5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5001 INLEIDING


Van Ziektemodel naar Groeimodel



Is normaal ook optimaal? 

Er is een tijd geweest dat men in de psychiatrie, naar analogie met de lichamelijke geneeskunde, veronderstelde dat een mens spontaan gezond is, en dat dit de overwegende norm is. Is dat uitzonderlijk eens niet het geval, dan wordt dit veroorzaakt door één of meer storende factoren, psychotrauma's, die moesten behandeld worden door een gespecialiseerde arts (psych-iater) of genezer (psycho-therapeut). Freud spoorde die vaak verdrongen psychotrauma's dan op via een moeizaam onderzoeksproces (psycho-analyse) waarbij de storende situaties op een genezende manier emotioneel werden herbeleefd, afgereageerd en verwerkt, waarna de gezondheid weer spontaan intrad. De organisch werkende psychiaters, en de neurologen die, ondanks hun beperkte opleiding op dit gebied, een niet onbelangrijk deel van het psychiatrisch werk overnemen ("neuropsychiaters"), hanteren nog volledig dit geneeskundig "ziekte"-model.

Deze beoordelingsfout spruit voort uit de denkwijze waarbij men de categorisering van de fysieke toestanden en ziektes gewoon overzet naar het psychische. De fout hierbij is dat men vergeet dat het dierlijk en menselijk lichaam in de evolutie reeds tot een eindpunt zijn gekomen, namelijk op evolutienivo 8, dat der metazoa, terwijl de psychische en sociale evolutie nog volop bezig is in het heelal, of in elk geval toch zeker op de planeet aarde, namelijk op evolutienivo 9, de socialisatie. Binnen een evolutieproces dat tot stilstand is gekomen, vallen de begrippen "meerderheid" en "optimale vorm" uiteraard samen. De norm is dus niet enkel een verwijzing naar de meerderheid, maar tevens naar het optimale, het best mogelijke.

Wil men bv weten wat het ideale suikergehalte is, dan neemt men het suikergehalte bij 100 patiënten, telt deze samen en deelt deze som door 100. Ideaal = norm

Op een evolutienivo dat echter nog volop bezig is, zitten de optimale koplopers veel verder dan de meerderheid. De beste wielrenner zou statistisch deze moeten zijn die halfweg het peloton toekomt, maar iedereen voelt de uitzonderlijke snelste aan als de beste. 

Qua muzikale smaak is de mooiste muziek niet deze die verkozen wordt door de meerderheid, maar de smaak van een kleine minderheid. Ideaal = optimaal. Norm = modaal, banaal. 

In de psychiatrie tot ongeveer 1950 waren er twee categorieën: normalen en abnormalen. De ene categorie sloot de andere uit. Vanaf de jaren 1950 onderscheidde men stilaan drie categorieën: abnormaal, modaal en optimaal. Ook constateerde Rogers dat er een spontaan groeiproces ontstaat dat begint van zodra de veiligheidsvoorwaarden vervuld zijn. En hij ging nog een stap verder, door te stellen dat groeien zelfs een behoefte is van de mens, dus zorgt voor geluksgevoel op zichzelf, los van de voordelen van het niveau dat bereikt wordt. 

Psychoanagogie 

Dit is een voorstel (Roose 2008) voor een nieuwe naam voor het geheel der professionele methodes met als doel de groei van iemands persoonlijkheid te bevorderen, d.w.z. op gang te brengen, te onderhouden en bij te sturen. Dit is nuttig zowel voor mensen die (1) van een pathologisch functioneringsniveau, bv. een depressie, naar een "normale" stemming willen opklimmen; dit komt dus overeen met wat men traditioneel psychotherapie noemt; als (2) voor mensen die "normaal" maar in feite modaal functioneren, bv. in een doorsneehuwelijk, naar een optimale relatie willen opstijgen, met goede communicatie en blijvende verliefdheid; dit komt dus overeen met wat men groeigroepen noemt, en dus met het werk van psychologisch consulenten en coaches. 

Psychoanagogie omvat dus alles, zonder enige uitzondering of weglating, van wat psychotherapie omvat, met inbegrip van diagnosestelling en DSM, medicatie en andere biologische methodes zoals neurofeedback en meditatie, en alle individuele en groepstherapieën. Psychoanagogie hoeft dus nooit tegenover psychotherapie gesteld te worden, want het is precies hetzelfde. Maar de psychoanagogie gaat veel verder: daar waar de grenzen van de psychotherapie bereikt worden, en de therapeut geneigd zal zijn de therapie "af te ronden" omdat "alle klachten verdwenen zijn", daar kan de psychoanagoog nog lang en nuttig verder werken aan het verder uitbouwen van de persoonlijkheid, het verhogen van de creativiteit, het versterken van zelfvertrouwen en zelforganisatie, de kunst van het integreren aanleren, het verbeteren van de communicatievaardigheden,  enz.

Hoewel de scheiding tussen de begrippen "psychotherapie" en "groeistimulatie" historisch gegroeid en verklaarbaar is, lijkt het samenvoegen van deze twee professionele velden nuttig en inspirerend, niet alleen omdat ze van dezelfde basisprincipes gebruik maken, maar ook omdat de grens tussen beide vaag is en onvermijdelijk meermaals overschreden wordt. Psychoanagogie (ψυχo-αναγωγια) komt van het Grieks psyche, geest, d.w.z. de software van de hersenen, en an(a)-agogie, naar boven brengen, opwaarts begeleiden, doen groeien, van ana, naar boven, en agogie, (bege)leiding. De klassieke psychotherapie en haar oudste vorm, de psychoanalyse, zijn dus voorlopers en onderdelen van de veel ruimere psychoanagogie, in de zin dat ze slechts trachten de cliënt van een pathologisch naar een normaal, modaal niveau te voeren, daar waar de psychoanagogie niet alleen dát kan doen, maar daarenboven modale persoonlijkheden (en relaties) naar meer optimale niveaus tracht te begeleiden. Het inzicht dat psychoanagogie minstens zo belangrijk was als de klassieke psychotherapie groeide samen met de inzichten uit de 20e eeuw: de humanistische psychologie ontdekte dat de menselijke persoonlijkheid nog veel onontgonnen mogelijkheden kent, die ontgonnen kunnen worden waardoor het objectief rendement en het subjectief geluk zouden kunnen toenemen. Genezen is belangrijk als je psychologische pathologie vertoont, maar zelfs "normalen" kunnen hun persoonlijkheid nog sterk ontwikkelen, zonder dat dit iets te zien heeft met pathologie of therapie. Reeds Freud had gemerkt dat ook "normale" mensen nuttig gebruik kunnen malen van een "psychoanalytische kuur".

Van Normaal tot Modaal en Optimaal

Gaandeweg ontdekten de humanistische psychologen dat er een verschil bestaat tussen mensen die “gewoon normaal” functioneerden, d.w.z. banaal, modaal, middelmatig, en mensen die optimaal functioneerden. In den beginne schreef men dit verschil toe aan “chance” of aan “uitzonderlijke begaafdheid”, maar langzamerhand ging men inzien dat het eigenlijk in (bijna) ieders vermogen lag om zijn psychisch functioneren te verbeteren, te optimaliseren. Men had trouwens al gemerkt dat, als “normale” mensen aan psychotherapieën deelnamen, zij ook vaak opvallend gingen verbeteren, zowel objectief als subjectief, en dit des te duidelijker naargelang de psychotherapieën eigenlijk meer het groeiproces bevorderden (zoals Rogers’ Client Centered Therapy en soms zelfs de psychoanalyse) dan ziektes bestreden (zoals de gedragstherapie en de medicatie).

Maslow ging nog een stap verder toen hij stelde dat het maar een droevige situatie was dat de psychologische theorieën vertrokken van een studie van het abnormale, pathologische gedrag (psychoanalyse) of van het gedrag van simpele dieren zoals muizen en duiven (gedragstherapie). Hij pleitte ervoor om precies geslaagde voorbeelden van menszijn te bestuderen zoals gelukkige gehuwden, succesvolle wetenschappers en zakenlieden, en voegde de daad bij het woord door systematisch dergelijke personen te gaan interviewen en bestuderen. Vandaar de nieuwere hedendaagse opvatting: er zijn qua psychisch functioneren niet twee categorieën (abnormaal, normaal), maar drie (pathologisch, modaal en optimaal). Een therapeut helpt, met psychotherapie en al dan niet met medicatie, om een “pathologisch” functionerend persoon “normaal”, of minstens “modaal” te laten functioneren; een 'groei-bevorderaar' (psychoanagoog) daarentegen helpt een modale persoon om optimaal te gaan functioneren. 

Dit verschil tussen biologische organismen (dieren, en dus ook het menselijk lichaam) waarbij het optimale samenvalt met het gemiddelde, en psychische organismen, waarbij de besten apart vallen aan één kant zoals in een Gausscurve, houdt verband met het feit dat de evolutie der biologische organismen, niveau 8, voltooid is, terwijl de evolutie van de mens, althans zijn geest in de noösfeer, niveau 9, nog volop aan de gang is. Deze evolutionaire gedachten worden elders meer in detail besproken, als we het hebben over de psychische implicaties van de evolutie van het heelal. 

Zowel bij het "begrijpen" van de "oorzaken"  als bij het "behandelen" spelen positieve verschijnselen, en de afwezigheid ervan, een veel grotere rol dan in de klassieke psychiatrie/psychotherapie:

Soorten abnormaliteit

De vraag of iets abnormaal is kan aan de hand van minstens 4 criteria beantwoord worden, en in discussies is het dus belangrijk eerst overeen te komen voor de gebruikte criteria.

1) Het eerste criterium is het "Wetenschappelijke, statistische". In de statistiek gaat men ervan uit dat de normaliteit de grote middenmoot is, d.w.z. het gemiddelde ± 2 standaarddeviaties, in T-waarden: van T=30 tot T=70, vermits het gemiddelde overeenkomt met T=50, en 1 standaarddeviatie=10 T-eenheden. Alle symptoom-intensiteiten die dus meer zijn dan T=70, of minder dan T=30.
Wie op de meeste populaire persoonlijkheidstest MMPI dus een depressie-score heeft van bv 73, wordt als objectief depressief beschouwd. Bv. 68 is "nog niet klinisch depressief".

2) Het tweede criterium is dat der "voldoende voorwaarden in de DSM". Dit statistisch diagnosenoverzicht (Diagnostic and Statistic Manual for psychiatric diseases) geeft bij elk diagnose een reeks voorwaarden aan opdat de diagnose geldig zou zijn, en geeft aan hoeveel van die voorwaarden moeten vervuld zijn om de diagnose geldig te laten zijn. Het voordeel van dit systeem is dat men weet dat als twee clinici dezelfde diagnose gebruiken, het inderdaad dezelfde soort patiënt zal zijn. Het nadeel is dat terwille van deze duidelijkheid de grenzen vaak wat kunstmatig aangepast zijn, en dat tal van diagnoses waar de Amerikanen zich niet goed bij voelen vermeden worden.
Vb. neurose, psychopathie, paranoia, parafrenie.

3) Volgens de ontwikkelingsfase. Van vele evoluerende toestanden weet men hoe lang een bepaalde fase duren mag om nog "normaal" te zijn. M.a.w. is deze achterstand of voorsprong groot, dan wordt het beschreven syndroom als abnormaal beschouwd.
Een rouwproces (bv liefdesverdriet) duurt gemiddeld 1 jaar. Als het beduidend langer duurt, spreekt men van en "pathologische rouw".
Een groeiend kind doorloopt enkele fasen (oa oraal, anaal, fallisch), die elk ongeveer 2 jaar duren. Is er een belangrijke achterstand, bv nog anaal aan 7 jaar, dan is het pathologisch.

4) Het welbevinden. Het laatste criterium is: vraag aan de patiënt of hij zich goed voelt. Is dat zo, dan is het normaal (tenzij in zware afwijkingen als psychopathie en schizofrenie waar de betrokken niet beseft hoe hij overkomt). Is dat niet zo, dan is het abnormaal en is behandeling aangewezen. Dit criterium lijkt zeer weinig wetenschappelijk, maar in de praktijk is het wel het meest gebruikte. Voelt een patiënt zich goed, dan is er geen motivatie (meer) voor (verdere) behandeling.

Hoger vermelde criteria, vooral de eerste drie, passen perfect in het ziektemodel, wat hun diagnostische en therapeutische beperktheid aangeeft.

"normale variant"