6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6241 Mythes en Orthoma's


Mythes en orthoma's



Mythes zijn algemeen aanvaarde theorieën, die echter onjuist zijn. Het gezag dat ze schijnen uit te stralen komt door de algemene aanvaarding, de sterke positie van de mensen die ze voorhouden, en hun vaak sofistische formulering (sofistisch = misleidende woordspeling).


In praktijk dienen mythes om neurotisch, d.w.z. sub-optimaal, secundair gedrag te wettigen, en dus om groeiprocessen als overbodig of onmogelijk te bestempelen. Mythes zijn dus een element van de psychische (groei-)weerstand. Freud sprak van "rationalisaties". Denken met weerstanden noemt men defensief denken.


Mythes verhullen en ondersteunen meestal de weerstand tegen het nemen van initiatief dat ingaat tegen de heersende gebruiken, dus tegen groeipogingen.


In de Integratieve Psychologie heet de "goede", rationele vorm van een mythe een orthoma. In het Grieks betekent "orthos" "juist, goed" (bv ortho-pedagogie, ortho-pedie, ortho-dox, en "mythos" betekent "leugen, verzonnen verhaal".

In feite zijn mythes kenmerken van de "secundaire" (denk)cultuur, terwijl orthoma's kenmerken zijn van de "tertiaire cultuur", de hoogste thans bekende vorm van samenleving. Maslow sprak van "eupsychisch" i.p.v. tertiair. Op deze termen komen we later terug.


  • De mythe van de beperkte verantwoordelijkheid
 

Deze wordt doorgaans omschreven als een minimale opsomming van dingen die men moet, en dingen die men niet mag doen. "Slechts doen wat men je opdraagt" of "Horen, zien en zwijgen" Méér doen dan dat wordt in de meeste gevallen beschreven als bemoeizucht of overdreven ijver (in het Frans: excès de zèle). Deze minimale verantwoordelijkheidsomschrijvingis typisch voor het Latijnse denken en voor hiërarchische structuren. Zelfs Pontius Pilatus waste zijn handen al in onschuld: hij had er niets mee te maken en bleef er dan ook buiten, ook al had hij iemands leven kunnen redden. Onze hele administratie loopt echter in het honderd omdat iedereen met oogkleppen slechts zijn stukje wereld ziet, en dus voor niets anders verantwoordelijk is. Niemand is verantwoordelijk voor het slechte functioneren van het geheel.


Nochtans bestaat er ook een maximale verantwoordelijkheid. Hierin wordt verantwoordelijkheid niet omschreven als in een beperkte en beperkende lijst opgaven, maar door als al datgene wat men kan doen. Als je iets opmerkt (zoals beschreven onder kritische bewustwording), dan wordt je eigenlijk een beetje verantwoordelijk voor de oplossing ervan. Inderdaad, eigenlijk is dat ook onvermijdelijk. Want hoe zou iemand verantwoordelijk kunnen zijn voor dingen die hij niet eens opmerkt? Het gevoel van superioriteit dat sommige mensen hebben, als ze rondom zich fouten en beperktheden opmerken en die hen er soms toe brengt om zich van die groep of situatie te distantiëren, is een duidelijke vorm van defensief denken.


Jack was lid van de Rotary. Hij waardeerde de vriendschap die hij van velen kreeg en de boeiende voordrachten en gesprekken die hij hier meemaakte. Maar omdat hij een zwaar beroep had kon hij niet zo vaak aanwezig zijn als hij wel graag wilde. Hij rekende hiervoor op een beetje begrip bij de anderen, hierbij niet merkend dat zij die er altijd waren en organisatorische verantwoordelijkheid droegen voor de club eigenlijk net zo'n druk beroep hadden als hijzelf. Omdat hij er niet altijd was vervreemde hij een beetje van de groep. Daardoor kwam het dat hij bepaalde menselijke spanningen, die onvermijdelijk in elke mensengroep voorkomen, niet voldoende kon relatieveren. Hij voelde zich dan ook steeds minder goed in die groep, en overwoog uiteindelijk om maar af te haken, tot grote ontgoocheling van hen die vaak geprobeerd hadden hem weer in die groep te integreren. Als excuus ontwikkelde hij beschouwingen over de beperktheid van de menselijke natuur en het verschil tussen het gedragsideaal dat de clubleden bewust nastreefden en hun werkelijke houding. Zelfs zijn frequente afwezigheden schreef hij uiteindelijk toe aan de “mentaliteit” die bij de andere clubleden heerste. Hij was echter “op het verkeerde been gezet”, door zijn talrijke afwezigheden en zijn gebrek aan enige verantwoordelijke functie, om iets aan die problemen te doen. Henk, een vriend van hem, voelde soms dezelfde bezwaren en beperkingen. Hij zette zich echter in om studieavonden te organiseren waar men de groepscultuur besprak, en nam uiteindelijk het initiatief om een nieuwe groep op te richten, waar enkele nieuwe bepalingen in het reglement moesten voorkomen dat dergelijke spanningen zich opnieuw voordeden.

Hoe belangrijker samenwerking en teamwork in ons hedendaags bedrijfsleven wordt, zoveel te meer behoefte we hebben aan mensen met een maximaal verantwoordelijkheidsgevoel. Ook worden de samenleving en de administratie zodanig ingewikkeld dat het doel, een vlotte organisatie, eigenlijk al lang een voorbijgeschoten doel is. Daarom gebeurt er soms een tegengestelde beweging, naar een maximale verantwoordelijkheid toe.


In het vooruitstrevend Psychiatrisch Centum Sint-Bartholomeus werd een speciale vorm van “gepersonaliseerde” verpleging ingevoerd. Elke verpleger was voortaan verantwoordelijk voor een handvol “bewoners”. Alle afspraken voor onderzoekingen, therapeutische activiteiten en dergelijke werden zoveel mogelijk tijdens de werkuren van die ene verpleger gelegd. De verpleger ging telkens mee voor alle onderzoekingen, en zorgde dat de wachttijd niet overdreven en de administratie niet onmenselijk of misleidend was. Uiteraard speelde hij hierbij geen bemoederende rol. Aldus kon voor de bewoner de essentie van zijn ziekenhuisverblijf beter gerealiseerd worden: werken aan zichzelf, hierbij het gevoel krijgend dat hij persoonlijk gewaardeerd wordt, en geen nummer is.

Het begrip maximale verantwoordelijkheid wordt al in onze politieke administratie ingevoerd onder de naam responsabilisering. Hierbij is de persoon die een subsidieerbaar beroep verricht, bv. in de (para)medische sector, verantwoordelijk voor de globale financiële aspecten van zijn beroepsvoering. Het volstaat niet meer dat hij zijn prestaties als rechtvaardig beschouwt, hij is tevens op de een of andere manier verantwoordelijk voor de kostprijs ervan, hetzij doordat hem een vast bedrag wordt toegekend dat hij zelf mag verdelen, hetzij volgens zijn inventarisatie van het probleem, hetzij door zijn optreden statistisch te vergelijken met collega’s uit zijn branche. In het onderwijs tracht men iets dergelijk in te voeren, namelijk de eindtermen, waarbij men de school niet langer toelaat zich weg te verstoppen achter het programma dat zij moet geven, maar haar tevens verplicht ervoor te zorgen dat een bepaald percentage der afgestudeerde leerlingen inderdaad een bepaald kennis- en vaardigheidsniveau bereiken.


Beide begrippen zijn een toegepaste vorm van maximale verantwoordelijkheid. De taak wordt niet beperkend beschreven, maar iedereen heeft zowel de vrijheid als de plicht om alles te doen wat binnen het vermogen ligt om het gestelde doel te bereiken.


  • De mythe van de beleefdheid
 

Volgens deze mythe breng je de organisator, eigenaar, betrokkene enz. in verlegenheid door ongevraagd tussenbeide te komen in zijn organisatie. Het is daarenboven een vorm van ongewenste bemoeizucht.


Dit is op zichzelf echter niet noodzakelijk. Alles hangt af van welke boodschappen er allemaal worden overgebracht en vooral ook op welke manier. Als naast de impliciete kritiek ook de boodschap overkomt dat men alle overige inspanningen en voorbereidingen apprecieert en bewondert, dan is de “ongevraagde” tussenkomst helemaal geen blijk van minachting of laagdunkende kritische instelling. Het is integendeel een uiting van de vaste wil en spontane medewerking opdat het initiatief of de taakvervulling zou slagen. In delicate gevallen en als daar de gelegenheid toe is kan men uiteraard steeds eerst de vraag stellen of deze spontane inzet gewenst is, of kan er een korte samenwerking ontstaan. Het niet spontaan inspringen omdat men zogezegd niet onbeleefd wil zijn, is in vele gevallen een vorm van passieve agressiviteit, d.w.z. een zeker leedvermaak dat de zaken minder vlot verlopen.


Nelly was op het feestje van een vriendin. Op een bepaald ogenblik merkte zij dat een koppeltje, dat zij eigenlijk niet zo goed kende, wat ruzie begon te maken. Heel discreet en “toevalig” mengde zij zich in hun gesprek. Toen ze merkte dat de vrouw op het punt stond om in tranen uit te barsten, troonde zij haar mee naar buiten tot zij wat gekalmeerd was. Tijdens de rest van de avond hield zij hen wat in het oog, maar er kwamen geen verdere complicaties meer.