6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6551 Beïnvloeding OBW

Hoe beïnvloeden we het onbewuste?


Verschillende methodes werden ontwikkeld om het zogenaamde onbewuste te beïnvloeden. De belangrijkste zijn deze van Sigmund Freud en deze van Johannes Heinrich Schultz. De eerste maakt het onbewuste bewust, de tweede brengt bewuste beelden binnen in het onbewuste.


  1. Freud ontwikkelde de psychoanalyse. Het principe hierbij is dat de belangrijkste elementen van het onbewuste, dus die het gedrag het meest bepalen of storen, bewust worden gemaakt door een langdurig en moeizaam proces van vrije associatie van gedachten en herinneringen. De bewust geworden herinneringen en psychotrauma’s kunnen dan herbeleefd worden, en krijgen daardoor dan een nieuwe gevoelswaarde. Ze beïnvloeden ons voortaan op een andere manier. Vele varianten werden van deze techniek uitgewerkt om hem sneller en eenvoudiger te maken. De techniek van Pesso lijkt op dit ogenblik één der doeltreffendste te zijn: men herbeleeft bepaalde jeugdscènes in een soort rollenspel.
  2. Schultz ontwikkelde de techniek van de autosuggestie (zelfbeïnvloeding). Het principe is dat men de gewenste geestesinhoud gewoon in het onbewuste binnenbrengt! In principe is dit heel eenvoudig, want de menselijke geest blijkt heel programmeerbaar en beïnvloedbaar te zijn, ook door onlogische of irrationele beelden, zoals men in de reclamewereld heel goed begrepen heeft! Er moeten echter enkele voorwaarden gerespecteerd worden bij dit autosuggestieproces. Deze voorwaarden worden nogal eens vaak gedeeltelijk of volledig verwaarloosd, waardoor het gewenste resultaat uitblijft.

 

Zowel Schultz (de uitvinder van de Autogene Training) als Assagioli (de grondlegger van de Psychosynthese) werkten de technieken uit van het inbrengen van positieve suggesties.


Vermits deze techniek zo handig is, zullen mensen zoals wij, die de eigen groei in handen willen nemen, hem vlot leren gebruiken.

Voorwaarden om iets binnen te brengen in het onbewuste

Deze kunnen opgesomd worden met het geheugensteuntje HeViBaOn: Herhaling, Visueel, aangenaam Basisgevoel en Ontspanningstoestand


Deze vier criteria zijn deze, die de hersenen zelf gebruiken om een selectie te maken tussen alle ontelbare informatie die continu op ons afkomt. Mochten wij alles moeten onthouden, dan zouden onze hersenen vrij snel “vol” zitten, en zou het aantal associaties dat opgeroepen wordt bij een denkproces zo groot zijn, dat het denken teveel zou vertragen. Daarom gebruikt de natuur enkele eenvoudige regeltjes om te oordelen hoe belangrijk iets is, ondermeer:

  • het signaal komt herhaaldelijk voor
  • het is visueel rijk (waardoor er veel meer associaties worden opgeroepen)
  • het gaat gepaard met een aangenaam of onaangenaam gevoel
  • we zijn geconcentreerd bezig met het betreffende signaal


Het ligt voor de hand dat de technieken die het onbewuste willen beïnvloeden gebruik zullen (moeten) maken van deze regels.


1. Herhaaldelijk aanbieden

We zullen later zien dat de hersenen helemaal niet logisch redeneren, ze moeten er zelfs moeite voor doen. Voor onze geest moet een gedachte in de eerste plaats nuttig zijn voor onszelf. Abstracte bespiegelingen interesseren ons in principe niet. Er worden daarom een aantal criteria gebruikt die nagaan of aangeboden informatie subjectief belangrijk is. Het herhaaldelijkaangeboden worden is daarvan een eerste criterium. Iets dat maar eens gebeurt zal wellicht niet zeer belangrijk zijn. Daarom moeten we gegevens voor autosuggestie herhaaldelijk aanbieden, in praktijk enkele tientallen tot honderden keren. De meest gemaakte fout bij autosuggestie, die ons kan ontmoedigen, is dat we de zelfbeïnvloeding niet vaak genoeg herhalen. Anderzijds zal het vaak doen aan zelfbeïnvloeding steeds sneller effect hebben, alsof de hersenen weten dat er nu iets van hen verwacht wordt. Zo lukt bv. het wakker worden op een voorgenomen tijdstip ook steeds gemakkelijker. Toch komt het voor dat een éénmalige gebeurtenis opgeslagen wordt in onze hersenen. Het betreft dan een emotioneel aangrijpende ervaring, die wellicht vaak mentaal herhaald wordt door eraan terug te denken.
 

2. Liefst visueel

Hoewel dit niet strikt onoverkomelijk is, leert de ervaring dat visuele informatie vele keren gemakkelijker wordt geassimileerd dan andere zoals auditieve. Dat komt omdat het grootste stuk van de hersencortex eigenlijk visueel is (bijna 50% van de sensorische cortex), zodat dit soort informatie voor ons subjectief de belangrijkste is. Zolang wij iets nog niet gezien hebben vinden wij dat we nog niet echt weten wat het is. Bij een hond bv. is de geur het belangrijkste zintuig. Zelfs al ziet hij iets zeer goed, als hij er niet aan geroken heeft vindt hij dat hij nog niet echt weet wat het is. Willen wij iets via autosuggestie inbrengen in onze geest, dan moeten we zorgen dat het zo visueel mogelijk is, liefst altijd.

Daarbij is het belangrijk gebruik te maken van bestaandlevensecht materiaal.


Er liggen in het onbewuste talloze, wellicht miljoenen associaties klaar waar we zaken kunnen aan koppelen. Als daar handig gebruik van gemaakt wordt, dan kunnen er bv.geheugentechnieken uitgewerkt worden die de geheugencapaciteit vele keren vermenigvuldigen tot onwaarschijnlijk lijkende grenzen.


3. Een aangenaam begeleidend gevoel

De derde voorwaarde voor de hersenen om iets de moeite waard te vinden om te registreren, is het feit dat het gebonden moet zijn aan emoties, d.w.z. aan sterk onaangename of aangenameassociaties. De hersenen maken immers een onderscheid tussen emotioneel en niet emotioneel geladen informatie. Daarom moeten we bij zelfbeïnvloeding letten op twee zaken:

  • hoe aangenamer een vooruitzicht is, hoe gemakkelijker wij er ons aan zullen verwachten. Dit wil zeggen dat we zoveel mogelijk moeten zorgen dat onze voornemens voldoen aan onze behoeften, en dat wij ons eigen verstand hiervan overtuigen. Het moet tevens een emotionele beleving zijn.
  • de zelfbeïnvloedingstechniek op zichzelf moet een aangenaam gevoel opwekken. Ook al lijkt dat misschien kunstmatig, de praktijk leert dat het nuttig en onontbeerlijk is dit te doen, want het aangenaam gevoel brengt ontspanning met zich mee. Op zijn beurt zorgt de ontspanning voor een betere concentratie met als gevolg dat we ons beter 'zaken' kunnen herinneren.  


4. De ontspanningstechniek (zie verder)

Om gewenste beelden, denk- en gevoelspatronen binnen te brengen in het Onbewuste, moet dit ook toegankelijk gemaakt worden, d.w.z. de poort van het onbewuste moet “open”staan. Daartoe wordt de ontspanningstechniek gebruikt die ons bewuste een beetje in slaap wiegt en het onbewuste veel toegankelijker maakt. De term “ontspanning” kan misleidend zijn, omdat het eigenlijk niet de bedoeling is te ontspannen, maar wel een neveneffect daarvan te bereiken. Zelfs mensen “die zich niet gespannen voelen”, hebben deze techniek nodig voor zelfbeïnvloeding, omdat het in feite weinig te zien heeft met relaxatie. Maar de term is nu eenmaal ingeburgerd…

 

Opmerking

Dit waren de technische aspecten van de autosuggestietechniek. Uiteindelijk zijn de inhoudelijke even, of nog meer belangrijk, want autosuggesties die de eigen persoonlijkheid geweld zouden aandoen zullen wellicht weinig succesvol zijn en soms zelfs leiden tot psychische conflicten en neurovegetatieve symptomen

Bv. je voornemen je agressie te onderdrukken, zonder dat je eerst gepoogd hebt de communicatiekanalen te verbeteren, leidt tot toegenomen inwendige spanning. Dus een soort verdringing.

Anderzijds mag dit ook geen excuus worden om niet aan autosuggestie te doen, want elke poging tot verandering van het eigen gedrag roept uiteraard spanning op.

Uitgangspunt

Men kan het bewuste van de mens vergelijken met een kamer met twee deuren. De ene deur geeft uit naar buiten (de buitenwereld), de andere naar binnen (het onbewuste). Als we wakker zijn staat de buitendeur open (we kunnen alles rondom ons waarnemen) maar blijft de binnendeur dicht (we hebben weinig of geen toegang naar verdrongen herinneringen, vroegere dromen, e.d.). Als we echter slapen is de buitendeur dicht (we nemen niets meer waar van de dingen rondom ons, tenzij alarmerende geluiden), maar staat de binnendeur open (we hebben min of meer vrije toegang tot vroegere dromen en herinneringen).


De beweging van deze “deuren” gebeurt normaal automatisch bij het inslapen en wakker worden. Het is echter mogelijk om bewust deze binnendeur te openen, zodat boodschappen, zelfs tijdens het wakkerzijn, van het bewuste naar het onbewuste kunnen overgaan. Deze techniek is een onderdeel van alle antieke en moderne, oosterse en westerse meditatie- en trancetechnieken, en ook van hypnose en zelfhypnose.


Daarenboven is het een leerproces: we kunnen onze hersenen leren, leren.

 

Het is interessant om weten dat:

- onze hersenen moeilijk onderscheid kunnen maken tussen wat we echt beleefden en wat fantasie is. De hele autosuggestie en gedragstherapie berusten op dit fenomeen: wat imaginair aangeleerd is (bv. fobische reflexen afleren in gedragstherapie) wordt even zeer een emotionele reflex als wat via concrete ervaring bijgeleerd werd.

- dagdromen zijn hier een voorbeeld van. En verder het spel bij kinderen. Volwassenen gaan eerder op in fictieve verhalen (film. toneel, boek).

- Freud ontdekte het belangrijke fenomeen der fantasmen: de subjectieve beelden en dagdromen die iemand heeft over de werkelijkheid en over zichzelf werken bijna meer als beloning en straf dan de werkelijkheid zelf.

- beelden uit ons onderbewuste zijn, bij wijze van beeldspraak, "grijs" en beelden uit de waarneming zijn gekleurd. Om een invloed te krijgen op ons bewuste en onbewuste denken (zelfsturing) bestaan vele technieken waarvan we er enkele terugvinden onder 'toepassingen'.


Enkele toepassingen

Naast vele andere kunnen we drie praktische oefeningen inoefenen op de werking van het onbewuste:


1. mnemotechniek


Mnemotechnieken zijn eenvoudige methodes die de geheugencapaciteit spectaculair kunnen vergroten.


Ze spelen in op het feit dat ons geheugen associatief werkt. De hersenen kunnen maar aan één ding tegelijkertijd denken. Alsof zij op die plek "oplichten". Tegelijkertijd lichten andere delen in je hersenen op die in verbinding staan (door vroegere oefening) met die eerste plek: de associaties. Onbewust maak je dus een rondgang in je hersenen om door van de ene plek naar de andere te springen om uiteindelijk uit te komen bij het 'ding' dat je zocht. Het is dus duidelijk dat je maar bij een herinnering kan geraken via associatie.

Niettegenstaande het feit dat onze hersenen heel veel onthouden, vergeten we ook veel. Per vijf dagen vergeten we zo'n 80% van wat we meemaakten. Deze informatie wordt in onze hersenen als onbruikbaar beschouwd, vermits er al die tijd toch geen beroep werd op gedaan.


Nochtans moeten we onderscheid maken tussen actief en passief geheugen. Actief wil zeggen dat we er spontaan kunnen aan denken, passief wil zeggen dat we het alleen herkennen als men het ons zegt of we er bij toeval opkomen.

Bv. als we enkele verzen van een gememoriseerd gedicht vergeten zijn "herkennen"we die wel als iemand ze ons souffleert.


We kunnen in praktijk uiteraard veel langer onthouden dan die enkele dagen, dank zij enkele fenomenen:


1) Dromen zijn een vorm van 'werken met informatie'. Door dromen herhalen we het beleefde waardoor die zaken veel langer worden onthouden dan die vijf dagen.


2) Ook dagdromen helpt ons geheugen opfrissen.


3) Dan is er het reconstrueren en herkennen van zogenaamde herinneringen. Hoewel we het eigenlijke beeld vergeten zijn, kunnen we het via analogie reconstrueren, en dan herkennen we het als het juist is. Dit fenomeen verklaart o.m. waarom getuigenissen op de rechtbank meestal zo onbetrouwbaar zijn, omdat het geen herinneringen zijn, maar reconstructies.


Oefening: De techniek der dertig woorden is een eenvoudig voorbeeld hiervan, dat ons toelaat om in enkele minuten te leren hoe we lijsten van tientallen substantieven die we slechts eenmaal horen uren- en dagenlang in de goede volgorde kunnen reproduceren.

Deze geheugentechniek zal zeer nuttig blijken te zijn als we later bespreken hoe we onze eigen efficiëntie willen vergroten. Intussen is hij een overtuigend voorbeeld van de krachten die in ons onbewuste schuilen.

Een tweede techniek is de techniek van het huis met 10 kamers met elk 10 voorwerpen. Zo kan je door in gedachten door je huis te wandelen wel 100 zaken onthouden.

2. het inbrengen van een fundamenteel zelfbeeld

We hebben gezien dat de groei en het goed functioneren van onze persoonlijkheid uiteindelijk berust op enkele fundamentele maar grotendeels onbewuste opvattingen over onszelf en de wereld waarin we leven. Vermits opvattingen niet zozeer ontstaan door logische redeneringen, maar door factoren als herhaling en aangenaam begeleidend gevoel is een goede methode om ons fundamenteel zelf- en werkelijkheidsbeeld positief te maken: het memoriseren van een tekst over constructief denken die een reeks belangrijke fundamentele opvattingen samenvat. Om hem te memoriseren moet men hem tientallen, ja honderden malen herhalen. Op die manier dringt hij onvermijdelijk door tot in de diepste lagen van ons onbewuste, en wordt hij een onverwoestbaar stuk van onszelf.


3. zelfbeïnvloeding

We hebben gezien dat de herschikkende (horizontale) groei één der belangrijkste vormen van groeien is. Welnu, zelfbeïnvloeding of zelfprogrammering is, een beetje zoals autogene training, gedragstherapie (met o.m. de systematische desensitisatie voor het behandelen van fobieën) en neurolinguïstisch programmeren (NLP) het middel om rustende vermogens in onszelf te activeren. Deze techniek laat ons immers toe om belangrijke maar op een bepaald ogenblik sluimerende delen van onze geest te activeren, zoals stemmingen, emoties, persoonlijkheidstoestanden. We kunnen ons daardoor in gewenste en geschikte actieve toestanden brengen, maar ook in meditatietechnieken zoals transcendente meditatie (TM), en een analoge techniek, die wij DMR noemen: Diepe Mentale Rust.



De ontspanningstechniek


Doel

Het doel is om, na enkele weken oefenen, een spierreflex aan te kweken, waarbij het binnensmonds uitspreken van het woordje ontspan snel leidt tot het verkrijgen van een diepe fysische inspanning, een mentale rust en een versterkte concentratie met toegenomen visualisatievermogen. De techniek brengt ons lichaam ook in een aangename toestand, die helpt als Basisgevoel bij autosuggestie.

Opmerking. Ook bij slaapstoornissen is hij nuttig, maar niet door zich erin te oefenen om hem over te laten gaan in slaap, want dan gaan we de ontspanningstechniek hiermee associëren, wat een nadeel is: in plaats van open te staan voor diepe concentratie gaan we ons juist slaperig voelen. Slaapstoornissen kunnen beter behandeld worden door onszelf vooraf te programmeren dat we ons bij het in bed stappen snel heerlijk slaperig zullen voelen.

Opmerking

In feite is de naam "ontspanningsoefening" (OO) zeer slecht gekozen. Het uiteindelijke doel is namelijk niet de ontspanning, maar het "openen" van het Onbewuste voor suggesties vanuit onszelf, de zogenaamde autosuggesties. Je kan een OO natuurlijk gebruiken om je spieren te ontspannen, en stress, zenuwachtigheid, hyperventilatie e.d. tegen te gaan. Maar in dit geval gaat het om iets anders: namelijk het onbewuste toegankelijk maken voor autosuggesties, dus het openen van de poort van het onbewuste (OPO)


Deze oefening kan gedownload worden: psy.cc/ooef2.mp3


Verloop


1. Tijdstip en duur

Je moet de ontspanningstechniek bij voorkeur inoefenen op een moment dat je door niets of niemand kan gestoord worden. Bij aanvang duurt een oefening ongeveer 20-30 minuten, na een paar weken slechts 3-5 minuten. Het is nodig, zeker in het begin, dagelijks te oefenen.


2. Plaats een materiaal

Gebruik een rustige kamer zonder storende factoren (geuren, lawaai) om je heen. Neem je tekst op op een bandopnemer zodat je er enkel hoeft naar te luisteren en alzo je ontspanningstoestand kan bereiken. Zorg ervoor dat de suggesties elkaar niet te vlug opvolgen. Neem nadien een stuk (instrumentale) lievelingsmuziek op die je kan benutten om je spreeksituatie visueel voor te stellen (zie later).


3. Houding

De liggende houding is de meest doeltreffende en comfortabele houding, zeker in de oefenfase. Nochtans doet men er goed aan ook zittend te oefenen aangezien men de methode dan ten allen tijde kan gebruiken.

Liggend

Men ligt op de rug, de armen naast het lichaam, de voeten in V-stand, het hoofd al dan niet ondersteund door een hoofdkussen. De ogen zijn gesloten, de kaken niet op elkaar geklemd.

Zittend

Men maakt gebruik van een gemakkelijke stoel of zetel. Ofwel laat men de armen steunen op de armleuningen of bij afwezigheid ervan leggen we de handen in de schoot. Men houdt de voeten iets uiteen en zorgt ervoor dat de voetzolen volledig de grond raken.

Bij aanwezigheid van een hoofdsteun laat men het hoofd achterover rusten. Gebruik je een stoel of kruk laat je hoofd dan voorover zakken, de schouders worden rond en zakken af.

Vermijd spannende kledij of maak ze los.

Tekst

Ogen sluiten en enkele keren diep in- en uitademen, telkens we uitademen zeggen we tot onszelf ‘ontspan’ en telkens voelen we hoe ons lichaam zich iets meer ontspant.

Nu gaan we één voor één de verschillende delen van ons lichaam overlopen. Telkens ik een lichaamsdeel vernoem gaan we daar de aandacht op zetten en terwijl we uitademen en tot onszelf ‘ontspan’ zeggen, gaan we voelen hoe uit dat lichaamsdeel de spanning verdwijnt.

Laten we beginnen met ons te concentreren op de spieren van ons voorhoofd en van onze oogleden ‘ontspan’. Nu gaat onze aandacht naar de spieren van onze mond en van onze lippen ‘ontspan’. Telkens we uitademen, krijgen we het gevoel dat de spanning in onze mond minder wordt.
Nu gaat onze aandacht naar de spieren van onze rechter schouder ‘ontspan’. En we voelen hoe dat ontspanningsgevoel van onze rechter schouder langzaam afdaalt naar onze rechter bovenarm, onze rechter elleboog, onze rechter voorarm, onze rechter pols, hand en vingers. Telkens we uitademen is onze rechter arm meer ontspannen. En langzaam voelen we hoe onze rechter arm zwaarder wordt, zwaarder en zwaarder, zo zwaar dat we bijna de indruk krijgen dat we hem bijna niet meer zouden kunnen bewegen, ook al zouden we dat proberen en het is een aangenaam gevoel.

En nu wordt de ontspanning van onze rechterarm zo diep dat we ook soms warmte voelen in die arm, en zo diep, dat we ook soms tintelingen voelen, aangename diepe tintelingen.

Nu gaan we met onze aandacht naar de spieren van onze linker schouder, ‘ontspan’. En dat aangename, zware, warme, tintelende gevoel gaat verder naar beneden in onze linker arm, telkens we uitademen. En het glijdt naar onze linker bovenarm,onze linker elleboog, onze linker voorarm, onze linker pols, hand en vingers… ’ontspan’. Telkens we uitademen en tot onszelf ontspan zeggen weegt onze linker arm zwaarder, zwaarder en zwaarder en het is een aangenaam gevoel.

En nu gaan we met onze aandacht naar de spieren van onze romp, onze borstkas… ’ontspan’, ons middenrif en de spieren van onze buikwand. Telkens we uitademen zijn de spieren van onze romp iets meer ontspannen. Telkens meer dan de vorige keer.

Nu gaan we met onze aandacht naar de spieren van onze rechter heup en dat aangename, warme, zware en tintelende gevoel van ontspanning glijdt langzaam over ons rechter been naar beneden, langs onze rechter dij, onze rechter knie, onze rechter kuit, hiel, voet en tenen. En telkens we uitademen en tot onszelf “ontspan” zeggen, wordt ons rechter been zwaarder en warmer, en dieper ontspannen tot wanneer het soms tintelt.

En nu glijden we met onze aandacht naar de spieren van onze linker heup. En dat aangename gevoel van ontspanning gaat verder naar beneden, naar onze linker dij, onze linker knie, onze linker kuit, onze linker voet, hiel en tenen. En telkens we uitademen is ons linker been meer ontspannen en zwaarder en warmer en soms tintelend.

Nu is ons hele lichaam ontspannen, en rustig overlopen we in gedachten alle spieren van ons lichaam en als we ergens nog spanning ontmoeten dan concentreren we ons op die plek en terwijl we tot onszelf ontspan zeggen en diep uitademen voelen we hoe op die plek die spanning verdwijnt.

En we voelen nu hoe gans ons lichaam ontspannen is. Alle spieren zijn tot rust gekomen. En het is een aangenaam gevoel. En nu krijgen we ook de indruk dat we ook van binnen rustiger geworden zijn. Onze ademhaling wordt rustiger. Onze darmen bewegen minder en ook ons hart schijnt rustiger te kloppen en telkens we uitademen zeggen we tot onszelf ontspan en de ontspanning wordt telkens dieper.
En langzaam komt over ons een gevoel van blijheid, van geluk, van zelfzekerheid. We voelen ons vrij, sterk, onafhankelijk, we voelen ons onszelf, we voelen ons gelukkig. En steeds wordt de ontspanning dieper en dieper en drijven we zachtjes weg met de muziek.

(We laten nu een vijftal minuten de muziek verder spelen, terwijl we ontspannen blijven liggen, nadien tellen we tot vijf en komen terug naar het nu).
Vijf, vier, drie, twee, één.

Opmerking

Dit is de ontspanningstechniek in de tweede fase. In de eerste fase, vooral bij zenuwachtige mensen, is het soms aangeraden om elke spiergroep eerst op te spannen, en enkele seconden opgespannen te laten, zonder dat het pijn doet uiteraard, en pas daarna te ontspannen, telkens ná het zeggen van het woordje ‘ontspan’. Dit opspannen helpt om de aandacht gemakkelijker op de betrokken spiergroep te zetten, en het opspannen lokt kunstmatig een gevoel van loomheid en ontspanning op.


In de derde fase worden de spieren niet meer apart overlopen, maar wordt gans het lichaam ineens ontspannen, dus op enkele seconden, door telkens bij het uitademen ‘ontspan’ te zeggen tot zichzelf, en snel van boven tot onder, van gewricht tot gewricht, een ontspanningsgevoel op te roepen.