7000-7999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

7200 Spreken in publiek


SPREKEN IN PUBLIEK

INLEIDING

Deze vaardigheid wordt het best geleerd al doende, en niet zozeer door erover te lezen. Deze tekst bevat dan ook enkel praktische suggesties, die je het best kan beoordelen door ze te doen, liever dan vooraf gevoelsmatig af te wegen of het "je aanspreekt", en ze dan al dan niet gebruiken.

Enkele belangrijke factoren voor het spreken in publiek, die in elke andere handleiding staan, gaan we hier niet bespreken, omdat ze elders in deze cursus specifiek aan bod komen, zoals zelfvertrouwen, durf, geheugentechnieken, enz.

VOORBEREIDING

  • Spreek nooit zonder voorbereiding: het is altijd een beetje stuntelig, zelfs al kan je goed improviseren. Zet minstens in de minuten daarvóór enkele krabbels op papier, zodat je improvisatie toch een zekere lijn krijgt.
  • De voorbereiding is zeer belangrijk. Zelfs al lees je je toespraak niet voor, hetgeen aan te raden is, dan nog is het hebben van een structuur heel belangrijk. Buiten zinnen en citaten die je letterlijk moet voorlezen zet je best slechts titels en onderwerpen op papier.
  • In de voorbereiding moeten de dingen zitten die hier verder worden aangeraden. Overloop deze lijst tijdens je voorbereiding. Voeg er suggesties aan toe die specifiek voor jou zijn.
  • Om de inhoud uit te werken kan je inspirerende vraagjes gebruiken zoals "wie? wat? waardoor? hoe?", of logische begrippen zoals "omschrijving, oorzaak, verschijningsvormen, consequenties, concrete toepassingen voor ons, wat eraan doen?", enz.
  • Ook de "negatieve vraag" is een belangrijke inspiratievraag, zoals: "wat zal men waarschijnlijk niet goed vinden aan mijn toespraak?" Daar moet je dan in de voorbereiding extra aan werken.
  • De voorbereiding verloopt ook best door de cyclus van inspiratie en integratie enkele malen te doorlopen.
  • Je voorbereiding afronden door je toespraak twee keer voor een spiegel te houden, en zo mogelijk op te nemen en te beluisteren/bekijken.

BEGIN

  • De inleider danken, en hem/haar bij naam noemen. Zie dat je die naam kent!
  • Beginnen met de aandacht te wekken, bv. met een verhaal, een zekere tragiek, een diep psychologisch probleem wekt onmiddellijk veel aandacht. Sommigen beginnen zelfs met een stuk verhaal vóór zij "Goede avond, dames en heren" zeggen.
  • Het publiek gunstig stemmen (bv. door een grap, of door een plezante allusie op een plaatselijke toestand).
  • Het is zeer elegant om een parallel te trekken tussen je begin en je slot: een vraag/probleem stellen in het begin en die op het einde beantwoorden/oplossen, refereren naar dezelfde persoon of situatie, enz.

MIDDENSTUK

INHOUD

  • Het is heel belangrijk om veel concrete voorbeelden te geven. Liever eerst het voorbeeld of de illustratie en pas dan de boodschap die je wil brengen, dan omgekeerd.
  • Humor (voorbereid!) mag zo mogelijk niet ontbreken. Vermijd spottende humor en sarcasme.
  • Als het kan: illustreren, al was het maar een klein schemaatje op het bord zetten. Ook in de illustraties mag humor zitten.
  • Mensen zijn altijd het meest geboeid door achtergronds- of randinformatie, die ze elders meestal niet te horen krijgen.
  • Eerder vraagstellingen dan titels, bv. eerder "Wat doe je nu met zo iemand?" dan "En nu de behandeling".
  • Streef niet naar volledigheid: je wordt saai en langdradig. Liever enkele duidelijke ideeën. Geef wel aan dat er uiteraard nog meer komt bij kijken, anders lijk je simplistisch.

ONDERTOON/PSYCHOLOGISCH

  • Vergeet nooit dat luisteraars niet zozeer overtuigd worden of weerstand voelen door logische argumenten, maar veel meer door psychologische, emotionele factoren. Maak daarom duidelijk (maar niet overdreven) gebruik van gelukwensen om wat reeds is gerealiseerd, geloof om wat ze aankunnen, welgemeende complimentjes, enz.
  • Refereer zo mogelijk naar andere sprekers, bv. de inleider, de voorzitter, enz.
  • Insinueer nooit dat je iets brengt waar zij nog nooit aan gedacht hebben. Stel het liever voor als aanknopen bij wat ze zelf al hebben vermoed/gerealiseerd, enz.
  • Geen vragen stellen aan het publiek. Dit komt schoolmeesterachtig en bedreigend over, en men voelt zich niet op zijn gemak.
  • Niet aarzelen om jezelf te relativeren. Dat verhoogt het sympathiegevoel voor jou.
  • Zo weinig mogelijk voorbeelden uit je eigen leven, tenzij mislukkingen en onhandigheden. Probleemloze successen komen narcistisch over.

NON-VERBALE ASPECTEN

  • Traag en duidelijk spreken.
  • Glimlachen
  • Pauzes durven aanwenden, bv. tussen een gestelde vraag en het antwoord
  • Oogcontact, ook tijdens het applaus. Niet steeds naar dezelfde luisteraar kijken, wend je blik niet af van het ogenblik dat hij/zij naar u kijkt.
  • Je blik discreet afwenden als iemand geeuwt.

VRAGENUURTJE

  • De vraag herhalen want vele aanwezigen hebben ze wellicht niet goed gehoord
  • Steeds aangeven dat de vraag belangrijk is. Zeker geen schampere opmerkingen of kritische tegenvraag
  • In het antwoord steeds genuanceerd zijn,. d.w.z. altijd meer dan één mogelijkheid geven. Anders word je zeker "gepakt" op je eenzijdigheid, want in het publiek zit steeds iemand die het tegengestelde denkt, en die dit zal verdedigen, al was het maar om zijn eigen keuzes te rechtvaardigen.

SLOT

  • Liever te kort dan te lang. Het vraagstellen mag even lang duren als de voordracht, en is voor de mensen boeiender. Het is ook gemakkelijker voor de spreker omdat hij dit niet moet/kan voorbereiden, en veel concreter moet zijn.
  • Zo mogelijk refereren naar iets wat je in het begin hebt gezegd.
  • Het publiek bedanken voor de boeiende aandacht en de interessante vragen.

OEFENINGEN

Een korte spreekbeurt houden, en aan het publiek suggesties vragen hoe het nog beter had kunnen zijn. Niet vergeten de autosuggestietechnieken te gebruiken vooraf.