4000-4999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

4650 Schoonheid


Bewerking van een artikel uit 1961, reeds bewerkt in 1975

Situering

Bepaalde waarnemingen lokken bij ons emoties uit. Sommige daarvan, die ons diep en aangenaam treffen, noemen we schoon of mooi. Schoonheid is de verzameling van kenmerken van iets moois.

Bepaling

Schoonheid is een reeks kenmerken van een voorwerp, situatie, gebeurtenis of reeks gebeurtenissen (bv toneel, film, gedicht) die verwijzen naar een soort volmaaktheid, en in ons een positieve emoties vrijmaken, meestal leidend tot toegenomen energie. Kunst wordt dan bepaald als het (min of meer) gewild scheppen van zaken die "schoon" zijn. Woordenboeken omschrijven kunst als het vermogen om schoonheid te scheppen, en schoon als wat behaaglijk overkomt.

Andere bepalingen

Zoals we straks bij de psychische motivaties zullen zien, zijn er bepaalde mensengroepen die liever een andere betekenis geven aan "schoonheid". En sommigen die het alleen heel vaag willen definiëren, en de concrete invulling als zeer relatief, persoonlijk en dus als onbespreekbaar (en vrijblijvend) bestempelen (de gustibus...). Anderen zeggen dat kunst (en schoonheid) al datgene wat door de mens is gecreëerd en emoties uitlokt. Soms worden zelfs negatieve beelden (foto's van terechtstellingen, oorlogsscènes, misdaden) als "schoonheid" bestempeld. Soms word schoonheid beperkt tot niet-natuurlijke zaken, zoals kunst, fotografie, en dingen van de natuur kunnen niet schoon zijn, wel aangrijpend nartuurlijk. Deze beelden treffend overbrengen is dan de eigenlijke kunst.

Bepalende factoren

Het feit of we iets mooi vinden wordt bepaald door het samenvallen van de perceptie ervan met onze onbewuste verwachtingen daarrond. We noemen dit het Onbewust Volmaaktheidsbeeld (OVB). Dit OBV ontstaat als volgt: telkens we iets waarnemen krijgen we, op onderbewust nivo, een aanvoelen van hoe de volmaaktere versie van dit waargenomen object er zou uitzien. Hoe meer ervaring we hebben op dit gebied, hoe sneller dat beeld zal ontstaan. Men zou ook kunnen zeggen dat het waarnemen van enkele analoge varianten van iets ons bepaalde criteria, elementen, dimensies die bijdragen tot de schoonheid. Natuurlijk kunnen we die elementen meestal niet verwoorden, tenzij we een kunstenaar zijn. Het betekent wel dat mensen met meer ervaring, wellicht een verfijndere smaak hebben voor fenomenen op dit gebied. Wie zelfden klassieke muziek beluistert heeft dit aanvoelen veel minder.

Hierbij is duidelijk dat elke waarneming die mooi bevonden wordt, omdat ze zo dicht bij het OVB komt, op haar beurt de ervaringen daarrond uitbreidt, precies daardoor langzamerhand een nieuw, verder gevorderd OVB doen ontstaan. Om dezelfde reden zullen prachtige dingen die ons treffen en fascineren, mettertijd een banaler karakter krijgen: de prachtige stad waarin we wonen, de fysieke aantrekkelijkheid van onze partner, onze nieuwe auto, een aangekocht schilderij waar we lang naar verlangd hebben, de zoveelste keer dat we hetzelfde prachtige muziekstuk horen... In het algemeen is het wel zo dat schoonheid, die berust op talrijke integraties, langer "meegaat" dat zaken die maar op één of enkele elementen fascineren, bv. moderne kunst.

Er zijn enkele soorten herkenbare factoren:

1. associatieve schoonheid (eerder subjectief)

a) emotioneel geladen associaties

Deze eerste vorm van schoonheidsbepalende factoren zijn subjectieve associaties, gebonden aan het eigen emotionele verleden. Bv een huis dat gelijkt op het huis van onze jeugd, een vrouw die gelijkt op onze overleden  moeder. Is daardoor heel persoonlijk, en tevens cultuurgebonden.

b) archtypische beelden

Een andere, meestal aangeboren vorm van gevoeligheid zijn de archetypes die in ons berusten, wellicht deels instinctief en deels door opvoeding en cultuur. Eén van die archetypes is de vrouw voor de man, en de man voor de vrouw. En de homofiele variant ervan.

2. intrinsieke schoonheid (eerder objectief)

Schoonheid wordt ook in zekere mate bepaald door de objectieve volmaaktheid van de observeerbare srcuturen. het meest is dat uiteraard het geval in kunstvormen waar herkenbare regels bestaan, zoals in de muziek hoewel dit uiteraard afhangt van de aangewende stijl.

Bij het intrinsieke schoonheidsideaal kunnen in zekere mate twee paradigmata herkend worden:

a) natuurlijke schoonheid

Het is alsof de natuur haar eigen regels hanteert. Elementen als Gulden Snede, bijna-symmetrie, typische kleurencombinaties en -schakeringen zijn hier vaak heel belangrijk. Uiteraard zijn er steeds vele varianten in de natuur, in lichaamsvormen zoals het gelaat. Maar achter deze varianten zit blijibaar een natuurlijk dieaal, dat het gemiddlede blijfkt te zijn, m.a.w. elke natuurlijke creatie is een onvolledig geslaagde poging.
Zo blijken "mooie" vrouwelijke gelaten gewoon te beantwoorden aan de gemiddelde afmetingen en verhoudingen van de vrouwengelaten in het algemeen (onderzoek), en dus helemaal niet uitzonderlijk te zijn op zichzelf. De natuur regelt hierbij duidelijk zowel de mooie vormen, bv een gelaat, als onze archetypische, instinktieve gevoeligheid hiervoor.
Deze schoonheidsfactor is vooral van toepassing bij natuurlijke processen (nivo 8 van de kosmische evolutie) die tot stilstand zijn gekomen.

b) integratieve schoonheid

Een andere objectiveerbare dimensie in veel voorbeelden van schoonheid, is de mate waarin diverse vormen van schoonheid geïntegreerd zijn, bv jazz als integratie van Westerse muzikale harmonie en Afrikaanse ritmes en improvisatie, Bach als integratie van Buxtehude en Vivaldi,enz.

Deze schoonheidsfactor is vooral van toepassing in psychosociale processen (nivo 9 van de kosmische evolutie) die nog volop aan de gang zijn.

c) cyclische kunstontwikkeling

De kunst, en daarmee samengaand de gevoeligheid voor schoonheid, evolueert niet lineair. Hoewel ieders gevoeligheid voor schoonheid anders is (elk van ons heeft andere OVB'en op basis van onze individuele voorgeschiedenis terzake) is er in de kunst toch een gestadige cyclische beweging merkbaar, gedragen door bv de schilderkunstenaars. De twee fasen van deze ontwikkelingscyclus zijn: (1) het ontwikkelen van nieuwe mooie elementen, en enige tijd (eeuwen? decennia?) later (2) een integratie van die nieuwe elementen in de bestaande schoonheidsidealen van vroeger. Na deze nieuwe integratie, deze nieuwe synthese ontstaat, eerder bij professionelen dan bij het algemene publiek, een zeker gemis voor aspecten die nog ontbreken, of, anders geformuleerd, een zekere vermoeidheid voor de steeds als volmaakt gepresenteerde herhaling. En dan gaat men zich toeleggen op die nieuwe details, die "verfrissend" en "fascinerend" overkomen, in contrast met de net voorbije "banale" en "afgezaagde" vormen.

In de schilderkunst bv. zijn integratieve periodes geweest in de 15e eeuw (Van Eyck, Da Vinci, della Francesca), in de 17e eeuw met de surrealisten (Poussin, Bril, Lorrain), in de 20e  eeuw (met Delvaux, Picasso, Willink).
in de muziek hebben we een analoog fenomeen. In de 16e eeuw Morales met eemn integratie van het Gregoriaans en de Vlaamse Renaissance, JS Bach in de 18e eeuw met een integratie tussen Buxtehude en Vivaldi, Chopin en de andere romantici zoals Rachmaninov in de 19e-20e eeuw, Jazz als een integratie van klassiek met ritmisch (vooral Oscar Peterson), elektronisch en jazz met klassiek (Schultze, Swingle Singers, Jacques Loussier; John Potter met Gregoraans en Renaissance).
Uietraard zijn er naast deze schilders en musici nog talloze mooie en ontroerende scheppingen geweest, maar de hier geciteerde zijn m.i. meer voorbeelden van integratieve kunst, waar zowat alle op dat ogenblik voorhanden elementen in verwerkt zijn. en veel hangt uiteraard ook af van het OVB van de kunstliefhebbers in kwestie.

3. Het emotiemechanisme: verrassing, contrast

Een andere factor, die eigenlijk los staat van de inhoud van het schoonheidsobject, is het ontroeringsmechanisme. Niet elke schoonheid lokt automatisch ontroering uit. Een emotie, ook buiten schoonheid, bv bij angst, humor, schrikken, een net vermeden ongeval, is des te aangrijpender naarmate er een verrassend contrast bestaat tussen wat we verwachtten, en wat we (plots) waarnemen. Als datgene wat we zien verrassend beter is dan wat we verwachtten, ontstaat er een soort "opluchting", en als de waargenomen context "rijk" is, dus meerdere verrassingen bevat, dan zijn er meerdere "opluchtingen", en dan begin we te lachen van de ademschokken. Dit is mede de oorzaak, naast het snel veranderen van het OVB, dat we bij een volgende waarneming veel minder emotioneel "verrast" zijn: er is nog maar weinig verschil tussen waarneming en verwachting.

De diepste factoren

Waarom vinden wij bepaalde beelden, personen en ervaringen mooier dan andere, waarom zoeken wij die op, waarom voelen wij er ons enige tijd beter door, waarom omgeven we er ons van (thuis, uitstappen, computerbeelden, e.d.). Het is een hypothese van de Integratieve Psychologie dat deze beelden fantasmatisch werken, dus in ons het besef verhelderen en versterken dat volmaaktheid en geluk dichtbij zijn.

Ddarenboven is er in ons niet alleen de behoefte om ons gelukkig te voelen, maar ook de behoefte om bij het dragen tot het optimaliseren van systemen, en ook een behoefte aan creativiteit. Iets moois meemaken versterkt fantasmatisch pns gevoel dat we paeticiperen aan die vervolmakingsactiviteit.

Een andere manier om de psychische kracht van schoonheidservaringen te beschrijven, is dat ze onde "herinnert aan een surreële wreld", of "ons herinnert aan een volmaakte toekomst". In zijn diepste betekenis is surreëel bijna een synoniem van ideaal, mooi. Het is namelijk de schepping van een nog onbestaande werkelijkheid, met bouwstenen van de huidige werkelijkheid. Dus is het wellicht geen toeval dat de surrealistische kunstperiodes in de schidlerkunst samenvallen met wat velen aanvoelen als prachtige integraties van alles wat voorhanden is.

De diepste drijfveer tot het opzoeken en waar mogelijk creëren van schoonheid (onze schoonheidsbehoefte) is dus ons fantasmatisch verlangen om in zo'n toestand te vertoeven, en waar mogelijk aan de totstandkoming ervan bij te dragen. Het geeft ons dus moed om evrder te werken aan het tot stand komen van ene dieale ereld.

De Vrouw, tenminste voor de man, komt in de beeldende kunsten veel vaker voor dan mannen. De simpele uitleg dat het is omdat de meeste kunstenaars mannen zijn, en de vrouw voor hem een seksobject is, volstaat wellicht niet. Het is onze hypothese dat de Vrouw in de ogen van de man meer is dan een seksobject. Het beeld van de vrouw zou meer het levensideaal oproepen, een significante speler in een ideale wereld.

Ook Kosmische en evolutionaire beelden, die fantasmatisch de prachtige evolutiebeweging oproepen waarin wij ons bevinden, kunnen heel ontroerend zijn.

Toepassingen

Het beleven van seksualiteit is dus niet zomaar een leuke bezigheid, zoals bij andere genotservaringen, maar een essentiële, positieve emotionele ervaring, noodzakelijk voor ons psychisch goed functioneren. Bijna even centraal als godsdienst. Natuurlijk, om het volle effect te bereiken moet er aan een reeks psychologische voorwaarden zijn voldaan, zoals dit ook is bij andere esthetische belevenissen, en bij elke intellectuele bezigheid tenslotte. Er moet een associatiekader aanwezig zijn om het psychostimulerende effect mogelijk te maken. Overigens is seksualiteit zelf, niet alleen door zijn orgasme-ervaring en andere sensorische prikkels (vachtcontact, vastnemen van penis, penetratie), zeer goed geschikt als psychostimulans. Ook de kreten van vrouw (en ook wel de man) rond het orgasme, en het sluiten van haar ogen lokt bij de man een gevoel van grandioze constructieve almacht uit, en het gevoel totaal vertrouwd te worden, één der sterkste emoties. De vrouw beleeft deze ervaring als het toppunt van opperste veilige overgave, en fierheid omdat de man waar ze naar opkijkt háár verkozen heeft. Een stuk ontroerende paradoxale spanning tussen angst en zekerheid, een op zichzelf ook al een emotie-uitlokkende ervaring.

Zo ook suggereert de bevallige kledij van de vrouw niet alleen mooie sensualiteit (psychisch zowel als seksueel), maar is ook esthetisch belangrijk. Ook berusten vele beelden en gevoelens wellicht op nog te omschrijven archetypes.

Schoonheid kan ook frustererend zijn voor minder bekwamen, niet alleen in kunst, maar ook in de liefde, seksualiteit, en het leven in het algemeen.