5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5030 Modus 3


De anti-aanpassingsmodus

(anaal functioneren)



Inleiding

 

De kernstructuur

 

Dit is een krampachtige poging om de eigen behoeften te realiseren, waarbij men eerder streeft naar het bestrijden van de invloed van anderen, dan naar het opbouwen van zijn eigen creatieve realisaties. Op een achterdochtige en kleingeestige manier redeneert men aldus: "Als ik mezelf niet kan zijn, dan ligt dit aan de anderen. De eerste voorwaarde om mezelf te zijn is dus de anderen bestrijden". Velen maken zo'n evolutie door tijdens de puberteit, of na een fase van intense (soms zelfs positieve) beïnvloeding, bv. psychotherapie, een overbeschermende vriend. Deze houding, als ze tot in het extreme doorgevoerd wordt, leidt tot ziekelijke achterdocht, het verbreken van allerlei banden en het eindeloos aanklagen van zogenaamde onrechtvaardigheden. Doch deze levensstijl kan ook op een meer vermomde manier verlopen, waarbij men handig die situaties tracht te vermijden waarin men zou beïnvloed kunnen worden. Ze kiezen dan bv. bij voorkeur zwakke partners, of blijven sterke persoonlijkheden opzoeken, aan wie ze discreet laten voelen dat zij machteloos staan ten opzichte van hen.

 

Het nadeel van deze levenswijze is, dat men meestal niet zijn eigen behoeften realiseert, maar het omgekeerde van de eisen of verlangens die anderen aan ons stellen.

 

Het materiële succes, en de (gedeeltelijke) waardering van hun oversten werkt bekrachtigend op dit gedragspatroon. De fantasmen en rationalisaties hebben als thema: een gevoel van macht, de afwezigheid van wanorde, die teveel aanpassing zou vergen en daardoor beangstigend overkomen. Verder wordt dit gedragspatroon ondersteund door idealen van degelijkheid, rechtvaardigheid, plichtbewust functioneren.

 

De kinderlijke zijnsvorm

 

Deze treedt op tussen leeftijd van 2 à 4 jaar. Het kind vertoonde tot nog toe, althans binnen zekere grenzen, een grote inschikkelijkheid en bereidwilligheid om de instructies van de ouders in te volgen. Er waren in het algemeen weinig tekenen van eigen, afwijkende initiatieven of tegenstand. Vanaf een bepaalde leeftijd echter merkt men steeds vaker tekenen van verzet op, eerst kleine, later steeds duidelijk opstandige. Het kind is het blijkbaar beu om zich altijd te schikken naar de verwachtingen van de omgeving. Het wil eindelijk eens zichzelf zijn, maar vermits men nog niet zeer beslagen is, beperkt men zich tot de simpelste en minst veeleisende vorm van anderszijn, namelijk de negatieve, het zich verzetten tegen de uitgesproken verwachtingen en bevelen.

 

Vermits één der eerste conflicten die kunnen gewonnen worden door het kind zich vaak (althans volgens de observaties van Freud) rondom de pot afspelen (moeder: "Je moet op de pot je behoeften doen." - het kind: "Neen, ik wil niet!" - de moeder staat machteloos), spreekt Freud van anale karaktertrekken.

 

Deze verzetsfase herhaalt zich nog eens tijdens de puberteit, als het kind zich, thans op hoger niveau, tracht los te maken van de beperkingen en moraliserende richtlijnen van de wereld der opvoeders, de ouders, de leraars en de andere significante volwassenen.

 

De volwassen zijnsvormen

 

Bij deze zijnsvorm tracht de persoon de omgeving op "anale" wijze te controleren. Hiervoor zal hij zijn macht, desnoods op harde en pijnlijke wijze laten voelen. 


De pathologische zijnsvormen


Deze kunnen zich uiten op acute wijze, zoals een woedebui, of een meer tijdrovende postpositieve regressie. Ook een chronische vorm is mogelijk, die men dan een anale karakterneurose noemt, en dei verschillende vormen kan aannemen.


Deze anale karakterneurosen uiten zich langs enkele typische wegen:


Paranoïde karakterneurose

Hierbij hebben we vooreerst de expansieve vorm: de persoon houdt zich met alles en iedereen bezig, is een moeial, een hardnekkige strijder voor orde en recht. Hij reclameert, berispt anderen, komt ongevraagd tussen, schrijft protestbrieven, enz..

Verder is er de sensitieve vorm: hierbij denkt de persoon voortdurend dat alles wat er rondom hem gebeurt betrekking heeft op hem, dat de mensen van slechte wil zijn, over hem spreken, tegen hem zijn.

 

Er zijn twee vormen van paranoïde functioneren: expansief, waarbij men zich moeit met de anderen (bv. bij ongeval het verkeer beginnen regelen, anderen opmerkzaam maken dat ze ergens niet mogen parkeren, in het midden gaan rijden om te voorkomen dat mijn ingehaald wordt), en sensitief, waarbij men, meestal ten onrechte, de indruk heeft dat anderen iets hebben tegen jou (niet verdragen dat iemand achter jou loopt, als men anderen ziet praten denken dat het over jou gaat, enz..)

 

Obsessionele karakterneurose

Deze is gekenmerkt door een overdreven zin voor orde en regelmaat, vele vaste gewoontes, zin voor het detail, onbehaaglijkheid bij slordigheid. Zulke personen zijn uiteraard de ideale lagere bediende en controleur. De te ingewikkelde taak echter veroorzaakt snel angst en decompensatie.

 

Sadistische karakterneurose

Deze personen houden bijzonder van harde maatregelen, van pijnlijke rechtvaardigheid, wettelijkheid en organisatie.

 

Oppositionele karakterneurose

Het verzet staat hier centraal, d.w.z. een fantasmatische zelfrealisatie die zich hoofdzakelijk beperkt tot de neen-attitude.

 

Uitdagende, bedreigende, vernederende superioriteit

kwaliteiten tonen om pijn te doen

 


BESPREKING


Acuut


Hiertoe behoren verbale en fysieke vormen van geweld, steeds in een woedebui, dus een regressie uit een narcistische of fallische toestand, door sterke frustratie.


Een half acute vorm, die weken tot maanden kan duren, is de postpositieve regressie.

DE POSTPOSITIEVE REGRESSIE

BEPALING


Onder deze naam groeperen wij reactievormen, waarbij de betrokkene eerst geestdriftig, en meestal narcistisch en pseudo-genitaal reageert (de positieve fase dus, zie beschrijving onder modus 4), maar waarbij hij plots diep angstig wordt dat hij deze stijl niet zal kunnen volhouden, en zijn mislukkingsgevoel projecteert naar de andere partij. doorheen een regressie naar anale reactievormen.

HET PSYCHISCH MECHANISME


Dit persoonlijkheidsproces is één der eerste die Freud ooit beschreven heeft. Hij gebruikte toen de naam genitaal-hysterische karakterneurose.


In een eerste fase, dus nog vóór de eigenlijke anale regressie, functioneert de persoon nogal spontaan en schijnbaar gemakkelijk op fallisch of op pseudo-genitaal nivo. Deze houding is gemakkelijk, omdat ze niet berust op sterke, ingeoefende karaktertrekken, maar op gemakkelijk succes op basis van aangeboren of gekregen kwaliteiten, zoals rijkdom via de ouders, intelligentie of fysieke aantrekkelijkheid. Hiermee kan een zekere mate van succes of manipulatie-invloed worden bereikt.


Binnen de aldus ontstane relatie of interactie komt dan een volgende fase. De tegenpartij wil nu de schijnbaar aanwezige en aangeboden kwaliteiten gebruiken om ervan te genieten: 


een moeilijke opdracht wordt gegeven, een zware verantwoordelijkheid wordt toebedeeld, de ander wil de veelbelovende relatie effectief realiseren, en bv tot seksualiteit overgaan.


De persoon staat dus plots voor een opdracht die hij in feite niet aankan, omdat de vaardigheid eerder gespeeld werd dan echt aanwezig is, hetgeen hij nu pas ten volle beseft. De normale reactie van beschaamd toegeven dat het boven zijn mogelijkheden is, ligt op het eerste zicht voor de hand. Maar vermits deze persoon op narcistsich nivo (4) functioneert, kan hij deze vernederende bekentenis niet aan, en regresseert tot de derde fase, d.w.z. hij projecteert, in een opstoot van woede en/of agressie, de oorzaak van zijn mislukking naar de tegenpartij, die "teveel vraagt". Waar mogelijk gaat deze agressieve regressie gepaard met het verbreken van de relatie.


Bevat de heersende (bedijfs-)cultuur een element van zwakheidsrecht, dan ondersteunt deze sterk de postpositieve regressie.


In een relationele context, vaak met seksualiteit verweven, observeren we exact wat beschereven werd als de twee fasen van Freuds "genitaal-hysterische karakterneurose": de eerste fase van "uitnodigende" erotische signalen (dus pseudo-genitaal of genitaal-hysterisch = gespeeld, vals genitaal), en de tweede ("defensieve") fase van het verwerpen op een beschuldigende manier.


In een therapeutische context, vooral als het een kwaliteitsversterkende therapie is eerder dan een traumaverwerkende, gebeurt het vaak dat de cliënt na zijn aanvankelijke geestdrift en coöperatie afhaakt, omdat de therapeut "teveel van hem verwachtte", "geen begrip had voor zijn echt trauma", of de therapie "eerder gebruikte voor zijn eigen behoeften dan voor deze van de cliënt". Het culturele zwakheidsrecht laat dan toe de neurotische kant van deze reactie te verhullen, en ze te rechtvaardigen.


BEHANDELING

Het probleem kan enkel voorkomen worden door groeistimulerende aanpak van de zwakste cliënt. Is dit niet haalbaar, bv. door de neurotische context van het zwakheidsrecht, dan moet deze neurotische attitude eerst behandeld worden voordat een positieve psychotherapie mogelijk wordt, die onvermijdelijk door de cliënt als te bedreigend ervaren wordt, hoe enthousiast hij er eerst ook voor was.




Chronisch

DE DWANGNEUROSE (OCD)

BEPALING

Het zich niet kunnen losmaken van bepaalde gedachten (dwanggedachten = obsessies) of handelingen (dwanghandelingen = manieën).

DSM-code As II

301.4 Obsessief-compulsieve ("anale") persoonlijkheid

ONTSTAAN

Dwanghandelingen ontstaan vaak, maar niet altijd uit fobieën. Oorspronkelijk zijn het min of meer zinvolle vermijdingshandelingen, maar mettertijd worden ze meer en meer symbolisch ("rituelen"): handen wassen, ordenen of opplooien steeds herbeginnen, z'n voeten plaatsen op een bepaalde manier.

Dwanggedachten ontstaan vaak uit een psychotrauma, d.w.z. een onaangename, ambivalente en onverwerkbare belevenis. In de meeste gevallen verschijnt het dwangmatig karakter slechts maanden of jaren later, nl. als het angstniveau (doordat men zich niet adequaat kan handhaven in een situatie) gaat stijgen. Deze dwanggedachte, meestal met enorme schuldgevoelens (zelfverwijten) gepaard, is een soort fantasmatische bevrediging van het verlangen ordelijk en met alles in orde te zijn. Soms zijn het voorstellingen van een soort zelfvernietiging of onafwendbare straf. Zelfverwijten.

DIFFERENTIAALDIAGNOSE

Dwanggedachten kunnen ook de uiting zijn van:

  • Een depressie.
  • Een beginnende psychose.

Dit moet men nagaan door te zien of andere kenmerken van depressie of psychose aanwezig zijn.

BEHANDELING

a) Psychotherapie:

  • Psychoanalyse: patiënt bewust maken van zijn verdrongen conflicten en ambivalenties (meestal een onaanvaardbare agressiviteit).
  • Gedragstherapie: gedachtestop. Het krijgen van een bepaalde gedachte kan ook beschouwd worden als een geconditioneerde reflex. Men zal die trachten te onderbreken door zich gewoon te maken onmiddellijk op een andere aangename gedachte over te schakelen, van zodra de obsessie begint.
  • Therapie der onderliggende (vaak relationele) problematiek.

b) Medicatie:

  • Antidepressiva vooral in de beginmaanden van de aandoening
  • Dogmatil