6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6640 Groeirisico's

 

De Risico's

van de groeiende persoonlijkheid


INLEIDING

Het leren bewust groeien heeft zeker talrijke voordelen. We kunnen echter niet ontkennen dat er ook enkele nadelen aan verbonden zijn. Deze nadelen zijn niet zozeer inherent aan het groeien zelf, maar:

  • omdat het een verandering is zodat het zowel de persoon zelf moeite kost als van de omgeving een aanpassing vergt, en
  • omdat bij het bewust groeien, in het begin, talrijke fouten kunnen gemaakt worden. Deze fouten hebben te maken met het feit dat groei in het begin meestal wat onevenwichtig gebeurt.


De risico’s van het groeien kunnen we in twee groepen indelen:

  1. De eerste groep omvat de valse gevaren, d.w.z. dat zijn de weerstanden die we voelen in onszelf of die de omgeving op ons uitoefent. Op zichzelf zijn ze niet zo belangrijk om rekening mee te houden, maar het zou toch praktisch zijn ze zoveel mogelijk te vermijden. Ook is het belangrijk ze te herkennen om ze niet te verwarren met de gevaren die we straks zullen bespreken.
  2. Dan zijn er de echte gevaren. Als we iets nieuws doen, of in een evolutie een volgende fase bereiken, dan nemen we risico’s: vermits we de situatie (nog) niet (voldoende) kennen, kunnen er factoren zijn waarmee we geen of onvoldoende rekening hielden, en die kunnen het project doen mislukken, met alle complicaties van dien.


Een absolute remedie, of een zeker antwoord om deze gevaren volledig te vermijden, kunnen we niet geven. Wel enige criteria en werkwijzen, waardoor het risico enorm verkleint.


A. DE VALSE GEVAREN

1. WEERSTANDEN IN ZICHZELF

Het dynamisch worden kan in de persoon zelf vele weerstanden en spanningen oproepen.

1. De Volmaaktheidsmythe

Veel van deze weerstanden spruiten voort door het feit dat men bewust wordt van z’n beperkingen, van de fouten die men maakt, van het feit dat men onvolmaakt leeft.

Immers, onze cultuur heeft ons geleerd ons goed te voelen door onze fouten en beperkingen te verdringen. Ofwel zie je in dat je fouten maakt en ben je erdoor gecomplexeerd, ofwel zie je je fouten niet, zodat je er ook niets hoeft aan te doen.

Oplossingen

De rationele houding, nl. zich goed voelen ondanks een bewustzijn van zijn fouten, is op zichzelf niet moeilijk, maar moet toch aangeleerd worden, hetgeen wel eens lastig kan zijn. Daarom is het belangrijk om goede criteria te hanteren vb. niet vergelijken met het ideaal, maar met datgene van waar men komt; statistisch denken (alles gaat op en neer) en niet in termen van lineaire evolutie.

2. Risicoangst

Dezelfde weerstand kan ook naar boven komen als men tracht op een nieuwe manier te gaan leven. Inderdaad, het is voor zichzelf geriskeerd omdat men van zijn eigen beperkingen bewust kan worden op deze manier. Er ontstaat wat men noemt angst voor de risico’s van het groeien: nieuw terrein betreden, veilige situaties verlaten, toegeven dat het vroeger minder goed was en dat men daar zelf verantwoordelijk voor was.

3. De angst een andere persoonlijkheid te worden

Personen die een training volgen krijgen verkeerdelijk deze indruk.

Oplossingen

Men moet er vanuit gaan dat je die evolutie waarschijnlijk “spontaan” toch ook zou doormaken, alleen wordt dit proces door het volgen een training heel wat versneld en beleef je dit proces bewuster.

Daarenboven maakt psychische groei je niet minder jezelf, maar meer jezelf.

2. WEERSTANDEN UITGEOEFEND DOOR DE ANDEREN

De anderen kunnen zich verzetten tegen het verlies van bepaalde voordelen zowel praktisch (hulp, inschikkelijkheid) als fantasmatische (het gevoel beter te zijn dan jij). Immers, vele personen die dynamisch beginnen te worden laten zich minder doen, zijn minder bereid om van de anderen alles te accepteren. Dit zal vaak tot gevolg hebben dat je omgeving van bepaalde voordelen zal moeten afzien. Plots wordt ze geconfronteerd met iemand die bewust is van zijn behoeften, en niet meer bereid is deze prijs te geven ten bate van de behoeften van de anderen, niet meer bereid is de boodschap van minderwaardigheid te accepteren. Dit kan bij de ander leiden tot een zeker verzet, hetzij open, hetzij door het induceren van schuldgevoelens.

Oplossingen

Zich sympathiek opstellen, integreren met de behoeften van de anderen, hen geen ongevraagde kritiek geven of ongevraagd willen veranderen, zelf je irritatie niet laten blijken.

3. PSYCHOLOGISCHE RISICO’S

We maken ons belachelijk, de personen die we nodig hebben verliezen hun vertrouwen in ons, we geraken zelf ontmoedigd en geven het op. De psychologische risico’s zijn meestal een gevolg van de materiële.

Oplossingen

1) Tracht ze te vermijden

  • Doe de eerste keren iets alleen: je bent wel verplicht alles zelf te doen maar je zal het snelst ervaring opdoen. Anderzijds maak je je niet belachelijk als het niet (zo goed) lukt.
  • In een groep je einddoel niet op voorhand bekend maken
  • Of als je toch iets moet bekend maken het vooraf beschrijven als een experiment, niet als iets dat zeker lukken zal.

2) Als ze niet te vermijden waren

  • Het je (in het begin) gewoon niet aantrekken: wie laatst lacht, best lacht. En de spotters met je eerste pogingen bewijzen je dan nog een dienst dat ze wellicht ongevraagd bruikbare exogene inspiratie leveren.
  • Eigen ontmoediging voorkomen door niet te streven naar het ideaal, maar alleen naar verbetering. Statistisch evalueren (d.w.z. mislukkingen relativeren). Een mislukking zien als inspiratiebron voor een volgende, betere keer.

Opmerking

Zoals gezegd zijn deze uitingen van weerstand niet zo belangrijk en overigens ook in de meeste gevallen onvermijdelijk. Men moet er echter wel van bewust zijn, doch ze mogen geen reden zijn om de groei op te geven.


B. DE ECHTE GEVAREN

Het dynamisch worden, heeft echter, vooral in het begin, enige reële gevaren. Deze gevaren zijn allen verbonden met het feit dat men in het begin onvermijdelijk begint te werken met enkele aspecten van zijn persoonlijkheid, doch nog niet met alle. Bovendien vraagt het goed kunnen toepassen van de technieken de nodige leertijd zodat we aanvankelijk onzeker en weinig spontaan handelen. Anderzijds kan men zo blij zijn met de eerste resultaten, en ook en vooral met de vreugde van het dynamischer functioneren, dat men soms de neiging heeft om andere aspecten te verwaarlozen, m.a.w. men gaat eenzijdig groeien, of men reageert te euforisch en verliest de realiteit uit het oog. Bovendien kan het groeien enkele materiële risisco’s met zich meebrengen, d.w.z. zaken die een nadelig gevolg hebben: bankroet, geldverlies bij investering, (dodelijk) ongeval, mislukking.

1. GEVAREN IN VERBAND MET ZICHZELF

a) OVERPROGRAMMERING

Overprogrammering is de gewoonte van georganiseerde mensen, om net iets teveel op hun programma te zetten, zodat ze niet alleen jachtig leven en hollen, maar daarenboven hun projecten vaak slecht uitvoeren.

De oorzaken kunnen zijn:

1) Niet voldoende nee kunnen zeggen, zodat men steeds meer te doen heeft, en ver buiten zijn grenzen komt. Het niet nee kunnen zeggen wordt onderhouden door een soort vreugde van zo knap te zijn, de illusie onmisbaar te zijn.

2) De omvang van de aangevatte taak onderschatten. De dingen duren (en kosten) altijd veel meer dan men in het begin vermoedde. Dit komt omdat men projecteert vanuit de beginstadia

CURVE!!!!!

Deze empirische curve illustreert niet alleen dat een project doorgaans veel langer duurt dan men vanuit de eerst realisatiefasen kan vermoeden, maar ook dat de laatste 5 % afwerking soms wel 40 % van de tijd (en de moeite) vragen.

3) De eigen mogelijkheden overschatten.


b) ONVOLDOENDE REKENING HOUDEN MET ZIJN BEHOEFTEN


Zich beter organiseren betekent in de eerste plaats zich beter van zijn behoeften bewust worden. Het kan echter zijn dat men zich van bepaalde behoeften, die nochtans zeer fundamenteel zijn, pas laattijdig bewust wordt, vb. behoefte aan sociaal contact. Deze behoeften zullen zich uiteraard wreken, en als men er lange tijd geen rekening mee houdt, zal men ofwel zichzelf een te grote dwang moeten opleggen om toch te blijven werken zonder met deze behoeften rekening te houden, ofwel zullen deze onbevredigde behoeften zo sterk worden, dat ze ons brengen tot wat wij zullen noemen: luiheid, of verlies aan enthousiasme voor het dynamisch leven op zichzelf. Meer en meer zal men de neiging krijgen om het oude systeem weer op te nemen, waarbij men misschien minder goed leeft op gebied van efficiëntie, maar waarbij men toch rekening hield met bepaalde behoeften. We worden “lui”. Doch luiheid is een verschijnsel dat niet bestaat: het betekent doodgewoon dat men geconfronteerd is met een programma dat te weinig rekening houdt met de reële behoeften. In gedachten is men met iets anders bezig, of men zit vaag te dromen. Deze “luiheid” is in feite dus de uiting van verdrongen behoeften. Het is goed ten strijde te trekken tegen zijn zogenaamde luiheid, in die zin dat men zijn efficiëntie verbetert. Het is echter niet goed om de behoeften die aan de basis van deze luiheid lagen te verdringen. Het veronachtzamen van wat minder gauw tot het bewuste doordringt: verdrongen behoeften, imponderabilia, gemaakte fouten die men liever verdringt.

Oplossingen

Meer exogene inspiratie, freewheelmomenten, analyseren van frustratiemomenten.

c) JE DURFT NIET TE BEGINNEN- JE DURFT GEEN RISICO’S NEMEN

Om toch te durven beginnen moeten we van de volgende uitgangspunten vertrekken:

  • Niets doen is gevaarlijker dan iets doen.
  • De kans dat het onmogelijk is, is veel kleiner dan je denkt. Door te aarzelen, verlies je wellicht tijd.
  • Het grootste risico is wellicht niet dat je te snel gaat maar dat je te traag gaat, dus geen gebruik maakt van bestaande kansen. Een algemene regel: bij elk project enige fazen voorzien, en steeds beginnen aan het volgende, zodra je kunt.
  • Denk aan de voorbereidingstijd-efficiëntiecurve: na een zekere tijd is langer wachten tijdverlies, en zelfs gevaarlijk, vaak zal men over activiteiten teveel nadenken en “voorbereiden” waarbij men vergeet dat de (voorzichtige) actie vaak de beste en vooral de snelste leerschool is.
  • Als je niet bewust bezig bent met alle systemen, waarbij je betrokken bent, te verbeteren (vb. relatie, werk, huis, vriendenkring, sociale vaardigheden), dan ben je zeker tijd aan ‘t verliezen. De kans dat het volmaakt is, bestaat niet.
  • Als de anderen het kunnen, dan kan ik het ook, zelfvertrouwen.

OPLOSSINGEN

1. TRACHT DE RISICO’S OP VOORHAND TE KENNEN

a. UITGANGSPUNT: ER ZIJN ZEKER RISICO’S

  • De zgn. “Wetten van Murphy”: bv. als er theoretisch één kans op twee is dat iets misloopt, dan is de kans dat het misloopt in de praktijk groter dan de kans dat het lukt.
  • De anderen (helpers, medewerkers, leveranciers, genodigden) zijn vaak minder betrouwbaar dan ze zeggen en men weet dit de eerste maal nog niet. Daarom tijdig (doch discreet) checken of ze er wel zijn, en hen er desnoods nog even aan herinneren. Na enige tijd weet men in welke mate ze hun afspraken kunnen nakomen.
  • Geen enkel toestel of mechanisch systeem of computerprogramma werkt in het begin.
  • Rationele risico’s van irrationele (fobische) angsten onderscheiden.

b. HOE ZE ONTDEKKEN

1. Exogene inspiratie

  • Het eventueel op voorhand observeren in gelijkaardige situaties
  • Hoe meer gegevens, hoe meer kans op het kennen van de mogelijke risico’s
  • Als een plan van ons zo origineel is, dat de risico’s die er doorgaans (bij anderen) bijhoren, er ditmaal niet bijzijn, dan is de kans groot dat we iets over het hoofd gezien hebben.
  • Deskundigen, niet-deskundigen en literatuur raadplegen. Raad vragen zonder je op voorhand te compromitteren (niet vragen: zou ik het doen?, maar als ik het zo doe, wat zou er volgens jou kunnen mislopen?). Naar argumenten (voor- en nadelen) vragen en niet naar conclusies.

'* Voorbeelden of analogieën van anderen nabootsen.

2. Endogene inspiratie

  • Het beste is maatregelen in te bouwen, niet alleen nadat iets mislukt is, maar nadat het bijna mislukte. Telkens als men schrikt van iets onvoorziens, moet men een maatregel inbouwen om dit in de toekomst te vermijden.
  • De pessimistische vraag stellen: je baseren op analoge ervaringen uit je verleden, “in de veronderstelling dat...”.
  • Je ervaringen noteren voor later, en ze realiseren.

2. ALS JE DE RISICO’S NIET KAN KENNEN, VOORZIE TOCH ALGEMENE VOORZORGEN

  • In plateaus werken, d.w.z. als het hoger systeem niet werkt, altijd naar een lager niveau kunnen terugvallen.
  • De snelste manier om iets te leren is het (progressief) te gaan proberen. De beste manier is progressief, in “spiraal” werken: telkens iets moeilijker, met minder speelruimte en “reserveonderdelen” of met meer mogelijke onvoorziene omstandigheden. (Volgens de Progressieve ontplooiing).
  • Als men een nieuw systeem invoert, het oude nog niet afschaffen, maar voorlopig nog klaar houden om er desnoods te kunnen op terug vallen. Slechts als het nieuwe systeem na een proeftijd foutloos schijnt te lopen, mag men het oude afschaffen. En ook dan nog is het nuttig het ergens te bewaren.
  • Reserveonderdelen of vervangstukken mee hebben voor de kwetsbare delen, vb. een tweede diskette met computerprogramma.
  • Als men niet weet hoe lang het gaat duren, zeker buffermomenten voorzien.
  • Als we telkens vóór zijn op ons tijdschema, dan zijn onvoorziene omstandigheden minder in staat ons project te doen mislukken.
  • De eerste keren veel evaluatiemomenten en alternatieven programma’s voorzien.
  • Op meerdere paarden wedden: er zal er wel één lukken.

3. ALS JE ER NIETS KUNT AAN DOEN, VOORZIE DAN HELPERS

  • Eén van de “plateaus” waarop je kunt terugvallen zijn mensen met meer ervaring, of superieuren, die kunnen inspringen. Een toepassing hiervan is het stagesysteem; je leert, terwijl een persoon met meer ervaring naast je staat die je tijdig kan verwittigen van de problemen en hun oplossingen (exogene inspiratie).
  • Risico’s delen met anderen.

4. VERMIJD OVERPROGRAMMERING

Verschillende technieken kunnen overprogrammering helpen voorkomen

Integreren

Meer leren combineren en comprimeren. Leren gebruik maken van de dode momenten. Bepaalde zaken uitstellen om dan allemaal samen te kunnen doen (vb. inkopen).

Delegeren

Anderen leren motiveren, delegeren. Men moet de zaken die men een ander uitlegt steeds voldoende detailleren, anders is het bijna zeker verkeerd. De anderen laten meewerken, en ook niet vergeten voortdurend te bekrachtigen (belonen). Vrede leren nemen met het feit dat minder belangrijke dingen niet helemaal naar je zin verlopen. Op die manier bespaar je de energie om anderen te overtuigen, en misschien ook het feit dat je het zelf moet doen.

Zich specialiseren

Zich op één zaak toeleggen, zodat men dit goed doet en ook goed voor betaald wordt. De rest kan men dan door ondergeschikten laten doen, Bv. een vrouw die (aangenaam) gaat werken en van haar wedde een huishoudster betaalt. In totaal is het prettiger en men houdt er zelfs aan over.

Minder obsessioneel zijn

Men mag het doel niet vergeten: “men leeft niet om te kuisen, maar kuist om te leven”. Eens oppervlakkig kuisen geeft praktisch evenveel plezier als dagelijks maar met meer vrije tijd en minder verveling. Men moet als criterium de groei gebruiken en niet het ideale eindresultaat. Zie tijd-inschat-curve.

Relatieve selectie

Afstappen van het (“absoluut”) principe dat men alleen zaken (of activiteiten, of kennissen) laat vallen als ze op zichzelf slecht zijn. Men moet integendeel op regelmatige tijdstippen alle gelijkaardige dingen op een rijtje zetten, en radicaal het (“relatief”) minst goede of minst voordelige laten vallen, ook al is het op zichzelf niet (“absoluut”) “slecht”.

Niet te lang blijven geloven in een uitzichtloze zaak

Je kan niet alles aanpassen, hoe idealistisch je ook bent. Soms is het beter van situatie te veranderen om in een ander systeem meer resultaat te bereiken.

Uitstellen

Het is soms nuttig bepaalde zaken enige tijd te laten wachten om intussen na te gaan of ze inderdaad wel zo belangrijk zijn als men op het eerste ogenblik dacht. Op die manier kan men vaak veel elimineren, vb. het lezen van de krant, het geven van kritiek aan elkaar, enz.


d) SPONTAAN GOED FUNCTIONEREN


Sommige mensen hebben het, althans gedurende lange periodes van hun leven, gemakkelijker dan anderen om spontaan sommige behoeften te kunnen realiseren. De natuur of de opvoedingsomstandigheden hebben hen namelijk met sommige kwaliteiten begiftigd zonder dat zij daar iets hebben moeten voor doen. Dit noemen we het knapheidsfenomeen of hetfenomeen van de nadelige kwaliteit. Het voordeel op korte termijn is dat dergelijke mensen, door een reeks aangeboren kwaliteiten op bepaalde gebieden, weinig moeite moeten doen om hun doel te bereiken. Maar intussen wordt hen eigenlijk de kans ontnomen om andere kwaliteiten te leren, o.m. het vermogen om hun eigen stemming te beïnvloeden, d.w.z. zichzelf te brengen tot gedrag dat een beetje of sterk indruist tegen wat ze spontaan graag zouden doen. Op termijn blijkt de oorspronkelijke begaafdheid in plaats van een voordeel vaak een nadeel te zijn. Mensen die dit knapheidsprobleem vertonen zullen meer en gauwer dan anderen problemen van zelforganisatie vertonen.


Drie concrete voorbeelden:


1. Hoogbegaafde kinderen (IQ>130) moeten tijdens het basisonderwijs, en vaak ook nog tijdens het grootste deel van het middelbaar onderwijs, weinig of geen intellectuele inspanningen doen om een goede uitslag te behalen: hun ruime algemene ontwikkeling en hun snel begrip tijdens de lestijd volstaan om, zonder thuis studeerinspanningen te moeten doen, voldoende op de examens te scoren. Tegen het einde van hun middelbare studies, en in elk geval tijdens de hogere studies volstaat dit echter niet meer: de (omvangrijke) stof wijkt, zeker tijdens de kandidaturen, erg af van de spontane belangstelling, en daarenboven wordt er tijdens de lesuren eigenlijk niet meer ingeoefend. Om nu nog snel een goede studiemethode en vooral ernstige zelfdiscipline aan te leren is de tijd te kort, en slagen in het hoger onderwijs, en is er, bij deze kinderen, een sterke mate van onderpresteren, met alle psychologische en later relationele consequenties van dien.
Eén van de maatregelen die men kan nemen ten gunste van deze kinderen is hen, zodra men hun hoogbegaafdheid aangetoond heeft, hen een jaar vroeger te plaatsen in het onderwijs, zodat zij het subjectief moeilijker hebben dan hun leeftijdsgenoten, en dus eigenlijk in een min of meer normale situatie verkeren die hen toelaat om al van jongs af aan spontaan betere studiemethodes en een noodzakelijke dosis zelfdiscipline te leren.

2.
 Jongeren van rijke of invloedrijke ouders hebben vaak analoge problemen. Dank zij de materiele middelen krijgen zij mogelijkheden waar zij weinig of niets voor moeten doen hebben, en komen zij vroeg of laat in situaties waar zij te zwak zijn om zich te verweren tegenover anderen, die gedwongen geweest zijn om te “leren vechten”.

3.
 Mooie meisjes hebben vaak -uiteraard niet altijd- analoge problemen. Hun aantrekkelijkheid maakte het hen jarenlang heel gemakkelijk om relaties te hebben. Zij moesten er niets voor doen, gewoon een keuze maken tussen de jongens die op hen afkwamen. Zij moesten, minder dan “gewone” meisjes, werken aan hun aantrekkelijkheid en kwaliteiten aankweken als lief zijn, dynamisch zijn, sportief zijn, goedheid en begrip uitstralen, hard werken voor een diploma, tegenslag leren verwerken. Zij hebben daarom vaak deze kwaliteiten te weinig ontwikkeld, wat hen later, als andere, jongere mooie meisjes hun plaats beginnen in te nemen, wel vaak heel eenzaam maakt, en vaak minder gelukkig dan de gewone meisjes die zij vroeger probleemloos overtroffen.

2. RISICO’S IN DE OMGANG MET ANDEREN

  • Vooreerst kan men een te superieure indruk geven, waardoor men zich antipathiek maakt. Zelfs gewoon vertellen dat men een persoonlijkheidstraining volgt kan reeds jaloersheid uitlokken, die zich soms uit door open spot, maar ook soms door geraffineerde “kritiek”, die soms zelfs vermomd wordt als “bezorgdheid”.
  • Creativiteit. Deze kwaliteit is zeldzaam, en vrij bedreigend door wie graag een belangrijke functie vervult maar daarbij voortdurend voelt dat anderen, die deze functie eigenlijk niet ambiëren, wel in staat zouden zijn het even goed, zoniet beter te doen. Hoewel dergelijke ambitieuze lui in zekere mate de bijdragen van creatievelingen nodig hebben, troosten zij zichzelf graag met de idee dat creatievelingen “te eenzijdig zijn”, en het dus een zeker “gevaar” zou inhouden als zij zelf aan de macht kwamen.
Het rustig toepassen van de regels van de training zal ongetwijfeld je creativiteit en je initiatief om dingen te verbeteren vergroten, zodat je hier en daar zal merken dat je bedreigender wordt dan dat je vroeger was.
  • Anderzijds kan je zelf meer geïrriteerd worden als je moet samenwerken met niet-getrainde personen, die minder doeltreffend functioneren en zich minder bewust zijn van hun behoeften, die vaker van gedachte veranderen, die hun eigen afspraken niet kunnen nakomen enz.
Bovendien ontstaat vaak de neiging dat je de ander de les wil spellen, dat je hen zegt hoe ze bepaalde zaken beter zouden doen. Daardoor kom je over als betweterig.
  • Rigide (stroef) overkomen (“stond niet op mijn programma”), zijn agenda vaak laten zien, pronken met zijn BZO, anderen bekritiseren om hun minder goed functioneren.
  • Door bewust te worden van je eigen verlangens, met als gevolg een veranderen van je levensvisie, word je vaak ontgoocheld door de anderen die zich minder bewust zijn van hun verlangens. Je krijgt het gevoel niet meer tot een bepaalde vriendenkring te behoren. Je stelt hogere eisen aan jezelf zodat je dit ook verwacht van je omgeving.

Oplossingen

  • Discreter zijn, zich soepel aanpassen en zijn programma hierop voorzien. Dus beperkingen der anderen incalculeren: een goed programma houdt rekening met de beperkingen van de anderen.
  • Tracht je omgeving en zeker je partner nooit te veranderen. Belangrijk hierbij is effect-evaluerend te denken. Immers indien je relatie verslecht door het volgen van een training dan pas je de technieken niet goed toe of moet je naar betere middelen trachten te zoeken. Als je voor jezelf een betere techniek ontdekt dan moet je die ook toepassen.
  • Anderzijds betekent de constructieve mentaliteit niet dat je alles accepteert. Het is normaal dat je in perioden waar je snel groeit (door al dan niet volgen van een training) van werk- of vriendenkring verandert. Je mag echter geen kennissen laten vallen omdat ze te beperkt zijn doch meer aandacht geven aan boeiender mensen. We projecteren onze eigen beperktheden vaak in de anderen, waardoor irritatie optreedt.

Van al deze gevaren moet men zich bewust worden, en men moet soms zelf projecten voorzien om daar rekening mee te houden.


VALSE OPLOSSING

Een valse oplossing voor al deze risico’s is: de trainingsprincipes opgeven, en weer gaan leven zoals voorheen, d.w.z. spontaan en zonder veel na te denken. Dus de hele training en haar boodschap verdringen. Beter is om nog een klein stapje verder te gaan, en de andere trainingsprincipes, die men in het begin verwaarloosde of onderschatte, wat meer te gaan gebruiken.


OPDRACHTEN

1. Theorie en constructieve tekst herhalen

2. Zo nodig verder het interview afwerken

3. Autosuggestie en/of Stemmingsmanagement

Minstens tweemaal per week. Hierbij is het niet de bedoeling dat we extra activiteiten gaan inlassen, maar dat we de activiteiten, die toch moeten doen, met deze technieken aanpakken, zowel op voorhand als op het ogenblik zelf

4. Risico’s

Nagaan waar je in je leven wellicht één of meerdere van de hier beschreven risico’s loopt, en er een project rond maken. In je Groeiboek je klassieke fouten ergens duidelijk noteren.