4000-4999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

4790 Ouder worden


De psychologie van het ouder worden

Kijken naar leeftijd!
De binnen- en de buitenkant van het ouder worden

Greet VERBRUGGHE


 

Enkele citaten…  

  

 “Niets maakt sneller oud dan de voortdurende gedachte dat men oud is”! 

(Lichtenberg)   

“Als je morgen even oud bent dan vandaag ben je dood.” 

(Toon Hermans)    

“Het is geen kunst om oud te worden, het is een kunst om ermee te leven”! 

  

Iedereen wil lang leven maar niet oud worden,

iedereen wil oud worden maar het niet zijn!  

  

Oud zijn is lichter te dragen dan oud worden…  

 

Er zijn grijsaards van 3 en kinderen van 100 jaar…  

(citaat uit Japan).  

 

Je wordt oud omdat je ophoudt met lachen…  

 

Hoe oud zou je zijn als je niet wist hoe oud je was? 

(R. Cordon) 

 

Als we de tijd van leven ‘cadeau’ krijgen is het onze verantwoordelijkheid  

om eruit te halen wat erin zit! 

 

Je wordt pas jong als je zestig bent en dan is het te laat. 

(Picasso) 

 

Als je lang wilt leven, moet je heel oud worden. 

(W. van Broeckhoven) 

 

Je houdt niet op met lachen omdat je oud wordt, je wordt oud  

omdat je ophoudt met lachen. 

(Pritchard) 

 

Jong of oud – het heeft niets te maken met hoelang je al leeft 

als je ophoudt te groeien, ja, dan word je oud’. 


Voorwoord 

   

Ouder worden heeft me altijd al gefascineerd. De groeven, de rimpels, de wijsheid, de geschiedenis die op iemands gezicht staat te lezen. Boeiend om naar te kijken, om het verhaal van de jaren te zien… 

Maar ouder worden confronteert ons ook met psychische en lichamelijke veranderingen; soms het begin van aftakeling, pijn, verdriet, verlies, depressie, eenzaamheid… Verder heeft ouder worden ook te maken met leren loslaten en leren leven met  wat nog mogelijk is, met wat nog kan. Het is niet vanzelfsprekend om niet bij de pakken te blijven zitten maar te leren creatief ouder te worden.  

Al deze uiteenlopende aspecten van ouder worden, maken het thema tot een boeiende uitdaging om over na te denken. 

   

Ik koos dit onderwerp bewust omdat ik dagelijks met ouderen werk. Iedere dag ontmoet ik frisse, actieve, intelligente, leergierige mensen. Hun motto is en blijft: zolang mogelijk zelfstandig zijn en blijven, maximale kansen benutten om te blijven leren ‘leren’ en te ‘groeien’.  Maar ik ervaar ook dagdagelijks hoe de eerste problemen en paniekreacties opduiken wanneer men plots ondervindt dat een aantal zaken zoals: in groep wandelen, fietsen, niet meer vlot verlopen… Dat men dingen begint te vergeten, dat er meer lichamelijke en psychische symptomen opduiken die het normaal functioneren hinderen…  

 

Omwille van deze ervaringen is het voor mij fascinerend om op zoek te gaan naar mogelijkheden om als therapeut ouderen mee in een juiste en kwaliteitsvolle richting te loodsen. Tegelijkertijd wil ik een oproep lanceren om op een andere manier naar ‘leeftijd’ te leren kijken. 

 

1. Inleiding 

 

Over het verouderingsproces is al veel geschreven op basis van de veronderstelling dat oud worden iets is dat fundamenteel en onbeïnvloedbaar bij de mens hoort. Maar stilaan begint men ook in te zien dat het ook iets is dat ons lichaam door maatschappelijke conditionering heeft geleerd. Als ouder worden iets is dat ons gewoon (fysiek) overkomt, dan zijn we er in feite het slachtoffer van; maar als het iets is wat we hebben geleerd, dan zijn we ook in de positie het gedrag dat ervoor zorgt dat we ouder worden, weer bij te sturen en zelfs meer: ons nieuwe overtuigingen eigen te maken en ons door nieuwe kansen te laten leiden.

 

Deze nieuwe – meer actieve - kijk veronderstelt een goed bewustzijn op wat er gebeurt. Bewustzijn is van grote invloed op het verouderingsproces, want hoewel alle dieren van de hogere soorten verouderen, weet alleen de mens wat er met hem gebeurt; en die kennis zetten wij om in het verouderingsproces zelf; wie zich wanhopig voelt bij de gedachte dat hij oud wordt, wordt sneller oud, terwijl een rustige aanvaarding ervan veel psychische en fysieke ellende buiten de deur houdt.

 

Om meer zicht te krijgen op diverse elementen van dit bewustzijn zetten we in een volgend hoofdstuk een aantal evoluties in het denken over ‘ouder worden’ op een rij. 

 

2. Evolutie in het denken over ‘ouder worden ’ 

 

2.1. Veranderende visies 

 

Oud worden speelt zich af in de geest en is daarom uniek en bij de mens een unieke variabele. Elke hond is na 20 jaar een oude hond, elke muis is na 3 jaar een oude muis.  

 

Bij al deze dieren is de biologische leeftijd het enige dat telt, maar iedereen  

kent mensen die op de leeftijd van 80 jaar jong en andere die op de leeftijd van 25 oud zijn.  

Oud worden staat dus ook niet altijd gelijk aan aftakeling en verlies. Wel integendeel, vanuit zijn stoïcijnse levensvisie beweerde Cicero dat men zich pas op latere leeftijd eindelijk kan richten op de verdere ontplooiing van zijn mentale mogelijkheden zonder afgeleid te worden door lichamelijke behoeften of genotervaringen. 

 

“ Ik heb geen spijt geleefd te hebben, omdat ik zo geleefd heb dat ik meen niet voor niets te zijn geboren”, schreef Cicero in 44 v. Chr. in zijn boek 'Over de ouderdom'.  

 

Marcus Tullius Cicero was 63 jaar oud toen hij dit pleidooi schreef voor erkenning van de ouderdom als een waardevolle en verantwoorde levensfase. 

Jammer genoeg was niet iedereen het met hem eens 

 

Sir Francis Bacon, de grote figuur uit de renaissance, had dan weer een sarcastische visie op oude mensen die ‘te veel’ bezwaren maken, te lang beraadslagen, te weinig ondernemend zijn en te snel spijt hebben.’  

 

“Niemand ziet verlangend uit naar een dergelijke oude dag. Als u niet wilt oud worden, kunt u zelf besluiten dat niet te doen’. 

 

Zelfs tot voor kort trof men in onze westerse beschaving eerder een negatieve dan wel een positieve beeldvorming aan met betrekking tot de late volwassenheid. Men beschouwde ‘oud zijn’ als de minst aangename levensperiode en één ieder wilde vrijwel op zoek gaan naar de bron van de eeuwige jeugd. Met andere woorden; men wilde lang leven, maar niet oud worden. Oud worden was immers synoniem voor aftakeling, ziekte en verlies. 

 

De vergrijzing van de bevolking in de twintigste eeuw bracht een belangrijke kentering met zich mee in het denken rond ouderen. 

 

De gemiddelde levensduur in België is in de voorbije eeuw spectaculair gestegen en blijft nog toenemen; de gemiddelde levensverwachting in België is er met maar liefst 30 jaar toegenomen.  

Ook de voorbije jaren is de gemiddelde levensverwachting nog voortdurend gestegen. Nu hebben mannen een gemiddelde levensduur van 75 jaar, vrouwen een levensduur van 81,5 jaar.  

 

Het voorbije decennium is het aantal honderdjarigen verdubbeld van 546 in 1990 tot 1154 in 2003. Het aandeel van vijfenzestigplussers is meer dan verdubbeld naar 14 procent in 1998. In 2010 zal dat 16 procent zijn, in 2030 wordt het aandeel op 24 procent geraamd. Een verviervoudiging die grote consequenties zal hebben voor de samenleving. De veertigers en vijftigers van nu, de babyboom- of protestgeneratie, zijn de vijfenzeventigplussers van straks. De meeste demografen verwachten in de komende decennia een gestage groei tot 2050 waarbij ongeveer één derde van de inwoners van België zestig jaar of ouder zullen zijn… 

 

Maar er is meer dan de stijgende verwachting m.b.t. de leeftijd.  

In tegenstelling tot de vooroorlogse – stille – generatie die vooral materialistisch was ingesteld en gericht op orde en een goede financiële situatie, speelt bij de komende generatie ouderen zelfverwerkelijking een grote rol. De verwachting is dat zij veel langer actief zullen blijven in de samenleving. Opgegroeid in een tijd van welvaart zijn ze gemiddeld gezonder, hoger opgeleid en hebben ze grotere financiële middelen tot hun beschikking dan hun voorgangers. In de media en de commerciële wereld wordt steeds meer aandacht besteed aan actieve ouderen. 

Daar staat tegenover dat er door een vergrijzende bevolking een toenemende behoefte zal zijn aan verpleeg- en verzorgingsvoorzieningen, iets waar nog niet merkbaar op wordt ingesprongen. Het aantal dementiepatiënten zal bijvoorbeeld sterk groeien, een gebied in de zorgsector waar het tekort nu al sterk voelbaar is. 

 

2.2. Nieuwe inzichten  

 

2.2.1. De subjectieve beleving van leeftijd. 

 

Uit recent onderzoek van de sectie psychogerontologie van de Universiteit Nijmegen naar subjectieve leeftijd blijkt dat mensen zich jonger voelen dan ze zijn. Dat effect wordt sterker naarmate men ouder is. Een 74-jarige voelt zich gemiddeld tien jaar jonger. Mensen vinden ouder worden negatief, maar beschouwen zichzelf als een uitzondering. Als mensen zichzelf met anderen van dezelfde leeftijd vergelijken op het gebied van gezondheid, schatten ze zichzelf gezonder in. Vergeleken met toen ze jong waren vinden ze hun gezondheid echter minder goed. 

 

Er zijn vijf factoren die bepalen hoe oud iemand zich voelt: 

 

-          Afnemende lichamelijke kracht. Als mensen zich zieker voelen, voelen ze zich ouder. 

-          Geïsoleerd zijn. 

-          Goede sociale contacten en (overgebleven) relaties van hoge kwaliteit  

-          ‘Ambitie’ hebben, nog iets willen bereiken. 

-          Confrontatie met dood van vrienden of familie. 

 

2.2.2. Self fulfilling prophesie 

 

De beleving van ouder worden heeft vooral te maken met de manier waarop men de eigen levensloop en het ouder worden vorm geeft. Wie gelooft dat de ouderdom gepaard gaat met gebreken, zal er weinig aan doen om lichamelijke achteruitgang te verminderen. Een positieve opvatting over het verouderingsproces levert een veel betere levensverwachting op. Bij een enquête onder 660 vijftigplussers in 1975 aan de universiteit van Yale, bleek dat de mensen die positieve verwachtingen hadden over het ouder worden, na 23 jaar, gemiddeld 7,6 jaar langer hadden geleefd dan diegenen die minder positief waren. 

 

Hoe je je voelt wordt dus vooral bepaald door je persoonlijke ervaringen en niet door leeftijd. Tevens stelde men vast dat niet de leeftijd van invloed is op hoeveel men piekert, maar de leeftijd wel sterk bepaalt waarover men piekert. 

 

“Hoe ouder ik zelf word, hoe meer ik constateer, niet alleen dat kindertijd en ouderdom bij elkaar horen, maar ook dat het de twee levensperioden zijn waarin ons de diepste ervaringen geschonken worden.”  

 

Marguerite Yourcenar

 

Op de keper beschouwd, begint het proces van ouder worden op de dag van de geboorte. Leven staat gelijk aan ouder worden.  

 

 

2.2.3. De toenemende diversiteit wijzigt het beeld 

 

Het ouder worden is nauwelijks te vergelijken met het ouder worden pakweg vijftig jaar geleden. 

Onderzoek naar beeldvorming over ouderen geeft aan dat er ook op vlak van samenstelling van de groep de afgelopen 17 jaar heel wat veranderd is. 

Ouderen vormen vandaag een zeer heterogeen gezelschap waarover men moeilijke algemeen geldende uitspraken kan doen. ‘Ouderen kunnen net zo goed 60-plussers als 80-plussers zijn, mensen die niet alleen verschillen qua leeftijd maar ook in een verschillende maatschappelijke context opgroeiden. 

Omwille van deze toenemende verschillen binnen de ouderenpopulatie wordt het steeds moeilijker om stereotypen te hanteren. Dit leidt automatisch binnen de samenleving tot een diversiteit aan ervaringen met de ouderenpopulatie. 

 

Dé leeftijdsirrelevante samenleving bestaat nog lang niet maar de beeldvorming over ouderen net als de gedragsverwachtingen tegenover deze leeftijdsgroep worden minder rigide! Er is een emanciperende visie op het oud zijn ontstaan, men ziet oudere mensen niet meer als ‘op rust’ en evenmin ‘als afhankelijk’.  

Vaak hebben we echter nog af te rekenen in de  samenleving met starre zienswijzen of onbeweeglijke standpunten zoals: 

 

-          De manier waarop we onszelf zien of de manier waarop we onze levensloop beleven 

-          De manier waarop we een ander zien 

-          Onze meningen, onze manier van denken of onze oordelen 

-          Het gangbare klassieke beeld in de samenleving van de menselijke levensloop: eerst leren,

       dan werken en ten slotte uitrusten 

-          De eenzijdige manier waarop vaak tegen ouder worden en ouderdom wordt aangekeken 

 

De evoluties in het denken en de nieuwe inzichten, tonen ons een aantal wegen om als therapeut een eigen bijdrage te leveren rond dit thema.  

Vooreerst proberen we onze kennis rond de ouderwordende cliënt te verdiepen, o.m. i.v.m. soorten leeftijden. 

 

3. Kijken naar soorten leeftijd

 

Hoe complex de invloeden zijn die in het ouder wordende lichaam een rol spelen, blijkt wanneer de ogenschijnlijk eenvoudige vraag wordt gesteld: ‘Hoe oud bent u’? Voordat een overhaast antwoord volgt is het goed te bedenken dat er drie zeer uiteenlopende manieren zijn om iemands leeftijd vast te stellen.  

 

3.1. De chronologische leeftijd – leeftijd volgens de kalender. 

 

Deze eerste leeftijd (van een geheel van drie) is een vast gegeven; toch is de chronologische leeftijd de minst betrouwbare. Een willekeurig iemand van vijftig zal misschien vrijwel even gezond zijn als toen hij vijfentwintig was, terwijl iemand anders een lichaam heeft van een zestigjarige of zelfs van een zeventigjarige. Als we werkelijk willen weten hoe oud we zijn moeten we een tweede leeftijd erin betrekken. 

 

3.2. De biologische leeftijd 

 

 De biologische leeftijd vertelt ons hoe het verstrijken van de tijd onze organen en weefsels heeft beïnvloed in vergelijking met andere mensen van onze chronologische leeftijd. De tijd heeft echter niet op alle delen van ons lichaam dezelfde invloed. Vrijwel elke cel, elk weefsel en elk orgaan veroudert in zijn eigen tempo, zodat de biologische leeftijd veel ingewikkelder is dan de chronologische. Een marathonloper van middelbare leeftijd heeft misschien de beenspieren, het hart en de longen van iemand die half zo oud is, terwijl zijn knieën en nieren snel verouderen onder invloed van de buitensporige stress en zijn gezichtsvermogen en gehoor afnemen op hun eigen, individuele manier. Met het verstrijken van de jaren worden we  steeds unieker. Op de leeftijd van 20 jaar, wanneer de spierontwikkeling, reflexen, seksuele drift en een groot aantal andere functies hun top bereiken, zien de meeste mensen er fysiologisch hetzelfde uit. Jonge harten, hersenen, nieren en longen hebben allemaal een gezonde kleur en een stevige structuur. Er zijn weinig tot geen aanwijzingen van misvorming, ziekte of afsterven van het weefsel. Maar twee willekeurige lichamen van zeventig jaar vertonen geen enkele overeenkomst; in de veranderingen als gevolg van veroudering weerspiegelt zich ieders unieke leven. 

 

Ook de biologische leeftijd heeft als meetinstrument zijn beperkingen. Zuiver biologisch bezien voltrekt het verouderingsproces zich zo langzaam dat de fatale gevolgen ervan zelden gelijk gaan met die van de zich veel sneller voltrekkende ziekten. De meeste essentiële organen kunnen bij dertig procent van hun capaciteit nog goed functioneren Als ons lichaam dus vanaf de leeftijd van dertig jaar per jaar één procent minder gaat functioneren duurt het zeventig jaar – dus tot het honderdste jaar – voordat een orgaan met mankementen wordt bedreigd als gevolg van veroudering op zich. 

Maar we staan voortdurend bloot aan maatschappelijke en psychische invloeden en onze manier van leven is aan verschillende voorwaarden gebonden, zodat de verschillen in de manier waarop we oud worden al veel eerder zichtbaar worden.

Gerontologen hebben ontdekt dat oudere mensen die bereid zijn betere leefgewoonten te volgen hun verwachte levensduur met ongeveer 10 jaar kunnen verlengen. De pijl van de tijd kan dus snel maar ook langzaam gaan, tot stilstand komen en zelfs in omgekeerde richting gaan. Of ons lichaam biologisch jonger of ouder wordt hangt af van de manier waarop we het behandelen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat 50-plussers jaarlijks gigantische bedragen uitgeven aan allerlei cosmetische producten, vitamines, gelaatscorrecties en haarkleuringen, naast fitnessactiviteiten en sportartikelen. 


Vele ouderen weten maar al te best dat stereotype denkbeelden en het zogenaamd ‘ageisme’ als geheel van overtuigingen en gedragingen die ouderen denigreren enkel omwille van hun leeftijd, vooral voortvloeien uit overgeneralisaties uitgaande van uiterlijke kenmerken.  


Zo worden ouderen vaak enkel op basis van hun uiterlijk beoordeeld en ook benaderd als lief, ongevaarlijk, naïef of als onbekwaam, soms ook als achterdochtig, koppig, op zichzelf betrokken en ietwat ‘seniel’ 

 

Ouder worden gaat gepaard met tal van veranderingen, ontwikkelingen op lichamelijk, psychologisch en sociaal vlak. Hoewel de veranderingen qua psychologisch en sociaal functioneren een invloed hebben op de wijze waarop anderen met het oudere omgaan, zijn het vooral de lichamelijke veranderingen die het meest opvallen.  

Maar dan gaat men voorbij aan een derde vorm van leeftijd. De psychische leeftijd. 

 

3.3. De psychische leeftijd 

 

Onze derde leeftijd, de psychische, is nog flexibeler. Net als de biologische leeftijd is de psychische volstrekt persoonlijk – geen twee mensen hebben precies dezelfde psychische leeftijd, omdat geen twee mensen precies dezelfde ervaringen hebben.  

Hoe oud we ons voelen is niet aan grenzen gebonden en kan in een fractie van een seconde omslaan in het tegenovergestelde. Een oude vrouw die zich haar eerste liefde herinnert kan plotseling klinken en eruitzien alsof ze weer achttien was, een man van middelbare leeftijd die te horen krijgt dat zijn vrouw gestorven is kan binnen een paar weken een ingevallen, eenzame oude man worden. 

 

Precies hier komen elementen naar boven die ons als therapeut aanknopingspunten bieden om een strategie rond op te bouwen. 

 

Factoren die het verouderingsproces versnellen: 

 

*Depressiviteit 

*Het ontbreken van een regelmatige dagelijkse routine 

*Het ontbreken van een werkroutine 

*Gebrek aan voldoening in het leven 

 

Factoren die het verouderingsproces vertragen: 

 

*Een gelukkig huwelijk of een bevredigende langdurige relatie 

*Een gevoel van persoonlijk geluk 

*Het vermogen gemakkelijk te lachen 

 

‘Je bent zo oud als je je voelt!’ is alleen maar een cliché. 

Het is de samenhang tussen de verschillende leeftijden die bepalend is. 

Wanneer iemand neerslachtig wordt of juist opvrolijkt heeft dat een fundamentele betekenis die zich in het lichaam weerspiegelt. 


Neurologisch gesproken is een signaal van de hersenen niet meer dan een reeks energieschommelingen. Bij iemand die in coma ligt hebben die signalen geen betekenis; maar diezelfde signalen kunnen in iemand die alert en bewust is op een grenzeloos aantal creatieve manieren worden geïnterpreteerd.  

 

Shakespeare gebruikte geen metafoor toen hij Prospero liet zeggen: ‘Wij zijn de stof waarvan dromen worden gemaakt’. Het lichaam is als het ware een zich manifesterende droom, een holografische projectie van hersensignalen die zich transformeren tot de toestand die wij ‘werkelijkheid’ noemen.

Veroudering kun je zien als een reeks verkeerde transformaties, processen die stabiel, evenwichtig en zichzelf vernieuwend zouden moeten blijven maar uit hun koers geraken. Dit uit zich als een lichamelijke verandering, maar in feite is eerst ons bewustzijn – of het nu is in onze geest of in onze cellen – uit zijn koers geraakt. Wanneer we dat eenmaal aanvaarden gaat de illusie dat we het slachtoffer zijn van een geestloos, willekeurig aftakelend lichaam in rook op. We hebben de grondstoffen zelf in handen om onze toekomst en dromen te maken.


Conclusie : een eenvoudig antwoord op de vraag ‘hoe oud ben je’? kunnen we niet geven; we zouden een glijdende schaal moeten hebben, die laat zien hoe snel onze drie leeftijden zich bewegen ten opzichte van elkaar.


“Vrijheid is de kunst om van een eindpunt een nieuw begin te maken.”

Lili Chavannes-Fortuyn.


"Het samenspel tussen deze drie leeftijden laten ons zien dat we zelf een actieve rol kunnen spelen in ons ‘ouderwordingsproces’. In het volgende hoofdstuk brengen we een aantal mogelijkheden hiervoor samen. 

4. Van binnenin ouder worden: mogelijkheden tot zelfsturing 

 

4.1. Het aanpassingsproces 

  

Hoewel ouder worden gepaard gaat met tal van veranderingen, ontwikkelingen op lichamelijk, psychologisch en sociaal vlak, hebben vele ouderen de indruk dat ze nog steeds ‘dezelfde persoon’ zijn als tientallen jaren geleden. Hun reacties zijn dan ook vaak geconditioneerd. Zo beweren velen zelfs dat ze zich niet oud voelen en nog steeds jong van hart zijn. Ze willen niet als ouderwordende persoon gecategoriseerd of geïdentificeerd worden. Zo kan een 78 jarige bijvoorbeeld met volle overtuiging stellen dat een bejaardenclub iets is voor ‘oudjes’. Degelijke reactie kan niet enkel verklaard worden door de angst om oud te worden of de behoefte om voor eeuwig jong te blijven. 

Begrippen als assimilatie en accommodatie verklaren waarom ouderen zich vaak ‘jonger’ voelen dan ze in werkelijkheid zijn en waarom ze op welbepaalde momenten plots ontdekken dat ze een ‘dagje ouder’ geworden zijn. Beide begrippen zijn componenten van een aanpassingsproces. 

 

Aanpassingsvermogen kan eenvoudig gedefinieerd worden als vrijheid van een geconditioneerde reactie. Open blijven staan voor veranderingen, het aanvaarden van het nieuwe en het verwelkomen van wat onbekend is, is een keuze die een duidelijke persoonlijke vaardigheid eist. Want wanneer matheid de kans krijgt toe te slaan is de geest geneigd oude gewoonten te versterken en steeds meer aan conditionering toe te geven. 

 

Assimilatie komt voor als mensen nieuwe ervaringen in overeenstemming brengen met hun opvattingen of met de wijze waarop ze gewoon zijn naar de dingen te kijken. Assimilatie betekent het opnemen van nieuwe ervaringen in reeds bestaande kennisovertuigingen of reeds bestaande denkpatronen.  

Accommodatie verwijst naar het bijsturen van reeds bestaande kennis, reeds bestaande interpretaties van de werkelijkheid als gevolg van nieuwe ervaringen. 

 

Feitelijk kan de ganse denkontwikkeling omschreven worden door middel van assimilatie en accommodatie als de twee tegengestelde en tegelijk complementaire componenten van elke aanpassingsproces. 

Het geeft ons meer inzicht in de wijze waarop mensen reageren op het verouderingsproces. 

 

4.1.1. Assimilatie

 

Mensen interpreteren hun dagdagelijkse ervaringen vanuit hun persoonlijke identiteit. Deze omvat allerlei ideeën, opvattingen, voorstellingen over het eigen ik. Ideeën over fysiek voorkomen en functioneren; opvattingen over eigen cognitieve vaardigheden, persoonlijkheidskenmerken en relaties met anderen zijn voorbeelden van deze zelfrepresentaties, die samen het zelfbeeld uitmaken.  

 

Psychologisch gezonde mensen vertonen de neiging om zichzelf als vrij gezond en competent te beschouwen, om te denken dat ze goed overkomen bij anderen… Als de dagdagelijkse ervaringen overeenstemmen met dit zelfbeeld is er geen reden tot ‘aanpassing’. 

Indien nieuwe ervaringen echter geheel niet stroken met het zelfbeeld, dan vertonen de meeste volwassenen een neiging tot identiteitsassimilatie, waardoor ze hun kijk op zichzelf niet moeten bijsturen. Zo wordt een minder geslaagde prestatie toegeschreven aan externe factoren zoals: het slechte humeur van anderen, lawaai, een verkoudheid, slechte werkomstandigheden, enz. 

Het tegengestelde gebeurt wanneer men een geslaagde ‘prestatie’ heeft geleverd. In dit geval schrijft men ze toe aan voorbeeld persoonlijke inzet, vaardigheden, bedachtzaamheid, doorzettingsvermogen, etc. 

 

 

4.1.2. Accommodatie

 

Als nieuwe levenservaringen te fel afwijken van alle opvattingen over het eigen ik komt echter een eind aan de identiteitsassimilatie. 

Dan treedt er accommodatie op. 

Identiteitsaccomodatie houdt in dat men persoonlijke zwakheden, tekortkomingen erkent, ook een herdefinitie van de eigen identiteit. 

In het algemeen heeft men de neiging om allereerst een assimilatieproces door te voeren bij een nieuwe ervaring, indien nodig zal er in een volgende fase een accommodatie optreden. 

 

4.1.3. Toepassing van beide begrippen op het proces van ouder worden 

 

Toegepast op het ouder worden, zullen leeftijdsgebonden veranderingen op lichamelijk, psychologisch en sociaal vlak deze identiteitsprocessen activeren. 

Meestal treedt er eerst identiteitsassimilatie op, waarbij men zich weinig zorgen maakt over de veranderingen. Voorbeelden hiervan zijn: de eerste rimpels, meer tijd nodig om te reageren, minder lenig,… Dit alles blijft mogelijk tot een zekere drempel wordt bereikt. Op dat moment kan de identiteitsaccommodatie optreden. 

Indien deze drempel overschreden wordt voor een identiteitsaspect dat de persoon in kwestie weinig belangrijk acht, dan zal hij zich weinig vragen of problemen stellen in verband met zijn zelfbeeld en zullen er weinig veranderingen in zijn gedrag optreden. 

Indien de drempel echter een belangrijk aspect van de identiteit betreft, dan zal er sprake zijn van een zogenaamd ‘seniormoment’ waarbij men plots met de realiteit van het verouderen wordt geconfronteerd en tot identiteitsaccommodatie overgaat.  

 

Dit accommodatieproces beïnvloedt op zijn beurt het gedrag. 

Zo kunnen mensen allerlei initiatieven nemen om hun gezondheid en lichamelijke conditie te verbeteren of om risicovolle gedragingen te vermijden. 

Dit is het principe van ‘use it or lose it’! (rust roest) Gezondheidsbevorderende activiteiten krijgen voorrang en ongezonde gewoonten die het verouderingsproces versnellen worden afgeleerd. 

 

De Amerikaanse industrieel Henry Ford zei ooit: 

 

 “What ever you have, you must use it or you lose it”.  

 

 

 

Naast dit ‘use it or lose it’-principe passen ouderen ook het SOC-principe toe teneinde hun zelfbeeld, hun identiteit te vrijwaren. Soc (Baltes – Baltes, 1990) staat voor Selectieve Optimalisering met Compensatie. 

 

Veel ouderen voeren selectieve optimalisering door als ze hun gamma aan activiteiten reduceren en hierdoor meer voldoening én gevoel van controle verwerven. Door te selecteren kunnen ze de dingen die ze graag doen immers beter ‘onderhouden’.  

Net zoals ‘selectie’ is compensatie een gezonde reactie op een vermindering van de aanpassingsreserves. Compensatie treedt in werking als men niet meer over voldoende vaardigheden beschikt om bepaalde activiteiten naar behoren uit te voeren (een auto besturen in druk verkeer, memoriseren, wandelen, fietsen,…) Zo kan men bijvoorbeeld een hoorapparaat aanschaffen als men hardhorig is, een tuinman betalen om de tuin te doen… 

 

Duidelijk is dat veel ouderen hun ‘positief’ zelfbeeld kunnen behouden omdat ze hun doelen en ambities bijsturen door middel van selectieve optimalisering en of/ compensering. Dat dit werkt blijkt uit onderzoek dat aantoont dat meer dan 80% van de 79- tot 89- jarigen zich gelukkig tot zeer gelukkig voelt. Men spreekt hier van de ‘welzijnsparadox’. Ondanks lichamelijke ongemakken, psychosociale verliezen en andere objectief waarneembare problemen waarmee ouderen te maken krijgen, zijn ze toch tevreden en dit dankzij het aanwenden van allerlei aanpassingsmechanismen. 

 

 

 

4.2. Rol van het bewustzijn op veroudering 

 

4.2.1. Een verstard bewustzijn 

 

In het oude China werd door de Tao Te Tjing volgende waarheid verkondigd: 

 

 ‘Alles wat soepel en stromend is neigt tot groei, maar alles wat star en geblokkeerd is zal wegkwijnen en sterven.’ 

 

Een verminderd bewustzijn treedt op wanneer we het leven niet volledig ervaren en waarderen. Dat gebeurt vaak zo ongemerkt dat het maanden of zelfs jaren duurt voordat de negatieve gevolgen zichtbaar worden. De leeftijdsveranderingen die zich voordoen in geest en lichaam zijn het gevolg van een gedachteloos toegeven aan starre veronderstellingen, overtuigingen en meningen. Sommige mensen hebben zichzelf overtuigd dat ze vergeetachtig zullen worden wanneer ze oud worden, een verwachting die vaak nog wordt versterkt door mensen die in de ‘oude’ oude dag geloven. Zodra ze vijfenvijftig of zestig zijn beginnen dergelijke mensen zich zorgen te maken over elke kleine misser van hun geheugen, hoewel dergelijke missers iedereen overkomen, jong en oud.  

Sommige mensen maken zich zo ongerust over de gedachte dat ze in elke situatie oud worden dat die gedachte doorsijpelt in elke situatie waarin ze zich iets moeten herinneren – de naam van een vriend, een adres, de plaats waar ze hun sleutels hebben neergelegd.  

Ze proberen hun geheugen onder controle te houden waardoor het er alleen maar slechter op wordt, totdat ze in een vicieuze cirkel terechtkomen. Ze zijn er immers zo van overtuigd dat ze beslopen worden door seniliteit dat ze zichzelf tot geheugenverlies dwingen en te gespannen zijn om het geheugen te kunnen laten functioneren. 

 

4.2.2. Een groeiend bewustzijn: een tweesnijdend zwaard … 

 

Bewustzijn kan het verouderingsproces beïnvloeden, het kan zowel helen als vernietigen. 

Het verschil wordt bepaald door de manier waarop we zijn geconditioneerd of getraind tot bepaalde houdingen, veronderstellingen, overtuigingen en reacties. Wanneer die psychische patronen destructief zijn, wordt iemand door zijn eigen geest aangezet tot destructief gedrag, maar wanneer ze constructief zijn wordt hij aangezet tot zelfversterkend gedrag.  

 

Voordat het bewustzijn in bepaalde banen wordt geleid is het slechts een veld van energie en informatie - het vermogen van de geest om een gedachte te hebben voordat zich een gedachte heeft geformuleerd.  

De indrukken van vroegere ervaringen sluiten onze geest op in voorspelbare patronen die de aanzet geven tot voorspelbaar gedrag.  

Ieders innerlijk leven is gecompliceerd en zowel positieve als negatieve denkpatronen wervelen er rond, maar het bewustzijn vormt zich gaandeweg en kan worden getraind.  

 

Dat is het meest wezenlijke dat ons vanaf het moment van de geboorte overkomt. Zo is het ruwe, nog ongevormde bewustzijn in staat een indruk vast te houden, en wanneer die indruk eenmaal aanslaat zet het bewustzijn zich daaromheen neer. 

Tegen de tijd dat we oud zijn is datzelfde bewustzijn duizenden malen geconditioneerd en wordt de geest, net als oude was die te vaak is gebruikt, brokkelig en stug. Het is moeilijk zelfs maar een klein hoekje te vinden dat niet is geconditioneerd door een groot aantal lagen ervaring. Dat leidt tot starheid, die in elke cel voelbaar is, en die zich weerspiegelt in een oud lichaam. 

Het aantal indrukken dat in ons wordt opgeslagen is verbijsterend.  

 

Gedragspysychologen schatten dat alleen al de verbale aanwijzingen die ons in onze kinderjaren door onze ouders worden gegeven en die nog steeds als gedempte geluidsbanden in lussen door ons hoofd lopen, neerkomen op meer dan vijfentwintigduizend uur pure conditionering. Voor ieder van ons is het leerproces dat ons leert oud te worden gecompliceerd en altijddurend. Daartoe behoren houdingen die ons vanaf onze vroegste jeugd zijn doorgegeven door familie, leeftijdsgenoten en samenleving. Wat betekende vb het op pensioen gaan? Was dit het einde van een zinvolle of was het het begin van een plezierige tijd? Werden de tekenen van ouderdom opgevat als seniliteit of uitsluitend als verandering? 

 

Het bewustzijn is veel krachtiger dan welke afzonderlijke gedachte ooit. Het behoud van een creatief potentieel is kenmerkend voor het niet-verouderen. Het opgeven ervan ten gunste van gewoonten, riten, starre overtuigingen en achterhaald gedrag is kenmerkend voor het verouderingsproces.  

 

Assimilatie, accommodatie, selectieve optimalisering met compensatie, en actief omgaan met een ‘bewust’ bewustzijn … het zijn stuk voor stuk vormen van zelfsturing bij het ouder worden … 

 

In het volgende hoofdstuk gaan we dieper in op een aantal aspecten. Het zijn tegelijkertijd aanknopingspunten voor een samenhangende strategie rond geslaagd ouder worden.   

 

 

5. Op zoek naar een strategie: Geslaagd ouder worden, het kan!  

 

5.1. Inzicht krijgen en overtuigingen bijsturen 

 

Hoewel het bewustzijn op duizenden manieren wordt geprogrammeerd zijn de zogenaamde overtuigingen daarvan de invloedrijkste. Een overtuiging is iets waaraan we ons vasthouden omdat we denken dat het waar is. Maar in tegenstelling tot gedachten, die in onze hersenen actief woorden of beelden vormen, zwijgen overtuigingen meestal. Iemand die aan claustrofobie lijdt hoeft niet te denken: ‘Deze kamer is klein”. 

Verborgen in zijn bewustzijn ligt ergens de overtuiging die, ook zonder dat hij erover hoeft na te denken, alle fysieke symptomen van angst produceert. De adrenalinestroom, die er de oorzaak van is dat zijn hart bonst, zijn handpalmen transpireren, zijn ademhaling snel en oppervlakkig is en dat hij zich duizelig voelt, wordt geactiveerd op een niveau dat dieper ligt dan de denkende geest. 

Onze overtuigingen met betrekking tot het verouderingsproces hebben een vergelijkbare invloed op ons. In de afgelopen twintig jaar hebben gerontologen experimenten gedaan om te bewijzen dat het verlies van spier- en botweefsel tegengaan zou kunnen worden wanneer men tot op hoge leeftijd actief bleef. Onder gepensioneerden verspreidde zich het nieuws dat ze moesten blijven wandelen, fietsen, zwemmen… Onder het motto ‘rust roest’ verwachten tegenwoordig veel mensen dat ze, ook als ze op leeftijd zijn, hun kracht kunnen behouden.  

 

Een voorbeeld: 

 

In een verzorgingstehuis werd een groep zwakke bewoners geselecteerd om aan een training gewichtheffen te doen, Reeds na acht weken toonde dit experiment aan dat het gedegenereerd spierweefsel zich met driehonderdprocent had hersteld, coördinatie en evenwicht waren verbeterd. Sommige proefpersonen die niet in staat waren geweest zonder hulp te lopen konden nu ’s nachts opstaan op naar de wc te gaan… De jongste deelnemer was zevenenzeventig en de oudste zevenennegentig jaar oud!  

 

Besluit: er was niets toegevoegd aan de mogelijkheden van het menselijke lichaam. Alleen een overtuiging werd veranderd, en toen dat eenmaal gebeurde veranderde ook het verouderingsproces. 

 

5.2. Confronteren en doorbreken van verborgen programmering ... 

 

Ouder worden is een vicieuze cirkel. Wanneer iemand verwacht dat hij zich na het bereiken van een bepaalde leeftijd zal moeten terugtrekken, nutteloos wordt en geïsoleerd raakt schept hij zelf de omstandigheden die zijn verwachting zullen bevestigen.  

Onze diepste overtuigingen leiden tot fysieke veranderingen.  

Het zou dus naïef zijn te denken dat alleen het opsommen van een aantal oorzaken van onnodige veroudering dat verouderingsproces daadwerkelijk zou kunnen voorkomen. Ouder worden is een moeras van verborgen gevoelens waarmee veel mensen de confrontatie niet durven aangaan – het is veel gemakkelijker de innerlijke programmering te volgen dan door te breken naar een nieuw gebied . Maar na verloop van tijd berooft onze verborgen programmering ons steeds meer van ons vermogen keuzes te maken, zodat het steeds moeilijker wordt de ketenen van het zelfvernietigende gedrag te doorbreken. Wat dat betreft lijkt veroudering veel op verslaving; de betrokkene denkt dat hij het voor het zeggen heeft terwijl in werkelijkheid zijn gedrag het voor het zeggen heeft. Wanneer het bewustzijn eenmaal geconditioneerd is neemt het steeds meer de vorm van een gewoonte aan. De destructieve patronen worden door een onbewuste herhaling versterkt, en tenzij er een nieuw leerproces op gang komt zal het lichaam jaarlijks verder achteruitgaan als gevolg van inertie. 

 

 

5.2. Onderhoudswerk door fysieke en ... intellectuele en sociale training 

 

Gelukkig zijn tot op het einde van zijn levensdagen is geen utopie. Voor sommigen kan dit door omstandigheden niet gebeuren; soms kan het noodlot toeslaan. Als we de mogelijkheden waarover we zelf beschikken echter doelmatig beheersen, stijgen onze kansen om gelukkig te blijven. Dit is wat je kunt noemen 'geslaagd' ouder worden. 

 

Een volledige inzet van onze lichamelijke en geestelijke vermogens is de beste manier om op een prettige manier oud te worden. Degenen die op een positieve manier ouder werden waren mensen die hun hele volwassen leven lang op drie belangrijke terreinen ‘in training’ bleven: lichamelijk, psychische en intellectuele activiteit en sociale contacten. 

   

We beschikken over twee belangrijke hefbomen om ons organisch en functioneel kapitaal eerst te ontwikkelen en het vervolgens te beschermen. Deze zijn: enerzijds een evenwichtige en aangepaste voeding en anderzijds voldoende fysieke activiteit. Dit geldt zowel voor senioren als voor elke andere leeftijdsgroep. Natuurlijk is hierbij een gezonde levensstijl een must! 

 

Naast onze cellulaire, organische en lichamelijke integriteit gelden dezelfde principes voor onze intellectuele en sociale integriteit. Zo is het belangrijk om intellectueel en actief bij te blijven. Regelmatig het geheugen trainen is een voordeel maar ook doe activiteiten in groep is levensverrijkend. Dit komt ongetwijfeld de kwaliteit van leven ten goed. 

 

5.3. Niet stilstaan maar blijven groeien! 

 

Veroudering is alleen maar een reeks verkeerde transformaties, processen die stabiel, evenwichtig en zichzelf vernieuwend zouden moeten blijven maar uit hun koers raken. Dit uit zich als een lichamelijke verandering, maar in feite is eerst ons bewustzijn – of het nu in onze geest of in onze cellen  - uit zijn koers geraakt. Pas wanneer we erachter kunnen komen hoe die struikeling plaatsgevonden heeft kunnen we de biochemische structuur van ons lichaam weer in het gareel krijgen. 

Er bestaat geen biochemische structuur buiten het bewustzijn; elke cel van ons lichaam is zich volledig bewust van de manier waarop we over onszelf denken en hoe we ons voelen. Wanneer we dat eenmaal aanvaarden gaat de illusie dat we het slachtoffer zijn van een geestloos, willekeurig, aftakelend lichaam in rook op! 

De kwaliteit van iemands leven hangt steeds weer samen met de kwaliteit van de aandacht voor dit principe. Dat waaraan we aandacht besteden wordt belangrijker in ons leven Het aantal veranderingen dat door het bewustzijn teweeggebracht kan worden is onbegrensd. Maar in onze samenleving gebruiken we die stroom van aandacht niet om resultaten te bereiken. 

 

Zolang nieuwe gewaarwordingen onze hersenen blijven binnenkomen, kan ons lichaam op nieuwe manieren reageren. Dat is verreweg het belangrijkste geheim van de jeugd. ‘Jong of oud’ – het heeft niets te maken met hoelang je al leeft.  

 

Als je ophoudt te groeien, ja, dan word je oud!  

Nieuwe kennis, nieuwe vaardigheden, een nieuwe manier om tegen de wereld aan te kijken doen geest en lichaam groeien – en zolang dat het geval is wordt de natuurlijke neiging nieuw te blijven elke seconde tot uitdrukking gebracht. 

 

5.4. En...het is nooit te laat ... om te beginnen ... 

 

Lengte van leven is niet voldoende. Lengte moet vergezeld gaan van kwaliteit. Duur en inhoud moeten een samenhang vertonen. 

Ouder worden is een uitdrukking van entropisch verval. Het is een herformulering van ‘pijl van de tijd’. Het is onverbiddelijk, onontkoombaar en ultiem. Maar het is niet ondoorgrondelijk. Roger Bacon beschreef in de 15de eeuw ouder worden als: ‘het verlies van aangeboren warmte’. 

Op ongeveer 30-jarige leeftijd is het systeem optimaal wat betreft structuur en functioneren. Daarna begint de neergang op verschillende manieren en in verschillende mate. Oudere dieren tonen zich minder energiek. En terwijl sommige weefsels weinig of geen blijken van verval vertonen (de bekleding van het darmkanaal bijvoorbeeld), worden andere weefsels, het elastische bijvoorbeeld, duidelijk minder. 

 

Hoe jonger we zijn, hoe verderaf het vooruitzicht van de dood lijkt te liggen. Naarmate we ouder worden lijkt het minder urgent te worden om er iets aan te doen. Maar ook dat is verkeerd. Het is nooit te laat om te beginnen. Een van de wonderen van het leven is zijn vernieuwingscapaciteit. Ieder van ons kan zich verbeteren, zich herstellen, ongeacht leeftijd, ongeacht staat van verval. Fatalisme ligt dicht bij depressie en zeggen dat er niets aan gedaan kan worden ligt dicht bij de zekerheid, dat dat waar zal zijn. 

Leeftijd is een te gemakkelijke kapstok. Het is nooit te laat om na te denken en op een gezonde manier te handelen. 

 

Veroudering is een zichzelf waarmakende profetie. De juistheid van je voorspelling wordt gegarandeerd doordat je houding, je beslissingen en je gewoonten die met gezondheid samenhangen met elkaar samenspannen om hem waar te maken. 

 

Men is algemeen van mening dat de gewoonten in de kleuter - en vroege kindertijd in hoge mate bepalend zijn voor succes en mislukkingen, gewoonten en daden in het latere leven. De verwachting over wie je zult zijn op een bepaald tijdstip in de toekomst van het leven is net zo bepalend voor je levensloop en levenslengte als die gebeurtenissen in het begin van je leven. Je krijgt waar je op uit bent. Niets in het leven is zo kostbaar als het feit dat we onze eigen bestemming kunnen bepalen. 

 

 

 

 

6. Vuistregels om zorg te dragen voor de buiten en binnenkant: de beste anti-aging wapens 

 

 

We kunnen niet onze Mona Lisa schilderen en een derde deel van  

het linnen leeg laten. 

We kunnen niet ons huis bouwen en het dak weglaten. 

We kunnen niet onze wedstrijd lopen en stoppen voor de laatste sprong. 

We kunnen niet ons strijdlied zingen zonder het ‘Glorie, Glorie, Halleluja.’ 

We moeten ons hele lied zingen. 

 

W.M.B. 

 

 

Beweeg en blijf bewegen 

 

Er kan niet genoeg gewezen worden op het belang van de beweging. Ouderdom manifesteert zich het eerst in de benen, daarna in de gewrichten en de spieren. Ouder worden mag geen synoniem zijn van immobiliteit. Door dagelijks te bewegen, wandelen, fietsen, zwemmen, joggen, fitness enz. wordt de doorbloeding verhoogd. Bovendien heeft beweging een goede invloed op de darmwerking, de waterhuishouding en de ademhaling. Lichaamsbeweging moet een deel van de dagelijkse routine worden. 

 

Blijf gezond 

 

Wie het voorrecht heeft om geboren te worden, zal ook sterven. Het leven is een cyclus tussen geboorte en dood. Het lichaam begint te verouderen voor we geboren zijn, wordt vaak gezegd. Dat is ten dele juist. Er treedt voortdurend ons levenlang, slijtage op maar die wordt spontaan hersteld. Het lichaam houdt zich in stand. Ouder worden betekent dat dit herstellingsproces op zeker moment gaat vertragen. Dit proces kan echter afgeremd worden door actief te blijven. 

 

Pas je voeding aan 

 

Eet geen zware en overladen maaltijden. Beperk het gebruik van vlees en andere dierlijke voedingsmiddelen. Eet een deel van de voeding rauw zoals fruit, bessen, watervruchten, groenten, wortel en knolgewassen. Wees matig met het gebruik van genotsmiddelen.  

 

 

 

Werk aan je gemoedstoestand 

 

Een positieve geestesgesteldheid creëert de verwachting dat er iets goed staat te gebeuren en opent de deur naar nieuwe kansen op succes. Negatieve gedachten, angst, depressieve neigingen, negatieve emoties en zorgen vreten aan de gezondheid, doen de bloeddruk stijgen en het cholesterolgehalte toenemen. Bewaar het gevoel voor humor en maak je niet kwaad.  

 

De herfst van het leven is een mooie levensfase. 

 

Stel jezelf doelen en neem uitdagingen aan die je ertoe dwingen om zo levend en creatief mogelijk te zijn. De natuur werkt op zo’n manier dat groei en leven bijna synoniemen zijn. Wanneer het een stopt, stopt het andere. Creativiteit is niet beperkt tot het eerste deel van het leven. In feite maken geaccumuleerde kennis en ervaring het latere leven zelfs geschikter voor nieuwe prestaties. 

 

 

Wees zelfredzaam 

 

Maak je welzijn niet afhankelijk van iemand anders. Een goed ontwikkeld gevoel voor zelfredzaamheid is de belangrijkste voorwaarde voor een lang en zinvol bestaan. We hebben het allemaal nodig om in ons leven controle, autonomie en onafhankelijkheid te bewaren. 

 

Leef buiten jezelf 

 

Wees onmisbaar en verantwoordelijk. Naast onafhankelijkheid moeten we elke dag ook zien als een kans om iemand of iets te helpen. Ga om met andere actieve, betrokken mensen. Verscherp je gevoel voor verplichtingen tegenover de aarde, die ons allemaal voedt. 

 

Vertraag niet 

 

Blijf bij de hoofdstroom. Vermijd de schaduw. Oud worden hoeft niet getypeerd te worden door verlies. Je energiestroom in stand houden is het tegengif. 

En vergeet niet: als de anderen het kunnen kan ik het ook! 

 

 

De geest blijvend op de proef stellen 

 

Wie onder ons een intensief en nauwgezet mentaal leven heeft geleid zal de gevorderde leeftijd naderen met een sterke mentale beschutting. Deze beschutting, een soort mentale automatische piloot, zal tijdens de laatste decennia van het leven goed van pas komen. Het is een beloning voor een intensief mentaal leven op jongere leeftijd. 

 

‘Het verleden is de beste voorspeller van de toekomst’ is een afgezaagd cliché, maar net als de meeste clichés bevat het een hoge dosis waarheid. 

De reikwijdte en de kwaliteit van het mentale leven geven vorm aan de kwaliteit van de laatste fasen.  

 

 

 

‘Verwondering is het begin van de wijsheid,’ heeft Socrates gezegd. 

 

 

 

 

 

7. Tot slot: Een aantrekkelijk eindbeeld 

 

7.1. Oefenen in levenskunst 

 

Het oefenen in onbevangen waarnemen en innerlijke beweeglijkheid kan het leven verrijken en het kan een tegenwicht bieden tegen het lichamelijk ouder worden; het kan voorkomen,dat alleen het lichamelijke verouderingsproces onze beleving van het ouder worden bepaalt

 

Vermogens die het kind van nature heeft als verwondering, onbevangenheid, beweeglijkheid, openheid, creativiteit en de wil om nieuwe ervaringen op te doen, kunnen we in ons leven ontwikkelen tot volwassen vermogens. Het verlies van de jeugd hoeven we dan niet te compenseren door op een krampachtige manier jong te willen blijven. Het verlies van de jeugd kunnen we in de loop van ons leven omvormen in de ‘winst’ van een innerlijke jeugdigheid. Dit kan ons ouder worden tot een levenskunst maken. 

 

 

7.2. Een krachtig mentaal leven 

 

We reizen door het leven door middel van het leven van onze geest. Een geestelijk leven dat rijk is aan ervaringen, waarin we vaak worden geconfronteerd met uiteenlopende mentale uitdagingen en desondanks toch niet van slag raken, beloont ons met een rijkelijk arsenaal aan cognitieve instrumenten. 

 

Deze cognitieve instrumenten geven ons als we ouder worden grote kracht en beschermen ons tegen de effecten van achteruitgang van de hersenen. Het leven is eindig – dat weten we allemaal – maar we bereiden ons voor op het eindspel met behulp van het geheel van onze levenslange ervaringen en inspanningen. Dit geldt voor ons lichaam en het geldt al evenzeer voor onze geest. 

 

W kunnen weliswaar volledig profiteren van onze automatische piloot, maar we moeten ons niet door hem in slaap laten wiegen. We moeten, ongeacht onze leeftijd, onze geest op de proef blijven stellen en blijven streven naar nieuwe mentale uitdagingen. 

Omdat we in deze tijd dwepen met een goede lichamelijke conditie heeft iedereen wel eens gehoord van de ‘roes van de hardloper’, een opwelling van vreugde die wordt veroorzaakt door lichamelijke inspanning en lichamelijke prestaties. Maar hoeveel mensen hebben de ‘roes van de denker’ ervaren? 

Een beroemde schaker uit Riga heeft eens gezegd: ‘De meeste mensen spelen schaak met hun handen en maar een paar doen het met hun hoofd’.  

Hoeveel mensen beseffen dat er zoiets bestaat als mentale inspanning? En zelfs wanneer ze het begrijpen, in hoeverre is dit inzicht dan meer dan retoriek? Hoeveel mensen onder ons erkennen dat diep nadenken een activiteit op zichzelf is die zich uitspeelt in tijd en ruimte?  

 

Sommige mensen zijn lichamelijk sterk en hebben daar levenslang baat bij. Anderen zijn lichamelijk lui en ook dit heeft levenslange gevolgen. Evenzo hunkeren sommige mensen naar mentale uitdagingen en beschouwen anderen die als tegenslag. Als de laatstgenoemde kunnen kiezen, blijven ze binnen een verleidelijk behaaglijke, comfortabele zone, zonder zich te realiseren dat mentaal comfort mentale stagnatie betekent. ‘Er bestaat geen hulpmiddel dat een mens niet te baat neemt om de werkelijke inspanning die door nadenken wordt gevergd, te vermijden’, luidde de nihilistische uitspraak van Thomas Edison.  

 

 

Hoewel deze zeker niet op iedereen van toepassing is, geldt ze wel voor veel mensen, misschien zelfs voor de meeste. 

 

Zoals lichamelijke luiheid een prijs vraagt, zo doet ook mentale luiheid dat. Mentale luiheid in de jeugd brengt je hersenen op oudere leeftijd in gevaar. De mensen die van mentale uitdagingen genieten en ze verkiezen boven de loutere noodzakelijkheden van een alledaags bestaan, stutten hun geest en hersenen met krachtig beschermend materiaal dat hun kans op een gezond en rijk mentaal leven tot op hoge leeftijd aanzienlijk vergroot. 

Maar aan een krachtig mentaal leven zou eigenlijk geen einde moeten komen. Het kan, en moet, zich tot op hoge leeftijd voortzetten. Hoe langer het in stand blijft, des te langer zal het zijn beloningen blijven schenken in de vorm van stimulerende, uiteenlopende groeiprocessen in de hersenen en zo tegen de effecten van verval beschermen. 

 

Het concept van een levenslange goede mentale conditie met als beloning een grotere kans levenslang een gezonde geest te behouden zou deel moeten uitmaken van de cultuur van het grote publiek. 

  

7.3. De wijze oudere 

 

In onze cultuur wordt mentale kracht vaak in verband gebracht met jeugd en mentale achteruitgang met veroudering. Het creatieve potentieel van ouderen wordt vaak van tafel geveegd. 

 

Het beeld van de oudere wijze behoort tot de meest geëerbiedigde beelden van elke cultuur. 

Na een langdurige fascinatie voor jeugdigheid wordt ouderdom zelfs in onze ongeduldige, hooghartige cultuur weer gerespecteerd en zelfs bewonderd. En dat is maar goed ook, gezien de sterke demografische tendensen. Bij onze geboorte is niet duidelijk of we een wijze zullen worden – wijs worden is het loon van een lange tocht. 

Het is de reis van de geest. Veroudering is de tol die je voor wijsheid moet betalen, maar wijsheid zelf is van onschatbare waarde. 

 

 

 

 

 

Genesis 

 

Ouder worden is het uiteindelijke vermogen 

ver af te zijn van plannen en getallen; 

een eindelijke verheldering van ogen 

voordat het donker van de nacht gaat vallen. 

 

Het is een opengaan van vergezichten, 

een bijna van gehavendheid genezen; 

een aan de rand der tijdeloosheid wezen. 

Of in de avond gij de zee ziet lichten. 

Het is, allengs, een omomstotelijk weten 

dat gij vernieuwd zult wezen en herschapen 

wanneer men van u schrijven zal: ‘ontslapen’. 

Wanneer uw naam op aarde is vergeten. 

 

Ida Gerhardt 

 

 

 

 

 

 

Geraadpleegde bronnen: 

 

-          Kristoffersen, L. (2006) Oud worden. En wereld van verschil? UVV-info 2, 7 – 11 

-          Riksen , D;  (2002) Succesvol ouder worden. de Humanist – november 10 – 1” 

-          Cicero, M. Over de ouderdom – Ambo Baarn (1989) 

-          Nederlandse Vereniging van Gerontologiewww.nvgerontologie. nl 

-          Bo Coolsaet - Hommage, Wijzer ouder worden -  

-          Deepak Chopra ( 1995) Naar een heldere geest in een gezond lichaam – een nieuwe kijk op ouder worden 

-          Dr. Walter M. Bortz (1991) We leven te kort en sterven te lang.  Hoe u honderd jaar en ouder kunt worden – en ervan genieten. 

-          Elkhonon Goldberg (2005)  De wijsheidparadox. Hoe het verstand groeit terwijl de hersenen ouder worden.


Oud kunnen worden is het meesterstuk van wijsheid
en een van de moeilijkste hoofdstukken in de grote kunst van het leven.