8000-8999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

8100 Beperkingen van Democratie


Het democratisch bestuursmodel, hoewel sinds den beginne geprezen als de ideale oplossing en enig valabel alternatief voor fascistische en autoritaire systemen vertoont echter enorme beperkingen waardoor het oorspronkelijke ideaal weinig of niet gerealiseerd kan worden. Enkele der grootste gebreken zijn:



De verkeerde uitgangspunten

1. De Mythe van de Spontane Democratie

De spontaanheidsmythe gaat ervan uit dat optimaal functioneren van zelf gaat, als de "Remmende factoren" maar uitgeschakeld worden. In het geval van de "democratische revoluties" zoals de Franse en de Oktoberrevoluties, en de studentenrevolte van mei 1968, volstond het dus om de autoritaire machthebbers, de dictators, het establishment uit te schakelen, opdat zich spontaan een democratie en een democratische participatie zouden installeren. Dus het guillotineren van de Franse koning en het fusilleren van de Tsaar zouden moeten volstaan om automatisch de democratie in te stellen. Zoals het verjagen van de kolonisator in Afrika zou volstaan hebben om dezelfde welvaart te handhaven, nu echter onder bestuur van veel wijzere zwarte leiders.

De praktijk heeft het omgekeerde aangetoond. Enkele jaren na de Franse revolutie was er keizer Napoleon, en later weer koningen, Stalin was erger dan de ergste Tsaar, en Afrika is door corruptie en incompetentie teruggevallen naar toestanden die erger zijn dan voor het begin van de kolonisatie.

Zijn die wijd bejubelde revoluties dan mislukt? Neen, maar om van secundair te kunnen overschakelen naar een meer tertiair systeem moet de groep, die het nieuwe systeem dragen moet, daar klaar voor zijn, d.w.z. bewust weten wat tertiair functioneren met een maximale verantwoordelijkheid, een studieplicht, gedisciplineerde participatie en het kunnen hanteren van de regels van de integratie.

Dit was echter niet het geval. Alleen een paar negatieve aspecten werden bestreden, en deze waren wellicht niet eens de oorzaken, maar hoogstens enkele compensatiepogingen. Als er namelijk geen participatie van de basis is dan kan het bestuur van de groep niet anders dan autoritair gaan besturen.

2. De mythe van de symmetrische mogelijkheden

Een andere mythe waarop het democratisch ideaal berust is de "symmetrie" der mogelijk beslissingen, d.w.z. dat er, buiten de logische voorkeur voor één optie, geen enkele onlogische factor is die dbeslissingen beïnvloedt in een bepaalde zin. Democratie is dus de absolute vrijheid om gelijk welke keuze te maken. Je moet gewoon je overtuiging meedelen, er gewoon "achter" staan.

Wat echter mocht blijken dat één bepaalde beslissing waarschijnlijker is dan een andere om redenen die niets te zien hebben met haar intrinsieke waarde... En zo is het helaas. Er zijn tientallen voorbeelden van evoluties die veel gemakkelijker in één richting gaan bij vrije, "democratische" keuzes, maar bijna nooit in de andere, om tal ban andere redenen dan de waarde van het project zelf:
- wat in enkele woorden kan worden uitgelegd maakt veel meer kans dan dingen die veel uitleg en begripsinspanning vergen
- alternatieven die de anderen betreffen maken veel meer kans dan alternatieven waardoor men zelf de hand aan de ploge zal moeten slaan.
- iets afschaffen/verbieden wordt doorgaans verkozen boven iets nieuws moeizaam opbouwen
Bv een school beslist makkelijker het uniform af te schaffen dan een uniform in te voeren
- iets invoeren dat niemand nog gedaan heeft is veel moeilijker dan iets invoeren wat men al kent
- iets invoeren dat elders al gebeurt gaat veel vlotter dan als men zelf de eerste(n) is.
- het voorstel van iemand die er vaak maakt en langzamerhgand bedreigendoverkomt voro andere belangrijke groepsleden, maakt minder kans (zelfs al is het veel beter). Dit fenomeen van de asymmetrie van mogelijkheden maakt democratie zo onbruikbaar als bestuursmethode voor groepen die streven naar continue verbetering van hun realisaties.

3. De mythe van "de meerderheid weet het het best"

Democratie bouwt verder op de onuitgesproken veronderstelling dat de wijsheid bij de meerderheid berust. En als dat niet zo is, dat dan is het toch het "recht" van de meerderheid om zelf te beslissen wat ze doen moet.

Integendeel, vermits de psychologische als de sociale verschijnselen een toenemende neiging tot groei vertonen, en vermits elke nieuw idee begint bij één persoon of een minderheid, kan men bijna prinicpieel zeggen dat, hoe beter het voorstel, hoe minder mensen het zullen begrijpen en steunen.
Bv Daarom evolueren veel clubs niet door inwendige verandering, maar door afscheuring en onder druk van concurrenten die verder zijn geëvolueerd.

Kortsluitingen in het systeem

1. De Presidentsparadox

Deze paradox legt uit waarom de effectieve leiders, zelfs democratisch verkozen, zo slecht functioneren, alsof zij voor hun opdracht niet opgewassen zijn.

De kwaliteiten namelijk, vereist om in een (pseudo-)democratisch systeem aan de macht te kunnen komen, zijn namelijk gans andere dan de kwaliteiten, vereist om een goed leider te kunnen zijn. Deze paradoxale situatie zorgt ervoor dat de goede leiders eigenlijk nooit aan de macht kunnen komen, en omgekeerd. en als ze soms eens tijdelijk aan de macht komen als "technocraten", dan komen zij meestal heel sterk in botsing met de belangengroepen en de partijen die men deze belangengroepen gelinkt zijn.

2. Het Ignorantieprobleem

In een "echte" democratie mag (en moet soms) iedereen stemmen, ook zij die weinig of niets weten van de problemen waarover gestemd wordt, laat staan dat ze hebben nagedacht over of ervaring hebben met de mogelijke oplossingen. 

Sommige partijen, vooral de linkse, pleiten voor dit systeem dat zij "rechtvaardig" noemen omdat "iedereen zijn stem" kan uitbrengen. De praktijk heeft uitgewezen dat, hoe minder inzicht bij de kiezers aanwezig is, hoe "linkser" hun stem wellicht zal zijn, d.w.z. enkel denkend op korte termijn en over de onmiddellijke implicaties voor de meerderheid, wat dit op langere termijn ook moge geven. Groepen met minder inzicht zijn ook gemakkelijker te manipuleren, vooral in die richting die met eenvoudige, karikaturale argumenten kan gepleit worden, en dit zijn doorgaans negatieve argumenten.

In sommige gevallen is men zich bewust van het negatieve impact van het feit dat mensen die er niets van kennen even veel invloed hebben op de beslissing dan de minderheid die wel inzicht heeft. Men gebruikt dan andere maatregelen bv. minimum leeftijd (vroeger 21, onder druk van links verlaagd naar 18), kunnen lezen/schrijven, of lager onderwijs gedaan hebben, alleen mannen die mogen stemmen, geen verplichte stemming (is doorgaans veel rechtser in uitslag), e.d. In sommige clubs wordt geëist dat alleen mag gestemd worden door wie deelgenomen heeft aan de voorbereidende besprekingen, of die min. bij 50% der vergaderingen aanwezig geweest is.

3. Programmavervalsing 

Het cynische toppunt van het onbruikbare democratie is dat men als kiezer zelfs de kans niet krijgt om bij het kiezen in te schatten waarvoor men kiest. Men kiest gewoon voor een partij, op basis van vooral emotionele en weinig reële factoren, maar zelfs de winnende partij is niet zeker dat ze aan de macht komt. Want het zijn bijna overal coalities, die na de verkiezingen gevormd worden. De kiezer doet uiteindelijk niet veel meer dan aan de partijen een zeker aantal "tokens" te overhandigen, waarmee ze dan kunnen onderhandelen, met wie ze een meerderheidscoalitie gaan proberen vormen. Op geen enkele manier beïnvloedt de kiezer nog het programma dat zal uitgevoerd worden.

4. Vernielen van de scheiding der machten

Eén der grote realisaties van de democratie was de scheiding der machten: de wetten worden gegeven door het verkozen parlement, uitgevoerd door de regering en gecontroleerd door de rechterlijke macht, die alle van elkaar onafhankelijk moeten zijn. Maar in praktijk... maakt de regering de wetten, gesteund door het parlement met dezelfde meerderheid, worden de rechters door de regering benoemd, enz.

5. Verhinderen van mogelijke oplossingen

Eén der sterkste middelen om het huidige systeem te beveiligen tegen hervormingen die voor gevolg zouden kunnen hebben dat de huidige machthebbers en partijen minder macht (en inkomen) zouden hebben, is om bij elke poging im het "democratisch" systeem te optimaliseren moord en brand schreeuwen, en waarschuwen dat we terugkeren naar het Ancien Régime of naar Nazi-Duitsland. De idee dat er maar twee mogelijkheden zijn, namelijk ofwel het huidig systeem ofwel fascisme en dictatuur, moet absoluut de standaard blijven. Dat het overleg- en bestuurssysteem eigenlijk twee vroege fasen zijn op een evolutiegang naar integratie en synergie, deze idee die in de psychologie al lang een verworvenheid is, mag absoluut geen geldende regel worden in de ruimere samenleving. En wie die evolutie tracht te bevorderen is een fascist.

Evolutieblokkering door democratie

Vermits goede ideeën die de evolutie van een systeem zouden kunnen bevorderen in den beginne slechts in het bewustzijn van een minderheid aanwezig zijn, zal bij een vrije stemming de meerderheid steeds beslissen deze verbeteringen niet door te voeren. Dus de enige manier om een systeem te verbeteren is: te wachten op een groot probleem, zodat men niet meer durft stemmen om de zaken te laten zoals ze zijn. Dus de evolutie afremmen tot reactief, en zeker vermijden dat ze proactief wordt.

Oplossingen

Valse oplossingen:

1.  Democratuur

De Democratie zoals die is geconcipieerd in de Westerse Wereld, kan gewoon niet werken. Nochtans moet het systeem draaien. Het fenomeen, waarbij onder een pseudo-democratisch kleedje in feite een dictatuur draait, heten we "democratuur".

Tot de systeemzwaktes, die een democratuur mogelijk maken, behoren o.m. 

1) het werken met afgevaardigden. Telkens worden grote aantallen van kiezers gereduceerd tot kleineren groepen. De "volksvertegenwoordigers" zouden in principe het standpunt van hun keizers moeten verdedigen, zodat de stemverdeling bij de beslissingen, die uiteindelijk genomen worden door een parlement, in principe identiek dezelfde moeten zijn als bij de bevolking. Anders is er gefoefeld, of verdedigen de volksvertegenwoordigers eerder hun eigen standpunt, dan dat van de subgroep die zij vertegenwoordigen.

2) de uitvinding van  de partijen en de partijtucht, waarbij de mening van de kiezers die men "vertegenwoordigt" uiteraard geen enkele rol meer speelt.

3) het instellen van tal van "geheimen" die niet publiekelijk mogen bespreken van belangrijke informatie, zoals militair en financieel.

2.  Volksraadplegingen

Sommige dappere landen kennen het systeem van volksraadpleging (zoals Zwitserland). Hoewel directe democratie (waarbij iedereen steeds stemt) door de technologie in principe gemakkelijk kan opgelost worden, zoals "vertegenwoordiging" technisch al lang niet meer nodig is, gebeurt dit niet. De meeste landen werken het systeem feitelijk tegen, omdat te duidelijk zou blijken dat het parlement voortdurend beslissingen neemt die volledig indruisen tegen het democratisch principe zelf van de volksvertegenwoordiging, de "vertegenwoordigers" geen vrij spel meer zouden hebben in hun beslissingen.

In feite hebben we dus geen ideeëndemocratie, maar een vage personen- en dictatorcontrole door slecht geïnformeerde bevolking. Het ware bestuur wordt genomen door eigenlijke machthebbers die in de schaduw blijven: banken, lobbyisten van sterke economische groepen, militairen. Tegelijkertijd is er een effectieve manipulatie van de media.

Constructieve oplossing: 

Vermijden van de presidentsparadox

Naast tal van kleine veranderingen aan het systeem om secundaire complicaties te vermijden, is het belangrijkste wellicht de presidentsparadox te vermijden. Het vereisen van ervaring in de gebieden die ze leiden, vergadertechnieken aanleren, maar vooral de kunst van het integreren, de enige constructieve methode om problemen op te lossen. Leiderfiguren katen verkeizen door de medewerkers die er al jaren mee samenwerken...


(16.02.13)