6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6705 Groei-inductie

GROEI-INDUCTIE

WAT IS GROEIEN?

Het begrip groei is uitgebreid besproken geweest in de basistraining voor optimaal functioneren.

Groeien is het min of meer bewust stijgen in niveau van psychologisch functioneren bij de mens, waardoor hij bv. assertiever wordt, wilskrachtiger, positiever denkt, zijn negatieve levenservaringen meer constructief interpreteert, beter communiceert met zijn partner, enz.

Groeien gebeurt omdat men aanvoelt dat het beter kan en dat men gelooft dat men daartoe in staat is. Als het integendeel evolueren is omdat men gedwongen wordt door de partner, de omgeving, de baas, de ouder, enz. dan wordt het niet als groei beschreven, maar als zich aanpassen.

ENKELE MISVERSTANDEN EN MYTHES BETREFFENDE GROEIEN

1. Groeien is veranderen

Groeien is niet iemand of iets anders worden, het is: meer zichzelf worden. Zoals een kleine boom een grote wordt. Hij wordt niet een andere boomsoort. Een therapeut is dus geen veranderaar, maar een katalysator van ene spontaan proces.

2. Groeien is nieuw gedrag aanleren

Vooral de succesvolle gedragstherapie (bv. assertiviteitstraining) heeft de illusie gewekt dat "evolueren als mens" betekent: nieuwe gedragingen aan zijn repertorium toevoegen.

Dat kán in principe wel eens gebeuren, maar in veruit de meeste gevallen, zelfs bij kinderen, bestaat is "groeien" niet zozeer nieuw gedrag aanleren, maar veeleer het reeds bestaande gedrag, dat niet op het goede moment gebruikt werd, op andere geschiktere momenten leren gebruiken. Zoals het Windowsscherm tal van geopende programmaís kan vertonen. Een klikje op het uitstekende deel van het betreffende "veld" op het scherm volstaat om dat programma "naar voren te brengen", en de computer dus op dat ogenblik te dwingen zich te gedragen alsof hij volledig en alleen dat geactiveerde programma is. Therapie en groei-inductie in het algemeen zullen er dus meestal naar streven om het bestaande, gewenste maar in praktijk vaak verwaarloosde gedrag op het geschikte moment leren activeren.

3. Groeien is kunstmatig, dus on-echt

Hierbij vergeet men dat elke gewoonte begonnen is als een moeizaam, bewust groeiproces dat radicaal indruiste tegen de toen bestaande reflexen en neigingen. Dat het dus soms geforceerd overkomt mag men verwachten.

4. De mythe van het equivalent alternatief

Een klassieke weerstand tegen groei is de rationalisatie dat onze stijl van denken, handelen en voelen een kwestie is van vrije keus. Het ene is niet beter dan het andere. En wij mogen zelf autonoom kiezen hoe wij leven. Het is een fundamenteel recht, en vermits alles wel zijn voor- en nadelen heeft is het ene niet noodzakelijk beter dan het andere.

5. Altijd maar willen verbeteren wijst op ongedurigheid

Mensen die alles altijd beter willen doen zijn in feite niet bij machte van iets intens te genieten. Maar vermits groeien alleen maar lastig is voor wie niet kan groeien, en enkel tijdens de aanloopperiode, is het zeker geen argument om de groei-inspanningen stop te zetten of te verminderen, maar precies andersom.

Groeien, als rustige en beheerste activiteit, is integendeel een heel rustig, traag proces.

WAT IS GROEI-INDUCTIE?

BEPALING

Groei-inductie is de verzamelnaam voor elke bewuste poging om de persoonlijkheid van de medemens in gunstige zin te doen evolueren.

Daartoe behoren dus o.m. opvoeding, psychologisch consulentschap, psychotherapie, persoonlijkheidstrainingen.

SITUERING

Groei-inductie is een vorm van psychologische beïnvloeding.

Ze onderscheidt zich sterk van twee verwante vormen psychologische beïnvloeding, namelijk:

1. gedragsbeïnvloeding of manipulatie, bv. reclame, iemand een bevel geven, iemand verleiden of overhalen tot iets. Hierbij wordt alleen een eenmalig gedrag beoogd, en trekt men zich eigenlijk niet aan wat er verder met de betrokken persoon gebeurt.

Het effect van manipulatie is meestal slechts op korte termijn, en kan op langere termijn zelfs averechtse effecten uitlokken.

Als men iemand op bedrieglijke wijze rommel verkoopt of verleidt ontwikkelt de betrokkene erna vaak een sterke afkeer, zowel tegen het gedrag als tegen de persoon die hem ertoe bracht.

2. vorming of training, conditionering: hierbij streeft men niet naar het uitlokken van een eenmalig gedrag, maar wil men bepaalde gewoontes of psychologische vaardigheden bij iemand inbouwen. M.a.w., het beoogde concrete gedrag wordt direct ingeoefend. Het is een vorm van exogene persoonlijkheidsontwikkeling.

Bv. een training in assertiviteit, sociale vaardigheden, communicatievaardigheden.

Op zichzelf is dit niet verkeerd, maar vorming heeft enkele nadelen in vergelijking met groei-inductie: (1) men weet niet wat er met in de diepere lagen van persoonlijkheid gebeurt tijdens het vormingsproces (bv. men kan een observeerbaar gedrag zoals goed studeren aanleren, maar intussen door strengheid en gebrek aan gevoeligheid voor de diepere achtergronden van de betrokken persoonlijkheid misschien het zelfvertrouwen en de zin voor initiatief beperken. (2) De concreetheid van het aangeleerd gedrag is misschien een handicap op termijn als de persoon in een andere omgeving komt waar andere concrete vaardigheden vereist worden. (3) Het effect van de training verzwakt reeds vanaf het einde van de training. (4) Het effect duurt meestal slechts op halflange termijn.

3. groei-inductie streeft in principe niet naar het installeren van concreet gedrag, maar versterkt iemands vermogen om uit zichzelf, als het moet of kan, nieuw gedrag te ontwikkelen. Het effect blijft ook op langere termijn gunstig, en zal zich concreet optimaal aanpassen aan de gegeven omstandigheden. Daarenboven gaat de groei-inductie dieper, en streeft ook naar verbetering van de onderliggende, diepere factoren. Het effect neemt na het einde van de training steeds verder toe, ook buiten de gebieden waarop de persoon concreet tijdens de leerfase geoefend heeft. Het effect is ook langdurig.

Groei-inductie is dus een vorm van endogene persoonlijkheidsontwikkeling: het is het scheppen van de voorwaarden waardoor een min of meer spontane groei zal optreden. Historische nota:

Volgens Sigmund FREUD was groeien een zeldzaam, en bijna tegennatuurlijk verschijnsel. Om groei (Freud sprak van inzicht, één der belangrijkste voorwaarden van groei) tot stand te brengen moest de patiënt dus onder zware druk komen te staan: de psychoanalyse was dus vooral het opzoeken en afbreken van "weerstanden" tegen de groei. Het proces vroeg veel tijd en moeite, de therapie duurde jarenlang, dus honderden sessies.

Volgens Carl ROGERS was groei echter een spontaan verschijnsel, ja een menselijke behoefte, op voorwaarde dat de noodzakelijke voorwaarden aanwezig waren. De belangrijkste was een subjectief gevoel van veiligheid. Immers, spontaan is groei zeldzaam, omdat wij leven in een cultuur waarin het maken van fouten als een blijk van minderwaardigheid en een rechtvaardiging voor pijnlijke kritiek (zelf als hij goedbedoeld is) wordt beschouwd, zullen mensen niet graag groeien (dat betekent: toegeven dat het voorheen verkeerd was), en zelfs niet graag de fouten aan zichzelf toegeven. Zodra de therapeut echter een empathische houding aanneemt, d.w.z. bij de cliënt het gevoel wekt dat het maken van fouten geen blijk van minderwaardigheid is, en groeien het bewijs van een kwaliteit is, zal men zien dat de groei spontaan en snel optreedt, en de psychotherapie beperkt tot 10 à 20 aangename sessies.

GRENZEN VAN DE GROEI-INDUCTIE

Naast het onvoldoende beheersen van ons vak, zullen onze pogingen tot groei-inductie op een aantal grenzen stoten. De belangrijkste hiervan zijn: de imponderabilia en de motivatiegrens of weerstand.. De eerste grens schetst de beperktheid van de therapie, de tweede de beperktheid van de cliënt.

Daarnaast is er nog het risico van het ontwikkelingsscheefgroei.

De imponderabilia zijn deze zaken die de psychologie als bewuste wetenschap van de psychologische verschijnselen nog niet heeft weten te verwoorden. Hoewel we al heel veel weten, en we de kans op welslagen van mensen en groepen sterk kunnen vergroten, is lang nog niet alles bekend! Vele psychologische processen verlopen nog volgens regels die wij moeten ontdekken. Soms zal het dan ook voorkomen, dat personen die alle bekende regels volgen desondanks mislukken voor bepaalde psychologische zaken, terwijl anderen lukken terwijl ze bepaalde regels soms zelfs duidelijk met de voeten treden, maar wellicht andere, op dat ogenblik belangrijkere maar nog onbekende regels toevallig of intuïtief volgen. De nog onbekende regels noemt men in ons vak de imponderabilia, d.w.z. de zaken die we (nog) niet kunnen afwegen. Uiteraard schuift deze grens langzaam maar zeker op, maar het zal nog lang duren, wellicht eeuwen, vooraleer alle (belangrijke) zaken van de psychologie ontdekt zijn, en bewust kunnen aangeleerd worden.

We zullen later echter zien dat een goede groei(-inductie-)vaardigheid met dit fenomeen toch tot op zekere hoogte rekening kan houden.

De motivatiegrens of weerstand is het verschijnsel dat iemand, ondanks de schijnbare medewerking van zijn gezond verstand er toch niet toe komt om de nodige psychologische stappen te zetten. Dit kan veroorzaakt worden doordat zijn vermogen om zijn besluiten ook daadwerkelijk uit te voeren nog te zwak ontwikkeld is, maar anderzijds omdat de voordelen op korte termijn van de vroegere gewoonte groter lijken dan de voordelen op langere termijn van de nieuwe gewoonte. In dit geval is het moeilijk voor de geest om de stap te zetten, en zullen allerlei processen van verdringing en rationalisatie het goede voornemen ondermijnen.

De omgeving, die zich door iemands persoonlijkheidsgroei bedreigd kan voelen, en de huidige cultuur die groeivoornemens als illusorisch, overbodig of belachelijk afschildert, doen deze weerstand vergroten.

De ontwikkelingsscheefgroei is het fenomeen waarbij het sterk ontwikkelen van een kwaliteit soms ten koste gaat van de compenserende kwaliteit, en dus niet zonder gevaar is.

Bv. het ontwikkelen van een sterke neiging tot orde en wilskracht kan de creativiteit in gevaar brengen. Het ontwikkelen van een sterk zelfvertrouwen, zonder het mede-ontwikkelen van een grote openheid jegens de kwaliteiten van anderen, kan tot arrogantie leiden.

Dit risico berust gedeeltelijk op imponderabilia: de compenserende kwaliteit is nog onvoldoende bekend, bij de betrokkene maar ook soms bij de therapeut:

In het verleden zijn vele fouten gemaakt in opvoeding en onderwijs, omdat men enkele kwaliteiten van de pedagogie ontdekt had en blindelings toepaste, zonder voldoende aandacht te geven aan de compenserende kwaliteiten. Soms is het in die gevallen beter om de opvoeding (en elke andere vorm van bewuste beïnvloeding van iemands persoonlijkheid) achterwege te laten, en is de spontane aanpak beter.

Een persoonlijkheid die zich lang ontwikkeld heeft volgens het principe van de bewuste groei, eerder dan door vorming, vertoont vaak meerdere complementaire of paradoxale kwaliteiten, d.w.z. combinaties van kenmerken die bij spontane groei en vorming niet zo vaak samen voorkomen, bv.

Vlaamsgezind zijn en toch perfect Frans sprekend, ingenieur en muzikaal, wetenschapsman en poëzieliefhebber, creatief en toch niet slordig, assertief en toch niet arrogant, geëmancipeerd als vrouw en toch nog zeer warm en vrouwelijk, professioneel en sociaal zeer serieus en degelijk en toch veel belang hechten aan seksualiteit.

Vele mensen zonder paradoxale kwaliteiten troosten zichzelf door te zeggen dat ze misschien de ene kwaliteit niet hebben, maar daarentegen sterk zijn in de andere, terwijl hij die een kwaliteit niet heeft die zij wel hebben dan toch zeker zwak is in de complementaire kwaliteit. Ze laten zichzelf en de anderen graag geloven dat "paradoxale" kwaliteiten elkaar uitsluiten.

ENKELE PRINCIPES VAN GROEI-INDUCTIE

1. Logisch en psychologisch niveau van beïnvloeding/groei-inductie

We weten dat de menselijke geest een bewust en een onbewust niveau omvat. Het onbewuste bepaalt in feite het gedrag, het bewuste tracht meestal voor het onbewust gekozen gedrag een logische, aanvaardbare uitleg of rationalisatie te vinden. Een beïnvloedingspoging heeft dus de grootste kan op slagen als beide factoren aanwezig zijn: logische en psychologische argumenten. De logische omvatten een verstandelijke uitleg over het nieuwe gedrag, of het minstens in een aanvaardbare context kunnen situeren, de psychologische omvatten een reeks emotionele, subjectieve, emotionele argumenten om het gedrag te stellen.

Tot de psychologische behoren: sfeerscheppen, fantasmatische verbanden leggen met de eigen behoeften, rekening houden met de verzetsfasen en weerstanden, de groepsdruk, maar vooral:

  1. maak datgene wat je wil laten doen aantrekkelijk, en
  2. maak jezelf (als groei-inductor) aantrekkelijk.

Iemand op een lieve manier iets uitleggen wordt veel beter aanvaard dan als men uitleg koppelt aan een negatieve boodschap.

Beide soorten factoren zijn belangrijk, maar de psychologische zijn de vaakst vergetene, omdat het zo verleidelijk is iemand aan te tonen dat hij mis is, en dat men het zelf beter weet. Zelfs al is dit waar, het is psychologische een weerstandoproepende aanpak.

Om echte groei te verwezenlijken moet men dus zowel op de bewuste als op de onbewuste lagen van de geest inspelen. Het tweede is het belangrijkste, omdat het menselijk gedrag eerder door het onbewuste dan door het bewuste bepaald wordt.

2. Ervaringsleren werkt veel, veel beter dan theorie geven

De hersenen worden elke dag, elk ogenblik overspoeld door een omvangrijke reeks gegevens. Om het eigen geheugen wat te beschermen, worden slechts die indrukken binnengelaten die begeleid zijn van goede of slechte emoties. Zuiver theoretisch leren is heel zwak qua begeleidende emotionele signalen, ervaring daarentegen spreekt hoe dan ook veel meer aan.

Daarenboven worden in een praktische ervaring veel meer associaties gelegd dan in een theoretisch leermodel.

OPMERKING: de regel van twee

Bij het denken over en aanpakken van psychologische fenomenen is men vaak verleid om simplistisch te werk te gaan. De regel van twee is een vuistregel om dit simplisme te vermijden.

Voorbeelden van de regel van twee:

  1. mensen moeten steeds aangepakt worden op de twee niveaus tegelijk, dus logisch en emotioneel. De benadering beperken tot één van deze twee aspecten vertraagt het effect aanzienlijk. Bevorder dus zowel motivatie als inzicht.
  2. een ander voorbeeld van twee niveaus is: het waarneembare gedrag en de onderliggende persoonlijkheidskern. Deze laatste omvat algemene psychologische processen zoals: fundamenteel zelfvertrouwen, creativiteit
  3. Men moet zich nooit beperken tot het afleren van het "slechte" gedrag, maar vooral het positieve alternatief bewust stimuleren. Of wees zowel bezig met het te bestrijden probleem als met de oplossing, het positief alternatief.

Bv. Iemand die wil stoppen met drinken moet tevens sterk zijn sociale vaardigheden aanzwengelen, zodat hij geen alcohol meer nodig heeft als sociale "facilitator".