6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6404 Symboliek

Symboliek


BEPALING
Symboliek is het geheel van bewust geschapen situaties (en dit omvat handelingen zowel als voorwerpen en afbeeldingen) met als doel bij de waarnemer en/of bij zichzelf bepaalde betekenisvolle ervaringen te veroorzaken. Gezien het overdrachtelijk karakter van de symbolen, wordt de ontroering dus niet zozeer geschapen door de "reële" betekenis van voorwerp of gebaar, maar door datgene wat daardoor in ons onbewuste opgeroepen wordt. Symboliek zou men dus kunnen beschouwen als het bewust aanwenden van het fantasmatisch effect van bepaalde voorwerpen, handelingen en situaties. Symboliek en rituaal is als het ware de taal van het on(der) bewuste.


OPMERKINGEN

In praktijk zijn de grenzen van de symboliek niet altijd scherp te trekken. Want elke reële situatie, hoe banaal ook, heeft altijd een symbolische, "evocatieve" waarde, want ze is steeds de illustratie van iets algemeners:
bv. het beeld van een kind dat speelt voor de open haard, terwijl moeder kleren herstelt en vader de krant leest betekent voor een waarnemer veel meer dan deze "banale" feiten.
Ook is het zo dat wij in bepaalde waarnemingen vaak veel meer beleven dan de personen die ons tot die waarneming brengen ermee bedoelen: we interpreteren namelijk het waargenomene in het licht van ons eigen verleden, onze huidige stemming, onze huidige behoeften, onze dromen en onze verwachtingen, en de andere is zich niet steeds bewust van wat er op dat ogenblik in ons leeft:
bv. een jongeman staat beleefd op in de trein om een vrouw te laten gaan zitten, doch weet niet dat zij pas een zoon van ongeveer zijn leeftijd verloren heeft.

EFFECT
Symbolische situaties kunnen meerdere effecten hebben, die soms samen, soms apart aanwezig zijn:

1. Versterken, afzwakken en/of corrigeren van onbewuste concepten, afreageren

Symbolisch kunnen bepaalde opvattingen, beelden over de werkelijkheid en aspecten van het zelfbeeld versterkt en/of afgezwakt worden, dus ook duidelijk gemaakt, overgedragen en eventueel gecorrigeerd. Of er wordt een dieper verband duidelijk gemaakt.
Men kan ook aangemoedigd worden, bepaalde rationalisaties of aspecten van het eigen rolpatroon in een groep of in de wereld kunnen versterkt worden, of men kan zich symbolisch afreageren en bv. een rouwproces of revanche symbolisch voltrekken, ook diep psychologisch.
Bv. het achtergelaten worden door zijn partner afreageren via het hersmelten van bepaalde juwelen, het stukhakken van zijn/haar geliefkoosde zitstoel, het verbranden van foto of teksten, dagboek...
Bv. het beëindigen van een anorexia nervosa doorheen een rituaal van vasten, reiniging en feestmaal met belangrijke figuren uit de eigen voorgeschiedenis.
Bv. de oudste zoon die het vuur van de (Indische) brandstapel van de overledene aansteekt.

2. Stemmingsbeïnvloeding

Symboliek heeft, uiteraard als ze overkomt zoals ze bedoeld werd, een stemmingsbeïnvloedend effect: de waarnemers worden, op evocatieve manier, herinnerd aan bepaalde aspecten van de realiteit, bepaalde "eeuwige" of "diepere" waarden, die ze in hun "banale" stemming van het ogenblik eventueel wat aan het onder-, overschatten of vergeten waren. Dus niet alleen het eigenlijk thema wordt versterkt, maar daardoorheen de gehele stemming, bv. het fundamenteel zelfvertrouwen, liefde voor iemand.
Bv. het assenkruisje op Aswoensdag, een dodenherdenking.

3. Schoonheidsbeleving

Symboliek is ook een manier om intenser de schoonheid van bepaalde aspecten van de realiteit te beleven, vooral dan van die aspecten van het leven die moeilijk in hun totale realiteit te vatten zijn, omdat men ze niet als dusdanig kan "waarnemen":
bv. de schoonheid van het leven, het vertrouwen van de ander in u.

Zowel de stemmingsbeïnvloeding als de schoonheidsbeleving zijn factoren die een "surreële" sfeer kunnen oproepen, d.w.z. de evocatie van een ideale wereld, en dit versterkt ons geloof dat deze bereikbaar begint te worden.

4. Non-verbale communicatie

Symbolen zijn ook manieren om aan elkaar bepaalde dingen duidelijk te maken, bv. een buiging, een glimlach, een knipoog.


ONECHTE SYMBOLIEK


Soms dicht men symboliek andere krachten toe (magisch denken), soms noemt men gewone plechtigheden ten onrechte symboliek.

 

1. Magie

 

Soms wordt het emotioneel effect van symbolen en rituelen aangewend als "bewijs" van metafysische krachten.

 

a) Sommige symbolische vieringen zijn niet louter symbolisch, maar kwaadaardig, en eerder vertoningen van machtswellust, weerwraak, sadisme, spot, en hierbij soms gecamoufleerd onder echt bijgeloof, bv. mensenoffers, steden of gevangenen, al dan niet via een schijnproces.

b) Magische manipulaties
Echte symboliek verloopt enkel via evocatie van onderbewuste betekenissen, en is dus, zoals mooie muziek en een toneelstuk, puur psychologisch qua werking. Soms echter schrijft men aan de rituele handelingen zelf een bovennatuurlijke kracht toe, en komt men aldus tot het beroep priester of tovenaar, d.w.z. iemand die van anderen de macht heeft gekregen om magie te bedrijven. Soms kunnen de effecten hiervan wel spectaculair zijn, bv. bij het "genezen" van psychosomatische ziekten en verrichten van "wonderen", zodat goedgelovigen en mensen die de psychosomatische krachten van het onbewuste niet kennen, echt overtuigd geraken van de realiteit der magische krachten. Misbruik leidend tot idolatrie (verafgoding), doden- en heiligenverering, financieel gewin en promotie van de eigen sociale en/of hiërarchische status kunnen hiervan het gevolg zijn.
De overgang van symboliek naar magie is overigens een vrij spontaan proces, dat gemakkelijk optreedt als men enkele principes niet goed in het oog houdt. Immers, "eerbied" hebben voor symbolen houdt ook in dat men ze, buiten de rituele handeling, niet zomaar "onteert" door er "oneerbiedig" mee om te gaan; anders verliezen ze hun "psychologische kracht" en gaan ze mettertijd betekenisloos, zoniet lachwekkend worden. Men krijgt dan ook gemakkelijk schuldgevoelens als men oneerbiedig met rituele voorwerpen omgaat. Van eerbied evolueert men aldus gemakkelijk naar ontzag en "heilige vrees".
Als symboliek echter vele terreinen van het leven gaat bestrijken, en bijna constant aanwezig gaat zijn, dan kan het dagelijks leven zeer omslachtig worden, en de "efficiëntie" van de "normale" activiteiten in belangrijke mate doen dalen. Bv. Oosterse beleefdheid, plichtplegingen jegens hoogwaardigheidsbekleders.

c) Toeëigening van symboliek door de godsdienst
In het Westen heeft het christendom, zoals in andere culturen andere georganiseerde godsdiensten, de neiging gehad om op alle vormen van symboliek beslag te leggen, vroegere ritualen en gebouwen te "kerstenen", te sacraliseren en de belangrijkste elementen het karakter te geven van "sacramenten", d.w.z. quasi-magische handelingen die door hun eigen kracht (op voorwaarde dat ze voltrokken worden volgens de regels en met als hoofdacteur een "erkend", d.w.z geldig gewijd "priester" (Gr. "presbyteros"; oorspronkelijk betekende het: "oudere", d.w.z. "raadgever met meer ervaring") "genade" (d.w.z. de religieuze naam voor psychische kracht). Kenmerkend voor dergelijke vormen van symboliek zijn de strenge voorschriften rond het verloop der ritualen, omdat men het effect aan het rituaal zelf toeschrijft.
Vele godsdiensten maken duidelijk onderscheid tussen "geloof" en "bijgeloof", doch in essentie gaat het om hetzelfde, bovennatuurlijke interpretatiesysteem. Hierbij past "geloof" binnen de eigen godsdienstige theorieën, terwijl bijgeloof ermee in strijd is.

Op zichzelf zou tegen deze toeëigening geen bezwaar zijn, als het tenminste zou gebeuren in een niet-magische religieuze context. Georganiseerde godsdiensten hebben echter maar al te vaak de neiging over te hellen tot magie, omdat ze precies hun onmisbaarheid en het bezit van goddelijke krachten via deze magie willen illustreren.
Het grootste nadeel is echter dat men, bij een gezonde reactie tegen de magische misbruiken van de symboliek door de religie, soms het kind met het badwater weggooit, en geen of onvoldoende oog heeft voor de diepe psychologische behoefte aan symboliek. Dit gebeurde in de renaissance met het protestantisme, dat de liturgie (en het priesterschap) verbande en de godsdienstbeleving beperkte tot het verbale, d.w.z. toespraken en gezongen teksten. Deze rationele, anti-symbolische neiging is het sterkst geweest in de Latijnse culturen (met inbegrip van België), maar was veel minder aanwezig in de Scandinavische en Angelsaksische landen, waar zowel binnen als buiten de ker nog vele symbolen levendig zijn.

2. Plechtigheden

Vaak verwart men plechtigheden met symboliek. Het verschil is dat symboliek verwijst, op "allegorische" wijze, naar andere realiteiten, zonder dat die andere realiteiten expliciet uitgesproken worden. Bij plechtigheden, bv. een huwelijksplechtigheid, worden de "gewone woorden" echter plechtig, traag en luid, uitgesproken, en worden de bedoelde (of begrepen) betekenissen letterlijk verwoord. Dat kan aangrijpend zijn, maar is geen symboliek. Bij symboliek wordt een analoge werkelijkheid beleefd, die naar een andere, diepere realiteit verwijst, en deze verwijzing voelt men aan, maar wordt zelf niet beschreven. Dat is ook het verschil tussen kunst en journalistieke fotografie.
Er zijn vaak onhandige, primitieve ritualen waar moralisatie, plechtigheid enerzijds en symboliek door elkaar lopen. Dat is onzuivere symboliek, en daarenboven stoort de "verklaring" die men in het rituaal brengt enigszins de aangrijpende kracht van de symboliek. Kenmerkend voor symboliek is ook de onuitspreekbaarheid van de betekenis, zodat het per se willen meegeven van een betekenis eerder afremmend dan stimulerend werkt.
Ook moralisaties en aangrijpende uitspraken, bv. van filosofen, taoisten en conferenciers, zijn niet noodzakelijk symboliek. Daartoe moeten ze allegorisch zijn, d.w.z. zowel in de beeldspraak van het symbool als in de overdrachtelijke zin kunnen begrepen worden. Een symbool is dus minstens "dubbel-zinnig".


BANALE "SYMBOLIEK"


In onze Westerse cultuur zijn er, ondanks het rationalisme, toch wel bepaalde sporen van symboliek overgebleven:


1. Liturgie
In de joodse, katholieke en orthodoxe godsdiensten, en in veel geringere mate in de protestantse is de liturgie te beschouwen als een restant van symboliek, hoewel gelovige mensen dit niet zien als symbolen, maar als magische beïnvloedingen van de realiteit ("sacramenten").

2. Beroepsuniformen
Sommige beroepslui, vooral in leger, rijkswacht en politie, en, in mindere mate, geneesheren en rechters hebben nog de gewoonte om tijdens de uitoefening van hun beroep speciale kleren te dragen.
In het algemeen wordt kledij wel door iedereen gebruikt om (vaak onbewust of halfbewust) bepaalde boodschappen te geven: vrouwen kleden zich anders dan mannen (hoewel dit verschil soms dreigt te vervagen), en men kleedt zich anders al naargelang bepaalde omstandigheden, bv. op een avondfeest.

3. Plechtigheden
In onze cultuur beperkt dit zich meestal tot "speechen" in een feestzaal of tussen nagerecht en koffie. De enige "gebaren" die daarbij gebruikt worden zijn: applaus, (zeldzamer) toejuichen of een geschenk overhandigen, en (zeer zeldzaam) een lint doorknippen of een dekoratie uitreiken. Wat wel praktisch nooit ontbreekt is het gebruik van alcohol. "Feesten" betekent in praktijk ofwel zitten eten (drinken), ofwel dansen. Rijkere vormen van feestvieren grijpen in onze cultuur helaas niet meer plaats, tenzij bij "carnaval".

4. Begroeten
Hierbij kennen we maar enkele schaarse varianten: buigen (komt wat overdreven over), de hand reiken, en één, twee of drie kusjes geven. Kusjes worden dan nog meestal niet gegeven onder mannen. Langduriger omhelzen gebeurt maar in zeer uitzonderlijke omstandigheden. Anders is het een ongeoorloofde, ongewenste intimiteit.

5. Seksualiteit
Doordat symboliek en lichamelijkheid zo sterk afwezig zijn uit onze cultuur, is er geen overgangsgebied tussen een begroeting, het enige als niet-seksueel aanvaarde fysisch contact, en vrijen. Een hand die enkele seconden te lang wordt vastgehouden, een blik tussen mensen die niet met elkaar praten, dit alles wordt reeds ervaren als "seksuele signalen" en dus meestal "ongeoorloofde avances". Een slow dansen met een partner waarmee men geen seksuele relatie heeft, wordt eigenlijk al maar met moeite getolereerd, en voedt vaak al de veronderstelling bij anderen dat men een "relatie" heeft.
De sterke uitbreiding in onze cultuur van het gebied der "seksualiteit" heeft, paradoxalerwijze, geleid tot een enorme verarming van die seksualiteit: het verbod om, tenzij we met iemand "verkeren", dingen te doen die meer zijn dan drie seconden de hand vasthouden, heeft voor gevolg gehad dat wij nooit uitingen van tederheid geleerd hebben, zodat, eenmaal we met iemand "mogen" vrijen, dit zich meestal zal beperken tot "seks" en de onmiddellijke voorbereidselen ervan.

6. Choreografie
Alleen in speciale situaties, dus losgekoppeld van de realiteit, kunnen we soms eens getuige zijn van zinvolle gebaren en bewegingen, zoals artistieke dansen. Doch dit is helaas nooit geïntegreerd in het reële leven, maar wordt door "beroepslui" in "beroepsomstandigheden" (het theater) gedaan.

7. Antisymboliek
Soms ontstaat na het verdwijnen van een primitieve symboliek een "antisymboliek", waarbij het opzettelijk met de voeten treden van vroegere symbolische waarden een belangrijke symbolische daad op zichzelf wordt:
bv. het omvormen in het vroegere Leningrad van een belangrijke kerk tot een "Museum van het Atheïsme". 
bv. het opzettelijk dragen van jeans en andere "non-conformistische" kledij in omstandigheden waar vroeger of doorgaans deftige kledij gedragen werd.


"ECHTE" SYMBOLIEK


A. INLEIDING

Zonder te moeten vervallen tot de uitersten van de symbool-arme Westerse of de symbool-overladen Oosterse cultuur (om dan nog te zwijgen van overdrijvingen zoals magie en tovenarij) is het mogelijk om tot een soort integratie te komen tussen efficiënt en gezond-zakelijk denken, en een esthetisch en emotioneel verantwoorde symboliek.
Trouwens, ook de Westerse mens heeft altijd een behoefte gehad aan boven-rationele uitingsvormen, en zocht die, naarmate godsdienst en bijgeloof uit onze cultuur verdwenen, dan in een overdreven belangstelling voor Oosterse culturen, die dan echter serieus overgewaardeerd werden. Anderzijds zijn er bepaalde vormen van groepstherapie (Gestalt, bio-energetica) die weer sterk het belang van doorleefde symbolen en de hierin verwerkte lichamelijkheid gaan benadrukken zijn. Bij de Vrijmetselarij is symboliek nooit verdwenen. En hoe "rationeel" en "antiklerikaal" bepaalde regimes ook waren, steeds zijn ze hun nationalistische en militaire symbolen en plechtigheden blijven aanwenden.

Hoe zou een gezonde, rationele, "geïntegreerde" symboliek er kunnen uitzien?


B. VOORWAARDEN


1. Basisattitude


Eerst en vooral moet er een goede basismentaliteit zijn: men moet symboliek bewust blijven beschouwen als psychisch stimuleermiddel, en nooit aan gebaren of voorwerpen een "intrinsieke", magische kracht gaan toekennen. Bij symbolische "rollenspelen" ("ritualen") mogen de "taken" nooit persoonsgebonden worden, maar er moet, zoals in synergie, een beurtrollensysteem bestaan. Zoniet gaat men weer een soort "priesterschap" invoeren. Men eerbiedigt trouwens de functie, niet de functionaris.

2. Gevoeligheid voor symboliek

Wij Westerlingen moeten weer gevoelig worden voor de betekenis en symbolische achtergrond van bepaalde situaties. De "beeldspraken", die sinds enkele eeuwen werden opgesloten in de poëzie, moeten weer het "gewone leven" gaan doordringen. Deze gevoeligheid zal ons ook zorgzamer maken en doen gebruik maken van allerlei details zoals zinvolle geschenken, zinvolle uitspraken, e.d.

3. Het belang van de groep

Hoewel symboliek als eenzame activiteit (bv. de foto's van zijn ex-lief verbranden, een vakantieherinnering aan de muur hangen) kan beoefend worden, is symboliek het aangrijpendst in groep. Niet alleen zijn de interactiemogelijkheden veel groter, maar de rustige aanwezigheid van de groep werkt "bevestigend", en de aangrijpende emoties worden "gedragen". Deze bekrachtiging door de groep versterkt en bestendigt de emotionele dimensie van de ervaringen.

4. Het tijdloze van de symboliek

Te actuele symbolen of allusies op toestanden zijn veel minder aangrijpend dan tijdloze, die veel "algemener" zijn. Niet alleen zijn "oude" voorwerpen veel meer "archetypisch" dan moderne, maar het tijdloze is een symbool op zichzelf. Universele tekens kunnen maar bezwaarlijk pas gisteren ontdekt zijn. 
Bv. een hamer werkt aangrijpender dan een boormachine. 
Bv. een monument dat herinnert aan de Duitse oorlogsmisdaden is niet echt een symbool, maar een historische evocatie.


C. VOORBEELDEN


Zinvolle symboliek zouden we kunnen groeperen in drie gebieden:

  1. De overgangsritualen
  2. De openings- en sluitingsritualen
  3. De diepere realiteitsbeleving.


1. Overgangsritualen

Deze grijpen plaats bij einde en begin van grote levensfasen: de geboorte (het "doopsel"), het begin van de puberteit (de "plechtige communie"), de verloving, het huwelijk, het overlijden (berechting, begrafenis), benoeming en (eervol) ontslag (oppensioenstelling), oprichten en uitbreiden van firma, de eerste steen, het lint doorknippen, het in gebruik nemen van nieuw huis ("inbranden", cremaillère).
In de psychotherapie zijn er verschillende pogingen gedaan om symboliek te gaan gebruiken (zie het boek van Onno van der Hart,"Overgang en bestendiging").

2. Openings- en sluitingsritualen
Het beginnen en afsluiten van belangrijke activiteiten, vergaderingen, reizen, begin en einde van schooljaar, begroeting en afscheid.

3. Diepere realiteitsbeleving
Hiermee gaat het niet zozeer om begin of einde van iets belangrijks, maar om het zich van tijd tot tijd bezinnen over de diepere zin van bepaalde aspecten van het leven.
Dit gebeurt meestal op zinvolle momenten. Enkele frequente toepassingen hiervan zijn:

1) verjaardagen

2) de keerpunten van het jaar
In de seizoenencyclus vindt men prachtige beelden van diepere facetten van ons bestaan: nieuwjaar, zonnewendes (kortste dag = Kerstmis, met de den, als enige groene boom in de winter als symbool, warmste dag = ongeveer 15/8, waarop O.L.V. Hemelvaart gevierd wordt, vroeger het feest van de oogst), herfst met het dodenfeest (1/11), Lente-evening (door de godsdienst omgevormd tot O.L.V. Lichtmis en gedeeltelijk het Paasfeest), Winter-zonnewende is omgevormd tot Kerstmis, volwassenwordingsfeest omgevormd tot "Vormsel", door vrijdenkers een beetje onterecht "Lentefeest" genoemd, wellicht refererend naar de "Lente van het leven".

3) ook de seksualiteit
Deze heeft, naast zijn reproductieve functie en zijn genotsfunctie, een belangrijke fantasmatische betekenis: het is het symbool van vertrouwen, van onvoorwaardelijk wederzijds aanvaarden, van bevestigen van elkaars diepe intentie om de andere geluk te bezorgen. Samen slapen betekent in elkaar vertrouwen op het moment dat men het kwetsbaarst is, en dan is vrijen ook zeer betekenisvol.


TOEPASSINGEN


1. Symboliekbeoefenende verenigingen

Vrijmetselarij en enkele analoge verenigingen, zoals Rozenkruisers, Compagnons (Bouwgezellen), Odd Fellows, organiseren systematisch rituelen rond allerlei symbolische thema's. Recent zijn er ook de bewegingen van "heidenen" en moderne "heksen" of "druïden" die, meestal teruggrijpend naar Keltische, voornamelijk Ierse ritualen, ook een diepgaande symboliek beleven. Dan zijn er uiteraard de sekten, bij wie de intenties echter minder verheven zijn.


2. De heropleving van liturgie in het katholicisme

Bij vele, zich "herbronnende" katholieken ontwikkelt zich steeds meer een beweging om de liturgie los te maken van haar gescleroseerde vormen, en weer aansluiting bij de oorspronkelijke, vóór-christelijke rituelen, die vaak naar natuurprocessen verwijzen, zoals de wisseling der seizoenen en de grote keerpunten des levens.


MOGELIJKE PROBLEMEN MET SYMBOLIEK


Wil men in onze cultuur de vergeten en vaak zelfs ten onrechte bestreden symboliek weer een plaats geven, dan zal men niet zelden op enkele moeilijkheden stoten:


1. Onze dagprogramma's laten geen ruimte voor symboliek, militaire parades en zondagmissen daargelaten. Het voorzien van rituelen en symbolische handelingen zal daarom niet zonder groeiconflictjes verlopen. Bij (christelijke of Boeddhistische) monniken is daar veel meer ruimte voor voorzien in het dagschema, de vijfvoudige gebedsoproep door de Moeëzzin vanop de minaretten bij de Islam, de christelijke klokkenoproep voor het Angelus.

2. We zijn niet gewoon aan symboliek. De vormen die wij ervoor uitdenken zullen in het begin wellicht geforceerd, simplistisch of naïef zijn. De kritiek die men hierop heeft slaat dus niet op de symboliek, maar op de stuntelige vorm ervan.

3. De meesten zijn niet gewoon aan symboliek. Onze pogingen om symboliek gestalte te geven en te introduceren in ons leven zullen daarom wellicht soms potsierlijk, naïef of geforceerd overkomen. Onvoorbereide toeschouwers zullen dit wellicht als "dwaas", "bijgelovig", "kwezelachtig" of "irrationeel religieus" bestempelen, zodat wij ons hierdoor soms verlegen kunnen voelen.

4. Als wij nog niet gewoon zijn aan symboliek, zullen wij wellicht nog niet beschikken over de goede geestesgesteltenis om symboliek te beleven, en zal deze op ons niet de gewenste indruk maken, hoewel de symboliek zelf goed is.
Bij de Joden is de symboliek veel verder doorgedrongen tot in het dagelijkse leven, o.a. door de afwezigheid van "priesters". De meeste feesten worden trouwens ook niet in sacrale ruimtes, maar binnen de gezins- en vriendenkring gevierd, zodat ze eigenlijk niet losstaan van het leven, hoewel het gebruik van het oude Hebreeuws wat "buiten-gewoon" aandoet. Deze gewenning aan symboliek heeft dan wel als keerzijde, dat de mensen er ook niets speciaals meer in zien, en bv. babbelen en rondlopen tijdens de viering.

5. Remmingen. In ons allen zit een weerstand, een soort plankenkoorts, geremdheid om ons "vreemd" te gedragen in publiek. Dit onvermogen om zichzelf tot deelnemen aan ritualen te bewegen wordt dan verstopt onder afweertermen als "kunstmatig" of "toneelspel".

6. Niet-ingeoefende symboliek, die slordig, stuntelig of met fouten verloopt, mist veel psychologisch effect en zet bijna meer aan tot gelach dan tot ontroering. Inoefenen is onontbeerlijk. Ook moet men, bij het maken van fouten, trachten te improviseren zodat de anderen de fout niet merken. Werken met souffleurs is maar een halve oplossing. Als men niet goed kan memoriseren is het discreet gebruiken van teksten wenselijk, bv. weggestoken achter een lessenaar die bij het spel schijnt te horen.