6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6930 Alexandrië

DE ALEXANDRIJNSE BOODSCHAP


Inleiding

Het oude Alexandrië (Portaalsite), dat bestond van ongeveer 300 vC tot ongeveer 700 nC was een extreem boeiende stad vanuit cultureel standpunt, hoewel zij, en wellicht omdat zij, politiek, religieus en militair niet de minste betekenis heeft gehad, en wellicht daardoor zwaar miskend wordt in onze traditionele geschiedenisboeken. De wetenschappen, van wiskunde (met o.m. Euclides) tot kosmologie, kenden daar een ongelooflijke bloei, die pas in de Renaissance werd geëvenaard, waarbij vele Alexandrijnse teksten, o.m. over algebra, trouwens onze wetenschappelijke Renaissance sterk geïnspireerd hebben. Maar daarenboven kende ook de wijsbegeerte daar een enorm hoge vlucht, die uitmondde in Plotinus.

 

De eerste grote christelijke denkers van tijdens de eerste eeuwen woonden allen in Alexandrië, en ook de oudste versie van het Oude Testament, aldaar in het Grieks vertaald als de "Septuagint", is het oudste document van de Bijbel, nuttig voor joden en christenen. Het oudste hebreeuwse document van de Tora is zelfs duizend jaar jonger, vermits de oorspronkelijke verloren zijn gegaan nadat de Romeinen de Joden uit Jeruzalem verdreven hebben.

 

En het is uit Alexandrië dat fascinerende fenomenen als Gnosis en Alchemie afkomstig zijn, en teksten als de Tabula Smaragdina en het Corpus Hermeticum.

 

Redenen genoeg dus om dat intrigerend fenomeen te bestuderen, niet alleen terwille van deze kennis, die we intussen wel al zullen overtroffen hebben, maar vooral voor het intellectuele proces dat zo'n enorme realisatie mogelijk gemaakt heeft. Het is onze hypothese dat Alexandrië geestelijk zo indrukwekkend groot werd omdat daar het integratieproces zo'n onwaarschijnlijk grote kans kreeg.


Een stukje geschiedenis

In 331 vC, toen de dynamische krijgsheer Alexander de Grote, Koning van Macedonië, ondanks zijn jeugdige leeftijd Egypte bevrijd had van het Perzische juk en als bevrijder en nieuwe farao werd onthaald, besliste hij een nieuwe hoofdstad te bouwen voor Egypte. De prachtige monding van de Nijl in de Middellandse Zee, bij het dorpje Rhakotis, vlakbij de plaats waar weldra de vuurtoren op het eilandje Faros zou verrijzen, leek hem een geschikte plaats. Hij zou vele steden bouwen, maar deze moest de parel aan zijn kroon worden, zowel uiterlijk als innerlijk. Hij vertrouwde deze taak toe aan zijn trouwe Griekse veldheer Polemaeus, die zichzelf later aanstelde als de nieuwe farao Ptolemaeus I Soter, hetgeen betekent: de Verlosser. En alhoewel Alexander de aanzet tot de oprichting van deze fabelachtige stad had gegeven, zou hij hem zelf nooit aanschouwen. Jaren later evenwel zou zijn stoffelijk overschot in deze stad begraven worden.

 

Ptolemaeus had de befaamde Griekse bouwmeester Dinocrates laten overkomen, en deze ontwierp het plan voor een ideale polis. Een schitterende stad zou verrijzen waar de duizenden jaren oude Egyptische Mysteriën, de Griekse Wijsheid en het Joodse Dynamisme en later het optimistische Christendom elkaar zouden komen verrijken in een Gnostisch Integratieproces. Er werd een Tempel gebouwd voor een nieuwe god, Serapis, een integratie van de Egyptische Osiris, de god der eeuwige levenskracht, en een Griekse god, symbool van wijsheid. Daarom ook werd het Tempelcomplex Serapeüm genaamd. Het zware Griekse godsbeeld werd moeizaam aangevoerd vanuit het verre Sinópe, aan de Zwarte Zee. Tijdgenoten beschreven Alexandrië als mooier, groter en invloedrijker dan Athene, Rome en Jeruzalem.

 

Boven en rond de Tempel van Serapis verrees langzamerhand het Serapeüm, dat net als een groter naburig gebouw, toegewijd aan de Muse en daarom Museum genaamd, opgevat werd als bibliotheek met klaslokalen en later ook verblijfkamers voor geleerden. Daartoe werd de geniale Atheense wijsgeer en stadsmagistraat Demetrius van Faleroon, leerling van Aristoteles, uitgenodigd, en deze legde de structuur van de bibliotheek vast. Alexandrië groeide uit tot het duizend jaren durend geestelijk centrum van de Westerse cultuur, waar de grootste denkers, zoals Archimedes, Euclides, Filo, Plotinus, en talloze bekende en minder bekende anderen, hun opleiding kregen, en waar 72 Geleerden de Bijbel in het Grieks vertaalden en er zelfs nieuwe teksten aan toevoegden, teksten die de Hebreeuwse joden later weer schrapten, op basis van de overweging dat Jahweh onmogelijk in het Grieks kon hebben geïnspireerd.

 

Rond 100 nC werd daar het Corpus Hermeticum geschreven, met de meest vooruitstrevende kosmologische opvattingen uit die tijd, voortbouwend op de eeuwenoude Egyptische inzichten, en wonderwel gelijkend op de modernste hedendaagse opvattingen. Ook de Tábula Smaragdína, de basistekst van de alchemie, dateert uit deze periode.

 

De bibliotheek werd in drie malen vernield door wereldlijke en godsdienstige heersers die vonden dat het vrije, integratieve denken te bedreigend was voor hun status, en plaats moest ruimen voor hun macht en onbespreekbare dogma's.

 

In 47 vC liet Caesar, die de stad belegerde, de schepen van de haven in de vlammen zetten, maar de brand sloeg jammer genoeg over naar de Bibliotheek.

 

In 391 nC ontstaken fanatieke christenen de Bibliotheek, omdat ze na het concilie van Nicea vonden dat er geen plaats meer was voor Gnostische en andere niet-christelijke teksten en gedachtegoed.

 

Telkens echter werd de rijke inhoud van de bibliotheek door de wijsgeren en geleerden zoveel mogelijk hersteld, ondermeer met kopieën van boekrollen afkomstig van de eveneens beroemde Bibliotheek van Pergamon, zodat de inhoud uiteindelijk deze van vóór de brand telkens overtrof.


Maar in 642 beval kalief Omar van Bagdad de Moslims om het gebouw en de boeken te vernietigen. Hij zei: Ofwel spreken deze teksten de Koran tegen, en zijn ze ketters en verwerpelijk, ofwel bevestigen ze de Koran, en zijn ze overbodig. In beide gevallen kunnen ze dus vernietigd worden. Men gebruikte de perkamenten als brandstof voor de publieke baden van de stad.

 

Sindsdien ligt de ingestorte Tempel van Serapis bedolven onder de ruïnes van de Bibliotheek. De Gnostici hebben de rijke inzichten echter verborgen, gered en verspreid over de westerse wereld. Dit leidde tot het ontstaan van de Alchemie, en deze gaf op haar beurt uiteindelijk gestalte aan onze wetenschappelijke Renaissance.

 


Enkele grote figuren

Alexander de Grote (Stichter van de stad) (Macedonië 356 – Babylon 323 v.C.) “Bevrijdde” Egypte van de Perzen, en herorganiseerde Egypte volgens de oude structuren en tradities. Werd zelf tot farao gekroond in Memfis. Stichtte de stad Alexandrië in 331 en werd er later begraven. Stichtte nog 11 andere steden onder die naam.

Ptolemaeus Soter (Macedonië 367 - Alexandrië 283 v.C.) Veldheer onder Alexander, verkreeg het Egyptische deel van Alexanders rijk bij diens dood. Werd stamvader van een nieuwe dynastie van 12 farao’s, eindigend met Cleópatra. Organiseerde de opbouw van Alexandrië. Om het Egyptischer te laten klinken veranderde hij zijn Griekse naam Polemaios in Ptolemaios. 

Dinocrates (rond 331) Beroemd Grieks architect, die door Alexander uitgenodigd werd om de bouw van Alexandrië te leiden. Hij trachtte een ideale stad te ontwerpen.

Euclides (Tyrus 325 – Alexandrië 265 v.C.) Beroemdste mathematicus van de oudheid. Schreef de Elementa.

Aristarchus van Samos (Samos 310 – Alexandrië 230 v.C.) Ontdekte het heliocentrisme, en mat vrij juist de afstand van de zon en de maan van de aarde, en de omvang van die hemellichamen.

Eratosthenes van Cyrene (Cyrene, Shahhat, Libië, 297 – Alexandrië 194 v.C.) Studeerde wijsbegeerte in Athene. Derde bibliothecaris van het Mouseion. Beschreef Plato’s wiskunde en vond een soort meetlat uit. Hij beschreef als eerste de priemgetallen en beschreef vrij nauwkeurig de omtrek van de aarde.

Demetrius van Falero(on) (in Alexandrië 290-282 v.C.) Grieks filosoof, leerling van Aristoteles, was 10 jaar heerser over Athene, werd na zijn verbanning uitgenodigd om de bibliotheek van Alexandrië te komen inrichten.

Archimedes (Syracuse, Sicilië 287 – 212 v.C.) Na zijn studies in Alexandrië, met de leerlingen van Euclides, en waar hij de beroemde Schroef uitvond, woonde en werkte hij weer op Sicilië. Riep “Eurêka”, en ontwierp de oorlogstuigen die Romeinse oorlogsschepen uit het water konden lichten. Van hem komt het getal pi.

Manetho(on) (Onder Ptolemaeus II, 3e eeuw v.C.) Egyptisch geschiedschrijver (“Aegyptiaca”) die de lijst der Farao’s opstelde en hun belangrijkste historische gegevens.

Filo(on) (Alexandrië 20 v.C. – 50 n.C.) Hellenistische jood die de hebreeuwse levensvisies trachtte te integreren met het Griekse denken, o.a. met het Platonisme en de Stoa.

Hero(on) (Alexandrië 10 – 75 n.C) Doceerde fysica en wiskunde aan het Mousèion. Schreef vele boeken o.a. pneumatica, en over automatisch bewegende poppen.

Basilides (Alexandrië of Antiochië - Alexandrië 133) Bekend gnosticus, vaak geciteerd door Jung. Trachtte ook de christelijke (men vermoedt dat hij Matthaeus gekend heeft) en joodse stellingen te integreren. Beïnvloedde Valentinus.

Pantaenus Stichter van de christelijke filosofische school van Alexandrië. Was zeer actief maar liet weinig geschriften na. Vooral beroemd door zijn leerlingen Clemens, en diens leerling Origenes.

Valentinus (Phrenobis, Egypte 100 - Cyprus 175) Zeer creatief denker, eerder Stoïcijns en Gnostisch dan christelijk. Beïnvloed door Basilides en Theukas, een vriend van apostel Paulus. Eén der gnostische teksten van Nag-Hammadi zou van zijn hand zijn (Evangelie van de Waarheid). Verbleef lang in Rome.

Clemens (Athene 150 - Antiochië 215) Een der eerste en grootste christelijke denkers. Inspireerde zich op Plato, de Stoïcijnen (Musonius Rufus) en de Gnostici. Benadrukte sterk de morele aspecten van het christendom. leidde de Alexandrijnse "catechetische" school na Pantaenus. Leraar van Origenes. Vluchtte tijdens de vervolging door Septimius Severus (202) naar Jeruzalem, en later naar Antiochië.

Origenes (Alexandrië 185-254) Was een invloedrijk schrijver na de vervolgingen door Septimius Severus (202). Bouwde verder op het Platonisme, en bestreed de uitwassen van het heersend Gnosticisme. Leerling van Clemens. Is één der grootste schrijvers van het latere Latijnse christendom. Schreef veel over interpretaties van het Oude Testament, de Septuagint.

Diophantus (Alexandrië 200-284 n.C.) Vader van de algebra. Schreef meerdere boeken, o.a. Arithmetica. Zijn werken beïnvloedden sterk de wetenschap in de Renaissance.

Plotinus (Assioet, Egypte 204 – Rome 264 n.C.) Integreerde Plato’s theorieën met modernere wetenschappen. Vestigde zich later in Rome, en stichtte er Platonópolis, een neoplatonistische gemeenschap. Zijn neoplatonistische theorieën werden neergeschreven door zijn leerling Porfyrius in het boek De Enneáden, en vormen het hoogtepunt van de niet-christelijke westerse wijsbegeertes.

Arius (Libië 250 - Constantinopel 336) Christelijk denker, later deken en priester gewijd in Alexandrië, die de stelling bevestigde dat Christus een soort halfgod was, tussen God en mens, uit het niets geschapen door de Vader, dus niet coëxistent met hem (Arianisme). Was ook een begaafd schrijver en dichter. Later verbannen door de bisschop van Alexandrië en leefde lang in Antiochië, de tweede intellectuele stad van die tijd. Periodisch weer verzoend met Keizer Constantijn.

Athanasius (298-373) Bisschop van Alexandrië, hevige bestrijder van het Arianisme. Schreef veel over het Nieuwe Testament, en stelde de lijst samen van de boeken ervan. Gebruikte soms nogal diplomatische (sommigen spreken van maffieuze) methodes om de officiële leer te "verdedigen". Werd dan ook vaak verbannen, maar keerde steeds terug. Sommigen zien in hem de geestelijke vader van fenomenen als Heilige Oorlog en Inquisitie.

Hypatia (Alexandrië 370? – 415) Deze begaafde dame, dochter van Theoon, de laatste Bibliotheekdirecteur, was wiskundige, sterrenkundige en Neoplatonistisch filosoof. In het conflict tussen de bisschop en de heidense stadsprefect werd Hypatia door monniken op straat aangevallen, verminkt en vermoord achterin een kerk.

Sint–Jan de Aalmoezenier (Cyprus, gest. 620) Rijke inwoner van Cyprus, werd patriarch van Alexandrië, deed veel voor vluchtelingen voor de oprukkende Perzen, financierde het herstel van de basiliek (niet de tempel) van Jeruzalem. Werd de patroonheilige der Tempeliers.

Leonardo van Pistoia Italiaanse monnik, vond het Corpus Hermeticum in een Grieks klooster in Macedonië, schonk het aan Cósimo de` Médici, die het dringend door Marsílio Ficíno in het Latijn liet vertalen (1463).

 


Plotinus

Dit is een samenvatting van de opvattingen van Plotinus, de laatste grote niet-christelijke Westerse wijsgeer. Had het christendom, vereenvoudigd door de pragmatische en autoritaire Romeinen, aan de andere denkrichtingen niet het zwijgen opgelegd na zijn verheffing tot staatsgodsdienst, het Westen zou wellicht tot op heden geademd hebben in de hoogstaande levenswijsheid van Plotinus en de Stoïcijnen.

 

Geïnspireerd door Plato stelde Plotinus dat de werkelijkheid ontstaan is als realisatie van de Wetten en de sluimerende mogelijkheden van de Logos. De hogere levende wezens worden zich progressief bewuster van deze natuurwetten en sluimerende mogelijkheden. Terwijl de ziel datgene is dat van dode stof levende maakt, zoals bij planten en dieren, waaronder ook de mens, is de geest de volheid van abstract en creatief inzicht, en is slechts bij bewust zoekende en zichzelf sturende mensen aanwezig. Alleen bij hen komen al onze mogelijkheden van Denken, Handelen en Voelen tot hun volle bloei.

 

Deze bewuste en scheppende Geest is aanwezig in iedereen die bereid is hem te ontvangen. In de Geest zijn bestaan, denken en scheppen wezenlijk hetzelfde, en de scheppende ideeën zijn het leven zelf.

 

Het Slechte wordt omschreven als het product van mensen die kortzichtig en impulsief op zielsniveau functioneren, het Goede als de vrucht van de bewuste en verder-ziende scheppingen van de geest. Het Slechte is dus het gevolg van de afwezigheid van geest, dus van het gedrag van mensen die enkel geleid worden door de dierlijke ziel, die dus zoals dieren enkel denken aan het eigen heil, en niet bewust streven naar een integratie met de wereld rondom hen.

 

Het geheim van een goed begrip van Plotinus bestaat er in om de fundamentele begrippen van het bestaan, zoals Logos, ziel, geest, als pure abstracties, functioneringsniveaus te blijven zien. Het zijn slechts de simpelen van geest die de neiging niet kunnen onderdrukken om deze soms moeilijke abstracties te belichamen in autonome krachten en levende wezens, ja in goden. Zo hebben de Egyptenaren het fundamentele begrip Maät, wat evenwicht, integratie van tendensen betekent, uiteindelijk tot een godin, de dochter van Oppergod Aton-Re, gepersonifieerd.

Wij bereiken het geestelijk niveau door ons open te stellen voor de intuïties van de Geest, door eerlijk te zoeken en geestelijk te oefenen, door lichamelijke zuivering en spirituele meditatie. Dit geestelijk groeiproces mondt uit in een diepe en extatische vereniging met die Logos, door samen te voelen, te denken en te handelen. Plotinus geeft áán zo’n extase meermaals in zijn leven ervaren te hebben.

 


Wat kunnen we leren van Alexandrië?

  1. Onze geschiedschrijving is duidelijk vervalst, en herschreven vanuit de stellingen die kerkleiders en politici later graag bevestigd wilden zien. Hoe kan het anders uitgelegd worden, dat een stad die groter was en mooier was dan Rome, Athene en Jeruzalem, langer heeft blijven bestaan en gedurende 1000 jaar zoveel invloed gehad heeft op de westerse cultuur, in onze geschiedenisboeken praktisch niet aan bod komt. De verdringing van de historische waarde van Alexandrië is een typisch voorbeeld van (frequent toegepaste) passieve geschiedenisvervalsing, niet door te liegen maar door bepaalde belangrijke elementen niet te vermelden, zodat in onze geest een onjuist beeld van de werkelijkheid en het onderling belang van haar elementen ontstaat.
  2. Vele "ontdekkingen" die aan anderen worden toegeschreven, gebeurden eigelijk in Alexandrië
    • De "Juliaanse" en "Gregoriaanse" kalender die wij gebruiken werd opgesteld in Alexandrië
    • Algebra is geen uitvinding van Arabieren of Indiërs, maar van de Alexandrijnen. Diophantus' boek over Algebra deed een triomftocht door Europa in de jaren 1600.
    • Het besef dat de aarde rond is, en het geocentrisme werden niet in de Renaissance ontdekt, maar door de Alexandrijnen. De omvang van aarde en maan, alsmede de afstand tussen aarde, maan en zon werden verbazingwekkend exact berekend door de Alexandrijnen, met driehoeksmeting en vertrekkende vanuit de lengte van de schaduw der obelisken van Syene (Aswan) en Alexandrië.
    • De Alchemie, de bakermat van de westerse scheikunde en natuurwetenschappen in het algemeen (ook Newton was een alchemist), is van Alexandrijnse oorsprong.
  3. Een kruising van culturen leidt tot een inspirerende integratie die vaak de creativiteit bevordert. Trouwens, de grootste Griekse denkers woonden bijna steeds buiten het Grieks vasteland, van Syracuse tot Alexandrië en Kos, en ondergingen dus ook een integratie tussen het Griekse en het niet-Griekse denken.
  4. De Renaissance knoopte op vele wetenschappelijke punten weer aan met de Alexandrijnse cultuur, die met de moord op Hypatia en de vernieling door de Arabieren tot een einde kwam. Het "Einde van het westers denken" (The Closing of the Western Mind) rond de dood van Hypatia wordt schitterend beschreven door de Engelse historicus Charles Freeman (2002). Terwille van de machtspositie der Romeinse en Byzantijnse keizers moet (1) het christendom eenvoudig en voor de massa bevattelijk zijn, (2) moet er een goddelijk gezag achter het gezag van de keizer, de religieuze hiërarchie en de bewijzende christelijke teksten staan. Het geloof verving toen voor 1000 jaar het kritisch denken.
  5. De Alexandrijnse cultuur bracht het westen niet alleen wetenschappelijke kennis, maar via de Tabula Smaragdina, het Corpus Hermeticum en Plotinus tevens een spiritueel elan en een humanistisch, niet-christelijk denkkader, dat kan vergeleken worden met de constructief en postmodern denken van de tweede helft van de twintigste eeuw. Het Corpus Hermeticum, steeds maar herdrukt en in vele talen vertaald, heeft gedurende twee eeuwen de Europese denkers diep gemotiveerd tot autonome zelfontplooiing.
  6. De Alexandrijnse cultuur was het hoogtepunt van de Westerse pre-christelijke cultuur. De periode van duizend jaar sinds de vernieling van Alexandrië tot de "Heropstanding" van het westers denken in de Renaissance, die de Alexandrijnse traditie weer opnam, zijn vanuit wetenschappelijk en spiritueel standpunt (niet vanuit artistiek en sociaal) eigenlijk een beetje verloren tijd geweest.
  7. De Alexandrijnse cultuur doorprikt tevens de mythe dat het westen weliswaar technologie voortgebracht heeft, maar dat de diepere waarden uit Azië, en vooral dan uit Indië en het Boeddhisme afkomstig zijn, en pas in de twintigste eeuw in het westen ingevoerd. Tal van spirituele opvattingen en methodes, met inbegrip van de niet-menselijke natuur van god, meditatie, reïncarnatie, piekervaringen, zelfs de vasten en het vegetarisme, vindt men duidelijk terug in het Alexandrijnse denken, o.m. bij Plotinus, maar ook reeds bij Pythagoras, die vóór hij uitweek naar Zuid-Italië (Krotoon, Crotone) lange tijd verbleef in de Noord-Egyptische streek waar enkele jaren later Alexandrië zou gesticht worden.
  8. Zelfs de eerste en grootste christelijke denkers waren allen Alexandrijnen. Het is pas als de Romein Constantijn het christelijk geloof gereduceerd had tot een pragmatische Latijnse versie, dat de veel genuanceerder Alexandrijnse christelijke "kerkvaders" (zoals Clemens, Origenes, Athanasius, Cyrillus) tot "ketters" werden verklaard.
  9. De gedachte van de vrouwenemancipatie is geen recente Franse uitvinding, maar bestond reeds in Alexandrië, van Cleopatra tot Hypatia. (Ze bestond overigens ook reeds bij de Kelten en de Germanen)
  10. De westerse cultuur van vandaag kan terecht als de voortzetting van de Alexandrijnse worden beschouwd, waarbij een integratie werd gemaakt van vooral de Egyptische mystiek en het Griekse rationele denken, maar ook van de Babylonische wetenschappelijkheid en het joodse fundamentele zelfvertrouwen.