6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6100 Fundamentele RC

De Fundamentele Realisatiecyclus


Bepaling
De Fundamentele Realisatie-Cyclus (FRC) is de naam die wij geven aan het meest fundamentele denkproces bij de mens. Hoewel het grotendeels neurologisch - hardwarematig vastligt, zijn onze denkprocessen (mythes, fantasmen, verdringing, rationalisaties) heel goed in staat om de meest bedreigende aspecten ervan (namelijk deze die ons confronteren met groeinoodzaak) over te slaan. (zie verder).

Andere theoretische benaderingen, vooral uit de managementsector. hebben analoge schema's ontwikkeld. Maar ook bv. Nand Cuvelier beschreef een dergelijk cyclisch proces.

Beschrijving
De FRC beschrijft een reeks fasen die meestal na elkaar doorlopen worden, en op einde weer herbeginnen, vandaar de naam cyclus.

- Denken en doen
De twee hoofdmomenten zijn: denken en doen. Denken is de stijgende linkerhelft van de cyclus, waarbij men vanuit de waarneming tot een realiseerbaar project komt. De dalende rechterhelft zijn de verschillende fasen die doorlopen worden bij een initiatief tot actie.

In de meeste westerse talen heeft "realiseren" trouwens twee totaal verschillende betekenissen: (1) zich iets realiseren = beseffen, inzien, (2) iets realiseren = doen, oprichten, organiseren. Deze dubbelzinnigheid is waarschijnlijk niet toevallig: men heeft blijkbaar allang vastgesteld dat dit de fundamenteelste aspecten van de geest zijn. Vandaar dat de naam realisatiecyclus wellicht zeer terecht gekozen is.

- De twee uit- en ingangen
Aan de onderkant staat de interactie met de buitenwereld, de omgeving, de realiteit afgebeeld. Ons gedrag probeert daar iets aan te veranderen, en de gebeurtenissen uit de omgeving worden door ons waargenomen en zetten een nieuwe cyclusbeweging in gang.

Aan de bovenkant staat een bewaarplaats voor inzichten, resultaten van analyses, half uitgewerkte plannen, dus een geheugen van inzichten. De resultaten van de denkprocessen worden daar opgeborgen en bewaard tot ze weer eens nuttig kunnen zijn. Bij het maken van plannen anderzijds wordt uit deze voorraad inzichten geput.

- De fasen van het denken

Het eigenlijk denkproces verloopt, ruwweg ingedeeld, in 4 fasen:
(1) Waarneming: de indrukken uit de omgeving, de ervaringen, worden opgenomen in de geest en zetten een denkproces aan de gang. Men zegt soms dat waarneming best objectief gebeurt, maar dat is compleet onmoeglijk. Altijd wordt de waarneming geïnterpreteerd, anders betekent ze niets. Wel moet men ervoor zorgen de goede interpretatieschema's te gebruiken. Gezamenlijke subjectiviteit (intersubjectiviteit) is doorgaans veel betrouwbaarder dan individuele subjectiviteit, hoewel mensen met meer inzicht vaak waarnemingen doen die aan de grote meerderheid zullen ontsnappen, bv. een componist die naar muziek luistert. "Objectiviteit" is vaak een illusie, een verhulling voor onbewuste subjectiviteit. Zie de beroemde "Rodevlagscène" van Charlie Chaplin.
(2) Evaluatie: de opgenomen indrukken worden vergeken met de verwachtingen, en voor de verschillen hiermee worden verklaringen gezocht. Soms zijn zaken onduidelijk, en de waargenomen verschillen leiden soms tot nieuwe verwachtingen.
(3) Inspiratie: de evaluerende associaties gaan langzaam over in het opbruisen van nieuwe ideeën om de verwachtingen toch nog maar nu beter te realiseren, zoeken naar missende verklaringen en inzichten over de processen die zich rondom de waargenomen verschijnselen afspelen. 
De inkomende inspiratie kan endogeen (uit de eigen gedachtegangen) of exogeen zijn (van buiten afkomstig).
(4) Integratie: hoe meer inspiratie, hoe meer ideeën, hypothesen en mogelijkheden er worden geproduceerd, die in het begin maar zelden meteen tot één conclusie leiden. Hiervoor is dus een integratie nodig, d.w.z. een herformuleren en samenvoegen van schijnbaar tegenstrijdige gegevens, zonder dat er echter keuzes zijn, d.w.z. het opofferen van één hypothese ter wille van andere. Hoe meer hypotheses er geïntegreerd zijn, hoe groter de plausibiliteit van de geïntegreerde conclusie(s). Dit is zodanig waar dat dit integreren kan gaan functioneren als wetenschappelijke methode, d.w.z. manier om "zekerheid" te verwerven over de "juistheid" van de gemaakte conclusies.

De vruchten van dit denkproces worden dan bewaard in het geheugen, om later gebruikt te worden in nieuwe denkprocessen en planningsactiviteiten.


- De fasen van het doen

Ook deze fase van praktische realisatie kan enigszins kunstmatig in 4 subfasen worden ingedeeld.
(1) Ontwerp: het begint met vage plannen en verlangens. Enkel het te bereiken eindresultaat staat ons hierbij voor de geest, meestal nog niet de weg daarnaar toe.
(2) Plan: dit is al een meer concrete uitwerking van het ontwerp. Het bevat nu ook de voorfasen, en zelfs al de eventuele maatregelen bij mogelijke mislukking.
(3) Programma: hierbij is de uitwerking volledig, meestal chronologisch, alle details en eventualiteiten inbegrepen.
(4) Draaiboek: dit is de meest concrete uitwerking van het project: opgesplitst in personen, fasen, checkingsmomenten bij complexe situaties, voorziene alternatieven en inhaalmomenten.

De vruchten van deze organisatie leiden tot een succesvolle ingreep in de werkelijkheid: we organiseren iets.

Het is belangrijk te beseffen dat het voorwerp van onze actie ook onszelf kan zijn, ons lichaam dus, maar ook onze geest.

Ook gebruikt niet iedereen de vage termen als ontwerp, plan, e.d. in dezelfde betekenis.

En het is duidelijk dat ook de doeprocessen eigenlijk denkprocessen zijn. Maar deze zijn toekomstgericht, daar waar de andere denkprocessn verleden-gericht zijn, d.w.z. ervaringen verwerken.

- Inwendige verbindingen

In de FRC bestaan twee soorten inwendige verbindingen: (1) de verbeeldingsrealisatie, en (2) de emotie- en motivatieverbinding.
(1) Verbeeldingsrealisatie: hierbij gaan we op het einde van de praktische voorbereiding niet over tot praktische uitvoering, maar trachten ons mentaal voor te stellen hoe alles zou zijn als het gerealiseerd werd. En vervolgens evalueren we onze voorstellingen zoals we een reële ervaring zouden gehad hebben, en trekken er de nodige besluiten en inspirerende conclusies uit. Dit laat ons dan toe het project bij een volgende cyclusbeweging weer bij te werken, en een beter plan te maken. Sommige wetenschapsrichtingen spreken van een mentaal experiment. Dit legt ook beter uit waarom de FRC een cyclus is. Het is waarschijnlijk dat bij elk ervaring-project-proces er talloze cycli worden doorlopen. Denken in onze verbeelding, dagdromen, iets mentaal voorbereiden is wellicht niets meer dan dat, + natuurlijk de emotionele associaties.
(2) Emotie en motivatie: van de inzichtskant vertrekken een reeks pijltjes naar het centrum. Dat zijn de emoties, waarbij geëvalueerd wordt hoe sterk een situatie overeenkomt met onze behoeften, noden en verlangens. Dit lokt dan emotionele reacties uit, gaande van diep geluk over enthousiasme, verveling, angst droefheid en complete ongelukkigheid. Op hun beurt vertrekken er vanuit dit emotioneel centrum energieën naar de verschillende actiefasen: dit is de motivatie.

- Uitwendige verbindingen

Met de FRC (dus met onze functionerende geest) bestaan ook enkele verbindingen met de buitenwereld, zowel inkomende als uitgaande.
(1) Inkomende informatie: deze komen op laag en hoog nivo.
Op laag nivo betreft het werkelijkheidsbeschrijvingen, zodat we imaginaire belevingen kunnen meemaken over zaken die we zelf niet ervaren hebben. Van de sprookjes uit onze kindertijd, over films en literatuur en andere media, beschikt onze geest over een hoeveelheid informatie over dingen die we nooit zelf waargenomen hebben. Deze spelen bij onze denkprocessen uiteraard een grote rol.
Op hoog nivo betreft het inzichten over hoe de zaken in elkaar zitten, al dan niet gecombineerd met praktische suggesties. Het zijn de lessen, de opleidingen die wij volgen, de theoretische boeken die wij lezen, wikipedia, enz.
(2) Uitgaande informatie: ook deze verlopen op hoog en laag nivo.
Op hoog nivo zijn het de de lessen die we aan anderen geven, de uitleg, de raadgevingen, de suggesties, enz. Het zijn dus de inzichten die we zelf gekregen en/of ontwikkeld/verbeterd hebben die we doorgeven aan anderen.
Op laag nivo zijn het de meer praktische instructies, herinneringen dat het ogenblik gekomen is, korte uitleg over de concrete situaties waarin anderen zich bevinden, enz., om bij en via anderen dingen et realiseren die passen in onze concrete projecten of idealistische initiatieven.

- Besluiten

Dit zijn alle mogelijke denkpatronen in de menselijke geest, uiteraard nog algemeen beschreven. In feite zjin er twee soorten gedachten: onbeladen en beladen. Onbeladen gedachten zijn vrij neutrale associaties die in de hersenen circuleren. Vaak zijn dingen die we bv. op school krijgen, in de media lezen, en die ons onberoerd laten, banale dagdromen, enz. De beladen gedachten zijn veel talrijker: er zijn de inzichtgerichte (van waarneming tot begrip) en de gedragsgerichte (van project tot uitvoeringsbeslissing). Dan zijn er de emotioneel geladen gedachten (van zelfwaarneming tot emotie) en de motivationeel geladen, met energie voor een volgende actie of voorbereiding daartoe.

Problemen
De FRC verloopt hardware-matig weliswaar perfect, zelfs bij (kleine) hersenletsels. Maar bepaade storende gedachten of juist de afwezigheid van bepaalde gedachten kunnen ervoor zorgen dat de FRC nutteloos ronddraait.

De hier opgesomde moeilijkheden worden verder uitgewerkt als we de specifieke technieken gaan bespreken.

In het algemeen is het rendement van de FRC minimaal. Dit komt ondermeer door twee oorzaken: (1) onze instinctieve zoogdiernatuur, en (2) ons zoeken naar zo snel mogelijke bevrediging, waarbij gemak op korte termijn soms ten koste gafat van voordeel op lange termijn. Extreem voorbeeld: uitstelgedrag (procrastinatie)

(1) Als zoogdieren zijn worden we gestuurd door noden en probleemsituaties. Wordt er een probleem waargenomen, dan komt er actie, waarbij vluchten de meest gebruikte "actie" is. Alleen als men zich klem voelt gaat men in de tegenaanval. Problemen kunnen ook inwendig zijn: honger, dorst, vermoeidheid, enz. Is er geen probleem, dan rusten en slapen we. Dit leidt ertoe dat we instinctief niet meer zoeken dan weggaan van de probleemsituaties, en pas actief worden als sterke noden ons activeren, waarbij de simpelste naar de bevrediging volstaat.

(2) Onze grootste behoefte is geluksbevrediging, althans het gevoel ervan. Waardering is een der sterkste concretisaties ervan. Belangrijk daarvoor is niet laten merken dat men fouten maakt(e), en daar best zelf ook niet te bewust van zijn. Daarom verhullen we onze zwakke kanten, zowel voor de anderen als voor onszelf. Deze tendens vertroebelt vele fasen van de FRC.

SPECIALE TOEPASSING: Progressieve Cyclische Realisatie (PCR)

ALs men een complex project awil opstarten waar men geen of slechts een beperket ervariung in heeft, dan kan men niet succesvol doen door de stappen van de RRC rigoureus toe te passen

Voorbeelden: ontwikkelen van de Ruimtevaart, =va een neiuwsoortig bedrijf, van een nieuwe osychotherapeutsishe methode.

Men begint met zoveel mogelijk exogene inspiratie, doet voorzichtig een (proef)realisatie, evalueert de eerste resultaten grondig, en past, met nieuwe endogene en exogene inspiratieronde en een afsluitende integrtie, de methode aan, waarna een volgende proefrealistaie opklaats vindt.

DEFECT FUNCTIONEREN

Maar elke fase kan gebrekkig, verkeerd functioneren:

1. Waarneming. De waarde van de waarneming is totaal afhankelijk van het interpretatiekader dat men gebruikt. Vooringemomenheid, gebrek van diepere kennis leiden meestal tot slechte waarnemingen.

2. Evaluatie. De nuttige resultaten hiervan zijn volledig afhankelijk van de vergelijkingspunten, dus de verwachtingen en de gestelde vragen. Daarenboven roepen gedachten emoties op. We zijn geprogrammeerd om mooie situaties te beleven. De minder mooie vermijden en verdringen we. Dit houdt in dat we wel successen en mooie ervaringen willen "evalueren", dus er blijven over associëren, en dagdromen. De minder gelukkige verdringen we zo gauw mogelijk, te snel om er nuttige lessen te kunnen uit trekken. Dat betekent dat we de nuttigste evaluaties niet doen, en wellicht verkeerde conclusies trekken uit de geslaagde ondernemingen en ervaringen.
Bv. Als we merken dat we te snel met onze wagen rijden, dan zouden we bevreesd kunnen worden, vooral als we iemand kennen die een zwaar ongeval heeft gehad. Maar we verdringen die gedachten, houden onszelf voor dat het nu niet druk is, dat we meer stuurcontrole hebben dan die vriend, enz.

3. Informatie-inbreng. Ook deze is niet zo objectief en nuttig als men denkt. Media moeten verkocht worden. De vrijheid van pers is helaas afhankelijk geworden van het geld dat men ermee verdient. Dus andere criteria dan objectiviteit gaan spelen, zowel voor de koper of zoeker ervan, als voor de persoon die ze ter beschikking stelt. En die twee vinden elkaar en beïnvloeden elkaars gedrag. Hetzelfde geld voor de inzichtelijke informatie-inbreng, dus het studeren en aanleren van bruikbare theorieën.

4. Inspiratie. In ons denken zijn we enorm gebaar door inspiratie. Anders blijven we vaal in kringetjes denken. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen endogene inspiratie (invallen uit onze eigen geest) en exogene (zaken die we van buiten te weten komen, door bevraging, opzoeken, of die anderen ons gewild vertellen). Opvallend hierbij is dat de endogene inspiratie veruit de voorkeur verdient ven de exogene. de endogene is trouwens reeds door het onbewuste gefilterd. Er komen spontaan geen bedreigende gedachten boven, tenzij soms obsessionele schuldgevoelens. We zullen later bestuderen dat negatieve gedachten soms een (neurotische) positieve waarde kunnen hebben voor ons. Exogene inspiratie wordt maximaal vermeden.

5. Integratie. Hoewel integratie van tegenstrijdige standpunten niets dan voordelen heeft. Maar het bereiken van de integratie stelt soms problemen, zowel met de creatieve vereisten om ze te formuleren, soms de moeizame openheid om alle elementen bespreekbaar te maken erin, en erna zijn nog groeiprocessen vereist om ze te realiseren, waarbij de ene soms meer groeien moet dan de ander. Keuze is vaak veel verleidelijker, vooral voor de sterkste of meest verbale partij. en men geeft spontaan meestal voorrang aan de gevolgen op kortere termijn, of aan de fantasmatische ipv aan de reële.

6. Bewaren van inzichten. Dit lijkt moeilijker dan op het eerste gezicht verwacht. Het is niet zozeer het opslaan dat een probleem is, maar vooral het op het goede moment terugvinden. M.a.w. vele rijpe inzichten gaan verloren, niet alleen binnen een mens, maar ook binnen onze cultuur. Men kan natuurlijk systematische nota's of files aanleggen, maar dat vraagt moeite, wordt gemakkelijk uitgesteld, en is allang vergeten of verloren tegen dat het nuttig zou zijn. En er zijn zoals steeds veel mythes en uitvluchten om het niet (goed) te doen.

7. Ontwerp. Originele initiatieven nemen is vaak heel risicovol, vooral door de grote kans op mislukking of afkeuring door de groep nog voor ze gerealiseerd zijn. Want na de realisatie is iedereen vaak overtuigd dat het goed is. Maar helaas niet ervoor. Vandaar dat de meeste "initiatieven" nogal banaal zijn, vaak eerder zich schikken in het onvermijdelijke, en dit dan a posteriori een initiatief, een wilsbesluit te noemen.

8. Planning, programmering en draaiboek maken. Niets zo moeilijk als de kunst van het organiseren. Het daarbij vereiste proactieve denken is iets dat we nooit uitdrukkelijk leerden, daarenboven hebben we moeite met vele aspecten die refereren naar onvoorziene tegenslag of mogelijke fouten die we zelf zouden kunnen maken. Er is in onze cultuur ook veel weerstand tegen mensen die "het leven van anderen" willen regelen. De spontaanheidsmythe, bij onszelf en bij dezen die aan de organisatie deelnemen, blijft zich verzetten tegen degelijke organisatie. In professionele kringen kan men daartoe wel gedwongen worden door zijn baas die spreekt van targets, strategieën, evaluaties, e.d., maar in het privé-leven, waar het eigenljik nog veel meer nodig zou zijn, is het meestal volledig afwezig.

9. Uitvoering. Het kan merkwaardig klinken, maar deze finale fase van de FRC blijft neer dan eens in gebreke, enerzijds omdat men op het allerlaatste moment ontdekt dat de voorbereiding onvoldoende is, anderzijds omdat zelfvertrouwen, durf en doorzettingsvermogen vaak ontbreken of te zwak zijn. Zoals bij zoogdieren vervalt het handelen tot al datgene wat onder inwendige en uitwendige druk geschieden moet, maar berust weinig op originele autonomie.

10. Genieten. Dat is moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt. We kunnen ons immers niet voldoende ontspannen, niet alleen lichamelijk, maar vooral niet geestelijk. We kennen immers de technieken niet om bepaalde beelden in ons te versterken en te verzwakken, om bepaalde irritaties weg te nemen, mede op basis van de spontaanheidsmythe. Dit gebrek is paradoxaal, omdat dit vermogen immers zo dicht staat bij het diep ervaren van geluk, het subjectieve doel van ons leven.

11. Zelfmotivatie. Ook deze vaardigheid binnen de FRC is vaak onderontwikkeld. De meeste mensen kunnen zichzelf niet bewust motiveren voor beslissingen die ze nochtans zelf autonoom hebben genomen. Ze hebben steeds nood aan uitwendige stimulatie, die vaak negatief zal zijn (spanning, professionele en familiale morele druk). Zoniet zijn de meesten gewoon de speelbal van de inwendige stemmingswisselingen.

Besluit
De meeste mensen denken, zoals het zoogdier als hetwelk ze geboren zijn, reactief, d.w.z. onder invloed van de druk van van binnen of van buiten op hen afkomt. Weinigen denken en organiseren zichzelf met succes proactief, d.w.z. autonoom een eigen levensplan uitstippelend, en dit wilskrachtig volgend. Om proactief te kunnen gaan leven, waarbij men dus onspannener van zijn geluk zal genieten, moet men de verschillende stappen van de FRC één voor één beter gaan leren beheersen.