.

Alles in het oog houden, moeilijk afstand doen van verantwoordelijkheid, geen vertrouwen hebben in medemens, voorzorgen nemen voor later, gierigheid, straffen en harde maatregelen treffen, orde en regelmaat nastreven, strengheid betrachten.

Deze anale karaktertrekken uiten zich langs enkele typische wegen:


Paranoïde karakterneurose

Hierbij hebben we vooreerst de expansieve vorm: de persoon houdt zich met alles en iedereen bezig, is een moeial, een hardnekkige strijder voor orde en recht. Hij reclameert, berispt anderen, komt ongevraagd tussen, schrijft protestbrieven ,enz.

Verder is er de sensitieve vorm: hierbij denkt de persoon voortdurend dat alles wat er rondom hem gebeurt betrekking heeft op hem, dat de mensen van slechte wil zijn, over hem spreken, tegen hem zijn.


Obsessionele karakterneurose

Deze is gekenmerkt door een overdreven zin voor orde en regelmaat, vele vaste gewoontes, zin voor het detail, onbehaaglijkheid bij slordigheid. Zulke personen zijn uiteraard de ideale lagere bediende en controleur. De te ingewikkelde taak echter veroorzaakt snel angst en decompensatie.


Sadistische karakterneurose

Deze personen houden bijzonder van harde maatregelen, van pijnlijke rechtvaardigheid, wettelijkheid en organisatie.


Oppositionele karakterneurose

Het verzet staat hier centraal, d.w.z. een fantasmatische zelfrealisatie die zich hoofdzakelijk beperkt tot de neen-attitude.


De pathologische zijnsvorm


Deze worden gekenmerkt door een overdreven manier om te proberen controleren. Deze manier is zodanig overdreven dat ze onefficiënt wordt, en heeft dus enkel maar een fantasmatische waarde. Objectief ziet ,men inderdaad niets dat die personen dichte bij hun doel -efficiënte controle- zou brengen, integendeel.


De obsessies

Ook geheten: OCD (Obsessive-Compulsive Disorder)

Men maakt onderscheid tussen obsessioneel denken en obsessioneel handelen, hoewel beide zijnsvormen vaak samen kunnen gaan. Het aspect "obsessioneel" slaat op de gedachtengang, het aspect "compulsief" op het gedrag.


Obsessioneel betekent dat het je niet loslaat, ook niet als je dat eigenlijk zou willen. Deze pathologische gedachtenvorm is vrij frequent. Het kan een pathologie op zichzelf zijn, hoewel men meer en meer de indruk heeft dat het een probleem is dat voortspruit uit andere, onderliggende pathologieën: vooral depressie en beginnende psychosen. In deze gevallen verdwijnt het probleem met het behandelen van de depressie of de beginnende psychose. Er zijn ook behandelingen die tegen het symptoom zelf gericht zijn, zoals gedachtenstop, bewust afleiden van de obsessie, enz.


Compulsief betekent dat er schijnbaar een andere kracht in jou zit: je tracht je er wel tegen te verzetten, maar het lukt niet echt. De persoon stelt voortdurend nutteloos gedrag, dat soms een symbolische waarde kan hebben omdat het op zichzelf volledig inefficiënt gaan worden is. Men spreekt dan van een ritueel. Voorbeelden: een kamer/huis/stad enkel durven verlaten langs de weg dat men erin gekomen is, bepaalde plekken onderweg aanraken/ vermijden, bepaalde gebaren maken (bijna een soort "tics"), enz.


4. De super-aanpassing (fallische neuroses)


Principe


Deze personen hebben het leven en zijn regels en waardenschalen helemaal aanvaard zoals het is, en trachten er op een succesvolle manier in uit te munten. Typische voorbeelden zijn: de geslaagde zakenman, de sportman, de filmster, de universiteitsprof. Bij deze mensen is er echter vaak weinig of geen plaats voor creativiteit omdat dit zou leiden tot moeizame inspanningen of zelfs conflicten. Die afwezigheid van creativiteit maakt hun leven soms superbanaal. Zij geloven trouwens niet dat er veel aan lijden, armoede, agressie in de wereld kan veranderd worden, en hierin krijgen zij overigens meestal gelijk door de statistieken, die schijnen te bevestigen dat de meeste mensen wel zullen blijven zoals ze altijd geweest zijn. Als deze mensen succes hebben tot in het extreme, bv. rijke filmsterren, dan komen zij vaak tot de conclusie dat zij, ondanks het feit dat zij alles hebben wat zij ooit gewenst hebben, nog steeds niet gelukkig zijn; zij trekken daar dan het besluit uit dat geluk niet mogelijk is, en komen soms tot zelfmoord.


De kinderlijke zijnsvorm


De fallische fase situeert zich bij het kind tussen 4 en 6 jaar, om terug te komen tegen het einde van de puberteit. Tijdens deze fasen is de jongere bewust van zijn waarde, althans op bepaalde gebieden waarop hij zich sterk voelt, en aarzelt niet om deze kwaliteiten ten toon te spreiden en aan te wenden. Als het moet wil hij zelfs meer aandacht geven aan de schijn dan aan het wezenlijke, en hier en daar zelfs liegen of opscheppen.


De volwassen zijnsvormen

Bij de man spreekt men eerder van fallisch-narcistisch, bij de vrouw van genitaal-hysterisch, omdat beide vormen een beetje verschil tonen in hun basisattitudes.


FALLISCH-NARCISTISCHE KARAKTERNEUROSE


Bepaling

Dit is een karakterneurose waarbij de persoon graag zijn kwaliteiten (en o.a. zijn lichaam) laat uitblinken.<


Gedrag

Luid spreken, vele sociale contacten, vaak over zichzelf en zijn mening praten, geen "complexen" hebben. Men treft dit karakter vaak aan bij filmsterren, tv- en toneelspelers, politici, sportkampioenen, succesvolle zakenlui, enz.


Soms wordt de manier waarop alles wordt georganiseerd zowel door de betrokkene als door de omgeving als geslaagd beschouwd. Er schijnt niets te ontbreken. Wie meer van dichterbij kijkt merkt dan toch dat bepaalde hogere menselijke waarden, zoals tederheid, het gevoel zich in te zetten voor het geluk der anderen, constructieve (dus niet enkel lucratieve) creativiteit ontbreken. Doch dit wordt handig verhuld, ook voor zichzelf, met schoonheid en weelde die weliswaar door anderen is geproduceerd maar gekocht of verworven is. Men spreekt dan van een succesneurose.

Overigens is de afstand van een reële integratie veel kleiner dan bij de overige neurotische levensvormen, zelfs dan de anale, die nochtans op een zelfde hoogte staat in het schema. Het vraagt immers minder moeite om over te nemen wat anderen reeds hebben gerealiseerd dan om alles zelf te produceren.


Instandhoudende factoren

Dit gedrag is zo standvastig omdat het beantwoordt aan zeer fundamentele tendensen in ons (nl. ons streven naar waardering). De mislukkingen en afkeuringen waartoe dit gedrag leidt worden vlot geïnterpreteerd als jaloersheid en onbekwaamheid der omgeving. Anderzijds zijn er steeds weer nieuwe kandidaten die deze levenswijze, terwille van bepaalde voordelen bekrachtigen, door gevlei  van de fallische behoeften.


GENITAAL-HYSTERISCHE KARAKTERNEUROSE


Bepaling

Dit is een karakterneurose waarbij iemand door vriendelijkheid, geraffineerde vleierij en soms zelfs erotische signaaltjes (erotomanie) de omgeving tracht te manipuleren.

Opmerking: in feite is het een mengeling van fallische karaktertrekken (enorme ingenomenheid met zichzelf, en dit laten merken) en hysterische: het genitale gedrag wordt voorgewend.

Deze karakterneurose komt in onze cultuur vaker voor bij vrouwen. Van nature uit, en hierin ondersteund door de cultuur, zal de vrouw meer via manipulatie bepaalde voordelen en voordelige situaties trachten te bereiken, dan door ze zelf te produceren. Zo is er bijvoorbeeld een veel grotere discrepantie tussen het studieniveau en de maatschappelijke stand bij vrouwen dan bij mannen. De meeste vrouwen leven op het maatschappelijk niveau van hun echtgenoot. Mannen zoeken trouwens eerder vrouwen die hen bewonderen, en verdragen, gemiddeld gesproken, minder goed vrouwen die met hen concurrentieel (zouden kunnen) zijn. Onze socio-familiale cultuur stimuleert vrouwen ook minder tot intellectuele en professionele prestaties dan mannen, wat overigens niet steeds een voordeel is, maar anderzijds toch voor gevolg heeft dat vele vrouwen (soms onderbewust) een terechte discrepantie ondervinden tussen wat zij aan zouden kunnen en wat zij in praktijk maar realiseren. In de mate dat zij dit aanvoelen kunnen zij daar heel ongelukkig door zijn, en gevoelens ervaren van onvoldaanheid, faalangst en minderwaardigheid.


Ook op erotisch gebied zal de vrouw op indirecte manier trachten uit te lokken wat zij begeert, terwijl de man (vaak geïnduceerd door een vrouw) eerder de herkenbare stappen en bepalende initiatieven zal nemen. Het is nu niet de plaats om daar op in te gaan. Er zijn de laatste tijd heel goede boeken verschenen over dit thema (o.a. Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus, van John Gray (1992).


Gedrag

Het contact met een genitaal-hysterische persoonlijkheid verloopt typisch in twee fasen:

  • in de manipulatiefase toont de persoon op narcistische wijze hoe waardevol (schoon, knap, begeerlijk, rijk, enz.) zij is, en vervolgens toont zij zich vriendelijk en vleiend, waardoor de andere, erg gestreeld door de geboden mogelijkheden van succes, de wil van de eerste uitvoert.
  • in de verdedigingsfase, nl. als de tweede persoon op zijn beurt iets zou willen bekomen van de eerste, of te weinig rekening gaat houden met de eerste, of er wil gaan van profiteren (bv. seksueel contact), dan reageert de eerste soms op hatelijk spottende wijze, soms negerend: de tweede persoon krijgt een "koude douche", een "blauwtje". De verdedigingsfase zal zich dan eerder als een verwerpingsfase manifesteren.

Typisch voor deze karakterstructuur is ook de neiging zichzelf eenzijdig te ontslaan van gemaakte afspraken. Wat ook het (relationeel) engagement weze, deze vrouwen hebben sterk de neiging, als dit engagement hen te zwaar lijkt te worden, om eenzijdig en op weinig bespreekbare manier hun gemaakte afspraken op te zeggen. Als argument gebruiken ze vaak emoties, zoals "er niet meer achter staan", "het niet zien zitten", "het emotioneel niet aankunnen", "helaas niets meer voelen voor de andere". Vaak ook zijn deze argumenten schuldinducerend ingekleed: niet alleen verbreken ze eenzijdig de afspraken, maar ze voegen eraan toe "dat de andere hen niet/te weinig begrijpt", "dat de andere teveel verwacht van hen", "dat de andere enkel aan zichzelf denkt", "dat de andere niet accepteert dat ze vrij/zelfstandig/zichzelf zijn".

Een andere manier is de "saboterende": door verzet, emotionele scènes, en allerlei dreigementen dwingt zij de partner rekening te houden met haar. In feite is de tweede fase een anale regressie.


Factoren

Het genitaal-hysterisch gedrag verbergt dus in feite een grote onzekerheid, die verborgen wordt door narcistisch en soms oraal gedrag. Anderzijds ontvlucht de persoon situaties waarin zij haar kwaliteiten echt zou moeten bewijzen (bv. seksueel contact, beslissingen nemen in beroep en gezin).


De pathologische zijnsvorm


Merkwaardig genoeg is er voor fallische zijnswijze geen opvallende pathologie aanwezig. Het narcisme wordt wel als pathologie vermeld, maar het probleem betreft hier veeleer het primair narcisme, d.w.z. het fundamentele zelfvertrouwen, dan het secundair narcisme, d.w.z. het sociale zelfvertrouwen. Het is dus eerder een prepsychotische pathologie dan een neurotische.


Dat er zo weinig narcistische pathologieën bestaan wordt enerzijds verklaard door de hoge graad van integratie in onze samenleving bij narcistische personen. Anderzijds is onze cultuur nog in grote mate als neurotisch te bestempelen, zodat de fallische personen er niet te erg in afsteken. In een mooimenselijke cultuur, waar de reële waarden actief beleefd zouden worden, zouden fallische personen door hun egocentrisme, hun materialisme, hun diepe angsten en remmingen, en hun gebrek aan authenticiteit uiteraard erg opvallen. Anderzijds is het zo dat fallische persoonlijkheden uiteraard hun nood aan psychotherapeutische hulp maar laattijdig herkennen. Orale personen komen graag in een afhankelijke relatie met de therapeut, en herkennen vlot hun onvermogen, eigenlijk iets te vlot. Anale persoonlijkheden daarentegen willen wel graag wat hulp in hun pogingen om hun levenssituatie te domineren, als die hulpverlener uiteraard niet te veel een leidende attitude aanneemt in plaats van die van een deskundige raadgever. Fallische persoonlijkheden zullen maar in therapie komen als zij, door de consequenties van hun gedrag in moeilijkheden komen.

Bv. een mooie vrouw die zich wist in te werken in een relatie met een socio-professioneel goed geslaagde man, maar l op de achtergrond komt als later jongere aantrekkelijke vrouwen met die man hetzelfde spel gaan spelen. Of een aantrekkelijke vrouw die net iets teveel gebruik maakte van haar verwerpingsvermogen, en uiteindelijk, na een reeks relationele mislukkingen, depressief wordt.


3-4. De niet-aangepasten (psychopathie): de pseudo-integratie


Principe


Een andere methode om het fundamenteel conflict te overwinnen tussen onze eigen strevingen en de verwachtingen vanuit de realiteit is beide tendensen gedeeltelijk te verdringen, in plaats van slechts één van beide zoals in de neurose gebeurt. Op die manier ontstaat niet dat beangstigende onevenwicht dat kenmerkend is voor de psychose en de neurosen. De persoon voelt zich dan subjectief zelfs vrij goed.


Men noemt deze zijnswijze in Europa de psychopathie, terwijl de Amerikanen het eerder hebben over sociopathie. Het is veelzeggend voor de Amerikaanse cultuur dat de sociaal niet storende psychopathie niet aangevoeld wordt als een probleem.


Bij psychopathie zou men kunnen spreken van een relatieve integratie, ware het niet dat er zoveel verdrongen is. Doch nogmaals, niet de betrokkene lijdt daaronder, maar eerder de omgeving. Door het feit dat (de verdrongen) argumenten als materiële en emotionele verfijning weinig rol spelen voor dergelijke personen, hebben ze ook weinig of geen last van menselijk opzicht. Er is dus een zwakke gewetensfunctie, en ze overschrijden dan ook gemakkelijk de grenzen die anderen uit schrik of menselijk opzicht niet durven overschrijden.


Al naargelang het niveau waarop deze persoon geraakt is hij meer of minder storend voor de omgeving. De primitiefste vormen treft men aan bij gangsters en allerlei soort maatschappelijke randfiguren. De hogere vormen van deze karakterstructuur treft men aan bij kunstenaars, stuntlui, politici.


De kinderlijke zijnsvorm


Een volledig psychopathisch karakter bij kinderen is zeldzaam. Het komt zowel voor in een pedagogische sfeer waar men te weinig straft, als in een sfeer waar teveel gestraft wordt. In de eerste situatie krijgt het opgroeiende kind al gauw het gevoel dat alles mogelijk is, dat er dus geen grenzen bestaan. In de tweede situatie leert het kind zich onbewust afschermen tegen straf omdat het er toch niet in slaagt deze te voorkomen. Verder spelen aangeboren factoren een grote rol, zoals zuurstofgebrek rond de geboorte, bepaalde partiële vormen van epilepsie, enz.

Men zegt daarom dat een kind psychopathiseert, dus niet dat het psychopaat is. Er is dus nog steeds ergens een neurotische kern aanwezig, waarop de opvoeders of therapeuten kunnen inspelen om de gevoeligheid voor mooimenselijke relaties (en dus ook voor menselijk opzicht) weer te doen toenemen.


De volwassen zijnsvorm


In de niet-pathologische vormen treft men psychopathische denkstructuren aan bij mensen die in staat zijn risico's te nemen waar anderen voor terugdeinzen uit menselijk opzicht of uit gewone voorzichtigheid. Vaak is er een vrij grote integratie opgetreden met de gebruikelijke leef- en beroepsvormen. Men vindt deze dan ook vaker terug in die beroepen waar er een groot sociaal of fysisch risico gelopen wordt, zoals in militaire en politieke kringen, gevaarlijke beroepen zoals stuntlui en gevaarlijke sporten.


De pathologische zijnsvorm


Zoals gezegd is deze zijnsvorm eigenlijk zelden storend voor de betrokkene, die er "volledig" in geslaagd is datgene wat hij mist te verdringen, en datgene wat hij wil te realiseren. Het probleem is de omgeving die eronder lijdt. Deze storende vorm van psychopathie treft men aan bij misdadigers, huurlingen, primitieve dictators, prostituees, pooiers, drugstrafikanten, enz.


OPMERKING

Deze vijf vormen van niet-optimaal functioneren mogen niet simplistisch geïnterpreteerd worden. Het gebeurt namelijk maar zelden dat iemand volledig in één enkele uitschieter zit. Gewoonlijk is het zo dat hij voor bepaalde gebieden van zijn leven in de ene situatie zit, en voor andere gebieden in een andere. Iedereen kent wel een reeks domeinen waarbinnen hij ook vrij goed functioneert. De beschrijving geeft dus een indeling van zijnswijzen, geen indeling van personen.


5. Integratie: de echte zelfrealisatie

De hoogste vorm van zelfrealisatie vindt men dus terug bij hen die erin slaagden hun strevingen in hoge mate met elkaar te integreren, en met de niet onbeperkte mogelijkheden waarin wij ons bevinden. De conflicten zijn in hoge mate opgelost, op een creatieve manier. Niet enkel is daar de vreugde van de gevonden oplossingen, het creatief proces is op zichzelf een boeiende uitdaging. Daarenboven is het een proces dat steeds nieuwe openingen maakt in de muren rondom ons, waardoor de uitdagingen en integratiemogelijkheden steeds weer terugkomen.


Aan de top van de boom der zijnswijzen zijn de grenzen open gelaten. We kunnen op dit ogenblik nog niet op volledig bevredigende wijze zeggen wat de volledige integratie is van onze strevingen en de beperkende mogelijkheden die onze levenssituatie ons biedt. Niemand is dit evolutieproces al volledig doorlopen. Trouwens, optimaal functioneren veronderstelt ook een milieu waarin men dit kan. Anders is men veel te kwetsbaar. Zoals een delicate plant maar kan gedijen in uitzonderlijke omstandigheden, zo kan men niet gewoon optimaal functioneren in een samenleving die ons bedreigt, niet om ons bekommerd is (tenzij in ons rendement als verbruiker en belastingbetaler). Om een voorbeeld te nemen: optimaal functioneren veronderstelt een grenzeloos vertrouwen in de medemens, die ook verondersteld is om optimaal te functioneren. Strikt genomen is het sluiten van voor- en achterdeur een neurotische trek van paranoïde aard. Maar wie dit niet doet komt al snel bedrogen uit. Tot het begrip optimaal functioneren in een niet-optimaal milieu behoren dus helaas een reeks zelfverdedigende persoonlijkheidstrekken, die op zichzelf weer voor anderen de oorzaak zijn dat zij hun leefmilieu als niet-optimaal ervaren...


Anderzijds zal wel niemand volledig gelukkig kunnen zijn. Want tegenslagen en ongelukken zijn in zekere zin nog onvermijdelijk, en wij steven allen uiteindelijk af op de individuele dood, die voor elk van ons te vroeg en te pijnlijk zal zijn, en ook mensen rondom ons ongelukkig zal maken. Zeker, er is de goed gefundeerde hypothese van een gelukkig en eeuwig leven in het hiernamaals, maar ook zij die deze hypothese aankleven gaan door een duistere en pijnlijke gang.


Doch velen slagen er zelfs niet in om dit leven een behoorlijke integratie te bereiken, bv. op relationeel gebied. Het aantal scheidingen is vandaag de dag groter dan het aantal huwelijken, en zelfs bij hen die samen blijven bestaat er veel onbevredigdheid en pijnlijke spanning. Integreren is namelijk maar mogelijk als dit min of meer bewust gebeurt. Nu leven wij precies in een denkcultuur waar bewust werken aan zichzelf als overbodig, zoniet onmogelijk wordt beschouwd. Werken aan zichzelf veronderstelt trouwens een toegeven dat de zaken beter zouden kunnen, en dat dit hoofdzakelijk aan ons ligt. Deze stelling is echter weinig populair, en ondergraaft de troostende mythe dat het leven een kwestie van chance is.

Met deze uitvoerige beschrijving van de verschillende persoonlijkheidstypes werd gepoogd uit te leggen dat, voor het diepste in ons, integreren het essentieelste proces is. De verschillende problematische zijnswijzen kunnen beschouwd worden als even zovele vormen van niet-integreren, waarbij men gemakshalve gepoogd heeft om iets te realiseren, maar datgene wat teveel moeite vroeg om aan te pakken, gemakkelijkheidshalve verdrong.


Opmerkingen


Over bovenstaande 5 fasen van de persoonlijkheid die Freud beschreven heeft, zijn er soms uiteenlopende interpretaties, andere volgorden, andere leeftijdsgrenzen, enz. U bent dus gewaarschuwd tegen dat er andere, minder integratieve wetenschappers of clinici met u discussiëren.


- vooreerst wordt de eerste fase, de symbiotische, vaak gewoon overgeslagen. Men spreekt dan van 4 fasen, ipv 5: 1 = oraal, 2= anaal, enz.

- soms wordt de symbiotische als een onderdeel van de orale fase gezien, en wordt soms zelfs opgesplitst in een autistische en een symbiotische fase.

- sommigen zien de sadistische fase als een stuk van de orale (omdat het kind agressief bijt met de mond), en niet asl een kenmerk van het anaal-agressieve.

- vaak verwarren auteurs fallisch en genitaal. Fallos (Gr.) en genitalia (Lat.) verwijzen inderdaad beide naar het mannelijk geslachtsorgaan.

- sommige auteurs schrappen de fallische fase, en spreken dan van een (pre-)genitale.

- de oedipale fase wordt ongeveer overal gezet. Soms tussen oraal en anaal (waar ze o.i. thuishoort, het is immers de fase van beginnend verzet tegen orale overafhankelijkheid, en mondt dus uit in echt anaal verzet), soms echter tussen anaal en fallisch, soms zelfs na de fallische fase.

- soms wordt oedipale fase gewoon als synoniem gezien voor fallische fase.

- de genitale fase wordt soms tussen 12-18j geplaatst, wat Freud de puberteit noemde. Men interpreteert dan "genitaal gewoon als "seksontwikkeling", en vergeet de mooie symboliek van reciprook gelukkig maken die Freud erin gelegd heeft.

- Soms wordt de "latentiefase" als een volwaardige ontwikkelingsfase gezien. Freud zegde gewoon dat er in deze fase "niets" gebeurde. Is latentiefase een echte fase, dan heeft men er weer 5...

- Later heeft men ingezien dat in de zgn. latentiefase en later in de puberteit de evolutie weer gewoon herbegint met een orale fase (alles aanvaarden), verzetsfase, enz., maar nu niet meer in de schoot van het gezin, maar in de eerste bredere leefgemeenschap, namelijk de school. Later, zowel in de relatie als in de werksituatie, zal het individu deze fases nogmaals doorlopen. De puberteit blijkt dan eigenlijk een verzetsfase in een grotere leefgroep dan de beschutte ouder-kindgroep.

- ook de leeftijdsgrenzen zijn vaak nogal verschillend. Wij zien gemiddeld symbiotisch (0-6m), oraal (6m-2j), anaal (2-4j)), fallisch (4-6j), latent (6-12j), puberteit (12-18j), genitaal (18j-dood). Volgens andere interpretaties begint de anale fase al aan 1 jaar en de fallische aan 3 jaar, de genitale aan 12 jaar, enz.


Je kan een beter beeld krijgen van al deze varianten door een beetje te surfen rond termen als oedipaal, Freud, enz.


Enkele verwante fenomenen


Deze vijf besproken persoonlijkheidsfasen, die beschrijven hoe men het fundamentele levensconflict, de botsing tussen behoeften en realiteit, progressief kan oplossen van kortzichtige keuze naar allesomvattende integratie, doen zich ook op enkele andere levensterreinen voor, namelijk

  1. het rouwproces
  2. de sociale ontwikkelingsfasen


1. Het Rouwproces


Mensen verwerken een groot verlies door typisch enkele stadia te doorlopen. Als niet iedereen al die stadia schijnt te doorlopen, dan is dat omdat men vaak in het rouwproces blijft steken, omdat het verdrongen of gecompenseerd kan worden.

Stadia

  1. negeren van het feit: "het kan niet dat hij dood is", "ik heb de indruk dat hij hier plots nog door zou kunnen komen stappen". analoog aan het psychotisch stadium, d.w.z. de realiteit wordt totaal genegeerd.
  2. men voelt zich droevig, verslagen, machteloos, heeft de indruk dat er nooit niets meer goed zal komen. Analoog aan het oraal stadium.
  3. men gaat in het verzet, is boos op de omstandigheden die het leed hebben uitgelokt of niet goed hebben kunnen vermijden, en soms zelfs op de dode zelf. Analoog aan het anaal stadium.
  4. men voelt zich superieur aan de frustrerende persoon, aan het feit dat het leed heeft uitgelokt. Men is er dan ook niet meer gevoelig voor, hoewel deze houding in het begin wel krampachtig (overcompensatie, bv. bij een handicap) kan zijn. Analoog aan het fallisch stadium.
  5. men heeft de oorzaak of veroorzaker van het leed weer totaal vergeven of verwerkt, en kan er weer gewoon mee omgaan, bv. praten over of lachen met de dode of de handicap, weer normale contacten hebben met de ex-partner die de scheiding begon. Analoog aan het genitaal stadium.

2. Het Sociaal Ontwikkelingsproces


Een groep mensen die samenwerken en/of -leven doorlopen typisch een reeks stadia. Men vindt dit zowel kleinschalig (gezin, vriendenkring) als grootschalig (land, wereld) terug.

Stadia

  1. het stadium van de wanorde (CHAOS), de wet van de sterkste, van de rapste, van de brutaalste, enz. Deze fase is analoog aan de orale fase: men legt zich zonder verzet neer bij de werkelijkheid. In feite zitten de misbruikers, de "sterksten" reeds in de volgende fase, in de mate dat zij een zekere dwang opleggen aan anderen.
  2. De stadia van de onderlinge, externe controle (ETHOS). Hierbij wordt aan de omgeving, aan de groep een zekere orde, een zekere regulering opgedrongen. De groep valt uiteen in de leiders en de massa. Progressief ontstaat er een zekere interactie: de massa gaat zich verzetten en bepaalde beperkingen of zelfs plichten afdwingen van de leiders. Dezen reageren echter zo slim mogelijk om zolang mogelijk hun voorrechten te handhaven. Deze tweede fase verloopt typisch in drie subfasen die geleidelijk in elkaar overgaan, zodat de grenzen niet steeds gemakkelijk kunnen worden aangegeven:
    1. De fase van de fysieke dwang. Het tijdperk van kleine tot grote machthebbers, koningen, maffia, enz. Analoog aan de anale fase. De anti-vorm is de staking.
    2. De fase van de materiële noodzaak. Langzamerhand werden de koningen als machthebbers overvleugeld door financieel sterkere groepen: van de Tempeliers tot het kapitalisme van de eeuw. Een mengeling van verfijnd anaal met brutaal narcistisch.
    3. De fase van de morele, ethische druk: van democratie, persvrijheid tot drukkingsgroepen, macht der media. Hier zijn we in de fallische fase: we spelen met onze eer en zijn bang voor publieke vernedering.
  3. Het stadium van de spontane orde (EROS): integratieve communicatie, synergie, spontane bezorgdheid en verantwoordelijkheid voor de relatie, voor de groep, voor de staat, enz. Geen leding dus, maar spontane coördinatie, synergie. Dit is de genitale fase.

Persoonlijkheidstests

Op deze persoonlijkheidsfenomenen, zoals beschreven door de psychoanalyse, zijn een zeker aantal tests gebaseerd, hoewel niet alle auteurs ervan eerlijk vermelden dat het van Freud afkomstig is, maar graag laten uitschijnen dat zij het zelf bedacht hebben, en er, vooral in Amerika, een duur patent op nemen.

De populairste tests zijn thans de Leary (ook soms onder andere namen verkocht), de MBTI en de Thomas.

1. Leary - Axen

De gemeenschappelijke truc is dat van de 5 fasen van Freud er 4 worden gebruikt, vanaf de orale fase. De psychotische wordt weggelaten omdat die het normale sociale leven geen rol speelt. Men komt dan tot de volgende cirkel



Door enkele tientallen vragen scoort men voor al deze assen en een viertal tussenassen. Deze acht scores laten dan toe een zeker stervormig profiel te tekenen.

De assen verzet/zorg en superieur/inferieur komen niet helemaal overeen met de psychoanalytische graad van integratie. Zo komt het dat in dit schema de superieure piek als de "beste" wordt beschouwd, terwijl in de psychoanalytische visie de genitale piek zonder twijfel de beste is. Daarenboven wordt in dit assenstelsel genitaal niet echt als alles-integrerend beschouwd, maar eerder als de zorgende stijl die men bv. bij moeders en verpleegsters terugvindt.

Ferdinand Cuvelier heeft in zijn Axenroos een analoge indeling gemaakt. Lees het extreem boeiende boek De Stad van Axen.



Het verhaal speelt zich af op een ingebeeld en ommuurd eiland ergens in de onmetelijke oceaan. Hoe dichter men bij de kust woont, hoe extremer men is, hoe dichter bij het centrum hoe normaler. Hij deelt mensen in volgens de roos van Leary, maar de psychose komt niet aan bod. De genitalen wonen in het oosten en daar is ook de haven. De oralen wonen in het zuiden, de analen in het westen en de fallische mensen in het noorden. Een man komt aan in de haven en een gids neemt hem mee door het boek en het verhaal. Je krijgt een heel goed zicht op de verscheidene typen in het boek. Het bevat ook 32 verzen. Verder hoorde ik in de manier waarop Kris over Ferdinand sprak veel respect, en liefde voor de man.Hiij noemde hem dan ook een vaderfiguur.


2. Thomas


Ook in deze test worden vier tendensen gemeten, maar het zijn de 4 tussenschalen niet de 4 hoofdschalen. Deze schalen zijn DISC: Dominance, Influence, Support en Compliance. Daarenboven wordt in de testvragen onderscheid gemaakt tussen functioneren in rustige situaties en in stresssituaties. De "echte" persoonlijkheid zit daar ergens tussen.



3. De Myers/Briggs Type Indicator (MBTI) - Keirsey Temperament Sorter

Hierbij worden een viertal assen onderscheiden, met elk twee polen. Op die manier kan men 16 types combineren.

De algemene houding tov de werkelijkheid
  • waarneming:  S observerend,  sensing -  N intuìtief
  • aanpakvoorzichtig, perceiving -  J organiserend, judging

De houding t.o.v. de medemens
  • waarnemingExtravert - Introvert
  • aanpakF vriendelijk, feeling - rigide, thinking

De MBTI geeft 16 types van lettercombinaties, bv. ENTP, ISFJ
Keirsey geeft 16 socioprofessionele functies (provider ESFJ, supervider ESTJ, protector ISFJ, inspector ISTJ, enz.) die hij daarenboven groepeert in 4 groepenGuardian (SJ), Artisan (SP), Idealist (NF), en Rational (NT).
   
Download Jan Vertriests Powerpointpresentatie over Temperamentenleer en MBTI, 8 Mb.
Dan zijn er nog de verbanden tussen temperament en neurotransmitter, vastgesteld door de onderzoeker Cloninger. Dit is stof voor de hogere jaren.

4. ENNEAGRAM

(volgt)