9000-9999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

9101 Tertiair (kort)



In psychologische teksten over optimale relaties en samenwerkingsverbanden komt de term tertiair steeds vaker voor. Hier volgt een bevattelijke beschrijving.

Hoewel we het enkel willen hebben over tertiair functioneren, en geen hele handleiding psychologie schrijven, is soms verwijzen naar secundaire interactieprocessen een beetje onvermijdelijk, omdat sommige tertiaire attitudes precies bedoeld zijn om secundaire te vermijden.


De termen primair, secundair en tertiair slaan op de manier waarop de interactie, dus de communicatie en de samenwerking tussen twee of meer mensen, wordt gereguleerd.

Kort samengevat komt het neer op het volgende:

  1. primair (chaos) betekent dat er geen regulering is. Men komt dit tegen bv. bij ruzies, bij panieksituaties waar men elkaar vertrappelt,  enz. Het is de wet van de sterkste. Het komt overeen (bij de zwakste) met Freuds orale functioneringsmodus. 
  2. secundair (ethos) betekent dat de regulering van buiten komt, d.w.z. opgelegd door instanties extern aan de betrokken groepsleden. Hoewel niemand zich zeer graag of spontaan aan deze regulering houdt is ze wel, tot op zekere hoogte, nuttig voor de betrokken individuen. Deze ordening gebeurt, van primitiever tot meer geëvolueerd, (a) via fysieke macht (militair), (b) financiële macht (materieel), en (c) gezagsmacht (moreel). Deze interactiestijl is deze die we heden ten dage in de meeste groepen en relaties kennen. Secundair komt overeen met Freuds anale en narcistische neuroses: strevend naar eigen geluksgevoel, met verwaarlozing en soms ten koste van dat der anderen.
  3. tertiair (eros) betekent dat alle betrokkenen er spontaan naar streven om tot samenwerk- en samenleefstijlen te komen waarbij elke betrokkene zich maximaal gelukkig voelt, d.w.z. waar de behoeften van iedereen maximaal worden bevredigd. Er zijn geen externe regulators nodig, want de spontane motivatie en het verantwoordelijkheidsgevoel van elkeen, gekoppeld aan optimale communicatie, die het mogelijk maakt de behoeften verlangens mee te delen en bij elkaar bewust te maken, en vervolgens samen integraties uit te werken, leidt tot een harmonische interactie. Tertiair komt overeen met Freuds genitale functioneringsmodus: bewust strevend naar integratie. Andere vaktermen voor tertiair zijn:  neurosevrij, genitaal, integratief, synergetisch, optimaal, enz.

 

De hier volgende beschrijving is geen complete analyse van de samenleving, inclusief haar pathologische evolutiefasen, maar enkel een beschrijving van het tertiaire functioneren.

Partners die naar een optimale relatie streven, en groepsleden die in hun groep, bv een vriendengroep, een loge, een startend bedrijf in de pionierstijd, zullen onbewust of bewust streven naar een tertiaire functioneringswijze. De kans dat zij echter vroeg of laat terugvallen tot een gemakkelijkheidsoplossing, dus de secundaire stijl, is echter groot, tenzij men er bewust naar streeft deze tertiaire functioneringswijze te bewaken en geregeld te optimaliseren.

Ruwweg kan men een tertiaire samenwerk- en samenleefstijl, en de persoonlijkheid van wie erbij betrokken wil zijn, als volgt beschrijven:

 

De visie op de omgeving

(1) beeld van de werkelijkheid

(2) beeld van de anderen

 

De omgang met die omgeving

(3) omgang met de anderen: communicatiestijl

(4) omgang met zichzelf: engagement

(5) omgang met het geheel: groeisysteem

 

 

 

1. Tertiair beeld van de werkelijkheid

 

Essentie:

De menselijke persoonlijkheid, de mensheid en de ganse werkelijkheid zijn evoluerende, groeiende systemen. Dat betekent dat ze steeds nog onvolmaakt zijn, en steeds nog kunnen verbeteren. Groei is geen noodoplossing voor wantoestanden of achterstand, en geen blijk van mislukking, onkunde of minderwaardigheid, dus reden tot schaamte, maar de essentie zelf van het bestaan.

 

Niet alleen de werkelijkheid, maar ook onze kennis ervan is steeds groeiende. Onontdekte aspecten zullen ons dus voortdurend intrigeren en verrassen, en ons uitdagen tot integrerende groei.

 

Consequenties:

·      "Goed" wordt in tertiaire context omschreven als "alles wat leidt naar een grotere en stabielere integratie van de behoeften van alle participerende elementen en/of mensen". Dat impliceert dat de betrokkenen zich gelukkiger voelen. "Slecht" of "kwaad" is die functioneringswijze, die niet leidt dergelijke integratie. 

·      Optimisme wordt niet beschouwd als een optie naast mogelijke andere, maar als de grondattitude van de groeiende kosmos zelf, die nooit opgeeft, altijd herbegint totdat een integratief evenwicht wordt bereikt. Als iets mislukt betekent dat gewoon dat nog niet voldoende met alle vereisten en mogelijkheden rekening gehouden werd. Optimisme is gewoon realisme op langere termijn. Optimisme vinden we terug op alle niveaus van de evoluerende kosmos: de natuur is het nooit “beu”, en stopt nooit met experimenteren en herbeginnen, tot de hoogst mogelijke integratie, een maximaal evenwicht in de gegeven omstandigheden, bereikt is. Pessimisme is een uitvinding van de neurotische mens, die een excuus zoekt voor zijn onvolmaakt functioneren, zijn groeiweerstand en zijn gebrek aan maximale verantwoordelijkheid.

·      Als alternatieve mogelijkheden elkaar schijnen uit te sluiten, dan is dit een valse indruk, berustend op een te beperkte concretisering van "juiste" onderliggende principes of behoeften. Wie tertiair denkt weet dat dit alles belangrijk is, en dat er steeds een integratie kan gevonden worden waar de schijnbare tegenstellingen overstegen kunnen worden, zodat met alles rekening kan gehouden worden. Hij zal dus nooit "kiezen" tussen mogelijkheden in denken en doen.

·      Mislukkingen zijn geen bewijs van onvermogen of onbereikbaarheid, maar een stimulerende bron van nieuw inzicht.

·      Problemen worden vaker veroorzaakt door de afwezigheid van positieve dingen dan door de aanwezigheid van negatieve. Anders dan in het secundair functioneren zal een tertiair persoon dus niet zozeer het negatieve bestrijden, maar het positieve bevorderen.

·      Kennen kan niet zonder ervaren en toepassen. Wie zegt iets begrepen te hebben handelt er ook naar, zoniet heeft hij het niet echt begrepen. Zo zijn weten en creativiteit uiteindelijk identiek: wie iets meent te weten/te kennen tracht dit ook tot stand te brengen.

·      Alle macht en inzicht komt van beneden, is endogeen. "Humanisme" dus in de diepste zin van het woord.

 

 

2. Tertiair beeld van de anderen

 

Essentie:

Mensen worden nooit globaal beoordeeld als "goed" of "slecht". Alleen hun gedragingen kunnen beoordeeld worden.


De kwaliteit van gedrag neemt toe naarmate het meer rekening houdt (a) met de gevolgen op langere termijn, (b) met een integratie met de behoeften der anderen, (c) met de sluimerende, nog onontgonnen mogelijkheden. Hoe minder dit alles het geval is, hoe gevaarlijker dit gedrag is voor anderen en voor zichzelf. Er ligt schijnbaar ergens een grens maar die grens is niet meetbaar. Het is daarom constructiever te veronderstellen dat die grens er niet is, dat er dus steeds groeimogelijkheden zijn (zoals Socrates en Rogers stelden), wat niet wil zeggen dat men "gevaarlijk" gedrag ongehinderd moet laten gebeuren.


Men gaat er dus van uit dat, zoals met alle andere vaardigheden in het leven, ook de psychische / sociale / interactieve kunnen en moeten geoefend worden, wil men kwaliteit bereiken.

 

Consequenties:

·      Er zijn geen goede en slechte mensen, er zijn alleen inefficiënte functioneringswijzen die in hun primitieve vorm met te weinig gegevens en sluimerende mogelijkheden, en onvoldoende met de effecten op langere termijn rekening houden. Slecht, kwaad is niet iets negatiefs dat bestaat, maar enkel de afwezigheid van goed.

·      Er zijn nooit schuldigen, alleen onhandige of te weinig bewuste mensen (voor dit bepaald gedrag), en/of ondermaatse afspraak- en samenwerkingssystemen, wat niet wil zeggen dat men "gevaarlijk" gedrag ongehinderd moet laten gebeuren.

·      Sociale actie (het proberen verbeteren van de wereld rondom ons, beginnend met onze partnerrelatie) bestaat vooral in het opbouwen van het positieve, waarbij constructief wordt verdergebouwd op wat er al is, en niet in het bestrijden van het negatieve. Het grootste probleem is 'doen groeien': het aanleren van vaardigheden, vooral communicatieve, integratieve en creatieve, bewustzijn, zelfdiscipline en maximaal verantwoordelijkheidsgevoel, aan zoveel mogelijk mensen, opdat de groep hogere vormen van samenwerking en functioneren kan bereiken.

·      Tolerantie is niet gewoon passief de anderen aanvaarden in hun anders-zijn en hen hierin "respecteren" ("leven en laten leven"), maar actief onderzoeken wat de waarden zijn van hun anderszijn, en deze waarden integreren in de eigen leef- en denkstijl.

·      Sociale actie en persoonlijke groei kunnen niet van elkaar gescheiden worden: ze zijn wezenlijk identiek. Sociale actie lukt nooit tenzij men werkt aan zichzelf als bewerkstelliger ervan, en wie werkt aan de eigen groei zal automatisch een constructieve rol gaan/willen spelen in de wereld rondom zich.

·      Wie echt beseft wat tertiair functioneren is, tracht de mensen rondom zich, de relaties/groepen tot tertiair functioneren te "doen" evolueren (op een manier die werkt, die dus rekening houdt met de groeistadia der anderen, die dus "diplomatisch" is). Deze "uitstraling" is niet iets extra, geen optie, het is de essentie zelf van het tertiair functioneren. Zoals maçons die inwijden, mensen die zich sociaal engageren, ...

·      Passie is niet iets speciaals of uitzonderlijks. Het is de volheid van het tertiaire functioneren: met overtuiging (denken) en sterke emoties (voelen) constructief actief(handelen) zijn.

 

 

3. Tertiaire communicatiestijl / omgaan met de anderen

 

Essentie: 

Bij meningsverschillen is de kans dat elk een stuk van de waarheid bezit oneindig veel groter dan de kans dat de ene volledig gelijk heeft, en de ander er volledig naast zit. Men moet zich dus niet afvragen wie gelijk heeft, maar hoe de schijnbaar tegenstrijdige stellingen zodanig kunnen geherformuleerd worden dat ze combineerbaar zijn, d.w.z. integreerbaar tot een plausibeler stelling, waarbij dus niets verloren gaat van de behoeften en de inbreng der aparte bijdragen... Als deze integratie lukt ontstaat er consensus. De kans dat een creatieve minderheid het beter aanvoelt is veel groter dan de kans dat de meerderheid het weet.

 

Consequenties:

·      Broederlijkheid is de natuurlijke relatie die het dichtst staat bij de tertiaire: grenzeloos/onvoorwaardelijk/onontmoedigbaar aanvaarden van elkaars onvolmaaktheid en anderszijn, en de bereidheid elkaars inbreng te beluisteren en zelf te integreren.

·      Zelfs een eensgezind bereikte consensus zal weldra verbeterd kunnen worden en uitgebreid met nieuwe integraties.

·      Meningsverschillen worden nooit als spijtig ervaren, maar als waardevolle kansen tot verrijken van het eigen inzicht.

·      De bruikbaarste ideeën komen vaak uit observatie van hoe het er elders aan toegaat. Deze informatie bewust opzoeken met bezoeken en gerichte vraaggesprekken, en zijn inbreng voorbereiden, zijn dus voorwaarden voor optimale communicatie (zie ook onder "engagement")

·      Spontane gedachtewisselingen zijn wellicht de slechtst mogelijke vorm van communicatie. Gestructureerde communicatie is veel vruchtbaarder. In groep wordt een goede communicatie best geleid door een coördinator.

·      Integreren lost ook het eeuwige conflict op tussen traditie en vernieuwingsdrang. Men maakt immers geen keuzes, maar combineert de kwaliteiten van elk.

·      In een tertiaire groep moeten alle deelnemers tertiair (proberen) communiceren. Is dat niet zo, dus als sommigen neurotisch beginnen te interageren (bv. schuldprojectie, zich onttrekken aan afspraken, staan op hun "rechten" o.a. "vrijheid"), kunnen de andere groepsleden dit maar moeilijk corrigeren, want ze zullen nog meer bedreigend dan ervoor overkomen, en er ontstaat een negatieve spiraal.

 

 

4. Tertiair engagement / omgaan met zichzelf

 

Essentie:

Centraal staat het begrip "maximale verantwoordelijkheid". Waar in het secundaire denken het begrip "verantwoordelijkheid" (minimaal) beperkt is tot datgene wat men expliciet moet en datgene wat expliciet verboden werd, wordt verantwoordelijkheid in het tertiaire denken maximaal omschreven door alles wat men kan en weet, aangevuld met de plicht zich te informeren om zo mogelijk nog meer te weten en te oefenen om zo mogelijk nog meer te kunnen.

 

Consequenties:

·      het engagement is nooit een "eed" of een "verplichting", zelfs geen "belofte". Het is een verklaring dat men begrepen heeft dat tertiair functioneren impliceert dat men zich maximaal inzet. Deze inzet is even sterk "alsof men de leider is van de groep/organisatie".

·     vrijheid  

·     het klassieke engagement in een tertiaire relatie/groep is: te proberen integreren zoveel men kan, dus verklaren dat men beseft dat integratieve communicatie de enige constructieve uitweg is voor de mens. En ook: als de communicatie voor dat integratieproces niet optimaal is, proberen dat communicatieproces te verbeteren.

·      De rol der bestuursleden is vooral: de communicatie te bevorderen, d.w.z. het integratieproces faciliteren. Ze worden niet verwacht om de denkende en handelende taak van de andere groepsleden over te nemen. Immers als al de leden van de tertiaire groep tertiair functioneren dan moet hun samenwerking en communicatie hoogstens wat gecoördineerd worden, maar dit is eigenlijk een comfortabel steuntje, een veiligheidsmaatregel, want strikt genomen is dat niet nodig met tertiair functionerende groepsleden.

·      In feite worden communicatie en samenwerking niet geleid door personen, maar door afspraken. Het is dus een virtuele organisatie. De coördinatoren helpen gewoon onze zwakke menselijke ntauur in het niet vergeten van de regels, de klok en de gemaakte afspraken.

·      van een vaag, intuïtief aanvoelen dat er iets fout loopt of beter kan, tot weten wat men er zelf hier en nu kan aan doen, verlopen meerdere inzichtelijke tussenstappen. In het secundaire mag men op elk stadium blijven hangen, en die "kritiek" spuien. Tertiair zoekt men verder naar een beter alternatief en de eigen mogelijke inbreng.

·      Een belangrijk voorbeeld van tertiair functioneren is de P2Ppeer to peer, een systeem waarbij iedereen spontaan en gratis meewerkt aan een gemeenschappelijk ideaal, zonder dat er hiërarchieën, financiële motivatoren of dreigende straffen moeten bestaan. De indrukwekkendste voorbeelden van p2p zijn Wikipedia en Linux.

 

 

5. Het groeisysteem / omgaan met het systeem

 

Essentie:

Vermits wij allen geboren zijn en ademen in een secundaire cultuur, is de kans groot dat onze tertiaire groep/relatie progressief degenereert naar secundaire, neurotische, profane vormen. Alleen bewust evalueren en waar nodig bijsturen leidt tot blijven en verbeteren van de tertiaire interactie. Elk individu, maar ook elke groep/relatie/langdurige activiteit moet voorzien zijn van een expliciet, bewust groeisysteem.

 

Consequenties:

·      Dit groeisysteem is iets wat in de meeste relaties en organisaties ontbreekt. Dit leidt tot het paradoxale contrast tussen de pracht en de waarde der beginideeën, en de banaliteit (secundair zijn) der latere evolutiefasen.

·      Bewust evalueren en verbeteren is niet enkel reactief, d.w.z. als er problemen aangevoeld worden of er klachten en conflicten bestaan (ook dan natuurlijk), maar proactief, d.w.z. door evaluaties op de voorziene tijd, na elke activiteit, eens per jaar, enz. Het bewust gaan bezoeken van analoge systemen/activiteiten, en goede ideeën opdoen en meebrengen, is een kenmerk van tertiair functioneren. Er zijn bewuste evaluatie- en herbronningsmomenten.

·      Ook hier komen de bruikbaarste ideeën vaak uit observatie van hoe het er elders aan toe gaat. Deze informatie bewust opzoeken met bezoeken en gerichte vraaggesprekken, en zijn inbreng voorbereiden, zijn dus voorwaarden voor optimale communicatie (zie ook onder "engagement").

·      Ook basisteksten (principeverklaringen, dromen) noteren en van tijd tot tijd herlezen is een nuttige inspiratiebron.

·      Het bewaren van een geestdriftige, optimistische (glimlachende,), schalkse (humoristische) sfeer is één der sterkste middelen om het tertiaire functioneren en de evaluatiemomenten te ondersteunen en bestendigen.

·      Integreren en keuzes vermijden zal ongetwijfeld van tijd tot leiden tot overprogrammering. Oplossingen hiervoor zijn: betere werkverdeling onder de groepsleden (zo weinig mogelijk functioneringsparasitisme: locomotieven en wagons), meer integreren, vermijden van onvruchtbare activiteiten (ongestructureerd overleg, ruziemaken). Vooral beseffen dat de groei zelf veel bevredigender is dan het eindresultaat, dat wellicht toch nooit bereikt zal worden.

·      Dingen hoeven niet steeds te veranderen telkens men nieuwe, betere ideeën heeft. Elke nieuwe stijl moet blijven duren tijdens de afgesproken periode, niet alleen om het goed uit te proberen, maar ook om een gevoel van stabiliteit aan de groep te geven

·      Kan men binnen de nodige tijd niet tot een integratie tussen verschillende suggesties komen, dan kan men die gedurende een afgesproken tijd na of naast elkaar uitproberen, en daarna integreren, niet om de beste te kiezen, maar om de voorheen te weinig bewuste voordelen te integreren.

·      Hoewel geen enkele mens volmaakt tertiair is, kunnen onvolmaakte tertiairen toch een tertiaire groep vormen, als ze (1) min of meer weten wat tertiair inhoudt, en (2) er bewust naar streven deze interactiestijl te bestuderen en verder in te oefenen, samen met de groeimomenten van de groep.

·      Ook het groeisysteem zelf (en deze tekst) moeten van tijd tot tijd geëvalueerd en zo mogelijk verbeterd worden