4000-4999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

4550 Behoeften en verlangens


 

BEHOEFTEN EN VERLANGENS

                                        

 

Bepaling


Mens (en dier) vertonen voortdurend een gedrag (en een denkgedrag) dat ernaar gericht is om bepaalde situaties te realiseren. We gebruiken de naam strevingen om deze motivaties en gerichte energieën aan te geven. Een streving is dus alles wat ons aanzet tot aktie. De behoeften zijn de diepste strevingen, die echter vaag en algemeen zijn (bv honger, nood aan bevestiging), en vaak zelfs onbewust. Ze worden in onze geest omgezet tot concrete verlangens die heel bewust en realiseerbaar zijn (bv frietjes, een goede indruk maken op collega Jan).

 

De hersenen zijn gewoon zo geprogrammeerd dat we onze behoeften moeten realiseren. Er komt energie en een inwendige onrust vrij, telkens een behoefte te lang of te sterk onbevredigd is. Ook is er een voortdurend leerproces bezig waardoor we de neiging hebben om activiteiten en contacten die in het verleden leidden tot aangename gevolgen frequenter te gaan stellen, en activiteiten, situaties of contacten die leidden tot onaangename ervaringen te vermijden.


Algemene beschrijving

 

Effect


Als behoeften, onder hun concrete vorm van verlangens, bevredigd worden, voelen we ons goed en gelukkig, verbetert ons fundamenteel zelfvertrouwen, wordt onze stemming stabieler. Als anderzijds onze strevingen mislukken of verhinderd worden, dan voelen we ons gefrustreerd,  neemt  ons fundamenteel zelfvertrouwen langzamerhand af, en ontstaan er mettertijd allerlei klachten zoals neurovegetatieve (stress) en psychosomatische stoornissen, en uiteindelijk dysthymie en depressie. Uiteindelijk ontstaan er neurosen en psychosen, die kunnen gezien worden als pogingen tot noodbevrediging van onze behoeften. Een psychotisch persoon kan de moeilijke werkelijkheid niet aan en leeft enkel in zijn verbeelding waar zijn behoeften  wel bevredigd worden.

We zouden kunnen zeggen dat de mens nood heeft aan een dagelijkse dosis bevrediging, beneden dewelke bovenstaande symptomen ontstaan. De slaap en vooral de droom, zowel dagdromen als nachtdromen, vormen een mentaal compensatiemechanisme tegen de frustraties. Het onderdrukken van de droom leidt op enkele weken tot depressie.

 

Omdat frustraties zo schadelijk zijn voor ons fundamenteel zelfvertrouwen, worden jonge baby's best zo weinig mogelijk gefrustreerd.

 

Indeling

 

Deze strevingen worden ingedeeld in behoeften en verlangens. Het onderscheid tussen deze beide is een kwestie van conventie.

Met behoeften worden de diepere, algemenere strevingen aangegeven, bv. behoefte aan voedsel en seksuele bevrediging, die grotendeels aangeboren zijn, en universeel, die wij dus delen met alle andere mensen (en vaak met de hogere zoogdieren).

Met verlangens worden de meer concrete en dus oppervlakkiger strevingen aangegeven, zoals zin in chocolade, liefde voor een bepaalde partner. Het is precies daarin dat mensen van elkaar verschillen.


Verband tussen behoeften en verlangens

 
BV-schema

  


Verschillende behoeften kunnen leiden tot hetzelfde verlangen, terwijl bepaalde verlangens ook kunnen leiden tot verschillende behoeftes.

Tussen verlangens en behoeftes zitten tussenbehoeftes en tussenverlangens, we vinden hier dus verschillende niveaus in terug.

Er is geen scherpe grens tussen behoefte en verlangen. Hoe concreter ons streefdoel, hoe meer het een verlangen is; hoe dieper en moeilijker te verwoorden, hoe meer het een behoefte is. Daarenboven is het kenmerkend voor een behoefte, dat ze niet te vervangen is door een andere. Honger gaat niet over door het drinken van water, terwijl men verlangens wel kan omzetten, op voorwaarde dat ze aan dezelfde behoeften beantwoorden. Verlangens kunnen getransformeerd worden in andere verlangens die in dezelfde behoefte bevredigen. Conflicterende verlangens omzetten in minder conflicterende verlangens is het geheim van integratie. De behoeften zijn immers universeel, de verlangens niet.

Een concreet verlangen kan beantwoorden aan verschillende behoeften. Vb. met iemand gaan eten kan aan de volgende behoeften beantwoorden: honger, relatie of vriendschap, dit kan gezien worden als behoeften aan sociale of materiële veiligheid, intimiteit, tederheid, seksualiteit, genieten, smaak enz.

Vrij concrete behoeften kunnen zich verder vertakken in diepere behoeften.

Behoeften kunnen zich op verschillende manieren uiten. vb. de behoefte aan waardering kan zich uiten in het dragen van bepaalde kleren, het goed functioneren in je job enz.

 

Conflicten in behoeften en verlangens

 

De concrete vormen die onze behoeften aannemen in verlangens kunnen soms tegenstrijdig zijn, zowel binnen onszelf (intrapsychisch, bv. rusten of blokken op de vooravond van een examen), als tussen ons en de anderen (bv. interpsychisch, bv. de anderen storen met ons feestlawaai).


Integreren betekent twee (of meer) aan elkaar tegengestelde verlangens vervangen door een ander verlangen, dus de inwendige conflicten oplossen door het verlangen te herformuleren, te transformeren. Deze tegenstrijdige verlangens kunnen zowel binnen onszelf (intra-psychisch) als tussen het ik en de omgeving, de anderen (inter-psychisch) bestaan.


Eén van de grootste taken van ons verstand, geholpen door opvoeding. levenservaring en psychotherapie, bestaat er precies in om onze behoeftes om te zetten in realiseerbare concrete verlangens en anderzijds de spanningen, die tussen verschillende verlangens bestaan, op te lossen.


In een relatie is het bijvoorbeeld interessanter elkaar iets niet gewoonweg verbieden maar er open over te communiceren. Zo kan er geïntegreerd worden door de verlangens te transformeren. Stilzwijgen wreekt zich door verlies van verliefdheid, geheimdoening, depressies... want je kunt niet straffeloos de behoeftes naast je neerleggen.


Men kan stellen dat psychisch evenwicht, psychische gezondheid bestaat in een hoge graad van integratie tussen de verschillende behoeften en verlangens. Psychische en psychiatrische problemen ontstaan als het langdurig niet lukt om belangrijke behoeften en verlangens te realiseren. Eén der oorzaken daarvan kan zijn dat men de strevingsconflicten trachtte op te lossen door één der strevingen te verdringen, dus te kiezen eerder dan door te integreren. Neurosen en psychosen kan men omschrijven als bijna geslaagde keuzes.

 

 

Ontwikkeling der verlangens

 

De ontwikkeling van behoeften tot verlangens is een levenslang leerproces, hoewel bepaalde concrete gedragingen bijna instinctief vastliggen, bv. seksualiteit, de manier hoe we depressief zijn, ons slaapgedrag, enz. De belangrijkste diepe behoeften ontwikkelen zich bij bijna alle mensen op analoge manier, die goed door Freud is beschreven. We komen hierop terug in de beschrijving van van ontwikkeling van de persoonlijkheid en de verschillende stijlen en types van psychisch functioneren.

 

Concrete beschrijving

 

A. Behoeften

 

Omschrijving

 

Behoeften zijn dus diepe streefdoelen in de mens. Omdat ze zo diep zijn, zijn ze in praktijk onvervangbaar. We moeten ze dus bevredigen, en zullen niet rusten tot we dat gedaan hebben. Daarbij kan de ene behoefte de andere niet vervangen. Ook al zijn we er niet bewust van, we moeten ze realiseren.

De behoeften kunnen we echter nooit allemaal realiseren tijdens ons leven. De bevrediging van alle behoeften zou trouwens leiden tot een saai leven.

 

Ik hoop steeds meer te willen realiseren dan ik kan. Michelangelo

 

Bewustzijn van behoeften

Onze diepste behoeften zijn meestal verdrongen naar ons onbewuste en dit om verschillende redenen:

- Er rust in onze cultuur een taboe op het uiten van onze behoeften, daardoor hebben we ook niet geleerd te praten over onze diepere strevingen. Mensen die te bewust zijn van hun behoeften worden als bedreigend ervaren omdat veel van die behoeften niet passen in het beeld dat van onze maatschappij bestaat. Deze taboes leiden tot schuldgevoelens over de eigen behoeften (door de negatieve reacties, schuldinductie) en zelfs tot verdringing van de eigen behoeften (hele goede taboes). Voorbeelden van taboes zijn over lonen praten en er meerdere relaties op na houden.
- Je kan een behoefte niet visualiseren, vb. de behoefte aan tederheid, en ze bovendien moeilijk verwoorden.

Frustraties
We voelen onze behoeften vooral door onze frustraties. Elke frustratie betekent een botsing van de relaaliteit met onze behoeften. Om onze behoeften te leren kennen moeten we onze frustratie durven analyseren.

We moeten onderscheid maken tussen actieve en passieve frustaries. Actieve frustraties zijn situaties die onaangenaam zijn (bv iemand scheldt ons uit, we ondergaan een straf) dus iets negatiefs dat niet had mogen gebeuren. Passieve frustraties zijn aangename zaken die hadden moeten gebeuren, maar die niet gebeurd zijn (bv iemand loopt ons voorbij, iemand die wij belangrijk vinden informneert niet naar ons, een geliefde maakt geen aanstalten om met ons te knuffelen, we komen niet in aanmerking voor promotie). 

De meeste mensen definiëren frutsraties steeds als actieve: er is iets onaangenaams gebeurd. In praktijk zijn passieve frustraties oneindig veel talrijker. Ze kunnen echter niet omschreven worden, er kan geen schuldige voor aangewezen worden, ze kunnen niet bestraft worden, enz.

Ontstaan

 

De ondergrond van alle behoeftes is aangeboren. Sommige van deze aangeboren behoeften kennen wij als dusdanig zeer goed: honger, dorst, enz. Doch andere behoeften erkennen we minder duidelijk omdat ze zich niet direct concreet kunnen uiten: zoals groepsinstinct, vachtcontact, functielust, kosmische integratie.

 

Indeling

De diepste menselijke behoeften kunnen we aldus indelen:


A. De allerdiepste behoeften: dit is ons streven naar geluk, d.w.z. naar een situatie waarin we lichamelijk of geestelijk op een aangename manier geprikkeld worden. Aan deze behoefte wordt over het algemeen het taboe van "egoisme" verbonden (zie verder).

 

B. De tweede diepste behoeften kunnen we indelen in drie groepen:

 

1. De fysiologische behoeften: zoals honger, dorst, slaap, uitscheiding, warmte, geen pijn, vachtcontact (dit is de behoefte om een lichaam te voelen, ook dieren hebben steeds de neiging om zich tegen u aan te vleien. Men deed in dit verband een proefje met aapjes. De aapjes kiezen de zachte pop om zich te nestelen en niet de pop die melk geeft. Als dieren het vachtcontact moeten ontberen dan worden ze agressief).

Een andere fysiologische behoefte is de behoefte aan bescherming die zich uit in een vrees voor open terreinen. Een hond zal zich steeds te slapen leggen tegen een muur, in een hoek en nooit in een open ruimte.

Deze fysiologische behoeften zijn alle aangeboren, ze zijn ook zeer sterk, als ze niet bevredigd worden verdringen ze alle overige. In normale omstandigheden echter zijn ze meestal bevredigd en spelen dus in praktijk weinig of geen rol in het bepalen van ons gedrag.


2. De psychische behoeften waarvan de behoefte aan waardering en succes het belangrijkste is. Op voorwaarde dat de fysiologische behoeften bevredigd zijn, is de behoefte aan waardering de sterkste menselijke behoefte. Ze is in feite gegroeid uit de fysiologische behoeften, doch deze omzetting gebeurt zo vroeg en zo grondig dat ze zeer fundamenteel is. Ze is zo sterk dat zelfs een tijd lang de fysiologische behoeften kan verdringen. In noodsituaties zullen de fysiologische behoeften echter altijd primeren, vb het gevecht om te overleven in een zinkend schip.


3. De seksuele behoeften die in de praktijk bestaan uit elementen van de twee vorige: zowel fysiologische (orgasme, vachtcontact) doch ook de behoefte aan waardering. Theoretisch zou er dus geen reden zijn ze als een onafhankelijke behoefte te beschouwen, doch we doen dit wel, om praktische redenen.

Zoals gezegd spelen de fysiologische behoeften in de dagelijkse praktijk weinig rol. Gemakkelijkheidshalve kunnen we dus zeggen dat er in de mens twee fundamentele behoeften zijn: (1) de behoefte aan waardering en (2) de behoefte aan seksuele bevrediging. Praktisch het ganse menselijke gedrag kan vanuit deze twee streefdoelen verklaard worden.

 

B. Verlangens

 

Omschrijving

 

Verlangens zijn meer oppervlakkige. d.w.z. concrete strevingen. Een verlangen kunnen we ons visueel voorstellen, vermits we er bewust naar streven. Ze kunnen vervangen worden door iets anders, op voorwaarde dat de onderliggende behoeften bevredigd worden

vb. onze honger zal over gaan zowel door het eten van frieten als door het eten van boterhammen.


We kunnen nu onderscheid maken tussen diepe verlangens (of concrete behoeften) en concrete verlangens. De allerconcreetste kunnen sterk verschillen van individu tot individu, en cultuur, leeftijd, sociale klasse, enz. spelen hierbij een rol. We zullen ons hier beperken tot enkele concrete behoeften of diepe verlangens, die elk nog zouden kunnen opgesplitst worden in subtypes en varianten.


Ontstaan der concrete verlangens


Concrete verlangens ontwikkelen zich vanuit de onderliggende, niet-concrete behoeften. Dit proces duurt levenslang. Mensen verschillen veel meer van elkaar door hun verlangens dan door hun behoeften. Hoe dieper men gaat in de analyse van de persoonlijkheid, of in zijn intiem contact met anderen, hoe duidelijker het wordt dat wij sterk op elkaar gelijken.

 

Enkele diepe verlangens of concrete behoeften

 

De hier besproken lijst is dus niet volledig.

 

1. Behoefte aan waardering


Dit is wellicht de diepste psychische behoefte en begint met de behoefte aan aandacht. Zoals we zullen bespreken bij de ontwikkeling van de persoonlijkheid kunnen we waardering omschrijven als de (meestal fantasmatische en irreële) overtuiging dat je voor anderen, of minstens voor enkele significante personen ("E-personen") heel belangrijk bent, dus heel knap op bepaalde gebieden, eigenlijk knapper dan al je potentiële concurrenten.

Waardering voelen we zowel direct als indirect. Direct als andere personen ons mededelen hoe knap ze ons vinden en hoe belangrijk wij voor hen zijn, indirect als we merken dat ze ons nodig hebben, afhankelijk zijn van ons, en dat wij bepaalde zaken beter kunnen dan hen en de anderen,  en hen kunnen helpen en corrigeren. We hebben de behoefte ons beter te voelen dan de anderen.

2. Behoefte aan creativiteit

Creativiteit kunnen we omschrijven als de situatie waarin we volledig onszelf kunnen zijn door autonoom dingen tot stand te brengen (bedenken en realiseren), dus zonder dominante inmenging van anderen. Kunst is slechts één vorm van creativiteit, maar alles wat we in het leven kunnen organiseren, van ons interieur, onze kledij, onze beroepssituatie, reizen en vakantie, sociale organisaties, zijn vormen waarin we creativiteit kunnen beleven.

Rekening moeten houden met de beperkingen en vereisten van de materie waarmee wij creatief zijn, is uiteindelijk niet zo frustrerend, want het is precies zo dat we onze superioriteit kunnen beleven. Maar rekening moeten houden met anderen geeft het frustrerende gevoel dat zij ons domineren, onze autonomie beperken. Wellicht daarom zijn bijna alle creatieve activiteiten solitair. Als anderen moeten meewerken aan de uitvoering ervan (bv. muziek, architectuur) is het ontwerpen van het plan nog steeds iets solitairs.

3. Behoefte aan macht en invloed (territorium, ego)

Hieronder zitten wellicht een reeks instinctieve behoeften.


Vooreerst is er wellicht de allerdiepste instinctieve behoefte van het afbakenen, beheren en verdedigen van een eigen territorium dat bij alle dieren, en zeker bij de zoogdieren, aanwezig is. Niet alleen worden de voedingsbronnen op die manier afgeschermd, anderzijds worden concurrenten en vijanden buiten gehouden.


Bij de mens is dit territorium eerder psychisch en sociaal dan geografisch en ruimtelijk. Men zou kunnen stellen dat deze behoefte ook gedeeltelijk de behoefte aan waardering voedt. Waardering voelen is immers overtuigd zijn dat men een sterke positie bekleedt in de ogen van de omgeving. Als deze behoefte ontaardt ontstaan er fenomenen als jaloersheid en/of paranoia: de bedreiging der anderen worden overdreven aangevoeld, en de maatregelen daartegen worden overdreven toegepast. Misschien is dus deze beïnvloedingsbehoefte de basis van alle psychische behoeften, zowel van bv. waardering als creativiteit.


Anderzijds kan dit streven naar een territorium, een invloedssfeer, gemakkelijk een negatieve vorm van creativiteit zijn. Bij creativiteit tracht men een fenomeen, een toepassingsgebied te domineren door op superieure wijze de functioneringsregels ervan te doorzien, en deze op meesterlijke wijze te bespelen. Bij de machtsbehoefte tracht men deze dominantie ook te realiseren, maar thans niet door positief uit te stijgen boven de anderen, maar door de anderen op negatieve wijze onder zich te proberen duwen. In termen van evolutiefasen van de persoonlijkheid kan men zeggen dat creativiteit eerder fallisch is, terwijl het machtsstreven eerder anaal is.


In de boeddhistisch geïnspireerde psychologieën (eerder filosofieën, maar ze noemen het zelf graag psychologie) die thans in de mode komen, is het begrip "ego" zeer pathologisch, en wordt beschouwd als het begin van alle kwaad, zowel in het bereiken van de persoonlijke bevrijdende Verlichting als in het opbouwen van harmonische relaties. Dit is omdat zij de twintigste-eeuwse inzichten van Freud en de neuropsychologie blijkbaar nog niet kennen, die ontdekt hebben dat het streven naar het eigen geluk onafwendbaar geprogrammeerd is in dier en mens als de sterkste en de diepste behoefte. Niet voortdurend streven naar het eigen geluk is daardoor compleet onmogelijk, en zou het zo zijn, dan is dit zwaar pathologisch, wellicht een illusie, en zulke wezens zouden wellicht al in 1 generatie uitgestorven zijn. Zij zitten dus nog in het neurotische, westerse stadium dat streven naar de eigen behoeften als zondig bestempelt. In modernere psychologische termen (zie verder) definieert men egoïsme niet als streven naar het eigen geluk, maar dit doen ten koste van het geluk der anderen. Liefde is eveneens streven naar het eigen geluk, maar via het geluk der anderen. Een grappige toespeling hierop is de definitie van "egoïst" als "iemand die teveel aan zichzelf denkt, en niet genoeg aan mij".

 

4. De autonomiebehoefte ("zichzelf zijn")


Deze behoefte is een variant op de vorige, de Machts- of Invloedsbehoefte, maar is veel fundamenteler. Het is de behoefte om "zichzelf te zijn", maar deze is nog onvolwassen, d.w.z. weinig geïntegreerd, en daarom eerder op negatieve manier geformuleerd: het is de behoefte om niet afhankelijk te zijn van, of beïnvloed te worden door anderen, vooral dan fantasmatisch als sterk beleefde figuren, zoals de vader, de ouders, de partner. Deze behoefte wordt het sterkst aangevoeld in de overgang tussen de orale (stadium 2, overafhankelijke afse) en de anale (stadium 3, verzetsfase) fasen.


Vele mensen definiëren "vrijheid" als de maximale kans om zichzelf te zijn. Het is een negatieve definitie, in d ezin dat ze slechts betekent "niemand beïnvloedt mij, beperkt of dwingt mij." Het is een neurotsiche ersatz voor autonomie. Men spreekt van negatieve zelfrealisatie. De echte autonomie zit in het vermogen om zijn behoeften te realiseren door het succesvol beïnvloeden van z'n omgeving, bv foutloos een instrument bespelen, een schitterend toneelstuk schrijven, uitblinken in sport, enz. Dus positieve zelfrealistaie. Omdat het eerste zobveel gemakkelijker is wordt het ook het meest toegepast.

5. De erotische behoeften

De invloedsbehoefte uit zich op vele terreinen van het sociale leven, zowel sociaal als relationeel, maar is bv. ook op erotisch vlak terug te vinden. De behoefte aan erotiek,  het creëren van beelden die overeenkomen met fantasmen, is belangrijker dan seks op zichzelf. Deze behoefte stamt uit de behoefte aan invloed, maar ook uit de behoeftes aan vertrouwen, tederheid, intimiteit en creativiteit. De mannelijke en vrouwelijke erotische fantasmen zijn op dit gebied duidelijk, hoewel deze niet uitsluitend psychologisch van aard zijn, maar berusten op vele instinctieve en archetypische belevingen van elkaar en van het eigen gedrag naar de ander toe, en van aangeboren gedragingen om de ander seksueel aan te trekken en te benaderen.


In zijn mannelijke erotische fantasmen tracht de man een voor hem kwetsbare aantrekkelijke vrouw te beschermen, te domineren, te ervaren dat zij zich "geeft" d.w.z. alles vol vertrouwen aanvaardt en ondergaat en haar geluksgevoel als het ware in zijn handen legt, omdat zij hem bewondert en verliefd op hem is. Hij tracht haar dus voor zich te winnen en aangrijpende dingen te laten ondergaan, van intense tederheid, opzwepende opwinding tot een orgasme, waarbij hij haar als het ware "voorbij haar grenzen" brengt. Dit machtsgebruik kan soms lichte of sterkere sadistische kenmerken vertonen. Deze fantasmen worden versterkt door de natuur die een vrouw kwetsbaarder, zwakker, kleiner en jonger doet overkomen.


De vrouwelijke erotische fantasmen zijn soms complementair daaraan: zij voelt haar waarde in de fantasmen dat ze zo aantrekkelijk en onontkombaar is dat de man, die zij bewondert, precies haar kiest, en bijna niet anders kan dan haar te achtervolgen en proberen te domineren.


Men mag deze fantasmen niet te eenvoudig interpreteren. Bij de behoefte aan tederheid staat beschreven welke ingewikkelde vormen dit kan aannemen, en bij de specifieke teksten over erotiek wordt dit alles nog verder uitgediept. Ook het fenomeen van de paradoxen met dubbele bodem speelt hier een duidelijke rol: heeft bij seksualiteit de man de vrouw in zijn macht, of is het eigenlijk andersom?

6. Behoefte aan tederheid

Dit is een complexe versmelting en fantasmatische beleving van de behoeften aan macht en waardering. Anderzijds liggen er zeker enkele fysiologsiche en instinctieve behoeften onder, hetgeen men gemakkelijk bij huisdieren kan constateren: een behoefte aan vachtcontact, een behoefte om verzorgd en beschermd te worden, en een behoefte om te verzorgen.

Bij deze behoefte zijn er steeds twee polen: enerzijds een kwetsbaar element (het tere) dat waardevol en aantrekkelijk lijkt, maar zich toch in een kwetsbare positie bevindt. Anderzijds een sterk element (het tedere) dat zou kunnen misbruik maken van zijn macht, maar dat niet doet en integendeel verzorgt, knuffelt en beschermt.


Legendes als De Schone en het Beest en Kingkong illustreren prachtig deze archetypische belevingen.

Daarenboven speelt hier zeer duidelijk het fenomeen der transparante paradoxen een rol.

Dit komt bij vele gelukssituaties voor, maar hier heel sterk: op een ander niveau dan het oppervlakkige liggen de machtsverhoudingen precies omgekeerd. De contrasten zorgen voor een amplificatie van de emoties.

Op het eerste gezicht is Kinkong veel sterker dan het mooie tere meisje, dat hij in één greep zou kunnen doodknijpen. Maar doordat hij verliefd is op haar heeft zij hem in feite in haar macht.

 

7. De behoefte aan romantiek/verfijning/droom/sprookjesbeleving


Dit is de behoefte om te leven in een sfeer als een romantische Engelse film, met verfijnde kleren, verzorgde omgangsvormen, stijlvolle groepsdansen, zachte, lieve en tedere omschrijvingen, ver doorgedreven beleefdheid vol ridderlijke gestes en terughoudendheid om nooit iemand pijn te doen, dit alle overgoten met een hele reeks discrete erotische signalen. Hoewel we dit allemaal graag zien (en wel eens willen meemaken, hoewel dat zeldzaam is, op het begin van een verliefdheid na) zijn er twee zaken die ons daar doorgaans bij tegenvallen: (1) het onspontane: deze manier van leven is inderdaad maar mogelijk als alle betrokkenen dit zodanig lang aangeleerd hebben tot het inderdaad spontaan is, wat in onze opvoeding niet meer voorkomt, met het volgende bezwaar als voorwendsel. Als we het nu zouden willen doen, zou het daarom heel onnatuurlijk en geforceerd overkomen. (2) jammer genoeg viel deze "levenskunst" vaak samen met een erg neurotische realiteit, vol machtsmisbruik, genadeloos uitschakelen van concurrenten, gebrek aan respect voor de rechten van vrouw, arbeider en kind, afwezigheid van democratisch overleg, m.a.w. het komt spijtig genoeg veel te vaak over als hypocrisie, als gedrag van "charmeurs" die alleen maar laagstaande zoals seksuele bijbedoelingen hebben en je "laten vallen" eens ze je "veroverd" hebben. Dus als een bedrieglijke kalklaag die een grafsteen tracht te verbergen. Met deze hypocrisie als argument is deze levensstijl dan ook verdwenen, om plaats te maken voor rauwe directheid die dan als "eerlijk" bestempeld wordt. De vraag is uiteraard of deze omgangsverfijning echt niet te combineren zou zijn met een mooie, oprechte relatie en een eerlijke, goedbedoelende interactie. De behoefte is in elk geval sterk, te meten aan het succes van dergelijke films.


8. De behoefte aan intimiteit

Dit is in feite een samengestelde behoefte die in praktijk vaak als één geheel wordt aangevoeld. Intimiteit wordt het best omschreven als een relatie waarin men zich echt kan tonen zoals men is, echt zichzelf kan zijn. In feite wordt hier bedoeld een tertiaire, genitale relatie, waarin er geen plaats is voor de neurotische gewoonte om alles wat men iemand weet vroeg of laat aan te wenden om die te ridiculiseren, al was het maar verhuld onder pedagogische en goedbedoelde correctieve opmerkingen. Intimiteit doet deugd om tal van redenen: men voelt zich veilig dus er is geen neurotische angst aanwezig om gepijnigd te worden, men kan zich tonen zoals men is, ook met zijn onvermijdelijke fouten, met zijn kwaliteiten (hetgeen normaal taboe is in onze neurotische cultuur), met zijn soms naïeve dromen en wensen, met zijn "verboden" verlangens oa seksuele. Dit speelt zich uiteraard af in beide richtingen. Daarenboven is een grote bron van geluksgevoel het vertrouwen dat men voelt van de ander, die dergelijke risico's bij ons durft nemen, en de onverdeelde, onvervalste, oprechte en betrouwbare aandacht die de ander voor jou heeft.


Seksualiteit is maar één van de vele vormen van intimiteit, en is er soms een ersatzvorm voor, bij mensen die niet echt tot psychische intimiteit in staat zijn, soms omdat ze ook maar weinig te bieden hebben, d.w.z. niet zo boeiend zijn voor de ander. Want het vervelende bij intimiteit (en ook bij echte zelfrealisatie in het algemeen) is dat men, zoals bij elke vorm van schoonheid, inspanningen moet doen om boeiend te zijn en om mooie ontroerende momenten met de ander(en) te creëren. Gewoon moeiteloos "spontaan zichzelf zijn" volstaat niet. Doch bij velen is zich (laten) uitkleden en dan maar wat banaal "spontaan" vrijen de hoogste vorm van intimiteit die ze halen. Gelukkig voor velen dat men niet moet noch kan praten als er gekust wordt. Velen zouden niet goed weten wat te zeggen op zulke hoogtijmomenten van intimiteit.

xxxxxxxIntimiteit is één van die zaken die veel "weerstand kan uitlokken:

(1) In onze secundaire, neurotische cultuur , de dominante cultuur in het huidige tijdsbestel, heerst de gewoonte om heel mooie dingen, in de woorden en uitdrukkingen die ernaar verwijzen, die voor iedereen aantrekkelijk zijn maar helaas niet door iedereen (gemakkelijk) realiseerbaar zijn, meestal door een beperkt realisatievermogen, een negatieve, en zo mogelijk schuldinducerende naam te geven. Blondje, seks, aandacht trekken, superioriteitsgevoel ("een groot gedacht van zijn eigen"), succes hebben, anderen de les spellen, rijkdom, (gebrek aan) affectie, macht, creativiteit ("nooit tevreden"), en ja, beeld je in, "intimiteiten". Het mooiste wat er bestaat, als een negatieve term. Bewust zijn geluk zoeken, want aangeboren is, onwijzigbaar ingebakken in onze hersenfunctie en de kracht achter elke gedrag en elke gedachte, bij dag en bij nacht, wordt vaak afkeurend "egoïsme" genoemd. Een andere beeldvervalsing is intimiteit als een synoniem van seks te bestempelen.

Over dit soort weerstand heeft de pessimistische Freud het niet vaak. Een frustratie was voor hem de aanwezigheid van iets negatiefs in het verleden. We hebben op Maslow moeten wachten om frustratie te definiëren als de afwezigheid van iets positiefs, in het verleden, maar ook in de toekomst (angst om het niet te halen). Die weerstand is een combinatie van rationalisaties en verdringingen.

2) Een andere manier voor neurotische personen om zich te beschermen tegen de bedreigende gevoelens die mooie intimiteit uitlokt, is die intimiteit, niet alleen de fysieke maar ook en vooral de psychische (o.a. emotionele) afschermen met exclusiviteit en jaloersheid. Mooie intimiteit is heel moeilijk om te realiseren, en als men er dan in geslaagd is iets op te bouwen dat in de buurt komt, dan wil men dit angstvallig afschermen. Argumenten als "trouw", "moreel"en "geen pijn doen" worden daarbij aangewend, maar in feite is jaloersheid de enige echte verklaring. Jaloersheid is een poging om de waardering die iemand koestert tegenover jou af te schermen, door te (proberen) verhinderen dat hij/zij kan vergelijken met anderen. Want die vergelijking zou voor gevolg kunnen hebben dat men zelf moet gaan groeien, en dat verwekt ook veel weerstand en onveiligheid bij wie neurotisch denkt. Veel gemakkelijker dan zelf te gana groeien is daarom de intimiteitsdeler verbieden om vergelijkingen te (kunnen) maken, of waardering en andere gevoelens rond intimiteit te beleven met anderen.

Problemen:

(1) Op zichzelf zou dat geen probleem zijn, men doet immers wat men wil met elkaar, ware het niet dat het de essentie is van verfijnd functioneren en intimiteit dat zij gevoed worden door inspiratie, d.w.z. intiem contact met anderen die men als "knap" beschouwt op enkele belangrijke gebieden. Niet-gevoede intimiteit verschraalt heel snel. Dat is trouwens het lot van zovele gesloten relaties. De exclusieve veiligheid die ze trachten in te bouwen ter bescherming van hun broze geluk wordt snel de belangrijkste oorzaak voor het banaliseren van hun relationele schoonheid. En ze beseffen niet, of te laat, dat een meer open relatie, met gedeelde intimiteit waarbij de partner echter altijd terugkomt, een veel groter compliment inhoudt dan het blijven van iemand die opgesloten is.

(2) Het grootste probleem bij intimiteit is echter iets anders: hoe de intimiteit boeiend houden. In onze neurotische cultuur heerst gemakkelijkheidshalve de spontaniteitsmythe, een kluwen van opvattingen die dingen betekenen als: de leukste manier van zichzelf te zijn is geen inspanningen te moeten doen, als de ander je echt waardeert en liefheeft dan zal hij je nemen zoals je bent m.a.w. je moet geen inspanningen doen om beter te zijn, je moet maar reageren als er zich problemen voordoen, zolang er geen geen probleem is mag alles blijven zoals het is, als je je inspant om je te verbeteren speel je komedie, doe je jezelf geweld aan, en dat hou je niet vol, het is trouwens een soort leugen. Echt jezelf zijn is in deze context dus vooral: niet hoeven te groeien. Helaas, zoals alle mooie dingen buiten de psychologie, komen ook deze in de psychologie maar tot stand door bewust te blijven groeien, inspanningen te blijven doen, zich voortdurend af te vragen hoe het nog beter kan, enz. Beschikt men over een neurosevrije groeimentaliteit, dan kost groeien geen moeite, zelfs niet als er in het begin fouten gemaakt worden. Het geeft aan dergelijke mense zelfs onrust als alles hetzelfde blijft, want ze voelen aan dat er iets niet klopt... Maar mooie ervaringen, zoals intimiteit, maken zoveel psychische energie vrij dat het groeien, en inspannen om iets mooi te maken, bijna spontaan gebeuren.

9. De behoefte aan grootsere ("kosmische")  integratie

Deze behoefte streeft ernaar om het besef van de eigen zwakheid te compenseren door deel te nemen aan, en zich een belangrijk lid te voelen van organisaties, groepen en systemen die het eigen kunnen overstijgen. Dit leidt tot de behoefte aan opgenomen te zijn in een relatie, de behoefte aan verbondenheid met een vriendenkring, met een sociale groep, tot de behoefte om deel te zijn grotere systemen zoals een leger, en uiteindelijk een zinvol en belangrijk lid te zijn van een volk, van de mensheid, ja bewust te zijn van plaats in de natuur, te participeren aan de kosmos. Talrijke symbolische activiteiten, zoals samen marcheren, identiek gekleed zijn, samen het glas heffen, samen groepsliederen zingen, groepsfoto's, het dragen van familienamen en erfelijke titels, participeren aan grandioze religieuze vieringen, aan het beleven van een speciale verbondenheid met een god. Op het eerste zicht kan deze behoefte aanzien worden als conflicterend met de behoefte aan invloed, maar het opgaan in een groter geheel kan het gevoel geven van een gezamenlijke grotere macht en invloed.

Religieuze en spirituele behoeften berusten ook op deze behoefte.

10. De behoefte aan voortbestaan

Hoewel de dagelijkse ervaring en het gezond verstand schijnt aan te geven dat wij, net als planten en dieren, na onze dood volledig verdwijnen en mettertijd ook voor altijd vergeten worden, botst dit besef met een diepe behoefte, bijna een stille zekerheid, dat wij na onze dood zullen voortbestaan. De menselijke culturen hebben meerdere hypothesen, met mythische zekerheid, uitgedacht om voor deze paradox een oplossing te vinden.

De westerse hypothese van de individuele ziel. Deze hypothese, uitgedacht door de oude Egyptenaren, maar door de christenen als de hunnen voorgesteld, stelt dat wij naast ons vergankelijk lichaam een onvergankelijke ziel  hebben, die na onze dood bewaard blijft, en op het einde der tijden weer in ons verrezen lichaam zal ingebracht worden, om ten eeuwigen dage in de hemel te verblijven.

de oosterse hypothese van de reïncarnatie. Deze hypothese stelt dat onze ziel na de dood verhuist naar een ander levend wezen. Volgens de boeddhisten blijft deze verhuizingscyclus, veroorzaakt door het gevangen blijven aan onze behoeften, bestaan tot wij volledig onthecht en verlicht zijn, en dan los kunnen komen van deze wedergeboortecyclus.

het antieke ideaal van de roem. Volgens de antieke cultuur was er maar één manier om aan deze vergetelheid te ontsnappen: beroemd worden op een belangrijk terrein: politiek, wetenschappelijk, artistiek, religieus, enz.

het geneeskundig ideaal van de overwinning op de dood. De medische wetenschappen streven niet enkel naar het tijdelijk verlichten van de onaangename ziektes, maar uiteindelijk naar het overwinnen van de dood, bv. door genetische manipulatie, door kloning, door genetische reconstructie, enz. Enkele kapitaalkrachtige zieken die zich al lieten invriezen (cryonica) rekenen op de nabijheid van dit moment.


Verder zijn er de pure materialisten en vrijzinnigen, die overtuigd zijn dat de behoefte aan voortbestaan een irrationele hubris is, en dat filosofische en geestelijke berusting met die realiteit een veel edeler en rationelere attitude is. De zin van ons bestaan is enkel te zoeken in wat wij voor de mensen rondom ons, en -voor sommigen- de mensheid betekend hebben.

Tenslotte is er de 
humanistische spiritualiteit, de integratieve wijsbegeerte, die stelt dat onze behoefte aan voortbestaan de combinatie is van twee diepe behoeften: het dierlijke streven om als individu te overleven, en de psychische zekerheid dat onze "geest", d.w.z. ons denken, slechts de individuele implementatie is van een kosmisch intelligent psychisch "programma" of hersensoftware, dat in elk van ons op een bepaalde manier aanwezig is, en zich in de loop der tijden verder ontwikkelt. Wij zijn dus juist in onze zekerheid van het voortbestaan (van die Kosmische Geest), maar interpreteren dit verkeerdelijk in betrekking met lichaam hier en nu. Een verdere bespreking van dit filosofisch thema, en ondermeer de vraag van waarin de individualiteit nu precies bestaat, zou ons te ver leiden. Zie echter pagina's rond Teilhards evolutieleer (beginnend op pagina 1700).

11. De zogenaamde behoefte aan agressie

Vaak wordt in onze neurotische cultuur gesteld dat de menselijke agressie eigenlijk onvermijdelijk is, omdat het een menselijke behoefte zou zijn die ook universeel voorkomt in het dierenrijk. Agressie en vernielingsdrift zouden een fundamentele behoefte zijn. Zelfs Freud sprak van Eros en Thanatos, van Libido en Destrudo.


De theorie dat agressie menselijk is omdat ze bij alle andere diersoorten ook voorkomt houdt volgens Maslow echter geen steek, omdat:

(1) de agressie bij de 
dieren alleen voorkomt buiten de soort, en nooit binnen de eigen soort. Tenslotte is het niet omdat agressie een aangeboren reactiepatroon is, dat zich in bepaalde extreme situaties spontaan uit, dat het ook een aangeboren behoefte zou zijn.

(2) Overigens houdt de bewering dat agressie 
overal voorkomt geen steek, want Maslow is persoonlijk bepaalde stammen gaan bestuderen (Zwartvoetindianen in Canada, Pygmeeën in Afrika) waar agressie duidelijk totaal afwezig is, en er zelfs onvoldoende assertiviteit is om te proberen leider van de groep te worden.

(3) Ook blijkt bij de mens het aanwezig zijn van agressie recht evenredig te zijn met de afwezigheid van affectie tijdens de jeugd, wat voor Maslow trouwens een bewijs is voor zijn motivatietheorie.

 

Nog volgens Maslow is het menselijke equivalent van dierlijke agressie niet meer dan het slachten van een koe of het doodmeppen van een vlieg (i.v.m. de discussie over agressie onder Chimpansees: link) Ook bijvoorbeeld paringsgevechten onder dieren zijn niet dodelijk, terwijl heel wat menselijke gevechten erger aflopen. Agressie is dan ook eerder een reflex en geen behoefte.


Agressie is dus, ook volgens Freud, een primitief ontwikkelingsstadium van de mens, namelijk het derde, anale stadium. Het is dus neurotisch in een sterke graad, en zelfs psychotisch als het zinloos wordt, d.w.z. niet meer gelinkt aan verdediging tegen aangevoelde bedreiging. Laat een emotioneel voldoende rijke opvoeding dit toe, dan evolueert de mens doorgaans veel verder dan dit anale stadium.

Maslows behoeftenpiramide

Maslow heeft in zijn beroemde theorie van de hiërarchie of piramide der behoeften (Engels) aangetoond dat lagere behoeften dwingender zijn dan hogere, en dat de hogere maar echt een rol gaan spelen als de lagere bevredigd zijn. Tot de lagere behoren veiligheid, honger en dorst en de andere fysiologische behoeften, tot de hogere behoren de psychische zoals waardering, en de hoogste hierbij zijn creativiteit en zelfrealisatie, dus de eerder culturele behoeften. Later kwamen de transcendente behoeften, d.w.z. de behoefte aan spiritualiteit, nog boven de behoefte aan zelfrealisatie te staan.

Hoewel deze theorie vaak wordt geciteerd is haar praktische bruikbaarheid niet zo groot. Ze zegt ook niets over het mechanisme en de ontwikkeling der behoeften. Het was wel een enorme popularisering van het begrip zelfrealisatie, blijkbaar de allerhoogste der behoeften.


Maslow stelt dus dat de motivatie bij de mens hiërarchisch gestructureerd is. Hij slaagt erin de behoeften te rangschikken van zogenaamde lagere tot hogere. Het is zo dat hogere behoeften slechts een rol gaan spelen, in de mate dat lagere behoeften vervuld zijn. De laagste behoeften zijn de zuiver fysiologische behoeften, dan komt de behoefte aan veiligheid, daarboven komen de behoeftes aan waarde in de groep en aan waardering en, nog hoger doch hiërarchisch minder duidelijk gestructureerd, de behoeften aan creativiteit, schoonheid, zelfrealisatie, kennis en spiritualiteit.

De ontwikkeling van de verlangens

 

Er zijn verschillende manieren waarop concrete verlangens uit diepere verlangens en uit behoeften ontstaan. We zullen hier enkel deze processen bespreken, en niet de concrete ontwikkelingsfasen. Deze worden besproken bij de persoonlijkheid.

Bij de interpretatie van onze behoeften en verlangens is het praktisch onmogelijk om via één aspect deze gedragingen te verklaren, en zelfs al vinden we verschillende verklaringen, dan nog hebben we waarschijnlijk niet alle motieven gevonden.

De meest elementaire manier waarop onze verlangens zich ontwikkelen, is de interactie tussen onze strevende psyche en de reacties en beperkingen vanuit onze omgeving.

 

1. Ervaring


Lukt een poging om de omgeving te beïnvloeden en te sturen naar een aangename ervaring, dan versterkt dit gedrag in de toekomst. Maar heel vaak mislukt ons opzet ten dele of grotendeels. Dit is dan een frustratie. Door tal van mechanismen, die we hierna bespreken, ontwikkelen wij dan andere manieren van interageren.

De meest frequente manier is wellicht trial and error. We stellen, een beetje blind proberend, ander gedrag, en de reacties van de omgeving leidt tot versterken van bepaald gedrag, en afzwakken van ondoeltreffende pogingen. De natuur heeft de zoogdieren voorzien van een experimentatiedrift, een soort ongerichte energie die van alles onmethodisch of via associatie uitprobeert, in de hoop van een oplossing voor de frustratie te vinden.

Bv. bij een hond is dit zeer sterk. Wordt hij gefrustreerd, dan ontstaat er een ongerichte dadendrang die de kans verhoogt om een nieuwe oplossing te vinden en, wordt zij beloond, toe te voegen aan het eigen repertorium. Zo ontdekt bijna elke hond dat tegen de klink duwen met de voorpoten de deur waarschijnlijk opent.

 

2. Nabootsing

 

Vooral in het begin van het leven, maar ook later ontstaan concrete verlangens door nabootsing. Door af te kijken hoe de anderen, vooral de ouders en andere volwassenen, het aan boord leggen, komt men zelf tot concrete verlangens. Daarenboven beantwoordt het nadoen zelf aan een behoefte: als men doet zoals anderen die men als knap en sterk ervaart, krijgt men de fantasmatische bevrediging dat men zelf even knap en sterk is.

 

3. Creativiteit

 

Van in het begin van het leven, maar vooral later, komt men ook via eigen creativiteit tot het ontwikkelen van eigen verlangens. Dit kan gaan van toevallige ontdekkingen en ongericht experiment tot het zorgvuldig uitkienen van nieuw gedrag dat meer beantwoordt aan de eigen behoeften dan vroeger gedrag, of dat realistischer schijnt dan het vroegere gedrag. Hierbij streeft men gaandeweg naar betere integraties, of dit nu bewust is of niet, want zelfs al streeft men het niet bewust na, door voortdurend andere mogelijkheden te zoeken die misschien doeltreffender zijn zal men ontdekken dat die zaken die beter geïntegreerd zijn ook doeltreffender zijn. Het is dus het beste om deze integratie zo bewust mogelijk na te streven.

 

4. Revanche - rehabilitatie of eerherstel – compensatie

 

De concrete vorm van onze behoeften wordt gerealiseerd door identificatie en frustratie.

De nuance tussen beide is niet zo groot. Een identificatie gaat gepaard met slechts een zwak frustratiegevoel. Als we een frustratie oplopen betekent dit een vernedering ten opzichte van de omgeving, soms reëel, soms enkel in onze fantasmen. Deze frustratie zal vaak verdrongen worden, maar wordt zelden vergeten. In vele gevallen blijft ze zelfs bewust in het geheugen aanwezig. Dit negatief zelfbeeld is in strijd met onze aangeboren behoefte naar het geluk en belangrijkheid/waardering. We zullen dan ook trachten om deze negatieve ervaring op de één of andere manier ongedaan te maken, d.w.z. we streven naar het realiseren van een situatie waarbij het tegengestelde wordt aangetoond, in de ogen van de anderen of minstens in onze fantasmen. Ons concreet gedrag wordt in grote mate bepaald door onze vroegere frustraties. Het nemen van revanche (dit is niet hetzelfde als "wraak", is F. vengeance) is namelijk de enige goede mogelijkheid om onze frustraties te verwerken. De psychotherapeutische ervaring wijst uit dat revanchestreven zelfs de allerbelangrijkste bron voor onze concrete verlangens is.


De beste trauma- en frustratieverwerking is dan ook de constructieve revanche (stadium 4 of 5 van het rouwproces). Dit wordt vaak bemoeilijkt, net als stadium 3 van het rouwproces (anaal, kwaad zijn), omdat onze cultuur het afkeurt om boos te zijn of "wraak" te nemen op geliefden, en de btrokkene daar schuldgevoelens over heeft. Dit wordt ook bemoeilijkt door het feit dat de gefrustreerde geen of onvoldoende onderscheid maakt tussen het pijnigend gedrag en de frustratie die hij onderging enerzijds, en de "dader"-persoon als geheel met al zijn kwaliteiten en goede bedoelingen anderzijds.

 

Er zijn dus twee vormen van revanche:

- De destructieve revanche ("wraak"): hierbij gaan we de persoon die getuige was van je vernedering bespotten of pijn doen (stadium 3). Nadeel is dat aldus vaak een keten van revanches ontstaat.

- De constructieve revanche ("uitdaging, eerherstel"): dit is de enige manier die op lange termijn het vruchtbaarst is, het is de enige goede manier. We worden begrijpend (stadium 4, "vergeef het hem want ze weten niet wat ze doen, ze kunnen niet anders") of zelfs bevriend (stadium 5, "uiteindelijk apprecieer ik meer uw goede kanten") met onze vijand. We doen hierbij niemand pijn.

 

Wijzen van bevrediging

 

Klassiek zegt men dat het geluk zit in de situatie van bevredigde behoeften. Nochtans is het geluksgevoel het hevigst, als men de realisatie van de behoeften nadert. Is de behoefte gerealiseerd, dan kijkt men eigenlijk al uit naar de bevrediging van de volgende behoefte.


Ook zuiver fysisch is dat zo. Om zeker te zijn dat bepaalde essentiële behoeften bevredigd worden, zoals honger en voortplanting, heeft de natuur bevredigingszenuwen voorzien, die aangenaam geprikkeld worden als de fysieke activiteit, zoals zoetigheden eten, een orgasme krijgen, geschiedt, die op korte termijn kan leiden naar de bevrediging van deze essentiële behoeften. Want strikt genomen gaat het niet om de lekkere smaak of om de seksuele prikkel, maar om de aankomst in het lichaam van nuttige bouw- en energiestoffen, of om het veroorzaken van een bevruchting.


Deze lichte verschuiving tussen subjectieve bevrediging en het "natuurlijke" doel, kan ertoe leiden dat dier en mens eerder streven naar deze bevrediging, en dit kan zelfs leiden tot averechtse effecten, zoals zwaarlijvigheid bij gulzigheid, of seksuele activiteiten die niets meer te zien hebben met voortplanting of liefdebetuiging.


In het bevredigen van onze streefdoelen, zowel onze behoeften als onze verlangens, kunnen we op drie manieren te werk gaan: realistisch, denkbeeldig en pseudo-realistisch of fantasmatisch.

 

1.    Realistisch

 

Realistische bevrediging wil zeggen dat men een reële situatie tracht te scheppen die overeenkomt met ons streefdoel.

Bv. voedsel zoeken

 

2.    Denkbeeldig

 

Bij de denkbeeldige manier voelen wij ons reeds gelukkig door alleen maar aan de gewenste situatie te denken, dus door ze ons als reëel voor te stellen. Deze manier van bevredigen lukt gewoonlijk maar als we daarenboven het min of meer reële vooruitzicht hebben dat de gewenste situatie binnenkort reëel zal worden. Deze bevredigingswijze vormt meestal de overgang va realistisch naar fantasmatisch. 

Bv. Een speech die men gecshreven heeft klezen en herlezen, naar vroegere foto's kijken

 

3. Fantasmatisch

 

De indruk dat situaties emoties oproepen, is enkel juist voor primaire, fysieke situaties. In werkelijkheid roepen situaties associaties op, fantasmen, en het zijn deze fantasmen die de emoties teweeg brengen. Dit fenomeen heeft enkele belangrijke toepassingen:

in de gedragstherapie kan men evengoed conditioneren en deconditioneren via de verbeelding als dit gaat met reële situaties. Er is geen verschil in effect, op voorwaarde natuurlijk dat de persoon eerst een beetje heeft leren visualiseren.

Toepassingen:

- het spelen door kinderen is wellicht de bekendste vorm van fantasmatisch functioneren. Soms zegt men dat bij de volwassenheid de realiteit het fantasmatisch spel vervangt. Anderen zeggen dat het gewoon dezelfde spelfantasmen zijn die blijven werken, maar dat ze nu ondersteund zijn door de realiteit... Volwassenen zijn dan grote kinderen..., eerder dan dat kinderen kleine volwassenen zijn.
- in het behandelen van fobieën en andere onaangepaste emotionele reacties is het zeer goed mogelijk om deze te veranderen in meer aangepaste, ook al kan men de situatie zelf niet veranderen. Men heeft weliswaar niet steeds de situatie in de hand, maar wel de interpretaties van de situaties.
- Reeds de oosterse meditatietechniek, en de stoïcijnen maakten veel werk van meer aangepaste interpretaties. Dit is de essentie van de hedendaagse cognitieve gedragstherapie.
- elke psychotherapie die emoties "verwerkt", zoals de psychoanalyse, de techniek van Pesso, de relationeel-emotionele therapie, primal scream, enz., streeft er in feite steeds naar om de fantasmatische beleving van een situatie om te bouwen van een traumatische, blokkerende naar een meer geschikte, groeistimulerende.

 

Hierbij streven we ernaar een symbolische situatie te creëren die onze denkbeeldige bevrediging kracht bijzet. De reële elementen uit de situatie ondersteunen a.h.w. de kracht van onze verbeelding, bv. een kindje dat in een stilstaande auto met het stuur zit te spelen en daarbij met de mond het motorgeluid nabootst; een directeur die zijn ondergeschikte uitkaffert en zich daarbij inbeeldt dat ze zijn superioriteit erkennen.

Deze derde manier van bevrediging is zeer frequent. In de psychologie wordt ze de fantasmatische vorm van bevrediging genoemd. Vaak wordt ze echter niet als dusdanig herkend omdat ze meestal meespeelt in een situatie die ook een directe vorm van bevrediging inhoudt, bv. met een auto rijden, de directe bevrediging zit in het feit dat men zich verplaatst en de fantasmatische bevrediging in het feit dat men op een bepaalde manier met een auto van een bepaald merk rijdt en zich daarbij inbeeldt een aristocraat of een sportman te zijn.


Enkele mythen en misverstanden over behoeften

 

1. Valse behoeften

 

In onze spreektaal bestaat de gewoonte om een sterk verlangen een behoefte te noemen, omdat men er schijnbaar moeilijk kan van afstappen. Deze definitie is, zoals we gezien hebben, onjuist. Maar toch doen enkele misverstanden over enkele zogenaamd sterke behoeften de ronde. Enkele van die "valse" behoeften zijn: de behoefte aan vrijheid, aan zichzelf zijn, aan spontaan zijn. Vaak wordt dan nog gerationaliseerd met "rechten", waardoor het bespreken en nuanceren van een dergelijke behoefte onmogelijk wordt. Soms worden ook oncontesteerbare gezagsbronnen geciteerd om die valse behoeften te rechtvaardigen, bv. God, papa, mama, de "meester".

 

Het komt er in praktijk meestal op neer dat men geen zin heeft om de concrete vorm van zijn verlangens te transformeren op basis van integratieprocessen met anderen. Door het verlangen te verheffen tot een behoefte en er een gezagsbron bij te citeren onttrekt men zich "rechtmatig" aan deze noodzaak.

 

2. Naar zijn eigen geluk streven is egoïstisch – je mag het dus niet doen

 

Sinds aloude tijden leven we in een cultuur waar het taboe is om direct en bewust naar je eigen geluk te streven. We worden verondersteld om fundamenteel altruïstisch te zijn, en egoïst is wellicht het oudste scheldwoord van de mensheid. Je mag uiteraard wel dingen doen die je graag doet, maar die moeten in de eerste plaats nuttig zijn voor de anderen, tot je plicht of verantwoordelijkheid behoren. Als je je daar goed bij voelt, dan is dat leuk meegenomen. Maar ook als je het niet leuk vindt moet je je plicht doen.


Dit taboe dateert wellicht reeds uit de eerste dagen van de mensheid, tienduizenden jaren geleden. Toen werd het als bedreigend en gevaarlijk voor de anderen beleefd als iemand te bewust was van zijn eigen behoeften, en daar te direct naar streefde. Daarom ontwikkelde de primitieve cultuur al gauw het egoïsmetaboe: voor elk gedrag dat je stelt moet je een reden kunnen aanhalen die gewettigd is, bv. omdat ze nuttig is voor de ander. Je mag het zelf wel prettig vinden, maar dat mag niet je enige en evenmin je belangrijkste motivatie zijn. Vermits niemand graag een negatief beeld van zichzelf heeft, hadden velen dan ook een altruïstisch zelfbeeld. Liefde, moederliefde, vriendschap, heldhaftigheid, sociale inzet, solidariteit, leiderschap, pedagogische inzet, religieuze inzet en godsliefde, zorgende beroepen zoals verpleegkunde, geneeskunde en priesterschap, idealisme in het algemeen, al deze motivaties werden verondersteld het tegendeel te zijn van het streven naar het eigen geluk. Doch langzamerhand werd het psychologisch inzicht in de mens beter zodat men begon te vermoeden dat de mens, zelfs in de meest altruïstische situaties, uiteindelijk steeds naar de bevrediging van de eigen behoeften streeft. Soms is men zich daar niet steeds bewust van, vooral als de fantasmen iets anders suggereren dan de eigenlijke realiteit.


In moederliefde, waar de moeder heel vaak gedrag vertoont dat leidt tot benadeling van zichzelf, uitputting, ziekte, het nemen van grote risico's, zelfs tot de dood toe, is het verleidelijk om te denken dat we te doen hebben met puur altruïsme. Maar hierbij vergeten we misschien dat mensen subjectief minder rekening houden met de reële, objectieve gevolgen van hun gedrag, maar hoofdzakelijk met de fantasmatische. Welnu, het besef bij de moeder dat haar kinderen gelukkig zijn door haar toedoen is veel sterker dan objectief lijden of schade.


Daarenboven heeft hersenonderzoek uitgewezen dat de menselijke hersenen gewoon niet in staat zijn om gedrag te stellen dat niet zou leiden tot het eigen geluk, althans volgens de subjectieve opvattingen. Zelfs al zou er ooit door een genetische mutatie een dieren- of mensensoort ontstaan zijn die fundamenteel altruïstisch zou reageren en dus niet streven naar eigen geluk of zelfbehoud, dan zou die wellicht de eerste generatie al uitgestorven zijn.

 

3. Wat is dan egoïsme?

 

Daarom is het, volgens de hedendaagse psychologische inzichten, beter om egoïsme te definiëren als streven naar zijn eigen geluk ten koste van het geluk der anderen en altruïsme als streven naar zijn eigen geluk via het geluk der anderen.


We moeten ons dus nooit schamen als we bewust worden dat we, in onze revanchebehoefte of zelfs in de liefde, bij onszelf ontdekken dat we uiteindelijk ons eigen geluk nastreven. Maar we moeten beseffen dat het gelukkig proberen worden via het gelukkig maken van de anderen niet alleen de slimste, maar uiteindelijk de enige manier is om zelf duurzaam gelukkig te zijn. En voor hen die aan deze stelling zouden twijfelen om godsdienstige argumenten, geven we het volgende citaat van Christus: Bemin de ander als jezelf. Deze uitspraak ware zinloos geweest als Christus niet al wist dat de diepste menselijke behoefte deze van het eigen geluk is.

 

4. Wat is dan liefde?

Liefde (zowel in een intieme relatie als onder de vorm van naastenliefde) is uiteindelijk te beschouwen als de wederzijdse afspraak om levenslang met elkaar te blijven integreren, dus levenslang te zoeken hoe men beiden (of allen) gelukkig kan worden via het geluk van de andere. Als we de verschillende menselijke behoeften overlopen, zien we trouwens dat geen enkele eigenlijk te bevredigen is zonder de medewerking van de ander(en). Liefde, dus streven naar het geluk van de ander, is dus de slimste manier om zelf op een duurzame manier gelukkig te worden.

 

5. Je ware motieven hou je echter beter voor jezelf

Hoe waar het bovenstaande ook is, we mogen niet vergeten dat we nog steeds in een cultuur leven waar het laten primeren van de eigen behoeften taboe is. Daarom is het beter daar niet onbeheerst voor uit te komen, en het slechts te bespreken met mensen die de nuance tussen kortzichtig egoïsme en verstandig, altruïstisch egocentrisme begrepen hebben. In een psychotherapie en als je een goede communicatie hebt met je partner of vrienden, is dit uiteraard het geval.


OEFENINGEN ALS TOEPASSING


1) uw eigen analyse


Tracht, vertrekkende van een eigen lijst van behoeften, dromen en verlangens, uw concrete verlangens te linken aan één of meerdere van de hier opgesomde diepe behoeften en verlangens. En anderzijds, als er in dit theoretisch overzicht diepere behoeften en verlangens opgesomd staan waar u geen enkele van uw concrete verlangens (uit uw lijstje) kan aan binden, vraag u dan af of er ergens toch geen zijn waarvan u nog niet voldoende beseft dat ze toch op sommige van die diepere strevingen berusten.


Wat deze oefening minder gemakkelijk maakt, is dat onvermijdelijk vele behoeften en diepe verlangens via meerdere concrete verlangens zijn gerealiseerd, en dat anderzijds achter elke concreet verlangen er meerdere behoeften of diepe verlangens kunnen zitten.


2) onderzoek de ontwikkelingshistoriek van uw verlangens


Hiervoor kan u van bepaalde concrete verlangens onderzoeken hoe de concrete vorm ervan gegroeid is in het verleden, bv. door rolmodellen, personen waar u naar opkeek, bepaalde frustraties, bepaalde aangrijpende ervaringen, enz. Wees niet beschaamd dat de behoefte aan (constructieve) revanche diepmenselijk is. En revanche is gans iets anders dan wraak...