6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6010 FPV


FUNDAMENTELE PSYCHISCHE VAARDIGHEDEN
(FPV)


Bepaling

FPV zijn de basiskenmerken van de persoonlijkheid, die bepalen in welke mate iemand subjectief en objectief goed zal functioneren, d,.w.z. erin slaagt om in dit leven een integratie te maken tussen zijn behoeften, en de mogelijkheden en beperkingen die het toeval hem toebedeeld hebben.

Toepassingen

Het is merkwaardig hoe in onze cultuur deze FPV zo weinig bekend zijn, en bijna nooit bewust ingeoefend worden, Het succes van psychotherapieën wordt in sterke mate bepaald door de mate waar in ze, vaak onbewust of zijdelings, deze FPV bevorderen. Zelfs in grondige persoonlijkheidstrainingen zoals deze van de AIP (gesticht door dr Kris Roose in 1978) worden meerdere aspecten in de praktijk wat verwaarloosd.

De meeste van deze aspecten zouden echter wel in de puberteit kunnen bijgebracht worden. Het zou een goede en zeer belangrijke opdracht zijn voor middelbare scholen, en een geniale psycholoog als Nand Cuvelier heeft al een systeem ontwikkeld, analoog aan zijn succesvol Axenmodel, om deze persoonlijkheidskwaliteiten bij te werken.Deze zaken lijken mij inderdaad belangrijker als mensvorming dan de Ontbinding in Factoren de Ertsen bezuiden Lissabon.

Overzicht

De belangrijkste fundamentele psychische vaardigheden zijn:

1. een inzichtelijk beeld van ons psychisch functioneren (cognitief
): motivationeel proces, bewustzijnsnivo's

2. rationeel denken, constructief relativeren (attitude
management)

3. FZV als toepassing van rationeel, constructief denken, maximale verantwoordelijkheid ("denken")

4. OO, autosuggestie, SK, mediteren, zich kunnen laten gaan en genieten: introverte kracht ("voelen")

5. kunnen organiseren: extraverte kracht ("doen")

6. integreren, bewust inspiratie zoeken en evalueren, creativiteit, 
proactief denken (constructieve denkstadia)

7. communicatie en tertiaire relaties

8. PVG ofte wilskracht, durf en volharding, (negatieve en positieve) assertiviteit

9. spiritualiteit, kosmische situering

Hoe kan ik een bevattelijk schema maken van al deze FPV? De FRC volstaat blijkbaar niet? Zit er een verborgen systeem in? Of is deze volgorde niet goed? Hebben sommige aspecten twee implicaties, bv het kosmosbeeld is een stuk va de werkelijkheid die we moeten aanpakken, maar ook een stuk van onze werkelijkheid, waar we ons moeten bij neerleggen.

1. Motivationeel proces


Motivationele actiecyclus: Alles begint met de behoeften, die zich omzetten in (vaak onrealistische) verlangens en verwachtingen. Fantasmatisch lokt de verwachting, de veronderstelling dat dit gaat gebeuren via fantasmen aangename (voor)gevoelens uit, die zich als energie omzetten tot gedrag. Dit gedrag heeft, in de gegeven reële omstandigheden, een bepaald effect, dat wij subjectief op een zeker manier waarnemen, ervaren, ondervinden. Via fantasmen lokt deze ervaring bepaalde gevoelens uit, en deze zijn eigenlijk het einddoel van ons gedrag. Anderzijds wordt er een vergelijking gemaakt tussen verwachtingen en subjectieve ervaring, en daaruit leren wij inzichtelijk iets over het al dan niet (goed) werken van bepaalde actiemethodes, en over het al dan niet realistisch zijn van bepaalde verwachtingen,. veronderstellingen, verwachtingen. Dit contrast leidt via tal van associatieprocessen tot nieuwe inzichten, die dan in de toekomst op hun beurt onze concrete verlangens bijsturen, waarna een nieuwe actiecyclus volgt.

Dit is de centrale cyclus. Tal van andere factoren komen dit proces uiteraard beïnvloeden. De aangevoelde behoeften zijn afhankelijk van vermoeidheid, hormonale schommelingen, stemming, e.d.  De verlangens, d.w.z. de concrete vormen van de behoeften, evolueren onder invloed van de wisselende inzichten, maar voorbeelden kunnen daarbij bepaalde verlangens versterken of zelfs verzwakken. Het effect is uiteraard sterk afhankelijk van de omstandigheden, en daar kan toeval soms een rol bij spelen, of de onvoorspelbare stemmingsschommelingen bij de anderen met wie we interageren.

2. Rationeel denken

Binnenin het blokje "Inzicht" spelen zich talrijke processen af, waarvan we meerdere bewust onder controle kunnen krijgen. 

"Rationeel" betekent niet "rationalistisch" of "ongevoelig voor intuïties en overweldigende gevoelens", een valse definitie die de aanhangers van de spontaanheidsmythe graag gebruiken. het betekent gewoon: zorgvuldig en nuttig denken, zodat ons denkvermogen verwezenlijkt waar het voor gemaakt is, namelijk ons geluk via integratie met de behoeften van onze omgeving. Het denkvermogen dient niet om fantasmatische spelletjes van zelfbeklag of goedpraten van onze beperkingen te spelen, en argumenten te bedenken waarom wij niet zouden kunnen groeien.

Er zijn om te beginnen drie nivo's van bewustheid (onbewust, onderbewust en bewust), en alhoewel het belangrijkste zich afspeelt in het onbewuste, hebben wij enkel het bewuste een beetje onder controle. Doch gelukkig dat gedachten (en gevoelens) kunnen geconditioneerd worden zoals gedrag, zodat we de invloed het onbewuste en al zijn invloeden grotendeels zelf kunnen bepalen. Rationeel denken betekent neurosevrij denken, dus de "feiten" niet gebruiken om tot pessimistische conclusies te komen. Men vraagt zich dus niet alleen af of het denken juist is, maar ook en vooral  of het nuttig is voor alle betrokkenen.

3. Fundamenteel zelfvertrouwen

De fundamenteelste attitude is het FZV, de basishouding waarbij van zichzelf veronderstelt dat men alles wat men echt bereiken wil zal halen. Dit zal natuurlijk niet steeds meteen lukken, maar men gaat ervan uit, als og onbewezen werkhypothese, dat het uiteindelijk wel slagen zal, en zoniet dat men zelfs iets beters zal vonden. Men laat zich niet ontmoedigen door de aanvankelijke mislukkingen, die niets "bewijzen", maar die wel heel inspirerend kunnen zijn om er bruikbare lessen uit te trekken (dus geen lessen in de zin van "ik voel dat dit te hoog gegrepen is voor mij", of "dat hier mijn grenzen liggen". Dat zijn geen lessen, maar excuses met feiten als schijnbare argumenten, die schijnen te bewijzen dat "iets iet kan", wat op zich onbewijsbaar is, want alles hangt af van het feit of iemand anders er al in geslaagd is of niet. Onmogelijkheden kunnen niet bewezen worden.

Uit dit FZV spruit ook het besef van maximale verantwoordelijkheid voort, d.w.z. het besef dat het gedrag dat wij moeten stellen niet bepaald wordt door de combinatie van bevelen en verboden die op ons afkomen vanbuiten, amar door wat wij kunnen en menen te kunnen, en als we het niet kunnen, dat we het kunnen leren.

4. Inwendig management

Deze fundamentele vaardigheid omvat het geheel der denk- en associatieprocessen, en de gedragingen die erdoor bepaald worden. Het is dus de vaardigheid om onze gevoelens, onze emotionele reacties grotendeels zelf te bepalen, waardoor er psychische energie kan vrijgemaakt worden om constructief te denken. Het omvat de gewone ontspanningstechniek, die echter slechts de toegangspoort is tot het onbewuste, en kan gebruikt worden om onaangename en storende negatieve associaties (fobieën en paniekreacties) te bestrijden, alsook positieve zelfprogrammatie die gebruikt kan worden om te zwak gedrag te versterken, waardoor onze assertiviteit, aangepaste stemmingen op te roepen, onze sociale vaardigheden, ons uithoudingsvermogen en onze wilskracht (onze eigen voornemens kunnen uitvoeren) versterken. Tot Inwendig Management behoort tevens de "Diepe Mentale Rust"-techniek, die de mentale productiviteit en frustratieverwerkingsvermogen nog jan doen toenemen.Vermits er al veel "cognitieve" opleiding wordt gegeven is de cognitieve dimensie van Mindfulness overbodig, als als "zuivere" meditatietechniek is DMR doeltreffender, gemakkelijker en minder tijdrovend.

De hele reeks vaardigheden van het inwendig management verlossen ons ook van de illusie, de mythe van de spontaanheid: onmiddellijk na het ontwaken beginnen werken, en 's avonds na werk en ontspanning gewoon neervallen en inslapen. Het werken aan zichzelf kost een beetje tijd, maar leidt tot een sterke rendementstoename in objectieve resultaten en subjectieve bevrediging.

Strikt genomen is de programmavolgingsgewoonte (8, PVG) ook een aspect van het Inwendig Management, maar omdat het een zware training op zichzelf is, en duurzaam blijft eens men die gewoonte onder de knie heeft, vraagt het niet de coninue leerinspanningen als Inendig Management. 

5. Uitwendig management

Alle vaardigheden die iets te zien hebben met voorbereiden, behoedzaam uitvoeren en evalueren van "uitwendige" activiteiten en projecten, zijn begrepen onder "uitwendig management".

6. Integreren

Integreren, het constrcutief oplossen van schijnbaar tegenstrijdige standpunten