9000-9999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

9551 Openheid


Openheid in partnerrelaties

Bart GOBERT

Inhoudstafel 

 

0.      Inleiding  

  1. Basis van een relatie 

1.1  Waarom willen we een relatie 

1.2  Het huwelijk 

1.3  Het ontstaan van een relatie 

1.3.1        Vroeger 

1.3.2        Nu 

  1. Wat houdt ons tegen openheid in onze partnerrelatie te hebben 

2.1  Gebrek aan zelfvertrouwen 

2.2  Gebrek aan communicatie 

2.3  Jaloersheid binnen de partnerrelatie 

2.4  Opvoeding en cultuur van jongeren 

2.5  Normaal/ abnormaal 

2.6  Aanpassingsconflict 

2.7  Ik wil vrij zijn 

2.8    Schrik voor verlies relatie

  1. Slot 
  2. Bronnen 

4.1  Internet 

4.2  Boeken 

4.3  Tijdschrift 

    

    4.4    SUPERVISOR : LUC DECORTE

 



0. Inleiding 

 

We denken vooral dat we heel open en tolerant zijn als we het over partnerrelaties hebben.  

MAAR: wie kan zijn partner vertellen:        “Ik ben verliefd op een collega” 

“Ik wil op mijn eentje een wereldreis ondernemen” 

                                                                       “Ik fantaseer over zwarte penissen” 

“Ik droom ervan seks te hebben met de buurvrouw” 

                                                                       “Ik kom graag in mijn eentje klaar” 

    “Ik zou het graag met de buschauffeur doen” 

… 

Ik hoor het de lezer al protesteren: “Dat is erover, dat zijn intieme zaken! Zo pervers ben ik niet.”  

WEL: ik wil hen best geloven net zoals ik geloof dat masturberen enkel voor buitenaardse wezens is en geen enkele man prostituees bezoekt.  

Dit werk gaat niet enkel over seksuele openheid, maar om de aandacht te trekken, nam ik voorgaande voorbeelden. Het zijn zaken die in elke relaties problemen kunnen scheppen.  

Stof genoeg voor mij om me er eens in te verdiepen en er een werk over te maken.  

Ik zal ongetwijfeld reacties te horen krijgen, maar enkel wie zich durft open te stellen, wordt kwetsbaar en kan aangevallen worden. Wie zich gesloten houdt, voelt zich beschermd in zijn eigen wereldje. Dit brengt echter frustraties met zich mee op lange termijn.  

Open zijn in een relatie wordt veelal op een spottende, dubbelzinnige manier gedaan.  

Om te weten te komen waarom het zo moeilijk is om open te zijn, zal ik proberen een paar punten te bekijken met de daaraan gekoppelde problemen en mogelijke oplossingen.  

 

 


1. Basis van een relatie 

 

1.1 Waarom willen we een relatie?  

 

De basis van een heterorelatie die we als volwassenen aangaan, heeft als hoofddoel: ‘onze voortplanting’. Om de geschikte partner te kiezen, gaan we onbewust instinctief te werk. Een vrouw moet een bekken hebben waarmee ze gemakkelijk kinderen kan baren en borsten om te zogen. Een man moet sterk zijn om zijn vrouw en kinderen te kunnen beschermen en onderhouden.  

De vrouw maakt zich aantrekkelijk voor zichzelf, maar nog meer om de man uit te nodigen en te verleiden. Ze vindt het fijn begeerd te worden. Ze speelt een spel van aantrekken en afstoten. 

De man pocht tegenover andere mannen (concurrenten) met zijn kracht. Bewust of onbewust heeft hij een soort machogedrag. Hij is altijd op zoek naar een volgende partner om te bevruchtigen.  

Dit wijst zowel bij de mannen als bij de vrouwen op een soort van handelen als de chimpansee.  

In onze huidige tijd is het niet zo dat een man geacht wordt sterk te zijn, maar hoe minder kracht er in zit, hoe sneller hij door zowel mannen als door vrouwen wordt aanzien als een slappeling, er zit niets in. Waarmee ik niet wil zeggen dat mannen dominant moeten zijn, ze moeten enkel als het nodig is ‘hun mannetje’ kunnen staan. Een taak die de man nu al kan delen met de vrouw.  

Natuurlijk spelen andere factoren, zoals job, intelligentie, cultuur, afkomst, uiterlijk, innerlijk en sociale gelijkheid ook een rol.  

Om de voortplanting nog aantrekkelijker te maken, werd het voorzien van een aangenaam gevoel, namelijk het orgasme.  

Naargelang de geaardheid, voelt men zich aangetrokken tot man, vrouw of beiden.  

 

 

1.2  Het huwelijk



Het huwelijk is de hoeksteen van onze maatschappij om wegwijs te geraken wie bij wie hoort om onze afkomst te bepalen. Verschillende huwelijksvormen werden in de loop der jaren aangepast volgens cultuur. Wereldwijd komen monogamie, heteroseksuele huwelijken het meest voor, gevolgd door homohuwelijken en polygamie.  

 

Het huwelijkscontract heeft zowel wettelijke als psychologische gevolgen.  

 

Het huwelijkscontract in het Westen houdt volgens de wet in:  

  • getrouwheid, hulp en bijstand 
  • plicht elkaar financieel het nodige te verschaffen 
  • minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en kosten ervan te dragen 
  • huwelijksvermogenstelsel:        * goederen van voor het huwelijk blijven eigen goederen 

* vermogenstoename tijdens het huwelijk is gemeenschappelijk ( afwijkingen mogelijk door clausules in het contract op te nemen) 

 

Deze regels kunnen vrij geïnterpreteerd worden naargelang persoonlijke motivatie, bezitsdrang, gevoel voor verantwoordelijkheid, stellen van prioriteiten en culturele achtergrond.  

 

Het psychologisch huwelijkscontract in een gesloten relatie is in feite een contract waar we geen weet van hebben en zodoende niet moeten ondertekenen. Het houdt bijvoorbeeld in dat we ons samen moeten vertonen, geluk uitstralen, toegeven aan de ander, onszelf inhouden en vertrouwen zien als monogaam zijn.  

 

In veel gevallen komt men niet meer tot een huwelijk, maar blijft men in een partnerrelatie, waarbij de psychologische regels dezelfde zijn.  

Bij het aangaan van een huwelijk/ partnerrelatie ondervinden we snel dat de regels niet altijd overeenkomen met onze eigen aard. We moeten ons soms anders gedragen dan we eigenlijk zouden willen of kunnen. Ons onbewuste zoekt neurotische oplossingen, zodat we de regels kunnen omzeilen of vermijden.  

We ontwikkelen een klimaat van macht om toch zoveel mogelijk aan onze eigen behoeften te kunnen voldoen. Dit doen we zonder dat we het beseffen, gewoon om ons contract na te komen.  

Naargelang onze functioneringswijze gaan we ons anders opstellen en gebruik maken van onze macht.  

 

Voorbeeld:  

Een verlegen jongen (oraal) heeft verkering met een meisje die op haar strepen staat (anaal). In de beginfase van de relatie vinden beide partners dat ze elkaar aanvullen. De verlegen jongen wordt beschermd door het meisje. Tot het ogenblik dat de jongen wenst van zijn verlegenheid af te geraken. Beiden ervaren het gevoel dat de jongen begint te groeien. Het beschermend gedrag van het meisje wordt overbodig op het moment dat de jongen ook anaal begint te functioneren. Een machtsspel kan beginnen. Het meisje wenst niet dat de jongen groeit en probeert de jongen af te breken zodat hij oraal zou blijven.  

De jongen kan terugvallen in zijn oraal gedrag, onderdrukt worden en op die manier de nodige aandacht proberen op te eisen. Hij kan zich echter ook verzetten (anaal) met alle gevolgen en conflicten vandien.  

 

Helaas moeten we vaststellen dat dergelijke feiten vaak voorkomen in relaties. Dit bij gebrek aan inzicht dat een relatie bestaat uit twee verschillende individuen die kunnen groeien.  

 

Een psychologisch contract zou de kansen moeten kunnen krijgen om te worden bijgewerkt. Daar we anders dreigen vast te zitten en groeikansen afwezig blijven. 

 

 

1.3 Het ontstaan van een relatie 

 

1.3.1 Vroeger 

Vroeger was het simpel. De ouders zochten voor zoon/ dochter een goede vrouw/ man. De ‘zaak’ werd door beide ouderparen besproken en afgehandeld. Er werd een trouwpartij geregeld, een financiële afspraak gemaakt en de rest kwam vanzelf. De man werd meestal als baas geacht en regeerde in het gezin. Hij voorzag het gezin van levensonderhoud. De vrouw moest kinderen baren, hen grootbrengen en het huishouden doen. Bij problemen was er de kerk die zei wat mocht en vooral wat niet mocht.  

Op die manier moest men elkaar maar verslijten in goede en kwade dagen. Volgens mij was dit niet de ideale manier, want gaandeweg houdt het op te bestaan.  

 

 

1.3.2 Nu  

Nu is de basis van een relatie in het Westen vooral verliefdheid.  

Verliefdheid is een gevoel dat we ervaren in het begin van een liefdesrelatie of éénzijdig zonder relatie. Sommige levenspartners ervaren dit gevoel zelfs gedurende hun hele relatie op voorwaarde dat beide partners het recht hebben te groeien en open te bloeien zonder zich bezitterig op te stellen. Bij verliefdheid worden hormonen in je hersenen aangemaakt op het ogenblik dat je de ander ziet of er aan denkt. Die hormonen werken verslavend waardoor je je liefde zo vaak mogelijk wilt zien. We zijn steeds op zoek naar dit geluksgevoel omdat het onze basisbehoefte aan aandacht en warmte bevredigt. Ik ben op dat ogenblik de mooiste, de knapste, de liefste, de beste… in de ogen van mijn geliefde. 

 

Kenmerken van verliefdheid:  

  • Idealiseren van de geliefde 
  • Blind voor de negatieve kanten van de geliefde (liefde maakt blind) 
  • Lichamelijke gevoelens, zoals vlinders in je buik 
  • Irrationeel denken en handelen (het leven als een paradijs zien) 
  • Continu denken aan de geliefde 
  • Verlegenheid en onhandig zijn in aanwezigheid van de geliefde 
  • Zichzelf idealiseren in aanwezigheid van je geliefde  

(Opmaken, je mooiste kant tonen…) 

  • Ongemakkelijk, verlangend gevoel bij afwezigheid geliefde 

 

Het verliefdheidsgevoel is meestal tijdelijk en ebt weg. Andere zaken, zoals steun, geborgenheid en liefde, kunnen in de plaats komen.  

Verliefdheid is een emotie die je overvalt en waar een wilsdrang aan verbonden is. Het is gebaseerd op wat ik wil. Ik wil graag gezien worden en wil snel bevrediging. We denken egoïstisch en op korte termijn.  

Liefde daarentegen werkt op lange termijn. Ik wil de ander graag zien en hoop dat het wederzijds is. Dit is een altruïstische houding.  

 


2.      Wat houdt ons tegen openheid in onze partnerrelatie te hebben? 

 

2.1 Gebrek aan zelfvertrouwen 

 

Veel te vaak zien we dat de mens het moeilijk heeft een goede liefdeshouding aan te nemen in een relatie. We zijn bang dat onze behoeften niet zullen bevredigd worden en de ander meer zal krijgen. Hoe beter we onszelf leren kennen en niet streven naar afhankelijkheid van de ander, hoe beter we in staat zullen zijn een eerlijke relatie met blijvend verliefdheidsgevoel op te bouwen. Beseffen dat onvolmaaktheid niet minderwaardig is, maar een groeikans, heeft een gevoel van opluchting en vrijheid in een relatie. Het feit dat we schrik hebben onze partner los te laten, hangt nauw vast met ons fundamenteel zelfvertrouwen. De definitie van fundamenteel zelfvertrouwen kunnen we als volgt omschrijven: “ Geloven dat we bijna alles aankunnen op voorwaarde dat we lang genoeg volhouden en leren uit de onvermijdelijke fouten. Als we deze definitie even nader bekijken, dan zien we dat het vooral een kwestie is van erin geloven, vertrouwen, doorzetten en onze mislukkingen durven zien en eraan werken. Bij het hebben van laag fundamenteel zelfvertrouwen hebben we op z’n minst één van de eigenschappen te weinig en houden we ons krampachtig vast aan wat we nu hebben. We worden achterdochtig en zien de zaken op een onrealistische manier. Ons fundamenteel zelfvertrouwen vergroot naarmate we een realistischer zelfbeeld (FZB: Fundamenteel Zelfbeeld) hebben en als we de omgeving realistisch kunnen zien (AWB: Algemeen Werkelijkheidsbeeld). Zelfkennis en onvoorwaardelijke aanvaarding van onszelf zijn basisingrediënten van fundamenteel zelfvertrouwen (FZT).  

Fundamenteel zelfvermogen in formulevorm:  

 

FZT = FZB + AWB 

 

 

 Het krampachtig vasthouden van de partner kunnen we vergelijken met water in handen nemen. Houden we onze handen mooi open in komvorm (zie figuur 1) dan kunnen we het water behouden. Houden we onze handen echter krampachtig dicht, dan houden we geen water meer over (zie figuur 2). Net op die manier gaat het in een relatie.  

 

                                                                

                        Figuur 1                                                                                         Figuur 2 

 

Hoe meer we onze partner willen vasthouden, zoals remmen in de persoonlijke groei, controleren, achterdocht, financiële macht uitoefenen, hoe meer die geneigd zal zijn de relatie te ontvluchten.  

 

Zoals reeds eerder vermeld is zelfkennis een must, maar voor goede communicatie moeten we daar nog zelfonthulling en oprechtheid aan toevoegen.  

 

 

2.2 Gebrek aan communicatie

 

Bij het afwezig zijn van een seksuele relatie krijgen we, zoals bij elk gemis, een soort trauma. Dit kan zich uiten van slecht gehumeurd zijn tot in extreme gevallen overcompenseren (pedofilie, perversiteit). 

Hoe komt het nu dat we niet steeds onze wil tot een bevrediging kunnen uiten? Door bijvoorbeeld onze cultuur van monogamie die ingebakken zit over generaties heen.  

Een groot deel van bevrediging is het kunnen uiten van behoeften en verlangens. Nog steeds gebeurt dit alles te veel in taboesfeer. Het is iets intiems, met moeite tussen de lakens bespreekbaar.  

Hoe komt dit? Zijn we misgroeid? Is het dierlijk zodat we er beschaamd om zijn?  

Of zijn we juist goed geëvolueerd?  

 

We gaan een relatie aan omdat we elkaar begrijpen zonder woorden. We vullen elkaars behoeften aan zonder communicatie.  

Uit studies is gebleken dat die complementariteit, ontstaan uit verliefdheid, na zeven jaar en een half langzaam verdwijnt. De frustraties tegenover de ander neemt toe. We zien niet waar de fout ligt, we zeggen dat onze partner veranderd is. Hij/Zij is van slechte wil, jaloers, dominant, laks, hij/zij heeft een ander, hij/zij wilt meer vrijheid. Het valt op dat de oorzaak steeds bij de ander ligt. Bijna nooit bij onszelf. Hier is duidelijk het onbewuste aan het werk. Dat heeft zijn afweermechanisme ingeschakeld om onze neurotische trekken vernuftig toe te dekken. We zien onze eigen fouten niet.De behoeften en verlangens van de ander stellen we in vraag (als we die al kennen). Het is natuurlijk mogelijk dat andere factoren aan de basis liggen, bijvoorbeeld alcoholisme, drugs- of gokverslaving… Deze problemen moeten eerst aangepakt worden. Het is vijf voor twaalf voor onze relatie. Dit is het moment waarop veel relaties stukgaan ofwel blijven ze samen voor de kinderen, financiële zekerheid en gaan elk hun eigen leven leiden (modus viventus: leven als broer en zus). Voor wie moed genoeg heeft, is de tijd aangebroken om te leren communiceren. Ook op seksueel gebied dient er gecommuniceerd te worden over de noden en de wensen. Indien dit niet gebeurt, neemt de seks af na een aantal jaren relatie en eindigt deze vooral platonisch. Een seksgroeistop.   

De nood blijft. Men trekt zich op zijn eentje terug in literatuur, internet, films…  

Het is hoog tijd dat er iets gebeurt in de communicatie. Anders zouden we wel eens uit het ‘huwelijksbootje’ dreigen te vallen.  

Communicatie is meer dan praten. Het gaat veel dieper. Goede communicatie heb je wanneer je je volledig kunt openstellen tegenover elkaar, mekaars behoeften kunt integreren tot haalbare verlangens. Tevens is komen tot het uiten van verlangens voor veel zaken reeds een goede oplossing, want ik wil hier zeker niet pleiten tot alles zomaar kan of mag.


 

 

Bij communicatie stoot men op steeds terugkerende problemen die ik graag eens op een rijtje zet:  

 

  • Het probleem op het verkeerde tijdstip aanhalen 

Het best kunnen we het probleem hier en nu bespreken, maar dat lukt niet in alle situaties, bijvoorbeeld in aanwezigheid van kinderen en anderen, zoals personeel, feestgenoten, collega’s… Wanneer men in aanwezigheid van derden de kwetsbaarheid van de partner aanraken, dan wordt er misbruik gemaakt van de openheid van de partner en kunnen we spreken van een rechtstreekse aanval. Ook onder invloed van alcohol en drugs is het beter het probleem nog even te laten rusten.  

Nog een verkeerd tijdstip is als de partner het even emotioneel moeilijk heeft, want dan gaan we te werk zoals de kinderen: stressmomenten gebruiken om je zin te krijgen.  

 

  • Het probleem in de verkeerde context plaatsen 

Nogal dikwijls ondervinden we van de partner en van onszelf dat we het probleem ergens tussen voegen in het gesprek, waar het een heel andere betekenis krijgt of helemaal niet van toepassing is.  

Voorbeeld: de partner is vergeten brood te halen en wordt er op gewezen dat hij zijn verantwoordelijkheid niet neemt. 

 

  • Het probleem veralgemenen 

Woorden gebruiken zoals ‘altijd’, ‘alle’ en ‘nooit’ leiden tot veralgemening.  

Voorbeeld:        

“Ik kan nooit iets goed doen voor jou.” 

“Het is altijd mijn schuld.” 

“Alle mannen zijn gelijk.” 

 

  • Confictvermijdend gedrag

We wensen een relatie met zo weinig mogelijk conflicten. Dat is natuurlijk heel nobel, maar wat  levert  het ons op termijn op? Innerlijke frustraties. Het confict vermijden is iets dat we meekregen als culturele bagage. Toedekken met de mantel der liefde is daar een mooi voorbeeld van.                                    

 

° Verkeerd hanteren van communicatie

 

 Bij communicatie  moeten we oppassen voor eventuele misverstanden. We veronderstellen maar al te vaak te weten wat de ander denkt, bedoelt of verlangt. We gissen meer naar de gedachten dan we ernaar vragen. Onze partner verwacht  van ons ook te veel dat we zijn/haar wensen aanvoelen. Voor wie dit kan is het heel handig, maar we moeten ook begrip opbrengen voor wie het niet kan.Dit kan jaren tot levenslange valse veronderstellingen met zich meebrengen. We kunnen spreken van verspilling van energie en tijd. Wie oprecht zijn gedachten kenbaar maakt, heeft misschien een conflict op korte termijn, maar op lange termijn mogelijks veel tijd gewonnen. Ik wil hier niet mee bedoelen dat we de ander gebruiken als een soort stort waar we al onze problemen zomaar kunnen dumpen en er van af zijn. Op een mooie, eerlijke manier uitleggen wat er in je omgaat is dus de boodschap. 

 

  

  

 

 

  • Niet empathisch kunnen zijn 

Van nature uit willen we, zoals reeds eerder vermeld, de meeste aandacht. We willen meer gehoord worden dan we zelf luisteren. Deze minder goede manier van luisteren, leidt ertoe dat we maar half luisteren en de boodschap niet of half begrepen hebben.  

 

Vaak moeten we ook vaststellen dat de partner een omweg maakt om iets gezegd te krijgen waardoor de vraag mis begrepen wordt. We zien ook dat een vraag beschuldigend kan zijn. Voorbeeld: “Waar heb je al je onderbroeken achtergelaten?” Dit kan beter op volgende manier: “Ik vind je onderbroeken nergens.” 

 

De oplossing voor bovenstaand probleem is empathisch zijn. We trachten ons in te leven in wat de ander ons wil vertellen door actief te luisteren, zodoende dat de ander steeds een positieve waardering ondervindt. Op die manier kunnen we ook te weten komen wat de onderliggende behoefte is van het gestelde.  

 

Veelal denken we dat we heel spontaan de juiste dingen op de juiste manier formuleren. Vooraleer we een gesprek aangaan, nemen we echter best de tijd om hetgeen we wensen te vertellen juist te formuleren zonder gebruik te maken van een beschuldigende toon. Aangeven welk gevoel je bij bepaalde situaties hebt, is een goed uitgangspunt. Voorbeeld: In een relatie waar de partner veel uithuizig is, kan er gezegd worden: “Je bent nooit thuis”, maar beter is: “ Ik voel me eenzaam wanneer ik alleen ben.”  

 

Wanneer je geen tijd of zin hebt om te luisteren, moet het mogelijk zijn om dat aan de partner te laten weten. Zeg er dan ook bij wanneer het wel kan. Schuif het echter niet op de lange baan, met andere woorden maak er geen misbruik van.  

 

Empathisch zijn en goed formuleren zijn eigenschappen waar we van nature uit niet over beschikken. Daarom is het noodzakelijk om er bewust rekening mee te houden tot het een vertrouwde vaardigheid wordt. Steeds moeten we erover waken dat we niet terugvallen, want de eigen behoeften blijven zich constant opdringen.  

 

 

 

2.3 Jaloezie binnen de partnerrelatie 

 

Ik heb al veel medelijden gehad met de partners van diegenen die zich jaloers opstellen. Wat is de reden dat weinig mensen het aan kunnen dat anderen hun partner ook mooi, leuk vinden? Waarom laat de partner het na om anderen op te zoeken en te contacteren?  

De oorsprong van jaloezie vinden we terug in de kinderjaren. Als boreling denken we dat we onze moeder voor ons alleen hebben. Na enkele jaren ondervinden we dat we moeten delen met andere gezinsleden. Wie op dat moment te weinig aandacht krijgt van de moeder gaat zich angstig voelen en boos gedragen. De boosheid kan zich bijvoorbeeld uiten in aanstellerij (= aandacht vragen). Belangrijk hierbij is dus genoeg  fitmomenten te geven aan je kind. Een baby vraagt om aandacht door te wenen. Als de moeder zich dan kan afstellen op de baby (knuffel, glimlach, een éwel) krijgt hij een fitmoment. Die fitmomenten zijn een bevrediging voor behoeftes aandacht en veiligheid. Bij het niet of te weinig krijgen van die bevredigingen (bvb. bij een postpartale depressie) kan dit leiden tot hechtingstoornis met volgende reactiepatronen:

                                                                                                                                              - onveilig voelen

                                                                                                                                              - bindingsangst

                                                                                                                                              - onstabiele relaties (soms verstikken,

                                                                                                                                                 andere keren vermijden)                           

Elk van ons heeft fitmomenten tekort gekregen waardoor wantrouwen en een vorm van jaloezie tot onze persoon behoort.  

 

Groepsinstinct is één van onze basisbehoeften. Daarbij willen we altijd de mooiste en de knapste zijn. Als er knappere komen, dreigen we uit de groep (relatie) te worden gestoten.  

 

Deze twee redenen vormen een grote basis van ons relationeel gedrag. Vanaf de puberteit komt daar nog het seksuele verlangen bij. We gaan dus op zoek naar een zorgfiguur en iemand waar we geslachtsgemeenschap kunnen mee hebben. We zijn allen naar hetzelfde op zoek. Dit vormt steeds een bedreiging voor onze relatie. Er zijn altijd kapers op de kust. In erge gevallen leidt jaloezie tot geweld en (zelf)moord. In minder extreme gevallen zijn er conflicten, depressie en wraakgevoelens. We horen vaak spreken over gezonde jaloezie. Zelfs in die gevallen kunnen we zeggen dat er een verlies is aan openheid en we houden elkaar gevangen in een relatie waarin we ons moeten aanpassen.  

 

De partner van jaloerse personen speelt heel dikwijls het spel mee om de relatie in stand te houden. Je kan je best voorstellen dat deze partners helemaal niet open en gelukkig kunnen zijn in de relatie.  

 

Jaloezie helemaal wegwerken is quasi onmogelijk. Zolang we in ons huidig biologisch gezinsmodel blijven, zal elke vorm van jaloezie niet ophouden te bestaan. Het enige dat we kunnen doen is er op letten dat we het jaloers zijn kunnen uiten en er een positieve betekenis aan geven, zoals: “Ik geef om je, ik wil je niet kwijt, je betekent iets voor mij;Ik heb toch geluk met de partner die ik nu heb, het bewijs hiervoor is dat anderen mijn mening delen. Hij/ Zij is mijn bezit niet.” 

 

 

2.4 Opvoeding en cultuur van jongeren 

 

Ondanks het feit dat we denken dat er een grote openheid is ontstaan als het over seksualiteit en relaties gaat, blijft het merendeel van de jongeren in de kou staan met zijn vragen.  

 

Ik stel vast dat de seksuele voorlichting vooral op school wordt gegeven. We leren hoe de voortplanting in elkaar zit en hoe we seksuele overdraagbare ziekten en zwangerschap kunnen vermijden. Zelden of nooit krijgen we seksuele vorming die ons iets bijbrengt over verschillende vaardigheden waardoor we alles zelf moeten zoeken. Over hoe positief, genotsvol en belangrijk seks is, wordt niet gesproken. Leerkrachten die seksuele vorming geven, hebben daar geen specifieke opleiding voor genoten. Ze onderwijzen meestal godsdienst, zedenleer of biologie. De leerkrachten voelen zich vaak zelf onzeker en kunnen onvoldoende omgaan met reacties uit de klas.  

 

Het is duidelijk dat jongeren gesprekken over seksuele thema’s liever uit de weg gaan als ze puberen. Omdat ze seksualiteit als hun eigen terrein aanzien waar de ouders niets te zoeken hebben. Nogal frappant is te zien dat de ouders de minst vruchtbare informatiebron zijn. De ouders doen vooral aan ‘kijk uit’- scholing of  ‘pas op’- scholing.  

 

Jongeren bespreken seksualiteit dan ook vaker met leeftijdsgenoten. Ze zien hen niet als de informanten, zoals op school en thuis. Ze pochen met hun al dan niet gepresteerde prestaties. Op die manier wordt nogal dikwijls een verkeerd beeld gevormd van hoe seksualiteit in elkaar zit.  

 

Het spreekt voor zich dat de media –vooral internet - het ideale middel is om op zoek te gaan naar informatie. We zitten met onpersoonlijke kanalen, waardoor jongeren gaan denken dat seksualiteit een geheime aangelegenheid is.  

 

Een mogelijke oplossing is seksuele vorming ruimer zien dan louter het verstrekken van voorlichting in verband met lichamelijke ontwikkeling en preventie. Echte relationele en seksuele vorming kennen we in België helaas nog niet. Dit verplicht opnemen in een lessenpakket, gegeven door opgeleide docenten, die door een empathische houding de kennis, vragen en beleving van de jongeren naar boven kunnen halen, ware nuttig.  

Goede relationele vorming is dus meer dan bijleren over de voortplanting. Genieten, houden van en ontdekken moeten aan bod kunnen komen. Elk zou zijn eigen voorliefde moeten kunnen uiten op alle vlakken.  

 

Een bijkomend probleem stelt zich: “Wie begint waar?” 

We zitten meestal in een relatie met partners en zelf hebben we geen goede relationele vorming gekregen. Hoe kunnen we dan als ouder de informatie correct doorgeven of zelf gebruiken? De mogelijke oplossing is met gelijkgezinden samen te komen om elkaar zaken bij te brengen.  

Het spreekt voor zich dat hier bepaalde afspraken gerespecteerd moeten worden, want we treden hier buiten ons al zo moeilijke partnerrelatie.  

Enkele afspraken:  

  • We praten over persoonlijke ervaringen en die worden niet doorverteld. 
  • Er is ruimte voor het ik. Mijn wensen, gevoelens en gedachten zijn goed.  
  • Verschillende seksuele varianten zijn welkom en mogelijk.  
  • Luisteren moet, lachen mag, uitlachen niet.  

 

 

2.5 Normaal / abnormaal 

 

Voortgaand op het vorig punt (2.4 opvoeding en cultuur van jongeren) zou ik graag nog eens aanhalen dat wat ons voorgespiegeld wordt als normaal wordt bestempeld en het overige als abnormaal.  

We menen de mensen op seksueel vlak te kunnen verdelen in onder andere: 

  • Heteroseksuelen: zich tot het andere geslacht aangetrokken voelen 
  • Homoseksuelen:    “      “   “  zelfde                 “            “                  “ 
  • Biseksuelen: zich tot beide seksen aangetrokken voelen 
  • Sadomasochisten: toebrengen of ondergaan van dwang, vernedering en pijniging 
  • Exhibitionisten: zich seksueel tonen aan anderen  
  • Voyeurs: het bekijken van anderen 
  • … 

 

 

Deze categorieën worden gecreëerd, maar in feite gaat het om seksueel gedrag die bij elk van ons in meer of mindere mate aanwezig is.  

Voorbeeld:  

Een vrouw met grote borsten en diep decolleté is voor een stuk exhibitionistisch.  

Een man die gluurt naar die uitbundige decolleté kan als voyeur bestempeld worden. Een mannelijk persoon die zijn beste vriend graag ziet, wordt wel eens als homoseksueel aanzien.  

 

Met deze voorbeelden wordt duidelijk gemaakt dat mensen een mengeling zijn van seksuele varianten. Hen klasseren zou dan ook onrechtvaardig zijn.  

Hoe meer de maatschappij die bepaalde eigenschappen van een persoon benadrukt, hoe meer we in hokjes denken en de gedachte creëren dat ze abnormaal zijn. Ook bij andersvaliden is dit van toepassing.  

 

Laat ons dit even bekijken binnen een partnerrelatie.  

Zolang de maatschappij het abnormaal vindt dat een vrouw bijvoorbeeld met haar partner naakt recreëert, een goede vriend om een goed gesprek mee te voeren en eventueel een vriend om een hobby mee te hebben, zal dit steeds opnieuw als ontrouw aanzien worden.  

Op die manier blijven we in hokjes denken en zal er geen verbetering zijn naar de toekomst toe. Het onvoorwaardelijk aanvaarden van de ander is dus een must. Elk van ons is goed op zijn manier. Niet de ander proberen te veranderen of te veroordelen, nogal dikwijls uit schrik voor het onbekende , maar de goede zaken van de ander durven erkennen en overnemen is de boodschap. 

 

 

2.6 Aanpassingsconflict 

 

Het aanpassingsconflict is één van de grootste weerstanden die we ondervinden binnen een relatie. Als we de ander de kans geven om te groeien, zouden we ons eventueel moeten aanpassen en dit zou in strijd zijn met datgene waar we zo naar streven, namelijk onszelf zijn.  

 

Doordat we rekening zouden moeten houden met de ander, veronderstellen we dat we minderwaardig zijn. We willen datgene dat we zelf bedenken, kunnen realiseren zonder inmenging van anderen. Elk verlangt zijn eigen terrein te hebben waar hij/ zij zijn ding kan doen.  

Het oplossen van problemen binnen een relatie is jezelf bewust inspannen om het in het vervolg beter te doen. Dit is lastig en we denken dat we niet spontaan mochten zijn.  

Bij conflicten willen we revanche nemen omdat ze dan eens zouden zien wie we zijn. 

 

Als we een relatie proberen uit te bouwen door gebruik te maken van onze machtspositie, houden we geen rekening met de partner. We willen ons niet aanpassen aan de noden van onze partner. Dit is de inferieure oplossing van het aanpassingsconflict.  

 

Beter is de superieure aanpassing waarbij we het vermogen ons aan te passen of rekening houden met de ander beleven als een meerwaarde van onszelf. We kunnen dit zien als het goede voorbeeld geven en hopen dat de partner het waardeert op lange termijn. 

 

 

2.7 Ik wil vrij zijn 

 

We goochelen met het woord vrijheid. Wanneer ben je vrij? We zijn in een tijd gekomen dat elk snakt naar vrijheid. We schreeuwen het uit: “Ik wil vrij zijn!” 

Wanneer voel je je nu echt vrij? Dit is afhankelijk van hoe je zelf de definitie van vrijheid ziet. Het hangt samen met onze functioneringswijze. Ikzelf zou vrijheid omschrijven als: vrij zijn in de persoon die ik ben rekening houdend met de mening van de anderen en dit op een respectvolle manier. maar zoals zopas beschreven is dit voor elk verschillend.  

Het is als een motorrijder die fantasmatisch denkt dat hij vrij is als hij in de file zich een weg kan banen tussen de traag rijdende mastodonten. Elk ogenblik riskeert hij zijn leven en toch voelt hij zich vrij. Net zo gaan we op zoek naar een relatie die ons vrijheid biedt. Dat wat we in het traditionele huwelijk niet vinden.  

 

Een oplossing zou zijn: single blijven. Bij deze ‘oplossing’ moet je voor alles zelf instaan, zowel in het huishouden als voor de financiële kant. Dan komt er nog het gemis aan seks en waardering bij.  

 

Een andere mogelijkheid is kiezen voor het flierefluiterbestaan. Waarin we als het ware zappen van het ene naar het ander lief. Toch missen we steeds het warme nest.  

 

Nog een andere mogelijkheid is een Living Apart Together relatie (L.A.T-relatie). Hierbij kan men zich nooit 100% thuis voelen mede omdat er verschillende huisregels gelden en er steeds een gevoel van heen en weer gereis is.  

Ikzelf zou me er een toerist – partner in voelen.   

 

Beter volgens mij is een relatie waar we open en vrij mogen zijn ook al zijn we aan elkaar gebonden door afspraken die het leven van de beide partners aangenamer maakt. Afspraken die ten allen tijde kunnen besproken en herwerkt worden.  

Mijn visie is dus niet L.A.T – relatie, maar Living Together, Apart, die voor beide partners verrijkend werkt.  

Bij L.T.A. relatie heben we 3 segmenten die harmonisch samengaan. Segment 1en3 staat  voor ons eigen als persoon. Segment 2 staat voor wat we samen hebben.

Overlappen 1en3 zich dan spreken we van een verstikkende relatie. Is 2 heel klein dan zijn we aan het vervreemden van elkaar. Een goed evenwicht vinden is een opdracht die de relatie alleen maar mooier maakt.

 

     fig.1 verstikkend                                                        fig.2 vervreemd                                              fig.3 harmonie
 
                                                             
 
 
 

2.8 Schrik voor verlies relatie

 

Wat is de motivatie om overspel te verzwijgen? Je hebt 50% kans dat de relatie stukloopt. De belangrijkste reden hiervoor is dat de partner het niet aankan. Eerlijkheid lukt het best bij stabiele partners die de moed en de wil hebben er samen aan te werken. Beiden moeten inzien dat een mislukking een verrijking voor de relatie kan zijn. Door een moelijk parcour geraken levert op termijn een groter genot op. We verzwijgen nog steeds teveel uit schrik, ook al willen we open en eerlijk zijn.

 

 

 3. Slot 

 

Is er hoop dat we totaal eerlijk en vrij kunnen zijn in een open relatie?  

Als we naast de nodige vaardigheden, zoals communicatie en empathie, fundamenteel zelfvertrouwen, durven aanpassen en jaloersheid omvormen in positieve gedachten, ook de nodige vorming verwerven, is het mogelijk om als vrije mensen in een open relatie te leven.  

 

Tot slot wil ik mijn eindwerk bundelen in volgende vergelijking:  

Laat ons onze partner vergelijken met een plantje. Als we die in een pot zetten dan zal hij groeien volgens de omvang van de pot. Zetten we die in de vrije grond met genoeg zonlicht, lucht en ruimte, dan zal het plantje uitgroeien tot zijn maximum. Welk plantje, denk je, dat het mooist wordt?  

Als we onze partner vrij durven laten, kan hij uitgroeien tot op zijn mooist, waar we op onze beurt mogen van genieten.  

 

AAN U DE KEUZE of DE INTEGRATIE

 

 

 

 4. Bronnen 

 

4.1 Internet 

 

www.psy.cc: Functioneringswijzen AIP 

www.psy.cc: Behoeften en verlangens AIP 

www.psy.cc : Fundamenteel zelfvertrouwen AIP 

www.psy.cc : Communicatie AIP 

Relationele en seksuele vorming; een overzicht van leermiddelen voor onderwijs CGSO 1998 

www.nvsh.nl  

 

Bart, nadat ik uw thesis gelezen heb zit ik toch met een paar vragen:
 
Openheid in de partnerrelatie, wat is openheid?
Wat met communicatie als we nog eens niet open zijn naar onszelf toe en gevangen zitten in onszelf, als we nog geen verbinding kunnen maken met onszelf?
En wat als er fysieke beperkingen zijn?.....
 
 
Ik hoop dat je iets aan men vragen hebt.
 
Mvg Geert Wuyts