5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5250 Psychosomatisch


PSYCHOSOMATISCHE SYNDROMEN


1. DE PSYCHOSOMATISCHE ZIEKTEN

BEPALING
Lichamelijke ziekten waarbij een belangrijke psychogene factor aanwezig is.

DSM-code As I

300.7 Dysmorfische lichaamsstoornis
300.81 Somatisatie 

ONTSTAAN

1. Lichamelijke aanleg om psychische spanning langs een bepaald orgaan te uiten. Deze aanleg is vaak erfelijk, hoewel niet steeds dezelfde ziektemogelijkheid geërfd wordt: bv. vader astma, zoon eczeem.
 
De psychosomatische stoornissen hebben allemaal een auto-immuun component. Het immuunsysteen werkt te hard.  Het treedt pas in gang een paar maanden na de geboorte.  Alle stoffen die op dat moment aanwezig zijn worden herkend. Het kan dus zijn dat bepaalde lichaamseigen stoffen op een later tijdstip niet worden herkend en dus worden afgestoten.
 
2. Psychogene factor: de persoon krijgt, vaak door zijn opvoeding, de mogelijkheid tot ambivalentieconflicten mee: hij verwerpt grondig bepaalde situaties, maar alle middelen om er tegen in te gaan zijn op hun beurt "verboden". Bv. overbeschermende moeder: het kind verwerpt dit, doch mag zich tegenover al deze blijken van liefde niet agressief voelen.
 
Alexander (Am. psychoanalist, 1940) maakte onderscheid tussen personen met dominantieneigingen (vaker ziekten van hart en longen) en afhankelijkheidsneigingen (vaker darmziekten). Hij ontdekte dat alles wat zich boven het middenrif afspeelt, te maken heeft met een te grote verantwoordelijkheid. Alles onder het middenrif duidt op machteloosheid.
 
"Psychosomatische" persoonlijkheden zijn vaak opvallend gekenmerkt door een "exacte" mentaliteit: een redeneringskader, waarin alles schijnt te kloppen, en waarin psychologische en subjectieve factoren geen plaats hebben. Een soort volmaakt verdringingskader, zodat de stress geen enkele andere uitweg heeft dan het somatische. Vaak zijn deze persoonlijkheden van het anale type, d.w.z. strevend naar een (rationele) controle van zichzelf en hun levenssituatie.
 
Beide bovenstaande factoren zijn nodig om een aanval te kunnen uitlokken, alhoewel de belangrijkheid kunnen verschillen.
 
Vaak zijn er ook uitwendige somatische factoren (bv. infectie bij astma) in het spel.
 

SOORTEN

 
1. ASTMA 


Een aanval treedt op door het samensnoeren der kleine luchtwegen, met daarbij een oedeem van de wand ervan en een slijmproductie. Vooral de uitademing is bemoeilijkt. Verergerd door allergieën (huisstof, huisdiervacht) en infecties (bronchitis).
 
In de jeugd hadden dergelijke patiënten vaak een gestoorde moederrelatie (overbescherming). Astma kan soms later weer (of voor 't eerst) optreden: na huwelijk, verandering werksituatie.

ICD-9-code As III
493.01
ICD-10-code As III
J40, J43, J45, J46
 
2. ECZEEM
 
Soort allergische huidziekte. Verdroging van de huid zodat infectie kan optreden. Het herstel van deze laatste verloopt te traag. Schuring en temperatuursverschillen versterken eczeem.
Vaak bij diepe emotionele conflicten. Deze ziekte gaat vaak samen met astma, ofwel bij dezelfde persoon, ofwel in dezelfde familie.

ICD-9-code As III
691, 692.4
ICD-10-code As III
L20
 
3. HYPERTENSIE
 
Vooral een toegenomen diastolische bloeddruk (meer dan 10) is alarmerend. Vaak bij hyperactieve mensen met enorme verantwoordelijkheid en verdrongen agressiviteit.

ICD-9-code As III
401.9
ICD-10-code As III
I10
 
4. PSORIASIS
 
Gelijkt oppervlakkig op eczeem. Vaak in puberteit.

ICD-9-code as III
696.8
ICD-10-code as III
L10
 
5. CORONARITIS
 
Sclerose der hartvaten (coronairen, kroonslagader). Bij zakenlui met (te) veel of slecht opgevangen verantwoordelijkheid. Leidt tot hartaanvallen. Ook een jarenlange hypercholesterolemie speelt hierbij een grote rol.

ICD-10-code As III
D65 Verspreide intravasculaire coagulatie
 
6. MIGRAINE (Hemicrania)
 
Pijn in een schedelhelft. Vaak gepaard gaande met kijkstoornissen en misselijkheid. In feite een kramp, waarna uitzetten der bloedvaten in de temporale streek van de schedel plaats heeft.
 
Dikwijls bij hypercreatieve mensen die zich niet kunnen uitleven.

ICD-9-code As III
346.00 Klassieke migraine
346.81 Migraine NNO
ICD-10-code As III
G43.0
 
7. ULCUS DUODENI ("maagzweer")
 
Aantasting van darmwand door eigen verteringssappen, nadat de beschermende slijmlaag teveel verzwakte. Als de darmwand te zeer beschadigd is kunnen de spijsverteringsstoffen door de maagwand waarna ze alles in de buikholte afbreken. Kan leiden tot perforatie met peritonitis of enorm bloedverlies. Vaak bij ondergeschikten, die hun situatie niet aanvaarden.

ICD-10-code As 3
slokdarm: ulcus oesophagi
K25 Ulcus ventriculi. K26 Ulcus duodeni. K27 Ulcus pepticum, lokalisatie niet gespecificeerd.
 
8. ILEITIS TERMINALIS (ziekte van Crohn = Colitis Ulcerosa)

Auto-immune afbraak van de dikke darm, met bloederige diarree. Er is geen goede werking meer van de darmen waardoor het vocht niet langer uit de stoelgang wordt gerecupereerd.
Zelfde persoonlijkheidstype als bij ulcus, maar minder actief.

ICD-9-code As III
555 Ziekte van Crohn
ICD-10-code As III
K50.0

Nota: De aangehaalde persoonlijkheidstypes zijn geen algemene regels. In vele gevallen is de psychische problematiek zeer ingewikkeld, of zelfs schijnbaar afwezig.

BEHANDELING

Beide factoren (zowel fysisch als psychisch) moeten behandeld worden, anders mislukt het meestal.
 
Psychotherapie:
Er zijn altijd minstens drie oorzaken voor het ontstaan van psychsomatische ziekten :

1.     Onbevredigde behoefte.

2.     Reactie van de omgeving.

3.     Uitlokkende factor.

Bewustwording is een eerste belangrijke stap in de behandeling. Het kan er soms voor zorgen dat er een depressie ontstaat (vorm van gemaskeerde depressie).
Een belangrijke tweede stap is samen bekijken hoe de onbevredigde behoefte op een andere manier kan ingevuld worden. 
 
Verder zijn ontspanning (medicamenteus, relaxatietraining) en gezinstherapie of assertiviteitstraining zinvol.
 
Medicatie:
Naast de somatische medicatie zijn neurovegetatieve stabilisatoren en antidepressiva (geen SRRI's) aangewezen. Een bijzonder effectief product (dat helaas niet altijd werkt, en ook soms ongevaarlijke doch vervelende bijwerkingen heeft) is Dogmatil, dat werkzaam is in de hersenen ter hoogte van h