4000-4999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

4610 Emoties & (quasi)gevoelens


Emoties, gevoelens en quasi-gevoelens

binnen het model van geweldloze communicatie (GC)1


Kristin Brantegem

Wie zich verbindt met de gevoelens en behoeften van anderen, herkent zichzelf

(Thomas d'Ansembourg)


Onderscheid begrippen emotie en gevoel – schijngevoel – en bewustzijn



Emoties en gevoelens zijn in de kern neutraal, goed noch slecht. Hoe, wanneer, ten gunste van wie en wat we ermee omgaan is belangrijk. Niet wat wij of anderen ervan vinden. Bewustzijn van en reflectie over de realiteitszin van onze gevoelens zijn noodzakelijk.


De hiernavolgende definities van emoties, gevoelens en bewustzijn, zijn ontleend aan het werk van de Damasio.


Emoties definiëren we als een geheel van lichamelijke reacties – hormonaal, visceraal, posturaal – die het organisme klaarmaken voor een adequate reactie op de omgeving. Emoties zijn niet bewust en zijn nog geen gevoelens. Ze zijn ‘extern’ gericht en bereiden het lichaam voor op reacties op de buitenwereld. Het zijn fysieke reactieve attitudes maar nog geen psychologische reactieve attitudes.

Bepaalde prikkels veroorzaken reacties in een bepaald deel van de hersenen en van daaruit ook in het lichaam. Dat zijn onze emoties. Die veranderingen in het lichaam worden teruggekoppeld naar een ander deel van de hersenen, waar onze gevoelens worden gecreëerd . Dit mechanisme is een van de vele regulerende systemen, samen met o.m. het metabolisme en het immuunsysteem, die ons in staat stellen om een toestand van biologisch evenwicht te bereiken, wat belangrijk is voor onze overleving. Dit geldt zowel op individueel als op collectief niveau: de regulering van emoties en gevoelens is van groot belang voor de organisatie van onze sociale en culturele omgeving.

Emoties zijn dus universele oude onbewuste evolutionaire lichamelijke reacties. Evolutionair gezien, zijn emoties ouder dan gevoelens. ( Zie ook begrip "emotie" in noopedia. )


Gevoelens. zijn de onbewuste representaties van deze veranderde lichamelijke toestanden - emoties - die gelinkt zijn aan cognitieve representaties. Een gevoel kan verschillende emoties in zich kunnen dragen. Ze zijn inwaarts gericht: op het eigen organisme . Ze zijn niet bewust in de zin dat je weet dat je het gevoel hebt. Dit laatste vereist nog een bijkomende representatie, nl een representatie van de representatie van de emotie. Deze beide representaties ontstaan in andere delen van de hersenen dan de emoties.

Gevoelens bieden een manier om lichamelijke veranderingen te detecteren, om zo te kunnen bijsturen.

De overstap van emotie naar gevoel en bewustwording ervan is een cognitief proces dat aangeleerd kan worden in steeds zuiverder graden van gevoelsmatigheid en bewustwording.

Gevoelens zijn evolutionair later ontstaan naarmate het brein onder druk van meer complexe leefomstandigheden ook complexer werd. Hun ontstaan zou zich waarschijnlijk in de evolutie situeren bij het begin van de ‘zorg-ontwikkeling’.

Ze worden ontwikkeld vanuit biologische noodzaak maar hebben uiteindelijke implicaties voor de sociale ruimte waarin we leven. Gevoelsprocessen zijn in die zin altijd tegelijk biologische, culturele, individuele en collectieve processen.


Schijngevoelens

Zijn interpretatieve belevingen die ingekleurd zijn door primair-kinderlijke scripts die ontstaan zijn in de relatie van het kind tot belangrijke anderen. In de wereld van het kind is de ander de veroorzaker, wanneer we de daarbij horende taal gebruiken worden onze eigen gevoelsreacties niet als eigen beschouwd worden maar als behorend bij de macht van de ander.



Bewustzijn van onze gevoelens noodzaakt altijd een tweede orde representaties.

Evolutionair gezien is bewustzijn jonger dan gevoelens.


Hoe meer we ons bewust zijn van onze emoties een gevoelens, hoe meer we ons ook bewust worden van die van anderen. Bewustzijn is gelinkt aan taal en dus cultureel ingekleurd. Hoe verfijnder de taalexpressie hoe verfijnder de ervaring van het gevoelsleven en de nuancering ervan.


Gevoelens vormen zowat een werkterrein van wie we hier-en-nu zijn. Ze zijn één van de verschillende stappen in een continu proces van waarnemen, oordelen, interpreteren, behoefte ontdekken en overgaan tot actie of loslaten. Door voldoende zelfvertrouwen en zelfkennis leren we die gevoelens te laten zijn en keuze te maken of we ze al dan niet aanwenden tot behoeftebevrediging of uitstellen of loslaten.

Je kan gevoelens onderdrukken, wegduwen, ongevoelig worden en bewust worden. Dit laatste is onze doelstelling, nl gevoelens onder ogen zien en ze leren zien als signalen van één of meerdere behoeften die in het laatste geval om integratie vragen.


Gevoelens onderdrukken kunnen we door ze bijv. weg te redeneren, ze rationaliseren. We blijven dan vastzitten in het oordeels- of interpretatieproces en gaan daardoor voorbij aan onze behoefterealisatie en missen de drijfveer om over te gaan tot actie hiertoe en dus ook aan richting in ons leven. Gevoelens wegredeneren roept geen innerlijke rust op, integendeel. We komen in een vicieuze cirkel waarbij we steeds heftiger moeten rationaliseren en waarbij de onrust meer en meer toeneemt. Het bewust leren kijken en toelaten van je gevoelens en het hele proces van waarneming die gevoelens oproept die op hun beurt behoeften signaleert die ons uitdagen om ze te bevredigen, uitstellen of los te laten maakt het mogelijk om heel wat mentale ruimte te laten ontstaan.


Emoties en gevoelens ontstaan ten gevolge van een interactie tussen uiterlijke en inwendige situaties of gebeurtenissen. Er bestaat geen binnenwereld die niet refereert aan een buitenwereld en omgekeerd. Daarom zullen we vertrekken van wat waar te nemen is en hoe de waarneming (emoties) gevoelens stimuleert die op hun beurt behoeften signaleren en ons aan het bewust denken zetten om actie te ondernemen om onze gefrustreerde behoeften te vervullen of volop te genieten van de vervulling ervan, wat ook een bewuste actie is. Mensen genieten vaak niet of zeer kort, beseffen niet eens dat hun behoeften vervuld zijn en blijven dus niet de nodige tijd stilstaan bij de diepte van die vervulling.




Model:



1. WAARNEMING


!!! Niet te vermengen of te verwarren met een 'oordeel' =

interpreteren van feiten, classificeren, analyseren, vergelijken, etiketteren, veralgemenen.

Mededogen stimuleert


2. GEVOELENS


!!! Niet te verwarren met een schijngevoel = een beleving die aan de basis een oordeel inhoudt

en meestal impliciet de ander als handelend voorwerp aangeeft.

signaleren


3. BEHOEFTEN

!!! Niet te vermengen of te verwarren met een strategie tot realisatie van een behoefte.

 

zetten aan tot actie en tot het bedenken van meerdere strategieën

en eventueel tot het aanspreken van anderen om hen te vragen of ze bereid zijn op één van die strategieën in te gaan



4. VRAAG / VERZOEK


!!! Niet te vermengen of te verwarren met 'een eis' waarbij de straf om de hoek loert.

Het verzoek laat duidelijk openheid voor een mogelijk 'nee', een 'nee' dat in ons model niet

staat voor het laatste woord maar als uitnodiging voor een verdere communicatie, tot uiteindelijke integratie is bereikt of tot er afstemming is bereikt in de behoefte achter het neen en andere wegen uitgezocht worden.



Opmerking:

In GC is mededogen de kruipolie van het proces dat zoekt naar afstemming. Onder proces verstaan we de bereidheid om de inhoud van een gesprek even terzijde te laten om prioriteit te geven aan wat zich hier-en-nu in iemand afspeelt op het vlak van gevoelens en onderliggende behoefte om pas nadien de inhoud weer op te nemen. Die bereidheid om ons eerst op gevoelsvlak op elkaar af te stemmen en dat mee te helpen bewerkstelligen is binnen ons model van GC altijd prioritair op de inhoud. Doel is verzoeken te richten en te blijven afstemmen op elkaar tot er een wederkerig gevoel van verbinding ontstaat. Afstemming komt voort uit de behoefte aan verbinding, respect, erkenning en authenticiteit. De bereidheid tot mededogen wordt mede gevoed door nieuwsgierigheid in de betekenis van 'verwondering'.

Als je afstemt maak je eerst kenbaar wat je wilt/denkt/vindt/gelooft/verwacht/voorstelt. Vervolgens vraag je naar de beleving van de ander. Dan volgt een uitwisseling totdat overeenstemming is bereikt. Overeenstemmen betekent dat je elkaars wil/gedachte/mening/geloof/verwachting/voorstel wil kennen, vervolgens kent en respecteert.

Als je het oneens bent met elkaar betekent afstemmen dat je overlegt hoe je met dat verschil wederkerig kan/wil omgaan. Net zolang tot je tot overeenstemming bent gekomen. Overeenstemming impliceert een vorm waarbij integratie van eenieders behoeften is bereikt.

  • verbinding

  • wederkerige instemming

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Gevoelens

Gevoelens

Behoeften

Quasi-gevoelens









Frustratie beh

Bevrediging beh

Eigenheid:

aangemoedigd

Gecharmeerd


Ademloos

Ademloos

authenticiteit

aangetast

Gedeprimeerd


Angstig

Behaaglijk

autonomie

aangevallen

Gehinderd


Bang

Bezield

creativiteit

aarzelend

Geïnspireerd


Bedroefd

Blij

integriteit

Afgemat

Geïnteresseerd


Bedrukt

Bruisend

zelfexpressie

afgescheiden

Geïntimideerd


Beverig

Dankbaar


afgewezen

Gekweld


Bevreesd

Dolblij

Emotioneel:

Alert

Gemanipuleerd


Boos

Energiek

Acceptatie

avontuurlijk

Gemeen


Chagrijnig

Erkentelijk

Delen*

Bedreigd

Gestimuleerd


Doodsbang

Extatisch

Erkenning

bedrogen

Getergd


Eenzaam

Geamuseerd

Geruststelling

behulpzaam

Getiranniseerd


Futloos

Geïntrigeerd

Mededogen

bekommerd

Gewantrouwd


Geagiteerd

Gelukkig

Nabijheid

beschaamd

Geweldig


Gefrustreerd

Gelukzalig

Ondersteuning

betrokken

Haatdragend


Geïrriteerd

Geprikkeld

Respect

Bezorgd

Heerlijk


Gekwetst*

Geraakt

Tederheid

Bitter

Hoopvol


Geraakt*

Jolig

Veiligheid

Ellendig

Hulpeloos


Geschokt*

Gevoelig

Verbinding

enthousiast

in ’t nauw gedreven


Geschrokken

Glorieus

Vertrouwen

geanimeerd

in de steek gelaten


Gespannen

Kalm

Warmte

Geboeid

Ingelijfd


Gevoelig

Levendig

Zorg

Gebruikt

intens


Koel

Melancholisch


Jaloers

schuldig


Koud

Nieuwsgierig

Spel:

Knorrig

sereen


Kwaad

Opgelucht

Humor

Liefdevol

stralend


Machteloos

Onstuimig

Plezier

Lyrisch

teleurgesteld


Melancholisch

Ontroerd

Spelen

Misbruikt

Te neer geslagen


Miserabel

Ontspannen


mishandeld

toegenegen


Moe

Opgetogen

Fysiek:

mistroostig

Veilig


Moedeloos

Opgewekt

Aanraking

Narrig

verdoofd


Nerveus

Sprankelend

Bescherming

neerbuigend

Verfrist


Onbehaaglijk

Stil

Beschutting

Netelig

verkeerd begrepen


Ongeduldig

Teder

Beweging

niet gehoord

verlangend


Ongelukkig

Tevreden

Licht

niet gesteund

vermoeid


Ongemakkelijk

Trots

Lucht

niet gewaardeerd

verontrust


Onrustig

Uitgelaten

Ruimte

niet gewenst

verontwaardigd


Onthutst

Verrukt

Rust

niet gezien

verraden


Ontsteld

Vurig

Seksuele expressie

niet serieus genomen

verschrikkelijk


Ontzet

Vervuld

Voedsel

onbekommerd

verslagen


Onzeker

Verwonderd

Drank

onbezorgd

versterkt


Overstuur

Voldaan


onder druk gezet

vertrouwd


Overweldigd*

Vredig

Spirituele verbondenheid

onderbroken

Verveeld


Perplex

Vreugdevol

Beschouwing

onderdrukt

vervreemd


Paniekerig

Warm

Betekenis

Ongerust

verwaarloosd


Slaperig

Zelfvoldaan

Eenheid

ontgoocheld

verwachtingsvol


Smartelijk

Zacht

Harmonie

op mijn nummer gezet

wantrouwig


Somber

Zachtmoedig

Heelheid

opgelaten

Vrij


Stil

Zalig

Helderheid

opgesloten

zelfverzekerd


Treurig


Inspiratie

optimistisch

zorgeloos


Triest


Leren/groeien/bloeien

overheerst

Zwierig


Uitgeput


Ordening

overwerkt



Verbaasd


Schoonheid

Sceptisch



Verbijsterd


Vervulling




Verbluft


Innerlijke vrede




Verdrietig






Verward


Vieren




Wanhopig


Vieren van het leven




Weemoedig


Vieren van de dood (rouwen)




Zenuwachtig








Behoeften met hun betekenis




Eigenheid:


  • Authenticiteit: zijn wie je bent, zoals je dat zelf ziet

  • Autonomie: zelf je dromen dromen en ze mogen realiseren

  • Creativiteit: maken, vormgeven op een eigen manier zonder regeltjes van hoe het hoort, uit zich bijv. in kledij, taal, interieur, schilderen, muziek maken, schrijven vrij van regels of een meetlat.

  • Integriteit: bewustzijn van een eigen geweten, je eigen meetlat, je waarden en normen, waar je al dan niet aan kan gehoorzamen

  • Zelfexpressie: naar buiten brengen van je eigen mogelijkheden, zowel op zintuiglijk zoals dansen, spreken,

zwijgen, bewegen, alle uiting van kenmerken van eigen temperament



Emotionele behoeften:


  • Acceptatie: heeft betrekking op het voor onszelf en anderen aanvaarden, berusten dat er lijden, dood, aftakeling en ziekte is, laten zijn wat is, de boeddhistische vrede in de onvrede.

  • Delen: dialoog waarbij beide partijen empathisch aanwezig zijn en mede interveniëren en sturen en daardoor het

gevoels- en behoefteproces en de inhoud mee richting geven.

Daartegenover staat 'uitwisselen' waarbij de ene partij een monoloog voert die in het beste geval

beluisterd wordt en gevolgd door een daarbij aansluitende monoloog die in het beste geval eveneens

beluisterd wordt. Eenieder blijft op zijn spoor, er ontstaat geen alchemie van gevoelens, behoeften en

gedachten. Integendeel de monoloog van de ander heeft tot functie om het eigen denken steviger in

eigen zadel te houden.

  • Erkenning: aanvaarding door anderen in je zelfexpressie, gezien en gehoord worden in wie ik ben

  • Geruststelling: aannemen dat de dingen wel goed lopen en zullen lopen, de acceptatie ook dat er is wat er is zonder dat er nog frustrerende gevoelens mee verbonden zijn

  • Mededogen:

  • Nabijheid: fysiek, erotisch, verbaal, spiritueel, non verbaal etc

  • Ondersteuning:

  • Respect: laten wat er is bij jezelf (zelfrespect) en bij de ander

  • Tederheid: zowel behoefte aan teer en teder zijn, is allesbehalve een sentimenteel verkleinwoordje, geen flauwe, goed verkopende liefdoenerij, vol softe pastelkleuren die enkel vertedering oproept. Teerheid en tederheid zijn krachtige dynamische woorden met een veelzijdige en diep in de menselijke soort verankerde betekenis. Tegen alle eenzijdigheden en elk misbruik in, verwijst tederheid naar betrokkenheid' en 'kwaliteit van nabijheid. Teerheid en tederheid raken ons zowel lichamelijk, gevoelsmatig als geestelijk en verwijzen nar een behoefte om op een bepaalde manier te zijn en op te treden waarbij de hele mens betrokken is en met respect voor de tussenruimte. Het gaat om een respectvolle, erkennende, waarderende en bevestigende aanwezigheid die 'het andere' en de 'anderen' in hun kwetsbaarheid schroomvol benadert en in hun kracht bevordert en stimuleert.

  • Veiligheid: niet eerder een strategie dan een behoefte????

  • Verbinding: communicatie

  • Vertrouwen: of je hebt het of je hebt het niet

  • Warmte: emotioneel, fysiek, spiritueel

  • Zorg: zorgzaam zijn, aandacht hebben voor planten, mensen, dieren, dingen, gevoelens en behoeften, taal



Fysiologische behoeften:


  • Aanraking: letterlijk, ook in taal raken we de ander fysiek, kijken, horen en luisteren

  • Bescherming: tegen virussen, bacterieën, andere mensen

  • Beschutting: veiligheid, reactie is vluchten of aanvallen

  • Beweging: fysiek, geestelijk, emotioneel

  • Licht:

  • Lucht:

  • Ruimte:

  • Rust:

  • Seksuele expressie: in ruime zin, breder dan de daad, alle manieren waarop het verlangen naar buiten wordt

gebracht

  • Voedsel:

  • Drinken: water, en andere dranken



Behoefte aan spel


  • Humor:

  • Plezier:

  • Spelen: zoals kindjes



Spirituele verbondenheid


  • Beschouwing: eigen dingen doen of zijn in eigen coconnetje, boek lezen

  • Betekenis: ontvangen, geven, hebben, zoeken zinvolheid voor jezelf, bijv. noodzakelijk wanneer een kind sterft voor zijn ouders, dat druist in tegen de natuurlijke ordening

  • Harmonie: alles heeft een plaats onder de zon

  • Ordening: de hele samenhang

  • Eenheid: de beleving dat alles één en hetzelfde is zelfs in de verscheidenheid

  • Harmonie: strategie om eenheid te beleven, door duidelijkheid te scheppen voor jezelf

  • Heelheid: volledigheid

  • Helderheid: inzichtelijk, transparant

  • Inspiratie: vervuld zijn door de muze

  • Leren/groeien: op geestelijk en emotioneel gebied

  • Ordening: geen synoniem voor controle, maar besef en beleving van de ordening van de natuur, zoals eb en

vloed, de opvolging van de seizoenen, de cyclus van leven en dood generatie na generatie

  • Schoonheid: esthetiek, kunst, etc

  • Vervulling: voldaan, tevreden

  • Innerlijke vrede: innerlijke harmonie



Vieren


  • Vieren van het leven: voelen dat je leeft, bruisen, het uitzingen en uitdansen

  • Vieren van verlies: rouwen




De weg van waarnemen naar verzoek



1. Waarneming


  • Onder waarneming verstaan we het vermogen een situatie zo te beschrijven dat ze beperkt blijft tot wat zuiver zintuiglijk kan waargenomen worden, m.n. de zogenaamd 'objectieve' - dus niet geïnterpreteerde - feiten. Een waarneming is dat wat je letterlijk hoort, ziet, ruikt of voelt, en wat ook een ander kan horen zien, zien, ruiken, proeven of voelen. Een waarneming is altijd een hier-en-nu gebeuren. Opmerkingen in de trend van 'alles ligt hier weer overhoop!' zijn dus geen waarneming. Wel, 'ik zie een jas op de stoel, een boekentas op de tafel, het televisieblad op de grond!'

  • Waarneming stimuleert (een) gevoel(ens). Meestal interpreteren we onze waarnemingen. We herleiden onze waarneming tot wat we er in ons hoofd van maken en hoe we dat mentaal zien, interpreteren. Dat laatste is een valkuil indien de waarneming van de feiten enerzijds en de persoonlijke interpretatie ervan anderzijds niet uit elkaar gehouden en als dusdanig geformuleerd worden. Bijv. 'ik zie een jas op de stoel, een boekentas op de tafel, het televisieblad op de grond. In mijn beleving ligt de living erbij als een groot rommelnest!'

Nog een voorbeeld van een valkuil door vermenging: 'jij liep boos de kamer uit!'. Scheiding van waarneming en beleving ziet er als volgt uit: ‘wanneer je daarnet de kamer uitliep, meende ik aan je gezichtsuitdrukking te zien dat je boos was!' Om te voorkomen dat de ander dat hoort als een oordeel, vraag je best even, 'klopt dat?'. Interpretaties zijn dus oké indien ze ook als dusdanig geuit en gecheckt worden als ze iets over een ander zeggen.


  • Valkuil: vermenging van waarneming en oordeel (zie hierna)

  • Checken van eigen interpretatie bij de feiten



Oordelen

  • Oordelen doen we allemaal. Wie ruimte inneemt moet zich een oordeel vormen. Dit ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid over hoe we met oordelen omgaan in onze relaties, noch van de verantwoordelijkheid voor de effecten van zowel de positieve als negatieve oordelen over onszelf en anderen. Het betekent evenmin dat het niet mag, wel dat we onze verantwoordelijkheid blijven dragen voor onze oordelen en de gevolgen die ze veroorzaken. Belangrijk daartoe is er ons op toe te leggen er ons meer en meer bewust van te zijn 1/ dat we ze hanteren en 2/ dat elk oordeel ruimte ontneemt.

  • Oordelen over onszelf ontnemen ons ruimte en oordelen over anderen ontnemen ruimte aan anderen. In beide gevallen is er sprake van een basis van geweld.

  • Een oordeel werkt als alarmbel. We hebben niet voor niets ergens een oordeel over. Alles wat we zeggen of doen is een weergave van onze innerlijke wereld. Alleen vergeten we vaak bij onszelf te checken of die weergave wel de vorm heeft die we zelf willen en stellen we ons onvoldoende vaak de vraag of die behulpzaam is om onze behoeften (zowel geven als ontvangen) te bevredigen.

  • Klus is dus niet stoppen met oordelen, want dat lukt ons nooit en sommigen onder ons zijn daar trouwens gewoon schitterend in. Klus is wel er ons bewust van te zijn wanneer we een oordeel hebben, er naar te kijken, het op zijn waarde te toetsen en het te uiten als ons oordeel of onze persoonlijke beleving. Oordelen hebben als functie iets te beschermen, met name onze gevoelens en onze behoeften. Maar vaak hanteren we een taal die er juist voor zorgt dat we het omgekeerde bekomen.

  • Oordelen helpen ons dus om bekend te worden met onze eigen innerlijke wereld. Oordelen helpen ons ook als we ons overweldigd voelen door iets of iemands gedrag of taal. Oordelen, indien verantwoordelijk in de communicatie gebracht, creëren ruimte voor onszelf. Door onszelf te horen oordelen, zo in de trant van "grr … dit en brr… dat" kunnen we alert zijn voor onze gevoelens en hun onderliggende behoeften. Zolang we dat maar niet onbewust hardop doen waar anderen bij zijn is er niets aan de hand. Oordelen zijn dus innerlijke signalen die ons uitnodigen stil te staan bij onszelf. Ze zijn tot onszelf gericht, niet tot anderen. Al te vaak blijven we (als volwassenen) kleuters die thuis komen van het speelklasje en die de partner met mama verwarren tegenover wie we alles mogen zeggen zonder enige reflectie of voorbehoud of dit wel het geschikte moment is en of dit de geschikte woorden zijn om de ander te bereiken. Want dat is toch communicatie, anders blijven we beperkt in zelfexpressie. Deze herleidt ongevraagd - wat neerkomt op manipulatie - de ander tot mama en papa van een overjarige kleuter, i.p.v.partner van de volwassene die we intussen zijn. En doen we het toch, dan doen we er goed aan ons daar bewust van te leren zijn en verantwoordelijkheid te nemen voor wat we uitlokken.

  • Na innerlijke analyse van onze oordelen kunnen we ze vertalen naar gevoelens en hun onderliggende behoeften.


  • Valkuil: analyseren, classificeren, etiketteren, vergelijken, veralgemenen

  • Oplossing: 'vertalen' van gebruikelijk taal naar GC (zie hieronder)



Taal geven

  • We zijn gewend aan oordelend communiceren. Ook de taal zelf, de woorden, bevat oordelen. Weinigen onder ons zijn gewend oordeelvrij vanuit hun gevoelens en behoeften te spreken. Taal is cultuur en we zijn nu al zover dat we elkaar niet meer met de knots of het mes neerhalen maar we zijn genieën in taalgeweld geworden.

  • Oordelen verwijzen veelal naar onze realiteit dat we onvoldoende geleerd hebben onze gevoelens en behoeften te verwoorden. Door oordelen over onze gevoelens en behoeften bij onszelf en anderen te herkennen, kunnen we ze benoemen en worden ze hanteerbaar.

  • Dit oordelen gebeurt in kleine details in de taal, waar vrijwel niemand bij stilstaat. Bijv. 'Sorry maar ik (jij) ben(t) te laat!" i.p.v. ‘Het spijt me dat ik (jij) later ben(t) dan afgesproken'. Sterk taalgevoelige mensen ervaren dat geweld sterker maar kunnen het niet echt duiden omdat het zo cultureel en taalgebonden verspreid is en collectief aanvaard is. Maar onze gevoelens, onze lichaamservaringen zijn vaak genuanceerder dan onze culturele codes - zie de 'kenfunctie' in de tekst over 'sensuïtie'.

  • Voorbeelden van vertalen van collectieve gewelddadige taal naar meedogende taal: 'Hoe oud ben jij? Naar: 'Welke leeftijd heb je?' en van 'Hoe laat is het?' naar 'Wat is de tijd?' In plaats van 'Wat een stomme actie is dat van jou, zeg!' naar 'Ik heb het idee dat het op een andere manier had kunnen uitgevoerd worden'. In plaats van tegen jezelf te sakkeren en te zeggen 'Wat ben ik toch een egoïst' naar 'Ik wil graag ook aan anderen denken'. In plaats van 'Ik vind dat een akelige manier' naar 'Die manier boezemt me angst in'. In plaats van 'Die vandalen moesten ze opsluiten!' naar 'Ik wou dat ik wist hoe die jongens die de spullen kapot gemaakt hebben tot inzicht zouden kunnen komen over de waarde die dat voor anderen heeft'.



Besluit:

Oordelen zijn dus subjectieve gedachten over onszelf en anderen die vragen naar onderzoek en dus signalen zijn om te ontdekken waar we in ons gevoel aan ruimte - tot behoeftebevrediging - denken te kort te schieten. Vaak hebben we een arsenaal aan geïntrojecteerde oordelen over onszelf en/of anderen waardoor we anderen be- of veroordelen en i.p.v. ons bezig te houden met na te gaan wat we van onszelf en anderen nodig hebben en hoe we dat op zo'n manier kunnen vorm geven en formuleren dat we oordeelvrij staan tot onszelf en in staat om onszelf en anderen echt te kunnen bereiken.




2. Gevoelens


  • Uiten zich als waarneembare fysieke spanning en ontspanning. Er is dus niets mis met spanningen in het lichaam in de mate dat we ze leren zien als signalen voor onderliggende behoeften. Nu en dan ontspannen is nodig om ons lichaam en onze geest de nodige rust te gunnen, maar spanning in nieuwe situaties of zelfs in het dagdagelijkse leven is een middel van ons lichaam om ons iets te vertellen over wat we nu nodig hebben. Er is dus niets mis met spanning. Wel is het belangrijk te leren ontspannen via meditatie - zal hier zeker in deze cursus voldoende aan bod komen - maar ook via zelfonderzoek en communicatie met anderen, waarin we samen op zoek gaan naar integratie voor wederzijdse behoeftevervulling. Bij spanning in ons lichaam is het goed aandacht aan die spanning te geven. Soms hebben we alleen maar nodig eventjes anders te gaan zitten en vaak, vooral als het om interacties met anderen gaat of om nieuwe situaties, zijn spanningen alleen maar een signaal dat we ons onvoldoende toestaan te ademen. Daarom is ademstilstand opgenomen in de lijst van gevoelens. Dan volstaat het om onze ademhaling even te reguleren, dus weer bewust te gaan doorademen.

  • Gevoelens zijn altijd aanwezig, we zijn er ons alleen niet altijd van bewust. Door een prikkel van buitenaf of van binnenuit (waarnemen/associeren/herinneren) ontstaat er iets in ons lichaam, met name een gevoel. Klus is er ons bewust van te leren worden door eerst weer de nodige ademruimte te nemen en dan oordeelvrij open te staan voor onze gevoelens en indien dat niet lukt voor onze oordelen.

  • Eenieder van ons is zelf voor 100% verantwoordelijk voor zijn gevoelens. Niemand kan ons gelukkig of ongelukkig maken! Daar geven we de ander een macht die hij/zij niet heeft. Gevoelens zijn gevolgen van interpretaties die kaderen binnen ons leven zoals we het totnogtoe geleefd hebben en niet het gevolg van wat er tussen die persoon en mij speelt. De ene ervaart 'een moeten' waar de ander 'zich uitgedaagd voelt tot iets nieuws'. Beide zijn oké maar zijn een product van onze eigen manier van kijken en die manier vindt haar oorsprong in de relatie met de eerste mensen in ons leven, nl. ons gezin van oorsprong. Van daaruit blijven we naar de wereld kijken. Soms dragen we daarmee bij aan de vermenselijking van onze samenleving. Maar even vaak helpen we daardoor ook de anderen, onszelf en de ons omringende wereld te ontmenselijken. Inzicht in hoe dat verleden ons leven nu bepaalt is een noodzaak om verantwoordelijkheid te nemen voor hoe we nu in ons leven staan tussen en met anderen. Inzicht is ook noodzakelijk om onszelf uit onze slachtofferidentiteit te helpen en te verhinderen dat we de ander tot zondebok maken.

  • Bewustzijn van onze gevoelens zorgt ervoor dat ze wisselen, dat ze vluchtig komen en gaan. Stagnatie van een gevoel ontstaat wanneer we het niet (h)erkennen. We kunnen een gevoel niet vasthouden, wel erin blijven zitten door de herinnering eraan te koesteren.

  • Gevoelens verwijzen naar een of meerdere onderliggende behoefte(n). Gevoelens werken als signalen, helpen ons dus. Bijv. een droge mond maakt ons bewust dat we behoefte hebben aan vocht.

  • Vaak verwarren we onze gevoelens met schijngevoelens.

  • Negatieve gevoelens: in feite bestaan deze niet. In die zin dat ze verwerpelijk of slecht zouden zijn. Gevoelens zijn signalen die ons iets vertellen over onszelf en over hoe wij een feitelijke situatie ervaren. Gevoelens zijn dus niet 'juist' of verkeerd'; ze zij wat ze zijn. Gedachten, interpretaties of overtuigingen kunnen geheel of gedeeltelijk 'juist' of 'verkeerd' zijn, maar gevoelens laten zich niet in die zin beoordelen. Alle mensen, ook diegenen die zogezegd 'geen problemen hebben', kennen pijn, verdriet, schaamte, kwaadheid en schuldgevoelens. Het feit dat je gevoelens hebt of ervaart, wil echter niet zeggen dat je hele persoon erdoor bepaald wordt. Het is niet omdat je jezelf slecht voelt dat je ook slecht bent. Het is niet omdat je jezelf kwaad voelt dat je het kwade bent; het is niet omdat je jezelf vies en vuil voelt, dat je dat ook bent. Het gebeurt zeer dikwijls dat iemand die met deze gevoelens te maken heeft, toch dergelijke interpretaties over zichzelf maakt. In zeer veel gevallen blijkt achteraf dat deze interpretaties overgenomen zijn uit de omgeving waarin men is opgegroeid.

Voor een kind werken volwassenen in de omgeving als een soort van spiegel. Als ze van het kind houden en het warmte geven, dan zal dat kind zich geaccepteerd voelen en zichzelf beschouwen als een waardevol persoon. Als anderzijds volwassenen in de omgeving dit kind voortdurend kwetsen, bekritiseren of belachelijk maken, dan zal het zich ook 'slecht' waardeloos en belachelijk voelen. Als het kind gebruikt wordt om kwaadheid of zelfhaat op af te reageren of als het gebruikt wordt om de eigen seksuele wensen of frustraties op uit te werken, dan zal dit kind zichzelf gaan haten of zichzelf beschouwen als een soort 'voorwerp' zonder eigen wil.



  • Valkuil: gebruik van schijngevoelens (zie hieronder)

  • Functie: signalen voor behoeften



Schijngevoelens

  • Vermenging/verwarring van gevoelens met interpretaties van en oordelen over die gevoelens of over handelingen van anderen. Het schijngevoel verwijst naar hoe wij de gebeurtenissen en/of onze gevoelens daarbij interpreteren en beoordelen en laat de echte gevoelens on(h)erkend en dat bemoeilijkt het signaal naar de onderliggende behoefte, maakt het vaak onmogelijk. Onder schijngevoelens verstaan we 'gevoelens die we wel als gevoel ervaren maar die eigenlijk vermengd zitten met zelfoordelen of oordelen over anderen' en ze zijn dus eerder manipulatieve aangeleerde trucs - in de gezinssituatie, later via overdrachtsfenomenen op school, in de jeugdbeweging, van vrienden en partners, etc - om onze eigen gevoelens of die van anderen te manipuleren.

  • Een schijngevoel is te herkennen aan een werkwoord dat een bepaald handelen van een ander impliceert. We zijn dan niet met onszelf bezig maar met die ander.

Bijv. 'Ik voel me in de steek gelaten!'. Eigenlijk gaat het hier om een impliciete beschuldiging: 'Jij laat me in de steek', wat dan maar beter duidelijk als een eigen beleving van de daden van de ander verwoord kan worden. Maar wat erger is voor onszelf, we maken daardoor de ander verantwoordelijk voor ons gevoel en dus voor onze behoefte. Enerzijds ontnemen we daardoor de ander ruimte, wat angst of onzekerheid oproept bij onszelf, en we ontnemen ook onszelf ruimte. Gebrek aan ruimte roept altijd boosheid/woede op. Daarmee ontken ik niet dat die ander niet iets zegt of doet in het relationele veld dat een gevoel oproept, maar dan gaan we beter op zoek naar het echte gevoel. Bijv. 'In mijn beleving voel ik me door jou/jullie verlaten en ik voel pijn en ben bang'.

Wanneer het gevoel on(h)erkend blijft staat de valkuil van ‘slepen’ en ‘sparen’ open.


  • Valkuil: bewust of onbewust slepen (meeslepen van situaties uit het verleden 'oude koeien uit de gracht halen' en sparen (gevoelens niet uiten en communiceren over wat er aan de hand is, zowel mooie en leuke dingen als onaangename en conflictueuze dingen).

  • Oplossing: checken of onze beschuldigingen juist zijn.




3. Behoeften


  • Alle mensen ter wereld hebben dezelfde basisbehoeften, ongeacht ras, huidskleur, religie, sekse, leeftijd of cultuur. Al zullen verschillende culturen meer belang hechten aan één behoefte veelal ten koste van andere behoeften. In de westerse cultuur spelen begrippen als 'autonomie', 'individualiteit' en 'zelfverzekerdheid' een grote rol. Deze verwijzen alle naar de behoefte aan eigenheid. Door het in andere talen leren kennen van woorden voor een universele behoefte die in de eigen cultuur verzwegen wordt - niet getaald - wordt het makkelijker voor ons om ook die behoefte bewuster te hanteren en te vervullen. Een gegeven dat in Japan volop aan de gang is. Mensen verschillen dus niet van elkaar door hun gevoelens en behoeften (die zijn soortgebonden) maar wel door de hiërarchie die ze binnen de verschillende behoeften aanbrengen en door de strategieën die ze bedenken.

  • Wij, westerlingen, hebben bijvoorbeeld geen woord voor het 'amai'-gevoel, zoals de Japanners dat kennen en hoog in het vaandel dragen. 'Amai' verwijst naar een reeks van behoeften die te maken hebben met in de eerste plaats goed overweg te kunnen met anderen en in de groep te passen. 'Amai' is het gevoel dat verwijst naar de onderliggende behoefte aan verbinding en delen. In Japan manifesteert zich dat door zich aan de waarden van de groep te conformeren, een behoefte die ons niet vreemd is maar ze staat bij ons niet centraal en hoog in ons vaandel. In Japan daarentegen bestaat er geen woord voor eigenheid, wat niet betekent dat Japanners geen behoefte aan eigenheid zouden ervaren. Alleen ze kunnen die niet verwoorden en zullen de behoefte aan eigenheid eerder op een onbewuste manier vervullen of deze zal zich kristalliseren in de rand van de Japanse cultuur of via kunst. De eenzaamheid ondanks de overvloed aan 'amai' in Japan druipt levensgroot van de moderne Japanse films.

  • Wij zijn een armoedige cultuur waar het gaat om het vanzelfsprekend creëren van verbinding, van delen en het ondergeschikt maken van ons eigen ik ten gunste van een groter geheel, bijv ook bij het vervullen van onze behoefte aan spirituele verbondenheid. Godsdiensten noch broederschappen dragen hier noodzakelijk uitingen toe bij of getuigen van de vervulling van die behoefte. Al zullen verschillende individuen dat wel ervaren binnen hun religieuze - of broedergemeenschap van welke aard ook. Vaak vormen deze instellingen eerder machtsorganen die via haar ledenaantal of de groep waarop ze focust controle en macht binnen het maatschappelijk poogt te krijgen en te bestendigen dan dat ze persé meer zouden leiden tot de vervulling van onze behoefte aan spirituele verbondenheid. Zeker de ééngodengodsdiensten zijn 'hemels' goed in het creëren van een ‘wij’ en ‘zij’. En na lectuur van 'Het atheïstisch manifest' van Herman Philipse die meent te bewijzen via de weg van de logica dat God niet bestaat, kon ik alleen tot de bedenking komen: “En mijnheer Philipse, is er nog leven na en buiten de logica?” Ook als atheïst brengt hij een scherpe scheiding aan tussen de agnost en de atheïst. Ik blijf dan altijd met de vraag zitten 'En wat als we nu eens elkaar zouden bevragen vanuit verwondering - behoefte aan leren en delen - i.p.v. alsmaar alleen meningen te spuien - al hou ik van meningen, ze zijn toch niet het enige en hoogste goed -? Oosterlingen daarentegen stellen vele vragen maar je krijgt er niet echt een mening uit.

  • Mensen over de gehele wereld ervaren dus dezelfde gevoelens als signalen van onderliggende dezelfde behoeften, al was het maar onder de vorm van een lichaamsspanning of bij bevrediging - lichaamsontspanning - en hun onderliggende behoeften, maar slechts een klein deel van de wereldbevolking heeft een duidelijk woord voor bepaalde gevoelens en hun onderliggende behoeften. Als Japanners het over 'amai' hebben weet eenieder duidelijk wat de ander bedoelt. Zoals wij weten wat we met 'autonomie' bedoelen. Maar als wij het over delen, verbinding maken, afstemmen etc. hebben komt er veelal een hele discussie op gang over wat dat zoal zou kunnen betekenen. In ons gevoel weten we het allen, maar op begripsniveau zit dat moeilijk.

Zo kent het Arabisch het begrip 'verliefdheid' niet, maar dat betekent niet dat Arabieren dat gevoel niet kennen. Alleen zullen ze het anders benoemen. De taal beperkt de uiting, de expressie van gevoelens en behoeften, kan ze ook tot verdringing dwingen maar kan ze niet echt doden. Ze komen vaak tot uiting in lichaamstaal, in de kunst via literatuur, beeldende kunsten etc. Denk maar aan de hoogst verleidelijke blik van tal van jeugdige moslimvrouwen ondanks haar verborgen 'onrein lichaam'. Geen westerlinge die dat met al haar open en bloot bereikt.

  • Ook al zijn gevoelens en behoeften universeel, toch kan en zal er al naar gelang de cultuur, zoals we al zagen, maar ook al naargelang het individu een andere vorm en een ander belang aan iedere behoefte gegeven worden. We kennen ook hiërarchieën in onze behoeften waarvan de lichamelijke vaak het meest dwingends zijn. De vorm doet evenwel niets af aan de universaliteit van de fundamentele behoeften. Wij mensen leven op basis van de vervulling van die behoeften. Zoals lucht en water, en ook erkenning, schoonheid en spelen. Daarom is het voor de kwaliteit en de intensiteit van ons leven niet zo belangrijk onszelf te zijn maar wel te streven naar behoeftevervulling.

  • In onze beleving is het vaak heel moeilijk om diepe aangeboren, universeel menselijke behoeften te onderscheiden van cultureel aangeleerde behoeften. We verwarren dan behoeften met strategieën (verlangens) die niet noodzakelijk zijn voor onze overleving en die integratie met de ons omringende wereld in de weg staan. Ons geluk creëren we juist door die strategieën (verlangens) terug te vertalen naar hun onderliggende behoeften en deze opnieuw vorm te geven in meer haalbare strategieën die meer gericht zijn op integratie binnen onze omringende wereld zonder evenwel de onderliggende behoefte te frustreren.

  • Als bepaalde basisbehoeften niet of te weinig of onevenwichtig - en dat evenwicht is persoonlijk variabel en ook veranderlijk al naargelang het moment en de leeftijd - vervuld worden, houden we beetje bij beetje op te bestaan, letterlijk of emotioneel. We sterven zelf af of een behoefte sterft af en met die behoefte sterven we als het ware een beetje mee af, minstens op geestelijk niveau. Bij zware ontbering ook lichamelijk. We worden ziek. Oude mensen hebben minder behoeften dan kinderen. Met het verminderen van de intensiteit van behoeften verlaten we beetje bij beetje ons leven.

  • Bijv. bij frustratie van onze behoeften aan 'leren', of aan 'contact' en 'betekenis' zullen bepaalde talenten en vermogens niet tot ontwikkeling kunnen komen. Vandaar dat onze opvoeding, en later onze zelfopvoeding, zo'n belangrijke rol speelt voor ons vermogen tot behoeftevervulling via (a) integratie van onze verschillende behoeften enerzijds en (b) integratie binnen onze omgeving met de behoeften van anderen anderzijds, te realiseren en (c) een ethische balans in geven en ontvangen, want behoeften vragen steeds om een balans in beweging tussen geven en nemen van bijv. tederheid, erkenning, respect etc. Geblokkeerde balansen omtrent ethisch geven en nemen - met ethisch wordt bedoeld dat het evenwicht wordt beslecht door alle betrokken partijen - zijn oorzaak van een scheefgetrokken evenwicht binnen de eigen geest en dat weerspiegelt zich in onze relaties met anderen - zie tekst over 'Contextuele therapie en de balans tussen geven en nemen'.

  • Voor het uitstippelen van onze groeiprojecten - zie tekst over 'Ontwikkelingspsychologie' – is enerzijds inzicht in geblokkeerde leerprocessen uit onze jeugd dan ook belangrijk en anderzijds inzicht in scheefgetrokken balansen tussen geven en nemen in ons gezin van oorsprong, met de gevolgen ervan voor onze actuele en toekomstige relaties - vrienden, partners, onze eigen kinderen, maar ook andere wereldburgers – Deze inzichten zijn fundamenteel om duidelijkheid te verwerven in hoe we naar onszelf en hoe we naar anderen kijken en hoe we ons verhouden tot onszelf en tot anderen - met inbegrip van de natuur -. Zonder het bewust en oordeelvrij openstaan voor dit subtiele evenwicht tussen (a) en (b) komen we als mens niet tot volle wasdom, niet tot groei, laat staan tot bloei. Basisbehoeften bestaan op het niveau van eigenheid, emotie, spel, lichamelijkheid, spirituele verbondenheid en het vieren van het leven - zie lijst boven aan deze tekst-.

  • Behoeften zijn er altijd - als je bijv. een kramp in je maag hebt, wat we honger noemen, dan worden we ons bewust van onze behoefte aan voedsel -, maar behoeften vragen niet altijd naar directe vervulling. Als je bijv net champagne gedronken hebt, ben je je niet bewust van je behoefte aan water. Lichamelijke behoeften zijn vaak dwingender dan hogere menselijke behoeften - zie tekst ‘Behoeften en verlangens www.psy.cc’ -.

  • Om een behoefte te vervullen heb je strategieën nodig. In de tekst 'Behoeften en Verlangens' wordt voor strategie het woord 'verlangen' gebruikt, al is er ook een verschil. Ik zou van verlangen spreken als het gaat om een niet bewust gekozen vorm van behoeftevervulling, terwijl strategie in mijn definitie voor een bewust gekozen vorm staat.

Met strategie bedoelen we eigenlijk een bewust uitdenken van niet aan personen gekoppelde vormen waarop één of meerdere behoeften bevredigd zouden kunnen worden, door onszelf en/of door anderen. Een behoefte kan door een reeks van strategieën - minstens drie en beter vijf - vervuld worden. Ieder mens kiest de strategieën die op dat moment bij hem passen.

Te vaak blijven we echter hangen bij onze gekende strategieën (verlangens) die we als kind aanleerden in die omstandigheden of die aanvaard zijn binnen de subgroep waarin we leven. We slepen verlangens uit het verleden naar het heden op dezelfde manier waarop we anderen tot onze mama of papa maken zonder dat we ook maar om pap moeten vragen.

  • Strategieën uitwerken vraagt om creativiteit en uitbreiding. Conflicten tussen mensen ontstaan nooit over behoeften, altijd over strategieën.

  • Een behoefte creëert meerdere strategieën zoals de behoefte aan rust zich kan uiten via de strategie eten, slapengaan, mediteren etc en kan ook door verschillende strategieën vervuld worden, zoals er achter één strategie verschillende behoeften kunnen schuil gaan.


  • Valkuil: Behoeften verwarren met verlangens of strategieën




Strategieën:


  • Strategieën zijn manieren, vormen waarop een behoefte kan vervuld worden. Waar behoeften universeel zijn, zijn strategieën individueel en vaak momentgebonden. Bijv. bij de behoefte aan vocht passen verschillende strategieën zoals water, koffie, thee, bier, champagne.

  • Ruzie en conflicten ontstaan uitsluitend over strategieën, nooit over behoeften, en indien dit wel het geval is spreken we van een gebrek aan respect voor de eigenheid van de ander of van zichzelf.

  • Het leren vanuit empathie - woorden geven aan de gevoelens en behoeften van anderen - kan ons alerter en meer attent maken voor onze eigen behoeften (herkenning van onze menselijkheid door het gezicht van de ander, zoals beschreven door de filosoof Levinas).

We zijn vaak kinderen gebleven die er impliciet van uitgaan dat anderen zowel onze behoeften als onze strategieën moeten raden en precies uitvoeren zoals wij dat onbewust nodig hebben. Het duidelijk zijn - specifiek en expliciet omtrent tijd en ruimte - wat betreft de te volgen strategie en deze ontkoppelen van een welbepaalde andere vraagt om reflectie en het nemen van 100% verantwoordelijkheid voor het realiseren van onze behoeften. Het vermogen om strategieën te ontwikkelen voedt ons gevoel van macht. Niet de macht over anderen maar over het eigen leven. (zie verder).


  • Valkuil: afhankelijkheid van anderen door steeds dezelfde strategie te verwachten en het slepen van oude gevoelens van niet-vervulling door bijv. vader/moeder, vorige partners/partner in het verleden etc. Dit gebeurt vooral wanneer behoefte en strategie door elkaar gehaald worden. Behoeften zijn niet persoons- noch tijdgebonden. Ze kunnen uitgesteld worden. Soms hebben ze genoeg aan onze eigen erkenning en in het ergste geval kunnen we ook rouwen (vieren) bij niet-vervulling.

  • Oplossing: ontwikkelen van meerdere strategieën en er ook enkele bedenken die niet persoons- of aan één persoon gebonden zijn hier-en-nu.




Macht

  • Het vermogen om strategieën te bedenken geeft ons een gezond gevoel van macht en dat komt ons fundamenteel zelfvertrouwen ten goede. Daarmee bedoelen we het vermogen om die middelen in te zetten die nodig zijn om een voor ons belangrijk doel - een doel liefst dat ook iets van betekenis heeft voor het groter geheel - te bereiken.

  • Deze middelen kunnen zowel materieel als immaterieel zijn, bijv. spieren, kennis, erkenning. Het inzetten van die middelen of juist het onthouden van middelen leidt tot het ontnemen van ruimte. Als de inzet van die middelen leidt tot het ontnemen van ruimte aan onszelf en anderen, het uitoefenen van manipulatieve druk, misbruiken we macht. We willen dan - bewust of onbewust - macht over een ander.

  • Wanneer we de nodige middelen inzetten om iets te creëren en ruimte te laten dan hebben we macht met een ander. De macht om zowel ons eigen leven als dat van een ander te verrijken. We worden dan zelf gelukkig door het geluk van die ander mede te creëren, niet door in zijn plaats te denken - zoals we veelal doen - maar vanuit het samen op zoek gaan naar integratie vanuit delen, respect, afstemming vinden etc.

  • Als we onszelf machteloos voelen, hebben we de idee dat we geen enkel middel tot onze beschikking hebben. Door bewust te ademen en te erkennen dat we ons op dat moment machteloos voelen, komen een aantal middelen weer tot onze beschikking. En bij gebrek eraan kunnen we altijd een beroep doen op feedback en het advies van anderen.




4. De vraag of het verzoek


  • Een verzoek tot iemand richten is het formuleren van een vraag die aanzet tot actie en waarop met 'nee' kan geantwoord worden, zonder dat daar consequenties aan verbonden zijn. Om onze behoefte(n) vervuld te krijgen dienen we tot actie over te gaan. We kunnen een verzoek richten zowel aan onszelf als aan anderen. Daarom is het aan te raden bij het bedenken van een strategie om een aantal strategieën te bedenken waarbij je deze loskoppelt van personen of koppelt aan verschillende personen. Bijv. Ik heb behoefte aan warmte. Ik kan verschillende strategieën voorzien. 1/ Een verzoek om mij warmte te geven en de manier en het moment waarop ik dat graag zou willen. 2/ Ik kan een lekker bad nemen met heerlijke kruidenaroma's en bijpassende muziek op de achtergrond. 3/ Ik kan één mijn vrienden en/of vriendinnen opbellen en een verzoek tot hen richten. 4/ Ik kan een heerlijk kinderverhaal of poëzie lezen die ook mijn warmtegevoelens bevredigen.

  • Als we eigenlijk alleen maar 'ja' willen horen op ons verzoek dan kunnen we beter een bevel geven. Als we sancties in gedachten hebben voor het geval we een 'nee' te horen krijgen op ons verzoek, dan spreken we van een eis. Door onze angst een 'nee' te krijgen op ons verzoek verpakken we onze eisen in vriendelijk klinkende woorden. Echter, ook een verpakte eis is een eis en wordt als dusdanig verstaan. Stemvibraties, toonhoogtes etc verhullen waar we echt mee bezig zijn, hoe onschuldig onze woorden ook bedoeld zijn of ons in de oren klinken. Het lichaam van de ander vibreert op waar we echt, zelfs onbewust mee bezig zijn. Een vraag moet dus gemeend als een vraag met een '?' klinken, anders hoort die ander een eis of een bevel en als die al een rebels- of passief verzetstype is, hoort die dat zelfs bij een vraagteken. Ook handig om daar vooraf aan te denken en in te schatten in je verwachtingen.



Kenmerken van een verzoek:

  • Zeg wat je wil, i.p.v. wat je niet wil.

  • Je mag ook 'neen' zeggen en het is nodig een 'neen' te kunnen ontvangen, al kan dat moeilijk het laatste woord zijn maar een tijdelijk aspect dat te maken heeft met een ander ritme of een strategie die te ver van onze eigen behoeften of die van de ander afstaat en dat vraagt om verduidelijking.

  • Wees specifiek, expliciet en concreet.

  • Gebruik bevestigende actietaal in het hier-en-nu.

  • Verwoord je behoefte (dit stadium moet onpersoonlijk blijven, zodat we alvast niemand verantwoordelijk maken voor onze behoeften, dat is onze verantwoordelijkheid voor de volle 100%). Verantwoordelijkheid voor de relationele dynamiek is een fifty-fifty gebeuren.

  • Bepaal de strategie: de vorm, de wijze van invulling - met duidelijk aangeven van tijd en ruimte - die je er op dit moment aan wilt geven.

  • Richt dus niet je behoefte, noch de strategie, tot een persoon, richt enkel het verzoek tot een persoon: 'Wil je dit doen?' - liefst niet met 'voor mij' erbij want ook dat kan manipulatief overkomen bij velen.



  • Valkuil: eisen, belonen, straffen

  • Oplossing: aangeven van feitelijke waarneming en differentiëren van eigen interpretaties en belevingen, aangeven van gevoel(ens), behoefte(n), strategieën duidelijk, expliciet, precies en exact en eindigen met het verzoek 'wil je dit doen?'




Mededogen


  • Is een beleving, nl. de beleving dat je met alles wat er is geaccepteerd en erkend wordt. Mededogen is de kruipolie van de Geweldloze Communicatie. Mededogen heeft net zo veel vormen als er mensen en momenten zijn.

  • Ieder bepaalt voor zichzelf in hoeverre en tegenover wie en wat hij mededogend wil zijn en blijven. Wel is het nodig bewust te blijven en te zien hoe we door het opgeven van mededogen de spiraal van taal- en ander geweld uitlokken of mee op gang houden.

  • Mededogen als zodanig bestaat niet. Het is een individuele beleving in het moment. We kunnen mededogen geven en ontvangen. Zowel aan/van onszelf als aan/van anderen. Als we beiden mededogen nodig hebben, zullen we die het eerst aan onszelf moeten geven, voordat we die aan de ander kunnen geven. Dat doen we door: 1/ te ademen, 2/ in stilte onze eigen gevoelens en behoeften te (h)erkennen en onszelf te vragen wat we nu nodig hebben en hoe. Mededogen aan onszelf geven is een manier om innerlijk geweld te stoppen.


  • Valkuil: 'Quick fixen' en 'vinden' (zie hieronder)

  • Oplossing: luisteren

  • Luisteren ook naar het innerlijk geweld en zijn vraag naar zelfmededogen en onderzoek en bevraging




Quick fix:


  • Onder 'quick fix' verstaan we strategieën om uitingen van angst, pijn en verdriet te voorkomen, te stoppen of op te lossen. Net als mededogen en geweld bestaat quick fix uitsluitend in de persoonlijke beleving.


  • 'Quick fixen' kan door sommigen en op sommige momenten ook als mededogen beleefd worden, maar even zo goed en vaker als geweld. Voorkomende 'quick fixen' zijn: het laten primeren van inhoud van het gesprek op het 'proces van afstemming op jezelf en anderen' door rationaliseren, analyseren, veralgemenen, betweterij, negeren, kleineren, iemand de hemel in prijzen, bagatelliseren, sussen, troosten, her verhaal overnemen en naar jezelf of een ander toetrekken, 'grappen', uitlachen, snoepjes geven, 'cadeautjes', adviezen, oplossingen geven zonder te checken of het dat is wat de ander verwacht, 'sorry' zeggen voor iets wat niet in jouw macht noch verantwoordelijkheid ligt. Onder 'quick fixen' verstaan we concreet: andere dingen gaan doen, inwrijven, van onderwerp veranderen, ongevraagd en zonder te checken oplossingen aangeven, het onderwerp naar jezelf terug trekken: "Ik heb dat ook meegemaakt", onderbreken met oordelen, troosten zonder te checken of dat de behoefte is en de gepaste strategie, betweterig optreden, peptalk, ontkennen, bondje sluiten: "Zullen we eens samen naar de bios gaan!/?", de tegenpartij - zelfs al is ze afwezig - begrip geven en steunen - wat verschillend is van meervoudig partijdig zijn -.


  • Noodzaak: blijf in verbinding, stem af op de ander door te weten te komen hoe ervaren wordt wat je doet en wat er echt nodig is, niet in jouw ervaring maar in die van de ander. Vraag het en luister echt (zie verder).


  • Loslaten van 'quick fixen' door afstemming op jezelf en ander leidt tot mededogen en verbinding



Luisteren


  • Je actief en oordeelvrij richten op de ander terwijl je bewust blijft van je eigen gedachten, gevoelens en behoeften. Vanuit betrokkenheid, respect, acceptatie en nieuwsgierigheid in de zin van 'verwondering' - zoals een kind de wereld benadert - naar de ander luisteren. Actief luisteren naar de innerlijke wereld achter de gesproken woorden, door te vertalen, te checken of je correct gehoord en begrepen hebt, mededogen te geven - verschillend van medelijden geven dat staat voor met zichzelf en eigen angsten etc bezig zijn - helderheid creëren en/of erkenning geven.

  • Als je geen zin hebt of niet in de gelegenheid bent om te luisteren zeg dan gewoon: "Ik wil wel luisteren maar op dit moment lukt het me niet. Dat geeft me spanning. Je kunt het aan iemand anders vertellen of op een ander tijdstip aan mij. Hoe is dat voor jou?".


  • vertalen

  • checken

  • mededogen



Enkele belangrijke elementen voor het optimaliseren van de 'tussenruimte' tussen onszelf en anderen ('the realm of the between' een uitdrukking van M. Buber) die ervoor zorgen dat we onze behoeften kunnen vervullen niet ondanks of te koste van de behoeften van anderen maar dankzij het oor en oog hebben voor wederzijdse behoeften van elkaar:


1. Oordeelvrij luisteren ‘Aanraken’, ‘afstemmen’

2.Aankijken ‘Gevoelens en behoeften van de ander herkennen’

3.Laten zijn wat er is … De ander laten uitspreken

4. Zichtbaar meeleven Vragen stellen vanuit inleving




Bronnen:

Centrum voor Geweldloze communicatie

Boeken: Geweldloze communicatie – Marshall Rosenberg

Stop met aardig zijn – Thomas d’ Ansembourg


 

Kristin Brantegem

1.2005

 

Geluk alleen maakt niet gelukkig - Thomas d' Ansembourg  (2007)
Jan Vertriest
4.2007

1 Centrum Geweldloze Communicatie 2001/Model Marshall Rosenberg

 

1