9000-9999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

9100 Tertiaire kenmerken


Inleiding

De bedoeling van deze werktekst is te onderzoeken welke de kenmerken zijn van een tertiare levensattitude. Vervolgens wordt nagegaan wat de minimale voorwaarden zijn opdat men in een tertiaire groep zou kunnen functioneren. Deze kenmerken moeten noodzakelijk aanwezig zijn bij elk lid van een tertiaire groep, op straffe van mislukken van het tertiaire functioneren.


Situering: sociale evolutiefasen

Het sociaal menselijk functioneren kunnen we ruwweg indelen in drie soorten of stadia: primair of chaos: de wet van de sterkste, zoals in primitieve culturen, ruzies of panieksituaties. Vervolgens secundair of ethos: een van buitenaf opgelegde sociale ordening, zoals in onze hedendaagse maatschappij en, helaas, in de meeste relaties. Deze ordening gebeurt, van primitiever tot meer geëvolueerde, via fysieke macht (militair), financiële macht (materieel), en gezagsmacht (moreel). En dan komt uiteindelijk detertiaire fase of eros, waarbij elke mens zich spontaan houdt aan de afspraken, zonder druk van buiten, en spontaan steeds verder zoekt naar nieuwe afspraken waardoor het geluk van iedereen van gerealiseerd worden.

Een belangrijk element in het tertiair functioneren is de P2Ppeer to peer, een systeem waarbij iedereen spontaan en gratis meewerkt aan een gemeenschappelijk ideaal, zonder dat er hiërarchieën, financiële motivatoren of dreigende straffen moeten bestaan. De indrukwekkendste voorbeelden van p2p zijn Wikipedia en Linux.

Bij elk van deze fasen hoort een bepaalde mentaliteit, een attitude, een denkcultuur, of hoe men het ook wil noemen. Dus een reeks werkhypothesen die bepalen hoe men spontaan zal handelen en reageren. In de ruimste betekenis genomen gaat deze mentaliteit over in een spiritualiteit, een reeks bewuste en onbewuste assumpties over de fundamentele structuur van heelal en bestaan.

Hier en hier vindt u meer uitleg over de begrippen primair / secundair / tertiair. Tertiair wordt in de literatuur ook soms genoemd neurosevrij, genitaal, integratief, synergetisch, optimaal, enz.


Basishypothesen

Elke mentaliteit bestaat uit een reeks basisassumpties of uitgangspunten, waarop- onze denk-, voel- en handelingsreflexen steunen. Voor elke fundamentele evolutiefase zijn deze verschillend.

  • Elk lid van een tertiaire groep is in staat om voldoende de vereisten van het tertiair samenleven te begrijpen, en de consequenties ervan voor het eigen gedrag te realiseren en te blijven realiseren, zelfs in afwezigheid van secundaire drukmiddelen van morele of financiële aard.
  • Een lid van een t-Groep zal geen gebruik maken van de zwakheden van het t-systeem om op kosten der anderen of eenzijdig profiterend van hun inspanningen zichzelf voordeel te verschaffen.
  • Elk lid kan en zal voortdurend en spontaan die verbeteringen trachten aan te brengen die hij inziet, en ziet hij er geen, dan zal hij bewust elders inspiratie zoeken om nieuwe inzichten te verwerven.
  • Elk nieuw idee omvat wellicht een stuk van de uiteindelijke waarheid. Er moet nooit gekozen worden tussen standpunten, alle tegenstellingen zijn immers slechts schijn.
  • De basisassumptie is dat het heelal steeds verder evolueert naar integratie, dat dit sinds het bestaan van de mens steeds bewuster geschiedt, en dat het geluk en de zin van het bestaan zit in een maximale ontplooiing der eigen mogelijkheden ten bate van zo'n bewuste integratie en participatieve kosmische groei.

Tertiair denken

Ontwikkeling van nieuwe ideeën en hun integratie verloopt op een typische tertiaire manier:

  • Een proactieve ideeënontwikkeling, d.w.z. niet wachten op problemen om plannen te ontwikkelen, maar dit spontaan doen als
    • er een zekere periode verlopen is
    • als zich bijna een probleem heeft voorgedaan
    • als er elders iets soortgelijks beter schijnt te zijn
  • Alle vernieuwingspogingen verlopen via de procedure van de integratie, dus zonder pijnlijke keuzes, of zonder dat er iets van de vroegere waarden verloren gaat. Dus nooit een conflict tussen vernieuwing en traditie. Traditie respecteren is slechts een primitieve vorm van integratie, d.w.z. zorgen dat er geen vroeger ontdekte waarden verloren gaan.
  • Als er al pratend en overleggend geen eensgezinde integratie kan ontstaan, dan gaat men over tot experimenten, d.w.z. dat men afwisselend de verschillende mogelijkheden uitprobeert, niet bij wijze van compromis, maar om nog beter de diverse aspecten te ontdekken. Achteraf kiest men dan niet voor 'het beste', maar maakt men een integratie van de voordelen van elk der alternatieven.
  • De integratieve gedachtenuitwisseling verloopt volledig in een sfeer van gelijken, zonder de minste beperking op het formuleren en uiten van gedachten. De vergaderingen worden gecoördineerd, niet geleid.
  • De ideeën om de omgeving waarin men werkzaam is te doen evolueren in de richting van het ideaal zijn steeds respectvol en niet-agressief, d.w.z. dat men de huidige situatie aanvaardt als positief, en vandaaruit verticaal tracht op te stijgen naar de top, dus niet op hetzelfde niveau tracht te veranderen, d.w.z. horizontaal te wijzigen naar een andere stijl, die even ver staat van het ideaal.

Samenwerking: synergie

Is een niet-centraal gestuurde organisatie en samenwerking mogelijk?

  • Elk lid van de t-Groep kan vertrouwd worden dat hij de aangegane engagementen zal realiseren, met inbegrip van een bijna 100% assiduïteit, voorbereiden der samenkomsten en vooral besprekingen, formuleren van suggesties na elke realisatiepoging, enz...
  • Als iemand meent tijdens een realisatie, dat het misschien beter op een andere manier zou gebeuren, dan houdt hij zich toch aan de afspraken, maar gaat niet op zijn eentje een andere, zogezegd betere weg op.
  • Er is geen leider, controleur, inspecteur, e.d. nodig. De autonomie der leden is groot en volmaakt genoeg opdat de groep er mag op vertrouwen dat het afgesprokene zal gerealiseerd worden.

De grootste tertiaire struikelsteen: TNP

Het fenomeen. De grootste struikelsteen bij het proberen opzetten en in stand houden van tertiaire organisaties is de Tertiaire Non-Participatie (TNP), ook soms inertiegenoemd. Bij autoritaire, secundaire systemen is er soms de verzuchting Als die dwingeland ons nu eens wat meer vrij liet, dan zouden wij allen eindelijk eens vrij en creatief onszelf kunnen zijn! Doch wat blijkt: als er plots een tertiaire vrijheid aanwezig is, dan blijkt het aantal spontane deelnemers aan het systeem soms nog kleiner te zijn dan het aantal protesteerders tegen het secundair systeem. Die passiviteit heet in het Engels to lurk (beloeren). Het probleem is ook elders al besproken.

Voorbeelden zijn: de lage participatiegraad bij discussielijsten en b-logs op internet, het leegblijven van ideeënbussen op het werk, het aantal inzendingen als om suggesties voor besprekingsagenda's e.d. gevraagd wordt, de minimale participatie aan discussies op Wiki-sites, ook al zijn het onderwerpen die door de meerderheid belangrijk gevonden worden, het aantal voorstellen in een democratisch bestuur, het aantal lezersbrieven. Hetzelfde fenomeen doet zich ook voor in goede relaties (zeker na een tijdje).

Mogelijke oorzaken:

  • het protest tegen het secundaire systeem was niet echt een gefrustreerd voornemen om initiatief te kunnen nemen, maar eerder een frustratie omdat men de wil van iemand anders moet doen.
  • wij zijn fundamenteel zoogdieren, die slechts reactief functioneren, d.w.z. als reactie op pijn of sterke behoefte, of morele druk van buiten, maar niet proactief, d.w.z. geleid door ons gezond verstand en het bewustzijn van gevolgen op langere termijn, ook voor ons.
  • wij zijn bang om onze nek uit te steken, met een onafgewerkt of 'onnozel' idee naar buiten te komen, nemen liever geen initiatief omdat we dan de moeite moeten doen het te realiseren, of de kritiek krijgen als het niet echt gelukt is. We beperken ons liever tot het vrijblijvend bekritiseren van ideeën en acties van anderen. In de secundaire cultuur is het immers gebruikelijk om de gever van een suggestie verantwoordelijk te verklaren voor de eventuele mislukking van het initiatief. De beste verdediging hiertegen is geen initiatieven nemen.
  • wij zijn nog niet rijp voor tertiaire systemen, omdat onze opvoeding ons daar niet klaar voor gemaakt heeft. De selectieprocedure heeft dergelijke mensen niet weggefilterd, omdat er anders bijna niemand is die lid mag/kan worden...
  • toen we lid werden van de groep, waren we vooral geïnteresseerd in de voordelen van dat lidmaatschap, maar niet echt van plan werk te verzetten of de moeite te doen in te gaan tegen onze natuurlijke luiheid. In een tertiair systeem valt zoiets meer op dan in een secundair systeem.
  • de regelmatige initiatiefnemers doen dat op zo'n manier (overdonderend afgewerkt, schampere commentaar, onmiddellijk herformuleren van bijdragen van anderen) dat de meer zeldzame initiatiefnemers al meteen ontmoedigd worden.
  • non-participatie is geen karaktertrek, maar een situatiegebonden verschijnsel: iedereen heeft wel terreinen waar hij zich proactief verantwoordelijk voelt, en is passieve meeloper in andere systemen. Elk heeft dus zijn prioriteiten, en deze worden (in een secundair systeem) vooral gedicteerd door morele druk, dreigende mislukking of complicaties... In een tertiair systeem zou zoiets niet mogen, en het zit overigens vervat in de "eed" van de deelnemers.
  • de actieveren houden in feite niet van even bekwame medeleden, maar zoeken liever een passiever publiek voor hun welweterij. Hun kritiek op de passiviteit der anderen is dus niet echt eerlijk ("er is maar plaats voor een enkele haan in een kippenhok").
  • een bruikbare idee doorloopt, tussen het onbewust aanvoelen dat er iets niet klopt en het formuleren van een bruikbare suggestie, meerdere stadia. Telkens is maar een deel van hen die een lager stadium aanvoelen in staat om hun inzicht naar een hoger stadium over te brengen. Uiteindelijk schieten er maar weinigen over, ook al omdat men bang is een idee in een vroegtijdig en dus onzeker/kwetsbaar stadium te formuleren. Deze stadia omvatten:
    • vaag aanvoelen dat er niet goed zit
    • zien wat er verkeerd is of ontbreekt
    • beseffen wat er zou moeten/kunnen gebeuren om dit te verbeteren
    • beseffen wat men/de medewerkers zelf /kunnen doen om dit te verbeteren
    • uitdrukkelijk de suggestie formuleren
  • actievere mensen zijn altijd ergens overwerkt, en geven prioriteit aan hun eigen initiatieven, en niet zozeer aan het inspelen op de ideeën en initiatieven van anderen.
  • een lage participatiegraad zou in feite normaal zijn [als de geformuleerde ideeën goed zijn moet men er toch niet op reageren], en het geklaag over de nonparticipatie van anderen spruit in feite eerder voort uit een frustratiegevoel van de narcistische ideeenspuiers dat de anderen hun bijdrage niet onmiddellijk zo wereldschokkend vinden dat ze het nodig vinden erop in te gaan. Niet-reageren wordt dus ervaren of bedoeld als stilzwijgende afkeuring.
  • soms is non-participatie een verdoken vorm van agressie, en wil men de (overdreven) initiatiefnemer niet nog steunen door te uitvoerig op zijn ideeën in te gaan. Zelfs in een tertiair systeem gebeurt het dat proactieve deelnemers zich weldra de wrevel der re-actieve deelnemers op de hals halen, "hij gebaart wel dat hij om suggesties en kritiek vraagt, maar eigenlijk kan hij er niet tegen, en is in de grond een crypto-dictator, een pseudo-democraat".
  • non-participanten waren vroeger soms actieve participanten die daardoor soms bedreigend overkwamen, en werden door de feitelijke leiders en de massa daarom systematisch ontmoedigd om daarmee door te gaan.
  • heel het tertiaire systeem is een illusie, en bestaat enkel in de geest van enkele naïeve idealisten. Slechts wat met een goede, sterke leider georganiseerd is, lukt echt.

Mogelijke oplossingen: hangen wellicht af van de bepalende factor(en), en zullen wellicht niet altijd dezelfde zijn.


Tertiair functioneren in de praktijk

Hoe ziet een persoon eruit die tertiair functioneert? Hoe zien we in praktijk het verschil?

  • wat hier volgt zijn geen absolute regels. Dat zou tegen het basiskenmerk zelf van tertiair functioneren zijn, dat zegt dat alles altijd verbeterbaar is, dat formuleren de beste manier is om te ontdekken wat er nog scheelt, en dat enkel al doende waar inzicht kan ontstaan.
  • om te beginnen functioneert hij niet overal en altijd tertiair. Tertiair functioneren is een kwetsbare situatie en die lukt eigenlijk maar goed in een omgeving van andere tertiair functionerende mensen, en uit zelfverdediging kan zo'n persoon ook secundair functioneren. Daarenboven is het zo dat bij een door elkaar lopen van secundaire en tertiaire functioneringswijzen er onvermijdelijk een terugval bestaat naar het laagste niveau. Een steen wint tegen een orchidee. Nochtans zal in sommige omstandigheden tertiair functioneren als een voorbeeld of een uitlokkende uitnodiging werken voor de anderen om ook tertiair te gaan functioneren, bv. in verliefdheid.
  • de twee belangrijkste kenmerken zijn groei en integratie, wat in feite tweemaal hetzelfde is: men groeit precies door de eigen persoonlijkheid te verrijken, te integreren met nieuwe inzichten en ervaringen. Hoewel alles daar in principe van af te leiden is, is het voorzichtiger dit even verder te vertalen naar concretere denk-, gedrags- en gevoelsvormen.
  • hij beseft dat hij enkel waarlijk vrij en zichzelf is als hij maximaal rekening houdt met de realiteit waarin hij leeft en het eigen functioneren bewust stuurt. Hij weet ook dat de bestaande realiteit slechts een deel is van de totale realiteit. Datgene wat nog uitgevonden en gerealiseerd kan/moet worden is het andere deel.
  • hij beseft dat zowel zijn globaal bewustzijn van de realiteit met al haar mogelijkheden, en de groei van zijn persoonlijkheid niet kunnen overgelaten worden aan wat hij spontaan bedenkt. Hij stelt daarom zijn bewustzijn maximaal open voor psychotherapie, training, (tertiaire) spiritualiteitsgroepen, literatuur over deze aangelegenheden, enz.
  • fundamenteel is er het streven naar groei, d.w.z. continue integratieve verbetering van zichzelf en de wereld rondom zich. Daarmee hangt samen een verder zoeken naar inzichten om dit proces te bevorderen, een proactieve houding waardoor men niet alleen reageert op problemen, maar duidelijk streeft naar idealen en een suboptimaal succes als een levensles ziet. Samen hiermee is er een onvernietigbaar fundamenteel zelfvertrouwen, d.w.z. een manier van constructief denken die ervan uitgaat dat alles wat belangrijk is bereikbaar is mits voldoende ingaan op levenslessen en onontmoedigbaar blijven proberen bij mislukking. Dit fundamenteel zelfvertrouwen laat ook toe frustraties te zien en te beleven zonder schaamte, de kwaliteiten van anderen te zien zonder frustratie- of minderwaardigheidsgevoel, enz. Tot deze houding behoort ook de maximale verantwoordelijkheid, waarbij hij de eigen verantwoordelijkheid laat bepalen door wat hij effectief aankan, en niet door wat de anderen hem minimaal opdragen of verbieden.
  • het groeien blijkt uit het feit dat de persoon continu evolueert, duw verandert en in elk geval leert uit zijn mislukkingen, en ook evolueert zonder morele druk van omgeving of bazen die dreigen met straf.
  • het integreren blijkt zowel uit de communicatiestijl als uit de denkstijl.
    • bij communicatie weet hij dat praten maar een beperkte vorm van communiceren is, en dat alleen ervaring en dus de bereidheid daartoe kan leiden tot waarachtig nieuw inzicht. Zowel in praten als ervaren streeft hij naar integratie, d.w.z. zonder de eigen waarden prijs te geven constructief ingaan op de bijdragen van de ander(en). Zijn communicatie is gekenmerkt door o.m. een principieel positieve attitude t.o.v. de ander, d.w.z. dat niets van wat hij verneemt zij positief beeld van de ander zal schaden, hij de ander aanvaardt zoals die is en niet zal trachten ongevraagd die ander te beïnvloeden.
    • het is niet omdat de ander niets zegt over ons dat wij ervan uitgaan dat wij optimaal functioneren t.o.v. die ander. Voortdurend, minstens bij herhalen, zullen we ons expliciet inlichten over hoe ons gedrag en wat wij zeggen overkomt bij de ander. Wij zullen hierbij uiteraard niet klakkeloos aanpassen aan de verlangens van de ander, maar een integratie trachten te bereiken tussen ons beider behoeften.
    • bij organisatie in het algemeen weet hij dat niets slecht of goed is, maar dat alles beter kan en dat ook het minder goede wellicht kwaliteiten heeft. Hij weet dat de ware creativiteit niets anders is dan integratie, en dat openstaan voor nieuwe ideeën en bewust inspiratie opzoeken de snelste manier is om te slagen in dergelijke integraties.
  • hij houdt ook het totaalevenwicht in de gaten om op termijn optimaal te kunnen blijven functioneren. Ruimte geven aan al zijn behoeften, en deze maximaal integreren (want alles apart realiseren lukt sowieso niet) is zijn constante zorg. Hij beseft dat het ideaal toch onbereikbaar is, en dat het geluk in de groei zit.

De minimale kenmerken voor lidmaatschap van een t-Groep

  • Vermits niemand volmaakt is, kunnen we niet de afwezigheid van secundaire kenmerken verwachten. De mensheid zal blijven groeien, en tertiaire kenmerken zullen aanwezig blijven tot het einde der tijden.
  • Een tertiaire groep is dus niet een groep van volmaakte mensen, maar een groep mensen die, individueel en samen, bewust willen (blijven) groeien.
    Wij putten onze kracht uit ons gezamenlijk verlangen [Paul Hoste]
  • Alle fouten zijn in principe aanvaardbaar, tenzij die fouten die het groeiproces en de communicatie in gevaar brengen, alsook de opvattingen die deze secundaire attitudes ondersteunen: Communicatie en groei kunnen moeizaam zijn, zolang ze mogelijk blijven is er hoop. Minimaal onaanvaardbaar zijn dus attitudes die communicatie onmogelijk maken of de mogelijkheid/wenselijkheid van groei loochenen. Denkwijzen als
    • Ik heb het recht mezelf te zijn
    • Ik heb recht op non-participatie
    • Als ik me niet meer gemotiveerd voel / andere prioriteiten aanvoel, dan heb ik het recht om zomaar op te stappen, zonder mij verplicht te voelen uitleg te geven, laat staan te proberen integreren
    • Men moet mij aanvaarden zoals ik ben
    • Iedereen heeft nu eenmaal recht op zijn eigen opvattingen, en vele zijn onbespreekbaar
    • Ik heb het recht om bepaalde zaken niet uit te spreken, recht op privacy
    • Integreren is een mooi ideaal, maar werkt in praktijk niet
    • Laten we een stemming houden en ons neerleggen bij de wil van de meerderheid
    • De menselijke natuur is onveranderbaar
    • Ik meen dat ik nu genoeg geprobeerd heb. Laten we toegeven dat het onmogelijk is
    • Ik vind dat anderen (met meer tijd, met meer talenten, met hogere scholing, ...) dat maar moeten doen of uitwerken

Het recht en de vrijheid om dergelijke principes te hanteren wordt volledig erkend, maar o.i. maakt het gebruik ervan een t-groep op korte termijn stuk omdat er tegen secundaire destructieve en passief-agressieve attitudes enkel secundair kan gereageerd worden als zelfbescherming.


Mogelijke Beginselverklaring van een t-Groep

(Geïnspireerd vanuit de vraag hoe bv. een optimale spirituele groep zoals een loge of een kloostergemeenschap zou kunnen functioneren)

  1. Een T-groep is een groep die tracht de persoonlijke groei der leden te inspireren en te stimuleren door een gezamenlijke beleving van ritualen en symbolen enerzijds, en een vertrouwelijke omgang anderzijds. Op die manier krijgen de deelnemers een verhoogde kans om uit te groeien tot waardevolle bouwers en bouwstenen voor de ons omgevende samenleving.
  2. Zij willen altijd en overal zoeken naar verbetering, en geloven niet dat iets moois tot stand komt door het bestrijden van het negatieve. Zij geloven dat de verantwoordelijkheid van een mens niet enkel bepaald wordt door wat hij moet en niet mag, maar veeleer door wat hij meent te weten en denkt aan te kunnen.
  3. Het lidmaatschap van de groep staat open voor meerderjarige vrouwen en mannen die zich uitdrukkelijk voor dit ideaal willen engageren, en uit wiens leven reeds blijkt dat het creatief bevorderen van de kwaliteit der hen omgevende structuren en relaties geen dode letter is. Dit wordt uitdrukkelijk onderzocht bij de toetredingsprocedure.
  4. Zij geloven dat er vele evenwaardige wegen zijn naar één uiteindelijk gezamenlijk ideaal. Zij geloven dus dat eerbiedig aanvaarden van wat er al is en daarop eerlijk voortbouwen de meest constructieve aanpak is voor ’s mensen groeiproces. De kans dat wij iets kunnen leren uit het anderszijn van de ander is veel groter dan de kans dat wij het volledig bij het rechte eind hebben, en de ander er volledig naast zit. Ons verrijken met wat de ander ons leren kan is dus de meest constructieve houding. Dit is de ware zin van tolerantie. De ontmoeting met andersdenkende lieden die men buiten een dergelijke wellicht nooit zou ontmoeten is één van zijn grootste rijkdommen.
  5. Zij beschouwen integreren, een constructieve manier van oplossen van divergenties in denken en doen, als een veel superieurdere procedure dan kiezen. Integreren gaat ervan uit dat elke denk- en werkwijze een concrete uitwendige vorm heeft, die kan en moet evolueren, en een diepere ondergrond die bewaard moet blijven. Zo ook zijn tradities tijdsgebonden vormgevingen van tijdloze onderliggende principes. Tradities mogen niet veranderd worden, maar wel geïntegreerd met nieuwe inbreng, waarbij de oudere waarden niet verloren gaan. Bij het onderling overleg en samenwerking wordt steeds bewust naar een maximale integratie gestreefd.
  6. Zij geloven in de constructieve intenties en groeimogelijkheden der zusters en broeders, ook en vooral op die ogenblikken dat aanvaarden van elkaars divergent denken en doen, en samen integreren, moeilijk schijnt. Dit is de diepere zin van broederlijkheid. Het engagement voor de groep is maximaal, d.w.z. dat men zichzelf nooit eenzijdig zal toelaten af te haken, maar telkens eerst zal trachten de toestanden die men verbeterbaar vindt te doen evolueren in gunstige zin.
  7. Zij geloven dat alles steeds beter kan. Zij zullen daarom proberen om via integratie de bestaande gebruiken te vervolmaken, niet reactief telkens spanningen onhoudbaar blijken, maar proactief telkens men door inspiratie en verkenning nieuwe mogelijkheden vermoedt. Bewust en continu groeien is wellicht de oudste traditie van de vrijmetselarij, en wordt door talrijke rituelen gesuggereerd. Dit groeistreven leidt uiteraard niet tot continue onrust en verandering, maar verloopt op een rustige, geduldige en constructieve manier.
  8. Aan de gestage evolutie worden geen beperkingen a priori gesteld. Er zijn enkel een paar alarmsignalen of landmerken, die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aangeven dat de evolutie en het overleg bepaalde belangrijke aspecten verwaarloosd heeft. Tot deze signalen behoren o.m. het komen tot negatieve besluiten zoals scheuring, spontaan of gedwongen ontslag, het handhaven van gebruiken die in de secundaire wereld eigenlijk veel beter zijn, zoals een opsplitsing der geslachten, een aanwezigheidsscore die lager ligt dan deze van een profane serviceclub, autoritaire bestuursvormen, het blijven aanslepen van misverstanden en wrijvingen, roddel en het karikaturiseren van iemands persoonlijkheid, het gebruik van het argument dat men intolerant mag zijn omdat de ander dat ook is, dat er elders groepen of werkingsaspecten bestaan die beter zijn dan deze van de eigen groep zonder dat men pogingen doet die te integreren in de eigen gebruiken, enz.
  9. Aan rituelen en symbolen wordt een uitzonderlijke zorg besteed, o.m. door het opstellen van een groeiende lijst inzichten en kenmerken waaraan een goed ritueel moet beantwoorden, het vaak bezoeken van mooie ritualen bij zusterloges en het bewust integreren van de waardevolle ingrediënten ervan. De Ritueelmeester is een belangrijke functie in de groep. Schoonheid, zowel in ritueel als vertrouwelijkheid, is daarom een mogelijk devies van zo’n groep.
  10. Het bestuur van een dergelijke groep is niet oligarchisch, maar synergisch, d.w.z. volgens het principe van de integratie van de ideeën, afkomstig van alle medewerkers. Men gaat slechts over ter stemming, als langdurige pogingen tot integratie niet lukken. En zelfs dan zal men, zo mogelijk, eerder besluiten het een tijdje op de ene wijze, en vervolgens een tijdje op de andere wijze te doen, en pas dan, op basis van ervaring, opnieuw proberen te integreren en zo nodig te beslissen. De functie van voorzitter is louter deze van coördinator van het overleg. Diens belangrijkste taak bestaat in het organiseren, faciliteren en bewaken van het integratief overlegproces, niet van het voorstellen van concrete verkiezingsprogramma's of het nemen van beslissingen.