6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6555 Zelfmotivatie

Zelfmotivatie


Inleiding

Met zelfmotivatie bedoelen we het geheel van karaktertrekken en aanpak van onszelf om het plan dat we met ons gezond verstand (inspiratie en integratie) hebben uitgewerkt, zoveel mogelijk kans op slagen te geven.


Inderdaad, zelfs een plan dat we schitterend hebben uitgewerkt en waar we met veel overtuiging hebben voor gekozen wordt door ons niet noodzakelijkerwijze gerealiseerd. Gebrek aan motivatie of “wilskracht” voor bepaalde stappen, of zelfs ronduit weerstand, “luiheid”, neiging tot uitstellen tot het eigenlijk te laat is, kunnen voor gevolg hebben dat het schitterend plan niet (volledig) lukt. Al deze factoren van emotionele en motivationele aard bevinden zich in het onbewuste, dat zijn eigen streefdoelen en motivaties heeft, die niet noodzakelijk samenvallen met de streefdoelen van ons bewuste. En vermits het onbewuste sterker is dan het bewuste blijven de beste voornemens wel eens onvruchtbaar.

In dit hoofdstuk gaan we na hoe het komt dat er verschillen bestaan tussen bewuste en onbewuste motivatie, en wat we eraan kunnen doen.


Het probleem van de motivatie

Waarom voeren we de beslissingen waar we echt van overtuigd zijn niet altijd uit? Dit uit zich op twee vlakken: in het algemeen, en concreet per gedragsvorm.


1. Het algemeen motivatieprobleem: persoonlijkheidstoestand


Velen denken, ten onrechte, dat onze persoonlijkheid een constant, stabiel gegeven is: wat wij op het ene ogenblik goed of slecht vinden, zouden wij op het andere moment ook zo beoordelen. Niets is nochtans minder waar. Reeds eenvoudige invloeden zoals alcohol, vermoeidheid, geprikkeldheid hebben voor gevolg dat wij gans anders op onze omgeving en op inwendige gedachten en verlangens reageren dan op andere ogenblikken. Ook geestdrift, verliefdheid, depressie en dergelijke gemoedstoestanden hebben voor gevolg dat wij de zaken anders bekijken, ander gedrag stellen, een ander soort (of geen) initiatieven nemen, anders op frustraties reageren. We kunnen allemaal lui en wilskrachtig, vindingrijk en saai, handig en lomp, beleefd en brutaal, assertief en beschaamd zijn. Alsof wij persoonlijk veranderen, soms voor enkele minuten of uren, maar ook soms voor dagen, weken of maanden.


Onze persoonlijkheid is dus geen constant gegeven. Ze wordt sterk bepaald door allerlei schommelingen,die we aanduiden met de term persoonlijkheidstoestand. Onze persoonlijkheid bestaat dus als het ware uit een verzameling van talrijke persoonlijkheidstypes.

Een goede vergelijking hiervoor is een computer met windows. Meerdere programma’s kunnen ter zelfder tijd geopend zijn. Men ziet dit doordat op het scherm voor elk programma een aparte window te zien is. We kunnen van het ene naar het andere overstappen door het betrokken venster aan te klikken. Dit venster springt dan ogenblikkelijk “naar voren”, en de computer gedraagt zich alsof hij volledig dit programma is, en er geen ander bestond. Elke toets krijgt een eigen functie, die bepaald wordt door het programma. Dezelfde toetsindruk kan dus, al naargelang de geactiveerde computertoestand, een ander effect veroorzaken.

Deze persoonlijkheidstoestand wordt beïnvloed door:

  • Stemming: v.b. depressief, lui, enz. Daardoor ziet onze omgeving er anders uit, nochtans blijft de werkelijkheid dezelfde. Door onze associaties interpreteren we de werkelijkheid anders. We komen in een andere interpretatietoestand. Dit heeft uiteraard zijn invloed op de beschikbare energie om te handelen.

(SCHETS)


  • Het leukste gevoel situeert zich wellicht tussen opgewektheid en geestdrift.  Tussen geestdrift en opwinding in vindt men het manisch, ongetemperd enthousiasme terug.  Een voorbeeld van opperste opwinding waarin de vrijgekomen energie een hoogtepunt bereikt, is het orgasme.  Op het moment van de energieontlading zijn we volledig betrokken op het gebeuren zelf en zullen we bijvoorbeeld pijn, dat ons kort daarvoor nog heeft gekweld, niet voelen.  Zoals de grafiek aantoont, komt er na het orgasme rust na het gevoel van totale bevrediging.  Een man valt vaak na zijn orgasme in slaap.  Bij de vrouw is dit echter afhankelijk van het soort orgasme dat ze ervaart.  Bij een vaginaal (G-)orgasme is dit eveneens het geval, na een clitoridaal orgasme veel minder.
  • Graad van vermoeidheid. Zaken die lichamelijke of geestelijke inspanningen vragen zullen we wellicht niet meer aanvatten als we ons vermoeid voelen.
  • Graad van bevrediging. Hoe gelukkiger wij zijn, hoe beter wij bestand zijn tegen frustraties, hoe langer wij iets zullen volhouden, hoe meer wij bereid zijn moeilijke ondernemingen aan te vatten.
  • Scheikundige stoffen zoals alcohol, koffie. Door b.v. alcohol te gebruiken ben je minder geremd, durf je meer, weet je soms niet meer wat je doet, enz.
  • Door onszelf: via associaties, gedachten, herinneringen kunnen we onszelf in een andere persoonlijkheidstoestand brengen.
Een romantische bui roept een andere persoonlijkheidstoestand op dan een droevige. Door aan iets te denken dat ons ergert geraken we geïrriteerd.
  • Door omstandigheden: we kunnen tevens van persoonlijkheidstoestand veranderen door prikkels van buiten, we worden als het ware meegesleept. De groep waarin we ons bevinden bepaalt dus de groepsnorm, d.w.z. de dingen waarvan we aanvoelen dat ze kunnen of niet kunnen. Wanneer we in een nieuwe situatie terecht komen is er onzekerheid betreffende de groepsnorm: we tasten als het ware af welke persoonlijkheidstoestand we kunnen aanwenden, welke norm er heerst zoals een pijnlijke stilte waardoor je niet weet hoe te reageren, een plots lachen waardoor de spanning wordt opgeheven. Andere voorbeelden van omstandigheden:
  • Bij paniek kom je in een uitzonderlijke toestand. Alhoewel je als buitenstaander denkt dat je anders zou reageren, zou je waarschijnlijk dezelfde reactie hebben als je er zelf in zat.
  • In uitroeiingskampen (bv. Auschwitz) kwam het "personeel" in een uitzonderlijke stemmingstoestand waardoor ze rustig in staat waren tot gruweldaden (site)
  • Wanneer iemand bitsig reageert zullen we ook meestal kwaad of agressief worden.
  • In een plotse toestand van opperste paniek kan je bijvoorbeeld uit louter zelfbehoud zeer snel, krachtig en accuraat reageren op een levensbedreigende situatie zodat je je achteraf afvraagt hoe en waar je de energie en alertheid op dat moment vandaan hebt gehaald om zo efficiënt te kunnen reageren.


2. Het grootste motivatieprobleem: weerstand


Weerstand in het algemeen of groeiweerstand is afkeer tegen gedrag omdat het nieuw is, en tegen de personen die dit gedrag (schijnen te) verlangen van ons.

  • Verandering kost moeite, het onbewuste echter streeft rust en stagnatie na, beantwoordend aan het instinct om het leven zo gemakkelijk mogelijk te nemen. (Dit instinct is b.v. dikwijls sterker dan plichtsbesef of inzicht van behoeften).
  • We willen ons vrij en spontaan voelen, we verzetten ons tegen beïnvloeding (vandaar weerstand en wreveligheid tegen opdrachten van de training).
  • Verandering en groei gaan dikwijls gepaard met het zich bewust worden van fouten, van onze beperktheid of minderwaardigheid. Moeten toegeven dat het beter kon geeft een onaangenaam gevoel.
  • Het aanpassingsconflict is de naam die gegeven wordt aan vormen van weerstand tijdens de overgang van een levensfase met sterke afhankelijkheid naar een levensfase van authentiekere autonomie: b.v. als, na een periode van leven naast een of meerdere sterkere of veeleisende figuren naar wie men opkijkt en in wier “schaduw” men lange tijd leeft of meent te leven (b.v. in de puberteit, of na het volwassen worden der kinderen, of als men uit een depressie komt).


Oorzaken


Enkele aspecten van de werking van onze hersenen die leiden tot bepaalde consequenties:

  1. Het bewuste is maar een beperkt deel van onze geest. Het bewuste zal dus vaak niet of te weinig rekening houden met motivaties en behoeften uit het onbewuste die niet tot het bewuste zijn doorgedrongen. We houden meestal slechts rekening met bewuste verantwoordelijkheden. Het verdringen van eigen behoeften uit zich in de eerste plaats via demotivatie, verstrooidheid, moeheid, luiheid. Dwingen we onszelf desondanks om toch ons plan uit te voeren, dan krijgen we na lange tijd psychosomatische ziekten zoals astma, migraine, maagzweer, enz. Immers, behoeften kunnen niet straffeloos verdrongen worden. Het onbewuste is het schip dat ons leven in een richting stuurt.  Het bewuste is, i.t.t. wat de meeste mensen denken, slechts een machteloos deel van de geest. Een goed beeld is dat van de ijsberg en de onderstroom die de ijsschots in een richting duwt dat tegengesteld is aan de windrichting maar wel bepaalt waarheen de massa drijft.  Wanneer er een discrepantie bestaat tussen onze bewuste en onze onbewuste strevingen, kan er uitstelgedrag ontstaan, vinden we 'foefjes' uit om zaken niet te moeten doen, is er weerstand om te groeien.  Het komt er dus op aan om je 'echte' -vanuit het onbewuste gestuurde- fundamentele behoeften te leren kennen om ze daarna, projectmatig, gestalte te geven.  Freewheelen kan hierbij een hulp zijn want het onbewuste "liegt" nooit.  Fundamentele behoeften kan je immers niet blijven verdringen, want ze leiden vroeg of laat tot emotionele problemen. Bijna ieder vorm van een geestelijk probleem, zoals een neurose of depressie, vindt zijn oorsprong in de hierboven beschreven discrepantie en poging tot verdringing.
  2. Daarenboven hebben wij, als zoogdier, de neiging om de dingen die dichtbij zijn, d.w.z. de gevolgen op korte termijn, veel belangrijker te vinden dan de gevolgen op lange termijn. Iedereen die rookt weet dat hij daardoor een kandidaat-kankerpatiënt is. Maar de pijn van de kanker komt pas veel later, de geneugten van de sigaret zijn voor onmiddellijk.
  3. Ons gedrag wordt bepaald door zijn fantasmatische waarde, niet door zijn objectieve voor- of nadelen. Deze fantasmen kunnen nogal eens verschillen van de realiteit, vandaar dat zovele mensen zo weinig “objectief” kunnen zijn.
                 ''Iedereen' weet hoe nadelig roken is, op tal van terreinen. Toch komen de meesten er niet toe ermee te stoppen.'


Uitingen van weerstand


1. Intellectuele uitingen

  • Bezwaren opperen
  • Kritiek (al dan niet juist) hebben op de mensen die ons willen doen groeien, of wiens levenssituatie ons duidelijk maakt dat we zouden moeten groeien.
  • Zaken vergeten, er gewoon niet aan denken (verdringen).
  • Bij mensen die een persoonlijkheidstraining meegemaakt hebben uit weerstand zich soms onder de vorm van trainingstheorie!
            B.v. heel lang werken aan de voorbereiding van een Project, maar het uiteindelijk niet uitvoeren.
  • Eén van de slimste trucs is de neiging om weerstand te trachten weerleggen door logisch te redeneren, hetgeen uiteraard niet gaat, vermits het onbewuste wel zo slim is om zaken te kiezen die juist zijn. Het feit dat het weerstand is zit niet in de onjuistheid van de redenering, maar wel in de conclusie voor ons, dat we dus niet moeten groeien. Is het geen weerstand, dan kenmerkt dit zich door het hebben en meedelen van een beter alternatief. Weerstand uit zich onder de vorm van allerlei rationalisaties. Rationalisaties zijn uitvluchten, verklaringen die meestal wel juist zijn maar die niet de echte verklaring zijn voor een bepaald feit.
            Vb. “Je kan jezelf niet zijn als je leeft volgens een programma”, “je bent niet vrij meer” enz.
            Nochtans kan je maar jezelf zijn wanneer je datgene doet wat je zelf beslist hebt zoniet ben je afhankelijk van de anderen en het toeval.


2. Emotionele uitingen

  • Verveling, vermoeidheid voelen.
  • “Geen lust hebben”.
  • Woede voelen tegen de persoon die onze groeiweerstand wakker roept.


3. Fysieke uitingen

  • Hoofdpijn krijgen, zich moe voelen
  • Buikpijn en rugpijn krijgen


4. Gedragsmatige uitingen

Soms beslist men om een bepaald gedrag al of niet te stellen, maar als het ogenblik gekomen is doet men het niet (of juist wél), zelfs al weet men op dat ogenblik maar al te goed dat men beslist had om het wél/niet te stellen. Het is dan alsof een ander in ons werkzaam is, iemand die volledig ontsnapt aan onze bewuste zelforganisatie. En dat is inderdaad zo: het onbewuste beslist eigenlijk steeds wat wij zullen doen, niet het bewuste.


Oplossingen voor het motivatieprobleem


1. Slimme integratie


Het beste middel om ervoor te zorgen dat er geen conflicten zijn tussen wat onze onbewuste behoeften voor ons nodig achten, en wat ons intelligent bewuste (of de omstandigheden des levens) van ons verlangen, is ervoor te zorgen dat ons levensprogramma zoveel mogelijk samenvalt met onze behoeften (en met onze andere spontane stemmingsschommelingen). Deze integratie zal uiteraard niet altijd mogelijk zijn.


2. Bewuste zelfmotivatie


Voor de vele omstandigheden waar men er niet in slaagt zijn voornemens volledig te lagen schragen door de actieve behoeften, hetgeen vooral bij iemand die bewust wil groeien het geval zal zijn, zijn er enkele vaardigheden voorhanden om dit doel tóch te bereiken. Men kan enerzijds voor meer wilskracht gaan zodat er minder extra-motivatie nodig is. Anderzijds kan men zorgen voor extra-motivatie, uitwendig of inwendig.


A. Meer wilskracht (PVG, GSG, structuur)


Wilskracht is in de cultuur sinds de jaren '60 een onpopulair woord, ondanks het feit dat het tot op grote hoogte het succes van iemands leven zal bepalen. Het woord is onpopulair (wie het vandaag nog durft hanteren wordt gemakshalve onderverdeeld in het kamp van de conservatieve, misschien zelfs autoritaire, fascistische denkers), omdat wij leven in een cultuur met een spontaanheidsmythe, d.w.z. de illusoire overtuiging dat het beter is om spontaan te zijn dan “zichzelf geweld aandoen”. Hoewel het uiteraard plezanter is om spontaan te functioneren dan in te gaan tegen zijn spontane neigingen, is het echter vaak nodig, zeker voor mensen die moeten en/of willen groeien. Het probleem is nu dat precies zij die moeten groeien minder geneigd zijn om groei-inspanningen te leveren. Immers, de frustraties die geleid hebben tot het minder succesvol zijn op bepaalde belangrijke levensgebieden zullen ook sterk aan het fundamenteel zelfvertrouwen hebben geknaagd, en hoe lager dit FZV, hoe minder men bereid is groei-inspanningen te leveren (zie de tragedie van het aanpassingsconflict).


Het is belangrijk te beseffen dat “wilskracht” uiteindelijk niet meer is dan een gewoonte, vandaar de naam programma-volgings-gewoonte (PVG) of gedragstuurgewoonte (GSG). Wilskracht kost alleen moeite als we het (nog) niet gewoon zijn. Wilskracht is de gewoonte om gewoon te doen wat we ons voorgenomen hebben. Deze gewoonte is gemakkelijk aan te leren. We moeten er enkel op letten dat we die gewoonte niet ondermijnen door onszelf voortdurend toe te laten om, onder de stemming en de opvattingen van het ogenblik, van ons plan af te wijken. We moeten minstens afwachten tot het volgende evaluatiemoment dat we in ons programma voorzien hadden. Zo niet ondermijnen we onze PVG. Je mag dus onder geen enkele voorwaarde (tenzij het om uitzonderlijke omstandigheden gaat) afwijken van je planning.  Dit vergt naast wilskracht ook zelfdiscipline, een sterke persoonlijkheid en positieve assertiviteit.  Met dit laatste geeft men aan dat men de situatie zodanig zelf in handen heeft genomen, dat andere, overwachte omstandigheden of personen de vooropgestelde planning niet kunnen dwarsbomen.  Dit sluit ook aan bij de inhoud van het begrip 'pro-actief leven'.  In het algemeen is het een zeer goede gewoonte om nooit te handelen op het moment dat men beslist heeft tenzij tijdens een freewheelmoment, maar onszelf steeds enkele uren, en liefst meer dan 24 uren, op voorhand te programmeren.

 

De hierboven beschreven theorie steunt op het gegeven dat men in de psychologie niet anders moet ageren dan het geval is binnen andere levensdomeinen om te kunnen groeien.  Ook hier staat 'oefenen' centraal om datgene stapsgewijs te bereiken dat je jezelf voorgenomen had.  Waarom zou je in de psychologie enkel en alleen 'spontaan' mogen zijn om te kunnen groeien in de naar jou gewenste richting?  Refererend naar het vorige hoofdstuk over zelforganisatie weten we immers dat we juist door dingen te doen, veel kunnen leren en dus pas echt kunnen groeien.  De onvermijdelijke mislukkingen die daarmee samengaan, moeten op een constructieve manier worden geanalyseerd.  Een fundamenteel zelfvertrouwen is dan ook een basisvoorwaarde om constructief met mislukkingen te leren omgaan.

 

Niets is zo gemakkelijk om te programmeren als onze hersenen! Gewoontes, het leren consequent uitvoeren van datgene je gepland had, kan je dus aanleren.  Belangrijk is dat je bij je terugblik naar je gemaakte planning leert uit het verschil tussen datgene je voorgenomen had om te doen en datgene je effectief hebt gedaan.  Deze evaluatie doet je ontdekken welke de factoren zijn die in de weg staan van je voorgenomen programma, leert je aldus om geleidelijk aan op een realistischere en efficiëntere manier een planning op te maken en hierbij meteen te anticiperen op mogelijke drogredenen (foefjes) om aan iets niet te moeten beginnen. Later in dit hoofdstuk zullen we zien dat je door stemmingsmanagement en autosuggestie ook minder leuke taken zal opnemen in je planning en daadwerkelijk uitvoeren. Al doende zal je dus steeds een beter planning opmaken, wat op zich een stimulator wordt om de zaken uit te voeren zoals ze voorafgaand werden neergeschreven. 

 

Alles wat je van je oorspronkelijk programma afhoudt, is 'weerstand'. Er bestaan twee soorten weerstanden.


1. Weerstand.  Er kunnen verschillende oorzaken aan de basis liggen:  angst, het mentaal gevoel iets niet aan te kunnen, frustratie, negatieve ervaringen uit het verleden...  Het samengaan van deze oorzaken zorgt vaak voor uitstelgedrag.  Om aan deze weerstand het hoofd te kunnen bieden zal de kunst erin bestaan om te leren dat er in frustraties ook voordelen zitten en deze dan vervolgens te beginnen valoriseren.  Dit is het verschil tussen destructieve en constructieve revanche.  De destructieve vorm van revanche geeft een tijdelijk, fantasmatisch gevoel van bevrediging op korte termijn maar ressorteert geen resultaat op lange termijn.  In het tweede geval zal je je frustratie aanwenden om te groeien en er dus voordeel uit te halen op lange termijn. 

 

Vb.  In de twee laatste jaren van het middelbaar onderwijs sukkelt een leerling met het vak 'Frans'.  De leraar schepte er bovendien een pervers genoegen in om hem of andere leerlingen voor de klas te kleineren wanneer fouten werden gemaakt.  Op korte termijn heeft dit de leerling veel slapeloze nachten, angst voor het examen en verdriet omwille van de vernederingen bezorgd. Frustratie was zijn deel maar hij wil er zichzelf van overtuigen dat de fout niet lag in zijn gebrek aan taalvaardigheid maar wel aan de destructieve pedagogische aanpak van de leraar.  Kort nadien besluit hij om zich pas echt te gaan verdiepen in de taal van Voltaire en Molière door veel te luisteren naar Franse muziek, door intensief te corresponderen met een Franse vriendin enz...  20 jaar later staat hij bekend als een 'talenknobbel', is zijn job internationaal gekleurd en trekt hij zich  uit de slag in verschillende vreemde talen.  De frustraties heeft hij allang achter zich gelaten en omgebogen in een voordeel waarbij hij de vernederingen uit het verleden wist te transformeren tot een positieve 'trigger'. 

 

Aan het begrip 'constructieve' revanche kan je ook het begrip 'propulsie-effect' koppelen.  Een frustratie kan de katalysator zijn, een belangrijke motivatie zijn om je (situatie, competenties, persoonlijkheid...) te verbeteren.

 

2. De tweede vorm van weerstand is deze tegen de groei. Groeien vinden we als kind van nature uit leuk!  Het eerste hoofdstuk van de cursus belicht alle aspecten van  groei en toont aan dat de groeimogelijkheden voor een mens in potentie onuitputtelijk zijn. Het is belangrijk dat je je persoonlijkheid leert gebruiken om te kunnen groeien.  Het idee van groeien moet je leuk vinden om zo in te gaan tegen de stroefheid die de volwassen mens is.  Vanaf de pubertijd, bij het losmakingsproces, loopt het bij het 'natuurlijk' groeiproces fout. Groeien wordt dan immers vanuit de maatschappelijke, culturele context gedomineerd door de angst fouten te maken. Maar we weten dat juist de grootste valkuil in het leven de angst is om in valkuilen te trappen (fouten te maken) waardoor 'groeien' en persoonlijkheidsvorming stagneert of in de kiem wordt gesmoord.  Het zijn jammer genoeg juist die mensen die het meest nood hebben om weer te leren groeien, die de grootste weerstand in zich hebben om dit weer op te pakken.

 

Samengevat: De kracht van de gewoonte is dat je ze steeds toepast, dat het je steeds minder mentale energie kost om dit te doen en dat weerstand zal verdwijnen als sneeuw voor de zon.  Je leert op een pro-actieve manier het schip -je onbewuste- te navigeren op de coördinaten van je fundamentele behoeften.  Het bewuste zal dit via planning en programmering mogelijk maken.  Enkel op die manier kan je werkelijk jezelf zijn (dit is niet hetzelfde als 'spontaan' zijn!) omdat je fundamentele drijfveren, behoeften op een constructieve, gestructureerde manier naar boven werden gebracht.  Je hebt m.a.w je bewustzijn constructief gebruikt om je onbewuste te programmeren in de naar jou gewenste richting.  Op die manier is het sloepje van weleer, dat zich tot dan toe willoos liet leiden door het grote vaartuig, omgebouwd tot een loods die het schip in een gemeenschappelijke koers (symbiose) doorheen veilige wateren leidt.

 

B. Door gebruik te maken van uitwendige druk


Hierbij zorgen we voor een stimulerende omgeving, zowel materieel, als door het opzoeken van stimulerende personen en situaties, positieve morele druk, engagementen, afspraken, deadlines.


a. Materieel


1) Interieur

Onze stemming wordt bepaald door de aangename en onaangename zaken rondom ons. Alhoewel we na verloop van tijd vaak blind worden voor ons eigen interieur, kunnen bepaalde zaken ons onbewust irriteren. Zorg voor een esthetisch interieur, v.b. indirecte verlichting schept meer sfeer. Streef ernaar dezelfde kleurtinten te bewaren. Streef naar orde en overzichtelijkheid. Orde betekent niet enkel tijdwinst, doch geeft een enorme stimulans. Tracht in je bureel, auto, keuken, enz. een leegte te scheppen door voldoende ruimte te voorzien waarin je alles kunt opbergen. Rond elke activiteit af door alles onmiddellijk op te bergen en materiaal klaar te zetten voor een volgende activiteit.Werk bij het klasseren volgens een bepaald systeem, m.a.w. klasseer de zaken waar je ze de volgende maal waarschijnlijk zal nodig hebben.

V.b. schoenkast plaatsen waar je meestal schoenen aan en uit doet.


2) Stimuleermiddelen

Inspiratie- en stimulatieschrift (Groeiboek): heeft een dubbele functie: nl. het stimuleert ons om bepaalde zaken te doen en ons in een geschikte stemming te brengen. Muziek en ontspanningscassettes.


b. Personen


1) Uzelf

zorg voor de nodige hygiëne en lichaamsverzorging. Een gevoel van verzorgdheid zal ons in de geschikte stemming brengen.


2) Anderen

tracht je te omringen door stimulerende personen, v.b. een sympatieke werkkring. De methode van de stimulator berust op dit principe. We hebben het hier over directe stimulatie, zoals een soort personal coach.


Heb minstens 1-2/week schriftelijk, per email, of telefonisch contact met iemand uit de groep, aan wie je je programma en projecten uitlegt. Deze persoon hoeft geen initiatieven te nemen: gewoon een luisterend oor zijn, en je herinneren aan je eigen voornemens. Hij/zij oefent automatisch een zachte positieve morele druk uit.


Sommige personen zijn niet aangewezen als stimulator: de eigen partner (in een goede relatie tracht men elkaar niet te veranderen, maar elke vorm van groeibevordering moet indirect zijn, d.w.z. via aanmoediging en stimulerende empathische reacties.


c. Sfeerscheppende belevingen en situaties


Tracht zoveel mogelijk aangename zaken te beleven zoals aangrijpende concerten, reizen, film, toneel, tentoonstellingen, musea, winkelen enz. Bijzonder uitdagend, zowel inspirerend als stimulerend, zijn congressen en alle mogelijke contacten met collega’s en gelijkgezinden.


C. Stemmingsmanagement en autosuggestie


Hoe groot is de weerstand soms niet bij zaken waarvan je weet dat je ze zou moeten aanpakken en uitvoeren maar die je telkenmale blijft uitstellen omdat je het -om welke reden ook- niet graag doet, omdat je ertegenop ziet. Dit heeft vaak te maken met het gebrek aan de juiste stemming om eraan te beginnen en vol te houden zoals je het gepland had.  Doch, naast 'de wilskracht' kan je er ook voor zorgen dat de punten die je geprogrammeerd hebt, op het moment dat je ze moet uitvoeren, ook met plezier zal aanpakken. Om ertoe te komen kunnen we gebruik maken van de volgende technieken: het bereiken van de optimale stemming of stemmingsmanagement, en het programmeren van de geschikte persoonlijkheidstoestand op het gewenste moment of autosuggestie.


1) De eerst techniek noemen we Stemmingsmanagement (SM)


Het doel hiervan is het bereiken van de optimale stemming zodat we gemakkelijker uitvoeren wat we vooraf gepland hebben.

We moeten trachten ons enkele ogenblikken af te zonderen zodat we gedachten kunnen oproepen om in een andere stemming te komen, om een enthousiasme op te wekken. Heel nuttig hierbij zijn vaak revancherende of lachwekkende gedachten. Zo kan je bij een ontslag reeds denken aan een job die je veel liever zou doen. Stel je je agressieve baas voor als iemand die thuis niets te zeggen heeft.


Je kan ook bewust bepaalde gedachten oproepen of juist trachten te verdringen, als ze ons al dan niet in de geschikte stemming brengen.

De techniek is uiteindelijk niet moeilijk eens men hem gewoon is. Het grootste probleem is de weerstand ertegen. Men beschouwt het zichzelf te moeten sturen als een soort vernedering, ons opgedrongen door de ander(en). We vluchten dan in allerlei mythes als 'We hebben het recht onszelf te zijn, we moeten toch geen komedie spelen, ik kan gewoon mijn stemming niet veranderen: het is sterker dan mezelf...

.

Ondanks het feit dat we aanvankelijk vrij veel tijd zullen besteden aan het aanleren van de techniek, betekent SM een enorme tijd- en energiewinst, dit door de verminderde frustraties en afname van zinloze reacties.

Dit werd uitvoerig besproken bij het aanpassingsconflict.


2) De tweede techniek noemen we autosuggestie (AS)


Deze techniek werd ontwikkeld door Schultz, en is de basis van de Autogene Training. Hierbij beïnvloeden we niet zozeer direct de stemming, maar programmeren we onszelf om bij bepaalde concrete programmapunten de aangepaste stemming of persoonlijkheidstoestand te hebben. De techniek vertrekt het best vanuit een diepe relaxatie, trance, ontspanningstoestand, d.w.z. gelijk welke techniek die ons onbewuste openmaaktZoals we in het tweede hoofdstuk hebben gezien zijn de sleutelbegrippen voor deze vaardigheid: Herhaling, Visualisering, Aangenaam basisgevoel en Ontspannend gevoel

  1. We moeten ons de situatie visueel voorstellen. We maken onszelf een beeld van hoe de situatie zal verlopen en zien onszelf rustig, opgewekt, de handeling uitvoeren. We kunnen hierbij ook andere zintuiglijke waarnemingen inschakelen, vb. bepaalde geuren, geluiden, muziek, enz.
  2. Willen we een optimaal resultaat, dan dienen we de beelden een voldoende aantal keren te herhalen. Indien de techniek niet lukt betekent dit meestal dat we onvoldoende herhaald hebben.
  3. Ons tijdens de AS gelukkig en goed voelen, een aangenaam basisgevoel hebben.


Opmerkingen:

  1. Aangezien de meeste zaken voorspelbaarder zijn dan we denken, kunnen we ook de zogenaamde onverwachte gebeurtenissen voorbereiden. Als we niet weten hoe het aan te pakken, vorm je dan een beeld van de laatste keer dat je een soortgelijke activiteit deed. Na een paar maal zal je merken dat verschillende zaken analoog zijn.
  2. Systematisch zijn stemming moeten veranderen en aan autosuggestie moeten doen is een alarmsignaal. Het wijst op het bestaan van een dieper probleem dat grondiger moet aangepakt worden. Wanneer we vaak geïrriteerd zijn op het werk kan het erop wijzen dat je werksituatie niet overeenkomt met je behoeften of mogelijkheden. Je kan van tijd tot tijd wel eens aan SM of AS doen maar het is beter om uit te zien naar ander werk.