9000-9999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

9900 Humanistische spiritualiteit

HUMANISTISCHE SPIRITUALITEIT

OP ZOEK NAAR EEN

WETENSCHAPPELIJK GESTOELDE SPIRITUALITEIT VOOR DE 21e EEUW




De ruïnes van een protestantse tempel in Les Baux de Provence, 1571
"Post Tenebras Lux", "Na de Duisternis (eindelijk) het Licht" 


Voorwoord

Zou het mogelijk zijn om, stapje voor stapje, een vorm van spiritualiteit te creëren waarbij de nadelen en de beperkingen van de primitieve en dogmatische godsdienstbeleving en de nadelen van het primitieve anti-klerikalisme vermeden worden, en er tegelijkertijd een volledige wetenschappelijkheid in heerst met de psychologisch, existentieel en esthetisch waardevolle belevingsvormen? Dit is de bedoeling van dit zoekend artikel.

De term "Humanistische spiritualiteit" is misschien niet adequaat genoeg. Daarom spreken we misschien beter van ‘Transcendent Bewustzijn’ of ‘Hyperfysica’ (een nogal ‘passief’, ‘niet belevend’ begrip van Teilhard dC) of  ‘Integratieve Spiritualiteit’. We bedoelen een hedendaagse spiritualiteitsvorm waarin de storende godsdienstige elementen afwezig zijn’ (cf. ‘Atheïstische Spiritualiteit’ – Apostel).

Inleiding

De tweede helft van de twintigste eeuw heeft de vroegere spiritualiteit, christelijke en andere, vernietigd, of minstens geridiculiseerd, maar ze heeft geen andere in de plaats gesteld. Als men zich in een lege kerk of een prachtig kloosterpand bevindt, dan staat men voor een moeilijke keus: ofwel opgaan in de naïviteit van het vroegere geloof en een zekere vervoering beleven –maar zich tegelijkertijd een beetje belachelijk voelen–, ofwel er niet in geloven omdat we eigenlijk toch humanistisch en rationeel zijn, en de hele vervoering missen die erin gelegd is, een zekere spijt voelen om wat verloren is, ja zelfs die vroegere eeuwen als naïef en neurotisch bestempelen. Wat een verlies van onze eigen cultuurschatten!

Op die manier gaat er veel verloren voor ons, en niet alleen de schatten van het verleden, die voortaan als vanuit een vreemde cultuur komen, eigendom van bewoners die wij verdreven hebben. Maar ook onze actuele nood aan spiritualiteit blijft onbevredigd. Want het is goed meewarig te doen over dat bijgeloof uit het verleden, maar we hebben voorlopig niets beters.


Het is eigenlijk ongelooflijk hoe het christendom, zowel protestants als katholiek, de huidige nood aan spiritualiteit niet aangrijpt om daar een zinvol antwoord op te geven, en een nieuw élan, een nieuwe spiritualiteit te creëren. De Boeddhisten komen het hier wel doen. De christenen hebben nochtans, met een schrijver als Teilhard de Chardin, alles in huis om een zinvol postmodern antwoord te brengen. Het is echter tekenend dat zij dat niet doen, zoals ook de maçons in Nederland het tij van het maçonniek verval niet kunnen keren. Ze vinden immers dat er aan de boodschap niets ontbreekt, dat er alleen meer bekendheid moet aan gegeven worden. Dit paradoxaal antwoord is tekenend, en meteen de verklaring voor het uitdoven van de vroegere, mythische vormen van spiritualiteit. Maar hoe zouden de leiders van de vroegere beweging trouwens het antwoord kunnen geven op het probleem dat zij zelf met volle overtuiging geschapen hebben. Zoals de regeringen in Europa kunnen zij zichzelf toch niet afschaffen.

Inhoud

Spiritualiteit in het algemeen, en dus ook de humanistische, bevat volgende elementen:
  1. Een inzicht in de zin van het bestaan van heelal en mens, en een plausibele hypothese voor bestaan na de dood.
  2. Vandaaruit een hele reeks inzichten over de optimale manier van leven
  3. Een esthetisch-symbolisch steunsysteem om die manier van leven te blijven volhouden. Daartoe behoort ook meditatie.
  4. Een broederlijke interactie om elkaar te steunen en te stimuleren tot die optimale levenswijze.

Dus twee inzichtelijke (bewuste, rationele) en twee psycho-stimulerende (onbewuste, emotionele) elementen

Meer concreet:

  • Het situeren van spiritualiteit binnen de verschillende denkvormen (voorbeeld van de mist)
    • Dan de zin van het bestaan, zowel
    • objectief (AST, evolutieleer) als
    • subjectief (integratieve bevrediging van behoeften, creatief en bewust overnemen van het evolutieproces).
    • Het besef van de centrale plaats van het begrip integratie.
  • Vervolgens het constructief denken, dat ons toelaat te groeien en constructief om te gaan met frustraties, fout, mislukking, lijden en pijn.
  • Dan het groeiproces, met de verschillende aspecten ervan (de 3 graden van de groeisymboliek).
  • Dan de supra-individuele aspecten van het bestaan met een transcendente visie op de dood, de geest als deelname in de Geest.
  • Het besef van de centrale plaats van het verschijnsel schoonheid, als integratie van alles wat aangenaam en mooi is, de vrucht van onze actie. Schoonheid als omschrijving van een situatie die geluksgevoel geeft.
  • Daarenboven wordt er, onder de grens van het onbewuste, een soort realistische, nuttige euforie opgewekt, die onze daadkracht, frustratietolerantie en creativiteit versterkt. Een esthesie is een gezamenlijke beleving, grotendeels op onbewust niveau, van de zinvolle schoonheid van het bestaan.

Het begrip integratie zal zeker centraal komen te staan in die spiritualiteit. Niet alleen is het de grondwet van het bestaan, ook het denken –zowel in zijn begrijpende als zijn creatieve zin– verloopt volgens de wetten van de integratie. Het GIS (groei- en integratiesymbool) is er trouwens de belichaming van.


De groeisymboliek van de vroegere gilden en van de vrijmetselarij is in feite zo universeel dat ze bijna in haar geheel kan overgenomen worden in een Humanistische Spiritualiteit, voor de 3, en zelfs de 4 graden (dus met het Koninklijk Gewelf, uiteraard in de Alexandrijnse versie).

    1. de eerste graad doet het groeiprincipe beleven, en brengt de graad van leerling
    2. de tweede graad brengt aan hoe we het effect van ons handelen (de anderen, het andere) kunnen inschatten en corrigeren. Speciaal accent op de inspiratie en het cyclisch leerproces, beide gesymboliseerd in de reizen. De gezel.
    3. de derde graad waarschuwt voor de weerstanden der anderen en de psychologische problemen die men zal ervaren als men optimaal tracht te functioneren en de omgeving tracht te verbeteren en de medemens gelukkiger te maken. Men is meester als men dit niveau bereikt.


    In die nieuwe spiritualiteit zou er ook plaats zijn voor sensualiteit en erotiek, zoals we die in de Egyptische tempels zien, en in Kadjuraho. Niet alleen komt het op die manier veel levensechter over, want seksualiteit is niet enkel een heel belangrijk aspect van ons leven en onze behoeften, maar is op zichzelf een prachtig symbool voor het fundamenteelste fenomeen van het bestaan, namelijk integratie. Zo ook is de duale relatie, met haar tederheid, wederzijds respect, streven naar het geluk en de bevrediging van de ander. Daarenboven, op dit moment van opperste geluk pro-creatief zijn is een prachtige analogie voor alle mooie relaties tussen mensen. En tenslotte wordt op die manier seksualiteit onttrokken aan reclame als goedkoop lokmiddel. Die reclame speelt in op het niet voldoende expliciet aanwezig zijn van seksualiteit in onze dagelijkse cultuur. Zoals in een gezin waar veel teder gevreeën wordt weinig behoefte bestaat aan de ersatz van porno, want echte liefde is altijd veel mooier dan porno, hoewel porno soms fantasmatische vormen van een verfijning vertoont die in vele banale relaties niet mogelijk is.


    De term humanistisch is misschien niet zo ideaal gekozen, want verwijst naar een contrast met iets anders (religieus, dogmatisch) waarmee het gemakkelijk zou verward worden. In principe is spiritualiteit op zichzelf genoeg, of postmoderne of postrationele spiritualiteit.

    Het 'vrouwelijke'

    In de Da Vinci Code wordt vaak gesteld dat de christelijke kerk, en het hele monotheïstische mediterrane denken in het algemeen, het vrouwelijke in onze cultuur verdrongen hebben, zodat wij een cultuur geërfd hebben die veel eenzijdiger is dan de westerse cultuur bij haar oorsprong was.


    Ik denk dat dit ten dele juist is, en dat vooral het dualistische denken (iets is juist of onjuist) daar aan de basis van ligt. Met twee gelijkwaardige partners is eensgezindheid bij discussie moeilijk te bereiken, en door het verschil in temperament is de inbreng van het andere geslacht moeilijker te hanteren, want wij hebben er niet de goede wapens voor.


    Er zijn, qua instinct en aanpak van de werkelijkheid, fundamentele verschillen tussen man en vrouw. Spreken van gelijkheid is dus zinloos, eerder van gelijkwaardigheid. De recente emanciptie van de vrouw heeft er enkel toe geleid dat de prijs van de huizen en de auto's is verveelvoudigd, en dat de vrouw nu een dubbele dagtaak heeft. En dat het odenrwijs gemengd is geworden, want voro d eleeftijd 12-18 wellicht geen pedagogsiche vooruitgang betekende, volgens een onderzoek van de Duitse Emancipatiebeweging.

    • Vraag is nu, hoe onze cultuur eruit zou gezien hebben mocht dat vrouwelijke wel zijn plaats gekregen hebben. De auteur is daar blijkbaar niet toe in staat geweest. Want anders dan rituele groepsseks bij de Abdij van Sion, en Tautou als enige erfgename van Christus is hij niet geraakt. En een vrouw alleen is toch maar zielig, want zij heeft maar de helft van de genen... er moet weer een man bijkomen.
    • Waarin zou die spiritualiteit dan verschillen van de huidige? Hoe zou een cultuur, waarin het vrouwelijke minder verdrongen zou zijn, er dan uit kunnen zien? Dat zij het mannelijke meer moet nadoen, zoals de traditionele emancipatiestroming nastreeft, lijkt wat simpel. Temeer dat zelfs bij zo’n emancipatie de vrouw biologisch evenveel vrouw zal blijven, dus met minder neiging tot initiatief, meer neiging tot involgen en seriewerk.
    • Dan is er mogelijks het moduleren van het mannelijke: meer realisme, minder agressief, meer afwerking, meer schoonheid en zin voor het detail. Dat is iets, maar goed functionerende mannen hebben dit niet nodig. Het doel van onze prestaties is schoonheid en geluk, geen professioneel/politiek/militair succes. Het is moeilijk een militair ritueel te ontwerpen als er ook vrouwen onder de deelnemers zijn...
    • En ook zal seksualiteit minder schuldinducerend zijn, denk ik, en meer naar buiten komen, hoewel vrouwen misschien, minder dan mannen, geneigd zijn publiekelijk erotiek te beleven. Want één van de redenen waarom in de antieke tijden het vrouwelijke verdrongen is, is wellicht wel de seksualiteit geweest. In een godsdienstig systeem mag er geen te gemakkelijke bevrediging van behoeften zijn, want alles moet via de kerk passeren. Zij beloont gewenst gedrag, niet wijzelf.
    • Het belangrijkste misschien is dat er in een monotheïstisch systeem een leidinggevende eenheid moet zijn. In alle vroegere religieuze systemen waren steeds twee leidinggevende goden, een mannelijke en een vrouwelijke, Jahweh en Astarte (1Kon. 11,33 wijst op het bijgeloof der joden, maar er is nog een andere passage die vertelt hoe de vrouwen achteraan de Tempel bleven samenkomen om een godin te vereren. Verder in 2Kon gans hoofdstuk 23, en vooral vers 13:
    De hoogten ook, die vooraan Jeruzalem waren, dewelke waren ter rechterhand  van den berg Mashith, die Salomo, de koning van Israel, voor Astoreth [Astarte, Isis], het verfoeisel der Sidoniërs, en voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten,  en voor Milchom, den gruwel der kinderen Ammons, gebouwd had, verontreinigde de koning.)
    De monotheïsten hebben dit herleid tot één. Immers, het gezagsargument gold, en vermits autoritair sturen gemakkelijker is dan consensueel sturen was deze bestuurs- en gezagsvorm voor de hand liggend. De vrouw als een volwaardig wezen accepteren betekent dat er essentieel een dualiteit is, die slechts kan opgelost worden door integratie en consensus als communicatievorm, en daar waren de vroede vaderen zeker niet toe in staat. Misschien is dat de belangrijkste wijziging in een tertiaire cultuur: dat de voorzittersstoel voortaan wordt gedeeld door twee personen, man en vrouw. Het beheersen van integratieve communicatie is hierbij essentieel. Hoe prachtig zijn die Egyptische beelden met een man en een vrouw, de farao en een godin of zijn echtgenote, naast elkaar. Die dus perfect integratief moeten communiceren, willen ze hun taak kunnen uitvoeren.
    • Een andere voorwaarde voor emancipatie is ook dat de vrouwen -ook de zeer vrouwelijke- zich verantwoordelijk moeten leren voelen voor de groep, en deze onaangename en kwetsbare organisatietaak niet delegeren naar de man... en de man zich wil wijden aan details en repetitief uitvoerend werk...

    Leven na de dood

    De postmoderne hypothese van de onsterfelijkheid bestaat erin te stellen dat de geest van elke mens eigenlijk een particulier exemplaar is een virtuele Geest, die nog in ontwikkeling is. Zoals elk Word-programma een particuliere versie is van een virtueel, universeel Word-programma, dat nergens bestaat. Meerderen onder ons voegen creatief iets toe aan dat virtueel programma, en bij een volgende versie is het wellicht standaard voorzien.


    Dit Geest-programma bestaat uit twee delen: een universeel deel, dat bij velen (of iedereen) hetzelfde is, bv. de moedertaal, de algemene ontwikkeling, en een particulier deel, dat verschilt van mens tot mens. Als wij sterven doven wij weliswaar uit als individu, maar men kan onze herinneringen opslaan, en dan ooit eens reanimeren. Men hoeft slechts de individuele varianten op te slaan, want het grootste stuk, het gemeenschappelijke, wordt wellicht apart bewaard. Maar zelfs al slaat men ze niet op, men zal ze later wellicht kunnen reconstrueren. Twee wetten, twee psychologische oerfenomenen, die met elkaar verwant zijn, zijn hierbij belangrijk:

    • Identiteit, ik-gevoel, is aanwezig daar waar de geestesinhoud aanwezig is. Dus als we opgaan in Bachmuziek, en we ons gaan voelen als Bach, dan zijn wij op dat ogenblik eigenljk Bach, of, anders gezegd, Bach herleeft dan enkele ogenblikken in ons. Natuurlijk bestaat er hierbij een gradiënt, en deze verloopt van zeer zwak tot zeer sterk. Daarenboven is het niet zeker of deze beleving zal bewaard worden in een geheugen, en of deze herinnering zal gekoppeld worden aan Bachs geheugen. Dus een latere reanimatie van Bach zal niet noodzakelijk al deze herinneringen van herlevingen opleveren. Tenzij men natuurlijk ooit kan reconstrueren wanneer er herlevingen geweest zijn.
    • Als men een rijke, veelzijdige interactie beleeft met een intelligent systeem, d.w.z. een systeem dat u herkent en “begrijpt”, dan projecteert men een levend wezen, een “mens” in dat systeem. Als men, bv. in een wereld waarin geestesinhouden kunnen gereactiveerd worden, met een systeem interageert dat ons volledig begrijpt, dan voelen wij daar een “wezen” in, een soort medemens, soms een god. reeds een simpel computerprogramma  dat bv "psychotherapeut" speelt en simpele dingen antwoordt, geeft ons al de illusie dat we met een compleet intelligent en meevoelend wezen te doen hebben, een soort virtuele psyche.

    Deze beide wetten zullen zeer toepasselijk worden binnen enkele decennia, als men erin zal slagen geestesinhouden te kopiëren en te reactiveren (reanimeren). Nu is zoiets technisch nog niet mogelijk. Deze beide wetten werpen ook een licht op het enigma van het ik-gevoel, de identiteit. Dit ik-gevoel berust m.i. grotendeels op hetherkennen van het identiek zijn van twee reeksen indrukken, oude en recente. Dit is immers een praktische manier om in zichzelf het bestaan van een continu geheugen aan te tonen. Identiteit is wellicht niets meer dan continuïteit van het geheugen, zodat het vreemdheidsgevoel verdwijnt, het gevoel van “dit is een nieuwe ervaring”. Alle zoekreflexen mogen dus uitdoven. Déjà-vu, déjà-vécu zijn dan fouten in deze herkenning, wellicht geïnduceerd door dromen of verdrongen herinneringen. Het ik-gevoel is wellicht meer dan een ik-gevoel. Het is het bekend zijn van een heel leef- en interactiemilieu.


    Het overlijden is subjectief als het ware uitdoven, zoas een droom die stilvalt. Het kwartier dat het subjectieve bestaan nog duurt na de lichamelijke dood komt overeen met de periode dat de hersenen nog na-functioneren. Mensen die bv. ontploffen of verbranden hebben dat niet. Als later deze bewustzijnsvorm geactiveerd wordt, komt men als het ware weer tot leven. Vermite er geen enkel referentiepunt bewaard is in die tussenliggende tijd, volgt dit herontwakings-ogenblik subjectief onmiddellijk op het vorige. Na onze subjectieve dood worden wij dus omiddellijk weer bewust van een nieuwe werkelijklijkheid. Subjectief loopt ons bestaan dus naadloos verder. Zelfs al wordt een individu niet als dusdanig later opnieuw tot leven geroepen, dan nog is het denkbaar dat men aan analoog inividu tot leven wekt, of dat het individu bv maar een deel is van een complexere bewustzijnsvorm.

    Belevingsvormen

    Muziek: Gregoriaans klinkt in de oren van velen vandaag nog meeslepend, tenzij men zich buigt over de tekst en dan een afkeer voelt voor al dat neurotische, primitieve en heteropoiëtische. Er zijn natuurlijk mensen die, zoals vele maçons, een afkeer voelen voor Gregoriaans en andere uiterlijke tekenenen van christelijke religiositeit, door een bijna onbegrijpelijke antiklerikale reflex, een antidogma. Waarin heeft hun frustratie eigenlijk bestaan?


    In vele religieuze kunstvormen o.m. religieuze muziek, moet men onderscheid maken tussen enerzijds de artistieke vormgeving, die in se niet niet religieus is (wel emotie-evokerend), en anderzijds de teksten of het verhaal dat daarbij hoort. Gregoriaans zingende nonnen roepen een etherische sfeer op die niets te zien heeft met die bepaalde kloosterorde, of zelfs maar met het christendom.  Het spreekt vanzelf dat die artistieke expressies kunnen overgenomen worden in een humanistsche spiritualiteit. Op dezelfde manier nam het christendom bij het ontwikkelen van het Gregoriaans bestaande antieke of Keltische gezangen overm misschien zelfs bestaande liederen met een gans andere tekst. Deze gewoonte bestond vroeger veel algemener: hoeveel liederen zijn er niet waar een bestaande melodie wordt gebruikt. Maar bepaalde expressievormen zijn bijna uitsluitend gebonden bv aan christendom (bv. orgelmuziek, een "mis" of "requiem", een "passie", lange gewaden, wierook, groepsritueel) waar het dus wat moeilijker wordt om deze kunstvormen getranscendeerd christelijk te gaan beleven. Zoals bv. ook erotiek voor velen moeilijk losgemaakt kan worden van seks, waar dan nog een taboe op berust.


    Als symbool wordt het kruis eventueel vervangen door driehoek (omgekeerde V) en cirkel , het groei- en integratiesymbool (GIS). Het kruis betekent voor mij afremmen, breken, frustreren, en lijden. Het GIS betekent in mijn ogen constructiviteit, integratie, blijven geloven in een positief eindresultaat. Zelfs vrouwenbenen en moederschoot, of penis en moederschoot. In die lambda zit zowel het vrouwelijke als het mannelijke.





    In de rechthoekige kloostertuin zit het symbool van de reizen van de vrijmetselaar, de cycliciteit (of spiritualiteit) van inzichts- en groeiprocessen, een integratie van de natuur en het technische, het architecturale van de mens.

    Wat zijn de groeiremmende of groeistimulerende aspecten van de 4 oerelementen? Ze beschrijven in elk geval de verschillende fasen van de FRC (= fundamentele realisatiecyclus: ervaring -> denken -> plannen -> realiseren)

    ElementRemmendStimulerend
    Aardevastgeroest aan traditiesrealistisch, gegrond, voeling met verleden
    Luchtlichtzinnig, niet-diepgaandrijke ideeën, veel inspiratie
    Vuurkapotmaken van het vroegerekrachtige integratie
    Waterniet duurzaam, oppervlakkigefficiënte realisatie, alles doordringend

    Verbanden met primitievere spiritualiteiten zoals christendom

    Niet alles van de vroegere spiritualiteit is te verwerpen, alleen het “secundaire” karakter ervan, d.w.z. de mythe van het bovennatuurlijke, en het heteropoiëtische, hiërarchische in het algemeen. Andere zaken, zoals de grandioze ruimtes en de religieuze muziek zouden kunnen blijven bestaan in die nieuwe spiritualiteit. Men kan zich heel goed een Matthäuspassion of Gregoriaans voorstellen met andere teksten, die verwijzen naar de universele tragiek van het bestaan en het constructief denken, zoals ook het christendom veel heeft gekerstend, zowel begrippen als gehele rituelen, wellicht ook kunstvormen, neem maar het Gregoriaans zelf dat zeker al bestond als een niet-liturgische voorloper.

    • Het beroep van esthetisch consulent zou dat van liturgisch priester kunnen vervangen, dus mensen die een studie hebben gemaakt van de symboliek, en anderen kunnen adviseren bij het uitwerken van zinvolle privé-rituelen voor de belangrijke momenten uit hun leven. Dit beroep bestaat al in een eenvoudige vorm. Verschil is wel dat een esthetisch consulent niet noodzakelijkerwijze zelf de eerste rol gaat spelen, zoals een rent-a-priest, maar zijn opdracht beperkt tot adviseren bij het uitwerken van het gelegenheidsritueeltje.


    Er is in principe geen bezwaar tegen tertiarisering, actualisering, humanisering, d.w.z. de oude spiritualiteit en haar bestanddelen lichtjes omvormen tot er een tertiair (autopoiëtisch, constructief, enz.) resultaat wordt bereikt. Weinig van het vroegere moet vervangen worden, want naast het essentiële daarin, namelijk de heteropoiëtische en neurotiserende boodschap, zijn er vele elementen die slechts opluistering zijn, en bedoeld om diepe gevoelens op te wekken, waarvan sommige intuïtief, ondanks de secundaire bron van die vroegere spiritualiteit, toch onbewust tertiaire gevoelens opwekten, zoals de grootsheid van het heelal, het kosmische belang van het individu ondanks zijn kleinheid in dat heelal, het etherische van Gregoriaans en orgel, en wellicht nog vele dingen die we (nog) niet onder woorden kunnen brengen. De vroegere spiritualiteit moet niet bestreden of verwijderd worden, gewoon getertiariseerd, getranscendeerd en gepermuteerd tot iets tertiairs.


    Het analogon van het vroegere “kerstenen” zou men “tertiariseren” of “humaniseren” kunnen noemen. Of misschien zou “permuteren” deze specifieke betekenis kunnen krijgen, zoals reformeren bijna specifiek verwijst naar de protestantse hervorming, permutatie van de 16de eeuw.

    Sommigen kunnen wellicht het niveau bereiken dat ze geen aanstoot meer nemen aan secundaire spiritualiteit, zoals zij zich wellicht evenmin zouden ergeren aan de concrete vormen van het Boeddhisme, maar die onmiddellijk in zijn context situeren, glimlachend “begrijpen” zoals men een kind begrijpt, en er toch een zekere kick of stimulans door beleven.


    Humanistische Spiritualiteit is structureel geen analogon van Christendom, iets dat georganiseerd moet verspreid en autoritair geregeld worden. Het is geen vzw die nu kerken en basilieken gaat opkopen, geen 21ste-eeuwse ketterij. Humanistische Spiritualiteit is gewoon de verzamelnaam van de beweging die spontaan onder tertiair denkende mensen ontstaat. Als zij daarenboven met elkaar integreren en naar consensus streven, dan zal er een convergentie en vorm-eenheid optreden, en zal dit tegelijkertijd de deur openlaten voor alle noodzakelijke evolutie. De coherentie van de beweging zit in de circulatie van gedachten, niet in structuren en organisaties. Als er organisaties komen, zoals lokale bezinningsgroepen, dan gebeurt dit spontaan en van onderuit.


    Humanistische Spiritualiteit is gewoon één van de vele vormen van de-ismisering: dingen die vroeger alleen bestonden onder een georgansieerde vorm, worden nu gemeengoed, algemeen ingeburgerd, en verliezen hun specialiteitsnaam.


    Er zijn geen priesters. Er zijn alleen plaatselijke bezinningsgroepen (loges, gnostische genootschappen, gemeentes, parochies, cellen) die zich geregeld esthetisch trachten te bezinnen. Daartoe komen zij geregeld samen, en nodigen soms sprekers of esthetici van elders uit.


    De vroegere spiritualiteit is mythisch, secundair, heteropoiëtisch. Het fundamentele gevoel van onmacht en onbegrip leidde ertoe dat we ons bovennatuurlijke wezen(s) projecteerden, die we aan onze kant moesten houden door offers en gehoorzaamheid. Er zijn wel mensen geweest (pausen, priesters, koningen, rijken) die zichzelf zo sterk als een god waanden, en die intuïtief autopoiëtisch dachten, maar die hadden er alle voordeel bij om dat mythisch geloof bij de massa te laten bestaan, ja zelfs aan te wakkeren. Luisteren naar zijn baas was immers een vorm van “sancta obedientia”, en dat kwam ook voor hun macht goed uit.


    Eigenlijk vertoonde de protestantse reformatie al meerdere aspecten van de Humanistische Spiritualiteit die wij thans voorstaan. Het was wel een vormverandering, maar het essentiële –en de kerken– bleef bestaan. Het priesterschap en de structuur als tussenbestand tussen God en de mensen werden afgeschaft, maar het contact zelf, en de Bijbel, kregen een centrale rol. Het protestantisme kon toen, bij gebrek aan post-rationele inzichten in die eerste Renaissance, niet verder gaan, maar thans beleven we een tweede Renaissance. Ook een permutatie van de spiritualiteit hoort daarbij.

    Risico's: eenzijdig en te snel

    Er is al eens een poging geweest tot het creëren van een moderne spiritualiteit, namelijk tijdens de Franse revolutie, toen menige kerk omgevormd werd tot een “Tempel van de Rede”, en er rationele rituelen werden in opgevoerd, soms opgeluisterd met prachtige muziek. De basisgedachte was goed, maar de fout was dat het te eenzijdig, te simplistisch, niet-integratief was. Moderne spiritualiteit verwijst weliswaar niet naar het bovennatuurlijke, maar dit gewoon vervangen door de “Rede” was zeker wat te simplistisch, want spiritualiteit omvat heel wat meer dan het rationele. Gaan ook wij, met onze Humanistische Spiritualiteit, nu niet te eenzijdig zijn? Als we integratief en via consensus te werk gaan, en ook de schatten van de vroegere spiritualiteit trachten te redden, dan is de kans groot dat het een zinvolle vooruitgang is.

  • de metafoor van de ‘mist’ kan ons laten aanvoelen welk deel van de werkelijkheid we in het vizier willen krijgen als we over spiritualiteit willen spreken. Metafoor: je rijdt met de wagen in de mist.
    • Zone A: Je neemt de binnenkant van de wagen helder waar, alsook een kleine zone buiten de wagen à dit is ons ‘bewuste’ kennen van de werkelijkheid
    • Zone B: Voorbij zone A neem je een zone ‘halfzichtbaar’ waar: schimmig, meer en minder wazig, met lichtvlekken en schaduwvormen.
    • Zone C: Voorbij zone B kun je niets meer helder waarnemen, enkel de grijze mist die als een muur voor je opdoemt, maar waarvan we weten dat er voorbij die muur van onzichtbaarheid nog heel veel werkelijkheid ligt.

De zones B en C zijn de zones die de werkelijkheidskennis binnen een spirituele houding willen oproepen.

 

 

Twee aspecten in de spiritualiteit

 

In S (en dus ook HS) kan je twee aspecten aangeven:

  1. de kennis-gerichte benadering van de werkelijkheid
    • de werkelijkheid buiten ons kunnen we wetenschappelijk kennen (cf. hier stellen we vragen naar het ontstaan van het heelal bv., zoals de kosmologie, …)
    • ons eigen leven kunnen we kennen: wij, de mens. Hier stellen we ons vragen over de diepere zin van het leven, over de mogelijk wijzen van omgaan met frustraties (met als grootste frustratie: ‘wat nà de dood’, vragen over (on)mogelijke liefdes, over al dan niet te realiseren maatschappelijke revoluties, …
  2. de emotioneel-gerichte benadering van de werkelijkheid: het beleven van de werkelijkheid, als de manier(en) waarop we de werkelijkheid bewust worden en hoe we bewust zijn (hoe realistischer wij kijken rondom ons, hoe meer we zien dat wat we waarnemen nietis zoals we de werkelijkheid waarnemen). Wij kijken vaak fout naar de werkelijkheid omdat we vanuit pijn, ontgoocheling, verkramping, … kijken.

 

Beide aspecten kunnen we illustreren:

ad. 1: we verwijzen hier bv. naar het mens- en wereldbeeld van Teilhard de Chardin

ad. 2: hier verwijzen we naar de 3 graden in de Vrijmetselarij:

1.       eerste graad: m.b.t. het groeiprincipe en het wegnemen van remmingen die de groei belemmeren

≈ ‘op u komt het aan’ → je bent verantwoordelijk voor je eigen groeiproces (je blijft eeuwig leerling) [hier zou in de opvoeding van jonge mensen meer moeten gebeuren, via feesten en rituelen bv.]

2.       tweede graad: focus dat alles een cyclisch gebeuren is: inzicht komt niet ineens tot stand, maar verontstelt inspiratie, op reis gaan, meermaals eenzelfde pad (verdiepend) afleggen, praktische evaluatie, … waarbij men zichzelf confronteert: ‘hoe kom ik over bij de ander’ (cf. werken aan de ruwe steen)

3.       derde graad: m.b.t. de psychologische weerstand (we ervaren ons ouder worden, onze aftakeling, ons dood-gaan, … hoe gaan we om met tegenwind) → als je bouwt aan de vervolmaking van de wereld rondom je krijg je altijd tegenwind. Hoe ga je daar mee om?

 

Wat is Spiritualiteit? Wat is ‘Humanistische Spiritualiteit’?

 

  • S, of een spirituele houding, is de activiteit die we ontplooien om ons beeld van de werkelijkheid ‘echt’ te houden, om voeling te houden met de werkelijkheid voorbij het deel van de werkelijkheid die we bewust ‘in de greep’ hebben.

 

[Beeld: Stel dat je langere tijd in een filmzaal geweest bent en helemaal ondergedompeld was in een film. Daarna kom je buiten: het regent, mensen haastig zich af en aan, je hoort verwarrende verkeersgeluiden, … Welk van beide momenten is de echte werkelijkheid…? Velen zijn geneigd het buitenmoment als werkelijkheid te benoemen. Maar was niet veeleer het filmmoment niet ‘werkelijker’ à om dat te kunnen zien en beleven moet je je actief inlaten met je kennis en beleving van de werkelijkheid…]

 

Nu kunnen we (in onze hedendaagse cultuur) de vraag stellen naar wat ons nog rest van vroeger, van de culturele grootsheid, van de inspiratie van vroeger… die in zijn religieuze/godsdienstige vormgeving vandaag niet meer voldoende aanspreekt. Hoe kan die S getransformeerd worden, contrasterend met de werkelijkheid van alledag.

 

  • Hier doelen we op als we het hebben over HS. Zoals destijds oudere culturen gekerstend werden, moeten wij wellicht vandaag een humanisatie, een transformatie of transmutatie realiseren van die spirituele schat, die door de religies niet meer naar ‘vandaag’ kan getransmuteerd worden.

Hier denken we onder meer aan elementen die ‘vergaan’ zijn: de erotiek, het vrouwelijke, … Maar tevens aan nieuwe elementen, zoals peer-to-peer-samenwerking en –ontwikkeling.

 

Hoe kunnen we dus die prachtige Europese christelijke elementen op een systematische wijze transformeren?

    • Dit moeten we niet doen door een nieuwe structuur op te richten (bv. een nieuwsoortige Kerk, een nieuwsoortige Reformatie) ↔ HS moet zich ontwikkelen los van een institutie
    • Wel kan dit door een wijze van denken te ontwikkelen die inspiratie deelt (zoals het beeld van het ‘zout der aarde’ oproept: overal te vinden/aanwezig + kan overal smaak geven)

 

De ideeën mogen dus nauwelijks (institutioneel) gestructureerd worden, al zullen die inspirerende ideeën natuurlijk wel via initiatieven gestructureerd moeten worden (er zal een [tijdelijke] opdrachtgever zijn, zoals de mecenassen van vroeger, om initiatieven te realiseren waarin die denkwijze om ‘inspiratie te delen’ doorgegeven wordt.

 

 

Enkele nog verder uit te diepen themata m.b.t. HS

 

  1. Het ontwikkelen van een ander beeld op de ‘vrouw’, modeltypisch om de tolerantie ten aanzien van andersdenkenden te (leren) (kunnen) integreren.

We zouden dit het ‘probleem’ van de vrouw kunnen noemen. Andersdenkenden (en daarin zit de man-vrouw-relatie ons het meest dicht op de huid, vandaar dat dit ‘probleem’ zo genoemd is), mensen die anders functioneren, mensen die de werkelijkheid anders (dan mannen) aanvoelen, confronteren ons met ons onvermogen om tot overleg te komen.

Uit dit probleem kunnen we maar komen door (complementaire) communicatie te (leren) ontwikkelen.

 

  1. De integratie van de erotiek. Seksualiteit heeft meerdere functies:

·         smeden van de relatie

·         recreatief (in plaats van louter procreatie) –  een natuurlijk drug, zonder tot verslaving te leiden: enkele momenten vertoeven in een algehele vervoering.

Ons cultureel bemoeilijkt omgaan met de erotiek wijst naar een moeilijkheid om binnen HS erotiek te integreren. Erotiek vraagt inspanning. (Het is ‘moeilijker’ dan ‘veel geld verdienen’.)

De ‘vrouwelijke oplossing’ is vervelend voor de mannelijke strategie (simplistisch: van ‘moto’ tot ‘oorlogszwaard’): de vrouw saboteert voortdurend het ‘verhaal’ van de mannen (cf. de tussenkomst van de Sabijnse maagden)

 

  1. Het leven na de dood. De HS moet ook iets kunnen aangeven over het ‘leven na de dood’ (de dood van het individu). Wij hebben nood aan zo’n verhaal, maar het mythische verhaal voldoet niet (meer). Er zijn diverse hypothesen mogelijk. Maar de hypothese dat ons lichaam zal herleven is onhoudbaar (1. doorheen je leven is je lichaam zeer veranderlijk, 2) hopelijk moet je niet voortleven zoals je bent op de dag van je sterven). Ook ‘reïncarnatie’ in een andere mens levert weinig op voor het ‘individueel voortleven na de dood’.

Een mogelijke hypothese is: wat blijft leven is de ‘geest’ van de mens (nl. als het geheel van samenhangende beelden, met een ik-gevoel [zoals we ons ik-gevoel ook heel ons leven door verder dragen], gepersonaliseerd. Plausibel is dat ‘later’ als je ‘geheugen’ in een PC geprogrammeerd wordt en daardoor (met een ik-gevoel) een latere reconstructie van mezelf gerealiseerd wordt. Dit zou ‘geestelijk’ voor een persoon mogelijk kunnen zijn. De ‘Geest’ zal voortleven (waarvan wij allemaal een onderdeel zouden zijn, met onze ‘geest’ als virtueel gegeven. Objectief gezien is het met de dood gedaan met ons, maar subjectief leven we in de geest/Geest verder. Als psychisch wezen zijn we eigenlijk onsterfelijk (zo voelen we dit ook nu reeds).

 


Wat te doen met die grote groep mensen die blijkbaar nood blijft hebben aan een mythische, heteropoiëtische vorm van spiritualiteit? Ligt dit alleen aan hun opvoeding? Of is er iets diepers in ons, een soort aangeboren instinct, dat ons doet geloven in tovernaarstoestanden, zoals wij bereid zijn in Sinterklaas en het huisspook te geloven, of in Marsmannetjes, geheime complotten en sterke redders? Is dat uiteindelijk ergens de fascinatie van de Da Vinci Code? Het “bijgeloof”? Een soort theomorfische reflex, als variant van de antropomorfische, die achter onbegrijpelijke toestanden een intelligent wezen veronderstelt? De reflex om in noodsituaties naar mama of papa te vluchten? Dus ook naar een heilige, naar een wonderdokter, naar een Redder, een Führer? Is het dat wat de apologetici de aangeboren reflex van het godsbeeld noemden? De overtuiging “op ons komt het aan” is mooi, zinvol, filosofisch en wetenschappelijk gestoeld, maar is zulks wel de wens van die massa die niet de kans heeft gehad of de moeite heeft genomen om na te denken?


Daarom ook was het protestantisme indertijd in de eerste plaats een reactie bij de intellectuelen, terwijl de massa pas later volgde. Toen de Spanjaarden terugkwamen om het katholicisme hier te vuur en te zwaard te herstellen, zijn het vooral de intellectuelen die gevlucht zijn naar het noorden, Leiden gesticht hebben als tegenhanger van Leuven, de bijbel vertaald...

Zou het kunnen dat de achterblijvende massa intuïtief aanvoelt dat de nieuwe richting, de Humanistische Spiritualiteit even goed als het protestantisme indertijd, iets mist, te cerebraal is omdat het uitgedacht is en niet door onbedachtzame traditie tot stand is gekomen, iets vergeten is in zijn integratie? Zoals het protestantisme de nood aan symboliek en rituelen sterk onderschat heeft, en eigenlijk niet beseft heeft dat dit een essentiële nood is van de mens, en een essentieel bestanddeel van de cultuur, zonder bijgeloof te zijn? Of is dit toch iets dat dicht bij het bijgeloof ligt? Gaan we dan meemaken dat “de massa”, zoals indertijd de joden ondanks Mozes’ saaie Tien Geboden, of misschien juist als reactie daarop, weer rond het Heilig Kalf beginnen dansen zijn? Wellicht in een sfeer van wulps en erotisch feestvieren?


Kris Roose, Arpaillargues, Uzès, Provence, maandag 14 augustus 2006 07:25

 

 


 


Een poging tot integratie

(Voorgestelde indeling)

 

Bepaling:

 

Spiritualiteit is het ontdekken en beleven van de surrealiteit (S), d.w.z. die essentiële delen van de totale realiteit (T), die in onze banale dagdagelijkse realiteitsbeleving (R) ontbreken. Deze beleving moet zodanig volledig zijn, dat het een voelbaar en constructief effect heeft op ons psychisch functioneren.

 

T= R + S

 

We moeten ook nog odnerscheid maken tussen S, de theoretische surrealiteit waarvan we (wellicht tot het einde der tijden) nooit zeker zullen zijn van wat er nu precies allemaal in zit, en S', d.w.z. dat gedeelte, die benadering van de theoretische S die we hier en nu bewust geworden zijn, of minstens aanvoelen. S'= reductie, benadering van S.

 

Opmerking Tot S behoren niet alleen "feiten" en beschrijvingen van de kosmos e.d., maar ook de kennis van de naturuwetten, ook en voroal deze die noig niet tot duidelijke toepassingen hebben geleid. Ook het ideaalbeeld van mens, samenleving en kosmos, de toekomst ervan, een visie op de ideale kunsten e.d. behoren tot S.

 

Bewustwordingswegen

 

Er drie fundamentele wegen om S' in ons op te nemen: denken, ervaren en voelen.

 

  • denken: wetenschappelijk onderzoek of de bouw en voroal de evolutie van het Heelal; (de 9 niveaus van Teilhard), de individuele evolutie (Freuds vijf fasen) en de sociale evolutie (van primair tot tertiair).
  • ervaren: bezig zijn met tastbare toepassingen van bovenstaande theorieën, bv. wetenschappelijk onderzoek doen, mensen opvoeden, psychotherapie geven, machines bouwen en gebouwen optrekken, actief exploreren (bergwandelingen, diepzeeduiken, reizen)
  • voelen: d.w.z. eerder passief ondergaan van geconstrueerde esthetiek (de grens tussen ervaren en voelen is niet duidelijk, want beide gebeuren dikwijls terzelfdertijd: terwijl men werkt, reist, kijkt men rond; nochtans zou ik voelen daarom beperken tot kunstmatieg realiteitsevocaties, bv. kunst en muziek, de de werkelijkheidservaring als een stuk van ervaren beschouwen, hoewel het bv. met directe zintuigelijke waarnemingen zoasl eten en vrijen, moeilijker is om dit onderscheid te maken). Totvoelen behoren dus verfijnde vormen van zintuigelijke nwaarnemingen: visuele kunsten, muziek, verfijnde geuren bij bloemen, parfum en boswandeling, verfijnde eetkunst bij feestmaaltijden en vreugdevolle vieringen. Opvallend is hoe één der belangrijkste zintuigen, de seksuele, bij deze werkelijkheidsbeleving weggelaten is, hoewel schidlerijen wel erotsich kunnen zijn, parfums sensueel, en een koppel zelfs in afzondering heel transcendent kan vrijen, bv. tantrisch, bij aangepaste muziek en verlichting en in een esthetische omgeving. Maar nooit grootschaliger, en bij de meeste vrijende paartjes zal deze esthetische, spirituele dimensie wellicht ontbreken.

 

Voelen is dus evokeren van de werkelijkheid, daar waar ervaren direct de werkelijkheid waarneemt. Kunst zowel als symboliek, rituelen zijn dus vormen van voelen. De twee kunnen echter enomr verweven zijn, bv. rijden met een esthetisch verfijnde sportwagen...

 

Dimensies van werkelijkheidsbeleving (S')

 

In deze drie bewustwordingswegen, maar vooral 2 en het meest 3, kunnen we telkens drie betekenissferen ontdekken, drie dimensies, drie contexten, drie betekenisvelden:

 

  1. de technische context: alles wat direct betrekking heeft op het totstandkomen van het stukje kunstwerk
  2. de menselijke context: het grotere geheel met de meest elementaire functeis en betekenissen
  3. de kosmische context: de betekenissen die we kunnen terugvinden in de meest algemene, diepe toepassingsvelden 

 

Voorbeelden:

 

  • Déjeuner sur l'herbe van Manet (getrukeerde foto)

 

 

 

    1. Technische context: de verhoudingen op het doek, de combinatie der kleuren, perspectief, contrasten
    2. Menselijke context: het plezier om kuinstenaar te zijn en vrijmoedig met je naakte model om te gaan, een pleidooi voor vrijere "zedelijke" normen, het geluk van rijk te zijn,
    3. Kosmische context: het stimulerende en inspirerende van de Vrouw, het Vrouwelijke (kwetsbare, vruchtbare cfr al die vruchten in haar tas, het vooruitzicht dat er straks misschien in die prachtige natuur met water, bloemen, zachte vruchtbare aarde, zal gevrijd worden, artistieke creativiteit als symbool voor kosmische creativiteit, de boot suggereert misschien een eilandje van geluk, enz.)

 

  • logetableau: centraal in een vrijmetselaarstempel ligt er meestal een grote symbolische afbeelding, meestal een beschilderde mat, die de maçonnieke symbolen van die graad verzamelt. We zien hier duidelijk ook de drie context-sferen:

 

    1. de technische sfeer: de werktuigen die de logearbeid verzinnebeelden: beitel, moker, passer, winkelhaak, lat, paslood, schietlood, meettouw, ruwe steen, afgewerkte steen
    2. de menselijke sfeer: het functionele tempelgebouw dat de tempel van Jeruzalem evokeert: vloer, trap en poort, zuilen, drie vensters
    3. de kosmische sfeer: zon, maan, sterren (ontbreken op deze tekening), de vier windrichtingen (staan hier niet aangegeven)

 

  • seksualiteit:

 

    1. de technische sfeer: de bewegingstechniek van het vrijen en andere fysieke voorzieningen
    2. de menselijke sfeer: de gevoelens van vertrouwen, attenties en overgave ten opzichte van de partner, de kwaliteit van de relatie
    3. de kosmische sfeer: seksualiteit als de ontmoeting van de Vrouw en de Man, het Mannelijke (initiatief, risico nemen, overweldigen) en het Vrouwelijke (zorg, geduld, afwerking, overgave), Animus en Anima.

 

  • Post Tenebras Lux (de leuze boven het raam van de protestantse Tempel in Les Baux de Provence

 

    1. de technische context: de leuze staat wellicht niet voor niets boven een raam, dat een donkere ruimte verlicht(te)
    2. de menselijke context: de opeenvolging van dag en nacht, van zonneschijn na regen, van lente-zomer na herfst-winter
    3. de kosmische context: de vooruitgang van het menselijk inzicht: na mythe en bijgeloof de rationele en spirituele fase.

 

Misschien zijn deze drie contextnamen niet goed gekozen...

 

Het probleem van de juistheidsbepaling

 

Hoe kunnen we weten of de aangeboden werkelijkheidsbeelden "juist" zijn, dus geen illusies zoals bv. de mythische godsdiensten en de primitievere spiritualiteitsvormen in het algemeen.

 

Zekerheid hebben we nooit, enkel een deels wetenschappelijke (denken) en een deels intuïtieve (ervaren, voelen) plausibiliteit. Zeklfs de wetenschappelijke blijft vaak in gebreke, zoals de rationele, mechanistische, monocausale, lineaire visie van heelal en mensen in de 18-19e eeuw. De grootste zekerheid benaderen we wellicht via eem integratie van intuïtieve, grotendeels artistieke expressies.