5400-5999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5480 Einde Psychotherapie


HET BEËINDIGEN VAN DE PSYCHOTHERAPIE


Het einde van een therapeutisch proces kan frustrerend zijn voor de therapeut vermits er in een therapeutisch proces, in principe, geen einde is voorzien en we steeds denken verder te kunnen geraken.


We kunnen ons als therapeut beschermen door in te zien waarom de cliënt stopt en door te beseffen dat we geen slechte therapeut zijn als de cliënt in verzet gaat. 

 

Wat zijn mogelijke redenen van een therapie-einde?

 

1. Het afnemen van het therapeutisch nut


Het afnemen van het therapeutisch nut is de meest voorkomende reden tot het stopzetten van de therapie. Vanuit onze beperktheden als therapeut en het nog niet volmaakt zijn van de psychotherapie (bv. bepaalde sociale beperkingen op het integreren van de therapie) is het mogelijk dat het therapeutisch nut na enige tijd magerder en magerder wordt. Daarnaast is het bijvoorbeeld ook moeilijk om iemand te helpen die het beter doet dan de therapeut. 

 

2. De therapeut gebruikt de cliënt voor zichzelf


We geven als therapeut -soms onvermijdelijk- van onszelf een wat geïdealiseerde indruk. Deze rol maakt het de therapeut mogelijk om bewondering te krijgen van de cliënt. Dit kan door de patiënt gevoeld worden en kan het voor hem aantrekkelijk maken om deze bewondering te uiten in reacties zoals het meebrengen van geschenken, een uitnodiging voor een feest, … 


Wanneer de therapeut niet ingaat op deze voorstellen, kan de cliënt dit ervaren als een belediging. Deze belediging kan de cliënt ertoe brengen de therapie af te breken. 

 

3. De cliënt uit weerstand


Er kan weerstand optreden tegen de therapie vermits het doel van de therapie (groeien) soms een pijnlijke aangelegenheid is. De therapie (oorzaak van groeistimulerende inzichten) kan beleefd worden als te bedreigend, oninteressant, … en kan afgebroken worden. 


4. Het overdrachtsfenomeen


De cliënt start vaak met tal van sterke behoeften aan aandacht, affectie, … Eens de therapie gestart is, kan de cliënt zich een tijd in een overafhankelijke persoonlijkheidstoestand bewegen. Naarmate er meer zelfvertrouwen optreedt, kan de patiënt in verzet gaan. Vermits de therapeut lange tijd in de dominante functie heerste, wordt hij vaak “de pispaal”. Deze verzetsreactie kan een stopzetting van de therapie tot gevolg hebben. 


Het is belangrijk dat we deze verzetsreactie kunnen zien als iets positiefs, als een op de goede weg zijn. Deze overdracht kan positief zijn voor de psychische evolutie van de patiënt. Het afhaken van de patiënt is dus een gezonde reactie.  

 

5. De cliënt heeft een nieuwe relatie


Het stoppen van de therapie bij een nieuwe relatie kan tal van oorzaken hebben: 

  1. De cliënt vindt de therapie niet meer nodig (wat jammer is, hij zou immers begeleid kunnen worden om bepaalde fouten niet opnieuw te maken). 
  2. De partner verhindert het verder zetten van de therapie: 

·   De patiënt voelt zich verstevigd in zijn conflictrelaties, er kan agressie naar de partner optreden. 

·   De partner moeit zich met de therapie. 

·   De cliënt zoekt, naar aanvoelen van de partner, te veel vrijheid. 

 

6. De cliënt ervaart de therapeut als te bedreigend


De patiënt voelt dat hij op een hoger niveau dient te functioneren dan hij eigenlijk aankan in normale levensomstandigheden. De cliënt voelt dat hij gaat tekortschieten en voelt hierover schaamte. Deze situatie kan bedreigend overkomen bij de cliënt en kan leiden tot stopzetting van de therapie. 

 

 


Hoe kan de therapeut inspelen op mogelijke redenen van een therapie-einde?

 

1. Aankondigen van de verzetsfase


·   De patiënt geruststellen dat een verzetsfase een goede zaak is. 

·   De patiënt uitdagen om de therapie niet af te breken in een verzetsfase. 

 

2. Therapeutische interventies richten op de reële behoeften van de patiënt


Het is belangrijk te opteren voor reacties en strategieën die geïnspireerd zijn door de groeibehoeften van de patiënt zelf.